SUPPLEMENT  Omringd door winnaars

 

Gert Jakobs fietst in de jaren tachtig en negentig in een wielerpeloton dat tal van grootheden bevat. Naast onder anderen Hennie Kuiper, Joop Zoetemelk, Jean-Paul van Poppel, Sean Kelly en Erik Breukink die al in de voorgaande hoofdstukken de revue zijn gepasseerd, volgen hier nog een aantal illustere namen uit dat tijdperk over wie De Meesterknecht zijn licht laat schijnen.

 

Greg LeMond LAKEWOOD (VST), 26 JUNI 1961

 

Kan zich een van de pioniers noemen van de mondialisering van het wielrennen. In 1986 wint de Amerikaan als eerste niet-Europeaan de Tour de France. In 1989 en ’90 volgen er nog twee eindzeges in La Grande Boucle. Greg LeMond wordt in 1983 tevens de eerste niet-Europese wereldkampioen. Ook in ’89 toont hij zich de sterkste op het WK.

Nadat hij in ’86 Bernard Hinault (tweede op 3 minuten en 10 seconden) van zijn zesde Tourzege heeft afgehouden, wordt LeMond in de winterpauze getroffen door een schot hagel tijdens een jacht met zijn zwager. Als gevolg daarvan levert LeMond twee jaar lang nauwelijks prestaties, tot hij in 1989 in een legendarisch, direct duel met Laurent Fignon in de afsluitende tijdrit opnieuw de eindoverwinning van de Tour opeist.

LeMond heeft zich in deze eeuw fel gekant tegen doping. Hij getuigt in het dopingproces tegen zijn landgenoot Floyd Landis en heeft ook zijn twijfels geuit over de zeven Tourzeges van Lance Armstrong.

Gert Jakobs: ‘LeMond was een openhartige persoonlijkheid. Maar hele gesprekken heb je met dat soort vedetten nooit. Sowieso doe je dat niet gauw met renners van andere ploegen. Er wordt in het peloton wel aardig wat afgebabbeld, maar dan zijn het meestal landgenoten onder elkaar. Ik vond LeMond een beetje een geblokte renner met een dikke kont. Stevige benen. Veel meer de bouw van een coureur die de Ronde van Vlaanderen moet winnen.’

‘Hij kon geweldig tijdrijden. In de tijdrit waarmee hij de Tour de France won, was ik er zelf bij. Hij reed toen voor ADR, qua renners geen hoog aangeschreven ploeg in de wielerwereld. Hersteld van dat jachtongeluk vond ik het wel fascinerend om te zien hoe hij de Tour won. LeMond had een goede Nederlandse knecht in Johan Lammerts en zijn ploegleider José De Cauwer hoefde je op het gebied van wielrennen niets te vertellen. Binnen die ploeg werd wel goed over bepaalde zaken nagedacht. Zoals over een tijdritfiets, tijdrithelm en ossenkopstuur. Dat had Fignon in 1989 allemaal niet. Hij dacht: Ik sta vijftig seconden voor, dat ga ik makkelijk redden. Maar in 24,5 kilometer, een tijdritje van niets, boog die Amerikaan zijn achterstand om in een voorsprong van acht seconden. Het was ook nog eens vals plat naar beneden, een parkoers waarop je normaal gesproken nergens winst kunt pakken. Heel erg knap van LeMond. Maar Fignon had niets aan aerodynamica gedaan.’

 

Laurent Fignon PARIJS (FRA), 12 AUGUSTUS 1960 OVERLEDEN: PARIJS, 31 AUGUSTUS 2010

 

Vanwege zijn bril krijgt hij al snel de bijnaam Le Professeur. De Parijzenaar wint in 1983 als debutant de Tour de France. Hij krijgt dat jaar het kopmanschap bij de Renault-ploeg van Cyrille Guimard in de schoot geworpen, omdat Bernard Hinault vanwege een blessure niet kan deelnemen. Maar een jaar later als de naar La Vie Claire overgestapte Hinault zich als zijn grootste rivaal opwerpt, is Laurent Fignon opnieuw de sterkste. En wel met een voorsprong van meer dan tien minuten. Vervolgens duurt het tot 1989 voordat de Fransman weer een grote ronde op zijn naam schrijft: de Giro d’Italia.

