Hoofdstuk 11
‘Heb ik al gezegd dat je…’
‘…ongepast gekleed bent?’ vulde Maddison in, vechtend tegen de neiging om de slippen van de rok over haar borst te trekken. Ze zou willen dat ze nu een speld had.
‘Ik wilde zeggen sexy. Je ziet er mooier uit dan de bruid.’
‘Dat is altijd mijn streven bij bruiloften.’ Maddison ging nog iets meer in de schaduw staan. ‘Gelukkig is het hier zo donker dat niemand ziet dat het mijn huid is, ze zullen denken dat ik een huidkleurig topje aan heb.’
‘Toen Eleanor koos voor kaarslicht, besefte ze vast niet hoe donker deze oude feestzalen zijn. Het voelt meer als Halloween in plaats van een bruiloft.’
‘Maar ze zag er mooi uit.’ Maddison had niet verwacht dat ze jaloers zou zijn toen de bruid, slechts vijfendertig minuten te laat, binnen kwam schrijden. Ze wist niet wat ze had verwacht van Kits eerste en enige liefde, maar niet deze donkerharige schoonheid in een wolk van kant. Geen wonder dat beide broers voor haar gevallen waren, dat ze haar hadden verkozen boven hun broederband.
Zelfs haar stem was beeldschoon toen ze het jawoord uitsprak. Maddison, verstopt in een donkere hoek, was zich maar al te zeer bewust van haar opvallende uiterlijk, haar doordringende stem.
‘Ze ziet er altijd mooi uit.’ Maar er klonk geen bewondering of weemoed in Kits stem. Het was gewoon een constatering. ‘Verder heeft ze eigenlijk niets. Ze kan je betoveren met die grote ogen, maar als ik terugkijk op ons jaar samen herinner ik me niet dat ze iets wezenlijks heeft gezegd. Maar goed, Angus wil iemand die er goed uitziet als gastvrouw op feestjes en die hem een erfgenaam of twee kan schenken, dus zijn ze allebei tevreden.’
Maddison kromp ineen bij zijn scherpe woorden. Dat was ook haar plan geweest, toch? Een passende partner vinden die de kost verdient, een goede echtgenote zijn en de kinderen opvoeden. Dat was haar doel. Alles tot in de puntjes uitgedacht. Maddison keek van Kit, wat gekreukeld maar absurd sexy in zijn smoking, naar Angus, zwetend, kalend, een arm bezitterig om zijn bruid. Ze slikte iets weg. Haar doel leek niet meer zo nobel.
Kit volgde haar blik en snoof. ‘Mijn god, Angus is nu al bezopen. Dat wordt een leuke huwelijksnacht.’ Terwijl hij sprak, draaide Eleanor zich om en zag Kit staan. Zag hij nu spijt in die grote ogen? Spijt dat ze hem die eerste keer had afgewezen? Of spijt dat hij de tweede keer niet had toegehapt?
‘Ik hou dit niet langer vol. We hebben onze plicht gedaan,’ fluisterde Kit in haar oor. Zijn adem voelde warm op haar gevoelige huid, ze zou het liefst wegsmelten onder zijn stem, zijn kracht, zijn aanraking. ‘Tijd voor een echt feestje?’
Normaal zou Maddison van een dergelijke bijeenkomst genoten hebben. Kit had haar iedereen aangewezen, hier en daar wat titels, een stelletje miljonairs, een groepje erfgenamen. Een bruiloft was de ideale plek om een gesprek aan te knopen met een geschikte man. Hoewel ze niet op zoek was naar iemand in Engeland, zou een foto van haar met een rijke erfgenaam, ergens op het internet waar Bart hem zou zien, heel bevredigend zijn. Maar de laatste paar weken was ze er niet meer mee bezig om indruk te maken op Bart.
Kit had gelijk. Misschien was hij geïnteresseerd geweest in hoe ze eerst was. Door haar poging om de ideale vrouw te worden, had hij zijn interesse verloren. En al was dat niet zo, zou zij haar hele leven willen bouwen op een leugen? ‘Zeker, maar…’ Maddison gebaarde naar haar jurk. ‘Waar kan ik heen in dit? Studio 54?’
‘Waar wij naartoe gaan, kijkt niemand daar raar van op.’ Hij bekeek haar nog eens goed, waarbij zijn blik bleef hangen bij haar diepe decolleté. ‘Nou, ze kijken misschien wel. Maar als we mazzel hebben, krijgen we gratis drankjes aangeboden en daarna word je uitgeroepen tot havenkoningin.’
