1917

1 januari, maandag. Nieuwjaarsdag, 4de oorlogsjaar. Wij beginnen het met de goede hoop dat wij in dit jaar de vrede zullen bekomen, maar wij betwijfelen of het juist die vrede zal zijn die wij begeren. God geve het! Moed en vertrouwen!

In de mis zijn 45 mensen aanwezig. 15 communies. Het is buitengewoon warm zodat ik naar Dikkebus trek met de kapotjas op de arm.

Deze nacht is er veel lawaai in de straten, en er wordt helaas overvloedig gedronken. In de ochtend ontmoet ik 2 Belgische soldaten met een burger tussen hen in, die de straat meten en voorzeker in de nacht weinig dorst zullen hebben geleden. Tijdens deze kerst- en nieuwjaarsdagen schieten de Belgen bijzonder goed op met de Engelsen. Het is immers zo zoet te drinken op de gezondheid van de Engelsman, en nu de Engelsen zo mild zijn. Daar weet men gebruik van te maken. Toch zijn de betrekkingen tussen Belgen en Engelsen sedert geruime tijd goed en bij de batterijen zelfs uitstekend. De Belgen krijgen elk een pakje van de koningin ter waarde van 1,20 fr.

2 januari, dinsdag. In de morgen berecht ik Julie Gombeir bij de Hert. Vervolgens ga ik naar de dorpsplaats. Ik merk dat er nog meer hout van de huizen is weggehaald. De meisjesschool van zuster Placide ligt ingestort. Op het eerste gezicht dacht ik dat het gebouw beschoten was. Maar dichtbij gekomen zag ik dat er zeer weinig pannen gebroken waren, hetgeen bij een beschieting onmogelijk geweest zou zijn. Ik kon ten volle vaststellen dat het gebouw opengescheurd was door de druk van de zakjes aarde die in het gebouw lagen tussen de muren en de ijzeren boogplaten die de bunker vormden. Reeds meermaals voordien had ik gemerkt hoe de muren onder de druk begaven en dreigden in te storten. Ik merk nieuwe obusputten in de weide voor de pastorie. Ik ga naar het Engels kerkhof en zie dat er nog voortdurend nieuwe begrafenissen gedaan worden. Een granaat is te midden van de graven gevallen. Ik zie ook dat de tweewoonst van Doise-Capoen en de driewoonst van Swyngedauw in de Vlamertingestraat en de Cavete ingestort liggen en reeds ten dele weggevoerd zijn. Alle houtwerk werd eerst afgetrokken en dan stortte het overige in.

Van het hele Hemelrijk zie ik enkel nog het Kasteelhof en de herberg van Tahon, die beide ook op invallen staan. De Café Belge is ook verdwenen.

De vrouw van de burgemeester verblijft nog voortdurend op haar hoeve. In augustus werden nagenoeg al haar dieren gedood of gewond. Nu heeft zij nieuwe gekocht en heeft reeds 17 koebeesten, grote en kleine, benevens een aantal varkens. Zij mag in haar huis niet meer wonen van de Engelse officieren maar woont in haar stal. De burgemeester slaapt bij Marcel Coene, maar gaat bij dag naar de hofstee. Het gevaar blijft er toch groot, en weinigen geven haar gelijk. Alle 14 dagen doet de Belgische aalmoezenier daar mis op de zolder voor zijn batterijen. Enkele buren gaan ernaartoe. De Belgische soldaten van de batterijen doen het zeer goed met Lucie en weten haar veel dank voor haar medelijden en goedheid. Aan de loskaai van Dalle ligt buitengewoon veel hout en ander gereedschap voor loopgraven, versterkingen en wegen. Men zou het op geen 60 wagons kunnen laden.

De kanonnen van de hoeve van Heugebaert en Comyn schieten geweldig.

In de cichorei-eest van de weduwe Delanotte van Dikkebus en die van Henri Kestelyn van Westouter is een drogerij ingericht voor het wasgoed van de Engelse wasserij van Reningelst. ledere morgen worden een 20-tal jonge meisjes daar per auto naartoe gebracht, samen met soldaten. Men moet niet veel ogen hebben om te merken hoe wild en ongebonden die meisjes eruitzien. Hoe jammer!

3 januari, woensdag. De 2de Belgische groep wordt beschoten.

4 januari, donderdag. De prinsen Xavier en Sixtus van Bourbon-Parma, broers van de tegenwoordige keizerin van Oostenrijk, zijn sedert enige dagen weergekeerd in Westouter. Zij maken deel uit van de staf van het 7de regiment Belgische artillerie, dat verblijft aan De Ondank, op de hoeve van Rouseré-Coene onder het bevel van kolonel Moraine (vroeger was het kolonel Degrendel). Reeds sedert verleden zomer is de staf daar bij de colonne. Voordien was hij in Poperinge, maar hij is vandaar verhuisd voor de beschieting. De prinsen zijn gelogeerd bij brouwer De Keuwer. Zij zijn zeer deftig en ernstig, maar schijnen zwak van gezondheid en wat droefgeestig te zijn. Zij zijn zeer godvruchtig en gaan bijna elke dag naar de mis en te communie. Vandaag wonen de prinsen het defilé van de 2de groep bij voor de Engelse generaal en de Belgische kolonel op de hoeve van Cyriel Lamerant.

De kanonniers van de batterijen en de echelons hebben een zwart lapje aan hun kraag, die van de colonne en de hulppost een blauw.

5 januari, vrijdag. Helder weer, veel geschut naar vliegtuigen. Voor herberg De Koevoet valt de huls van een obus afgeschoten naar vliegtuigen dwars door een auto van het Rode Kruis die daar juist voorbijreed. De cichorei-eest van de weduwe Delanotte, drogerij van soldatengoed, brandt af. Gewone oorzaken.

6 januari, zaterdag, driekoningendag. De prinsen van Bourbon-Parma dineren bij de majoor van de 1ste groep op de hoeve van Lemahieu.

7 januari, zondag. In de nacht geweldige beschieting rond de hoeven van Theophiel Huyghe, Amand Heugebaert en Comyn. Van in mijn bed hoor ik buitengewoon goed het Duitse kanon afgaan, de obus aankomen en ontploffen. Na de hoogmis zie ik een Engels vliegtuig neergeschoten worden door een Duits vliegtuig en in Loker neervallen.

Er is hier nog altijd Australische en Canadese genie. Men zegt dat Wijtschate sedert bijna 1 jaar ondermijnd is.

8 januari, maandag. Veel geschut in de namiddag en de avond. Sedert 1 maand is er hier veel meer geweld.

9 januari, dinsdag. Geweldige beschieting op de bossen voorbij de hoeve van Leroye en op Ieper. De bossen worden Ridge Wood genoemd en de bossen dichter bij de plas Scottish Wood. Het kasteel van madame Mahieu wordt de Bluff genoemd, en de magazijnen van Thevelin de Brouwerij. In de avond Duitse aanval langs Kemmel.

10 januari, woensdag. In de namiddag vallen 15 granaten op Poperinge. De kabelballon van Loker wordt door de Duitse vliegtuigen in brand geschoten. Het schijnt dat de Duitsers dit gedaan hebben met een Engels vliegtuig dat zij enige tijd geleden buitgemaakt hadden, en waarmee zij reeds verscheidene malen onopgemerkt de lijn overgekomen zijn. In de avond zeer geweldige Duitse aanval van Sint-Elooi tot Boezinge. De Belgen die langs Boezinge zijn, vertellen dat zij de laatste tijd nagenoeg voortdurend beschoten worden.

Ik ontvang nieuws van mijn broer Jozef, die sedert oktober in het leger is. Hij heeft het instructiekamp verlaten en is ingedeeld bij de grenadiers. Hij is nu met de 6de divisie in het kamp van Mailly voor de grote manoeuvres.

11 januari, donderdag. De prinsen van Bourbon-Parma komen een bezoek brengen in de pastorie van Reningelst. Zo zijn zij ook in de pastorie van De Klijte geweest.

12 januari, vrijdag. Een brigadier van de 2de Belgische batterij wordt in de observatiepost doodgeschoten en de 2 telefonisten die naast hem stonden, 2 broers, werden gewond.

13 januari, zaterdag. Regen. Niets bijzonders.

14 januari, zondag. Gevroren, zeer koud in de schuur, slechts 150 mensen in alle missen. Een jongen van 14 jaar in Engelse soldatenkleren komt hier mee met de ordonnansen in het huis van meneer de kapelaan. Hij is van Nancy en gaat mee met de Engelse artillerie als boodschapper en speeljongen. Men zegt dat er weer 2 Duitse krijgsgevangenen weggelopen zijn.

15 januari, maandag. ’s Namiddags en ’s nachts veel geschut.

16 januari, dinsdag. Nagenoeg voortdurend geschut.

De soldaten krijgen veel minder rundvlees dan zij plegen, nog slechts 30%, verder meestal vlees uit dozen.

17 januari, woensdag. Het 7de regiment artillerie is nu het 13de geworden. Dit komt doordat veel regimenten ontdubbeld zijn.

18 januari, donderdag. Niets bijzonders.

19 januari, vrijdag. Rond de middag wordt de dorpsplaats van Dikkebus beschoten. 2 granaten vallen op het huis van Arthur Minne. Ook granaten rond de hoeve van de burgemeester en in de namiddag granaten rond de hoeve van Achiel Vandermarliere tot in de nabijheid van de hoeve van Oscar Ghesquiere. Het was 4 maanden geleden dat daar granaten gevallen waren. In de avond granaten bij de hoeve van Amand Heugebaert.

In de nacht een Engelse raid, geweldige beschieting van 23 tot 24 uur langs Wijtschate en Sint-Elooi. De 3de Belgische batterij heeft de sector van Wijtschate tot de Bluff, het kasteel van madame Mahieu, en heeft die nacht veel geschoten. Weer worden meer kanonnen geplaatst rond de hoeve van Theophiel Huyghe.

20 januari, zaterdag. Gisterenavond is het begonnen te vriezen en deze morgen is de vorst reeds geweldig. Men heeft helemaal niet voorzien dat de vorst zo geweldig zou zijn en vooral dat hij 4 weken lang zou aanhouden.

Ik doe de begrafenis van Julie Gombeir op ons oorlogskerkhof.

21 januari, zondag. Veel geschut.

22 januari, maandag. Verschrikkelijk geschut in de namiddag langs Wijtschate en Mesen. Tot nu toe hebben wij nog geen kouder dagen gehad dan vandaag.

23 januari, dinsdag. De hele dag veel geschut vooral langs Wijtschate en Mesen. Om 11 uur vallen granaten op de dorpsplaats en langs de Melkerij en om 13.30 uur zeer veel granaten tussen de hoeve van Dalle, de Hert en Florent Dauchy. Een granaat valt vlak voor het huis van Camiel Capoen. Voorzeker hebben de Duitsers het gemunt op de Engelsen die daar in de verlaten velden hun mitrailleursnesten hebben. Het schijnt dat er die dag niet minder dan 500 obussen naar die verscheidene plaatsen gezonden werden.

24 januari, woensdag. Het kasteel Vandenpeereboom wordt geweldig beschoten. Tot nu toe was dat kasteel nog tamelijk goed bewaard, maar nu vallen er verscheidene granaten op en de toren wordt ook afgeschoten. Daar woont de staf van de 2de Belgische groep. De Engelsen noemen hem Belgian Chateau.

Het ijs draagt reeds goed. Op de gracht van August Verdonck glijden de soldaten met de meisjes uit de wasserij.

Schaverdijnen: schaatsen

25 januari, donderdag. Om 11 uur wordt de 3de Belgische batterij, die in de vijverdam staat links van de hoeve van de burgemeester, verschrikkelijk beschoten. Meer dan 350 obussen vallen op een hectare grond. 2 kanonnen worden in stukken geslagen. Een munitiedepot van meer dan 400 obussen springt in de lucht. Een schuilkelder wordt ingeslagen, 1 soldaat wordt erg gewond, 2 soldaten licht, en onderluitenant Claes ook licht. Nochtans is geen enkele soldaat gevlucht, waarvoor zij door de overheid worden gelukgewenst. Reeds 9 maanden is die batterij daar werkzaam en pas nu wordt ze ontdekt. Men denkt dat het komt door de onvoorzichtigheid van de soldaten. Gisterennamiddag waren Belgen en Engelsen op de vijver aan het schaverdijnen, en nu zijn zij weer op het ijs bezig met jacht te maken op waterhoentjes.

26 januari, vrijdag. 3 Duitse vliegtuigen komen naar Poperinge en werpen 5 bommen. Nabij het petroleumdepot worden 10 paarden gedood. Op ’t Hoge wordt een burger, die met de fiets reed, gewond, naar het schijnt door een schrapnel die geschoten werd naar de vliegtuigen en op de weg ontploft is. Er zijn weinig burgers die de toelating hebben om met de fiets te rijden. Slechts dokters en enkele arbeiders die werken voor het leger.

27 januari, zaterdag. Reeds de hele week is het verschrikkelijk koud. Granaten vallen op de dorpsplaats van Dikkebus. Ook bij de hoeve van Jules Lamote, tussen Dikkebus en De Klijte.

28 januari, zondag. Tussen beide missen in ga ik naar de dorpsplaats kijken. Voortdurend gaan de soldaten daar hout halen om zich te verwarmen, zodat er van het merendeel van de huizen niets overblijft dan dak en muren. In een tiental huizen legeren er nog soldaten; daardoor worden deze huizen nog wat gespaard, maar de buurt vaart er des te slechter bij. Soldaten waren er in de huizen Thevelin, Delanotte, Deleu, Maurits Devos, Leeuwerck, Noyelle, Ollivier, Francis Goethals en in enige huizen rond de school: Nollet, Devos, Grimmonprez, Van Wonterghem, Opsomer. In de kerk is ook alle houtwerk weg. Ik zie enkel nog de kap van de preekstoel. In het huis van Delanotte wonen er aalmoezeniers. In het huis van Thevelin worden protestantse diensten gedaan. Het huis van Jules Devos en dat van Maurits Devos doen dienst als kantine.

Eindelijk, na herhaald schrijven, heeft Charles Maes antwoord ontvangen dat de koningin het meterschap aanvaardt van zijn 7de opeenvolgende dochter. Na de hoogmis doe ik de doopceremonies voor het reeds gedoopte kind. Dit geschiedt op de voutekamer van Cyriel Lamerant. Jules Maerten, schatbewaarder van de kerkfabriek, is peter en Lucie Derycke, vrouw van de burgemeester, vervangt de koningin-meter. Peter en meter trakteren met een goed middagmaal op de kamer van de veldwachter en er wordt een goed glas gedronken op de gezondheid van de kleine Elisabeth. De Belgische officieren van de hoeve Lamerant, die ook een fles ten beste geven, verwijten Charles dat hij geen goed vaderlander is en alleen meisjes koopt. ‘Wees maar gerust,’ zegt Charles, ‘wie weet moet de koning ooit nog peter zijn.’ De 3de Belgische batterij houdt haar 2 goede kanonnen op dezelfde plaats en krijgt een 3de van de 2de batterij. Zo bestaan deze 2 batterijen nu nog slechts uit 3 kanonnen. De koude in de schuur was onverdraaglijk.

29 januari, maandag. In de namiddag wordt er tezelfdertijd geschoten rond de hoeven van Henri Vandecasteele en Jules Spenninck en ook rond de hoeven Lemahieu en Doom. Sedert 2 dagen zijn er immers kanonnen geplaatst op de hoeve van Doom en reeds bij hun eerste schoten worden zij ontdekt. Het is de 3de maal dat er kanonnen op die plaats staan en altijd zijn ze aanstonds ontdekt. Het schijnt dat die hoeve goed gezien wordt vanaf het kasteel van madame Mahieu en ik geloof het. Immers, vanop de hoeve van Lemahieu, juist ernaast, ziet men goed het witte blinken van dat kasteel. Toch zullen de kanonnen daarom niet meer verhuizen en zij zullen er zelfs weldra nog 2 bij zetten.

30 januari, dinsdag. Ik ga naar De Klijte en zie dat er voor Rozenhil een mooi Duits kamp opgeslagen is. Wat een mooie, warme tenten, waarlijk, de Engelsen hebben geen zulke goede tenten. Ik kom een groep Duitsers tegen die van hun werk komen. Wat is hun gezondheid verbeterd sedert zij hier zijn. Zij hebben een goede kleur en zijn warm gekleed. In hun tenten hebben zij stoven. Zij krijgen 3 frank soldij per week en goed eten. Men moet waarlijk getuigen dat de Engelsen hun krijgsgevangenen goed behandelen.

Geweldig geschut op het Belgische front. ’s Nachts brandt de schuur van Edmond Derycke nabij het dorp, door de onvoorzichtigheid van de soldaten.

31 januari, woensdag. Grote kanonnen worden geplaatst op de hoeve van Theophiel Huyghe, op de hoeve van Celeste Planckeel en ook in de weide tussen Planckeel en Florent Dauchy. Schrapnels ontploffen boven de dorpsplaats van Dikkebus. De volgende Dikkebusnaren vertrekken naar het leger: Vercruysse Remi klas ’11 (getrouwd), Depriester Klaas ’06 (getrouwd), Goethals Camiel ’04, Depuydt Alouïs ’04, Debaene Hector ’03, Buseyne Cyriel ’01, Claerebout Jerome ’05, Van Eeckhoutte Camiel ’02, Adriaen Gustaaf ’01, Van Elstlande Isidoor ’02, Coene Arsène ’06. Op 20 februari vertrekt Parrein Camiel ’03. Hun geestdrift was niet groot, nochtans schrijven de meesten na enige dagen dat hun nieuw leven hun minder tegengaat dan zij verwacht hadden.

1 februari, donderdag. In de ochtend van 4.30 tot 6 uur geweldige Duitse aanval langs Wijtschate. Deze mislukt. In de voormiddag ontploffen schrapnels boven de hoeven van Lemahieu en Doom. In de avond vallen obussen langs de weg voor kasteel Verschoore. Verscheidene Engelse soldaten worden er gedood. Voortdurend worden kanonnen bijgebracht op de hele sector van Ieper. Hun aantal is zeer groot. Wat mag dat betekenen? Is het voor een offensief of voor een defensief? Wij vernemen later dat men hier een groot Duits offensief gevreesd heeft, want de Duitsers hadden op dit front verschrikkelijke veel artillerie bijgebracht. Maar men was gereed. Vanaf de hoeve van Planckeel tot in Ieper staat het vol kanonnen.

2 februari, vrijdag, O.L. Vrouw-Lichtmis. Kaarswijding in de schuur, 2 kerkmeesters en 30 andere personen zijn aanwezig. Reeds verscheidene malen is het gebeurd dat het water dienstig voor de mis vervroor, ook dat na de abluties de randen van mijn kelk vol ijs waren. Maar deze maal is de vorst zo geweldig dat bij de nuttiging van de mis geheel mijn kelk bevroren was en ik hem met mijn adem moest ontdooien.

De hele dag veel geschut.

3 februari, zaterdag. Ten minste 200 obussen vallen rond de kanonnen van de hoeve Comyn. Zij barsten in honderden stukken open op de bevroren grond en sommige scherven vliegen wel 500 meter ver. Ook 2 granaten vallen op de hoeve van Celeste Planckeel. De beschieting duurt bijna de hele dag.

De burgers die voor de soldaten wassen, moeten nu daarvoor speciale toelating vragen. Er zijn nu Engelse officieren die gescheurde hemden laten herstellen. Wat een verschil met vroeger, toen mooie kleren en goed onaangeroerd eten de vuuroven in gingen. Was men toen wat voorzieniger geweest, dan zou men nu niet moeten sparen! Er is grote schaarste van brood. Vroeger een groot brood voor 3 mannen, nu een klein voor 4. Zo zijn er veel soldaten die brood kopen bij de bakkers en zo komt het dat de burgers ook grote moeite hebben om brood te vinden. Nu zijn de Engelsen blij wat vleesdozen te hebben, en zeggen dat zij er in 1915 soms bij hele karrenvrachten begroeven of verbrandden, al waren die nooit bedorven.

4 februari, zondag. Kalme dag.

Er komt een bevel voor de boeren vanwege de militaire gouverneur over het bezaaien van hun landerijen. 3/8 van de velden moet dienen voor koren, 3/8 voor voederplanten, 1/8 voor aardappelen. Slechts 1/8 mag gebruikt worden voor nijverheidsvruchten.

Gendarmes komen gereedschap opeisen voor het Belgische leger, dat van zins is de verlaten velden te beplanten met aardappelen. De cichoreibonen worden verkocht tegen 90 fr. per 100 kilo. De prijs is zo hoog daar er zoveel in Frankrijk gesmokkeld wordt, wat zeer gemakkelijk gaat.

5 februari, maandag. Kalme dag.

6 februari, dinsdag. Meer geschut. De vrees voor een groot Duits offensief is verminderd, daar men zegt dat de vijand zijn artillerie van het Ieperse wegtrekt. Elke dag zijn veel vliegtuigen op gang, daar het helder weer is. De vorst houdt nog altijd even geweldig aan.

7 februari, woensdag. Wij vernemen dat de Verenigde Staten de diplomatieke betrekkingen met Duitsland verbroken hebben.

In de avond vallen er granaten rond de hoeve van Celeste Planckeel.

8 februari, donderdag. Enige granaten vallen rond Hallebast. Om 22 uur doen de Engelsen een raid langs Wijtschate. Zij maken 15 krijgsgevangenen. Het geschut duurt de hele nacht.

9 februari, vrijdag. Om 8 uur branden tezelfdertijd de hele hoeve van Achiel Jacob en het wagenhuis van Henri Verdonck, beide gelegen in Reningelst. Gisteren brandden de stallen van het wethuis van Westouter. Bij alle 3 dezelfde oorzaken.

De eest van de weduwe Delanotte is met ijzeren platen hersteld en weer droogt men er de was van de soldaten. Daar het nu reeds 3 weken voortdurend vriest, zijn veel beken zonder water. Ook pompputten zijn leeg, wat veel moeilijkheden veroorzaakt voor het leger.

10 februari, zaterdag. Dag en nacht bijna voortdurend geschut.

11 februari, zondag. In de namiddag zijn er obussen gevallen tussen de hoeven van Alouis Adriaen en Achiel Vandermarliere. Verleden week werden de hoeven Comyn, Planckeel, Huyghe nagenoeg voortdurend beschoten. Bijna alle aardappels die er nog overbleven, worden opgeëist door het Belgische leger tegen 11 fr. en 11,50 fr. Ondanks de vorst moeten de boeren voortdurend leveren. Niet te verwonderen dat er veel vervriezen. Hoe dwaas de handelwijze van een leger is, kan men zich moeilijk inbeelden. Tijdens de grote regens van de voorwinter moesten de boeren bijna voortdurend stro leveren en nu, terwijl het vriest, is het de beurt aan de aardappelen. De boeren zijn zeer mistevreden over de prijs. De opbrengst was klein, meststoffen en daglonen zeer duur, en nadat men er gedurende 5 maanden veel zorg mee gehad heeft en veel afval door de vorst, moet men ze nu leveren aan de gewone prijs van de vredestijd. Daarbij krijgen veel boeren niet het minste bewijs van de levering van de aardappelen en zo is het gebeurd dat er boeren waren die, toen de betaaldag kwam, als antwoord kregen: ‘Uw naam staat niet op de lijst.’ Is het te geloven? Wat ook niet verstaanbaar is, is de lage prijs voor de tarwe die men opeist: 33 fr. per 100 kilo voor de beste kwaliteit. En zeggen dat de boeren het gruis voor hun beesten tegen nagenoeg dezelfde prijs moeten terugkopen en dat zij voor hetzelfde voedsel in voederkoeken ongeveer het dubbele moeten betalen. Er is niet de minste proportie tussen de prijs die de boeren bij de requisities betaald krijgen en hetgeen zij zelf voor hun aankopen moeten uitgeven. De mistevredenheid onder de landbouwers is groot en met reden.

Voor het kantonnement van een hoge officier, generaal, kolonel, majoor van de staf, betaalt men 1 fr. per man, voor een lagere officier 0,50 fr., voor een soldaat 0,08 fr. Zo is het sedert verleden zomer. Eertijds was het dubbel zoveel. De plaatsen die zij huren en gebruiken, worden per vierkante meter betaald. De gronden per are.

Vandaag, na 22 dagen hevige vorst, is het een weinig gedooid. Ik ontvang nieuws dat mijn broer Jozef, van het 2de regiment grenadiers, in Woesten is aangekomen.

Veel geschut in de ochtend. Nagenoeg elke dag worden een 10-tal schepen door de Duitse onderzeeërs tot zinken gebracht.

12 februari, maandag en 13 februari, dinsdag. Nogal wat geschut. De kranten melden weinig nieuws. Het eten van de soldaten vermindert voortdurend. Wij vragen ons af of de tijd niet gekomen is dat zelfs fatsoenlijke Engelsen hun bord mogen uiteten. Want de Engelse fatsoenlijkheid is daarin juist het tegendeel van de onze: van alles een beetje erin laten is chic in Engeland, en de helft erin inlaten is de grote chic.

14 februari, woensdag. De hele dag veel geschut, obussen vallen rond de hoeve van Dalle. In de voormiddag vallen 3 obussen op Poperinge en in de namiddag 9. Nieuws dat soldaat Camiel Decrock van Dikkebus gewond ligt in De Panne. Een geweerkogel is door zijn buik gegaan. Zijn toestand was eerst erg, maar betert reeds. Weer vriest het maar niet meer zo geweldig.

15 februari, donderdag. In de nacht geweldig geschut. Ik heb een grote verkoudheid, het ergst in het hoofd.

De cichoreibonen worden verkocht tegen 105 fr. per 100 kilo. Niettegenstaande het verbod worden er veel in Frankrijk gesmokkeld en het schijnt dat het niet moeilijk is. Veel mannen van de grenzen zijn cichoreikoopman geworden. Ook de koffie wordt schaars.

Het nieuws komt toe dat Henri Scheldeman van hier afkomstig overleden is in De Panne. Alle uitstellen van 3 maanden van onze Dikkebusnaren worden vernieuwd, uitgenomen dat van Marcel Coene. Hij gaat in beroep. Wat is de reden van die weigering? Sommigen menen dat er klachten gezonden werden over hem, zeggende dat hij zich te veel bezighield met de paardenhandel en te weinig met de boerderij. De afgunst van de mensen is zeer groot en men is bereid een ander aan te klagen, zoals men geneigd is een ander te bekladden, terecht of ten onrechte. Toch is het een feit dat sommige boeren alleen bezig zijn met de handel, en daarvoor wordt men streng. Anderzijds is de streek vergeven van gendarmes, en men kan niet piepen zonder dat zij het horen. Waarom er hier zoveel gendarmes zijn, de Heer mag het weten. Van een bestuur van gendarmes, verlos ons Heer!

De koster van Reningelst gaat naar het beroepshof van De Panne, zijn aanvraag voor de 7de groep wordt verworpen.

16 februari, vrijdag. Na 4 weken vorst begint het te dooien. Kalme dag.

17 februari, zaterdag. ’s Ochtends om 4.30 uur granaten bij de hoeve van Charles-Louis Hoflack. Begrafenis van de weduwe Declercq, hier overleden.

18 februari, zondag. Kalme dag.

19 februari, maandag. De aalmoezenier Father Bull O.P. vertrekt naar Calais, waar hij zal kunnen uitrusten van de vermoeienissen van zijn lastig en gevaarvol frontleven! In de 5 volle maanden dat hij hier verbleven heeft, is hij tweemaal dichter bij de vuurlinie gegaan dan Ouderdom. Een ware Engelsman: in Engeland alles de perfectie, elders niets dat deugt. Hij had bij E.H. onderpastoor 5 maanden lang een hartelijke gastvrijheid genoten; na zijn vertrek nooit meer het minste woord van dank.

In de namiddag ga ik naar Poperinge. Aan de hoeve van de weduwe Van Cayseele en Verdonck legt men nog voortdurend nieuwe spoorwegen aan.

20 februari, dinsdag. In de voormiddag ga ik met meneer de kapelaan naar de soldatenrecollectie. Sedert een paar maanden is er vanwege Mgr. Marinis, hoofdaalmoezenier, een bevel gekomen waarbij priesters, kloosterlingen en seminaristen van het leger maandelijks moeten samenkomen in geestelijke recollectie. Verleden maand kwam de geestelijkheid van het 7de artillerie samen in het kasteel Vandenpeereboom. Ditmaal is het in de kapel van De Klijte. Waren aanwezig: de aalmoezeniers Peeters en Raty, de seminaristen Coveliers en Cos, de novice van de jezuïeten Daneels, benevens de pastoors van Kemmel en De Klijte en de onderpastoors van Reningelst en Dikkebus. Het deed ons deugd weer aan een soortgelijke oefening deel te nemen en het sermoen van meneer Raty was zeer mooi. Een hartelijk middagmaal wachtte ons bij meneer de proost. Ongelukkiglijk moesten de heren Raty en Daneels aanstonds vertrekken, daar de Engelsen om 14 uur een aanval gingen doen voorbij Zillebeke en de eerste groep aan de aanval moest deelnemen. Inderdaad, om 14.30 uur waren de kanonnen reeds volop aan het donderen. In de namiddag zijn er granaten gevallen aan de hoeve van Theophiel Huyghe.

21 februari, Aswoensdag. Ik zing de mis op de hoeve van Cyriel Lamerant. 32 aanwezigen, 14 communies. Na de mis draag ik de communie naar schepen Henri Doom. De man bewoont nog immer zijn allergevaarlijkste hoeve, te midden van de kanonnen, waarvan 4 op de hofplaats. Sedert enige weken is hij ziekelijk. Maar meer gehecht aan zijn hoeve dan aan zijn leven, wil hij van geen verhuizen horen. Hij heeft zelfs nog niet veel goesting ze dood te verlaten. ‘Meneer de kapelaan,’ zegt hij mij, ‘het is toch maar triestig begraven te worden in de weide van Désiré Lamerant. Moest ik komen te sterven, zou ik niet evengoed begraven kunnen worden op de een of andere hoek van mijn land?’

Na mijn bezoek aan Doom ga ik een sigaar roken bij E.H. Peeters op de hoeve van Lemahieu. Hij toont mij zijn kapelletje opgetimmerd met zakjes zand. Op de dorpsplaats zie ik dat de Café de Commerce afgebroken is alsook de poort van het wethuis en het huis ernaast. Waar die huizen stonden is er een geschilderd doek gespannen dat een muur uitbeeldt. Nog slechts enkele huizen zijn bewoonbaar: de beste huizen zijn die van Thevelin, waar de diensten van de aalmoezeniers gedaan worden, Delanotte, Leeuwerck, Devos, Deleu, Debaene, Noyelle en verder Henri Dumortier, Jules Devos, Van Wonterghem, Delforche, Grimmonprez, Dumortier en Opsomer. Ik keer weer langs de Razelput en Hallebast. Kolonel Morel van de 13de artillerie achterhaalt mij in een auto. Hij nodigt mij uit om in te stappen, wat ik gaarne aanvaard. De kolonel is zeer vriendelijk. Hij vertelt mij dat de Engelsen in de aanval van gisteren 115 krijgsgevangenen maakten. Later heb ik vernomen dat deze langs Hooggraaf gepasseerd waren. Deze dagen heeft het kanon ook ferm gedonderd langs Boezinge. Aan de hoeve van Hector Coene en weduwe Delanotte is een groot soldatenkamp: Micmac Camp.

22 februari, donderdag en 23 februari, vrijdag. Dooi en stil in heel het Ieperse.

24 februari, zaterdag. In de namiddag, Engelse aanval langs Wijtschate. Zeer veel geweld. 50 krijgsgevangenen, waaronder 2 officieren, zijn gepasseerd door De Klijte.

25 februari, zondag. Niets bijzonders.

26 februari, maandag. Mooi weer. Nog is het op verre na niet doordooid. Het schijnt dat veel Duitse artillerie van dit front weggetrokken is en daarom is men ook geruster over een Duits offensief. In de avond van 18 tot 19.30 uur geweldige beschieting op de hoeve van Doom en verder in de richting van Cafmeyer. Enige soldatenpaarden worden er gedood. Een granaat valt op een paar meter voor het huis van Doom. De meubels zijn verbrijzeld, gelukkig is niemand gewond. Dochter en kleindochter vluchten weg. Doom heft zich op van naast de verbrijzelde stoof en gaat liggen op zijn bed juist voor de venster aan de gevaarlijkste kant van het huis, zeggende: ‘Als ik hier doodgeslagen word, dan zal ik tenminste op mijn bed sterven.’

