Hoofdstuk 11
Het was bijna middernacht. Buiten stond een auto klaar om Hunter en Faith naar het Waldorf Astoria te brengen waar ze voor twee nachten een luxe suite hadden geboekt. Hope zou hen over minder dan achtenveertig uur op Long Island voor de zegening en het feest zien, maar ze omhelsde haar nieuwe zwager en haar zus alsof ze voorgoed afscheid nam.
Na veel opgewonden kussen en felicitaties stapten de bruid en bruidegom in de auto en reden weg. Het gezelschap ging uiteen. Hope was blij dat ze een paar dagen voor zichzelf had, want ze wilde alleen nog maar in haar flat op bed liggen om de rest van haar leven te overdenken. Ze voelde aan de enveloppe die haar zus haar gegeven had. In elk geval ging ze er een jaar tussenuit.
‘Gefeliciteerd met de reisplannen. Maar het lijkt een beetje plotseling.’
Ze beefde toen Gael ineens naast haar stond. Hij raakte haar niet aan, toch voelde ze hem alsof ze door een onzichtbare draad met elkaar verbonden waren. Haar lichaam verlangde naar hem; ze wilde tegen hem aan leunen en in hem wegsmelten. Typisch, de eerste keer dat ze een vluchtige affaire probeerde en ze moest al ernstig afkicken, want één aanraking en ze zou er weer middenin zitten.
Oké, diep ademhalen en een beetje kletsen. Dat lukte best. ‘Of juist veel te laat. Na de universiteit wilde ik gaan reizen. Mijn route had ik zelfs al uitgestippeld. Heel veel ruïnes wilde ik bekijken. Machu Picchu, het Bandelier National Monument, Angkor Wat…’ Haar stem stierf weg toen ze zich realiseerde dat ze eindelijk de plaatsen zou zien die ze ooit had willen bestuderen.
‘En Brenda dan, de baan die je zo graag wilde?’
‘Ik heb gisteren mijn ontslag ingediend. Ik weet dat het een overhaast besluit lijkt, maar dat is het niet. Er blijkt massa’s nadenktijd te zijn tijdens een dagje sauna. Ik lag daar op de massagetafel, ingesmeerd met een of ander spul, en jouw woorden bleven maar door mijn hoofd gaan.’
Hij pakte haar pols en draaide haar naar zich toe. Haar zenuwen schrokken wakker en stuurden opwindende prikkels door haar arm omhoog.
‘Ik was onredelijk.’
‘Je had gelijk,’ zei ze vlak. ‘Ik liet alles gebeuren – ik deed deze banenruil omdat Kit zei dat ik moest solliciteren. Als hij dat niet had gedaan, zat ik nog steeds in Stoke Newington eenzaam en alleen op Faith te wachten, in mijn flodderige shirts en met mijn haren tien centimeter te lang omdat ik een regelmatig bezoek aan de kapper verspilling vond. Ik zou met dezelfde bus naar mijn werk zijn gegaan, elk lunchpauze dezelfde boterham op dezelfde bank hebben gegeten en zelfs geen fantasieën hebben toegelaten over een beter leven, omdat ik dacht dat ik dat niet verdiende.’
Ze gingen opzij voor een ober en een serveerster die een tafel en stoelen op de plaats terugzetten. De poten krasten over de houten vloer, en Gael kromp ineen. ‘Kom, we gaan. We moeten dezelfde kant op, laten we samen een taxi delen.’
Er stopte vrijwel meteen een taxi toen ze bij de stoep kwamen. Gael maakte het portier open. ‘Ga je mee naar mijn huis?’ vroeg hij tijdens het instappen. ‘Ik heb een fles witte wijn in de koelkast liggen. Ik wil heel graag voor het feest de lucht tussen ons klaren. We zijn tenslotte nu bijna familie.’
Hij had een fles witte wijn gekocht. Het was een beetje weinig en een beetje laat, maar het was iets. ‘Oké.’ Hij had gelijk; ze moesten praten.
Tot aan zijn studio spraken ze niet meer. Het was nog maar drie dagen geleden sinds ze door de lobby had gelopen, de portier had gegroet en de lift naar Gaels penthouse had genomen, maar plotseling voelde ze zich een vreemde in deze wereld.
‘Wijn?’ vroeg Gael toen ze de studio binnenliepen.