‘Havenkoningin? Bestaat dat echt?’
‘Dat zou wel moeten. Wat denk je?’
Maddison keek snel even rond. De zaal van grijze steen was van boven tot onder helemaal versierd. Aan de muren hing een rode stof, op de vloer lag bijpassend tapijt. Overal stonden enorme vazen met rode en witte bloemen. Een vioolkwartet speelde traditionele muziek vanaf een galerij en overal werd eten en drinken rondgebracht. Maar ondanks de schitterende aankleding, met kaarsen in de kandelaars aan de muren en de gigantische kroonluchter, was het donker in de zaal en de temperatuur bleef kil.
‘Het lijkt me onbeleefd om zomaar weg te gaan.’
‘Ja. Maar de ceilidh begint zo meteen en in die jurk wil iedere man met je dansen. Denk je dat die halslijn een rondje Gay Gordons overleeft?’
Maddison had geen idee wat een Gay Gordon of een ceilidh was, maar iets in Kits ogen zei haar dat dat ook maar beter was. ‘Zoals ik al zei, het lijkt me onbeleefd om zomaar weg te gaan, maar er zijn zoveel mensen dat niemand ons zal missen.’
Zijn glimlach was ondeugend. ‘Ik denk dat je de juiste keuze hebt gemaakt.’
Het duurde even voor ze uiteindelijk vertrokken. Kit wilde er zeker van zijn dat hij zijn taak als Master van Kilcanon had vervuld en hij zette zijn professionele masker op, dat ze zo goed kende van kantoor. Hij ging rond, schudde handen, kuste wangen en babbelde alsof hij ervoor geboren was.
En dat was hij natuurlijk.
Zijn charmeoffensief eindigde bij de familie van de bruid, met kussen voor de bruid, haar moeder en de bruidsmeisjes en een hartelijk gesprek met de verbaasde bruidegom, voordat ze eindelijk weg konden glippen.
‘Niemand kan mij ervan beschuldigen dat ik deze bruiloft niet mijn zegen heb gegeven,’ zei Kit toen ze hun jassen ophaalden. Ze verlieten het gebouw door een kleine zijdeur, zodat ze niet helemaal door de lange gang naar de gigantische voordeur hoefden.
‘Ik denk dat je de bruidegom hebt laten schrikken. Hij dacht even dat je hem ook ging kussen.’ Eleanor had wel een vage glimlach op haar gezicht gehouden, maar Maddison had ook iets van pijn in haar ogen gezien. Wat had ze dan verwacht? Een pistoolduel?
Ze liepen om het rechthoekige gebouw heen. Het pad was verlicht, geluiden van het feest kwamen door de open ramen naar buiten. Het huis van Angus was niet zo oud als Castle Kilcanon, of zo elegant als het grote huis, maar het compenseerde het gebrek aan authenticiteit met zijn formaat en opzichtigheid. Zoveel torens waren toch niet nodig?
Toen ze opkeek, zag ze de donkere hemel. Het was een diepe fluwelen duisternis met verrassend heldere sterren en een volle maan. Normaal zou ze zich niet prettig voelen, maar Kit hield haar hand vast, alsof hij wist wat ze voelde.
Maddisons hart ging sneller slaan. Het was lang geleden dat iemand wist wat ze nodig had. Ze kneep dankbaar in zijn hand en ademde diep in. De lucht was zo puur, zo koud dat het bijna pijn deed.
Het pad bracht hen naar de oprijlaan, waar hun taxi stond te wachten, net voorbij de imposante smeedijzeren poort, de moderne versie van een ophaalbrug. Maddison zuchtte opgelucht toen ze de koplampen zag; haar schoenen knelden, ze had koude tenen en ze was tot op het bot verkleumd. Ze dacht dat ze nooit meer warm zou worden.
Het was dezelfde chauffeur die hen naar het feest had gebracht. Maddison vermoedde dat hij de enige taxichauffeur in Kilcanon was. Kit leunde achterover, en zweeg, terwijl de auto in recordtijd de vijf kilometer aflegde. Toen ze in de verte de lichtjes van het dorp zagen, nam Kit haar hand in die van hem.
Het had iets intiems om elkaars hand vast te houden in het donker, intiemer dan de kussen, de liefkozingen en de passie die ze gisteren hadden gedeeld. Maddison slikte een brok in haar keel weg. Ze zou hieraan kunnen wennen. Hij deed niet aan liefde, toch? Nou, zij ook niet.
