Hoofdstuk 4

 

 

 

‘Ik heb alles klaargezet. Waar wil je dat ik begin?’ Hope zat op een trendy, maar erg ongemakkelijke hoge kruk met haar laptop voor zich op het werkblad. Ze voelde zich uit de toon in haar verfijnde felgele rok en gestippelde roomgele bloes te midden van het roestvrij staal en het matzwart van de kastjes en werkbladen.

Naast haar had ze Gaels laptop staan en allerlei backups plus een doos vol uitgeprinte foto’s. Hope had ’s ochtends de inhoud van de doos en een aantal bestanden bekeken. Daarna had ze de spreadsheets en database gemaakt die ze wilde gebruiken.

Gael wandelde de keuken in met nog een doos, die hij naast de andere zette. Wow. Nog meer foto’s.

‘Ik denk dat je het beste kunt beginnen met de oude blogberichten,’ zei hij. ‘Die zijn allemaal gearchiveerd.’ Hij schoof een USB-stick naar haar toe die Hope in de zijkant van haar laptop stopte.

‘Oké. Wat wil je? Namen natuurlijk, data – wat nog meer?’

‘Alle verwijzingen naar de onderwerpen in Expose. Als we daarmee klaar zijn, gaan we verder met de foto’s die ik of niet gebruikt heb, of die dateren van na het blog. Bij de meeste foto’s staat alle relevante informatie, maar doe alles wat onduidelijk is maar in een aparte map, dan loop ik daar aan het einde van elke dag samen met je doorheen.’

Snel maakte ze een notitie. ‘Gesnapt. Ik denk niet dat ik er veel tijd voor nodig zal hebben. Je hebt goede aantekeningen gemaakt en alle foto’s lijken voorzien van een naam…’

Toen ze aarzelde, keek hij op. Voor de eerste keer sinds ze gistermiddag uit het Empire State Building waren gekomen, keek hij haar recht aan. O, ze hadden samen tijd doorgebracht. Hij had koffie voor haar besteld, tips gegeven over de omgang met de aankomende schoonfamilie van haar zus, een lijst gemaakt van mogelijke trouwlocaties, maar hij was beleefd en efficiënt gebleven. Ze kende hem nog maar net, toch had die plotselinge afstandelijkheid haar eenzamer gemaakt dan ze zich in lange tijd had gevoeld.

‘Alles goed?’

‘Ja, alleen… Ik weet natuurlijk dat je fotograaf bent.’

‘Was,’ corrigeerde hij haar. ‘Vandaar de oeuvrecatalogus. Nu ben ik een armoedige onbekende kunstenaar.’

Hope keek naar de keuken vol dure apparaten en onderdrukte een lach. Er waren weinig tekenen van armoede in de studio. ‘Fotograaf wás. En je deed veel society-foto’s en modetijdschriften en zo…’

‘Ja?’

‘Hoe zit het met dat blog? Om goed te catalogiseren, moet ik weten waar ik mee te maken heb.’ Op de een of andere manier had Brenda dat niet duidelijk kunnen maken in al haar opgewonden e-mails, waarin ze Hope vooral wees op het belang van deze opdracht.

Gael leunde dicht naast haar tegen het werkblad. Hij was casual gekleed in een donkerblauwe spijkerbroek en een wijd linnen overhemd met korte mouwen. Hope kon duidelijk de spieren in zijn armen zien, en de donkere haartjes op zijn olijfkleurige huid.

‘Expose was een blog dat ik op het gymnasium begon. Zoals de naam al zegt, wilde ik mensen aan de kaak stellen. De mensen bij wie ik op school zat, om precies te zijn. Mijn foto’s legden de misstappen van de New Yorkse rijkeluisjeugd vast. Ik begaf me op de rand van laster.’ Een uitdagend lachje krulde zijn lippen. ‘Tenslotte was er geen bewijs dat de zoon van de senator dat lijntje echt zou gaan snuiven, of dat het stel op de tafel werkelijk seks zou hebben, maar het werd gesuggereerd.’ Zijn lach verbreedde. ‘En over het algemeen was het waar.’

Hope dacht aan de honderden zwart-wit foto’s die ze vandaag had bekeken. De aantrekkelijke, zelfbewuste gezichten die zonder angst de wereld inkeken. Hoe zou het zijn om zoveel zelfvertrouwen te hebben? ‘En ze lieten je gewoon een foto maken, ook al misdroegen ze zich?’ Ze vervloekte zichzelf om haar woordkeus. Misdroegen! Ze leek wel een verzuurde oude vrijster.