Na zijn actieve loopbaan, die hij in 1993 afsluit, houdt hij zich vooral bezig met het organiseren en becommentariëren van wielerwedstrijden. Zo geeft hij op de Franse televisie ook in 2010 nog zijn visie op de etappes van de Tour de France. De stem van Fignon is dan al zwaar aangetast door een tumor die op zijn stembanden drukt. Op 31 augustus, iets meer dan een maand na de Tourfinish in Parijs, overlijdt hij aan longkanker, waarmee hij ruim een jaar heeft geworsteld. Fignon ligt begraven op het beroemde kerkhof Père Lachaise in Parijs.

Gert Jakobs: ‘Hij was een stille man. Kwam in het peloton een beetje nors over. Maar als wij de hele dag op kop reden, fietste hij wel even langs met de duim omhoog. Fignon was geen echte patron. Hij had misschien niet de uitstraling, maar in zijn hart was hij wel een goede vent. Als ik in de Tour op bed lag en naar de tv keek, moesten die Fransen nog optreden in een soort talkshow om de rit te analyseren. Daar was de schrijvende pers dan ook bij. Maar na afloop bléven de media hem achtervolgen. Daar zou ik ook schijtziek van worden. Voor die historische tijdrit in 1989 was er een verplaatsing met de trein. We liepen naar het station en onderweg waren de journalisten weer eens strontvervelend. Ze bleven hem maar lastigvallen. Toen heeft hij er één een mep gegeven. Vervolgens is hij in de media afgeschilderd als een vervelend mannetje dat nooit openstond voor interviews.’

 

Miguel Indurain VILLAVA (SPA), 16 JULI 1964

 

In de jaren tachtig fungeert de Spanjaard vooral als meesterknecht van klimmer en landgenoot Pedro Delgado. Dan is al duidelijk dat hij ook een goede tijdrit kan rijden, maar op die discipline legt Miguel Indurain het in eerste instantie nog af tegen onder anderen Erik Breukink. In 1991 verovert Indurain zijn eerste eindzege in de Tour de France door zich twee keer de beste te tonen in de race tegen klok en in de aanval te gaan in de Pyreneeën. Er volgen nog vier triomfen in ’s werelds grootste wielercircus. Daarmee treedt hij op dat moment in de voetsporen van de Fransen Jacques Anquetil en Bernard Hinault en de Belg Eddy Merckx. Indurain wint opvallend genoeg nooit de Vuelta in eigen land. In 1995 wordt hij wereldkampioen tijdrijden.

Gert Jakobs: ‘Ook een rustige jongen. Maar wel iemand van wie de klasse afstraalde als hij op de fiets zat. Imponerende wielrenner. Er kwam echt wat aan als hij naar je toereed. Dan leek het wel of hij op een brommer zat. Indurain keek altijd zo stoïcijns en strak voor zich uit. En ik vraag me af of die man weleens heeft gezweet. Bij anderen parelde het zweet altijd langs de gezichten, maar bij hem zag je dat nooit. Op het moment dat hij de toverstok van Delgado overnam, was hij niet meer te houden.’

‘Je kon geen contact met hem krijgen. Ik heb nooit een praatje met hem gemaakt. Onderweg deed ik dat sowieso niet. Want als je met Jean-Paul van Poppel en Erik Breu-kink rondrijdt, kun je het je niet permitteren om fouten te maken. Als je kopman op de grond ligt te spartelen omdat jij door onoplettendheid bent gevallen, ben je verkeerd bezig. Renners die regelmatig vallen, babbelen vaak te veel.’