Hope knikte. Hij had het voor haar gekocht tenslotte, om het goed te maken. Het zou onaardig zijn om nee te zeggen.
Ze trok haar vintage Mary Janes uit en zuchtte opgelucht. Eindelijk waren haar voeten bevrijd van de bandjes en hoge hakken. Ze keek om zich heen, onzeker waar ze zou gaan zitten. Aan de chaise longue zaten te veel herinneringen en ander meubilair was er niet. Hope zette haar schoenen op de grond en volgde Gael naar de keuken. Daar ging ze op een hoge kruk zitten, terwijl hij de wijn inschonk.
‘Op onze nieuwe avonturen,’ zei ze, het glas heffend dat hij naar haar toegeschoven had. ‘Mijn reizen, jouw tentoonstelling.’
‘Wanneer ga je? Over een maand?’
‘Nee.’ Hope nam een slok wijn. ‘Volgende week.’
‘Volgende week?’ Hij zette zijn glas hoorbaar terug op het werkblad. ‘Heb je geen opzegtermijn?’
‘Nee, ik stond ineens in zo’n goed blaadje bij Brenda nadat jij het contract had getekend, dat ze me een sabbatical aanbood. Ik weet niet of ik het aanneem. Wie weet wat ik wil gaan doen of waar ik wil zijn over een jaar, maar het is een geruststelling om te weten dat ik in ieder geval een baan heb bij DL Media.’ Ze grijnsde. ‘Het is niet gemakkelijk om ineens spontaan te zijn. Kleine stapjes.’
‘Maar volgende week! Moet je niet voorbereiden?’
Hope pakte de enveloppe die Faith haar had gegeven uit haar tas. ‘Nee, dankzij Faith. Ik hoef alleen maar te zeggen waar ik heen wil, en alles wordt voor me geregeld. Mijn reis begint in Zuid-Amerika. Ik heb een paar dagen nodig om wat spullen naar huis te verschepen en koffers in te pakken en dan ben ik klaar. Alles sluit precies op elkaar aan. Maddison komt naar New York om haar laatste spullen uit de studio te halen. Na mijn vertrek kan ze de huur opzeggen.’
Het was interessant om de vrouw te ontmoeten met wie ze van huis en baan had geruild, de vrouw die Kit Buchanans hart had veroverd. Raar dat een aantal maanden in een andere plaats alles zo kon veranderen. Maddison was verloofd en bleef in Engeland wonen. Hope zou misschien eenzamer zijn dan ooit, maar haar leven stond in elk geval niet meer stil.
‘Je hebt het allemaal goed voor elkaar, zoals altijd.’
Ze hoorde een somberte in Gaels stem die ze niet kende, maar toen ze naar hem keek, zag ze niets aan zijn gezicht.
‘Ik reis eersteklas in het vliegtuig. Ik kan niet geloven dat ze dit allemaal voor me hebben gedaan.’
‘Ik wel. Je zus houdt van je, Hope.’
‘Voor het eerst in negen jaar voel ik me vrij. Ik zal altijd mijn ouders missen en spijt houden, maar ik kan mezelf nu wel vergeven.’ Ze dwong zichzelf hem recht in zijn staalharde ogen te kijken. ‘Dankzij jou, Gael. Ik zal je altijd dankbaar blijven.’
‘Je bent er niet op de openingsavond van de tentoonstelling.’
‘Nee.’ Ze knipperde verbaasd met haar ogen om deze plotselinge overgang. ‘Ik weet ook niet of ik het had gekund. Mensen die naar mij kijken en dan naar het schilderij. Het lijkt een beetje op de nachtmerrie waarin ik naakt over straat loop. Alleen dan zou het echt zijn.’
‘Jammer. Ik hoopte dat je erbij zou zijn.’
Hope gaapte hem aan. Zijn onverwachte woorden brachten haar van haar stuk. Wilde hij dat ze erbij was op zijn grote avond? Als model, of om hem te steunen?
‘Luister,’ ging hij verder. ‘Ik heb besloten het niet tentoon te stellen, jouw schilderij.’
De tijd leek stil te staan. Het bloed suisde in haar oren terwijl ze zijn woorden probeerde te vatten. ‘Maar je hebt het nodig. Het zou je belangrijkste schilderij worden.’