Hij lachte kort en bitter. ‘Ze merkten het niet eens. Ik was op school onzichtbaar, en dat was handig, want niemand vermoedde dat ik het was. Ze zagen me simpelweg niet.’

Hoe was dat mogelijk? Op zijn zestiende of zeventiende moest hij toch al een lange, indrukwekkende verschijning zijn geweest, iemand die alleen al met zijn aanwezigheid heel de ruimte vulde?

‘Tegen de tijd dat ik als de fotograaf werd onthuld, was het blog al razend populair. Onderwerp van het blog? Succes verzekerd op social media. De kranten en roddelbladen begonnen zich te interesseren voor de jeugd in Upper East Side – dankzij mij. In plaats van een paria te worden zoals ik had verwacht, gebeurde het tegenovergestelde. Dat was het einde van Expose, natuurlijk. Het sukkelde nog een tijdje door, maar het verloor zijn waarde toen mensen hun best gingen doen om erin te komen. Ik werd een society-fotograaf, zoals je al zei, portretten, mode, grote evenementen; lucratief, maar geestdodend.’

‘Waarom was je met het blog begonnen? Waarom nam je het risico om gepakt te worden?’

Gael rechtte zijn rug en keek Hope met zijn grijsblauwe ogen strak aan, alsof hij al haar geheime gedachten en verlangens kon zien. Als het oog van zijn camera net zo scherp was als zijn blik, was het geen wonder dat hij zo’n succes had gehad. Ze slikte en keek uitdagend terug, hem observerend alsof zij de schilder was en niet hij. Maar dat had ze al eerder gedaan voor zover ze had gedurfd. Ze wist al dat zijn haar kort was maar het begin van wilde, ongetemde krullen vertoonde, dat zijn ogen in het donker opvallend grijsblauw waren, dat zijn gezicht expressief was. Ze wist al dat hij naar een meisje kon kijken alsof hij er binnenin kon zien. Meer wilde ze niet weten.

‘Omdat het kon. Zoals ik al zei, ik was onzichtbaar. Op de school waar ik zat, telden alleen je naam, je contacten en je vermogen. Ik had geen van die dingen, dus was ik niets.’ Zijn mond werd strak. ‘De arrogantie van de jeugd. Ik wilde de wereld laten zien hoe treurig en oppervlakkig de aristocratie van New York was. Het had een volkomen averechts effect. De wereld zag het en hield nog meer van ze. Alleen maakte ik er nu tegen wil en dank deel van uit. Nog steeds, denk ik. Maar ja, dan komen ze in ieder geval naar de tentoonstelling. Laten we hopen dat de schilderijen net zo succesvol zijn als de foto’s.’

‘Waarom ben je iets anders gaan doen?’

‘Geld en roem hebben zijn voordelen,’ gaf hij toe. ‘De studio, de uitnodigingen, de feestjes, het geld…’

De vrouwen. Hij hoefde het niet te zeggen; de woorden hingen in de klamme, warme New Yorkse zomerlucht. Ze had zijn foto’s gezien en ook die waar hij zelf op stond – met rijke erfgenames, actrices, It-Girls, modellen. Hope deed zelfs geen moeite om een spottend lachje te verbergen. ‘Wat moeilijk moet je het hebben gehad.’

‘Dat beweer ik ook niet, maar het was niet de manier waarop ik wilde leven.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Mijn plan was altijd om naar de kunstacademie te gaan en te gaan schilderen. Maar ik was op een zijspoor beland.’

‘Dus dit gaat over het vervolgen van je eigen weg?’

‘De oeuvrecatalogus is een afscheid van die periode in mijn leven, netjes en overzichtelijk in een A4-gebonden boek voorzien van geestige bijschriften. Genoeg hierover, de lunch was een beetje magertjes, dus ik ga ijs halen. Wat wil je?’

‘O.’ In verwarring gebracht, keek ze op. ‘Maakt niet uit.’

Hij staarde met een ongelovige blik terug. ‘Natuurlijk wel. Stel dat ik karamel voor je meeneem, maar je wilde eigenlijk citroen? Dat zijn compleet andere smaken.’

‘Thuis namen we meestal cookie dough. Dat vindt Faith het lekkerst.’ Hopes hoofd was helemaal leeg. Waarom kon ze nou niet bedenken welke smaak ze wilde?