Alleen was ze daar niet meer zo zeker van. Of ze deze taxi zou verruilen voor een chique limousine, de man naast haar voor een Kennedy, de afgelopen nacht voor een leven lang zekerheid? Maddison staarde uit het raam naar het duister. Maar wat wilde ze dan wel? En liep ze het risico al haar dromen op te geven voor een gebroken hart?
Maddison had verwacht dat ze naar een woonhuis zouden gaan, of naar het hotel op de kruising bij de haven, maar de taxi reed verder, voorbij het hotel, voorbij de victoriaanse villa’s die aan zee stonden, voorbij de kleine pub die ze eerder had gezien. De volle maan verlichtte een zilveren pad langs de donkere zee en Maddison had de neiging het pad te volgen om te zien waar het haar bracht.
Toen ze aan het eind van de haven bij een rijtje cottages kwamen, hield de taxi eindelijk stil. Maddison deed het portier open en ademde dankbaar wat frisse lucht in. Ze keek verward om zich heen. Voor haar stond een deur open, maar de binnendeur was dicht en er zaten luiken voor de ramen, hoewel ze wel ergens muziek hoorde.
‘Waar zijn we?’
Kit was naar haar toe gelopen. Hij hielp haar uitstappen en gebaarde naar de deur. ‘Hier komen de dorpelingen. Klaar?’
Maddison keek even achterom naar het hotel, dat er wel heel uitnodigend uitzag, een baken van licht, een belofte van gastvrijheid, warmte en beschaving. ‘Ja.’
‘Mooi.’ Kit trok de binnendeur open en duwde haar naar binnen.
Het eerste wat haar opviel, was het geluid. Of het gebrek daaraan. Net als in een goede western, viel er een abrupte stilte toen ze de deur binnenkwam. Het volgende wat opviel was de eenvoud: gestuukte muren, houten tafels en stoelen, een dartboard en pooltafel in de aangrenzende ruimte. Het derde wat haar opviel, was de heerlijke warmte van de enorme openhaard.
Het vierde en laatste wat Maddison opviel, was dat ze hier, in een ruimte vol spijkerbroeken, geruite bloezen en truien, nog meer uit de toon viel dan op de bruiloft. Ze leek wel een bordeelmeisje tussen de cowboys. Maar nog schaarser gekleed.
‘Kit!’ De man achter de bar verbrak de geschokte stilte en langzaamaan kwam er weer leven in de tent. Gesprekken werden weer opgepakt, er werden darts gegooid en Maddison hoorde het onmiskenbare geluid van poolballen. Ze had jaren niet gespeeld. Nette meisjes hingen niet rond bij de pooltafels. Nog iets wat ze miste.
‘Hé, Paul.’
Maddison luisterde amper naar hoe de twee mannen bijpraatten. De accenten in de bar waren zwaarder dan ze tot nu toe had gehoord en het was makkelijker om de stemmen over zich heen te laten glijden dan te proberen om er iets van te verstaan. Voor zover ze het kon opmaken, hadden ze het over vissen. Ze kreeg een glas aangereikt en pakte het aan. Bier. De laatste keer dat ze bier had gedronken was op de middelbare school geweest; een illegaal vat bier op het strand, met het varsityjack van haar vriendje om, zodat ze erbij hoorde.
Ze rook voorzichtig aan het glas, genoot van de nostalgische geur van het bier en nam een slok. Het was heerlijk.
‘We kunnen bij de haard zitten.’ Kit was uitgepraat en kwam naar haar toe. ‘Doen?’
‘Voor nu.’ Ze lachte even en likte het schuim van haar lippen. Kits ogen werden donkerblauw. ‘Maar straks wil ik poolen.’
Was dit hoe een relatie was? Nieuwe kanten van iemand ontdekken, elke dag weer door diegene verrast worden? Eleanor was altijd hetzelfde geweest – koel, beheerst, lief, maar ze maakte wel altijd duidelijk dat zij de touwtjes in handen had. Hij realiseerde zich nu pas dat ze hem altijd beteugeld had. Daarna had hij nooit meer iemand zo dichtbij laten komen.