Terloops gezegd, een van de gewone spreuken van mensen van ons dorp, die geen gevaar willen verstaan, is deze: ‘Als gij de dood schuldig zijt, zult gij hem krijgen, om het even waar.’ Zo spreekt ook de vrouw van onze burgemeester. Toch redeneren zij liever niet over die spreuk.

8500 fr. is aan Dikkebusnaren betaald als vergoeding van bezette landerijen. Men wil de pacht betalen, niet de schade.

27 februari, dinsdag. Kalme dag. De artilleriemannen die sedert 3 maanden op de hofstee van Hector Dalle zijn, vertrekken, maar niet zonder schandalig te handelen ten overstaan van de vluchteling Jan Gotenaere van Voormezele, genoemd Jan Plak, die met zijn vrouw Stephanie het ovenhok van Dalle bewoont. Zij doen Jan en zijn vrouw in huis komen om een glas met hen te drinken en intussen laden zij al zijn meubelen op en zijn weg. Dat die Jan en zijn Stephanie, 2 mensen van in de 60 en van de oude eenvoudige tijd, daar willen blijven op de gevaarlijkste plaats van Dikkebus, is onverstaanbaar. Zij kunnen daar niet meer verdienen dan elders en anderzijds hebben zij sedert bijna een jaar hun tent gereed in Reningelst aan de Kasteelmolen. Zij hebben daar hun hout naartoe gebracht, maar over hun leven zijn zij minder bekommerd. En intussen komt Jan elke dag werken naar Reningelst. Brave maar dwaze mensen. Het is de 3de maal dat Jan gevlucht is en nu is hij op de hofstee van Dalle. Tot april 1915 verbleef hij in zijn huis bij Ridge Wood in Voormezele. Tot oktober ’15 ging hij bij Petrus Leroye voorbij de vijver wonen. Dan kwam hij naar Door Capoen bij de hoeve van Dalle. In mei 1916 werd hij daar geëvacueerd en verhuisde hij enige stappen verder op de hoeve van Dalle. Daar bewoont hij een half stukgeschoten ovenhok. Terwijl hij bij Door Capoen woonde, had er op zekeren dag een hevige beschieting plaats. Doors gezin vluchtte na de eerste granaten, Jan en Stephanie bleven. Jan bij de stoof en Stephanie in de kamer. Opeens valt een grote obus voor de deur. Deur en meubels vlogen in stukken en het was een hel van rook en stof. Na een paar minuten: ‘Stephanie, leeft gij nog?’ vroeg Jan. ‘Ja’k, en gij?’‘Ik ook.’

28 februari, woensdag. Granaten vallen op Poperinge, eerst in de stad, maar weldra aan de Leene, zelfs tot bij het grote hospitaal van de Boonaert. Het is de eerste maal dat er zover geschoten wordt. In de avond komt de nieuwe aalmoezenier Father Hurley aan, opvolger van meneer Bull. Hij zal ook logeren in de onderpastorie. De aalmoezeniers van de 46ste divisie zijn: de vaders Bickford, Bleasdale, Hurley. Van de 41ste: de vaders O’Breyen, MacHavy, Sheridan.

1 maart, donderdag. Vandaag mooi weer. 4 Duitse kabelballonnen beloeren het Ieperse front. In de namiddag vallen er 2 granaten bij Millekruis in de weide van de Koekuit. Ook vallen er granaten tussen de hoeven van Comyn en Dauchy, waar Engelsen aan het voetballen zijn. Mijn broer Jozef, grenadier op rust in Krombeke, riskeert een blauwtje en komt in de namiddag eens overgestoken. In het weerkeren botst hij op de laatste post gendarmes, die hem toch laten passeren. Ongelukkiglijk was er tijdens zijn afwezigheid onverwachts troepenschouw, en zo werd hij toch betrapt. Men kan maar moeilijk van het Belgische naar het Engelse front overkomen en men krijgt enkel toelating voor de congés.

2 maart, vrijdag. Begrafenis op ons oorlogskerkhof van de vrouw van Jules Debruyne, gevlucht van Kemmel. Eerwaarde zuster overste van De Klijte vertrekt naar de schoolkolonies van Frankrijk, naar Montluçon. Daar had zij tijdens de oorlog goede diensten bewezen, en ze kwam er zeer wel te pas. Jammer dat zij niet mocht blijven.

3 maart, zaterdag. ’s Nachts veel geschut.

4 maart, zondag. Door bijzondere toelating van Mgr. De Brouwer mogen wij vandaag de biddag vieren in plaats van morgen omdat in de omstandigheden waarin wij hier verkeren een biddag in de week zeer moeilijk is. Het H. Sacrament wordt uitgesteld van 6 uur tot na de hoogmis. Ter gelegenheid daarvan hebben wij onze kapel zo goed mogelijk versierd. Ik heb vanmorgen 105 communies uitgereikt. Het weer is zeer slecht. In de namiddag vallen er granaten aan de gendarmerie. Een schrapnel, geschoten naar een vliegtuig, ontploft in de stal van Oscar Ghesquiere en doodt 3 jaarlingen. Pas nu is de grond helemaal doordooid.

5 maart, maandag. Nogmaals ga ik naar Dikkebus mis doen om ook de mensen die de gelegenheid nog niet gehad hebben, toe te laten hun biddag te houden. Nog 45 mensen komen te biecht, zodat ik reken dat er 150 hun biddag gehouden hebben. Iets waarover ik, gezien de tijdsomstandigheden, zeer tevreden ben, er rekening mee houdend dat ruim 1/3 van de bevolking naar vreemde kerken gaat.

Bevel waarbij het brood voortaan slechts voor 50 centimes per kilo mag verkocht worden in plaats van 70 zoals het gedaan werd. De bakkers moeten nogal wat gewonnen hebben, rekenend dat het koren opgevorderd werd tegen 33 fr. De maatregel is veel te laat genomen. De cichoreibonen stijgen tot 115 fr. De biggen zijn zeer goedkoop bij gebrek aan aardappelen en omdat de soldatenafval ook schaars wordt. De vette varkens gaan weer een hoge prijs: 2fr. De taksprijs is afgeschaft, daar men zag dat aan die prijs de kweek teniet zou gaan.

Granaten vallen op de hoeven van Doom en Indevuyst. Een valt op Indevuysts koestal, waar een koe gedood wordt.

6 maart, dinsdag. Een brigade van de 43ste divisie is weg en vervangen door de 39ste.

7 maart, woensdag. Het sneeuwt en vriest zo geweldig dat de ruiten van mijn slaapkamer helemaal bevroren zijn. Bij landbouwer Oscar Ghesquiere van Dikkebus, Millekruis, was men bezig met dorsen met de machine, toen Pieten-Duits, die voorzeker de rook van de machine gezien moet hebben, er lelijke storing in bracht. Een uur voor de avond valt er plotseling een granaat op 6 meter van de dorsmachine. De mannen vlogen uiteen gelijk de mussen, gelukkig was slechts een licht gewond. Nog 7 of 8 obussen volgden maar zonder ongelukken.

Een pijnlijk ongeluk gebeurde langs de weg van Poperinge met René Vandelanotte, 60 jaar, bijgenaamd Netje Fikke en kerkbaljuw van Reningelst. De reeds wat dutsachtige man was op weg naar Poperinge voor boodschappen. Op een kwartier van de stad wil hij opzij gaan voor een auto maar wordt onvoorziens gegrepen door een andere die vanuit de tegenovergestelde richting kwam. Het mannetje werd de borst ingedeukt en stierf een uur nadien in het hospitaal van Couthove.

De kanthandel is ongeveer helemaal tenietgegaan. De grote reden is waarschijnlijk dat officieren en soldaten minder geld daarvoor kunnen uitgeven dan vroeger en dat velen reeds ‘souvenirs’ genoeg hebben. De boter gaat nu 7 fr. per kilo.

8 maart, donderdag. Sedert enige dagen is er meer kalmte op het front. Reeds 2 maanden is mijn rechtervoet op 2 plaatsen vervroren. 14 dagen geleden echter ging hij open. In het begin hechtte ik er niet veel belang aan en dacht dat de wonde door de gewone zorgen wel zou dichtgaan. Helaas, het is mis, de wonde is verergerd zodat ik verplicht ben mij stil te houden. Daarom gaat meneer de kapelaan van Reningelst vandaag in mijn plaats mis doen naar Dikkebus.

De officieren van de 39ste divisie zijn veel fatsoenlijker dan die van de 43ste. In Loker is sedert begin oktober de 16de divisie Ieren. Enige katholieke aalmoezeniers hebben de graad van majoor, de anderen zijn slechts kapitein. Deze graden worden gegeven volgens de diensttijd. Granaten vallen rond de hoeven van Arthur Deraedt en Gustave Desmarets.

9 maart, vrijdag. Ons kerkvolk van Reningelst zit lelijk in de neus van Pietje de dood. Netje Fïkke ligt nog over aarde en een van onze misdienaars komt op dezelfde manier aan zijn dood. Nestor Lahaye, 11 jaar oud, een weesjongen, kwam van de school. Rechtover het huis van de koster in het dwarsen van de kasseiweg wordt hij ook gegrepen door een auto en op slag gedood. Gisteren werd ook een jongen gedood in Loker en een gendarme in Watou. Een rampvolle week, nochtans is het te verwonderen dat er niet nog meer ongelukken gebeuren, want in de grote straten van Brussel is er in vredestijd niet meer gerij en gedrang als nu voortdurend in de straten van ons eertijds zo verlaten dorp. Voeg daarbij dat auto- en paardengeleiders soms in dronken staat zijn, en dit zowel de burgers als de soldaten. De weelde is een kwaad beest en sommigen kunnen haar niet de baas. Klein is het aantal burgers dat nog geen champagne gedronken heeft. Sommigen proeven hem bijna dagelijks. Op de doop van een kind van kleine herbergiers werden 15 flessen champagne gedronken. Jongelieden van 17 jaar kunnen zich te goed doen aan champagne. Chocolade en snoep heeft voor de kinderen geen 10de van de waarde van voor de oorlog meer. Priesters en heren van Reningelst hebben moeite om in de beenhouwerij wat braadvlees te krijgen. Iedereen heeft geld en iedereen wil het beste kopen, niettegenstaande de hoge prijzen.

10 maart, zaterdag. Begrafenis van de kerkbaljuw René Vandelanotte. De mannen van de Belgische batterijen 2de groep, gaan rusten naar Godewaersvelde. De mannen van de echelons blijven rusten op de hoeven zelf, deels om hun kantonnement te bewaren, deels omdat zij elders geen plaats vinden voor hun paarden. De mannen van de echelons zijn zeer tevreden dat zij op de hoeven mogen blijven waar ze allen huis en menage hebben.

11 maart, zondag. Op de hoeve van Cyriel Lamerant is er geen mis door de aalmoezenier, daar die mee is met batterijen naar Godewaersvelde.

Een bevel verschijnt vanwege minister Berryer waarbij de ouders die hun kinderen nog naar de schoolkolonies willen zenden, voortaan pension zullen moeten betalen. Zij die hun kinderen naar Zwitserland willen zenden door de zorgen van Miss Fyfe, kunnen dat heel gemakkelijk. Zo zijn onlangs kinderen van Reningelst vertrokken. Wulveringem blijft ook kosteloos, maar is volzet.

12 maart, maandag. Tegenwoordig is er grote schaarste van melk. Er zijn maar weinig koeien meer in de streek en de meeste staan droog. Men verkoopt de melk tegen 15 centimes per pint, maar goed gedoopt. Wij vinden ons verplicht er te doen meebrengen van Cyriel Lamerant van Dikkebus.

13 maart, dinsdag. Om 22 uur geweldige Duitse artillerieaanval.

14 maart, woensdag. Granaten vallen in de vijver.

15 maart, donderdag. Nogmaals granaten in de vijver. E.H. kapelaan van Reningelst, die vergezeld door de veldwachter in mijn plaats mis gaat doen naar Dikkebus, berecht de weduwe Braem op geëvacueerde grond.

16 maart, vrijdag. Niets bijzonders.

17 maart, zaterdag. Het nieuws komt bij ons aan van de revolutie in Rusland en het ontslag van de keizer. Iets waarop wij door de kranten weinig voorbereid waren.

18 maart, zondag. E.H. Lamerant, die in Reningelst verblijft, gaat in mijn plaats mis doen in Dikkebus. Sedert enige dagen lezen wij dat de Duitsers zich aan de Somme achteruit beginnen te trekken. Vandaag vernemen wij de inname van Bapaume.

19 maart, St.-Jozefsdag. Meneer Dermaut gaat steeds even dienstvaardig mij vervangen naar Dikkebus.

In de ochtend vertrekt de hele 2de groep van de hier verblijvende Belgische artillerie. Zij gaan naar Eu oefeningen doen om te leren schieten met de 115 kanonnen. Zij weten niet of zij nog op het Engelse front zullen moeten terugkeren, ofwel of zij zullen moeten overgaan naar het Belgische front. De meesten zouden liever hier blijven. Weliswaar is er hier meer gevaar dan op het Belgische front, maar zij zijn hier beslist veel onafhankelijker en geraken soms nog aan enige baantjes die op het Belgisch front niet te vinden zijn. De eerste groep zal hier nog enige tijd blijven.

Péronne ingenomen.

Sedert enige tijd is er een verordening binnengekomen vanwege de militaire gouverneur Andringa: al wie koffie of eten wil geven aan de soldaten moet daarvoor een bijzondere aanvraag doen. Is dat mensenplagerij, men zou het waarlijk geloven! En als de aanvraag gedaan is, komt er enige weken nadien een dokter van de gezondheidsdienst om het huis of de tent te bezien. Een voorwaarde die geëist wordt, is dat men niet mag koken in de plaats waar de soldaten eten of drank nemen. Zo beantwoorden meer dan de helft van de tenten niet aan de voorwaarden en juist die van de armste mensen. Vervolgens worden nog verscheidene andere zaken nagezien. Voldoet het onderzoek, dan moet men nog niet in de eerste maand de toelating verwachten. Als het goed gaat, komt die na 2 of 3 maanden. Zo ken ik er die na 5 maanden nog niets ontvangen hebben. Voorzeker is er in al die administraties evenals in de gendarmerie volk te kort om door het werk te geraken!

In de namiddag vallen er granaten op Poperinge.

20 maart, dinsdag. Weer granaten op Poperinge rond het Elisabeth-gasthuis en de loskaai, in de richting van de Leene.

21 maart, woensdag. Granaten vallen aan de hoeve van de burgemeester. Om 15 uur vallen er granaten rond Hallebast, 1 naast het kapelletje van Braem en verscheidene in de weide. Ook Loker wordt beschoten. 1 valt in de tuin van de heer pastoor, andere vallen voorbij het dorp.

22 maart, donderdag. Weer is het geweldig gevroren. Wat een harde winter! Begrafenis van Jules Debruyne, vluchteling van Kemmel, gedaan op ons oorlogskerkhof door E.H. Dermaut. 2 granaten vallen op Millekruis en ook verscheidene op Poperinge.

23 maart, vrijdag. Een Duits vliegtuig werpt 4 granaten een kwartier noordwestwaarts van Reningelst nabij het huis van de klompenmaker. Geen ongelukken. Ook granaten op Dranouter, nabij de dorpsplaats.

24 maart, zaterdag. Om 5 uur Duitse aanval langs Sint-Elooi, Hill 60. Deze wordt afgeslagen en 1 Duits officier en 7 soldaten worden gevangengenomen. Het geschut houdt nagenoeg de hele dag aan. Veel granaten vallen rond de hoeven van Doom en Indevuyst. 2 soldaten worden er gedood, ’s Avonds veel geweld langs Boezinge.

25 maart, zondag. Om middernacht verandert het uur: de tijd wordt een uur vervroegd. Plechtige communie van de kinderen van Reningelst. E.H. Lamerant gaat met dezelfde dienstvaardigheid mij nogmaals vervangen in Dikkebus, terwijl ik de hoogmis zing in Reningelst. In de namiddag zenden de Duitsers wel 500 granaten naar een Engelse batterij aan het Vijverhuis. Het is een waar wonder dat noch kanonnen noch mannen getroffen worden. Men voorziet een spoorweg te leggen naast de kerk van Reningelst, over de gracht van landbouwer Verdonck. Soldaten zijn bezig met de gracht uit te pompen, om dan een deel ervan dat nodig is voor de weg, te vullen. Zo vernielt de oorlog nog iets ouds van het dorp, een gedachtenis van de middeleeuwen, het laatste overblijfsel van het kasteel van de heren van Reningelst.

26 maart, maandag. Het koude weer houdt aan. Ik merk dat de Engelse paarden en muilezels de laatste tijd erg vermagerd zijn. Velen zijn waarlijk ellendig. Het koude weer is gewis de grootste oorzaak daarvan en alhoewel de stallen betrekkelijk goed zijn, toch moet het er zeer koud zijn. De andere grote reden is ook een tekort aan voedsel. Het rantsoen haver en hooi is fel verminderd.

Het verbruik van zuivere bloem is de bakkers verboden. Geen koekenbrood meer, tenzij dievelings. Iedere landbouwer heeft de hoeveelheid van zijn koren moeten aangeven. Daarvan wordt hem een deeltje voor eigen verbruik toegestaan. Al het overige moet hij inleveren aan het comité van bevoorrading, helaas tegen slechts 33 fr. Iedere boer moet om beurten zijn koren naar de vuurmolen van Poperinge brengen. Daar wordt het gemalen, gemengd met bloem, en zo uitgevoerd naar de bakkers van de streek. Iedere bakker krijgt zijn deel en mag het brood enkel aan burgers en tegen een vastgestelde prijs verkopen: 50 centimes per kilo en later 55 centimes. Het is meneer Nevejan, burgemeester van Poelkapelle, die belast is met de opeisingen en de bevoorrading van de streek.

Er zijn kanonnen geplaatst in de haag van Dalles weide, en 3 grote op de hoeve van Claeys.

27 maart, dinsdag. Niets bijzonders.

28 maart, woensdag. Onze kleine Marie-Thérèse Dalle, 5 en een half jaar, die hier bij ons inwoont, doet haar eerste communie en ter gelegenheid daarvan is er een vriendenmaal bij meneer de kapelaan. ’s Middags ontploffen er 2 schrapnels boven de hoeve van Cyriel Lamerant, daarna 3 granaten rond de hoeve van Dalle. Een valt in de gevel, en slaat de kamer in stukken waar ik ruim 10 maanden gewoond heb.

Voortdurend worden hier nieuwe kanonnen aangevoerd. Sedert 3 weken komt geen mout meer binnen. De brouwerij van Six ligt stil.

Wij ontvangen het bezoek van vader Norcott, aalmoezenier van de 39ste divisie. De brave man heeft een oog verloren aan de Somme, nu verblijft hij vaak in Ieper.

29 maart, donderdag. Vader Hurley, die hier in de spreekkamer woont, maar buiten zijn sector is, moet gaan wonen in Ouderdom. Een protestants aalmoezenier neemt zijn plaats in. Het ziet er een brave, ijverige man uit, maar hij is zeer schuchter tegenover ons.

30 maart, vrijdag. Granaten vallen op het land van de burgemeester.

31 maart, zaterdag. Schokgranaten op de dorpsplaats, een op het washuis van Désiré Delanotte.

1 april, zondag. Veel granaten op de hoeven van Doom en Indevuyst.

2 april, maandag. De 3de Belgische batterij aan de vijverdam wordt ferm beschoten. Wel 300 granaten vallen in de vijver, waar zij ook ontploffen. ‘Wat een prachtig schouwspel, het wilde opspatten van het water dat soms wel 20 meter hoog vliegt en in een dikke mist neervalt’, vertelt mij de onderdiaken Jan Coveliers, ooggetuige. Ook 2 granaten vallen voor herberg De Koevoet, waar de officieren wonen. Nog wel 300 vallen op het land rond de kanonnen. Nog altijd wordt er daar water gehaald. Alhoewel er noch mannen noch kanonnen geraakt werden, hebben de Engelsen weinig schik in een beschieting van de vijver. Het schijnt immers dat de waterwerken beschadigd werden. Het water bleef daardoor verscheidene dagen troebel, en wat meer is, het schijnt dat het water na de beschieting vergiftigd was en verscheidene paarden door vergiftiging gestorven zouden zijn. In elk geval worden er geen nieuwe batterijen meer aan de vijver geplaatst, en die er staan, wordt het verboden te schieten tenzij in geval van dringende noodzaak, met de hoop zo een nieuwe beschieting van de vijver te voorkomen. Vandaag vallen er ook granaten op Poperinge.

Gisteren moesten alle pastoors vanwege Mgr. De Brouwer, op verzoek van generaal Andringa, een oproep doen aan hun parochianen om alle aardappelen te leveren die zij nog enigszins kunnen missen, opdat het leger zo een genoegzame voorraad plantaardappelen zou hebben, nodig voor het beboeren van de verlaten velden, die het zinnens is te gebruiken. In Dikkebus, waar verleden jaar onder de ogen van 14 Belgische gendarmen, een vierde van de aardappelen door de soldaten gestolen werd, heeft de oproep weinig bijval. Ook in de andere dorpen is het niet beter. Iedereen is mistevreden over de manier en de prijs waarop de aardappelen gerequisitioneerd werden. En het medelijden is niet groot als men weet dat het leger wetens en willens honderdduizenden kilo’s aardappelen heeft laten vervriezen door ze voortdurend te laten leveren tijdens de grote vorst. Anderzijds kunnen zeer weinig mensen nog aardappelen missen. Daarom heb ik maar weinig aangedrongen bij mijn volk. Sedert enige dagen krijgen noch de Belgische noch de Engelse soldaten nog aardappelen. Het is de burgers verboden nog chips of patates frites te verkopen aan de soldaten. Een goede maatregel. Onder de burgers gaan de aardappelen 18 fr.

3 april, dinsdag. Het is hard gevroren en daarop sneeuwt het 12 uren lang, het is waarlijk de slechtste dag van het jaar. In Dikkebus staan nu zeer veel kanonnen en nog veel stellingen zijn gereedgemaakt voor nieuwe artillerie. Ook wordt er elke dag ferm beschoten.

4 april, woensdag. Mijn broer Remi komt hier enige verlofdagen doorbrengen.

5 april, donderdag, Witte Donderdag. Meneer de kapelaan van Reningelst gaat dienstdoen naar Dikkebus terwijl ik hem vervang in Reningelst.

6 april, Goede Vrijdag. Deze nacht doen de Engelsen een raid op Wijtschate en nemen 31 krijgsgevangenen. Omtrent elke dag worden de hoeven van Doom en Indevuyst beschoten.

Deze middag om 12.30 uur is meneer Gustaaf Six, sedert 13 jaren burgemeester van Reningelst, hier godvruchtig overleden.

7 april, zaterdag. In de avond doen de Engelsen een raid bij Sint-Elooi en Verbrandemolen. Hij is deerlijk mislukt. Zij namen 18 krijgsgevangenen maar verloren zelf meer dan 250 mannen. Het schijnt dat de Duitsers lont geroken hadden: zij hadden de dichtstbije loopgraven geëvacueerd en deden de mitrailleurs verschrikkelijk werken. Ik en nog andere burgers wisten het verscheidene uren tevoren.

8 april, zondag, hoogdag van Pasen. Ik ook verrijs met Pasen. Mijn voet is aan de beterhand en ik kan mij laten vervoeren naar Dikkebus. Het is mooi weer maar wat koud. Ik deel er 65 paascommunies uit. Deze nacht was er veel geschut. Men merkt dat hier sedert enige tijd zeer veel munitie aangevoerd wordt. Het schijnt ons zeker dat de Engelsen hier de eerste weken een groot offensief zullen inzetten.

9 april, maandag. 48 mensen houden hun Pasen in volle winterweer. Ten minste 40 granaten vallen rond de hoeve van Isidoor Kestelyn en de Drie Goên. Bij Vrambout worden 2 soldaten en 16 paarden doodgeslagen, en 12 mannen gewond. ’s Anderdaags zijn er nog 4 van hen gestorven.

Niets dat meer in tegenstrijd is dan het leven van de Engelsen met sommige van hun eigen spreuken. Zoals ‘Time is money’: een Engelsman heeft altijd tijd en schijnt nooit gehaast maar is wonderlijk geduldig. ‘Early to bed, early to rise, makes a man healthy, wealthy and wise’: een Engelsman gaat laat naar bed en staat op in de voormiddag.

10 april dinsdag. Wij vernemen het eerste nieuws van de Engelse overwinning rond Arras. 10.000 krijgsgevangenen.

11 april, woensdag. Wat droevig weer voor de tijd van het jaar. Het sneeuwt bijna de hele dag. Nog nergens een spoor van groen. Om 10 uur is hier de plechtige begrafenis van meneer Six, burgemeester. Zeer veel volk is aanwezig, waaronder Mgr. De Brouwer. Om 17 uur komt hare Majesteit de Koningin der Belgen hier een cinemavertoning bijwonen, door de Engelsen gegeven ten voordele van het Belgisch Rode Kruis. Die vertoning wordt gegeven in een prachtig houten gebouw bestaande uit drie vleugels, dat in de weide van Pieter Cambron langs de weg van Zevekote staat. Een vleugel dient voor cinemazaal, een voor eetzaal voor officieren, en een voor speel- en drinkzaal voor soldaten. De burgers van de Poperingestraat worden verzocht hun vaandels uit te steken. De koningin kwam aan per auto vergezeld door prins Charles. Er waren weinig nieuwsgierige burgers op straat, daar het een echt hondenweer was. Alleen soldaten mochten de vertoning bijwonen. Plaatsen voor 10, 5 en 1 fr. Een schoolmeisje gaf een bloementuil, een ander las een complimentje. De koningin bleef dineren bij de generaal van de 41ste divisie in het huis van meneer Achiel Camerlynck.

12 april, donderdag. Een Franse tolk-priester verblijft bij de artillerie op de hoeve van Cyriel Lamerant. Nog veel paascommunies deze morgen. De boter mag bij de boeren tegen 5,50 fr. verkocht worden, en in de winkels 6 fr. Voor de avond zweeft een Duits vliegtuig boven de hoeve van Cyriel Lamerant en laat een vuurpijl vallen als signaal.

Pater Peeters, aalmoezenier, verblijvende op de hoeve van Lemahieu, berecht schepen Doom, daar ik met mijn zere voet niet tot daar kan geraken. Wij vernemen het goede nieuws van de breuk van Brazilië met Duitsland. Doch wat ons minder aanstaat, is de handelwijze van Rusland, dat verscheurd in politieke verdeeldheid, nog weinig bezig is met de oorlog en geneigd tot een afzonderlijke vrede. Wij vernemen dat een leger van Portugezen aangekomen is in Frankrijk. Portugese officieren zijn gezien op de Scherpenberg.

13 april, vrijdag. Rond 16 uur beginnen de Duitse kanonnen te schieten, eerst rond de hoeve van Doom en weldra rond de hoeve van Planckeel. Veel granaten vallen in het bos, waaronder 2 op de paardenstallen. Verscheidene soldaten en paarden worden er gedood. Weldra gaat de beschieting wat verder en vallen er te allen kant granaten langs de beek en voor de hoeve van Cyriel Lamerant, op de hoeve van Cyriel Onraet en bij Henri Vermeulen. De beschieting gaat verder langs de spoorweg, bij het station van Delporte en de loskaai van Verhaeghe-Cossey. Zij is zeer geweldig, een beschieting waaraan wij niet gewoon zijn, daar de granaten zo rap vliegen dat wij ze bijna niet horen afkomen. Wij horen zeer goed het Duitse kanon afgaan. Het is net of het maar een uur hiervandaan staat: een zeer korte zoef, en een doffe ontploffing, soms bijna onhoorbaar. Nabij de hoeve van Delporte staat sedert maanden een lange trein op dezelfde plaats, waarvan de wagons tot woonplaatsen dienen voor het personeel van het station. 2 wagons worden er in stukken geslagen en 2 officieren en 4 soldaten gedood. Daarop vlucht de trein tot nabij de dorpsplaats van Reningelst. Granaten zijn gevallen tot bij de Brikkenoven op 5 minuten van Reningelstplaats.

Op de ruwe oneffen grintweg naast de hoeve van Henri Desmarets kwam tegen de avond een munitiekar aangereden toen opeens, waarschijnlijk door de schokken, een ijselijke ontploffing plaatshad. De hele wagen sprong in stukken en de man die op de wagen zat vloog ook de lucht in. De ongelukkige was wel in 50 stukken.

14 april, zaterdag. In de ochtend geven 2 Duitse vliegtuigen vuursignalen boven de hoeven van Henri Lamerant en weduwe Derycke. In de voormiddag vallen granaten rond de hoeve van Alouis Adriaen. Rond de middag wordt de dorpsplaats van Dikkebus verschrikkelijk beschoten. Verscheidene granaten vallen op de gebouwen. 3 grote vallen op het kerkhof. Een familiekelder naast de kelder van de familie Ghyselen wordt opengeslagen. Die kelder behoort toe aan de familie Malou, maar diende enkel tot provisoire begraafplaats en er lag niemand in. Verscheidene grafzerken zijn gebroken. Nog een zeer diepe put naast de grafzerk van de familie Onraet en voor die van de familie Coene en een even diepe put dicht bij de kerkmuur waar Franse soldaten begraven lagen. De putten zijn 2 meter diep, en ik heb vernomen dat verscheidene lijken er uitgegooid lagen. De soldaten hebben ze aanstonds weer begraven en wanneer ik enige dagen nadien ging kijken, zag ik alleen nog enige kleine beenderen. Rond 18 uur 2 granaten langs de spoorweg bij het station van Delporte op Ouderdom.

15 april, zondag. De hele dag slecht weer. Het is half april, en men kan nog geen onderscheid maken tussen rogge en koren; zodanig is alles achterop. De natuur heeft hetzelfde uitzicht als in de februarimaand. Nog nergens het minste groen. Nog rond de 40 mensen houden hun Pasen. Zo tel ik rond de 240 paascommunies, wat het getal is dat ik verwacht heb, er rekening mee houdend dat nagenoeg 1/4 van de bevolking haar Pasen houdt op De Klijte. Later nog een 20-tal communies aan zieken en sukkelaars. Dit jaar was het mij onmogelijk te weten of alle parochianen en vluchtelingen hun Pasen gehouden hebben. Ik vrees nochtans dat er 2 of 3 niet aan die plicht voldaan hebben.

Granaten vallen rond de vijver. Het nieuws luidt dat Liévin door de Engelsen ingenomen is. De Belgen die in Dikkebus zijn moeten daar met de Engelsen meewerken om kanonnenstellingen te maken.

16 april, maandag. Granaten vallen in de ochtend, eerst rond de hoeve van de burgemeester en daarna op de dorpsplaats en rond de Melkerij. Een granaat valt op het huis van de veldwachter, naast het gemeentehuis, en doodt de schildwacht die daar aan de hoek staat.

17 april, dinsdag. Men verwacht hier weldra een Engels offensief. In de pastorie is er een plaats gereedgemaakt voor een generaal van het legerkorps. 2 granaten vallen nabij de hoeve van Delporte, aan het station van Ouderdom.

Nogmaals is een spion aangehouden in Dikkebus! Landbouwer Arthur Cafmeyer. En de reden? Enige dagen geleden had Cafmeyer een partij land geploegd om er haver in te zaaien. Ongelukkiglijk hadden de soldaten er wat over gelopen om naar hun kanonnen te gaan die daar vlakbij stonden zodat hier en daar een weggetje getrappeld was. Vandaag ging Cafmeyer de weggetjes uiteggen en liet waar niet doorgelopen was ongemoeid. Maar zie, een jong officiertje verweet hem dat hij tekens gaf aan de Duitse vliegtuigen door zijn land niet helemaal te eggen. Cafmeyer had hem schoon zijn landbouwtheorieën uiteen te zetten, het hielp niet en het laatste woord was: ‘Tegen morgenochtend zal de hele partij geëgd zijn of wij zullen u vinden.’ Het was avond en Cafmeyer was van plan in de vroege ochtend daaraan te voldoen. Ongelukkiglijk regende het ’s ochtends ferm en zo was het onmogelijk om te eggen. Dat was genoeg. De volgende nacht werd Cafmeyer van zijn bed gehaald, en alle soldaten van Reningelst en omliggende wisten weldra dat er een grote spion aangehouden was in Dikkebus. Cafmeyer werd 3 dagen vastgehouden in Reningelst. Hij onderging verscheidene verhoren, en kwam weldra zoals de andere spionnen weer naar huis. Dat is een geval onder duizenden. Zo was er ook een landbouwer van Reningelst die mest begon te voeren op een partij land van 3 gemeten. Nauwelijks had hij een paar karren op hoopjes getrokken of een Engels officier komt af en beweert dat hij door die hoopjes tekens geeft aan de Duitse vliegtuigen. De man legt uit waarvoor dat dient. De Engelsman vertrouwt het niet, maar laat hem voortwerken op één voorwaarde: tegen ’s avonds moet de hele partij overvoerd zijn. Een landbouwer van Westouter wil een partij land ploegen en begint met de voren dicht te rijden. Dat waren ook tekens en de man werd aangehouden. Meneer pastoor van Reningelst wordt op een hoeve aangehouden en daar door officieren ondervraagd waarom hij een soutane draagt. Na zijn antwoord zeggen zij dat dat zeer onvoorzichtig is, en raden hem aan zich te kleden zoals de andere mensen.