‘Ik heb negentien schilderijen waar ik trots op ben. Niemand weet dat ik een grotere twintigste van plan was. Ik weet niet of ik ooit nog een beter schilderij zal maken, maar ik hoef het niet tentoon te stellen. Ik doe het liever niet omdat ik weet dat het jou zo’n onprettig gevoel geeft.’
Hij was bereid om het niet tentoon te stellen? Terwijl hij dit zijn beste schilderij vond? Hope had geen idee hoe ze moest reageren. Zoveel voorkomendheid en begrip zou ze nooit van iemand durven vragen. Ze gleed van de kruk en liep naar de deur, waar ze even wachtte om het grote doek op de ezel in zich op te nemen dat de lege ruimte domineerde. Daarna haalde ze diep adem en ging erheen om het voor de tweede keer te bekijken.
Deze keer was de schok minder. Ja, haar huid was wit en haar lichaam naakt, nog steeds wenste ze dat ze dagelijks sit-ups had gedaan zodat ze een holle in plaats van een bolle buik had, maar, gaf ze toe, haar borsten waren mooi. Hope beet op haar lip totdat ze bloed proefde toen ze zichzelf dwong haar littekens van dichtbij te bekijken. Ze herinnerde zich de eenzaamheid, de pijn en de zelfhaat bij elk van die zilverachtige strepen.
Ze wendde haar blik ervan af en keek in haar eigen ogen. Verdrietig, behoedzaam, eenzaam. Dat was wie ze was; ze kon er niet omheen. Ze mocht het Gael niet kwalijk nemen dat hij had geschilderd wat hij zag. Ze kon alleen zichzelf er de schuld van geven. Nou, nu niet meer.
‘Laat het zien,’ zei ze. ‘Dat wil ik. Het is echt. Misschien kun je me op een dag opnieuw schilderen en zie ik er anders uit, gelukkiger.’
‘Dat ga ik zeker doen.’ Hij leunde tegen de deurpost en keek haar met verlangen in zijn ogen aan.
Ze herkende het verlangen omdat ze het ook voelde. De hele dag was er deze hunkering al naar zijn aanraking, om hem aan te raken, om de wereld te vergeten, om zich alleen nog van hem bewust te zijn en zoals hij haar liet voelen: sexy, bemind, sterk. Begeerd.
Over een kleine week vertrok ze. Waarom zouden ze niet nog één keer?
‘Op zaterdag moeten we weer getuigen. Het wordt een drukke dag.’
Het verlangen in zijn ogen werd niet minder; eerder sterker. ‘Weet ik.’
‘Op zondag help ik Faith met inpakken voor haar reis en daarna heb ik een paar dagen nodig om mijn eigen reis voor te bereiden.’
Gael duwde zich van de deurpost en deed een paar stappen naar haar toe. ‘Hope, wat bedoel je nou te zeggen?’
Diep ademhalen. Ze kon het. ‘Ik bedoel te zeggen dat dit de laatste keer is dat we gewoon Hope en Gael kunnen zijn. Schilder en model. Carrouselrijders. Verhalenvertellers.’ Nerveus bevochtigde ze haar lippen. ‘Minnaars.’
‘De laatste keer?’
Ze knikte.
Daarop schonk hij haar de wolfachtige lach die elk plekje van haar lichaam in brand zette, haar tenen liet krullen, haar knieën slap maakte, de lach waar ze helemaal weerloos en hunkerend van werd.
‘Dan kunnen we er maar beter alles uithalen wat erin zit, hè?’
De ochtendzon die door de grote ramen naar binnen scheen, baadde het bed in een donkerroze gloed. Gael had nauwelijks geslapen. Hij rolde zich op zijn zij om naar Hope te kijken. Het vroege ochtendlicht maakte haar huid lichtroze en accentueerde het goudbruin in haar donkere haar.
Hij voelde zich compleet, alsof zijn hele wereld goed was. Waarschijnlijk, besloot hij slaperig, omdat Hope en hij hun korte relatie op een goede manier hadden beëindigd. De ruzie was bijgelegd, ze hoefden elkaar niet meer te vermijden. Geen gekwetste gevoelens of drama’s meer. Ze hadden er beschaafd over gepraat en een laatste nacht samen beleefd voor ze ieder hun eigen weg zouden gaan. Netjes, elegant en zonder toestanden. Precies zoals hij het wilde.