En nu zat hij hier. Met Maddison. Zijn hardwerkende assistente, snel en betrouwbaar. Haar snelle hersens kwamen altijd met een oplossing, ze genoot ervan om als eerste het antwoord te vinden. Ze hield van opera, liet zich betoveren door de muziek in een wereld die hij niet kende. De amazone, die haar angsten overwon om een dier in nood te helpen. De minnares, teder, veeleisend, opwindend, meegaand.
En nu de poolkoningin. Het was niet alleen de jurk die hem afleidde; ze had een T-shirt van Paul geleend. Niemand hier die tegen haar in die jurk speelde zou het overleven. Het was niet de schattige manier waarop ze op haar lip beet als ze zich concentreerde op de speelbal of hoe ze de keu even streelde terwijl ze nadacht, hoewel beide haar wel een voordeel opleverden. Nee, ze was écht heel erg goed. Of ze had mazzel, dat kon ook.
Ze was ook behoorlijk aangeschoten, inmiddels was ze overgegaan op whisky. Ze had een fout gemaakt door een blended whisky te bestellen, maar Kit had er snel een single malt van gemaakt. Ze mocht er nog wel ijs in. De hele bar moest lachen om haar gezicht bij de eerste slok, maar inmiddels was ze aan haar tweede of derde glas.
‘Nog een rondje?’
Had ze het over de whisky of over het poolen? Kit dacht niet dat hij nog een rondje zou overleven. ‘Eerst wat frisse lucht,’ stelde hij voor.
De manier waarop Maddison hem aankeek, deed Kit denken aan een kat die een muis in het vizier heeft. ‘Durf je niet meer?’
‘Mijn hele reputatie is naar de haaien.’ Sommige van zijn stoten waren afgezwaaid, omdat hij haar enthousiasme zo verdomd schattig vond, maar dat ging hij haar niet vertellen.
‘Oké. Frisse lucht en dan nog een potje. Goed?’
‘Goed.’
Hij liep met haar naar buiten en realiseerde zich dat hij ook behoorlijk wat whisky op had. Kit was meer ontspannen dan hij in tijden was geweest. De koele nachtlucht was heerlijk na de warmte van de bar, het geluid van de golven rustgevend na de herrie binnen. Kit pakte Maddisons hand en zuchtte eens diep. Hij genoot van het vredige gevoel.
Dat verdween weer snel toen het verleden hem weer in zijn greep kreeg. Een verleden dat hij nooit kon vergeten, wiens hand hij ook vasthield of hoeveel whisky hij ook dronk. Hoe hard hij ook zijn best deed.
‘Hé, gaat het wel?’
Kit kneep wat minder hard in haar hand en mompelde een excuus. ‘Ik dacht dat het deze keer anders was, dat ik ermee om kon gaan.’
Hij stak de weg over en leunde op de reling, de enige barrière tussen land en zee, starend naar het pad van de maan.
Ze kwam naast hem staan. ‘Iedereen daarbinnen mag je graag.’
‘Ik ben er al jaren niet meer geweest. Niet meer sinds…’ Hij maakte zijn zin niet af.
‘Ze behandelen je als een vaste klant.’
‘Dat was ik ooit. Zo’n tentje is het wel, eenmaal vaste klant, altijd vaste klant.’
‘Klinkt goed.’ Er klonk iets weemoedigs in haar stem.
‘Was het ook. Het hotel en de pub zijn voor de toeristen, de import, mensen als mijn ouders. Hoewel ik in het grote huis woonde, kwam ik er nooit. De bar is van de dorpelingen. Als ik thuis was, werkte ik ook op de reddingsboot. Ik heb die steiger helpen bouwen.’ Hij knikte naar het houten gevaarte dat lichtjes op de golven deinde. ‘Euan kwam ook mee, maar er was een verschil. Hij kon ook zijn mouwen oprollen en meehelpen, maar hij bleef altijd de Master, de toekomstige Laird. De helft van die lui daarbinnen woont in een cottage van de Buchanans. Ze zouden ooit hun huur aan hem moeten betalen. Nu zullen ze mij huur moeten betalen.’ Hij zag op tegen de verwijdering die zijn titel mee zou brengen.
‘Je vader wil dat je thuiskomt.’ Het was geen vraag.
Kit knikte. ‘Ja en nee. Hij vindt dat ik moet leren om het landgoed te besturen, maar hij is ook bang dat ik te veel wil veranderen. Hij wil het geld dat ik kan inbrengen als ik mijn huis verkoop, zodat ik kan investeren in het landgoed, maar is bang voor de macht die ik daarmee krijg. Hij wil een Master van Kilcanon, maar niet mij.’