‘Oké, als ik voor Faith ijs koop, weet ik wat ik moet halen. Maar wat wil jij?’

‘Nee, echt, doe maar hetzelfde als jij.’ Ze wilde deze aandacht niet, dit aandringen op een besluit, want ze wist wat een domme indruk ze maakte. De waarheid was dat ze zo lang Faiths zin had gedaan, dat ze niet meer goed wist waar haar zus eindigde en zij begon. ‘Dank je wel.’

Gael beantwoordde haar lach niet. In plaats daarvan observeerde hij haar met een harde blik die haar leek uit te kleden. Toen draaide hij zich om en vertrok, Hope achterlatend met het vreemde gevoel alsof ze gezakt was voor een of andere test.

 

‘Nog meer? Ik geloof niet dat je de dubbele chocolade met pinda en popcorn hebt geprobeerd.’

Kreunend legde Hope de lepel neer. ‘Nee, niet meer, ik kan geen ijs meer zien.’ Ze keek naar de open bakjes, het een iets minder vol dan het andere. ‘En zelfs nu ik deze allemaal geprobeerd heb, weet ik niet welke smaak ik het lekkerst vind.’

‘Mint met chocola,’ zei Gael. ‘Dat bakje is bijna leeg. Indrukwekkende vaardigheden op het gebied van ijs verorberen, Miss McKenzie.’

‘Als ik ooit een referentie nodig heb, zal ik jou bellen.’

Gael deed de dekseltjes terug op de bakjes en stapelde ze netjes op elkaar voor hij ze naar de vriezer bracht. Ze had niet geweten wat te zeggen toen hij terug was gekomen met niet één of twee, maar tien verschillende smaken ijs.

‘Jij wilde niet kiezen,’ had hij ter verklaring gezegd toen hij de bakjes in een rij voor haar neerzette.

Ze voelde vanbinnen een bubbel van geluk opzwellen. Niemand was ooit zo attent voor haar geweest. Misschien kon ze het, werken voor deze man en voor hem poseren, want er waren momenten dat ze hem aardig begon te vinden.

De foto’s op het computerscherm voor haar werden wazig. ‘Ik heb slaap gekregen van al dat eten.’

‘Dan is het maar goed dat je dadelijk frisse lucht krijgt. Met jouw schema is er geen tijd om lui te zijn.’

‘Frisse lucht?’

‘Central Park. Ik heb gisteren een paar mensen gesproken en misschien hebben ze ruimte voor je zus.’

Central Park! Natuurlijk. Een van de weinige attracties in New York waar ze wel was geweest. Met één hand op haar volle buik gleed Hope gehoorzaam van haar kruk. Ze kon zich niet herinneren wanneer ze voor de laatste keer zoveel gegeten had. En ook niet wanneer ze dat voor het laatst onbekommerd had gedaan, zonder het idee te hebben een voorbeeld te moeten geven.

Central Park lag op nog geen tien minuten lopen van Gaels studio. Hope had urenlang in het grote stadspark doorgebracht, maar het voelde heel anders om er met Gael te wandelen. Hij was hier blijkbaar goed bekend, want hij bracht haar rechtstreeks naar een aantal mogelijke trouwlocaties.

‘Wat denk je?’ vroeg hij toen ze bij het meer kwamen. ‘Is dit romantisch genoeg of heb je liever de Conservatory Garden?’

‘De tuin is prachtig,’ zei ze. ‘Alleen jammer dat de bloemenboog al is volgeboekt. Die zou Faith geweldig hebben gevonden. Maar ze zal blij moeten zijn als we überhaupt iets kunnen vinden op zo’n korte termijn.’

‘Waarom moet het zo snel? Heeft het met geloof te maken? Wil je zus daarom nu al trouwen, zes weken nadat ze Hunter heeft ontmoet? En waarom ben jij nog maagd? Wacht je tot het huwelijk? Op de ware liefde?’

Ze hoorde de spot in zijn laatste zin. De kleine bubbel van geluk die was gebleven sinds hij al dat ijs voor haar had meegenomen, spatte met een korte, scherpe prik uiteen. Hij vond haar raar, een grappige curiositeit. ‘Ik geloof niet dat het jou iets aangaat.’

‘Hope, morgen, of overmorgen of overovermorgen, als ik denk dat je er klaar voor bent, dat je het aankunt, ga je poseren voor een schilderij dat seks moet symboliseren. Daarvoor moet ik de keuzes begrijpen die je hebt gemaakt. Ik ga geen oordeel vellen, maar ik moet het begrijpen.’