Hoewel het jammer was dat ze er niet bij zou zijn op de openingsavond; hij had graag haar reactie gezien als alle schilderijen voor de eerste keer gezamenlijk werden tentoongesteld.
Strelend ging hij met zijn vinger over haar schouder, genietend van haar zijdezachte huid. Ze had gelijk. Morgen moesten ze een taak vervullen en daar hoorde kussen op de dansvloer niet bij. Misschien maar goed dat ze het er allebei over eens waren dat afgelopen nacht de laatste keer was.
Maar dit moment, in het vroege ochtendlicht, was een tussentijd, geen nacht en geen dag. Ze hoefden zich nog niet aan hun regels te houden als ze dat niet wilden. Wat betekende dat hij zijn lippen hier kon drukken, en hier, en hier…
‘Mmm…’ Hope rolde zich slaperig glimlachend op haar zij, een glimlach die hij inmiddels kende en liefhad.
‘Hoe laat is het?’
‘Vroeg, heel vroeg, dus je hoeft nog niet op te staan,’ zei hij, en hij drukte een kusje op haar volle mond en ging over haar heen liggen. ‘Kun je een manier bedenken waarop we de tijd zullen doorbrengen nu we toch wakker zijn?’
Haar slaperige ogen keken hem met een schittering beloftevol aan, maar ze legde haar handen tegen zijn borst en duwde hem zachtjes maar beslist van zich af. ‘Massa’s, maar er zit geen een geschikte bij voor mensen die gewoon vrienden van elkaar zijn.’
‘O.’ Dat was geen teleurstelling, die steek in zijn borst. ‘Dan is dit dus het einde.’
‘Dat lijkt me het verstandigst.’ Ze ging rechtop zitten en trok het laken met zich mee. De boodschap was duidelijk: je mag niet meer naar me kijken of me aanraken of me kussen. ‘En het komt me eigenlijk goed uit om vroeg op te staan. Je stiefmoeder – ex-stiefmoeder – vroeg of ik vanavond al naar Long Harbor wilde komen, zodat ik er morgenvroeg ben als de cateraars en de gasten komen. Ik weet dat zij het feest geeft, maar ik denk dat ze wel wat hulp kan gebruiken. Jij bent er ’s zaterdagsmiddags voor drie uur, toch? Om vier uur is de huwelijksinzegening.’
Ze zaten weer in het organisatiepatroon van de bruiloft, blijkbaar. Ineens voelde hij zich ontmoedigd, en slap viel hij terug op het kussen. ‘Ik zal er zijn.’
‘Mooi. Dan zie ik je tegen die tijd.’
Gewikkeld in het laken stapte ze uit bed en liep naar de trap. Merkwaardig statig draaide ze zich om, ondanks haar verwarde haren en blote voeten. Het witte laken hield ze zedig om zich heen, alleen haar schouders staken erboven uit. ‘Dank je wel, Gael. Dat je me bewust hebt gemaakt, me uit de tent hebt gelokt, me ertoe hebt gebracht mezelf uit te dagen. Ik zeg niet dat ik er erg rustig onder ben dat ik mijn baan heb opgezegd, en als ik eraan denk dat ik in mijn eentje ga reizen, krijg ik de zenuwen.’ Ze legde haar hand op haar buik. ‘Maar ik weet dat het allemaal positief is – en ik denk niet dat ik alleen zover gekomen zou zijn. Dus dank je wel.’
‘Je zou zover gekomen zijn,’ zei hij zacht. ‘Je had een duwtje nodig, dat was alles. Je stond al op het punt om je vleugels uit te slaan.’ Hij wilde nog meer zeggen, maar wat? Hij had de woorden niet, de gevoelens niet – stond zichzelf die gevoelens niet toe. Dus lag hij daar maar en zag haar met een laatste glimlach zich omdraaien en van de trap aflopen. Vijf minuten later, toen hij de lift hoorde en wist dat ze nu echt voor de laatste keer zijn studio uitliep, had hij zich nog steeds niet verroerd. Hij wist alleen maar dat het complete gevoel van daarnet verdwenen leek te zijn en er leegte voor in de plaats was gekomen.
Volkomen leeg, en het vage besef dat hij zojuist misschien de grootste fout van zijn leven had begaan.