18 april, woensdag. Sneeuw. Veel inwoners van Kemmel en ook enige boeren van Dikkebus worden aangemaand voor 4 april te verhuizen. Van Dikkebus zijn dat Honoré Indevuyst, Henri Doom, weduwe Dewilde en Alfons Cordonnier. Weduwe Dewilde gaat in beroep en mag blijven. Wij merken dat de paarden van het leger erg vermagerd zijn.

De Engelsen die op de hoeven van Lamerant, Decrock en Desmarets de Belgen kwamen vervangen, beschuldigen weer hun voorgangers van spionage. Dat is vanzelfsprekend.

De burgemeester van Dikkebus wordt vandaag ontboden voor het verhoor van Cafmeyer. Het verhoor was waarlijk kluchtig. Er waren bezwarende omstandigheden. ‘De vader van de beschuldigde is ook een spion,’ sprak de rechter. ‘Het kan zijn,’ zei de burgemeester, ‘hij is al 25 jaar dood en ik heb hem niet zo goed gekend.’ ‘Neen, neen,’ was het antwoord, ‘de vader leeft nog, wij hebben hem verleden week aangehouden, hij is bijna altijd op de hoeve.’ Men stelde vast dat er sprake was van Jules Perdieu, de werkman van Cafmeyer, een eenvoudige man, die enige dagen geleden aangehouden werd terwijl hij granatenputten vulde op het land van de burgemeester en ongelukkiglijk zijn verblijfsvergunning niet op zak had, waardoor zijn aanhouding een dag duurde. ‘Nu,’ zei de rechter, ‘in elk geval is zijn moeder een spionne.’ De burgemeester lachte nogmaals en zei dat zij nog maar 8 jaar dood was. De rechter bedoelde Sidonie Capoen, een oude vrouw die veel rondgaat als vroedvrouw en ziekendienster en bij Cafmeyer gehuisvest was.

De grootste gave die wij tot nu toe van de Engelsen ondervinden, is hun taai geduld. Dat is waarlijk bewonderenswaardig. En ook hun goede tucht, die niettegenstaande de lange duur van de oorlog, toch blijft. Zonder grote strengheid hebben de officieren toch veel gezag over hun soldaten, die men nooit kwaad hoort spreken over hun overheden. Jammer dat het niet zo is in het Belgische leger.

19 april, donderdag. Hier zijn de 41ste, 47ste, 23ste, 39ste en 19de divisies.

20 april, vrijdag. Begrafenis van de weduwe Saelen op ons oorlogskerkhof. In de avond geweldige aanval van de Duitsers langs Wijtschate. Zij zijn in de Engelse loopgraven gekomen en hebben waarschijnlijk enige krijgsgevangenen gemaakt.

21 april, zaterdag. Grote beschieting rond de vijver.

22 april, zondag. 5 minuten voor de eerste mis valt een obus tussen de hoeven van Cyriel Onraet en Charles Cannaert. Hij passeert boven de kerk. De hoogmis wordt gedaan door een Franse tolk-priester. Ik maak er gebruik van om na de eerste mis bezoek te brengen aan de dorpsplaats en aan de zieke schepen Doom. Langs de weg en rond de dorpsplaats merk ik te allen kant nieuwe kanonnenstellingen. Bij alle hagen zijn kanonnenstellingen, behalve bij de hagen onmiddellijk naast de kasseiweg, zelfs daarbuiten zijn er nog kanonnenstellingen gemaakt uit doorvlochten nettendraad. Aan de loskaai van Dalle zie ik meer materiaal dan ooit tevoren. Ik zie dat nogmaals verscheidene huizen verdwenen zijn: in de Kerkstraat de huizen van Constant Ryckaert, René Vanackere, herberg De Zwaan. Zo blijft er van de hele Kerkstraat maar één huis meer over, dat van bakker Coene. Het is ook maar het afbreken meer waard. Hetgeen nog overblijft van de pastorie heeft de genie deze week laten springen en nu zijn zij bezig met het puin weg te brengen. Ook aan de Melkerij is de driewoonst van Constant Vandenbussche verdwenen. Van Klein Brussel blijft niets meer over. Ook het huis van Perdieu is weg. Alles afgebroken door de soldaten. Op het kerkhof zie ik 4 grote putten.

Onze kerktoren heeft ook nog meer geleden. Een obus is onder de klokken gevallen en heeft de 2 spitsen van de zuidkant afgeslagen. Een 2de is wat lager gevallen, ook op de zuidkant, ter hoogte van de goten. Een Engels officier die ik ontmoette aan het huis van Noyelle, zei mij dat de klokken nog ongedeerd in de toren hingen. Hij was er gisteren nog bij geweest, daar zij een observatiepost in de toren hebben. Ik had inderdaad sedert verscheidene maanden telefoondraden gezien die naar de toren leidden. Jammer dat er geen middel is om de klokken neer te laten. Dat is onmogelijk, men kan zulk werk niet bij nacht doen en bij dag wordt men te goed gezien door de vijand.

Daarna ga ik naar de hoeve van Doom. Deze is er verschrikkelijk aan toe, het is er waarlijk de ene put naast de andere. Nergens een plek ter grootte van een gewoon huis waar geen put is. En dat op een uitgestrektheid van meer dan 3 gemeten. En zeggen dat de bewoners nog immer thuis zijn. Ja, zelfs een oude, zieke man. Hun huis is hun meer waard dan hun leven. Ik vind schepen Doom stervende, toch herkent hij mij nog. Ik lees een deel van de gebeden van de stervenden en spoed mij terug naar de hoogmis, maar ik ben te laat voor mijn sermoentje. Bij de hoeve van Cafmeyer zie ik enige nieuwe kanonnen. Aan de hoeve van Comyn merk ik de nieuwe spoorweg. Hij is smaller dan de gewone en komt van Ouderdom, links van de molen en de hoeve van Henri Desmarets, dan langs Oudewal en met 3 vertakkingen, een langs het bos van Amand Heugebaert, een langs het bos Planckeel, een naast de grote spoorweg over de vijver Voormezelewaarts. Deze spoorweg dient voor het ravitailleren van de kanonnen en voortdurend komen munitietreinen aangereden. Wat is ons Dikkebus toch veranderd! Men is er waarlijk door aangedaan. Mij wordt geen vrijgeleide gevraagd en ik word ook niet verontrust door het geschut.

Na de hoogmis doop ik het 3de oorlogskind van landbouwer Arthur Deraedt. Bij het buitenkomen uit de schuur zie ik een Duits vliegtuig pijlrecht afkomen naar de Engelse kabelballon van Ouderdom. Hij hangt geen 100 meter hoog. Engelse kanonnen en mitrailleurs schieten geweldig. De Duitser schiet ook met zijn mitrailleur. Elk ogenblik verwacht ik de ballon te zien branden, of het vliegtuig te zien neervallen. Geen van beide gebeurt. Ik zie weldra de mannen neerdalen met hun valscherm. De ballon wordt neergetrokken en de Duitser is ervandoor, altijd verder op geringe hoogte. De mannen van de ballon komen neer langs de beek tussen Ouderdom en de dorpsplaats nadat zij eerst met hun valscherm door de prikkeldraad zijn getrokken. Twee Belgische soldaten die als eersten ter plaatse kwamen en de mannen hielpen, kregen elk 5 fr. zakgeld.

23 april, maandag. Om 5.30 uur lees ik mis bij Cyriel Lamerant en doe mijn eerste ronde met de paascommunie naar zieken en sukkelaars, naar de Hert, de weduwe Ghesquiere, Charles-Louis Charles, de weduwe Braem, Jules Spenninck en de weduwe Dewilde. Een obus en 2 schrapnels ontploffen in de velden van Cyriel Lamerant als ik er juist gepasseerd ben. Gaande van de Hert naar de weduwe Ghesquiere is mijn kortste weg langs het Zweerd, maar daar de rechterkant van de grote weg helemaal afgespannen is met nettendraad, kan ik nergens door en moet ik door de dorpsplaats gaan. Voorbij het Vijverhuis is men bezig snelvuur te doen op een Engelse batterij. Van de hevigheid van zulk een beschieting konden wij ons in het begin van de oorlog geen mening vormen. De ene obus wacht niet op de andere. Wie in die hel zit, kan onmogelijk vluchten, ten minste 500 granaten vallen van 6.30 tot 7.30 uur en dat op een oppervlakte van slechts een half gemet. Men is er zeker van kanonnen te treffen en mannen te doden. En zeggen dat zulke beschietingen zich hier nu dagelijks voordoen! Ik merk dat het Engels kerkhof nu vol is, men verbreedt het met enige meters langs de kant van Kemmel. Op de hoeve van de weduwe Alouis Ghesquiere zie ik 5 kanonnen staan, die reeds sedert enige dagen aan het schieten zijn. Dat Roose Ghesquiere van deze kanonnen niet gediend is, bewijst hetgeen zij mij vertelt. ‘Bij het eerste schot,’ zei zij, ‘werd het beeldje van O.L. Vrouw dat aan de boom hing, afgeslingerd en het viel gebroken neer. Zo’n heiligschennis kon ik niet verdragen, en ik zei:“Was ik O.L. Vrouw, ik zou hun kanon doen zinken” en waarlijk, ik ben verhoord geweest. Hun kanon is reeds 2 maal gezonken, en zij hebben het moeten uitdelven. Maar zij weten niet dat het door mij komt.’ Aan de Razelput ontplofte een schrapnel toen ik er juist voorbij was. Ik zie dat er reeds kanonnen geplaatst zijn rond Charles-Louis Charles, in de hagen rond de Vijf Geboden, Braem, Adriaen en Hallebast. Vandaar rijd ik naar De Klijte en met de pastoor en de kapelaan van Reningelst naar Poperinge. We gaan de H. Olie halen bij Z.E.H. deken, en eten in het college. Daar vernemen wij dat er deze morgen langs Proven, Watou en een deel van Poperinge stikgas geroken werd. Wij horen later dat deze overgekomen is van Nieuwpoort, waar de Duitsers een gasaanval op de Fransen hebben gedaan.

In de voormiddag wordt de dorpsplaats beschoten. 3 obussen vallen op de kerk en 1 op het huis van Noyelle. 2 granaten vallen op Ouderdom aan het station van Delporte.

Deze namiddag gebeurde er iets akeligs op de hoeve van Doom. Schepen Doom was gisteren een paar uren na mijn bezoek overleden, en nu wordt zijn hoeve beschoten, een beschieting met snelvuur, even geweldig als die waarvan ik deze morgen getuige was aan het Vijverhuis. Een obus viel op het huis en het lijk van Doom werd op de grond gegooid en begraven onder het puin. De oude man was juist bijtijds gestorven om niet door de beschieting gedood te worden.

24 april, dinsdag. Deze nacht veel geschut. Het is helder weer en de vliegtuigen zijn reeds vroeg op gang. Een pijnlijk ongeluk gebeurde in Loker. Om 6.15 uur zweefde een Duits vliegtuig boven Loker. De Engelsen schoten ernaar. Ongelukkiglijk weigerde een schrapnel te ontploffen in de lucht. Hij viel neer op het huis van de koster-onderwijzer-secretaris meneer Cuvelier. De brave man was nog in bed en werd de benen afgeslagen. De schrapnel ontplofte in de keuken en verwondde er ook nog de dochter. Meester Cuvelier leefde nog een paar uren en overleed in het gasthuis van Bailleul.

Om 8 uur doe ik de begrafenis van schepen Doom. De burgemeester en 3 gemeenteraadsleden zijn aanwezig. Dochter en kleindochter moeten komen met hun weekdaagse kleren aan, daar hun andere kleren helemaal in flarden zijn door de beschieting.

In de ochtend wordt een Engelse batterij nabij de hoeve van Remi Lamerant geweldig beschoten. Later valt een obus tussen de hoeven van Delanotte en Deraedt. In de jongensschool in Reningelst heeft er een ontploffing plaats. Een jongen, vluchteling van Voormezele, Belpaire bij naam, was aan het peuteren in een buisje dat hij langs de straat gevonden had. Plotseling een ontploffing en de jongen was 4 vingers kwijt. In een ogenblik waren alle jongens huilend op straat.

Zaterdag had er in Poperinge een landbouwvergadering plaats als protest tegen de onbetamelijkheid van de taxaties. Belastende brieven verschijnen in de XXe Siècle over de landbouwers van het door de Duitsers niet bezette België. De meststoffen zijn buitengewoon duur. De burgemeester betaalde zijn sulfaat 90 fr. en zijn zout 81 fr. per 100 kilo.

Sedert beloken Pasen is er een nieuw tarief verschenen voor de herbergiers. De glazen moeten een bepaalde grootte hebben. Gewoon bier mag nog verkocht worden tegen 10 centimes per glas. Speciaal tegen 15 centimes. Stout kost 80 centimes per liter. Bij de brouwer betalen wij nu de speciaal 22 fr. per halve ton. De kwaliteit is niet beter dan van het gewone bier van voor de oorlog, integendeel. De brouwer betaalt zijn mout nu 120 fr. Die maatregel brengt grote mistevredenheid onder de herbergiers en allen gaan akkoord om op een vastgestelde dag hun herberg te sluiten. Maar als de dag gekomen is, tapt het merendeel voort. De een zogezegd omdat de ton nog niet af was, de ander omdat de buur bleef tappen en weldra zijn alle herbergen weer open. De herbergiers beweren nochtans dat zij niets meer kunnen verdienen, maar dat zij het doen uit zuivere liefde voor de soldaten! Toch wordt er nog maar weinig stout of Engels bier meer verkocht, maar gewoon bier zoveel als zij er kunnen krijgen, want de brouwer kan er op verre na niet genoeg brouwen. Ook wordt er nogal veel zoete wijn verkocht in de herbergen. Nu kan men zich een mening vormen van wat de herbergiers vroeger verdiend moeten hebben, toen het tarief hoger of vrij was en de inkoopprijs opvallend minder. Gewone herbergiers zeggen dat zij 50.000 fr. verdiend hebben en mensen die voor de oorlog geholpen moesten worden, zenden nu hun kinderen naar het college.

25 april, woensdag. De hele nacht veel geschut. Het is een Engelse artillerieaanval op het front van ’t Hoge tot Sint-Elooi. Ik draag de paascommunie naar 4 oude mensen en zing de Marcusdagmis in de schuur. 35 mensen zijn aanwezig. Meer en meer verwachten wij hier het Engelse offensief op ons Iepers front. Men beweert dat het op komst is. Met meneer de kapelaan doe ik een bezoek bij soldaat Van Steelandt, van ’t Stukje, krijgsgevangene in Duitsland en vandaar ontvlucht. De jongen vertelt zijn gevaarlijke belevenissen, die heel belangrijk zijn. Nu heeft hij een maand congé gekregen.

’s Avonds om 21.30 uur branden de schuren van Henri Lamerant af. Niet de minste twijfel dat de brand door de onvoorzichtigheid van de soldaten is veroorzaakt. Op de hoeve stonden 2 vliegtuigkanonnen en een deel van hun munitie lag in de schuur. Zij gebruikten een ander deel om te slapen en huis te houden. Reeds verscheidene malen had Henri zijn beklag gedaan over de onvoorzichtigheid van de soldaten en zelfs tweemaal een begin van brand gedoofd. Hij had zelfs een aanklacht ingediend bij de gendarmerie. Het hielp niet. Deze avond ging plotseling een grote vuurzee op uit de kleine schuur. Aan blussen viel er niet meer te denken. Van groot belang was het om het huis en de grote schuur te vrijwaren en uit de kleine schuur te redden wat er gered kon worden. Helaas, geen middel om daar iets te doen. De brand was tot bij de munitie gekomen, en de ene obus na de andere ontplofte. Burgers en soldaten konden niets anders dan van de brand wegvluchten. Slechts met levensgevaar konden enige burgers de grote wagen uit de grote schuur trekken, waarop verscheidene kisten stonden. Het huis bleef vrij, maar het was slechter met de grote schuur, die weldra ook vuur vatte, waarschijnlijk door het ontploffen van de munitie. De schade was zeer groot: 4000 schoven ongedorst koren en haver, een koets enz., en het eigendom van 5 vluchtelingen, de weduwe Mahieu, landbouwer Van Steelandt, Jules Devos, de burgemeester, alsook 3 laders en de doopvont van onze kerk. Ik doe een aanvraag tot schadevergoeding en schat de laders op 102 fr. en de vont op 380 fr.

26 april, donderdag. Ik draag de paascommunie naar 6 oude mensen. Groot beschieting rond het Hemelrijk. De commandant van de Belgische 2de batterij is met zijn officieren verhuisd van het huis van Camiel Ollivier naar de hoeve van Jules Verschelde.

27 april, vrijdag. Kalme dag. Voorbij de hoeve van Pieter Cambron liggen reeds 4 spoorwegen in de richting van Westouter.

28 april, zaterdag. Met meneer kapelaan ga ik naar Loker naar de begrafenis van meneer Cuvelier, waar zeer veel volk aanwezig is. Kalme dag.

29 april, zondag. Het is vandaag de eerste zomerse dag van het hele jaar. Tot nu toe was alles nog op zijn winters, nog niet het minste groen. Om 15 uur vallen er granaten langs de spoorweg, het ergst tussen de kasseiweg van de dorpsplaats naar Ouderdom en de grintweg van de dorpsplaats naar het Prinsenhof. Ook langs de andere kant van de grintweg en de kassei. Zij worden afgeschoten vanuit Wijtschate. De beschieting is zeer geweldig. Snelvliegende tuigen die weinig lawaai maken bij de ontploffing maar toch zeer grote putten. Om 17.30 uur werden er reeds meer dan 160 geteld. De schuur bij de kinderen Derycke langs de kassei wordt ingeslagen en de gevel van het huis van Barroo nabij de hoeve van de weduwe Steen. De dichtste granaten vielen maar 7 minuten van de kerk van Reningelst. Om 19.30 uur herbegint de beschieting en ditmaal op ’t Stukje tussen de Kasteelmolen en de Klijtekassei. Zo worden er ons 15 kerels gezonden van de kant van Boezinge. Hoe eigenaardig die beschietingen: op ’t Stukje kwamen ze uit de richting van Boezinge, en aan de spoorweg uit Wijtschate. Hadden de beschietingen tezelfdertijd plaatsgehad, dan zouden de obussen elkaar gekruist hebben!

Pieten-Duits wil volharden in zijn boosheid. Om 21 uur zendt hij zijn sigaren naar de zagerij langs de kasseiweg van De Klijte en ze slaan er een tent stuk. En tijdens de nacht zijn er 3 verschillende beschietingen aan de loskaai van Delporte. Ze duurden niet lang, maar de granaten hielden aan elkaar: een 30-tal in enkele minuten. De gevel van het huis van Delporte werd ingeslagen. De bewoners kwamen er gelukkig met de schrik van af. Wij hebben, God zij dank, tijdens de hele langdurige beschieting geen ongelukken van burgers te betreuren, en zelfs heb ik niet over verongelukte soldaten gehoord. De hele nacht was er veel geschut naast de beschieting op Reningelst. Wij hebben vernomen dat de Engelsen ten zuiden van Ieper een raid deden en 18 krijgsgevangenen maakten.

Wij vernemen dat de 2de Belgische groep van de 13de artillerie, die bijna 2 jaar in Dikkebus lag, nu in Woesten is aangekomen en zo is overgegaan naar het Belgische front. De eerste groep is hier nog.

30 april, maandag. De schrik onder de bevolking van Reningelst ten gevolge van de beschieting van gisteren is zeer groot. Meneer pastoor van Reningelst zal deze avond gaan slapen op de hoeve van Maeyaert, 12 minuten noordwest van de dorpsplaats. Ook sommige mensen van Ouderdom gaan elders slapen. 2 of 3 van Ouderdom vluchten uit hun huizen.

Om 10 uur wordt er geschoten naar een Duits vliegtuig dat boven de plaats van Reningelst vliegt en de mantel van een afgeschoten schrapnel valt door het dak en zoldering in het bed van meester Decanter. Gelukkiglijk dat de meester reeds zijn nest ontvlogen was, anders had hij kunnen varen als zijn collega van Loker. Men zou waarlijk zeggen dat de Duitsers het op de opvoeders van de jeugd gemunt hebben. Generaal Gilson, die hier gedurende enige weken gelogeerd was bij meneer de kapelaan, vertrekt vandaag en komt afscheid nemen en bedanken. Dat is het melden waard, daar het pas de 2de maal is dat dit gebeurt. In de avond om 19 uur valt een grote obus langs de grintweg naar Ouderdom.

1 mei, dinsdag. Nagenoeg de hele dag aanhoudend kanongeschut. 2 neergeschoten vliegtuigen passeren hier op een auto, een Engels en een Duits. Het Duitse werd neergeschoten boven Elverdinge na een hardnekkig gevecht tegen 4 Engelse. E.H. aalmoezenier Dumon, die ter plaatse was, heeft de Duitse vliegenier, die stervende was, bediend met het H. Oliesel. De Engelse neergeschoten vliegenier was ongedeerd.

Boer Leroye van voorbij de vijver verlaat eindelijk zijn hoeve. Het is ongelooflijk hoe die mensen daar zo lang zo dicht bij de vijand hebben kunnen blijven. Nochtans werden zij, behalve de eerste en de laatste weken, nog niet al te erg beschoten, vooral dankzij de bossen die min of meer de hoeve verbergen. De man heeft er voorzeker een ferme ponk geld vergaard. Met hem worden nog 30 families van Kemmel geëvacueerd en 4 van Dikkebus. De ontvanger van Reningelst is gevlucht naar de verste kant van Westouter. Hij komt 2 maal per maand zitdag houden in Reningelst. De gewone verloven voor de Belgische soldaten zijn afgesloten, maar veel soldaten zijn thuis in werkverlof. De hele linkerkant van de Pastoriestraat is hier zonder officieren. Sommige artillerie van Dikkebus is vertrokken, waarschijnlijk naar de Somme. Ook weer minder soldaten. Men begint gewaar te worden dat het algemene offensief dat door de bondgenoten op het westelijk front belegd was, mislukt is. De Engelsen zijn tamelijk gelukt in Artois, maar de Fransen minder goed in Champagne. Sommigen leggen het uit bij gemis aan goede leiding, anderen spreken van verraad. Doch een grote reden is waarschijnlijk de hevige tegenstand van de vijand, die door de Russische lamlendigheid ten gevolge van de binnenlandse moeilijkheden, niets te vrezen heeft op het oostelijke front en zo naar willekeur talrijke divisies van het oostelijk naar het westelijk front als versterking kan overbrengen. Jammer van Rusland. En zo valt het offensief dat langs de rest van het front moest voortgaan ook in duigen. In Boezinge worden de grenadiers en de karabiniers die bestemd waren voor de aanval, afgelost door de 4de divisie. Zo moeten wij hier nogmaals enige tijd geduld hebben.

2 mei, woensdag. Elke dag wordt Dikkebus ferm beschoten. In de namiddag granaten op en rond de hoeve van Cafmeyer. De werkman van Cafmeyer, Jules Perdieu, 67 jaar oud, was op het deel hooi aan het binden, toen hij door een schrapnelkogel getroffen werd in de ruggengraat. De arme man was meteen verlamd aan beide benen en zijn toestand is hopeloos. De ongelukkige is vervoerd naar het hospitaal van Couthove en daar na 6 dagen verschrikkelijk lijden aan zijn wonden bezweken. Hij is het 21ste burgerlijke slachtoffer gevallen in Dikkebus.

In Poperinge vallen granaten rond de melkerij.

3 mei, donderdag. Reeds de hele week prachtig weer. Zonder overgang vallen wij van het putje van de winter in het hart van de zomer. Granaten vallen in de ochtend op de dorpsplaats. Voor het huis van de veldwachter worden 2 soldaten gedood. In de voormiddag voortdurend granaten tussen de hoeven van de weduwe Forceville en van de burgemeester nabij de 2de Belgische batterij. In de namiddag bij het bos van Celeste Planckeel, waar verscheidene soldaten gewond worden. Na mijn mis bij Lamerant worden wij een lichte geur van stikgas gewaar.

In de wasserij moeten de wasvrouwen nu wassen met zuivere creoline, en dat alles uit vernielingsgeest tegen de lieve beestjes die de Engelsen ‘itchekos’ noemen, die wemelen op het ondergoed van de soldaten en door voorafgaand grof geschut niet kapot konden worden gemaakt. Bij de Belgische soldaten zijn die gastjes nu zogoed als onbekend. Op de deur van het huis van Isidoor D’Hellem in Dikkebus staat er geschreven: ‘Itchekos farm’, het zijn voorzeker de Belgische soldaten die dat gedaan hebben om de Engelsen buiten dat huis te houden en er zelf de baas te zijn.

4 mei, vrijdag. Tegen de avond vallen 3 granaten tussen de hoeven van Camiel Derycke en Verhaeghe-Cossey op Reningelst. Een ongeluk gebeurt op de hoeve van Achiel Vandermarliere. Paul Fournier, de putmaker van Ten Brielen, die gevlucht was bij Henri Depuydt, werkte op gemelde hoeve. Na hun boterham van 16 uur stond hij met 2 andere mannen een pijp te roken. Een Engels vliegtuig was boven hen waar de Duitsers naar schoten. Een gemiste schrapnel kwam terecht op een boom naast hen en ontplofte. Een stuk vloog op de arm van Fournier, die bijna letterlijk afgehakt werd. Aanstonds werd hij naar het hospitaal van Couthove vervoerd. Daar werd zijn arm afgezet en na 2 maanden mocht Fournier bij zijn vriend Depuydt weerkeren. Het eigenaardigste hierin is dat Fournier nooit de minste pijn gevoeld heeft, noch bij de slag noch bij het afzetten, noch later.

5 mei, zaterdag. In de voormiddag tamelijk kalm. Rond 16 uur geweldig geschut. Het duurt tot ’s morgens 4 uur en wordt van langsom benauwender. Vooral veel grof geschut. In de avond vallen granaten op Millekruis en later in de nacht weer op Millekruis, aan de loskaai van De Klijte en op en rond het gehucht. Zij vallen geweldig vlug. Het huis van Joos Dewilde wordt ingeslagen. In het eerste deel van de nacht ook veel granaten op en rond de hoeven van Planckeel en Marcel Coene en in het bos ertussen. 1 valt op het huis van Celeste Planckeel. Celeste en Henri Rubrecht, die op hun slaapkamer waren, bleven ongedeerd, maar de vrouw van Henri, die juist opgestaan was, werd gewond samen met haar kind van 4 jaar. Het kind licht maar de moeder veel erger. Haar rechterbil was afgeslagen en haar hele voet was verschrikkelijk gesteld. Nog dezelfde nacht werd zij naar Couthove vervoerd. De arme vrouw, moeder van 7 kinderen, leed verschrikkelijk. In het begin hoopten de dokters haar voet te kunnen genezen zonder afzetten. Helaas, na enige dagen waren zij gedwongen tot die pijnlijke bewerking over te gaan. De wonde wilde maar niet genezen en enige tijd zelfs heeft men gevreesd voor haar leven. Eindelijk, na 6 weken, begon beterschap en na 2 maanden was de genezing in goede gang. Het huis van Celeste, waar nu reeds het 2de ongeluk gebeurd was, is totaal verwoest en onbewoonbaar. De brave jongen gaat meewonen bij zijn vriend Cyriel Lamerant.

6 mei, zondag. Helaas nog een pijnlijke ramp zou deze nacht in ons dorp gebeuren. Op de zolder van herberg De Koevoet sliepen de mannen van de Belgische 3de batterij, waaronder priester Jan Coveliers van het seminarie van Mechelen. Plotseling ontploft een obus op de oostkant van de zolder, juist waar Jan lag. Het ongeluk was verschrikkelijk. De chauffeur en de telefonist waren op slag gedood. Jan was stervende en 3 andere soldaten waren gewond. De aalmoezenier E.H. Peeters, die nooit gevaar gekend heeft als het zijn plicht gold en meer dan een decoratie verdiend heeft, was er aanstonds bij en berechtte de brave priester. Het duurde meer dan een uur voor de gewonden konden worden weggevoerd, omdat men eerst een Engelse auto moest zoeken, daar de chauffeur van de Belgische auto gedood was. Meneer Coveliers stierf bij aankomst in Couthove. Een van de 3 andere gewonden was erg gewond maar niet gevaarlijk, ook is hij genezen. De 2 overigen, waaronder de student Vandenberghe van Oostrozebeke, waren licht gewond.

Het was na de hoogmis dat de burgemeester mij het droevig nieuws van Jantje kwam vertellen. Naar gewoonte zou er mis gedaan worden op de hoeve van de burgemeester en de brave man, die op de hoeve sliep van zijn zoon Marcel, was in de morgen naar zijn hoeve gegaan met het koekenbrood telkens gegund voor het ontbijt van de aalmoezenier en de priester. Hoe schrok hij toen hij de droevige gebeurtenis vernam. De priester was daar zo goed thuis en de burgemeester vertelde mij hoe hij door schaarste van werkvolk de mannen van de 3de batterij gevraagd had wat te willen helpen. De hele zaterdagnamiddag had de priester samen met 3 makkers aardappelen geplant. ’s Avonds wilde Lucie hen betalen. De priester weigerde en zei: ‘Geef liever mijn deel aan de brouwer.’ Dat was de lapnaam van een van de soldaten. Ik was ook zeer ontroerd bij het vernemen van het droeve bericht. E.H. Coveliers was geboren en woonachtig in Turnhout en de enige zoon van een weduwe. Hij was 2 jaar in het seminarie en pas tot onderdiaken gewijd toen de oorlog uitbrak en hij was nu 24 jaar oud. In februari 1915 was hij naar het Ieperse front gekomen, eerst in Brielen, Vlamertinge en Ieper, waarna van juni ’15 tot januari ’16 in de nabijheid van het kasteel van Verschoore. Daar woonde hij verscheidene maanden in een beerput. Daarna verbleef hij op de hoeven van Cyriel Claeys en Theophiel Dauchy en sedert november ’16 bleef hij bij de kanonnen aan de vijverdam. Sedert meer dan een jaar was Jan onze goede vriend, en hij ontbrak zelden op onze veertiendaagse priestervergaderingen op De Klijte of in Reningelst. Tijdens zijn verblijf bij Theophiel Dauchy ging hij dagelijks na de mis ontbijten bij de E.H. pastoor van De Klijte, en onder het roken van een pijp waren zij aan het redekavelen over letterkunde en andere studiën. Daar kon Jan bijna de tijd vergeten en meer dan eens heb ik hem bezweet zien aankomen op de hoeve van Cyriel Lamerant, waar hij de dokter moest vinden voor het ziekenrapport. Hij was een knappe kop en een door en door Vlaams karakter: godvruchtig, eenvoudig, kalm, vastberaden, moedig en gezellig en hij zou later voorzeker een goede priester geworden zijn. R.I.P. De Stem uit België schrijft over hem het volgende mooie artikel:

In memoriam E.H. Jan Coveliers.

Uit een brief van de E.H. aalmoezenier van Jan Coveliers knippen wij het volgende, een verhaal van zijn laatste ogenblikken, een hulde aan zijn moed en zelfopoffering door iemand die hem van dichtbij aan het werk zag.