 

Claudio Chiappucci UBOLDO (ITA), 28 FEBRUARI 1963

 

Zijn bijnaam Il Diavolo (de duivel) zegt wel iets over z’n aanvallende stijl van rijden. Zijn vader vocht samen met Fausto Coppi in de Tweede Wereldoorlog in Ethiopië. De verhalen daarover wekken mede zijn belangstelling voor de wielersport. In 1990 toont Claudio Chiappucci voor het eerst zijn talenten in de Tour de France. Dan vormt de Italiaan samen met Frans Maassen, Steve Bauer en Ronan Pensec al in de eerste etappe een kopgroep die met tien minuten voorsprong over de finish komt. Daardoor rijdt de Italiaan dagenlang in de gele trui, die hij uiteindelijk dankzij een mindere tijdrit aan Greg LeMond moet afstaan. Chiappucci houdt nog wel Erik Breukink achter zich in het algemeen klassement en wordt tweede. In 1992 rijdt hij in een zware bergetappe in de Tour 125 kilometer alleen op kop. Zijn overwinning in het Italiaanse Sestrière die dag is heroïsch. Net als het seizoen ervoor verdient Chiappucci dat jaar de bergtrui in de Tour. In 1991 is hij de sterkste in de klassieker Milaan-San Remo.

Gert Jakobs: ‘Gedrongen ventje, met ballonkuiten, wel heel gesoigneerd altijd. Guitig mannetje. Hij was niet echt een klassementswinnaar, maar wel een goede subtopper bergop. Ook een Stille Willie in het peloton.’

 

Mario Cipollini LUCCA (ITA), 22 MAART 1967

 

Behaalt 189 overwinningen als professional, vooral vanwege zijn buitengewone sprinterskwaliteiten. In de Giro d’Italia toont hij zijn suprematie met liefst 42 ritzeges, in de Ronde van Frankrijk is hij twaalf keer de snelste in een etappe. In de Tour maakt hij er een gewoonte van om met een aantal zeges op zak ver voor Parijs af te stappen. Daarom mag hij tussen 2000 en 2003 niet deelnemen aan dat wielerspektakel. In 2002 eist Mario Cipollini in het Belgische Zolder wel de wereldtitel op en wint hij Milaan-San Remo. De flamboyante sprinter valt vaak op door een wielertenue met schreeuwende kleuren.

Gert Jakobs: ‘Ik heb Mario vooral in zijn begintijd meegemaakt. Toen was het nog niet zo’n showmannetje. Iedereen wist al wel dat hij geweldig kon sprinten, maar hij had niet altijd de goede gangmakers. Wij bekeken ’s avonds nog weleens de beelden en dan zag je dat hij op tweehonderd meter van de eindstreep een geweldige achterstand goedmaakte. Maar uiteindelijk natuurlijk net tekortkwam op Van Poppel. Eigenlijk was hij dus rapper dan Jean-Paul. Maar hij deed misschien ook niet zijn best om voor de finish in de goede positie te komen. Als je die informatie hebt, weet je dat je een renner achter Van Poppel moet houden die nog even een kwakkie naar links en naar rechts uitdeelt om Cipollini van je af te houden. Het komt in de finale allemaal op details aan. Tijd om na te denken heb je niet. Het gaat maar om een beperkt aantal seconden in de laatste honderd meter.’

‘Ik kende Mario eigenlijk heel oppervlakkig. Maar in 2002 kwam ik hem tegen in Groningen toen ik voor de start van de Giro met een paar business-bobo’s, de top van ING Groningen, op pad moest. Cipollini stapte vlak voor ons uit een auto op de Grote Markt en ik liep daar dus met een stel van die types in driedelig pak. Desondanks kwam hij op me af, gaf me een hand en zei nog iets van: “Jakos”. Voor mij natuurlijk interessant ten opzichte van die stoethaspels. Wel een sympathieke charmeur dus. Zeker geen showman met een dikke nek. Al zijn ploegmaten gingen altijd met hem mee, hij hield zijn team steeds bij elkaar. Dat zegt wel wat.’