Vijf uur later had het gevoel zich versterkt. Niets kon hem uit zijn verdoving halen, werken aan het schilderij niet – dat maakte het juist erger – zijn speech oefenen voor de volgende dag niet, de proefdruk nalezen van de catalogus niet. Nergens kon hij zijn gedachten bij houden. Uiteindelijk was hij zo geïrriteerd door de situatie en zichzelf, dat hij besloot zijn appartement te verlaten. Als hij deze vreemde stemming niet met werk kon verdrijven, dan toch met hardlopen. Hij zette zijn koptelefoon op, koos de hardste rockmuziek die hij kon vinden en begon te rennen zonder een bepaalde route in gedachten.
Bijna onvermijdelijk rende hij Central Park in, langs de draaimolen richting het meer. Elke stap, elke bons van zijn hart, elke beat herinnerde hem aan de laatste keer dat hij hier was, en de keer daarvoor en daarvoor, toen hij hier niet alleen was.
Gek, hij had het eerder nooit erg gevonden om alleen te zijn, hield er juist van. Vandaag was de eerste dag sinds lange tijd dat hij zich incompleet voelde.
Het hielp niet dat hij overal in het park stelletjes zag: hand in hand, kussend, vrijend zelfs, hardlopend, zonnebadend – was dat een aanzoek? Het had er sterk de schijn van. Waren er in het hele Central Park geen andere singles? Grommend van ergernis rende Gael het park uit. Liever over de stoep rennen dan al die lovers te moeten zien.
Hij. Was. Liever. Alleen. Dat bleef hij herhalen terwijl zijn voeten hem van het park naar de chique straten in Upper East Side brachten. De middagzon brandde en de vochtigheidsgraad was hoog, maar het deerde hem niet. Als je je in je eentje goed voelde, kon niemand je ooit kwetsen. Als hij niet zoveel van zijn moeder had gehouden, zou haar afwezigheid zijn kindertijd niet hebben vergald. Als hij niet zoveel op zijn vader had vertrouwd, zou het niet zo’n klap zijn geweest toen hij hem bij Misty achterliet. Als hij niet zo verliefd was geweest op Tamara, zou haar verraad hem niet tot in zijn ziel vernederd hebben.
Je kon alleen op jezelf vertrouwen. Dat wist hij maar al te goed.
En toch kon hij Hopes woorden niet van zich afschudden. ‘Je hebt geluk dat je iemand hebt die om je geeft.’ Hunter had hem gisteren aan zijn zijde willen hebben, nee, nodig gehad. Misty had niet alleen zijn school en studie betaald, maar hem ook een thuis gegeven en hem in allerlei situaties gesteund.
Hope had hem daarop gewezen. Zelf had hij het nooit gezien, of niet willen zien. Maar ja, zij wist hoe het was om moeder te zijn, nietwaar?
En nu was het haar tijd om te gaan leven. Hij wilde dat hij haar kon zien als ze al die plaatsen bezocht waar ze altijd naar toe had willen gaan. Hij wilde dat hij de blik op haar gezicht kon vangen, in foto’s, in potloodtekeningen, in olieverfschilderijen, als ze eindelijk voor Machu Picchu stond. Hij zou haar kunnen blijven tekenen en steeds weer andere dingen kunnen vertellen over de lijn van haar mond, de vorm van haar oor, dat heerlijke kuiltje in haar keel.
Happend naar lucht vertraagde hij zijn pas, wat niets te maken had met de hitte of zijn moordende tempo. Op de een of andere manier, zonder dat hij het in de gaten had gehad, was Hope McKenzie in zijn hart geslopen. En hij kon weglopen – of haar weg laten lopen – maar het maakte niets uit. Ze zou er blijven. Hij was nog steeds alleen, maar het verschil was dat hij het nu voelde. Hij was niet meer gewoon alleen – hij was eenzaam.
Hij boog voorover om op adem te komen, en toen hij weer rechtop ging staan, zag hij een bekende gevel. Het was de winkel waar ze kortgeleden Faiths trouwjurk hadden gekocht. De winkel waar Hope een jurk had gepast en hij voor even had gewild dat hij een andere man was, dat ze een andere toekomst hadden. Een jurk die bij haar hoorde.
Was dit een teken of stom toeval? Het deed er eigenlijk niet toe. Waar het om ging, was wat hij hierna besloot te doen.