‘Wat is er gebeurd, Kit? Hoe is Euan gestorven?’
De vraag was onvermijdelijk. Hij haalde een diepe, trillende teug adem en stond zichzelf toe om voor het eerst in drie lange jaren het verleden en zijn rol daarin onder ogen te zien. ‘We maakten overal een wedstrijd van. Mam zegt dat we echt overal om vochten. Ik moest bewijzen dat ik net zo goed was als hij, ondanks dat ik jonger was en niet de toekomstige Laird. Hij moest bewijzen dat zijn astma hem niet tegenhield.’ Kit staarde over de baai. Hij zag het nog voor zich: twee jongens die ’s nachts visten vanuit een roeibootje, roeiend naar het dichtstbijzijnde eiland, dat nog net zichtbaar was.
‘Als ik iets deed, moest hij het beter doen, en andersom. Toch waren we heel hecht.’ Hij perste zijn lippen op elkaar. ‘We zeilden, visten, kampeerden, bouwden hutten. Het was ontzettend idyllisch eigenlijk. Kijk om je heen, Maddison. Sommige mensen zouden hier niet willen opgroeien, maar wij genoten ervan. Het was net een jongensboek. Maar het was het echte leven.’
‘Het klinkt fantastisch.’
‘Ik besefte dat ik hier geen toekomst had. Daarom ging ik toen ik achttien was naar Cambridge, om los van Kilcanon een eigen leven op te bouwen, hoewel ik altijd naar huis bleef verlangen. In de vakanties gingen we gewoon verder waar we gebleven waren, in alles elkaar de loef afstekend. Ik had me alleen niet gerealiseerd dat er geen grenzen waren.’
‘En die hadden er wel moeten zijn.’
Misschien. Het was vreemd om erop terug te kijken. Om zich te herinneren hoe hij zich verraden had gevoeld, terwijl Euan gewoon verderging met het spel dat ze al speelden toen Kit nog nauwelijks kon lopen. Hij speelde het spel tot het bittere eind. ‘Ik wilde Euan niet laten zien hoe hij me geraakt had. Ik had tenslotte mijn trots. Ik wenste hem en Eleanor veel geluk en deed alsof het me niets kon schelen. Ik was getuige bij hun huwelijk. Maar het was niet genoeg. Hij wilde mijn zegen, ik moest zeggen dat het oké was.’
‘En wat heb je gedaan?’ Maddison legde haar hand op die van hem; de glans van overwinning gemixt met whisky was uit haar ogen verdwenen, ze straalde geen triomf meer uit, maar leunde tegen hem aan in een woordeloos gebaar van medeleven.
‘Gedaan? Ik gunde het hem niet. Ik bleef in Londen, bouwde mijn uitgeverij op, ging uit, kwam thuis voor de feestdagen en deed er alles aan om te bewijzen dat ik beter was. Ik was niet te genieten. Moest het meeste hout hakken, de meeste vis vangen, het langste hek bouwen, elke keer een ander meisje meenemen, de populairste broer zijn bij de dorpelingen. Hij kon me niet bijhouden, maar hij bleef het proberen.’
Het was nu makkelijk om terug te kijken en te zien hoe boos hij was geweest. Misschien hadden ze een keer echt moeten knokken, om het met een paar welgemikte stoten van zich af te meppen, in plaats van het vier lange jaren te laten woekeren.
‘Een keer kregen we met kerst een ruzie om niks. We hadden vaker wedstrijdjes gedaan in de haven, met roeiboten, zeilboten, motorboten. We hielden de score altijd precies bij. Ik dacht dat ik voorstond, hij dacht dat hij voorstond en was niet van plan om toe te geven. Uiteindelijk zei hij, met zijn irritante toontje, dat hij me dan maar mijn zin zou geven, als ik dan zo nodig voor moest staan.’ Kit staarde weer over het water, het speelterrein van zijn jeugd, prachtig, eindeloos, meedogenloos. ‘Daar was ik het natuurlijk niet mee eens. Ik moest en zou het meteen uitvechten. Eén laatste race, om de titel. Hij zei dat ik niet zo stom moest doen, maar ik bleef doordrammen, totdat… we allebei alleen nog maar wilden winnen, tegen elke prijs. Ik wist nog niet hoe hoog die prijs zou zijn.’