‘Ik ben nog helemaal onder de indruk van de pijnlijke schok die ik vannacht heb gekregen. Nauwelijks ingeslapen, schrik ik om halfeen wakker door een grote beschieting, heel dichtbij, maar die ik begreep plaats te hebben in de nabije omgeving van de batterij van brancardier-seminarist Jan Coveniers. Weldra telefoneert men ons dat er gewonden zijn in de batterij. Ik ging naar buiten met de dokter en wij vernamen dat de goede“Jantje”, zoals men hem hier kameraadschappelijk noemde, zwaargewond was. Een granaat was ontploft boven de zolderkamer waar hij, de chauffeur, de telefonist en talrijke anderen sliepen. De telefonist en de chauffeur waren op slag dood. Van Jantje waren de benen gebroken en twee vingers afgerukt. Gelukkig was een sterke en zeer toegewijde kerel daar als bij mirakel gered. Na wat moeilijkheden slaagde hij erin Jantje op zijn rug te laden en niet zonder moeilijkheden de trap vol kalk en puin af te dalen. Voor de verbanden konden worden gelegd, was de redder jammer genoeg zelf enkele minuten bewusteloos geweest. Jan had enorm veel bloed verloren. Toen de dokter en ik aankwamen, kon de dood alleen nog enkele uren worden uitgesteld. Terwijl zijn benen werden verzorgd, biechtte hij, kalm zoals hij gewoonlijk was. Ik sprak hem nog moed in, maar weldra werd de pijn ondraaglijk en verzwakte hij erg. Ik heb hem het Heilige Oliesel toegediend terwijl hij nog in volle bewustzijn was. O, hij had zich onderworpen aan de wil van God, hij ontving met vreugde alles uit de hand van de Meester van wie hij zoveel had gehouden. Na een uur verminderde de beschieting. Men laadde Jan in met de andere gewonden. Ik gaf hem nog de laatste absolutie en een volle aflaat in articulo mortis en dan moest ik hem verlaten. Jan is gestorven bij zijn aankomst in het hospitaal.

Hoewel hij 25 jaar jonger was dan ik, was Jan voor mij een gezel en een helper. Hij had een heel rechtlijnige geest en een oordeel over personen en zaken dat zeldzaam was voor zijn leeftijd. Elke keer diende hij mijn heilige Mis en ging hij te communie. Hij had een sterke en vaste roeping met de ijver van de zielen en de zin voor de plicht. Zijn voorbeeld en zijn vrolijke humeur maakten hem geliefd bij iedereen en zowel de commandant als zijn kameraden hebben daarvan getuigenis afgelegd. Hij was bewonderenswaardig en moedig.

Ik heb eraan gehecht om u al deze details te geven, want ik ben ze schuldig aan de herinnering van een held; anderen hadden een vermeteler moed en waren minder koel berekenend.’

Men voege daarbij nog wat Jozef Cos over zijn makker schrijft.

‘Verscheidene ooggetuigen bevestigden mij de buitengewone moed die onze vriend toonde, ondanks zijn hevige pijnen. Aan zijn commandant, die hem wat wilde opbeuren, antwoordde hij zeer goed te weten dat hij sterven ging, maar het schrok hem niet af en het ontmoedigde hem niet, want: “Ik sterf voor het Vaderland”. Deze laatste woorden werden vol ontroering herhaald door de commandant, die in de lijkrede gisteren verklaarde dat Jan Coveliers “een van de zuiverste helden van het regiment” was.’

Coveliers was een man van stalen wilskracht en helder verstand, een seminarist van diepe en ware godsvrucht, vol opoffering, een brancardier die in de menigvuldige hoogstgevaarlijke toestanden, waarin de derde batterij steeds verkeerde ‘altoos volkomen’ zijn plicht heeft gedaan, en dikwijls veel meer dan zijn plicht. Ook was Jantje of Jean, zoals zijn jongens hem noemden, algemeen bemind en hooggeschat. Zijn kanonniers en officieren kunnen niet genoeg lof uitspreken over hun diepbetreurde brancardier.

Die nacht werd ook Poperinge beschoten, het meest aan de Werf. In Kemmel werd de stalling van brouwer Dambre in brand geschoten. Het was een van de benauwendste nachten van de oorlog.

Veel volk van Millekruis en De Klijte vlucht. Na de hoogmis doe ik de doop van het kind van Cyriel Gontier, geboren tussen Dikkebus en Vlamertinge, te midden van de kanonnen en onder de dagelijkse beschietingen. Alles is goed afgelopen. Maar het was toch een onvoorzichtigheid van de moeder om in zulke omstandigheden op zo’n gevaarlijke plaats te blijven wonen. Helaas, zij was van haar hoeve niet weg te krijgen.

7 mei, maandag. Weer zeer schuwe nacht. De beschieting was zeer geweldig op De Klijte en Millekruis. Op De Klijte valt een obus op het huis van Benoit Tanghe. Er valt ook een in de warande van de proostdij. 1 viel juist voor de deur van landbouwer Verkest, amper één uur nadat er een kind ter wereld gekomen was. Het is een wonder dat er niemand gewond is. Het schijnt dat er die gevaarlijke nacht niet minder dan 400 granaten op De Klijte zijn gevallen. Ook gaat bijna iedereen op de vlucht. Alleen de E.H. pastoor met nog 2 of 3 mensen blijven in hun huis slapen. De staf vlucht naar de Scherpenberg. De beschieting was ook geweldig tussen de hoeve van Celeste Planckeel en de Potente en er vielen granaten op de hoeven van Marcel Coene en Lievens.

In Poperinge vielen er ook veel granaten aan de Werf. Wij vernemen uit de getuigenissen van het omliggende dat sedert enige dagen de beschieting over de streek algemeen is. Ook Vlamertinge, Kemmel en Nieuwkerke worden ferm beschoten. Er zijn veel brandgranaten bij. Bij Millekruis rookten sommige granaatputten een dag lang. Wat mag die geweldige beschieting betekenen? Vrezen de Duitsers een Engels offensief en willen zij dat beletten of bereiden zij integendeel hier zelf een offensief voor? Niemand weet het, wij vrezen het laatste, daar voor het ogenblik de Engelsen op dit deel van het front aan hun plan van aanstaand offensief verzaakt schijnen te hebben.

Met meneer kapelaan ga ik naar Poperinge en op het soldatenkerkhof merken wij 3 open graven die gereedliggen voor meneer Coveliers en zijn ongelukkige gezellen.

8 mei, dinsdag. In de avond en in de nacht doen de Engelsen 3 maal telkens gedurende een half uur een vergeldingsbeschieting op het hele Duitse front en achterfront van deze sector om zich te wreken voor de dagelijkse geweldige beschietingen van de Duitsers. Alle kanonnen van de hele streek waren in werking. De Duitsers zonden veel granaten naar Ouderdom, en in de weide van weduwe Beernaert werden 6 soldaten en 11 paarden gedood.

In Poperinge in de O.L. Vrouwkerk had de begrafenis plaats van de 3 gedode kanonniers. Ze begon om 11 uur en was zeer mooi en treffend. Veel officieren en meer dan 100 soldaten waren aanwezig. De commandant, graaf Dumonceau, sprak een zeer mooie lijkrede uit en zei een woord van lof over ieder in het bijzonder, maar het meest over Coveliers. ’s Namiddags ging ik met meneer kapelaan naar De Klijte en vond er priester Cos, die met 2 of 3 andere vrienden van de begrafenis kwam. Zij waren het die ons alles vertelden. De burgemeester van Dikkebus was ook aanwezig in de begrafenis van zijn vriend. Wij waren verhinderd door een begrafenis in Reningelst. De commandant Dumonceau, die de lijkrede uitsprak, was zelf een voorbeeld van moed. Nooit ging hij voor enig gevaar achteruit en meneer Coveliers had hem, vooraleer te sterven, om zijn moedig gedrag gelukgewenst.

Bij meneer de kapelaan komt de aalmoezenier Father Higgins van de 41ste divisie logeren.

9 mei, woensdag. ’s Nachts weer veel geweld. ’s Voormiddags tamelijk kalm. ’s Avonds om 21.30 uur beginnen de Duitsers een allergeweldigste beschieting. De Engelsen laten het niet zomaar en gedurende anderhalf uur is het geschut verschrikkelijk. Wij vernemen later dat de Duitsers tot in de Engelse loopgraven doorgedrongen zijn, en enige mannen gevangen hebben genomen.

In de namiddag ga ik naar het hospitaal van Couthove de gewonde Dikkebusnaren bezoeken. Jules Perdieu is juist overleden. Paul Fournier is aan de beterhand. Vrouw Rubrecht lijdt zeer veel. Ik merk dat de zalen zeer gezond zijn en verneem dat de gewonden daar goed verzorgd worden. E.H. Callewaert, onderpastoor van St.-Maarten van Ieper, is er aalmoezenier.

Door de beschieting bij Celeste Planckeel werden alle meubels van de keuken in stukken geslagen, uitgenomen het kruisbeeld, dat ongedeerd bleef hangen. De protestantse officieren die op de hofstee verbleven, waren zeer getroffen door die gebeurtenis en hebben veel geld geboden aan Celeste om dat kruis te mogen kopen. Doch niets aan te doen, Celeste wilde er voor geen geld van scheiden.

Nog altijd zijn hier Canadese en Australische troepen, nagenoeg allemaal geniemannen, maar zij zijn niet talrijk.

10 mei, donderdag. Tijdens de nacht weer veel geschut. In de ochtend vallen granaten tussen de hoeve van Dalle en de Hert. In Dikkebus verneem ik bijzonderheden over de laatste beschietingen. Het was vooral zondag en maandag dat de dorpsplaats verschrikkelijk beschoten werd. Nog verscheidene van de best bewaarde huizen werden beschoten, waaronder die van Thevelin, Goderis, Noyelle, Delforche, Opsomer, Theophiel Debaene, Delanotte, Leeuwerck en de Lustige Boer. Een Engelse aalmoezenier, Father MacHavy van de 41ste divisie, was voornemens mis te lezen in een huis van de dorpsplaats. Alles was gereed, maar er was slechts een soldaat. Daarop besloot hij elders mis te lezen waar meer soldaten zouden zijn. Hij was nauwelijks 10 minuten weg of het huis werd ingeslagen. De burgemeester vertelde mij dat hij voor herberg De Koevoet een partij land van ruim een gemet bewerkt had om in de eerste dagen te zaaien. Gisteren ging hij kijken en hij telde er niet minder dan 48 obusputten. De kinderen Vandepitte van het Hemelrijk zijn eindelijk ook gevlucht, en zij hebben geen ongelijk.

In Reningelst werd er tijdens de mis van 7.30 uur geschoten naar een Duits vliegtuig. In de kerk was de pastoor een kerkgang aan het doen en hij was op weg met de vrouw van haar eerste plaats naar het altaar, toen plotseling de mantel van een vliegschrapnel door het dak neerplofte op de stoel die de vrouw maar enkele stonden geleden verlaten had, hem verbrijzelde en de arduinsteen in stukken sloeg. Of zij van geluk mag spreken!

11 mei, vrijdag. Kalme dag, iets wat wij niet meer gewoon zijn. In de ochtend werpt een Duits vliegtuig 5 granaten aan de Werf in Poperinge. Ik word ontboden naar de hoeve van Henri Lamerant, waar een onderzoek plaatsheeft over de brand: de oorzaken en de schade. Ik heb daar de gelegenheid gehad om geduld te oefenen: ik was ontboden voor 10 uur en wanneer ik voor de onderzoeksraad kon verschijnen, was het 13 uur. De burgemeester en Jules Devos mochten nog een uur langer wachten. Het onderzoek van Henri en zijn vrouw heeft samen 3 uren geduurd en werd verscheidene malen hernomen. Was de zaak niet heel duidelijk geweest, ik geloof wel dat het leger eraan ontsnapt zou zijn. Maar twijfel kon er niet bestaan. Ten andere, het leger was op verscheidene punten in fout. Er mocht geen munitie en geen benzine in de gebouwen liggen en er lag er veel. De brand was 16 dagen geleden begonnen, en het koren brandde nog steeds.

Nieuw bevel, waarbij gewoon bier nu 15 centimes per pint en 25 centimes per 2 pinten verkocht wordt. Het Staatsblad meldt dat de 2de helft van klas ’18 zich op 1 juli bij het leger moet voegen.

12 mei, zaterdag. Vanmorgen van 6 tot 8 uur geweldige beschieting aan de Hert. De kanonnen in de haag van de weide van Goethals en de herberg met de aanpalende huizen waren het mikpunt. Verscheidene soldaten werden gedood bij hun kanonnen. 1 obus viel op de koer van de Hert. Prudence Van Elstlande, de vrouw van Petrus, werd getroffen door de scherven en had grote vleeswonden aan de arm, maar zonder gevaar. Zij vluchtten naar het huis van Jules Ooghe en nauwelijks waren zij zo’n 80 meter ver of er viel nog een granaat en de hele herberg werd ingeslagen. Prudence werd naar Couthove gebracht en bleef er ruim 2 maanden. ’s Namiddags was men in het aanpalende huis van Arthur Dury al weer bezig met eieren te bakken voor de soldaten en de winkel ging er als voordien. In de namiddag was de beschieting even verschrikkelijk rond de hoeven van Claeys en Doom. Arthur Cafmeyer was aan het eggen op zijn land. Zijn eg werd in stukken geslagen maar man en paard bleven ongedeerd.

13 mei, zondag. In de voormiddag zenden de Duitsers nu en dan een obus naar verscheidene plaatsen, een verraderlijke beschieting. Het is zeer heet vandaag. Reeds 14 dagen is het onafgebroken mooi weer, en het is ongelooflijk hoe alles gegroeid is. Hector Coene heeft gereclameerd voor zijn partij rogge waarop de Engelsen deze winter een kamp gezet hebben. Een officier van de claimscommissie heeft hem durven antwoorden dat hij maar zo vroeg niet moest zaaien – hij had moeten wachten tot de lente – en heeft eindelijk het volgende voorgesteld: ‘Maak uw rekening, wij zullen u maandelijks 1/12 betalen.’ Zo konden zij er na 4 maanden van afkomen door slechts 1/3 van de schade te betalen.

14 mei, maandag, eerste kruisdag. 32 mensen aanwezig in de mis bij Cyriel Lamerant. Verscheidene granaten vallen op Hallebast. Bij de linie zitten meer troepen dan gewoonlijk. Op Ouderdom, langs de kassei van Vlamertinge, ligt er zeer veel munitie voor grof geschut. Een Belgische kabelballon wordt neergeschoten in Westvleteren. Ik ga naar de Rodeberg en zie weer de fabriekschouwen van Armentières roken.

15 mei, dinsdag. Deze nacht werden 2 grote kanonnen geplaatst: 1 aan de Paddebroek en 1 voor Sint-Hubertushoek in de geschilderde bergingen, die sedert meer dan een jaar gereed zijn. Reeds van in de vroege morgen is Fritz aan het rondsmijten. Eerst aan het Zweerd, en dan wat dichter bij Reningelst. Op mijn weg naar Dikkebus mocht ik van geluk spreken. Wanneer ik bij de hoeve was van de weduwe Derycke, zag ik een obus vallen nabij de slagboom van de spoorweg, juist naast de kasseiweg. Toen ik 7 minuten later op die plaats kwam, viel er een naast de hoeve van Mathilde Derycke op de plaats waar ik was bij het vallen van de eerste. Tijdens mijn mis en onmiddellijk erna passeerden nog verscheidene obussen boven de schuur en ze ontploften op Ouderdom en aan de hoeve van Theophiel Dauchy. Daar waren 37 mensen aanwezig.

Daarna begon op de hoeve van Comyn de hevigste beschieting die ik ooit gezien heb. Van 8 tot 10.30 uur ontploften er niet minder dan 600 obussen. De kanonnen die in de haag stonden en de gebouwen waren het mikpunt. Het was zonder ophouden. De eerste obus was nog niet ontploft of men hoorde reeds de volgende afkomen. Verscheidene vielen op de gebouwen. Om 8.30 uur werd de schuur in brand geschoten en wij zagen nog obussen vallen te midden van de brand. 3 kanonnen werden in stukken geschoten, de kolonel en 4 mannen werden gedood en 6 gewond. Bijna de hele haag werd uitgegooid, en ’s anderdaags vond Celeste Planckeel verscheidene doornstruiken op zijn hoeve, ten minste 5 minuten vandaar.

Met meneer de proost van De Klijte en 3 andere vrienden ga ik in de namiddag naar de Scherpenberg om het schaalmodel van het tegenwoordige Wijtschate te bezichtigen. Achter herberg De Zon in de helling van de berg ligt op een schaal van nagenoeg 300 lands geheel Wijtschate nagemaakt. Alles is in reliëf en juist zoals het door de vliegtuigen bespeurd werd. Enige bakstenen tonen ons het puin van de dorpsplaats, andere wijzen ons de beschoten hoeven aan. Men ziet er de loopgraven en de gangen, afgetekend door zeer talrijke cementborden. Ook veel rijen prikkeldraad, verder de beken, kasseien en andere wegen. Enige stokjes en takjes tonen ons de bossen. Men ziet er ook talrijke plankjes met de vermelding van de naam van de hoeve, de loopgraaf of het bos. Meestal zijn het Engelse namen, door de Engelsen zelf gegeven. Zij die de streek kennen, zeggen dat alles zeer juist is. Doch als men dat ziet, moet men bekennen dat Wijtschate een ware versterkte plaats is en moeilijk zal zijn om in te nemen. Hier komen officieren en soldaten de plaats bestuderen die zij moeten veroveren. Er is een wandeling rond, waardoor men alles op zijn gemak kan bekijken. Die wandeling is voor de burgers verboden, en wij moeten ons vergenoegen met van buitenaf te kijken. Nochtans kan men het zo ook tamelijk goed zien. Wij zijn zeer tevreden over onze wandeling. Wij vernemen dat de gemeente Mesen op dezelfde manier uitgetekend ligt in Dranouter.

Weer komen zeer veel troepen in de streek. Op de hoeve van Cyriel Lamerant zijn 3 batterijen aangekomen en bij Decrock 2. Weer hebben wij hoop dat de Engelsen hier weldra het offensief zullen doen.

16 mei, woensdag. Kalme nacht. Tijdens de dag ontploffen schrapnels boven de hoeve van Cyriel Gontier. Na mijn mis in Dikkebus ga ik langs de landweg naar Westouter, naar de begrafenis van madame Vanderhaeghe, moeder van E.H. onderpastoor. Deze weg loopt van de Kasteelmolen dwars door de velden naar Rozenhil, vandaar weer door de velden langs Theophiel Dauchy’s recht naar De Paddebroek, komt uit voor ons kerkhof en loopt daarna voor de Hert naar het huis van Angillis. Deze weg is zeer praktisch in de zomer en dient alleen voor voetgangers, paarden en gespannen, niet voor auto’s noch lorries. Hij is een vluchtweg voor de andere wegen, en men wordt er minder beschoten. Wij bezoeken in Westouter de E.H. pastoor van Kemmel, die er woont in de congregatiezaal, die als woning is ingericht.

17 mei, donderdag, feestdag van O.L.Heer-Hemelvaart. Regen. In de nacht nogal veel geschut. In de ochtend vertrekt de eerste groep Belgische artillerie na meer dan 2 jaar in onze streek te hebben verbleven. Zij hebben hun kanonnen eergisteren uitgetrokken en gisteren zijn meneer Cos en meneer de aalmoezenier Peeters afscheid van ons komen nemen. Jammer dat onze vriend Coveliers ons ontstolen werd, hij zou ook met hen zijn vertrokken. Zij vertrekken naar het instructiecentrum van Eu. Een paar maanden later vernemen wij dat zij teruggekomen zijn op het Belgisch front.

Rechtuit gezegd: voor de zedelijkheid van onze streek is het een goede zaak dat de Belgen weg zijn en zullen wegblijven. Vooral de oudste soldaten waren niet van de beste soort. Bovendien, als dezelfde soldaten 2 jaar lang op dezelfde plaats blijven, geraken velen in kennis en dikwijls is de verkering ver van treffelijk. Veel meisjes en ook getrouwde vrouwen van de streek werden door de Belgische soldaten bedorven, en ook soldaten werden door het slechte vrouwvolk bedorven.

De kranten melden ons van langsom slechter berichten uit Rusland. Jammer!

18 mei, vrijdag. Veel geschut in de nacht. Overdag zijn er tamelijk veel nieuwe Engelse kabelballonnen bij gekomen in de streek. Er hangt een nieuwe in Reningelst boven het bos van Durein. Op dit front ziet men iedere 3 kilometer een Engelse ballon. De Duitsers hebben veel minder ballonnen. Een Duitse ballon werd vandaag in brand geschoten achter Wijtschate.

De soldaten kweken te allen kant groenten in hun kampen. Sommige tuintjes zijn zeer goed onderhouden. Andere niet. In Micmac Camp, op de hoeve van Hector Coene, planten de soldaten de aardappelen meer dan een voet diep, en na 10 dagen zijn zij verwonderd dat ze nog niet uitkomen.

19 mei, zaterdag. Om 15 uur namiddag beschieten de Fritzen van Langemark de hoeve van Dalle en ze schieten ook verder naar de Hert. Een tent wordt in stukken geslagen naast het ovenhok van Jan Plak. ‘Het ging nog goed,’ zei vrouw Plak mij ’s anderdaags, ‘ze vielen er nogal naast’. En daarmee was voor haar de beschieting vergeten. Om 18 uur vallen er granaten op de hoeve van Theophiel Huyghe. Een valt op de kippenserre, ditmaal vanuit Wijtschate.

Ik doe een wandeling naar de Rodeberg en de Scherpenberg. De top van de Scherpenberg is verboden, maar wat lager is hij vrij toegankelijk. Het was helder weer en ik had een klaar uitzicht op de Duitse lijnen. Ik zag dat de Duitse loopgraven voortdurend door de Engelsen beschoten werden. Het was al blote, dode grond met menigvuldige rookkuilen. De Duitsers van hun kant beschoten de hoeve van Henri Goudeseune van Kemmel. Ik ontmoet burgers van Dikkebus die weerkeren van hun werk voorbij de plaats van Wulvergem, minder dan 2 kilometer van de Duitse lijn.

20 mei, zondag. In de eerste mis zijn 67 mensen aanwezig, in de hoogmis 100. Ik zie dat er reeds munitie gebracht is bij het huis van Benjamin Haelewyn. Weldra mogen wij dus de kanonnen verwachten in het bosje van Baes in de posities die er verleden zomer voorbereid werden.

Nabij de hoeve van Leroye hadden Engelsen de positie overgenomen van de eerste batterij Belgen. Rond de middag zag de burgemeester vanop zijn hoeve dat de mannen zonder vrees op het blote veld voetbal speelden. Steunend op zijn ondervinding zei hij tot zijn vrouw: ‘Wacht maar, wij zullen gauw wat gaan zien bij Petrus Leroye. En de Belgen zullen weer spionnen heten.’ Helaas, het duurde geen uur of de Engelsen moesten hun ezeldommigheid bekopen. Het regende granaten op de Engelse batterijen en verscheidene mannen, meer dan 20, werden gewond. En natuurlijk gaf men zoals gewoonlijk de schuld aan de Belgen, die de vrienden waren van de Duitsers. Wanneer zullen die mensen toch hun verwaandheid afleggen! Dezelfde namiddag granaten op Millekruis, aan de hoeve van Theophiel Huyghe en nogmaals bij Dalle, waar bij de batterijen een munitiedepot ontploft is. Een verschrikkelijke slag, die ons in Reningelst deed schudden.

Ik doe de optelling van de burgerlijke bevolking in Dikkebus en vind 208 burgers die nog hun eigen huis bewonen, 63 Dikkebusnaren die gevlucht zijn in Dikkebus en 67 vreemde vluchtelingen, tezamen 338.

21 mei, maandag. In de nacht grote passage van zware kanonnen. Granaten van de kant van Boezinge vallen rond Oudewal en de hoeven van Theophiel Huyghe en Cyriel Gontier. In de namiddag ga ik naar het hospitaal van de Leene, dat sedert verleden jaar nog groter is geworden met te allen kant bloemen- en groentetuintjes. Op het kerkhof zijn reeds ten minste 3800 soldaten begraven. 1 put dient voor 2 soldaten.

De aalmoezenier die hier logeert, is een zeer geweldige Ier, vader Higgins, van de soort die door hun geweld voorzeker meer nadeel dan voordeel doen aan hun zaak. Voor het overige neemt hij het uiterst gemakkelijk en begint zijn mis 30 minuten voor 12 uur. Wat werkzaamheid betreft, lijkt hij op zijn voorzaat vader Bull, die even overdreven was maar Engelsman. Een opmerking die wij na twee en een half jaar mogen maken, is dat de Engelse aalmoezeniers op verre na de godsvrucht en de werkzaamheid niet hebben van onze Vlaamse priesters en ook niet van de Franse aalmoezeniers. Nochtans vindt men uitzonderingen die zeer voorbeeldig zijn, zoals de redemptoristen O’Connor, Aherne, Bowes, de jezuïeten Gill en Tighe, en vader Daniel van de Canadezen. Maar het zijn en blijven uitzonderingen. Voor de oorlog hadden wij geen hoge dunk van de Engelse geestelijkheid, nu is die nog veel minder. De Ieren zijn doorgaans niet beter. Zij laten veel gemakkelijker hun mis na dan onze priesters hun paternoster. Nochtans, hier in Reningelst, is het gezaag van de pastoor, die altijd jammert over wijn en kaarsen en al die verschrikkelijke onkosten (en die vergeet dat hij iedere zondag ten minste 50 fr. omhaalt in de soldatenmissen), daar wel enigszins de schuld van. Toch zijn de Engelse aalmoezeniers doorgaans niet kwalijk van karakter. Sommige zijn zelfs aangenaam, maar veelal te ongegeneerd en te stout om als beleefd te mogen doorgaan. Onder elkaar hebben zij weinig reglement en zijn ze weinig vooruitziend. Wat de moed aangaat, daarin zijn zij zeer verschillend. Het merendeel is waarlijk moedig, anderen zijn banger dan de burgers, zodat ik mij reeds van sommigen afgevraagd heb: ‘Hoe is die mens toch aalmoezenier geworden?’ Er zijn hier ook verscheidene priester-tolken. Het zijn meestal missionarissen of professoren Engels uit Franse colleges. Zij zijn ook zeer verschillend in hoedanigheid. Het merendeel van de aalmoezeniers heeft draagbare altaren en zo is er reeds mis gedaan geweest te allen kant van het dorp.

22 mei, dinsdag. Ik begraaf de kleine Margriet Braem op ons oorlogskerkhof. Meer en meer ziet men de toebereidselen tot het aanstaande offensief op het front van Wijtschate. Op het achterfront langs de kasseiwegen ziet men te allen kant kanonnen staan om ze in de eerste nachten in positie te brengen. Men ziet ook veel nieuwe kampen. De opperbevelhebber Douglas Haig was vandaag in Reningelst. Duitse obussen vielen vandaag in Poperinge in de nabijheid van ’t Vogeltje.

23 mei, woensdag. In de nacht nogmaals grote passage van artillerie die naar het front gebracht wordt. In de namiddag ga ik naar Poperinge. Terwijl ik daar in het huis van meester Nollet in de Statiestraat ben, wordt de stad beschoten. In Dikkebus worden vandaag 3 Engelse vliegtuigen neergeschoten. Het is zeldzaam dat wij een Duits vliegtuig zien neerschieten. Toch beweren de Engelse communiqués dat de Duitsers meer vliegtuigen verliezen dan zij.

24 mei, donderdag. Op weg naar Dikkebus merk ik dat er nog veel veldartillerie bij gekomen is op en rond de hoeven van Henri Lamerant, Charles Cannaert en Cyriel Onraet. Hun kanonnen zijn nog niet opgesteld. 1 groot kanon is reeds aangebracht aan het bosje van Baes. Men vertelt dat er tanks aangekomen zijn en dat ze in bijzondere bergplaatsen, geëmballeerd in tenten, op de velden van Cyriel Jacob in Ouderdom staan. Nog voortdurend maakt men nieuwe waterbassins. Het schijnt ons dat alle spoorwegen hier nu gereed zijn. Aan het kantoor van de kampcommandant hangt een order uit waarbij aan de Engelse soldaten gevraagd wordt geen nutteloze schade te veroorzaken aan de vruchten van de Franse landbouwers, indachtig zijnde de schaarste van de levensmiddelen en de opofferingen die Frankrijk voor de oorlog doet. Maar van de Belgische vruchten en de Belgische opofferingen is er geen sprake. Zouden die mensen weten dat zij hier in België zijn, of is België reeds afgeschaft?

In de avond weer granaten op Poperinge.

25 mei, vrijdag. ’s Nachts en ’s ochtends nogmaals granaten op Poperinge, zeer vele en zeer grote. 2 vallen op de kapel van het college, de andere vallen meestal op de O.L. Vrouwparochie. Een onderpastoor vertelt mij dat deze laatste beschietingen zeer veel schade veroorzaakt hebben. In het college alleen ten minste voor 25.000 fr. Deze nacht is er nog veel artillerie aangekomen op de bezaaide velden van Cambron, Spenninck en de kinderen Verhaeghe. De hoeve van Cambron is ruim 90 gemeten groot, en hij kan er geen 15 meer gebruiken. Alle overige zijn bezet met troepen of zijn veranderd in spoorweg. De mensen die al die toebereidselen zien, nemen de zaken doorgaans veel verschrikkelijker op dan het nodig is. Velen jutten elkaar op en vrezen dat alles hier platgeschoten zal worden. Gehele dagen ziet men hier meubelen laden en verderop voeren. In Reningelst geven de vooraanstaanden daarin het voorbeeld en natuurlijk volgen de anderen. Meneer pastoor is aan zijn 8ste lading en hij heeft thuis niet eens nog een bed om in slapen. Meneer de kapelaan verhuist niets en ik geef hem geen ongelijk. In Dikkebus kan men niet verstaan waarom de mensen in Reningelst zo bang zijn en sommige Dikkebusnaren verhuizen hun meubels naar de huizen van Reningelst omdat ze denken dat ze daar zeker in veiligheid zijn. Ik vind het dwaas van de mensen van Reningelst zulke grote moeite en zoveel onkosten te doen, in acht genomen enerzijds de onkosten van vervoer – voeren en terughalen 30 fr. a.u.b. voor een lichte wagen met 1 paard van Reningelst naar Roesbrugge – en de breuk en de slijtage van de meubelen tegenover het kleine gevaar dat die meubelen door de beschieting getroffen en beschadigd zullen worden. En ik zeg bij mezelf: ‘Had ik het geld, ik zou gaarne tegen 7% de verzekering overnemen van die meubelen.’ Zij die met hun meubelen vluchten, komen er niet met 15% van af.

Granaten rond de hoeve van Doom en Theophiel Huyghe. Douglas Haig is vandaag in de pastorie in Westouter. In de namiddag trek ik naar de Rodeberg en zie dat de Duitse loopgraven weer verschrikkelijk beschoten worden.

26 mei, zaterdag. In Dikkebus worden van langsom meer kanonnen geplaatst. In het bosje van Baes staan er reeds 3, vorm 220 met zeer lange buizen. De kanonniers zijn Australiërs. Ook zijn er veel kanonnen geplaatst rond Hallebast, de Vijf Geboden, rondom in de hagen van Charles-Louis Charles. Ook veel aan de Hert, Klein Brussel, Dalle, Planckeel, het bos van Amand Heugebaert. Men dekt de kanonnen en munitie af met ijzeren netten doorvlochten met groene linten, zo zijn zij moeilijker te herkennen door de vliegtuigen. Op de hoeve van Jules Spenninck staan ook kanonnen. Het merendeel van deze kanonnen heeft reeds geschoten. Op Ouderdom komen er nog meer tanks aan, maar bij nacht. Ze zijn goed verborgen, niemand kan ze zien.

Op de hoeve van Alouis Adriaen en de Drie Goên zijn zwarten van West-Indië, Jamaica, aangekomen om te werken. Zij zijn gekleed zoals de Engelse soldaten, ze zijn beschaafd, spreken zeer zacht, maar zijn niet gegeerd vanwege hun lange vingers. De burgers zien doorgaans liever hun hielen dan hun tenen, want als zij ergens binnengaan om een kop koffie, kunnen zij er zowel een paar uren als maar 5 minuten zitten. Ik heb een brief gevonden van een van die zwarten geschreven naar hem door zijn moeder. Wat oprecht christelijke, moederlijke gevoelens! Niet een van onze moeders zou beter spreken.