Hope keek over het meer naar een stel in een boot dat elkaar kuste alsof ze elkaar wilden opeten. Haar buik verkrampte. ‘Serieus? Is het zo ongelofelijk dat een zevenentwintigjarige vrouw nog geen seks heeft gehad? Moet er een of andere reden voor zijn?’

‘In deze tijd, met jouw uiterlijk? Je moet toegeven dat het bijzonder is.’

Zijn onbevangen woorden maakten haar helemaal blij. Met jouw uiterlijk. Soms was het moeilijk om zich een tijd te herinneren waarin ze zich nog aantrekkelijk en barstensvol levenslust had gevoeld, een tijd waarin ze vol zelfvertrouwen in haar superkorte broekjes en strakke topjes had gelopen zoals alleen een jong meisje kon doen.

‘Het is heus niet zo dat ik heb gewacht op mijn ridder op het witte paard.’ Daar geloofde ze niet eens in. ‘Het is gewoon zo gelopen.’ Hope wendde met moeite haar blik af van het zoenende paartje. Voor de eerste keer sinds heel lange tijd stond ze zich toe naar iemand te verlangen en wilde ze dat zij het was in de boot. Om zich van niemand bewust te zijn, alleen van de zon op haar rug, het zacht kabbelende water, zijn geur, zijn kus, haar strelende handen over zijn rug, hoewel ze geen idee had wie ‘hij’ was.

‘Zoals ik je vertelde, heb ik voor Faith gezorgd na de dood van onze ouders. Mijn tante bood hulp aan; ze had kinderen van Faiths leeftijd en had haar met liefde in huis genomen. Maar ik wilde dat ze in ons huis opgroeide en bij haar vriendinnetjes op school bleef.’ Ze kneep haar handen samen. Het klonk zo logisch als ze het vertelde, maar in die tijd was haar besluit voortgekomen uit heel veel emotie, bitter verdriet en een wanhopig schuldgevoel.

‘Dus je zette daar alles voor opzij?’ Hij zei het ongelovig.

Ze kon het hem niet kwalijk nemen; zo in het kort verteld, klonk het ook idioot. Maar ze had geen keus gehad. Niet dat ze hem dat zou gaan vertellen, dat zij de schuld had van alles. Ze had voor Faith moeten zorgen. Zonder haar zou Faith haar ouders nog hebben.

Ze slikte, het aloude schuldgevoel smaakte bitter. ‘Dat vond ik niet erg. Het betekende wel dat mijn leven heel anders werd dan dat van mijn vriendinnen – zij maakten zich druk om vriendjes en examens en uitgaan, en ik hield me bezig met het betalen van rekeningen en de zorg voor een kind. Het was niet verwonderlijk dat we uit elkaar groeiden. Mijn vriend ging een paar weken na de begrafenis naar de universiteit, en ik wist dat het beter was om de relatie te beëindigen, dat ik lange tijd niet in staat zou zijn om iemand anders op de eerste plaats te zetten.’ Het had het meest logische geleken om te doen, toch had ze gehoopt dat hij voor haar zou vechten, een beetje maar.

Hij was zonder iets te zeggen weggegaan. Over een paar weken zou hij gaan trouwen. Zijn leven ging naadloos over van opstandige puber naar pretentieuze student naar een man met verantwoordelijkheden, precies zoals het hoorde te gaan. Zoals haar leven voorbij had moeten zijn.

Gael liet het niet los. ‘Begrijp ik het goed dat je nooit uitging? Sinds je achttiende ben je single gebleven?’

Hoe moest ze het uitleggen? Het klonk allemaal zo triest en troosteloos – en dat was het in veel opzichten ook geweest. Die eerste paar jaar dat ze zo weinig had verdiend, de lange avonden thuis als Faith sliep en zij bezig was met haar studie aan de Open Universiteit, de steeds grotere kloof tussen haar en haar schoolvriendinnen, totdat ze zich had gerealiseerd dat ze niemand meer had om in vertrouwen te nemen. Te jong voor de moeders op het schoolplein en de andere secretaresses op het advocatenkantoor, geen aansluiting met de weinige meisjes van haar leeftijd die ze af en toe sprak.