 

Peter Winnen YSSELSTEYN, 5 SEPTEMBER 1957

 

Na een goede prestatie als amateur in de Vredeskoers baart de Limburger opzien bij zijn debuut in de Tour de France van 1981. Peter Winnen wint de rit naar Alpe d’Huez, de witte trui voor het jongerenklassement en wordt vijfde in de eindrangschikking. In ’83 toont hij zich opnieuw de sterkste op de flanken van De Nederlandse Berg. Dat jaar stapt hij in Parijs zelfs het podium op als nummer drie van het eindklassement. Bronchitis en privéproblemen staan een betere prestatie in de weg. Nadat hij in 1991 is gestopt, gaat Winnen boeken en columns schrijven voor kranten en tijdschriften.

Gert Jakobs: ‘Ik trok heel veel met hem op. Peter is ook nog op mijn bruiloft geweest. Hij was een filosoof op de fiets. Die criteriums met al die joelende mensen vond hij maar niets. Met hem kon je een diepzinnig gesprek voeren. Hij was altijd uitermate correct, heel plezierig in de omgang en rustig. Door zijn bouw had hij goede klimcapaciteiten. Ik woog 79, tachtig kilo, hij misschien zestig, 65. Peter reed geen goede tijdrit, dus kon hij nooit een grote ronde winnen.’

 

Steven Rooks OTERLEEK, 7 AUGUSTUS 1960

 

Na aanvankelijk te dreigen mislukken als profwielrenner grijpt Steven Rooks de laatste strohalm in 1983 door Luik-Bastenaken-Luik op zijn naam te schrijven. Hij rijdt dan voor SEM-France Loire, maar kan het jaar erna aan de slag bij het Panasonic van Peter Post. In het shirt van PDM levert hij onder ploegleider Jan Gisbers zijn grootste prestaties. In 1987 verovert hij in de Tour de France de bolletjestrui als beste klimmer. In 1988 komt de Noord-Hollander net iets tekort om Pedro Delgado van de eindzege in de Ronde van Frankrijk af te houden, maar wordt wel tweede en wint de etappe naar Alpe d’Huez.

Gert Jakobs: ‘Had ik weinig contact mee. Steven zei ook nooit zo veel. Mannen als hij waren heel erg gefocust op de wedstrijden. Wanneer Steven weer als een duivel had gereden, hoorde je hem op de tv zo zeurderig praten, was hij ziek geweest of verkouden. Maar in werkelijkheid hoefde er niet zo veel aan de hand te zijn. Zat fantastisch op de fiets.’

‘De Rooks van toen en nu is een verschil van dag en nacht. Hij kan zich overal beter bewegen, zichzelf goed presenteren. Vroeger liep hij weg voor een camera, was alleen met zijn ding in de slag. Ik denk dat dit soort mensen altijd bezig was met het loeren op kansen in bepaalde etappes. Hij was ook een slimme renner. Steven bevond zich altijd in een goede positie. Hij verloor nooit veel tijd door een valpartij. Rooks kon uitstekend zijn weg vinden in het peloton, waar Erik Breukink weer niet goed in was. Hij had heel pezige spieren. Als je hem vergeleek met die Spaanse punaisewippers, die óók allemaal goed bergop konden, was hij lang, maar altijd super afgetraind.’