De zwarten zijn verschrikkelijk bang van het geschut. Zij staren schuw en verwilderd als zij een granaat horen afkomen en valt zij niet al te ver, dan vluchten zij weg als bezetenen. Er liggen ook spoorwegen voorbij de vijver en bij klaarlichte dag loopt de trein tot aan het kasteel van madame de Gheus, dat is op 1500 meter van de Duitsers. Het is een machine zonder rook, die toch soms door de Duitsers wordt gezien. Zij schieten er soms wel naar, maar dat belet niet hun werk voort te zetten. Voorbij de vijver ligt alles vol munitie, alles op kleine hoopjes, zoals de stalmest opengevoerd op de velden. Ook in Dikkebus worden veel bebouwde velden en weiden bezet maar vele die ernaast liggen en verlaten zijn, worden gerust gelaten. Doch daar slaat men geen acht op.

De veiligheidsdienst is zeer wantrouwig over de handelingen en de gesprekken van burgers en soldaten. Men moet zeer goed letten op wat men zegt, te allen kant en te allen tijde lopen er agenten van de Intelligence van Poperinge rond om te loeren en alles af te luisteren. Meestal zijn ze gekleed als simpele soldaten. Soms helemaal beslijkt als loopgraafmannen mengen zij zich tussen burgers en soldaten of gaan zij in herbergen of andere huizen een glas bier of een kop koffie kopen en trachten zij de mensen uit te horen. Allen verstaan Frans en velen Vlaams en zo is het op te letten. Het college van Poperinge is nogmaals verplaatst om reden van het gevaar, en nu zijn de leergangen heropend.

27 mei, zondag, hoogdag van Sinksen. 43 communies. Van 5 tot 7 uur wordt de hoeve van Alouis Adriaen verschrikkelijk beschoten. 2 granaten vallen op de stal en 1 op het huis. De bewoners mogen van geluk spreken. Toen de granaat op het huis viel, waren zij in de kelder en kwamen er met wat steenbrokken van af, en toen de andere op de stal vielen, waren de beesten juist overgebracht naar Hallebast. Het was erger voor de zwarten die er gekantonneerd waren: 4 werden gedood en 3 gewond. De stukken ijzer vlogen tot aan de Canada. Wat was die hoeve veranderd door een enkele beschieting! Ook veel granaten rond de hoeven van Claeys, Theophiel Huyghe en Doom. Tijdens mijn missen schieten de kanonnen van Oudewal geweldig.

Tussen mijn missen deed ik een wandeling. Ik was tussen de hoeven van Marcel Coene en Henri Desmarets toen ik plots een hoge dikke rook in de vorm van een boeket zag opgaan uit het bos van Celeste Planckeel. Ik had de tijd niet om te raden wat het was. Ik hoorde een verschrikkelijke slag: het was een munitiedepot dat ontplofte. De schok was zo groot dat de mensen in Reningelst dachten dat het een obus was die op enkele meters van hen viel. Enige dagen nadien ging ik naar Abele en daar ook sprak men mij van die schok, die iedereen ontsteld had.

In Westouter gebeurt een pijnlijk ongeluk. Een gemiste vliegschrapnel viel neer en ontplofte langs de weg voor het huis van de burgemeester. 3 mensen die naar de hoogmis trokken, werden erg gewond. 2 ervan, een man van Loker en een vluchteling van Wijtschate, zijn ’s anderdaags overleden.

’s Avonds granaten vanuit Boezinge. Een munitiedepot ontploft nabij de hoeve van Hector Dalle en een obus valt op de stal van Omer Verraest van Vlamertinge. De hele namiddag veel geschut. ’s Middags hebben wij in de onderpastorie het bezoek van majoor O’Riordan, achterneef van Daniel O’Connell, de grote Ierse leider.

28 mei, maandag, 2de sinksendag. 13 communies. Gisteren om 21 uur begonnen de Duitsers een allerhevigste aanval. Het geweld was waarlijk ongeweten. Granaten te allen kant, rond Leroye, het Hemelrijk, Amand Heugebaert, de dorpsplaats van Dikkebus, De Klijte, Charles Maes, de Drie Goên van Reningelst en in Dranouter tot halfweg Bailleul, Lindegoed en nog veel andere plaatsen. Wat een hels lawaai! Rond 2 uur wordt het gasalarm gegeven, klokken en hoorn, en inderdaad, op sommige plaatsen was het een regen van gasgranaten. In Scottish Wood waren veel soldaten vergiftigd, op de hoeve van Cafmeyer werden soldaten door het gas gedood. Het was pas om 4 uur ’s morgens dat het kanongedonder begon te verstillen. Wat een verschrikkelijke nacht! Maar we vernemen met voldoening dat de Duitse aanval mislukt is. De Engelsen hebben zelfs enige krijgsgevangenen gemaakt. Een 30-tal Duitsers is door Kemmel gepasseerd. In Reningelst is ’s morgens rond 4 uur ook een zeer grote obus gevallen op 5 minuten noordwaarts van het dorp, nabij de hoeve van Dehouck. Wij zien hieraan dat de Duitsers het Engelse offensief verwachten en door hun aanvallen de plannen van de bondgenoten willen breken. Daarom menen wij dat hoe vroeger de Engelsen het offensief beginnen hoe beter, welteverstaan indien zij gereed zijn.

In de streek zijn verscheidene grote zagerijen opgericht: sedert meer dan een jaar langs de kasseiweg van Poperinge nabij de hoeve van Lagache, sedert 8 maanden bij de Potente, sedert 7 maanden bij Busseboom en sedert 1 maand bij de hoeve van Vandenbussche, langs de kassei van De Klijte. Veel burgers en ook vrouwen werken daar. De Engelsen kopen in de streek ook veel bomen op die daar verwerkt worden. Verleden jaar was er hier ook een zagerij nabij de dorpsplaats in de weide van Cambron. De zagerij van Lagache zal weldra ophouden.

29 mei, dinsdag. Gisterenavond om 9.30 uur beginnen de Duitsers nogmaals ferm te schieten, maar zij krijgen nog veel meer granaten terug en nogmaals duurt het spel de hele nacht. Obussen en schrapnels op Dikkebus dorpsplaats, Razelput, Micmac Camp, Delporte en Ouderdom. In Westouter zijn er ook zeer veel paarden, buitengewoon veel langs de kasseiweg naar de Volksvriend. Op de berg zie ik nogmaals hoe geweldig de Duitse lijnen beschoten worden. In de avond zie ik nog veel kanonnen aanbrengen.

30 mei, woensdag. Weer de hele nacht veel geschut. De beschieting is zeer geweldig langs de kasseiweg van Ouderdom naar Hallebast en ook van Vlamertinge naar Café Français. Men ziet dat de Duitsers vooral het transport willen belemmeren. 1 granaat valt op de koestal van Behaeghel in Ouderdom. 1 soldaat wordt gedood achter het huis van de weduwe Vermeulen, 1 bij het huis van Marie Baeke en 4 worden gedood voor het huis van August Hennin op Sint-Hubertushoek.

Bij meneer de kapelaan, waar men bijna een maand zonder officieren was, zijn 3 kolonels van de 24ste divisie aangekomen.

31 mei, donderdag. Weer wordt het transport verschrikkelijk beschoten. Deze nacht het meest rond de Warande en langs de kasseiweg naar Café Français. Het ging er verschrikkelijk aan toe rond de Zorgfried. Vrouw Jules Goethals, die er woont, vertelt dat zij ’s nachts gevlucht waren. Wanneer zij ’s ochtends terugkeerden, lag hun herberg vol bloed en rond hun gebouwen lagen verscheidene lijken van soldaten, ’s Namiddags nog lagen er van de Zorgfried tot de Groene Jager (3 minuten ver) 13 dode paarden, en vandaar tot Café Français 30. Deze avond zal het uur van het transport veranderd worden om de Duitsers te bedriegen. Ook zal men de munitie vervoeren zonder wagens. Ieder paard zal 8 obussen dragen. Zo zal men niet meer moeten stilhouden om dode of gewonde paarden te verplaatsen en in geval van beschieting zal men door kleinere wegen of door de velden kunnen voortgaan. Deze nacht wordt Dranouter ook ferm beschoten. In de ochtend vallen verscheidene obussen op het grondgebied van Méteren, meer dan 15 kilometer van het front. Ze waren zeer groot: 380’ers. Ik ga langs de Potente en zie dat daar verscheidene paardenstallen in stukken geslagen zijn, en dat een deel van de kampen verlaten is. Naast de dorpsplaats van Dikkebus wordt een groot kanon in stukken geschoten. Om 21 uur wordt op Dranouter een Engelse ballon in brand geschoten. Voordurend ziet men mensen die met hun meubelen en dieren vluchten. Op Ouderdom slapen bijna geen burgers meer. Voor 8 uur is alle vervoer voor burgers verboden, een maatregel die onbegrijpelijk is want dan juist is er het minst transport van het leger.

1 juni, vrijdag. ’s Nachts granaten op Ouderdom en verder tot aan Schaapstal. Om 3 uur worden wij uit onze slaap wakker geschud door de ontploffing van een munitiedepot aan de beek achter Henri Baes. Toen ik in de ochtend naar Dikkebus ging, ontplofte er een obus op een 50-tal stappen van mij vandaan in een korenveld van Henri Lamerant. Tijdens mijn mis nog obussen op dezelfde plaats.

Na mijn mis ga ik naar de biddag van De Klijte. Op Hallebast merk ik 3 Belgische soldaten van de wacht van de opeisingen die daar het vervoer moeten controleren. Een van hen is de Pittemnaar Wyckhuise. De biddag van De Klijte is betrekkelijk goed gelukt. Veel communies maar weinig volk in de mis en de vespers, hetgeen goed te verstaan is aangezien er wegens de gevaarlijke toestand veel mensen gevlucht zijn. Voor de 3de maal tijdens de oorlog is E.H. Serruys van Poperinge hier komen preken en biecht horen.

De hele dag zijn de kanonnen in onze nabijheid zeer geweldig. Na het lof gaan wij de beschieting bekijken vanaf de hoogte naast de hoeve van August Verhaeghe. In de vallei voor ons en op de helling van de Kemmelberg zien wij een honderdtal kanonnen bijna voortdurend vuren. Het is een aanhoudend bliksemen en kloppen en zoeven en op Wijtschate en omliggende, waar de obussen ontploffen, is het een ware hel van rook. Een kanon wekt onze bijzondere aandacht, het is een 380’er met tamelijk lange buis die daar in de helling staat op 150 stappen, een weinig rechts van ons. Wij zien hoe de mannen de lading aanbrengen, dan hoe de buis omhoog gaat, een kort signaal en de mannen gaan enige stappen achteruit. Het geschut gaat af, en voor de eerste maal zie ik duidelijk een obus de lucht ingaan. Het lijkt een fles die bliksemsnel vooruitvliegt, tenminste 2 tot 3 kilometer ver kan ik hem volgen. Dan is hij op een hoogte van misschien 800 meter. Doch dit alles duurt maar een ogenblik, als men er rekening mee houdt dat de obus 800 meter aflegt per seconde. Terwijl wij daar waren, werd er elke 3 minuten zulk een klant de lucht ingezonden. Of Fritz liefhebber is van zulke Engelse sigaren, weet ik niet. Maar intussen waren de Duitsers ook geen lammetjes en zij schoten ferm rond de brouwerij van Dambre.

In de voormiddag werd een munitiedepot in brand geschoten op de hoeve van Petrus Leroye, en het gevolg was dat de gebouwen vuur vatten en de hele hoeve afbrandde. Het was de enige hoeve voorbij de vijver die nog rechtstond. Ook granaten op Bailleul. In de namiddag op de hoeve van Arthur Desmarets, Hallebast. De ballon van Ouderdom is vooruitgegaan tot aan de hoeve van Henri Breyne en hangt soms tot boven de hoeve van Cyriel Lamerant. Zulk een ballon wordt door het volk ‘een zwijn’ genoemd of ook ‘een saucisse’.

2 juni, zaterdag. In het eerste deel van de nacht veel geschut, in het tweede weinig. In de voormiddag ga ik mee met de kar van Jules Maerten naar Abele om er ons zilverwerk in veiligheid te brengen. Een deel van dit zilverwerk was bij mij in de onderpastorie van Reningelst. Het overige was verborgen bij Jules Maerten, die er gedurende de hele oorlog weigerlijk voor gezorgd heeft. Aan hem grote dank. Ik oordeelde het gevaarlijk om het tijdens de komende gevechten hier te laten, daar wij niet wisten wat er kon gebeuren. De zusters van Voormezele, die in Abele verbleven, aanvaardden gaarne om er enige tijd voor te zorgen. De voornaamste voorwerpen die wij hun toevertrouwden, waren de volgende: onze 2 remonstansen, onze relikwieën, een gouden kelk met pateen, een zilveren kelk met pateen, een zilveren wierookvat met schelp, een zilveren krans van O.L. Vrouw met goudwerk, zilveren kannetjes met plateel, een ciborie, ex voto’s. Op mijn weg zag ik een Engelse vliegtuig op een 50-tal meter van mij neerdalen. De piloot was deerlijk gewond door een Duitse kogel. Weer worden de Duitse stellingen van Wijtschate geweldig beschoten. In de namiddag worden Hallebast en de Kapelstraat beschoten vanuit Wijtschate en in de nacht vallen granaten van Boezinge op de Hert.

Toen ik thuiskwam, vond ik tot mijn groot genoegen mijn broer Jozef, die enkele dagen geleden bij ons in verlof gekomen was.

3 juni, zondag. De nacht is zeer geweldig. 1 granaat valt aan de hoeve van Henri Breyne naast de kabelballon. Veel granaten aan de hoeve van Jules Lamote, De Klijte. Op Kemmel wordt de hoeve van Wildemeersch, nabij de brouwerij van Dambre, in brand geschoten. Gisterenavond en deze ochtend vroeg granaten aan de hoeve van de kinderen Verhaeghe op Ouderdom. In de voormiddag veel granaten op Poperinge, St.-Jansparochie, het meest te lande. 1 obus valt op het huis van landbouwer Deausy en moeder en dochter worden onder het puin verbrand. ’s Middags granaten op Hallebast. Om 18 uur vallen er 8 granaten nabij de dorpsplaats van Reningelst tot bij de Pastoriestraat, daarna granaten op Ouderdom. Geen ongelukken maar grote schrik.

Ik meende dat ik door het aangroeiende gevaar weinig volk in mijn missen zou hebben. Ik was verwonderd bijna het gewone aantal te zien. Vandaag zie ik voor de eerste maal een driedekker. Nogmaals was de Engelse artillerie de hele dag zeer geweldig en boven Wijtschate was het één rookwolk. 11 Duitse krijgsgevangenen passeren door Westouter.

Het is ongelooflijk hoe groot het aantal soldaten is dat hier nu op Reningelst verblijft. Ik schat niet minder dan 45.000 mannen, en ten minste 15.000 paarden. Voor de kerk passeren, uitgezonderd ’s morgens vroeg, ten minste 250 auto’s en lorries per uur. In de straten van Reningelst is er nu meer gewoel dan in vredestijd in de voornaamste straten van Brussel. Of herbergiers en winkeliers goede dagen hebben! Langs de grintweg van de Kasteelmolen naar Pieter Cambron, waar zij gaan drinken, passeren elke dag 3000 paarden, driemaal daags, gaan en keren, dat maakt 18.000 paarden. Die straat is reeds ‘de paardenstrontstraat’ gedoopt. Op Dikkebus roken nu meer kanonnen dan vroeger schouwen.

4 juni, maandag. De nacht is minder geweldig dan gewoonlijk. Toch beschiet de vijand Ouderdom, Boerenhol en Sint-Hubertushoek. 1 obus valt op het huis van Charles Breyne, dat bewoond is door Louis Ghys. Diens vrouw wordt op 3 plaatsen gewond, tamelijk erg maar niet gevaarlijk. Haar neef Gaston Lesage, die daar bij toeval was, wordt lichtgewond. Vrouw Ghys wordt naar het hospitaal van Proven vervoerd, waar zij enige weken zal moeten verblijven. In de voormiddag om 9.30 uur wordt de dorpsplaats van Reningelst beschoten. 5 obussen ontploffen in de weide en de hovingen rondom, 1 in de weide achter de pastorie, 1 in de weide vóór het huis van de burgemeester, 1 achter de hulppost van de jongensschool. De schrik van de bevolking is groot, want iedereen ziet dat de dorpsplaats het doel is van de vijand. Ook zullen enige mensen meer veiligheid zoeken te lande. Ook Poperinge en De Klijte worden beschoten.

In de namiddag ga ik met mijn broer Jozef naar de Rodeberg de beschieting van Wijtschate bezichtigen. Het is verschrikkelijker dan ooit. Het is al naakte aarde en vuur en rook wat men ziet. Men kan zich moeilijk inbeelden dat daar in die hel nog mensen leven. Voorzeker moeten de Duitse stellingen er ongeveer vernietigd zijn. Toch zwijgen de Duitse kanonnen ook niet en ze beschieten hevig de Kemmelberg en de Engelse loopgraven. Maar het geweld van de Engelsen is tenminste 5 maal groter dan dat van de Duitsers. De bliksems en de slagen wachten niet op elkaar. Wat een eigenaardig, wreed en enigszins groots schouwspel als men vanop een heuvel dat razende kanonnengevecht bekijkt op hooguit 2, 3, 4 kilometer van u vandaan, terwijl zelfs nu en dan een Duitse obus boven uw hoofd zoeft en gaat ontploffen in een Engels kamp. Zoals het het geval was toen ten minste 50 obussen afgeschoten werden rond het kasteel van meneer Behaeghel op de grens van Loker en Bailleul. Hoe ijselijk het ook is, men zou er uren naar kijken.

Om 22 uur wordt het geschut nog geweldiger en het duurt ongeveer de hele nacht, zo hevig dat wij waarlijk denken dat het offensief reeds volop aan de gang is. Granaten vallen aan de Drie Goên. Het Engelse communiqué van vandaag meldt 47 Duitse gevangenen in Wijtschate.

5 juni, dinsdag. Het geschut van de Engelsen is minder geweldig dan gisteren. De Duitsers beschieten de hele voormiddag geweldig Hallebast, waar de kanonnen zeer talrijk zijn. Het zijn al obussen van 220. 1 obus valt op het huis van Charles-Louis Charles, die nog maar enkele uren gevlucht was. Nog een ontploft in de gevel van de sedert enige dagen gevluchte Charles-Louis Hoflack. Ook Poperinge wordt beschoten, meestal voorbij de stad, zelfs tot op 2 kilometer van Abele. Ook veel obussen op Bailleul. Een munitietrein wordt getroffen nabij het vliegplein en 14 wagons vliegen in de lucht. De schade in de stad is zeer groot, bijna alle ruiten zijn stuk. Onverstaanbaar lang hebben de Duitsers gewacht om met hun kanonnen op Bailleul te vuren, maar nu krijgt het ook zijn deel, en het gaat er verschrikkelijk aan toe.

Verscheidene huisgezinnen van Dikkebus moeten voor enkele dagen plaatsmaken, waaronder de weduwe Forceville en de burgemeester. Ik verneem dat tijdens de nacht verscheidene tanks van Ouderdom over de velden en de beken voor en achter de hoeve van Cyriel Lamerant naar het front vertrokken zijn. Waar die monsters voorbijtrekken, wordt alles in de grond geduwd als in de boter. Elke dag verwachten wij de aanval. Het Engelse communiqué meldt dat 1 Duitse officier en 75 soldaten krijgsgevangen zijn genomen in Wijtschate. Iedere nacht doen de Engelsen een raid.

6 juni, woensdag. In de avond en nacht is er weer zeer veel geschut. De Duitsers beschieten geweldig de Engelse batterijen. In de nacht komen Duitse vliegtuigen boven Westouter. Zij werpen bommen naast de Sulferberg. 2 komen terecht in een groep paarden van officieren en 55 worden er gedood. In de nacht worden ook De Klijte en de Drie Goên beschoten.

Reeds 2 nachten na elkaar zitten de dichtstbije ballonnen de hele nacht uit. In de voormiddag granaten op Loker en bijna de hele dag op Poperinge. Het paard van weduwe Vermeulen van Dikkebus wordt door een obus gedood in Poperinge. Op de hofplaats van Emiel Ghesquiere worden 4 artillerieofficieren door een obus gedood. Wij vernemen ’s middags van een officier dat de aanval ’s anderdaags vroeg om 3 uur plaats zal hebben. Het was natuurlijk gezegd op een zwijgen, wat niet belette dat ik het dezelfde namiddag nog van verscheidene andere personen vernam. De avond was tamelijk stil: de kalmte voor het onweer.

7 juni, donderdag, H. Sacramentsdag. Vollemaan en een prachtige zomernacht. Het eerste deel van de nacht is tamelijk kalm. Ik hoor enige schuifelaars die ontploffen rond de hoeve van Achiel Jacob op Ouderdom. Ik ontwaak enige minuten vóór 3 uur en natuurlijk is mijn eerste gedachte of de aanval weldra zal beginnen. Mijn kamer is zeer goed gelegen om de slag te zien. Hij kijkt uit op het zuidoosten, en geen huizen en weinig bomen belemmeren het zicht op Wijtschate. Van in mijn bed zal ik het artilleriegevecht gedeeltelijk zien.

Het is juist 3 uur en het eerste daglicht begint te schemeren als ik plotseling het reusachtigste en tevens ijselijk prachtigste vuurwerk zie dat ooit in Vlaanderen ontstoken is. Buitengewoon hevig boven Wijtschate, wat minder aan beide zijden, een ware vulkaan, het is net of het hele zuidoosten vuur spuwt. Geen twijfel: het zijn de mijnen van Wijtschate, Mesen en Hill 60 die aan het springen zijn. Het duurt nog enige seconden voor wij de schokken voelen. Dit is een ware aardbeving, die ruim een minuut duurt. En intussen zijn alle kanonnen van geheel het front, misschien wel 1000 in aantal, in werking. Wat een helse muziek, wat een gruwelijk schouwspel! Duizenden kanonnenbliksems en -slagen per minuut onder de vuurregen en kletterende ontploffingen van obussen en schrapnels. Och, ware het geen mensenslachterij, men zou het ‘prachtig’ noemen. Toch kan men niet nalaten naar zoiets te kijken en men zou er nog dichterbij willen zijn om het beter te zien. Voor ons, getuigen, is dat niets, maar wat moet het zijn voor die 100.000 mannen die daar leven en woelen in die vuurpoel.

Als ik opgestaan ben, zie ik dat er verscheidene vastliggende luchtworsten hangen om het gevecht te bespieden en de vijand af te loeren. Het lawaai blijft hetzelfde. Alles schudt en beeft en met meer dan dubbele last en tijd slaag ik er toch in om mij te scheren. Om 5.30 uur vertrek ik naar Dikkebus, het geschut is nog niet verminderd. Op Ouderdom kom ik de eerste 2 Duitse gewonden tegen, die binnentrekken in de hulppost van Cyriel Jacob. In het Duitse kamp bij de hoeve van Hector Coene zie ik reeds 75 krijgsgevangenen. De Duitsers beschieten weinig het achterfront, toch vallen er grote obussen rond de hoeve van Theophiel Huyghe en rond Oudewal. In mijn mis zijn 14 personen aanwezig, het altaar davert voortdurend. Na mijn mis kan ik reeds zien dat de aanval meevalt: op de overlandroute is het een processie van paarden die optrekken naar Dikkebus om de kanonnen verderop te brengen. De artillerie die op de hoeve van Henri Desmarets stond, trekt op naar het kasteel van meneer Ségard in Voormezele. Ten minste elk kwartier komt een groep van 20 tot 40 krijgsgevangenen af. Ik zie maar weinig auto’s van het Rode Kruis met Engelse zwaargewonden, maar ontmoet verscheidene wagens met Engelse lichtgewonden. Om 8.30 uur begint het geschut te verminderen en om 9.30 uur is het nagenoeg gedaan.

Om 8.30 vertrekt de 3de groep krijgsgevangenen uit het kamp van Hector Coene. Hij bestaat uit 117 mannen. 2 andere groepen zijn reeds weg, ieder van rond de 80, velen zijn lichtgewond. De Duitsers gaan in de richting van Westouter. Ik heb de Duitsers goed bekeken: de soldaten zien er in het algemeen niet spijtig uit gevangen te zijn. Toch kon men op verscheidene gezichten volstrekt geen gevoelens lezen, men zou gezegd hebben dat zij het gewoon waren krijgsgevangenen te worden genomen. De officieren tonen zich wel spijtig. Of zij het daadwerkelijk ook zijn, betwijfel ik. Zij zien er minder vermoeid en ziek uit dan sommige andere Duitse gevangenen die ik voordien te zien kreeg. Het schijnt dat zij nog maar enkele uren in de loopgraven waren. Ik zie er een die een honingpotje openmaakt en het zich laat smaken. In het kamp van Coene moeten zij hun zakken leegmaken en al hun papieren afgeven. Een officier weigert en blijft weigeren, en tot straf moet hij willens nillens op zijn knieën. Of die grote Jan daar klein van is! De Duitsers dragen een grijze helm met rondom diepe plooien.

De kabelballonnen hangen zeer dicht bij elkaar: ik zie er boven het Kapelletje, boven Henri Lamerant, boven Charles Cannaert, boven Achiel Van Eecke. Om 9.30 uur vernemen wij dat Wijtschate en Mesen veroverd zijn. In de voormiddag beschieten de Duitsers Micmac Camp, de obussen komen van Waasten.

Om 15 uur herbegint het geschut, maar minder geweldig. Na de vespers trekken wij naar de Rodeberg om er het slagveld te bekijken. Geheel Wijtschate is blote aarde en van het dorp zien wij niet het minste spoor meer. De kanonnen van Dikkebus en de Kemmelberg zijn zeer geweldig. Wij zien schrapnels ontploffen voorbij Wijtschate en granaten op Sint-Elooi. Een kabelballon hangt reeds voorbij de Kemmelberg.

Langs de Rodeberg zijn reeds 3 groepen krijgsgevangenen gepasseerd, ieder van rond de 400 man. Wij zien nog een grote groep die binnengebracht wordt in het kamp aan de Volksvriend. Een brigadegeneraal wordt ook binnengebracht. De man ziet er zeer neerslachtig uit. Wij horen dat hij zeer gehaat was door zijn soldaten, die er hun genoegen in scheppen de man nu vernederd te zien. Veel krijgsgevangenen verzwijgen niet dat zij tevreden zijn van de oorlog af te zijn. Daar vernemen wij dat Oosttaverne, een gehucht op een half uur ten oosten van Wijtschate, ook veroverd is en dat reeds 3300 krijgsgevangenen geteld zijn.

Om 19 uur wordt het kanongeschut gedurende een uur weer geweldig, daarna vermindert het wat in geweld, maar het blijft de hele nacht aanhouden. In de avond passeren hier veel tractoren, ongetwijfeld om de zware stukken verder te trekken. Vandaag hebben wij veel driedekkers gezien, en van nu af aan zullen wij er van langsom meer zien.

Het communiqué van ’s anderdaags vermeldt dat Mesen ingenomen is om 5 uur ’s morgens, na anderhalf uur gevecht, Wijtschate om 11 uur en Oosttaverne om 15.30 uur met 3600 krijgsgevangenen. Alle doeleinden werden bereikt behalve een deeltje van Zillebeke. De verliezen van de Engelsen zijn gelukkig zeer klein en ver beneden alle verwachting. Dat heb ik vernomen uit de getuigenissen van de aalmoezeniers, die zegden dat zij weinig werk hadden met gewonden en begrafenissen. Ten andere, wij hebben zeer weinig wagens van het Rode Kruis zien passeren. Daarover ben ik ook niet verwonderd, want ik ben er getuige van geweest hoe prachtig de aanval door de artillerie voorbereid werd. Het mooiste verhaal dat ik over deze slag, die de Engelsen en Fransen De slag van Mesen noemen, gelezen heb, is dat van Philip Gibbs in de Daily Chronicle van 8 juni 1917, hetgeen ik hieronder zo goed mogelijk vertaal:

Met de avond was alles gereed. De mannen, die wisten welke grote onderneming zij zouden wagen, want in de oorlog kan men nooit ten volle zeker zijn van de goede afloop van zijn plan, voelden zich angstig en gejaagd. Zoveel levens stonden er immers op het spel.

In de duisternis bewogen zich vreemde monsters bij onze lijnen. Ze kropen over het hout en het puin van het slagveld. Het waren de tanks die gereed waren om aan het werk te gaan op de grote dagen van de oorlog, waarin de machinisten en de bemanning door hun moed het hunne zouden bijdragen tot de grote zegepraal.

De lucht was bevangen, alsof de natuur zelf vol treurnis was. Een dikke zomermist spreidde zich uit over Vlaanderen en de hemel was blauw. Snijdende bliksems braken de wolken open en de donder rolde met dreigend gerommel. Een fijne regen begon te vallen en op het magazijn van een groot Vlaams huis, waar de officieren over hun kaarten en plannen gebogen zaten, vielen de regendruppels kletsend neer. Doch het onweer trok over en de nacht was kalm en mooi. Langs de donkere wegen en door de dichtbebladerde dreven trokken de mannen in colonne en een fanfare vrolijkte hen in de duisternis op. ‘Lichten uit!’ klonken de bevelen van de schildwachten toen de mannen het laatste dorp waar enig licht was toegelaten voorbij waren. En nog verderop lagen grote groepen te slapen of te rusten in de velden, in afwachting dat zij het bevel zouden ontvangen om naar de gevechtslijn op te rukken. In de nacht werd de lucht voortdurend doorbliksemd met de snijdende weerlichten van de openbarstende schrapnels en met de kletterende slagen van de kanonnen.

Ik keek vanuit mijn observatiepost voorbij de schouder van de Kemmelberg naar de hoogten van Wijtschate en Mesen naar de beschieting en wachtte het ogenblik af dat alles zou opvliegen in een zotte razernij van kanonnenvuur en dat onze mannen, die in de donkere velden lagen, zouden vooruitstormen. Tijdens die uren dat ik daar lag te wachten in de zwoele warme nachtlucht dacht ik aan al hetgeen wat ik over ons front gehoord had. ‘Het is een Gibraltar’, had een officier gezegd die daar in eerste dagen van de oorlog was geweest. ‘De vijand zal felle weerstand bieden,’ zei een andere wiens mening van gewicht was. ‘Hij heeft machtig veel kanonnen tegen ons opgesteld.’

Zulke gedachten doen een mens huiveren, alhoewel de nacht warm was, zo warm en dampig dat de geuren opstegen uit aarde en struikgewas. De vollemaan was gerezen, beneveld door de mist. Zij dreef stilletjes en verspreidde een bleke klaarte in een hemel die nog immer lichtblauw was, met hier en daar een ster. De maan, hoe oud zij ook was, had nog nooit neergekeken op een zo hels vuurwerk als dat wat weldra zou losbranden toen de beschieting zou verdapperen. Het was bij drieën. Reeds 2 uur voordien hadden de Engelse kanonnen vuurpijlen afgeschoten in de Duitse lijnen, grote rooskleurige rookwolken met vlammende harten. Rond de uitsprong en de hoogten van Mesen hadden onze kanonnen een rode schijn telkens als zij vuurden en hun openbarstende granaten wierpen licht waarin de bomen scherp werden afgetekend.

Ik kon het gerommel horen van de munitiewagens over de verre wegen en de tuf-tuf van de machines die aangereden kwamen naar de vuurlijn. Maar boven dat lawaai uit klonken de kletterende slagen van de kanonnen en het stille gefluit van de Duitse schrapnels die in snelle vlucht naar onze lijnen zoefden. Boven mijn hoofd was er het geronk van een nachtelijk vliegtuig. De lucht werd wat helderder en toonde grote zwarte inktvlekken op een blauw zijden kleed, waar onze luchtballonnen opstegen om als eersten de resultaten van het aanstaande gevecht te bespieden.

De hanen van Vlaanderen kraaiden en twee zware Duitse granaten huilden over de Kemmelberg en gingen ergens in onze lijnen ontploffen. Een van de twee naderde. Maar voor haar ontploffing gehoord kon worden, werd al het lawaai dat er was, werden alle verschillende geluiden van kanonnen, van houwitsers en ontploffingen opgezweept in een maalstroom van artillerie die nu aanving.

Het teken van de aanval was wel het verschrikkelijkste en mooiste schouwspel, de meest duivelse pracht die ik tijdens de oorlog te zien kreeg.

Uit de duistere hoogten van Wijtschate, Mesen en de slechtbefaamde Hill 60, waar zoveel van onze beste soldaten gesneuveld zijn, barstte er plotseling een monsterachtige gloed uit van bleekrode vlammen van ontploffende mijnen, van aarde en rook, die opsteeg in een fontein van wreedaardig vuur zodat de hele streek verlicht werd door een rode klaarte.