Hij slikte, overmand door herinneringen; het zoute water op zijn gezicht, het brandende gevoel in zijn armen en benen, het zoete moment van de overwinning, tot hij zich realiseerde dat er iets helemaal mis was.
‘Zijn astma?’
Kit knikte. ‘Een astma-aanval en die sukkel had er natuurlijk niet aan gedacht om zijn inhaler mee te nemen. Ik heb nog nooit van mijn leven zo hard geroeid, maar ik was niet snel genoeg. Ik heb hem naar de kant gebracht, een ambulance gebeld, maar… ik was te laat. Te laat om hem te redden, te laat om hem te vergeven.’
Hij bleef lang stil. ‘Dit was altijd waar ik wilde zijn. Ik was zo jaloers op Euan, dat hij hier was terwijl ik in ballingschap leefde.’
‘Waarom ben je dan niet teruggekomen, als je ouders dat willen?’
‘Hoe zou ik dat kunnen? Ik heb mijn broer vermoord, ik had hem net zo goed van een rots kunnen gooien. Ik wist dat zijn astma opspeelde, maar ik zag alleen maar mijn gekrenkte trots. Ik dwong hem tot een race, en hij stierf. Hoe kan ik hier wonen? Hoe kan ik hier ooit gelukkig zijn, als hij door mijn schuld hier begraven ligt?’
‘Ach, Kit.’ Ze sloeg haar armen om hem heen en hield hem stevig vast, haar lippen op zijn wang, op zijn kaak, op zijn nek. Ze fluisterde troostende woordjes. ‘Jij hoort hier thuis, maar je moet jezelf vergeven. Laat het los, vergeef jezelf. Zou Euan dat niet gewild hebben? Laat het los.’
Kit staarde over zee, Maddisons vuur verwarmde hem, bracht hem pijnlijk weer tot leven. Zou Euan dat niet gewild hebben? Was dat zo? Hij had geen idee.
Hij legde zijn handen op haar schouders, deed een stap naar achteren zodat hij haar gezicht kon zien, haar ogen, haar waarheid. ‘Waarom denk je dat?’
‘Denk ik wat? Dat drie jaar ballingschap, drie jaar schuld en vervreemding genoeg is? Want het is genoeg, Kit. Je hebt je broer niet vermoord. Hij speelde het spel mee, hij ging de strijd met jou aan. Wat er gebeurd is, is ontzettend triest, maar het is niet jouw schuld.’
Kit wilde dat wanhopig graag geloven, maar zijn gedachten gingen terug naar die donkere dag in december. Naar de pijn en woede in zijn vaders ogen, het verdriet van zijn moeder, het snikken van Bridget en versteende gezicht van Eleanor. De identieke blikken op hun gezichten toen hij de wachtkamer van het ziekenhuis binnenkwam. Die blikken hadden hem duidelijk laten weten dat zij wisten wie de schuldige was.
En dat vond hij zelf ook. Hij had de schuld op zich genomen en zijn hele leven erdoor laten beïnvloeden. Hij verdiende het.
Maddison legde een hand om zijn wang. ‘Wat wilde Euan van jou, al die tijd dat hij met Eleanor getrouwd was? Hij wilde dat jij hém zou vergeven. Hij wilde zijn broer terug. Wat zou hij zeggen als hij nu hier was?’
Om zich eroverheen te zetten. Maar zo gemakkelijk was het niet.
‘Jij bent niet de enige die hieronder lijdt.’ Haar woorden drongen tot hem door, het zorgvuldig opgebouwde schild brokkelde af. ‘Je ouders, je zusje. Ze missen je. Nu zijn ze twee zoons kwijtgeraakt, twee broers. Euan komt niet meer terug, maar jij bent er nog. Je kunt weer deel uitmaken van het gezin. Natuurlijk is dat pijnlijk. Elke keer dat jij een beslissing moet nemen die hij had moeten nemen, of een taak uitvoert die hij had moeten uitvoeren. Maar op die manier bewaar je ook de herinnering aan hem. En dat is iets wat je hem nu ontzegt.’
Kit staarde naar haar. Had ze gelijk? Was zijn besluit om weg te blijven, om de last van Euans dood alleen te dragen, egoïstisch? Een excuus om zijn verdriet te koesteren? Thuiskomen, weer deel uitmaken van het gezin, zou pijn doen, maar niet de doffe, constante pijn van de afgelopen drie jaar. Misschien was dat inderdaad de juiste manier om zijn broer te herdenken en in ere te houden.