En dan was er het gebrek aan geld of tijd om aan haar uiterlijk te besteden en het langzame besef dat ze elk gevoel voor stijl had verloren. Maar er stonden andere dingen tegenover – het zien hoe Faith schitterde in het toneelstuk op school, samen schaatsen op het ijs in Somerset House, de logeerpartijtjes en pizzafeestjes die ze organiseerde voor haar en haar vriendinnetjes, haar zusje zien stralen van blijdschap. Dat was toch elke opoffering waard geweest?

‘Ik ging wel uit, soms. Maar ik wilde het nooit laat maken, ook niet toen Faith ouder werd. En dus liepen de weinige relaties die ik had nergens op uit. Het is allemaal niet zo erg.’

‘Oké.’

Maar ze hoorde zijn scepsis. Ze nam het hem niet kwalijk, want hoe kon ze hem voor de gek houden als ze vergeten was hoe ze zichzelf voor de gek moest houden?

‘Kom,’ zei hij. Hij pakte haar resoluut bij de arm en sloeg linksaf een pad in. In zijn ogen stond een schittering die ze instinctief wantrouwde maar waar ze ook naar verlangde.

‘Waar gaan we heen?’

Voor een rood met gele carrousel bleef hij staan. Grinnikend keek hij haar aan. ‘Wanneer heb je voor het laatst in een draaimolen gezeten, Hope?’

Was hij gek geworden? Ze keek naar de grote carrousel die ronddraaide op de muziek van een statige polka, naar de houten paarden met open monden en de hoofden extatisch in de lucht, de wapperende geverfde manen. Het leek alsof ze terug in de tijd ging.

‘Dat weet ik niet meer,’ zei ze, en dat klopte. Ze wist niet meer de precieze datum, maar wel dat het nog voor Faiths geboorte was. Voordat ze had besloten zich te onttrekken aan het gezinsleven. Ze herinnerde zich levendig hoe ze naast een draaimolen in het park had gestaan terwijl haar ouders met haar lachende babyzusje erin zaten. Ze had geweigerd in te stappen en had gezegd dat ze het te kinderachtig vond. Maar daar aan de kant had ze zich buitengesloten en onbemind gevoeld, hen gehaat omdat ze naar haar hadden geluisterd in plaats van haar te dwingen in te stappen.

‘Van nu af aan zul je die vraag altijd kunnen beantwoorden. De achttiende augustus, kun je zelfverzekerd zeggen, in New York, om…’ Hij keek op zijn polshorloge. ‘…tien over halfdrie.’

‘Nee, ik kan zeggen dat op achttien augustus een gek mij probeerde over te halen in de draaimolen te gaan zitten en dat ik wegliep.’ Ze draaide zich om met de bedoeling weg te gaan, maar ze werd tegengehouden door een hand die zachtjes haar pols vastpakte. Boos keek ze Gael aan. ‘Wat, ga je me dwingen?’

‘Nee, natuurlijk niet.’ Hij klonk verbijsterd.

Logisch, ze gedroeg zich als een idioot. Maar ze zag ze nog steeds voor zich, de twee veertigers met hun kleine lieveling in hun armen, terwijl hun oudste kind vergeten bij de uitgang stond.

Maar ze was niet vergeten. Ze hadden elk rondje bij het langskomen gezwaaid, elk rondje. Ook al had zij niet één keer teruggezwaaid. Hope slikte de plotselinge brok in haar keel weg. Waarom had ze niet gezwaaid?

Gael boog zich naar haar toe, zijn vingers had hij nog steeds losjes om haar pols. Ze voelde elke zenuw waar zijn adem heel licht haar hals raakte en werd zich met een schok bewust van zijn nabijheid.

‘Lijkt het je niet leuk?’

Misschien, misschien ook niet. ‘Ik zal er belachelijk uitzien.’

‘O, ja? Zij ook? Kijk dan, Hope.’

Ze sloeg haar ogen op. Haar huid tintelde nog van zijn adem, en ze voelde een sterke drang zich tegen hem aan te vlijen. Hou op, zei ze boos tegen zichzelf. Hoelang ken je hem nou? Twee dagen? En hij heeft je al overgehaald om naakt te poseren, je hebt je carrière in zijn mooie handen gelegd en hij probeert je belachelijk te maken. Je hoeft hem niet te helpen door tegen hem aan te zwijmelen.

Maar hij was zo dichtbij dat ze zijn geur rook, een vage lucht van lijnzaad en citrus, niet onplezierig maar wel apart. Hetzelfde had ze in zijn studio geroken. Een werkgeur. Hij ging onberispelijk gekleed in een lichtgrijze broek en wit linnen overhemd, maar de geur vertelde haar dat dit een man was die met zijn handen werkte, een fysiek ingesteld persoon. Het besef sidderde door haar heen en bruiste door haar aderen, maakte haar warm.