Waar wij stonden te kijken, versteld en verrukt bij die brandwonderen, dreunde de grond verschrikkelijk en ging hij op en neer. Waarlijk, de aarde beefde. Een Nieuw-Zeelandse jongen die gewond uit de slag terugkeerde, vertelde mij zijn indrukken en zei: ‘Ik dacht dat ik op een open boot zat in een onstuimige zee, zozeer werd ik weg en weer geschokt.’

Duizenden Britse soldaten voelden die schokken bij het aanbreken van de dageraad, net voor zij uit de loopgraven sprongen en vooruitrenden naar de Duitse lijnen, vooruit onder de werveling van houwitsers die met een voortdurend wild geweld ontploften in de vijandelijke stellingen terwijl purperrode vogels in menigte aangevlogen kwamen in de oosterhemel, en de vliegtuigen in hun vlucht van bovenuit het vooruitstormen van onze helden volgden.

Vuurpijlen gingen op en uit de Duitse lijnen. Noodsignalen werden gegeven door de mannen die daar in dat vuurgebied leefden. Witte, rode en groene. Zij riepen naar hun kanonnen dat de Engelsen hen aanvielen. Hun hoge lichten brandden een wijl als een laatste hoop op God en de mensen, en dan vielen ze neer en doofden. Weldra waren niet langer zij maar de onzen meester van die plaatsen, die zolang Duits geweest waren. Een dikke rook dreef rondom en mengde zich met de morgenmist. Men kon niets anders zien dan een berg van rook doorkliefd door plotse vuursterren. Het eerste welbepaalde nieuws dat ik kreeg, kwam van twee Duitse krijgsgevangenen die afkwamen in baksels en onze gewonden hielpen dragen als onze brancardiers hulp nodig hadden. Zij vertelden hoe onze mannen tot bij hun versperring kwamen en sommigen zelfs als door een wonder over de versperring. De Duitsers hadden voor de twee eerste dagen de aanval niet verwacht en hadden gisterenavond getracht een deel van hun uitgeputte troepen te vervangen door nieuwe divisies. Het 3de Beierse regiment moest het 24ste Saksische vervangen, en het 104de voetvolkreserve het 23ste Beierse. Zij hadden onder het aflossen veel volk verloren door ons geschut, en nu werden zij na korte tijd aangevallen door ons voetvolk. De geschiedenis van die grote veldslag en zegepraal, want zo mag hij inderdaad genoemd worden, kan niet in een paar regels verhaald worden, en het is nog te vroeg om juiste bijzonderheden te geven over het gevecht. Maar uit de verslagen die tot nu toe gekomen zijn van de verscheidene punten van de gevechtslijn, weet men reeds genoeg om te mogen zeggen dat onze mannen overal wonderwel vooruitgingen en dat onze plannen letterlijk en op gepaste tijd uitgevoerd werden.

De Anzactroepen (Australian and New Zealand Army Corps) bereikten Mesen en namen het een uur en veertig minuten na het bevel van de aanval in, niettegenstaande de hevige gevechten in de vijandelijke loopgraven, waar veel Duitsers gedood werden. De Ierse troepen, nationalisten en Ulstermannen, die geen politieke verdeeldheid kennen op het slagveld, maar allen eensgezind zijn in moed en zelfopoffering, stormden los op Wijtschate, en na een wanhopige tegenstand van de vijand, namen zij alles in wat nog overbleef van het beroemde witte kasteel, waarnaar onze soldaten sinds jaren door hun spiegelglazen opzagen als naar een verwijderde hoge plaats, een droomkasteel.

Tegen de middag waren onze mannen reeds over de hoogten, terwijl hun veldkanonnen achter hen de hoogten opkwamen om zich op nieuwe plaatsen op te stellen. Verder noordwaarts langs de zuidkant van de uitsprong van Ieper kwamen onze Engelse troepen af naar Battle Wood, ten zuiden van Zillebeke, en ze veroverden het, op een stukje na.

Ik heb vernomen dat de Duitsers machtige legerbenden samenbrengen rond Waasten en omliggende en een hevige tegenaanval voorbereiden, en dat zij geweldig de hoogten van Wijtschate beschieten. Maar vandaag, alhoewel nog hevige gevechten moeten volgen, hebben onze mannen een grote zegepraal behaald met geringe verliezen, rekening houdend met de moeilijkheden van hun onderneming. De gevaarlijke spil van de Ieperse uitsprong is gebroken. De uitsprong zelf bestaat niet meer en, indien wij de hoogten van Mesen en Wijtschate kunnen behouden, dan zal Ieper en omliggende voor ons geen kerkhof meer zijn zoals het sedert bijna 3 jaren het geval is.

De wegen en de velden liggen, terwijl ik schrijf, onder een gloed van zonneschijn, en daardoor komen benden Duitse krijgsgevangenen uitgeput en ontmoedigd maar blij dat ze hun leven behouden. En daarnaast komen traag aangestapt onze gewonden, die hen deze morgen in hun onderaardse gangen aanvielen en overmeesterden. De lichtgewonden zijn welgezind en trots op hun overwinning. ‘Wij, Nieuw-Zeelanders, verdienen het toch om een pluimpje op onze hoed te steken’, zei een van die bronzen mannen met hun korenbloemblauwe ogen. ‘Op mijn woord van eer, ik ben blij dat het gelukt is.’ De man was gewond aan de voet, maar hij was enkel bezig met het nieuws van de zegepraal. ‘Het is nog niet gedaan’, zei hij en hij lachte en vervolgde: ‘Ik ben tevreden dat de Nieuw-Zeelanders het zo goed hebben gedaan. Dat is vanzelfsprekend maar ik heb gehoord dat ook de Ieren prachtig waren en dat de Australiërs niet tegengehouden konden worden. Wij hebben goed werk verricht en ik hoop dat het veel zal bijdragen tot het einde.’

Deze Nieuw-Zeelander sprak zoals duizenden die aan het gevecht hadden deelgenomen. Zij hebben het recht om fier te zijn want zij hebben de vloek van Ieper-uitsprong gebroken en zijn gruwel weggenomen.

8 juni, vrijdag. In de nacht brandt de hoeve van Emiel Vandermarliere van De Klijte, nabij Millekruis, helemaal af. Nogmaals door de overdreven voorzichtigheid van de soldaten. Ik zie dat een ballon opgeschoven is tot boven De Klijte en een andere tot boven de Razelput. De hele dag tamelijk veel geschut. Bailleul wordt beschoten. In de namiddag bezoek van E.H. aalmoezenier Dumon, die terugkeert van Hollandse Schuur waar hij het slachtveld had bezien. Hij vertelt hoe verschrikkelijk de Duitse loopgraven door de Engelsen vernield werden en zag er nog verscheidene lijken die niet begraven waren. Een onverdraaglijke stank hing over het slagveld. Hij hoorde onze kanonnen hevig schieten over Wijtschate. De Duitsers antwoordden weinig. Nu staan onze kanonnen reeds waar voordien de Duitse loopgraven waren. Ook veel zware artillerie is reeds opgeschoven. De kanonnen van de Hert en de hoeve van Spenninck zijn ook reeds verderop.

Granaten zijn gevallen rond de hoeve van Doom. Om 20.30 uur doen de Duitsers een hevige tegenaanval op een breed front maar het ergst langs Klein Zillebeke en Mesen. Het geweld van de kanonnen is erg, toch horen wij dat de kanonnen niet meer zo dicht staan. Van enkele horen wij nog de obus vertrekken maar geen derde zoveel meer. Die avond slagen de Duitsers er even in Klein Zillebeke te veroveren, maar onmiddellijk doen de Engelsen een tegenaanval en ze blijven goed meester van het gehucht.

Nog 20 krijgsgevangenen worden vandaag uit een kelder gehaald in Wijtschate. De krijgsgevangenen, die door Reningelst passeerden, waren meestal Saksen en Beieren, ook enige Polen.

9 juni, zaterdag. In de nacht tamelijk veel geschut, in de voormiddag weinig. In de namiddag meer geschut en in de avond tamelijk veel. Wij vernemen dat de Engelsen de tegenaanvallen goed afslaan. Toch is een deeltje van de bossen van Zillebeke nog niet heroverd. Ook het gerucht loopt dat de Duitsers nog tot bij Sint-Elooi zitten. Ik verneem uit goede bron dat het niet waar is. Het Engelse communiqué meldt vandaag de buit van de overwinning: 6400 krijgsgevangenen, 132 officieren en 21 kanonnen, dat allemaal door het 2de Engelse leger onder bevel van generaal Plumer. Nog 3 krijgsgevangenen passeren door Reningelst. Het grote kamp voor krijgsgevangenen is op de hoeve van weduwe Deweerdt, tussen Reningelst en Poperinge. Vandaar vertrekken deze morgen 45 wagons krijgsgevangenen naar Frankrijk. Reeds lang was ik nieuwsgierig om te weten of het aantal krijgsgevangenen dat door de Engelse communiqués aangehaald wordt wel juist is, en ik wenste er eens de ondervinding van op te doen. Daarom heb ik nu met alle middelen getracht te weten te komen hoeveel krijgsgevangenen er ongeveer door de verscheidene dorpen gepasseerd moeten zijn en kom tot de vaststelling dat dit aantal nagenoeg moet beantwoorden aan het aantal dat door de communiqués opgegeven wordt. Ik ondervind dat de Engelse communiqués serieus zijn.

10 juni, zondag. In de nacht tamelijk veel geschut. In de ochtend zenden de Duitsers schrapnels achter de Razelput en tijdens de hoogmis aan de hoeve van Marcel Coene waarschijnlijk naar de ballonnen. In de missen tamelijk veel volk, in de hoogmis toch wat minder dan gewoonlijk. Tussen de missen ga ik naar de dorpsplaats. Aan de Hert en de hoeven van Onraet en Comyn zijn de kanonnen weg. Deze achter de hoeve van Baes, aan Oudewal, hoeve Planckeel, Commerestraat en de Vijf Geboden zijn gebleven en schieten ferm boven mijn hoofd. De 30’er van de hoeve van Dalle is gisteren ook vertrokken.

Onze dorpsplaats is sedert mijn laatste bezoek deerlijk veranderd. De volgende huizen werden in die tijd beschoten: dat van Henri Dumortier, Henri Vermeulen, Henri D’Hellem, Theophiel Debaene, Jules Noyelle, Justin Thevelin, Désiré Delanotte, Theophiel Leeuwerck, Maria Lauwyck, Jules Deraeve, Henri Vandamme, Désiré Van Renterghem en de weduwe Francis Goethals. Het hele huis van Van Renterghem en een derde van dat van Goethals werd door een enkele obus weggeveegd. De meest gespaarde huizen zijn die van Edward Lauwyck, Angillis, Leon Batteu, Maurits Devos, Benoit Leleu, meester Nollet alsmede de school, Bruno Van Wonterghem en Arthur Dumortier. Toch kan van al deze huizen enkel dat van Edward Lauwyck met minder dan 1000 fr. onkosten hersteld worden.

Onze kerk is in een ellendige staat. Nieuwe obussen zijn gevallen op het dak, ook een is ontploft in de muur naast het St.-Sebastiaansaltaar en heeft de marmeren nis gebarsten. Gelukkig is ons prachtige middenaltaar nog ongedeerd. Op het altaar zie ik een vreemd beeld van O.L. Vrouw van Smarten, dat daar waarschijnlijk door de soldaten gebracht is vanuit Voormezele of Ieper. Ik merk geen nieuwe putten op ons kerkhof. Het Engels kerkhof in de weide van Justin Thevelin is vol. Ik schat dat er rond de 700 begraven liggen. Men maakt een nieuw kerkhof op de driehoek gebruikt door Jules Philippe, langs de andere kant van de grintweg. Daar zijn er reeds een 25-tal soldaten begraven.

Op en rond de dorpsplaats kantonneren de soldaten alleen in de huizen en schuilkelders. Toch zie ik langs de vijverdam veel paarden, en in de weide voor de brouwerij van meneer Peirsegaele merk ik veel tenten waarin voetvolk legert. Een grote weg waarop veel beweging is, loopt door de weide van Thevelin en de vijvermeersen naar Ridge Wood. Aan de loskaai van Hector Dalle merk ik nog meer materiaal dan anders. Aan de Melkerij, waar men voordien geen levende ziel zag, is er nu veel beweging. Er staan veel auto’s van het Rode Kruis. Ook zijn er 3 reusachtige schuilkelders voor gewonden. Het volk van Dikkebus is tevreden over de goede uitval en men denkt dat men nu helemaal granatenvrij is. De enkelen die de laatste dagen gevlucht waren, komen vlug terug. Verscheidene vroegere vluchtelingen vragen ook de toelating. Helaas, de kruisweg van ons volk is nog niet ten einde en welke bittere teleurstellingen staan ons nog te wachten? In alle geval is de overwinning van Wijtschate voor ons dorp een schone zaak. Voordien waren de dichtste Duitsers slechts 37 minuten van ons verwijderd, nu is de afstand bijna 7 kilometer.

Ik reken uit dat onze burgerlijke bevolking nog nooit beneden de 300 gedaald is.

De hele zondagnamiddag is er veel kanongeschut. Wij vernemen dat er vandaag 1 officier en 40 Duitse soldaten in Wijtschate uit een kelder gehaald zijn. De soldaten en ook de officieren zeggen dat er weldra een aanval zal komen in het Noorden van Ieper en op het Belgische front. Ook het Belgische communiqué meldt meer geweld en veel kanonnen trekken op naar Vlamertinge.

Ziehier de tegenwoordige staat van onze kerk uitgetekend (lijntekening: zie illustratie p. 433).

De Daily Mail meldt dat in de slag van Wijtschate als springstof van de mijnen niet minder dan 6000 ton, d.i. 6.000.000 kilo, ontplofbare stoffen gebruikt werden. Deze stoffen bestonden voor een zesde uit aminol en het overige uit dynamiet en meliniet.

image

Het graven en leggen van deze mijnen was 20 maanden geleden begonnen en was grotendeels het werk van de Canadese genie. Er waren 20 mijnen op Mesen, Wijtschate en Hill 60. Alle zijn ontploft behalve een op Hill 60. Waar de mijnen gesprongen zijn, is de grond ongelooflijk weggegooid en gescheurd en in een enkel ogenblik werden er verscheidene honderden soldaten onder de uitbarstingen begraven. Het zijn afzichtelijke afgronden. Een tolk vertelde mij dat er aan de Spanbroekmolen een afgrond is zo onmetelijk groot dat alle 3 de parochiekerken van Poperinge erin zouden kunnen. Hetzelfde heb ik nog van anderen horen bevestigen.

Uit de ondervragingen van de Duitsers verneemt men dat zij het ogenblik van de aanval niet kenden, alhoewel zij die in de eerste twee dagen toch hadden verwacht.

In de aanval van Wijtschate sneuvelde majoor Redmond, 56 jaar oud, lid van het Engelse parlement en broer van de Ierse leider. Hij werd dodelijk gewond in Wijtschate en is enige uren nadien overleden in Loker.

In zulke omstandigheden kan men beter dan ooit zien hoe arm de protestantse godsdienst is, en hoe naakt het werk van zijn bedienaars. Brengt men een katholieke gewonde binnen, dan dienen de katholieke aalmoezeniers hem zo nodig de heilige sacramenten toe. Maar de protestantse aalmoezeniers kennen geen sacramenten en kunnen niets anders doen dan hun ongelukkige geloofsgenoten een sigaret aanbieden en beloven dat zij hun dood zullen melden aan vrouw of ouders. Sommigen willen ook de katholieken na-apen. Zo werd een protestants aalmoezenier gezien met een flesje en een borsteltje en al zijn gewonden kregen een korte borsteling. Vader Bickford, die tijdens de gevechten in een eerstehulppost was niet ver van de Rijselpoort, vertelde mij dat hij ’s nachts, vooraleer enkele korte uren te rusten, aan een ziekendienaar vroeg: ‘Als er katholieke soldaten ingebracht worden die gewond zijn, kom je mij dan wekken?’ De protestantse en de presbyteriaanse aalmoezeniers die bij hem waren, luisterden versteld naar die vraag. Doch zij wilden niet voor hem onderdoen en weldra stelde de protestant en na hem de presbyteriaan, dezelfde vraag aan de ziekendienaar.

De Engelse kranten melden dat eerste minister Lloyd George in zijn woonplaats in Londen het gedreun van de mijnontploffingen van Wijtschate gehoord heeft.

11 juni, maandag. In de avond doet de vijand een hevige aanval, het geschut is buitengewoon hevig en duurt de hele nacht. Het is het ergst langs Zillebeke maar ook hevig langs Wijtschate en Mesen. Gelukkig hebben de Engelsen de aanval goed afgeslagen. Het schijnt dat de Ieren in hun aanval onverwacht hevige tegenstand ondervonden aan Petit Bois, 10 minuten ten westen van Wijtschate, een nest van mitrailleurs. De grote kanonnen werden gewaarschuwd en ze zonden er gedurende anderhalf uur hun kostelijke sigaren op af en toen de Ieren daarna op zoek gingen, schijnen er daar nog maar 3 of 4 Duitsers in leven te zijn geweest. Men vertelt dat er daar Duitsers gebonden liggen aan hun mitrailleur om ze in de onmogelijkheid te stellen weg te vluchten. Men ziet de Engelse soldaten rondlopen met Duitse helmen, wapens en alle soorten souvenirs. ‘Come on Fritz’ is de gewone uitnodiging van de Engelsen als zij een krijgsgevangene nemen. Als de Engelsen spreken over in congé gaan naar huis, dan is het ‘to Blighty’ of ‘three Bs’ (Bailleul, Boulogne, Blighty). Het schijnt dat ‘Blighty’ een Indiaas woord is.

De krijgsgevangenen die langs De Klijte passeerden, waren meest Pruisen, ook enige Beieren. Zij vertelden dat zij zeer veel volk verloren hadden in de laatste beschietingen. Het Engelse communiqué meldt dat op dit deel van het front in enige dagen tijd 100 Duitse kanonnen in stukken geschoten werden, wat ik wel kan geloven als ik zie hoeveel Engelse er die dagen stukgeschoten werden. Een Duits krijgsgevangene die binnengebracht werd op de hoeve van August Verhaeghe op De Klijte, zei dat hij op diezelfde hoeve in oktober 1914 gelogeerd had.

12 juni, dinsdag. In de nacht is er tamelijk veel geschut. Wij horen weinig nieuws over de tegenwoordige gevechten rond Ieper. De Duitse aanvallen zijn niet talrijk meer en slagen niet en de Engelsen maken maar een kleine vooruitgang meer. Toch meldt het communiqué van vandaag dat de Engelsen hoeve de Potterie op Mesen veroverd hebben.

In de voormiddag weinig geschut, in de namiddag wat meer. Granaten op Bailleul. In de avond schiet een gepantserde trein vanuit Ouderdom. De hele dag grote verandering van troepen. Om 17 uur dondervlaag en deugddoende regen.

13 juni, woensdag. Tijdens mijn mis bij Cyriel Lamerant ontploffen obussen tussen de hoeven van Dalle en Depuydt. Zij worden afgeschoten vanuit Boezinge. Veel echelons van Reningelst trekken op naar Dikkebus. Er staan veel paarden langs de Kapelstraat, ook rond de hoeven van Emiel Thuylie en van Henri Baes, Oscar Ghesquiere en Achiel Vandermarliere en zelfs in de vijvermeersen. Er zijn nu veel Franse tolken in de streek, waaronder verscheidene priesters. Een Franse tolk en een Engelse aalmoezenier die in Micmac Camp verblijven, komen dagelijks mis lezen in de schuurkapel. Deze morgen heeft vader Sheridan mis gelezen in de kerk van Dikkebus. Het was bijna 2 jaar geleden dat er daar nog mis gedaan werd.

Men heeft veel munitie gebracht aan de Canada. Elke dag gaan 40 burgers werken naar Voormezele. Zij worden betaald tegen 5 fr. per dag, 1 fr. meer dan de gewone arbeiders. Niemand werd ertoe verplicht. Zij die zich aangeboden hebben, zijn bijna allen mannen van Dikkebus of die er nog verbleven hebben en die reeds het vuur gewoon waren. Zij worden op Ouderdom opgeladen op lorries en langs Vlamertinge, Café Français naar hun werk gevoerd. Zij moeten er de wegen herstellen op de dorpsplaats en langs deze kant. Voorbij de dorpsplaats worden de wegen hersteld door Engelse soldaten. Reeds om 17 uur worden zij teruggebracht naar Ouderdom. Zij vertellen dat de tramlijn reeds tot aan Sint-Elooi ligt. Van heel Voormezele staat er geen enkel huis meer recht, enkel één half huis: de brouwerij van Deconinck. Alleen daar is er nog een deel van een dak over. Tijdens de hele duur van de oorlog werd die brouwerij en de naastliggende onderpastorie gebruikt als hulppost: Dressing Station.

Vandaag reeds vallen 2 granaten aan de voorste kant van de dorpsplaats. Na 14 dagen worden de beschietingen zo talrijk dat daar geen burgers meer naartoe willen gaan.

Sedert 17 januari kwamen er slechts 7 regendagen. Door het overgrote aantal paarden en soldaten is het verbruik van water zeer groot. En een Engelsman is niet met een klein beetje content. Zo begint er grote schaarste te komen, hoewel er menigvuldige bassins en putten door het leger zijn aangelegd.

In de avond veel geschut langs Mesen.

14 juni, donderdag. Het communiqué meldt dat de Gapaard in Mesen veroverd is. De kanonnen van de Australiërs aan het bosje van Baes zijn weg. Nu staan er nog kanonnen aan de Vijf Geboden, de hoeve van Emiel Ghesquiere, aan Celeste Planckeel, Oudewal en dichter bij Ieper, op alle hoeven. Nieuws van het ontslag van de koning van Griekenland en de kroonprins.

In de avond vallen granaten bij de Ouderdommolen.

15 juni, vrijdag. In de nacht tamelijk veel geschut. Granaten rond de hoeve van Achiel Vandermarliere. Een valt op de schuur en een soldaat wordt gedood. In de ochtend weer granaten op dezelfde plaats.

Het is waarlijk pijnlijk om te zien hoe de Engelsen de vruchten vernielen. Er zijn zoveel verlaten velden in het dorp, en toch gebeurt het dikwijls dat zij gaan kamperen op bebouwde velden en de braakliggende velden ernaast met rust laten. Zo zijn er nu boeren die plots al hun weiden ontnomen worden. Oscar Ghesquiere had 27 gemeten goed gras, daarop staan er 3000 paarden. Men liet er hem een half gemet zodat hij niets anders kon dan zo gauw mogelijk al zijn dieren verkopen. Zo heb ik boeren gekend die gisteren overvloed van eten hadden voor een mooie stal dieren en vandaag zelfs geen eten meer voor een geit.

Wij horen de hele dag weinig geschut. Nochtans mogen wij daar niet uit besluiten dat er niet gevochten wordt want ik zie veel auto’s passeren met gewonden.

16 juni, zaterdag. De hele nacht veel geschut langs Mesen. Om 11 uur granaten bij de Ouderdommolen. 1 valt te midden van een transport en verscheidene soldaten worden gedood en gewond. Het is stikkend heet. Boven de hoeve van Hilaire Lievens, nu bewoond door Henri Vermeersch, hing een kabelballon waarvan het gas wat te veel geperst was. Door de hitte schoot hij in brand. Het was een hevige ontploffing. De 2 mannen sprongen er aanstonds uit en trachtten neer te dalen met hun valscherm. Alles lukte eerst goed, maar helaas op 30 meter van de grond werd ook hun valscherm in brand gestoken door de vallenden ballon en een van de mannen viel op de schuur van Lievens, die aanstonds vuur vatte en helemaal opbrandde. De man brandde er ook in, de andere viel naast de schuur en was op slag gedood.

In de namiddag ga ik met de arrondissementscommissaris meneer Biebuyck naar Dikkebus. Wij gaan naar de jongensschool. Die is niet beschoten maar een ware vesting: muren van zakjes aarde rondom van anderhalve meter breed met 2 of 3 evenwijdige binnenmuren. Een dak geschoord door zeer sterke staken en bestaande uit ijzeren platen waarboven 4 of 5 lagen zakjes. Vervolgens een leegte van een halve meter en daarboven een nieuw soortgelijk dak op nog sterkere staken. Men zal daar beslist geen knikkers doorheen smijten. Nu ligt het dorp vol soldaten, er zijn ook veel meer soldaten rond ons. Op de hofstee van de burgemeester kantonneren 2400 soldaten en ’s avonds speelt er een orkest. Wij zien dat de vijverdam vol bunkers staat. Aan de vijver worden onze papieren gevraagd, ze zijn in regel. Vanop de dam werpen wij een oogopslag op de beschoten streek rond ons. De bossen zijn verschrikkelijk geschonden en alles is verhakkeld en gebroken. Het Vijverhuis is het laatste huis dat nog rechtstaat, daar voorbij overal puin en wildernis. Zo ook langs de andere kanten rondom ons, met toch hier en daar een oasis en een zeldzaam gebouw. De grond is er omgewoeld door de granaten, en in de grote, prachtige dreef van de burgemeester zijn er bijna geen bomen die niet geschonden zijn. Wij brengen een bezoek aan de burgemeester, die nog altijd op zijn hoeve bij de vijver woont. Het is onbegrijpelijk hoe die mensen het daar, op nauwelijks een half uur van de vijand, de hele oorlog hebben kunnen uithouden. Zij hadden geluk, alhoewel hun meid in 1916 gewond werd. Met hun dieren hadden zij meer tegenslag: 2 paarden en ten minste 12 koebeesten werden door het geschut gedood. En nu wonen zij daar nog met 19 koebeesten. De commissaris vraagt inlichtingen over de boeren die zouden kunnen terugkeren. Wij zijn vol hoop, maar wij zullen helaas nog harde noten te kraken krijgen.

17 juni, zondag. In de ochtend granaten bij de Ouderdommolen. Mogelijk zijn die bedoeld voor de tanks die daar hun logement hebben. In de avond granaten bij Oudewal. 1 valt op de koer van Florent Dauchy. Het communiqué meldt verdere vooruitgang naar Hollebeke, de Engelsen zouden nu tegen het dorp zitten. Een zeer grote hulppost is aangekomen op de velden tussen Oudewal en de hoeven van Comyn en Planckeel. De kanonnen zijn weg van Oudewal, die van Planckeel blijven nog.

18 juni, maandag. In de voormiddag wordt er geschoten tussen Reningelst en Westouter, zelfs op 200 meter van de Ondank. Nog nooit heb ik langs deze kant zo ver weten schieten. Het schijnt dat de obussen vanuit Waasten en Quesnoy afgeschoten werden.

Vandaag vertrekt vader Higgins, die hier gedurende 6 weken gelogeerd heeft. Voor de 6de maal verandert hij van divisie. Hij wordt vervangen in de 41ste door vader Fortune. Vandaag moeten de jongelingen van Dikkebus, 2de helft van klas ’18, voor de onderzoeksraad van Watou verschijnen.

19 juni, dinsdag. In de nacht hoor ik verscheidene granaten voorbijfluiten. In de namiddag, de avond en de volgende nacht worden ten minste elk kwartier granaten gezonden naar Ouderdom en een kwartier in het ronde: aan de loskaai van Delporte, bij Cossey en Verhaeghe en bij de molen. De dichtste vallen op 7 minuten van de kerk van Reningelst. Aan de zagerij voor herberg Lion d’Or worden verscheidene paarden gedood. In de namiddag ontploft ook een obus achter de schuur van de weduwe Van Cayseele, langs de weg naar Poperinge. Het is de eerste maal dat er daar geschoten wordt, alhoewel er daar veel geweld is. In Dikkebus wordt de hulppost bij Oudewal geweldig beschoten. De hoeve van Florent Dauchy deelt in de brokken. Ook rond Charles-Louis Charles vallen granaten. De inspecteur de Sûreté van Reningelst, Van Isacker, wordt verplaatst naar Dranouter. Deze van Dranouter komt naar hier. Van Isacker was beleefd en gedienstig voor de burgers.

20 juni, woensdag. Deze nacht is de verschrikkelijkste die de inwoners van Dikkebus ooit beleefd hebben. Granaten te allen kant van het dorp. Voor de Paddebroek werden 13 soldaten gedood en veel paarden. 1 obus valt op het huis van Hector Coene. Bij de tent van Saelen worden 15 paarden en 6 mannen gedood. 1 soldaat wordt gedood op de hofstee van Decrock, 1 valt op de hofstee van Henri Lamerant. Aan het Kapelletje worden verscheidene soldaten en 47 paarden gedood. Hetzelfde rond de hoeve van Cafmeyer, de hulppost en de Vijf Geboden. Die nacht werden er op Dikkebus ten minste 45 soldaten en wel 150 paarden door de obussen gedood.

In de ochtend weer 5 granaten tussen Reningelst en Westouter tot bij de Neergraaf. In de voormiddag granaten op de Poeper en bij Busseboom, het ergst op en rond de hoeve van Opsomer.

In de namiddag om 15 uur eerst granaten op Ouderdom, dan plotseling een obus aan de achterdeur van landbouwer August Verdonck, nabij de kerk van Reningelst. Hij valt juist onder de houtmijt en al het hout wordt rondgeworpen. Sommige stukken vliegen wel 80 meter ver. Een soldaat die zich daar stond te wassen wordt wel 20 meter ver over de beek in het koren geworpen. Vervolgens nog een obus op enige meters vandaar in een tuintje. Daarna nog granaten tussen dorpsplaats en Ouderdom. Het zijn alle dezelfde soort obussen, ware snelvliegers. Men hoort zeer goed de Duitse kanonnen afgaan, een korte zoef en een paar seconden later een doffe ontploffing. En weinig rook. Nog nooit werd er zo dicht bij de kerk van Reningelst beschoten. Niet te verwonderen dat de plaatsenaars bang zijn. Weer wordt de hulppost aan de hoeve van Comyn beschoten, niettegenstaande het vaandel en de menigvuldige tekens op de tenten.

In de avond weer granaten rond Ouderdom en het munitiedepot aan de hoeve Verhaeghe. Ook granaten op Poperinge. Deze namiddag worden 2 Engelse ballonnen door hetzelfde Duitse vliegtuig in brand geschoten in Dranouter.

Om 22 uur nogmaals granaten rond de hoeve van Arthur Cafmeyer. Een valt op de voutekamer waar zijn broer Theophiel, oud 48 jaar, slaapt. De ongelukkige wordt begraven onder het puin. ’s Anderendaags vindt men zijn lijk. Hij laat 2 wezen achter die in de schoolkolonies verblijven. In het huis van Cafmeyer worden bijna alle meubelen verbrijzeld. Arthur en Madeleine Doom, die in huis zijn, blijven als door een wonder ongedeerd.

21 juni, donderdag. Om middernacht verscheidene granaten niet ver van de plaats van Reningelst. Een valt op enige stappen van de wegwijzer van Zevekote aan de kasseiweg van De Klijte. ’s Ochtends om 4 uur obussen op Hallebast. Tezelfdertijd werpt een Duits vliegtuig 3 bommen rond de Hert. Om 6.30 uur, terwijl ik op weg was naar Dikkebus, vallen obussen rond de hoeve van wed. Derycke. Het paste juist dat ik deze maal langs Rozenhil naar de hoeve van Lamerant ging en niet langs mijn gewone weg van Ouderdom, anders was ik op dat ogenblik juist op de beschoten plaats geweest. In de voormiddag granaten bij Busseboom en op Poperinge. ’s Namiddags om 15.30 uur een obus in de tuin van de smid op de dorpsplaats van Reningelst en een uur nadien nog een in het korenveld van August Verdonck. Om 23 uur granaten in de weide van Pieter Cambron vlak achter de dorpsplaats. Wat is het doel van die beschieting op en rond de dorpsplaats van Reningelst? De spoorweg? Of transport? Of troepen? Wij kunnen het moeilijk raden. De Engelse staven vinden het geraadzaam Reningelst te verlaten en verhuizen naar Westouter. De kampcommandant volgt hun voorbeeld.

Wanneer ik naar Dikkebus ga, bemerk ik boven Kemmel een zeer eigenaardige rook, in zigzag, hoog en dik. Hij blijft meer dan een half uur hangen. Wat het is, weet ik niet. Ik merk dat er naast ons oorlogskerkhof in de weide van Désiré Lamerant een grote standplaats is voor tractoren. Ik zie daar ten minste 50 zulke machines. Er is ook een zeer groot munitiedepot op de hoeve van Gustave Desmarets en in het Prolbos ernaast. Ik zie dat er daar veel zwarten aan het werk zijn. Ik zie ook dat de Canadese genie, die reeds 6 maanden op de hofstee van de weduwe Derycke was, nu vandaar vertrokken is.