 

Dirk De Wolf AALST (BEL), 16 JANUARI 1961

en

Rudy Dhaenens DEINZE (BEL), 10 APRIL 1961 OVERLEDEN: AALST (BEL), 6 APRIL 1998

 

De twee Belgen zijn samen in dienst bij PDM van ploegleider Jan Gisbers, als ze in 1990 in het Japanse Utsunomiya na een lange ontsnapping met zijn tweeën overblijven om te duelleren om de wereldtitel. Daarvóór zijn ze in de laatste klim bijna naar boven gesprint. Beiden gaan juichend over de finish. Maar Dhaenens, gespecialiseerd in eendaagse wedstrijden, mag zich laten huldigen in de regenboogtrui. Hoewel De Wolf die dag talrijke keren heeft getoond over ijzersterke benen te beschikken. Zelfs een valpartij krijgt hem niet klein. Gisbers onthult decennia later in een Belgische tv-special dat Dhaenens hem na de finish had ingefluisterd: ‘Ik heb het met Dirk geregeld.’ Hetgeen inhoudt dat zijn landgenoot van hem kennelijk een behoorlijke zak geld tegemoet kon zien. En toenmalig bondscoach van de Belgen Eddy Merckx in dezelfde uitzending: ‘Alleen een financieel akkoord kan Dhaenens wereldkampioen hebben gemaakt. Anders denk ik niet dat De Wolf die dag te kloppen was.’ Ook de Franse medevluchter Martial Gayant krijgt achteraf een envelop voor bewezen diensten en passiviteit in de laatste kilometers.

Na dat gedenkwaardige WK gaat Dhaenens zijn mondiale titel te gelde maken door overal op te treden waar hij wordt gevraagd. Vandaar dat hij in dienst van Peter Post in 1991 en ’92 alleen nog een criterium in Eeklo wint. Op 5 april 1998 raakt Dhaenens op weg naar de Ronde van Vlaanderen, waar hij voor Eurosport het commentaar zou verzorgen, betrokken bij een zwaar auto-ongeluk. De volgende dag overlijdt hij in het ziekenhuis van Aalst. Dirk de Wolf wint in 1992 nog Luik-Bastenaken-Luik.

Gert Jakobs: ‘Jan Gisbers heeft ze klaargestoomd voor de wereldtitel. Hun bondscoach van toen, Eddy Merckx, begeleidde ze alleen kort voor het WK. Ze moesten van Gisbers op een aparte manier trainen en wennen aan het tijdsverschil. Jan had soms heel bijzondere methodes. Ik waste me bijvoorbeeld ’s ochtends altijd op het balkon met een koude bak water die een hele nacht buiten had gestaan. Kwam van Gisbers. Toen Breukink dat zag, dacht hij dat ik gestoord was. Maar warm water van een douche trekt juist het bloed uit de spieren, koud water stimuleert de bloedsomloop.’

‘Als Dirk een wolvendag had was hij niet te stoppen. Abnormaal. Maar het klassement was niet aan hem besteed. Er zal zeker gesproken zijn in die WK-finale van 1990. Dan praat je over tonnen. Het gaat altijd om geld, want met de wereldtitel op zak kon je in het criterium van Aalsmeer al 25 duizend gulden startgeld opstrijken. En als je er zo tien hebt… Hoe zij dat precies hebben afgesproken, weet ik niet. Dhaenens liep allerlei party’s af en trainde te weinig. De Wolf had het prima gedaan. Die twee konden heel goed met elkaar overweg. Dhaenens was een gezellige man, maar ook met Dirk kon je je slap lachen. Hij was altijd kletsnat van het zweet omdat hij zich zo druk maakte. Altijd druk gesticulerend.’

‘Gingen we in de PDM-tijd testen doen bij ploegarts Rob Pluijmers. Een goede profrenner trapt vierhonderd tot 450 watt. Moet je een paar minuten volhouden. Dhaenens kwam na een fantastisch voorjaar nog niet aan 350 watt. Dat doet een rennertje van vijftien jaar! Het interesseerde hem geen reet. Hij vond het allemaal flauwekul op zo’n fiets met een zuurstofmasker en een klem op de neus. Hij dacht in zijn goede tijd: Ik train zes uur per dag en dat is veel belangrijker.