‘Hope?’

‘Ja, ik kijk.’ Ze loog niet. Het lukte haar om Gael O’Connors handen uit haar gedachten te duwen en zich op de mensen in de draaimolen te concentreren. Ze zag gezinnen, natuurlijk, en voelde een steek in haar hart; nooit leek de tijd het te verzachten.

Maar het waren niet alleen gezinnen die ze in de draaimolen zag. Er waren ook oudere kinderen die gilden van het lachen, pubers die lol hadden om hun kinderachtig gedrag, stelletjes, een grijze man die statig op zijn goudkleurige ros zat en glimlachte naar de grijze vrouw naast hem. ‘Nee,’ gaf ze toe. ‘Ze zien er niet belachelijk uit. Ze hebben plezier.’

‘Nou, dan.’

Voor ze antwoord kon geven of in de gaten had wat er gebeurde, stond ze bij de kassa waar Gael knisperende dollarbiljetten overhandigde.

‘Vooruit, kies er een,’ drong hij aan.

Gehoorzaam koos ze een sierlijk voskleurig paard met zwarte manen. Opgelaten trok ze haar rok recht en pakte ze de stang vast, terwijl Gael zijn been over het witte paard ernaast zwaaide. Hij leek zo ontspannen, alsof hij dit elke dag deed. Zijn ene hand lag losjes om de stang en in de andere hield hij een kleine camera vast die hij uit zijn broekzak had gehaald.

‘Lachen!’

‘Wat doe je?’

Hij trok een wenkbrauw op. ‘Ik beoefen mijn vak. Pas op, hij gaat bijna. Hou je vast!’

De orgelmuziek begon te spelen en de draaimolen zette zich in beweging, eerst langzaam, daarna steeds sneller. In het begin klemde Hope zich vast aan de stang, bang als ze was om te vallen in de duizelingwekkend ronddraaiende wereld. Maar geleidelijk wende ze aan het ritme en ontspande ze zich. Gael had gelijk, het was leuk. Sterker nog, het was heerlijk met de verkoelende wind op deze warme, plakkerige dag. Boven het orgel uit hoorde ze het gelach van de anderen. Ze waagde een blik naar Gael. Nonchalant leunde hij naar achteren, geheel in balans, als een cowboy die zijn lichaam onder controle had. Hij richtte zijn camera met vaste hand en bekeek de wereld door de lens terwijl hij de ene na de andere foto maakte.

Veel te snel minderde de draaimolen vaart. De paarden gingen van galop naar stap terwijl de muziek wegstierf. Beverig lachte ze naar Gael maar kon niet de woorden vinden om hem te bedanken. Heel even had ze zich vrij gevoeld. Niemands zus, niemands assistente, geen verwachtingen. Vrij.

‘Nog een keer?’

‘Nee, dank je, een keer is genoeg. Maar het was leuk. Je had gelijk.’

‘Als je dat de komende twee weken onthoudt, komt alles goed.’ Gael sprong gracieus van zijn paard. Hij stak zijn hand uit om Hope te helpen eraf te glijden zonder dat haar rok te ver omhoogschoof. ‘Kom, laten we iets gaan drinken bij de Tavern on the Green. Misschien vind je het iets voor de bruiloft.’

‘Goed idee.’ Verdikkeme, waarom had ze zelf niet aan die mogelijkheid gedacht? Het zou een schitterende locatie zijn.

Plotseling verlegen bleef ze staan, zoekend naar de juiste woorden voor de vraag die haar sinds hun gesprek bij het meer had beziggehouden. ‘Gael, wanneer ben ik er klaar voor? Om geschilderd te worden?’

Gael antwoordde niet meteen, maar staarde haar met die intense, zielsblootleggende blik aan die haar het gevoel gaf zich nergens achter te kunnen verbergen.

‘Als je begint te leven,’ zei hij, en hij draaide zich om en wandelde verder.

Hope staarde hem met open mond na. ‘Ik ben er klaar voor,’ wilde ze gillen. Of, ‘Dan zul je lang moeten wachten.’ Want de waarheid was, dat ze bang was. Bang voor wat er zou gebeuren, bang voor wie ze was, bang voor wat er vanbinnen losgemaakt zou worden als ze zich durfde te laten gaan.