22 juni, vrijdag. Ik doe op ons oorlogskerkhof de begrafenis van de ongelukkige Cafmeyer, de 22ste burger die op ons grondgebied door het oorlogsvuur is gedood. In de nacht granaten op en rond de hoeve van de weduwe Derycke, ook aan de Canada. 1 valt in het tuintje van Camiel Timperman. In de voormiddag granaten bij Busseboom en op Poperinge. In de namiddag 2 granaten nabij de hoeve van Cambron, voorbij de dorpsplaats van Reningelst. In de avond granaten op Ouderdom en om 22.30 uur aan de verste kant van de dorpsplaats van Reningelst, in de weide van Charles Deconinck naast het huis van de veldwachter, en voor de tent van Amand Heugebaert. Wij horen weinig schieten, en toch zien wij dat er voort veel gevochten wordt door de vele gewonden die hier voorbijgebracht worden. Dikkebus is deze namiddag hevig beschoten rond de vijver. De katholieke aalmoezenier majoor Maloney kwam er juist met zijn ordonnans voorbij, toen een obus op hen afkwam. De ordonnans werd getroffen en op slag gedood. Vader Maloney werd door de luchtverplaatsing op de grond geslagen en brak 2 ribben, waarvan een ongelukkiglijk in zijn longen stak. Vader Maloney stond bekend voor zijn goede omgang met zijn volk en vooral om zijn buitengewone moed. Een kloeke, prachtige man. Laten wij hopen dat zijn kloek gestel veel zal bijdragen tot zijn volkomen genezing. Een ordonnans van een protestants aalmoezenier werd deze namiddag op dezelfde manier gedood.

23 juni, zaterdag. Om 14 uur namiddag schiet een Duits vliegtuig in minder dan 5 minuten tijd 3 Engelse ballonnen in brand: 1 boven de hoeve van Oscar Ghesquiere, 1 boven Kemmel en 1 boven Dranouter. Waarlijk, de Duitsers beginnen het op onze ballonnen gemunt te hebben en het lukt hun maar al te goed. Het is zeer helder weer, en ik tel nog 14 Engelse ballonnen en 8 Duitse.

Om 15 uur 2 obussen zeer dicht bij de kerk van Reningelst: 1 in de gracht van August Verdonck op 10 meter van de sacristie en 1 achter de tent van Grillet op 25 meter daarvandaan. Was deze laatste een paar meter verder gevallen, dan konden er wel 20 doden geweest zijn. Nu zijn er goddank geen ongelukken te betreuren. Maar het volk gruwt er niettemin van. In de avond granaten rond de loskaai van Verhaeghe-Cossey.

De hele week is het achterfront verschrikkelijk beschoten geworden.

24 juni, zondag. Derde oorlogskermis. Ik zing de mis ter ere van onze machtige patroon en smeek hem dat wij toekomend jaar een betere kermis mogen hebben, gevierd op onze herrezen dorpsplaats in tegenwoordigheid van onze teruggekeerde vluchtelingen en in het bijzijn van hun dierbaren, allen samen jubelend om de vrede en de zegepraal. Heilige Johannes Baptista, bid voor uw vertrouwende Dikkebusnaren! Het koekenbrood is verboden en toch ben ik bij de gastvrije familie Lamerant onthaald op een koekenboterham, weliswaar niet van kermisbloem, maar van gezeefd tarwemeel van eigen kweek. Ik heb nooit zulk natuurlijk koekenbrood gegeten, en ook nooit met meer smaak.

Tijdens mijn missen komen 2 obussen boven mijn kerk gezoefd en ze gaan 3 minuten verder in de velden ontploffen. Te ver gebold. Toch vlogen de stukken tegen de schuurgevel. ’s Middags granaten rond de hoeve van Hector Dalle. ’s Avonds om 19 uur granaten rond de hoeve van Cyriel Onraet, waarna 2 op de hoeve van Henri Lamerant, waarna verscheidene langs de Klijtekasseiweg aan de hoeve van Vandenbussche. Om 22.30 uur nog 5 granaten, weer aan de Klijtekasseiweg rond de Brikkenoven op 5 minuten van de kerk van Reningelst.

Helaas, vandaag gebeurde er een verschrikkelijke ramp in Nieuwkerke. Sedert de vernieling van de kerk werden de goddelijke diensten gedaan op de hoeve van meneer Ollivier (de peluchte). Tot voor enkele weken werd de hoeve zelden of nooit beschoten, de laatste tijd was het veel verslechterd. Doch men kon moeilijk van kapel veranderen, en men hoopte op aanstaande beternis. Vandaag waren er reeds voor de mis obussen langs die kant ontploft. Daarom lieten enige mensen met reden na om naar de mis te komen. Toch was er een mooi aantal aanwezigen. De mis was meer dan halverwege toen een obus ontplofte op enkele meters van de schuur. De schrik was natuurlijk groot. Daarop zei E.H. pastoor dat de mensen mochten doen wat zij wilden: vluchten of blijven. Enigen vluchtten haastig weg, anderen gingen achteraan staan om bij groter gevaar ook te kunnen vluchten, nog anderen bleven op hun plaats. 3 minuten nadien nog een obus en ditmaal vlak in de schuur daar waar de achterste mensen stonden. De uitwerking was verschrikkelijk: 8 personen waren op slag dood, en meer dan 20 gewond. E.H. Ollivier, broer van de pachter en bestuurder van het pensionaat van Avelgem, die de mis deed en ook E.H. pastoor Vander Heyde, die bij het altaar was, waren ongedeerd. De gewonden werden naar het hospitaal van Couthove gebracht. ’s Anderdaags zijn er nog 4 gestorven en later nog 2. Niet te verwonderen dat dit pijnlijke voorval een grote opschudding in de hele streek teweegbracht. Maar ook kwatongen deden hun werk, en veel onnozele zever werd bij deze gelegenheid uitgekraamd.

25 juni, maandag. In onze oorlogskerk doe ik het jaargetijde voor de overleden parochianen, 47 mensen zijn aanwezig. Granaten op Busseboom. Anders niets bijzonders.

26 juni, dinsdag. ’s Ochtends om 6 uur brandt de schuur van Charles Cannaert. De soldaten hadden er geen schuld aan, want hun getuigenis klinkt als volgt: niemand van de soldaten was in de buurt toen de brand begon, bijgevolg zijn zij onschuldig. De schuldige is waarschijnlijk de boer zelf. In plaats van te blussen bracht hij zijn varkens in veiligheid en wilde de ladder niet geven, die de soldaten nodig hadden om te blussen. Gelukkig kwam Germain van de veldwachter daar juist voorbij toen de brand begon en hij kon een heel andere getuigenis afleggen. Hij had de soldaten naar buiten zien vluchten in vliegende vaart, dan gezien hoe ze probeerden om te blussen, dan om hun kleren te redden, hetgeen voor 2 te laat was, want een uur nadien liepen zij nog in hun ondergoed rond. Germain had eerst met de boer de varkens geborgen en was toen op vraag van de soldaten dadelijk op zoek gegaan naar de ladder, die op de zolder vastgebonden lag en zo had het een paar minuten geduurd voor de ladder gereed was. 3 dagen nadien moest Germain op de hoeve voor de onderzoekscommissie verschijnen. Die heren deden niets anders dan de jongen voortdurend de ene strikvraag na de andere stellen: de domste, onnozelste vragen het eerst, die een duts zeker in de war gebracht zouden hebben. Gelukkig dat de jongen haar op zijn tanden had.

In de namiddag deed ik een wandeling naar de Rodeberg. Het was buitengewoon klaar weer. Ook had ik op de berg een prachtig vergezicht. Ik zag de Engelse kanonnen schieten vanuit Wijtschate en een voortdurende rook tussen Wijtschate, Houtem en Hollebeke. Ik zag verder hoe er op de hele lijn tamelijk veel geschoten werd. Op dat ogenblik werd Ieper zelfs geweldig beschoten. Och, kon ik maar aan een verrekijker geraken, wat belangrijke dingen zou ik dan al kunnen zien! Gelukkig vond ik een brave accijnsbediende die er een had, en hem gaarne voor een uurtje leende. Daarbij kende de goede man de streek zeer goed. Hij bleef bij mij en gaf mij alle uitleg. Wat ik zag was wonderlijk. Ik zag in het verre zuiden de hoogten van Artois tot aan Lens, de smeltovens van Pont Velin als een dreigend wangedrocht, door de Duitsers gebouwd en nu Duitse sterkte. Ik zag Lille, Roubaix en de menigvuldige en volkrijke nijverheidssteden en dorpen van het Noorden. In Armentières rookten nu geen schouwen meer. Komen en Wervik lagen als aan mijn voeten, maar de huizen waren verborgen achter de bomen. De toren van Komen had zijn naald verloren, die van Wervik was nog goed bewaard. Ik zag wat verder de torens van Menen, Wevelgem, Kortrijk, Beselare, Dadizele, Moorslede en Passendale. Deze laatste kerken waren half beschoten, de uurplaat van de toren van Passendale zag ik heel duidelijk. Ik kon heel goed de verscheidene huizen onderscheiden van het station van Moorslede-Passendale. Vervolgens zag ik de torens van Roeselare, en vond dat 1 of 2 ervan beschoten waren. Meer naar links zag ik Hooglede en op kleine afstand daarvan, nog een weinig meer naar links een grote witte molen die volop aan het draaien was. Nog meer links zag ik nog een dorp met een witte molen in de nabijheid. Hij draaide niet, maar ik zag goed de houding van zijn wieken. Verder zag ik de torens van Lichtervelde, Torhout, Gistel, Oudenburg, en zelfs zag ik zeer goed de stad Oostende. Zij schijnt mij van hieruit samengesteld uit grote witte blokken, de een naast de ander geplaatst. Langs de zee zag ik de duinen en de torens van Veurne. Ik was waarlijk ontroerd toen ik die dierbare streek zag, die reeds zo lang voor ons gesloten was, waar onze geliefden leefden en zuchtten en met ons bezig waren zoals wij met hen, zo dicht bij ons en toch zo ongenaakbaar. Het deed mij vooral vreemd aan enig leven te zien langs die kant, zoals die draaiende molen. Ik stond er als Mozes bij het land van belofte.

27 juni, woensdag. In de voormiddag moet een Engels vliegtuig door een hapering neerdalen in het korenveld van Florent Dauchy. Bij het dalen draait het koren rond de schroef, zodat de hele machine omkeert, en de ongelukkigen erg gewond onder de motor liggen. Zij worden naar het hospitaal van Poperinge gebracht en zijn er nog dezelfde dag gestorven.

De Duitse vliegtuigen maken weer jacht op de Engelse ballonnen. Om 15 uur schieten zij er een in brand boven Hallebast en om 18.30 uur een aan de Galgebossen. Deze van Hallebast heb ik zien schieten en de hele werking kunnen volgen. Ik zag 3 Duitse vliegtuigen zoeken wie zij zouden verslinden. Zij vlogen zeer laag en het is bijna onverstaanbaar hoe zij niet geraakt werden door de Engelse kanonnen en mitrailleurs die voortdurend naar hen vuurden. De mannen van de ballon, die het gevaar zagen, sprongen uit en konden gaaf en gezond neerdalen. Had op dat ogenblik het talrijke personeel dat aan de ballon verbonden is, hem aanstonds neergetrokken, dan zou de ballon ontsnappen, maar neen, men zag niet dat ze roerden. Terwijl de naburige ballonnen neergetrokken werden, bleef deze hangen. Fritz had het dus makkelijk en ontstak weldra een aardig vuurtje. Het was maar een lapje van 50.000 balletjes. De Engelse soldaten uit de buurt, die de doening zagen, waren verontwaardigd en riepen van alle kanten: ‘Spies!’

In de namiddag trok ik langs de binnenwegen naar Poperinge. Ik was tussen de hoeve van Ruyssen en Dequeker toen plotseling een poef, een zoef en nog een poef, en ik ondervond dat het rond mij niet veilig was. Nog een 2de, dan een 3de en ditmaal een bolletjesregen. De soldaten rond mij gingen aan het lopen en ik ook. Ik moest mij nog 4 maal neerwerpen en nog 4 maal kreeg ik de brokstukken rond mij. Eindelijk ten einde adem raakte ik uit het gevaar weg en vond zo’n retraite lastiger dan ik gedacht had. Ik ging mij vervolgens wat neerzetten bij Dikkebusse vluchtelingen, want een goede borsteling kwam mij wel te pas. Het was de eerste maal dat die plaats beschoten werd. Poperinge werd deze laatste dagen weinig beschoten in de stad, maar veel te lande, meest op St.-Jansparochie. Rond Busseboom wordt er nu bijna elke dag geschoten. Deze week is de dorpsplaats van Reningelst nog niet beschoten geworden; de vrees is wat verminderd. Ook de herder komt reeds nu en dan tevoorschijn. De hele namiddag is er veel geschut. Om 19 uur ontploft een groot munitiedepot aan Café Français.

Meer en meer spreekt men van het aanstaande offensief vanuit het Ieperse naar de zee. De Fransen zullen een deel van de Belgische sector overnemen. Er zijn er reeds aangekomen in Oostvleteren. Nog een deel van de Belgische 4de divisie zit in Boezinge. Zij worden er hevig beschoten.

28 juni, donderdag. De Engelse aalmoezenier MacDonald en een Franse tolk-priester van Caen doen mis in de schuur van Cyriel Lamerant. In de nacht weer veel geschut, nogmaals horen wij een verschrikkelijke ontploffing van munitie. Zoiets gebeurt nu dikwijls. In de namiddag vallen 5 grote obussen op en rond de hoeve van Henri Lamerant. 4 soldaten worden er verscheidene meters ver gegooid, een ervan wordt gedood, 1 gewond, 1 wordt zot en 1 is ongedeerd. Een andere obus valt op een tent en doodt er de sergeant-majoor. In de avond een dondervlaag.

Op Dikkebus staan nu nog een 15-tal kanonnen, allemaal grote, waaronder 4 zeer grote.

29 juni, vrijdag. De nacht is tamelijk kalm. ’s Middags en ’s namiddags ontploffen obussen rond de hoeven van Henri Lamerant, Delporte, Cossey, en Vandenbussche. De hele dag is er veel geschut langs Waasten. Veel auto’s passeren met gewonden. Ik verneem dat in het dodenhuis in Dikkebus (huis van Arthur Minne, hoek van de Kerkstraat) de lijken op elkander liggen. Een bewijs dat er voort veel gevochten wordt.

Ieper wordt bijna voortdurend beschoten en veel soldaten worden gedood.

30 juni, zaterdag. De hele nacht veel geschut, het allergeweldigst van 23 tot 1 uur, en 4 uren lang op de Poeper. Ook de hele dag is er veel geschut. De hofstee van Cafmeyer en het kamp erachter worden ook beschoten en verscheidene soldaten gedood. De 47ste divisie is hier weer aangekomen tussen De Klijte en Reningelst en nu gaat de 41ste uitrusten. Ook de 30ste divisie is hier sedert 14 dagen. Elke dag zie ik vanop mijn kamer dat vader Bulteel het graf van zijn 3 verongelukte kinderen komt bezoeken. Vandaag vertrekken onze jongelingen van de klas van ’18, het tweede deel, naar het leger. Zij worden naar het kamp van Auvours gezonden. Het zijn de volgenden: Van Elstlande André, Haezebrouck Arthur, Dury Gustaaf, Debruyne Albert, Verschaeve Odiel. Hebben een uitstel van 3 maanden: Lamerant Odiel, Gouwy, Spenninck Maurits. Voorgoed afgekeurd: Onraet Camiel.

Sedert verscheidene maanden worden er geen vrijgeleides meer toegestaan voor de dorpsplaats van Dikkebus. Nu hebben Jules Noyelle en Cyriel Dehaene er toch een gekregen en mogen ze gaan werken aan hun huis en hoeve, maar na enige dagen wordt hun pas weer afgenomen. De zeldzame mensen die langs ons kerkhof passeren maken de opmerking dat het graf van E.H. onderpastoor Dooms nog ongeschonden is en beweren dat het ongeschonden zal blijven. Die voorbeeldige priester heeft hier de reputatie van een heilige, en nog voortdurend spreekt men van zijn buitengewone deugden. Zo heeft onze koster Petrus Sinnaeve, vanaf de dag van de dood van de onderpastoor tot hij gevlucht is, geen dag laten voorbijgaan zonder op het graf van E.H. Dooms te gaan bidden.

1 juli, zondag. Nog de hele nacht en de hele dag blijft het geschut geweldig. Het is nu reeds meer dan 40 uren dat het aanhoudt. In de missen was evenveel volk als op andere zondagen.

Rond de middag wordt Ouderdom beschoten. De schuur van de bakkerij en 2 kleine huizen er rechtover worden ingeslagen. 1 van die huizen was bewoond door Désiré Van Renterghem van Dikkebus en hij was pas een halve minuut zijn huis ontvlucht. Daarna geweldige beschieting rond Micmac Camp. Obussen ontploffen in de weide van Cyriel Lamerant en op de hoeve van weduwe Vermeulen, en een grote obus valt op de grintweg juist voor de schuur van Gustaaf Forceville. Deze obus was van een nieuw systeem en het is daaraan te danken dat er geen ongelukken gebeurd zijn. Men noemt deze een ‘obus perforateur’. Hij boort zeer diep in de grond, ontploft en werpt alles hoog en ver uit. Zo is het uit te leggen dat de schuur, die slechts op 4 meter daarvandaan stond, bijna niet geraakt is, enkel wat pannen waren afgegooid door de luchtverplaatsing. Zelfs een auto die tussen de obusput en de keet stond, werd slechts door 2 kleine scherven ijzer geraakt. Het was erger zo’n 30, 40 meter daarvandaan, waar ijzer, steen en aarde neergeslagen werden. Diezelfde middag ontploften ook obussen rond de hoeven van Henri Breyne, Comyn, Jules Spenninck, Achiel Vandermarliere, Oscar Ghesquiere. Bij deze laatste werden 2 soldaten gedood. Het was voor Dikkebus een verschrikkelijke namiddag. Daarbij voelden wij vreselijke schokken veroorzaakt door munitieontploffingen dichter bij het front.

2 juli, maandag. Tijdens de nacht wat minder geschut maar het was nog ver van kalm. Obussen rond de hoeven van weduwe Delanotte en Arthur Deraedt. In de voormiddag en ook in de namiddag granaten rond de hoeve van Isidoor Kestelyn. In de namiddag is er weer veel geschut. Sedert verscheidene dagen wordt de loskaai op de hoeve van Dalle weer ferm beschoten. De 23ste divisie, waarbij vader MacClement is, komt hier weer aan. In de namiddag ga ik naar Abele. Ik zie dat er op het grote Engels kerkhof aan de Leene nog voortdurend veel begrafenissen gedaan worden. Vooral zijn er veel soldaten begraven na de aanval van Wijtschate. Ik tel 19 Engelse kabelballonnen.

3 juli, dinsdag. ’s Nachts weer veel geschut. Granaten bij de hoeve van Comyn. Tijdens de dag granaten rond de hoeven van Cyriel Gontier en Lemahieu.

In Reningelst wordt de Belgische soldaat Richard Derycke begraven. Hij werd gedood in Oostvleteren. Een 40-tal van zijn kameraden zijn op de begrafenis aanwezig. De gunst om op hun parochie begraven te worden, wordt aan de gesneuvelde soldaten van het onbezette deel gemakkelijk toegestaan.

Ik reken uit wat de oorlogsverwoesting reeds in ons dorp teweeggebracht heeft en vind dat er 99 huizen helemaal verdwenen zijn, 50 kunnen onmogelijk hersteld worden, 54 kunnen gemakkelijk hersteld worden en 64 zijn zogoed als ongeschonden. Moge die verwoesting weldra een einde nemen!

4 juli, woensdag. Tijdens de nacht nogal veel geschut. Granaten vallen op de hoeve van Lievens en de velden van het Kapelletje. Om 3.30 uur werpt een Duits vliegtuig granaten tussen de hoeven van Arthur Deraedt en Charles-Louis Kestelyn. Verscheidene paarden en mannen worden er gedood. In de namiddag springt een groot munitiedepot aan het Schoonhuis en een Engels vliegtuig wordt neergeschoten langs de route naar Abele. Om 9 en om 16.30 uur komt de koning van Engeland hier in auto door het dorp gereden. Hij is het slagveld van Mesen en Wijtschate gaan bezoeken.

Er is nog wat geld voor de Dikkebusnaren binnengekomen voor het kantonnement van de Engelsen gedurende de eerste 3 maanden van hun verblijf in Dikkebus. Nog 7% wordt uitgedeeld.

5 juli, donderdag. In de nacht veel granaten rond het bos van Planckeel en de hoeven van Marcel Coene en Amand Heugebaert. Verscheidene tenten worden stukgeschoten nabij het Torreel en paarden en mannen gedood. In de vroege morgen zie ik verscheidene Duitse ballonnen en geen enkele Engelse. Het is nochtans gewoonlijk omgekeerd. In de voormiddag ontploffen zeer grote schrapnels boven de hoeve van Lievens en het Kapelletje. Sommige stukken vliegen tot op de hoeve van Henri Desmarets. Dat is wel 700 meter ver. Om 14 uur granaten op de hoeve van Vandenbussche, dan verderop nabij de hoeve van Jeremie Planckeel, en bij het huis van Vandevoorde op ’t Heet, reeds in Reningelst. Zij maken de grootste putten die ik ooit gezien heb. Men kan er gemakkelijk 5 paarden in begraven. Ook granaten bij Busseboom en 1 op de hoeve van Henri Verdonck. Het is waarlijk een wonder dat er, niettegenstaande het grote aantal granaten die op Reningelst gevallen zijn te allen kant en te allen tijde, nog geen ongelukken van burgers gebeurd zijn. Ook granaten op Poperinge. Een Engelse ballon wordt in brand geschoten.

Reningelstnaars die naar Roesbrugge gegaan zijn, vertellen dat het daar krioelt van de Franse soldaten. Men betaalt de cichorei 3,40 fr. per kilo.

6 juli, vrijdag. Eerste vrijdag van de maand: 10 communies. De hele nacht veel geschut en om 1 en 4 uur buitengewoon geweldig, het ergst op het front van Boezinge. Sint-Hubertushoek wordt 3 maal beschoten om 1, 2.30 en 4.30 uur. Bij de laatste beschieting valt een obus op het huis van Louis Ghys, dat helemaal ingeslagen wordt. Gelukkiglijk waren de bewoners enige ogenblikken voordien gevlucht in de paardenstal. Ook een hoek daarvan wordt ingeslagen. Louis en zijn dochter zijn ongedeerd, maar zijn vrouw Eudoxie wordt getroffen door een balk die neerstort en haar arm is gebroken. Eudoxie was pas sedert 2 dagen thuis uit het hospitaal van Couthove, waar zij verzorgd was geweest na haar eerste ongeluk, en nog zijn haar eerste kwetsuren niet helemaal genezen of ze moet er weer naartoe gevoerd worden.

De muilezel van Louis, die in de stal stond, wordt een oog uitgeslagen. Toch zijn die brave mensen tevreden dat alles zo goed afgelopen is, en achten zij zich nog gelukkig, alhoewel zij hun deel van tegenspoed gehad hebben: 2 maal al hun meubels kwijt, eerst door brand, dan door beschieting; 2 dochters dood door tyfus; de andere dochter Reine gewond in 1915 en nu de moeder 2 maal gewond in 7 weken. Nabij de molen zijn gisterenavond nieuwe troepen aangekomen. 3 obussen vallen midden het kamp en toch is geen enkele soldaat getroffen, een valt zelfs op 3 meter van een paraplutent. Door de luchtverplaatsing wordt de tent wel 15 meter ver gegooid en toch zijn de 6 soldaten die eronder lagen te slapen ongedeerd. Ook vallen verscheidene obussen in de weide van Henri Vermeulen.

Ik ga langs Hallebast en de Kemmelkant, en zie dat een huis van de Vijf Geboden helemaal ingeslagen is. De hoeve van Emiel Thuylie is ook helemaal verdwenen. Ik bezoek 7 huizen die bewoond zijn en van de 7 is er maar een dat niet beschoten is. De mensen wonen naargelang het gaat. Zelfs Henri Depuydt kan maar een vierde van zijn huis meer bewonen. Ik zie dat er nu troepen gekantonneerd zijn tot voorbij de Kemmelbeek en zie er 3 spoorwegen. Het is onzeggelijk hoe iedereen verlangt naar het offensief opdat de Duitsers mogelijk nog wat achteruitgedreven zouden worden. Want de tegenwoordige toestand is hier voor de burgers naast het front waarlijk onuitstaanbaar. Nergens en nooit is men nog vrij, vooral in deze dagen van voorbereiding. Hoe groter het geweld van de Engelsen, hoe heviger het geschut van de Duitsers. De soldaten zeggen: ‘Nog een week patiëntie.’

Wij vernemen voor de eerste maal sedert lang goed nieuws van de Russen. Zij hebben het offensief ingezet naar Lemberg toe, en reeds 20.000 krijgsgevangenen genomen. Helaas zal onze vreugde van die kant kort zijn.

7 juli, zaterdag. Deze nacht zijn Duitse vliegtuigen op gang geweest en wij hebben verscheidene malen de mitrailleurs gehoord. In de voormiddag wordt er geschoten op en rond de hoeven van René Verdonck en weduwe Nauwynck tussen Reningelst-dorpsplaats en Busseboom. Het communiqué meldt een lichte vooruitgang langs Hollebeke. Een Engelse ballon wordt in brand geschoten op Dikkebus. Deze week kwamen er granaten op ’t Vogeltje in Poperinge.

8 juli, zondag. In de nacht is er weer veel geschut langs Hollebeke. De dag is buitengewoon kalm. Op de hoeve van Cyriel Lamerant logeert de benedictijn MacDonald, aalmoezenier van de 23ste divisie. Vandaag doet hij 2 missen in de schuur voor de Engelse soldaten. Sommige Engelse katholieken zijn waarlijk bewonderenswaardig. Zo verblijft er hier sedert half oktober een sergeant van de 47ste divisie, een jongeman van 43 jaar, reservist, die meevocht in de oorlogen van Indië en Transvaal. Die man is beurtelings in de vuurlijn en in de kantonnementen rond Reningelst, en telkens hij hier is, heeft hij nog nooit gelaten dagelijks 2 maal naar de kerk te komen. ’s Ochtends is hij hier reeds om 5.45 uur en hij blijft tot 7.15 uur. Dan gaat hij naar zijn kamp de mis dienen van father Bleasdale. ’s Avonds voor het lof komt hij weer voor een uur naar de kerk. Zelfs deze winter in de buitengewone koude was hij hier op zijn gewone uur en dat zonder kapotjas. Nu komt hij dagelijks van Winnipeg Camp aan de Potente, 3 kwartier ver. Hij gaat dagelijks te communie, bidt bijzonder vurig, en is er bijzonder mee opgezet onze mis te mogen dienen, iets wat, gezien de slechte dienst van de kerk, zeer goed van pas komt.

9 juli, maandag. De nacht is tamelijk kalm. 7 tanks van Ouderdom zijn deze nacht het front opgegaan langs hun gewone weg: de molen, ten oosten van de hoeve van Henri Lamerant en verder over de beek tussen Cyriel Lamerant en de Paddebroek.

Meer en meer wordt er gesproken over het aanstaande offensief. Wij zien hier de menigvuldige en grootse toebereidselen en vernemen die van de naburige sectoren. Spoorwegen worden te allen kant bijgelegd. Kanonnen worden aangevoerd en de munitiedepots vermenigvuldigen zich en worden voortdurend groter. Men voorspelt een offensief van de Leie tot de zee. Iedereen is ermee bezig. Soldaten en officieren voorspellen de burgers dat het verschrikkelijk zal zijn, bovendien een aanhoudend offensief. Zij moeten er kost wat kost door, en binnen korte weken is Vlaanderen bevrijd. Ook de kranten spreken bijna elke dag over het belang van de aanstaande aanval. Orders worden gegeven door het hoger bestuur, dienstig voor de burgemeesters en de politie van de dorpen die weldra zullen vrijkomen. De mensen zijn vol hoop, maar zij die naast het front wonen, zijn bevreesd voor de beschietingen die de slag zullen voorafgaan. Zo is er een boer uit Vlamertinge die aan de militaire overheid de toelating gevraagd heeft om zijn dieren weg te brengen, gezien het gevaar van het aanstaande offensief. Maar in plaats van de toelating krijgt de man het bezoek van de gendarmen: ‘Wat? Een aanstaand offensief? Hoe weet gij dat? Durft gij zo de militaire voorbereidingen verklappen?’ Is dat niet wreed! Toch is die spion niet gefusilleerd.

In de voormiddag wordt Micmac Camp beschoten. Soldaten worden gedood op de hoeven van Henri Lamerant en de weduwe Delanotte.

Het Engelse communiqué meldt kleine vooruitgang langs Wijtschate. Vandaag hoor ik iets dat ik nog nooit gehoord had. Het is een Engels muziekkorps dat de Brabançonne speelt. Verleden zomer kregen wij elke avond concert van een Canadees muziekkorps en telkens tot slot benevens andere nationale liederen ook de Brabançonne. Dat deden de Engelse muziekkorpsen nooit. Het muziekkorps dat hier nu speelt maakt een gelukkige uitzondering en vindt dat België nog bestaat. Wij zullen nu geruime tijd elke dag ons vaderlands lied mogen horen.

10 juli, dinsdag. In de nacht weer veel geschut. Ik hoor veel obussen fluiten maar ze vallen niet dichtbij. Tijdens de dag worden Micmac Camp en Busseboom beschoten. Veel munitie ontploft in de Galgebossen tussen Poperinge, Elverdinge en Vlamertinge.

Op Zevekote in Reningelst brandt de herberg van Lermytte af. Het is maar 3 minuten hiervandaan, het gebeurde in de voormiddag en toch hebben wij het pas ’s anderdaags vernomen. Zulk nieuws is te klein om veel besproken te worden. De oorzaak is onbekend.

Hier zijn de 25ste en 30ste divisie aangekomen.

11 juli, woensdag. In de ochtend worden de Poeper en Busseboom beschoten. In de namiddag zie ik 3 Engelse ballonnen in brand geschoten worden door een Duits vliegtuig. Alles heeft geen 5 minuten geduurd. Hadden de mannen van de 3de ballon het gewild, zij hadden nog bijtijds kunnen neerdalen. Het vliegtuig vloog zeer laag. En deze ballon hing boven de Bonemeersen. De Engelse soldaten vertelden ’s anderdaags dat zij uit wraak nog dezelfde namiddag 4 Duitse ballonnen neergeschoten hebben, ook in deze sector. Een burger beweert het gezien te hebben. Nochtans weten de burgers van Dikkebus nergens van, hetgeen bijna onverstaanbaar is. Een ding is zeker: de Duitsers vernietigen hier veel Engelse ballonnen, terwijl wij zeer zelden een Duitse zien vernietigen. Zelden gebeurt het dat een Engels vliegtuig het gevecht aangaat tegen de Duitsers die op de ballon afkomen. Soms schieten de vliegtuigkanonnen niet eens geweldig. Een Engelse aalmoezenier zegt mij zelfs dat de Engelsen besloten hebben hun ballonnen niet meer te verdedigen en dat het verlies van enige ballonnen hier weinig uitmaakt. Gelooft iemand dat? Toch kunnen de mannen nagenoeg altijd gaaf en gezond neerdalen. Zulke luchtgevechten met het neerdalen van een valscherm zijn curieus om zien.

Door De Klijte passeert een divisie Australiërs. Mijn broer Remi komt hier vandaag in verlof en zal enkele dagen bij ons doorbrengen.

12 juli, donderdag. Vandaag lezen wij in de kranten slecht nieuws over het front van Nieuwpoort. Sedert enige dagen was deze sector door de Engelsen overgenomen in het vooruitzicht van het aanstaande offensief. Het was een positie van groot belang. De bondgenoten waren er meester van de duinen langs beide kanten van de IJzer. Ook de brug was in hun handen, en daardoor was dit punt zeer goed geschikt voor de inzet van hun offensief langs het Noorden. De Fransen, meestal fusiliers marins, hadden zich daar bijna 3 jaar lang dapper geweerd om de vijand tegen te houden en er meester te blijven en waren erin gelukt. Nu zouden de Engelsen weldra, samen met hun vloot, het offensief aanvatten. Helaas, een onverwacht offensief van de Duitsers ontrukt hun in korte uren de hele rechteroever van de IJzer en de brug en de vaart worden niemandsland. Het was voor ons een bittere teleurstelling toen wij de nederlaag vernamen. Meermaals immers hadden wij horen spreken over het belang van deze stellingen. De Engelse kranten echter maakten de tegenslag zo klein mogelijk en spraken alleen over het onbeduidende plaatsje grond dat zij er verloren hadden (1600 meter breed en 800 diep) en over het kleine aantal krijgsgevangenen, maar ze zwegen over het belang van deze grond. Zo spraken ook de Engelse officieren met wie ik over deze spijtige zaak redekavelde. Helaas hebben de omstandigheden bewezen hoe erg de gevolgen zijn van deze nederlaag. Er kon geen middel meer gevonden worden om langs die kant het offensief te beginnen. Wie was er de schuld van deze tegenslag? De geschiedenis zal het later melden. Toch konden verscheidene Franse kranten hun misnoegdheid niet verzwijgen en een Franse kolonel vroeg in de Echo de Paris: ‘Waar waren dan de observatieballonnen en de monitors op zee?’

Vandaag wordt Bailleul beschoten en worden burgers gedood. Nog een pijnlijk ongeluk zou deze avond gebeuren. Van 21.30 tot 22.30 uur komen Duitse vliegtuigen boven, en werpen granaten op Ouderdom. De Engelse autokanonnen schieten er geweldig naar. Ongelukkiglijk komt een Engels vliegschrapnel neer op de tent van Arthur Tahon van het Hemelrijk, die nu langs de Abelestraat woont juist buiten het dorp Reningelst. De bewoners zaten juist aan tafel. De schrapnel doorboort achtereenvolgens het dak, een koffer met kleren en de zoldering. Hij doorboort het kind dat op moeders schoot zat, slaat de rechterbil af van de moeder, boort nog door de plankenvloer en dringt bijna 1 meter diep in de grond. De kleine Albert Tahon, 18 maanden oud, is op slag dood. De moeder, Maria Van Elstlande van Dikkebus, 32 jaar oud, wordt naar Couthove gebracht en sterft in de ochtend. Nooit heb ik iets zo lieflijk wreed gezien als het ongelukkige kindje. Het was hartelijk aan het lachen toen zijn lijfje doorboord werd en de dood kwam zo ogenblikkelijk dat het schaapje nooit van gezichtsuitdrukking veranderd is. Zo lacht het op zijn doodsbedje, zo lacht het nu in de hemel! Wat de familie Tahon door de beschietingen reeds meegemaakt heeft: in november ’14 werden de tante en nicht van Arthur gedood, in maart ’16 werd een andere tante gedood, in augustus ’16 werden de zus en de schoonzus gewond, in mei ’17 werd de schoonmoeder gewond en nu zijn vrouw en kind gedood.

13 juli, vrijdag. In de nacht en ochtend granaten op Ouderdom. Om 3 uur werpt een Duits vliegtuig 3 bommen bij de gendarmerie van Dikkebus. Om 15 uur wordt Ouderdom nogmaals beschoten. De dochter van landbouwer Cyriel Jacob wil de beschieting ontvluchten, maar terwijl zij angstig de kasseiweg oversteekt, wordt zij aangereden door een automobiel en ernstig gewond. Zij zal na enkele weken genezen.

In de avond weer granaten op Ouderdom. Herberg De Casino wordt ingeslagen, de bewoners waren juist het huis ontvlucht. Enige ogenblikken nadien valt een obus op de herberg van Louis Dewilde. Vrouw en kinderen zijn in de kelder en ongedeerd. Het is erger gesteld met Louis, die boven is: zijn arm wordt afgeslagen. Meneer de kapelaan berecht hem in hulppost van de jongensschool. Hij wordt naar Couthove gebracht en is ’s anderdaags gestorven. Zelden heb ik een huis gezien dat door een enkele granaat zo vernield werd als dat van Dewilde, dat toch een groot huis was. Onmogelijk nog een plaats te herstellen om te bewonen.

In Westouter zijn nu weinig troepen. In Reningelst ook veel minder. Veel kampen zijn verlaten. In Dikkebus komen er meer en meer troepen aan.

14 juli, zaterdag. Nacht tamelijk kalm. In de voormiddag granaten op Poperinge, 3 burgers gedood. De aalmoezenier McCann, die in juni 1915 in mijn huis in Dikkebus gelogeerd heeft, is hier weer aangekomen. Hij is nu aalmoezenier van de artillerie van de 24ste divisie. Hij is een moedig en ijverig man. In de namiddag nogmaals granaten op Poperinge. Mijn broer Remi vertrekt weer naar zijn regiment.

15 juli, zondag. Deze nacht onweer, donder en bliksem en veel geschut. Veel granaten op Ouderdom en de Poeper, ook granaten op de hoeve van Cyriel Gontier. De hele ochtend en de voormiddag nu en dan een granaat op verscheidene plaatsen van Dikkebus: om 4 uur voor de tent Dury, om 6.30 uur tussen Desmarets en Coene, om 7 uur bij Decrock, om 9 uur in het tuintje van Henri Desmarets, om 10.30 uur op de hoeve van Henri Lamerant. Elk uur een lepel, dat zijn de gevaarlijkste beschietingen. Veel obussen op Poperinge, verscheidene burgers worden gedood, ook soldaten die van de mis kwamen.

In Dikkebus heerst er grote neerslachtigheid en verontwaardiging om de evacuaties. Reeds enige dagen was er sprake van. 3 dagen geleden werd de hele linkerkant van de kasseiweg De Klijte-Dikkebus, boeren inbegrepen, aangemaand zich gereed te maken om binnen enige dagen het dorp te verlaten. Aanstonds bezwaren naar de hogere overheid en daardoor mochten enige boeren blijven. En nu gisterenavond komt een nieuw en dringend bevel. De evacuatiegrond omvat het hele gedeelte waar het VIIde Engelse legerkorps gelegerd is, d.w.z. alle bewoners ten noorden van de hoeven van Arthur Deraedt, Henri Vermeulen, Arthur Desmarets, deze laatste niet inbegrepen. Toch zijn er uitzonderingen. Mogen blijven: 1) de boeren, maar slechts 5 personen per hoeve hoe groot deze ook zij. De ander leden van het huis en de overige arbeiders moeten weg; 2) zij die werken voor het leger. Deze uitzondering is heel persoonlijk, de overige leden van het huis moeten weg.

Alle geëvacueerde personen moeten naar Watou. Deze middag om 12 uur moeten allen het dorp verlaten hebben. Het wordt toegelaten een pak mee te nemen, meer niet. Wat een wrede, hatelijke maatregel, die zo onverwachts op zaterdagavond of zondagochtend wordt aangekondigd. Het is de onredelijkste die ik ondervonden heb, want redenen daarvoor kan ik hoegenaamd niet vinden. Is het om het gevaar? Maar men heeft reeds genoeg getoond dat men zich weinig bekommert om het leven van de burgers, en er is niet minder gevaar voor de geëvacueerden dan voor hen die blijven en allen zijn er op de gelijke voet nodig voor het werk aan de oogst dat aanstaande is. Is het omwille van spionage? Men mag toch denken dat de Engelsen na 3 jaar slim genoeg zijn om te weten dat de spionage voor de burgers onmogelijk is. Is het om te meer meester te zijn en des te gemakkelijker alles te kunnen gebruiken en vernielen? Dat is mogelijk. Of is het een gril van een zotte kop en een wreedaardig hart? Dat is het waarschijnlijkste. Daardoor worden nagenoeg al onze huisgezinnen geschonden en de vrouwen en meisjes de wijde wereld ingezonden terwijl de mannen mogen blijven. 120 personen worden geëvacueerd. Later heb ik nooit een reden kunnen vinden waardoor die evacuatie gewettigd kon worden. Of er die zondagvoormiddag op Dikkebus geweend, gesakkerd en gevloekt werd! En voor dat alles gaf men maar enige uren tijd. Wat de zaak nog wreder en onbetamelijker maakte: de gendarmerie van Dikkebus heeft die wrede maatregel ten wreedst mogelijk uitgevoerd, de mensen zelfs uitlachend. Hetgeen maakt dat het greintje achting dat ik nog overhad voor sommige gendarmes ook meegeëvacueerd is. Vooral gendarme Van Assche uit Izegem heeft zich hierin berucht gemaakt. Men zei dat het slechts voor 14 dagen was, maar na 3 maanden duren deze 14 dagen nog voort. Voor enige bewoners hebben de gendarmes geweld moeten gebruiken en er met de wapens naartoe moeten trekken. In verscheidene andere dorpen, Vlamertinge, Woesten, Elverdinge, had de evacuatie ook plaats en het ging er even slecht. In de Franse sector wilde men nog wreder te werk gaan, maar door de krachtige tegenwerking van de burgers heeft men moeten inbinden.

In de eerste mis had ik slechts 40 mensen, in de hoogmis 49. Het was het feest van de H. Donatus en er waren 20 communies. Op het geëvacueerde deel mag er geen winkel of herberg meer gehouden worden en de burgers moeten er voorzien zijn van een bijzonder vrijgeleide met foto erop. Op het niet-geëvacueerde deel blijft alles zoals voordien. Nu zijn er nog slechts 2 herbergen op de hele parochie: Au Repos des Voyageurs en de hoeve van Jules Spenninck. De burgerlijke bevolking op Dikkebus bedraagt nu nog 215 inwoners, waarvan 35 vluchtelingen. De personen van het niet-geëvacueerde deel mogen geen voet zetten in het geëvacueerde deel, bijgevolg mogen zij ook niet naar mijn mis komen.

In het Veurne-Ambachtse zijn er hele dorpen, boeren inbegrepen, geëvacueerd. Het volk werd tegen wil en dank op de trein geladen en naar de Midi gebracht. Zo handelen de Duitsers ook in het bezette deel. Niet te verwonderen dat onze Belgische soldaten meeprotesteerden, en schreven en riepen: ‘Wreek de ontvoeringen!’ Hoe ons Belgisch militair bestuur en landbestuur nu beknibbeld en verwenst werd, omdat men ze terecht of ten onrechte verdenkt van medeplichtigheid is moeilijk om te beschrijven! Een ding is zeker: onze burgers zijn hier geheel en al aan zichzelf overgelaten, zonder iemand om haar te verdedigen tegen de grillen van onze legermannen. En al wat wij van onze regering gewaarworden, is nu en dan een grootse redevoering uitgesproken in de loopgraven van Sainte-Adresse met klinkende volzinnen over het vaderland en vol mooie beloften, maar die een mens die de werkelijkheid van het front kent, razend zouden maken! Onze arrondissementscommissarissen zijn nochtans de burgers genegen, maar het schijnt dat hun macht zeer beperkt is. Slechts eenmaal in de hele oorlog is er een minister op het front geweest. Het was Helleputte, minister van landbouw in 1916. Hij toonde reeds vanaf de eerste woorden van de rede die hij hield in een vergadering van burgemeesters en boeren-afgevaardigden, dat hij de toestand van onze frontboeren hoegenaamd niet kende. Hij had veel beter gezwegen. Ook is hij niet meer teruggekeerd. En wie bij sommigen in de verbittering ook hun deel krijgen, dat zijn onze priesters, en O.L.Heer zelf. Peins een keer! ‘Het is allemaal dezelfde aanhang’, zeggen ze. Zo zijn er die niet meer naar de mis gaan uit verbittering. Wij weten wel wat die voordien waard waren.

16 juli, maandag. In de nacht tamelijk veel geschut. In de ochtend wordt Ouderdom beschoten en Poperinge nagenoeg de hele dag. Vandaag tel ik 21 Engelse kabelballonnen. Dat is het hoogste aantal dat ik tot hiertoe geteld heb. Een van hen wordt neergeschoten. Een Duits vliegtuig wordt neergeschoten boven de hoeve van Devos aan de Poeper. Op enige meters van de grond sprong hij uit zijn machine en kwam terecht op de rug van een paard, dat geweldig schrok en met hem wegrende. Ongelukkig voor hem, hij kon niet ver geraken. Het was een jongen van 18 jaar. Een van de batterijen van de hoeve van Cyriel Lamerant wordt zo geweldig beschoten in de stellingen, die zij nog maar een dag bezetten, dat er van de 6 kanonnen maar 1 meer overblijft.

Vandaag in Reningelst de begrafenis van de ongelukkige vrouw Tahon en haar kindje. Meer dan 200 mensen zijn op de begrafenis aanwezig.

Het grote politieke nieuws is het ontslag van Bethmann Hollweg, de Duitse rijkskanselier.

In de protestantse leeszalen in Reningelst van de Y.M.C.A. (Young Men’s Christian Association) vindt men de Revue Parisienne, een van de smerigste blaadjes van het propere Frankrijk. Zo kan men zich een mening vormen van de zedelijke principes van het protestantisme.

17 juli, dinsdag. In Reningelst heeft de begrafenis plaats van de verongelukte Louis Dewilde. Gisterennamiddag werd de arme man voor de tweede maal beschoten toen men zijn lijk overbracht van Couthove naar het Elisabeth-gasthuis in Poperinge. Een obus trof de auto op enige meters van het gasthuis, de kist werd in stukken geslagen, en men heeft de stukken van het lijk moeten verzamelen in een nieuwe kist. In de ochtend passeert hier veel Australische artillerie die naar Dikkebus trekt. Rond de middag veel geschut langs Voormezele. De hele dag wordt nu en dan een grote schrapnel afgeschoten naar de Engelse kabelballonnen. Hallebast, Sint-Hubertushoek, de hoeven van Cyriel Lamerant, Henri Desmarets en Marcel Coene delen in de brokstukken. Zulke grote schrapnels heb ik vroeger nog nooit gezien.

In de namiddag zie ik op Zevekote een boksprijskamp. Wel 1000 toeschouwers. De Engelsen zorgen goed voor het amusement van hun soldaten. Te allen kant vindt men nu lees-, toneel- en cinemazalen. Ook zijn er soms toneelspelen in open lucht, en vooral veel football-prijskampen. In Reningelst vooral vindt men prachtige cinema- en toneelzalen.

De Engelsen zijn zeer beschermend op hun kantines en trachten ze op alle manieren te bevoordelen. Vandaar ook sommige eigenaardige maatregelen tegen de herbergen en de winkels van de burgers. In het algemeen zijn zij zelden goedkoper dan onze winkels. Integendeel, in de drankkantines is alles veel duurder dan in onze herbergen. Dat is niet te verwonderen: de drank in de herbergen is getaxeerd aan een prijs waaraan deze niet kunnen bestaan. Maar met suiker en water wordt een herbergier brouwer en zo zijn er herbergiers die toch grote winsten weten op te strijken. De koopwaren dienstig voor de kantines laat het leger direct en rechtenvrij van Engeland komen en zo is de concurrentie gemakkelijk. Het bier integendeel kopen zij aan de burgers-biermarchands. Veel burgers oefenen het beroep uit van bierkoopman en sommige hebben er reeds een aardig fortuintje mee verdiend. De herbergiers verdienen nu het meeste geld met de wijn (witte wijn en malaga).

18 juli, woensdag. De nacht is tamelijk kalm. De hele nacht passeert hier Australische artillerie, die optrekt richting Vlamertinge. Verscheidene malen tijdens de dag worden de hoeve van Henri Breyne en de tent van Henri Saelen beschoten. Een obus valt op de schuur van Henri Breyne. Henri Lamerant, die in de nabijheid was, krijgt een steen op zijn arm.

19 juli, donderdag. Op 3 verschillende tijden van de nacht, om 21.30, 23.30 en 4 uur, wordt de hoeve van Henri Desmarets beschoten. 1 obus ontploft in de stal, waar 3 soldatenpaarden gedood worden. Robert Bonduelle, die in de stal sliep, is ongedeerd. Ook obussen rond de veulenstal en de weide van Cyrïel Lamerant en nogmaals bij Henri Breyne. Tijdens mijn mis valt nog een obus in de weide van Lamerant en tijdens mijn ontbijt nog een, zodat de scherven tegen de muren van het huis vliegen en om 10 uur nogmaals.

In de voormiddag passeert er weer veel Australische artillerie. In de namiddag veel geschut langs Hollebeke en Boezinge. Wij zullen ’s anderdaags vernemen dat de Duitsers er aangevallen hebben en loopgraven bemachtigd hebben.

20 juli, vrijdag. Weer wordt er veel geschoten rond de hoeve van Cyriel Lamerant. In de namiddag granaten op Busseboom en ’s avonds om 21.30 uur 8 obussen langs de spoorweg tussen de hoeve van weduwe Lagache en weduwe Deweerdt op Reningelst, aan de kant van Poperinge.

In Westouter zijn er weer veel soldaten. Men verwacht met ongeduld het offensief. Toch heeft het volk minder hoop op welslagen dan destijds bij het offensief van Wijtschate.

21 juli, zaterdag. Feestdag van onze Belgische onafhankelijkheid. Verleden jaar werd hij zo plechtig gevierd in onze kerk, dit jaar gaat hij onopgemerkt voorbij, daar hier nu geen Belgische troepen meer verblijven. De hele nacht verschrikkelijk geschut. Verscheidene munitiedepots ontploffen in Vlamertinge. Om 14 uur 5 grote obussen aan de Kasteelmolen van Reningelst. Ook geweldige beschieting rond de hoeve van Henri Breyne, Ouderdom, de Drie Goên. Ook rond de hoeve van de burgemeester van Dikkebus. Ik tel 23 Engelse kabelballonnen en 8 Duitse.

22 juli, zondag. De hele nacht veel geschut. Wij horen weer verscheidene ontploffingen van munitie. Wat een verschrikkelijk gekraak! Reeds de hele zomer moet ik, vooraleer op te trekken naar Dikkebus, eerst rondkijken naar waar er geschoten wordt en dan de weg kiezen die mij het minst gevaarlijk schijnt. Maar het is zover gekomen dat er nu langs alle kanten veel gevaar is, en ik bijna niet meer weet langs waar te gaan. Deze voormiddag worden al mijn wegen beschoten. Toch heb ik geluk in mijn keuze. Bij mijn vertrek om 5.30 uur wordt er geweldig beschoten langs Ouderdom, vooral aan de Ouderdommolen. Daarom ga ik langs Rozenhil. Daarna, om 9.15 uur, beschiet men de hoeve van Delporte, waar juist voor de hoogmis het huis in brand geschoten wordt. De obussen komen vervaarlijk over onze noodkerk gehuild om een kwartier gaans verder te ontploffen, maar het volk is dat gewoon en wordt er geenszins door gestoord. Het is weldra de beurt aan Rozenhil om beschoten te worden. Het kraakt er 2 uur lang verschrikkelijk. De Engelse aalmoezenier Father Hurley had in de Army Church de mis van 9.30 uur gedaan voor katholieke soldaten en had pas 10 minuten het gebouw verlaten toen een obus ontplofte en het gebouw in splinters werd geslagen. Nu keer ik naar Reningelst terug langs de Ouderdommolen, waar het rustig is en zo heb ik nogmaals geluk. In elk van mijn missen waren 40 burgers aanwezig, in de hoogmis nog zowat 25 soldaten. In Dikkebus zijn er alsmaar meer kampen. De hulppost aan de hofstee van Comyn wordt niet meer beschoten. Vandaag obussen op Poperinge.

In de namiddag wordt eerst Celeste Planckeel beschoten, dan het bos, dan Marcel Coene en dan Florent Dauchy. Bij Marcel Coene ontploft een brandobus op de schuur en heel dat mooie, grote gebouw staat weldra in lichterlaaie. Al het beste landbouwgerief van zijn schoonvader de burgemeester, voor meer dan 4000 fr., wordt verbrand. Omstreeks dezelfde tijd werpt een Duits vliegtuig bommen rond de Hert.

23 juli, woensdag. In de nacht veel geschut alhoewel wat minder dan de vorige nacht. Alhoewel het tamelijk donker is, zijn er Duitse vliegtuigen op gang, het meest boven Westouter en Poperinge. Ze werpen bommen, dalen tot op een 100-tal meter boven de soldatenkampen en mitrailleren. In een kamp langs de kasseiweg van Poperinge werden zo verscheidene soldaten gedood en gewond. In de vroege morgen werd er in Poperinge naar de Duitse vliegtuigen geschoten. Een gemiste vliegschrapnel ontplofte in het huis van meneer Delplace van Ieper. Zijn dochter werd getroffen door een van de scherven, die haar hele hoofd doorboorde van boven naar beneden tot onder de kin. Iedereen dacht dat het meisje nog dezelfde dag zou sterven, maar na 8 dagen kwam zij weer bij zinnen en na 2 maanden was zij helemaal genezen.

Deze nacht heeft de 47ste Engelse divisie een raid gedaan op Hollebeke en 30 gevangenen genomen, die in de namiddag door Westouter gepasseerd zijn. In de ochtend en de voormiddag wordt er geweldig geschoten over het hele Iepers front, vooral noordwaarts, in de namiddag wat minder. Wij denken met reden dat de artillerieaanval ter voorbereiding van het offensief reeds begonnen is en verwachten de infanterieaanval halverwege de week. De generaal van de 123ste brigade, 41ste divisie, wordt vandaag samen met de majoor van zijn staf in Voormezele door een obus gedood.

24 juli, dinsdag. De hele nacht zeer geweldig geschut langs Boezinge en Steenstraat. Het is het ergst van 1 tot 9 uur, dan wat kalmer, maar het herbegint even geweldig om 14 uur. Vanavond en gisterenavond, bij het binnenkomen van de treinen, schrapnels op het station van Poperinge. ’s Avonds ook granaten op Busseboom.

Hier zijn nu de 8ste, 18de, 23ste, 24ste, 25ste, 30ste, 41ste en 47ste Engelse divisie en ook een divisie Australiërs.

25 juli, woensdag. Vandaag moet ik naar de Intelligence van Poperinge voor mijn bijzondere vrijgeleide voor Dikkebus. Er is haast bij, reeds 2 maal had men mij gewaarschuwd, wat niet belet dat ik slechts 14 dagen later mijn vrijgeleide zal ontvangen. ’s Middags om 12.30 uur wordt er geschoten naar Busseboom, zelfs tot bij de hofstee van Henri Verdonck. Een obus ontploft in het huis van de smid Louis Vandermarliere, dat zeer verwoest wordt. Pas een halve minuut waren de bewoners in de kelder en zo is er niemand geraakt. In de avond granaten rond de hoeven van Henri Desmarets en Henri Breyne. Vandaag was er veel minder kanongeschut dan de vorige dagen.

Weer slecht nieuws van de Russen. Tarnopol gevallen. Deze week zijn onze boeren begonnen aan hun oogst. Deze is nogal goed gelukt, maar veel tarwe en haver is wat te vei. Mei en juni waren bijzonder gunstig, juli wat minder. In minder dan 3 maanden is de oogst gegroeid en gerijpt.

26 juli, donderdag. Benevens mijn mis waren er nog 4 andere missen in onze schuur, door 2 Engelse aalmoezeniers en 2 Franse tolken-priesters. Dat is tot nu toe het maximum. Nieuwe troepen zijn aangekomen op de hoeve van Cyriel Lamerant en ze hebben het laatste hoekje gras bezet dat hem van heel zijn grote hoeve overblijft, alhoewel er plaats genoeg was daarnaast, waar 2 batterijen vertrokken waren. Ook troepen in de weide van Remi Onraet. Na mijn mis passeert hier langs de spoorweg door de hoeve een gepantserde trein met een reusachtig kanon erop. Het kanonstel is 25 meter lang en loopt op 32 wielen. Op de hele gemeente van Reningelst groeit er geen eik zo lang en zo dik als de buis van dat kanon. Daarachter komen verscheidene wagons met mannen en munitie, een hele trein. En de mannen die erop zitten, schijnen trots op hun monstermachine. Hij rijdt tot aan Bailleuls molen, zendt er enige Engelse sigaren naar Pieten-Duits en een paar uren nadien komt hij terug naar zijn stal op een zijspoor tussen de hoeven van Cyriel Onraet en Charles Cannaert. Dagelijks doet hij een paar keren zo’n uitstapje en als dat beest zijn muil openzet, davert heel Dikkebus. Ik denk dat Menen weet te spreken over die kerel. In de namiddag buitengewoon geweldig geschut langs Voormezele en Wijtschate en tamelijk hevig in het noorden van Ieper.

De Duitsers maken weer gebruik van giftige gassen en vloeistoffen. In de hulpposten worden voortdurend veel gewonden binnengebracht. Van sommigen zijn hun ogen helemaal verbrand door het gas en ze zijn helemaal blind. Anderen worden bijna helemaal naakt binnengebracht. De Duitsers werpen een stof op hun kleren, die erdoorheen dringt en hen verbrandt, en daarom moeten zij direct al hun kleren afrukken. Die mensen lijden verschrikkelijk.

Dagelijks melden de communiqués Engelse raids in het Ieperse en het aantal gevangenen. Alles doet ons voorzien dat het offensief weldra plaats zal hebben en wij verlangen ernaar. Om 10 uur is alle vervoer voor burgers verboden. Waarom ’s ochtends? Alleen God weet het. Want juist dan is er het minst legervervoer.

27 juli, vrijdag. In de nacht weer veel geschut, en de hele dag blijft het aanhouden. In de avond granaten op Poperinge. ’s Avonds om 21.45 uur komen verscheidene Duitse vliegtuigen over en ze werpen bommen in Westouter op velden en hofsteden niet ver van Nieuw Dikkebus. Vervolgens op de hoeve van Achiel Lamerant in Reningelst, waar 18 muilezels gedood worden, dan in de weide van de kinderen Verhaeghe, waar 40 paarden gedood worden. Op deze hoeven worden ook 5 soldaten gedood en 13 gewond. Ook bommen in Dikkebus naast de hoeve van Charles Maes, waar 27 paarden en 2 soldaten gedood werden en 3 soldaten gewond. Ik tel 26 Engelse vastliggende luchtballonnen. Deze namiddag bezoek van de Engelse aalmoezenier Father Christ, die vroeger broeder xaveriaan was en in 1907 en 1908 leraar in hun gesticht in Brugge.

28 juli, zaterdag. In de nacht weer veel geschut. De Duitsers schieten veel schrapnels naar de Engelse kabelballonnen. In de avond komen nogmaals 7 Duitse vliegtuigen over met bommen en mitrailleurs en ze smijten en schieten te allen kant. Het is het ergst rond de Potente. Het geschut is de hele dag aaneenhoudend. Aalmoezenier McCann, die in Zillebeke geweest is, vertelt dat als de Duitsers 1 obus zenden, de Engelsen antwoorden met 20.

In Reningelst zijn hier nu zeer veel troepen en alle herbergen zitten vol. Dikwijls zijn die zonder bier, daar de brouwers het niet voortdurend kunnen maken. Maar er wordt veel wijn gedronken. Deze ondergaat de brouwte van de herbergiers: met suiker en water maken zij iets zoets dat de soldaten bevalt en waarvoor goed betaald wordt. De chocolade kost nu 6 fr. per kilo. De tabak kost meer dan 4 fr. per kilo. Ook de burgers roken nu veel sigaretten. Zij zien het van de soldaten en verdienen gemakkelijk geld om er te kopen. De Engelse tabak wordt in het algemeen niet erg gegeerd door onze burgers: te geparfumeerd en te bijtend in de keel. De Engelsen roken geen Belgische tabak, en voor alles wat er is moeten zij hun eigen Engelse merken hebben. Vandaag zijn de pensioenen van het jaar 1916 binnengekomen, 65 frank, voor de oude arme mensen van Dikkebus. Dezelfde personen van 1915 en ook 2 nieuwe krijgen ze. Voor 1/3 worden ze geweigerd.

29 juli, zondag. 2 soldatenmissen in de schuur van Cyriel Lamerant. Tijdens de hoogmis donder en kanongeschut, beide geweldig. Sprekend over het gedonder ervan zegt mij een mannetje: ‘Meneer, het is jammer dat ik de baas niet ben van die kanonnen, de oorlog zou gauw gedaan zijn!’ Overvloedige regen. Het geschut duurt de hele dag. Het is vandaag een verschrikkelijke dag voor Armentières. De arme frontstad wordt tezelfdertijd beschoten met grote obussen en gasgranaten. Dat zijn een soort kleine vaten die bij de val meteen breken en een wit poeder bevatten dat langzaam in gas verandert en zijn moordend werk aanvangt. Omwille van de grote obussen waren de mensen verplicht in hun kelders te vluchten, het was daar dat het gas hen kwam aantasten en verstikken. Meer dan 1000 burgers werden vergiftigd en leden verschrikkelijk aan longen en ogen en meer dan 300 zijn gestorven. Het edelste slachtoffer was de Z.E.H. deken, een voorbeeld van zelfopoffering, die verklaard had als laatste man de stad te zullen verlaten. Hij lag verstikt in zijn kelder naast zijn 2 meiden.

De hele namiddag zwerven soldaten door de straten van Reningelst. Van hier tot aan de zee zitten er niet minder dan 900.000 soldaten en nog voortdurend komen nieuwe troepen en artillerie aan. Deze week werd Bailleul verscheidene malen beschoten, in het Engelse Hospitaal werden 30 soldaten gedood en 40 gewond.

30 juli, maandag. De hele nacht en de hele dag voortdurend geschut maar zonder buitengewoon geweld. In Dranouter wordt landbouwer Derckx door een obus gedood. Het is duister, betrokken weer. Wij vernemen rond de middag dat de Engelse aanval gesteld is op morgenochtend bij het aanbreken van de dag. Wij merken dat er ’s avonds weinig soldaten in de straten zijn, daar iedereen reeds in positie is voor de aanval. De soldaten hebben er veel moed op en spreken van in korte weken heel Vlaanderen te zullen opruimen. De burgers zijn minder optimist en ze vragen zich ook af: ‘Wat zal er van ons Vlaanderen geworden, wat staat onze familie en vrienden van de overkant te wachten?’ Hoop en vrees, vreugde en droefheid tezelfdertijd. Laat ons vertrouwen op Gods voorzienigheid en vragen dat Hij met ons handelt volgens Zijn wijsheid en goedheid! Reeds 14 dagen mogen er op het Engelse en Franse front geen Belgen meer met verlof gaan.

31 juli, dinsdag. Het is vandaag 3 jaar geleden dat het Belgische leger gemobiliseerd werd, en dat wij voor de eerste maal dachten aan de mogelijkheid van oorlog. Die verjaardag zou in onze streek verschrikkelijk gevierd worden.

Reeds van in de avond was er zeer veel geschut, maar ’s morgens om 3.30 uur wordt het ongehoord geweldig en in het halfduister slaan honderden bliksemflitsen door elkaar. Geen twijfel aan: de aanval is begonnen. Om 8.30 uur horen wij het eerste nieuws dat de aanval zeer goed lukt. Natuurlijk wordt er veel overdrevens verteld, men spreekt van 5 mijl vooruitgang. Wij kunnen weldra met zekerheid oordelen dat de aanval gelukt is. Wij zien dat de vastliggende luchtballonnen vooruitgegaan zijn, wij horen dat paarden opgetrokken zijn om de kanonnen verder te brengen, en om 9 uur zien wij de Engelse cavaleristen naderen vanuit Westouter en optrekken naar het front. Zij passeren hier 2 uur lang en zijn voorzien van lichte kanonnen. Het is lang geleden dat ik Engelse cavalerie gezien heb en ik bewonder hun mooie paarden en hun talrijk en goed gereedschap. Het geschut verstilt rond 11 uur. Reeds in de voormiddag passeren veel auto’s met gewonden en in de namiddag voortdurend. Wij moeten besluiten dat de Engelsen het zo gemakkelijk niet gehad hebben als bij de overwinning van Wijtschate en hun zegepraal duurder hebben moeten betalen. De zwaargewonden liggen in kleine Rode Kruiswagens, de lichtgewonden worden vervoerd op lorries. Ook veel Duitse gewonden worden vervoerd. Om 12.30 uur passeren hier 130 Duitse krijgsgevangenen en om 14.30 uur nog 30. De mannen zien er mager en vermoeid uit en sommigen schijnen waarlijk sukkelachtig. ’s Avonds nog krijgsgevangenen.

Een officier zegt mij dat de aanval gelukt is over de hele sector van het 5de leger en ook over de Franse sector en dat zij vooruitgegaan zijn over een breedte van 24 kilometer van Steenstraat tot aan de Leie en een diepte van gemiddeld 3 tot 4 kilometer. Dat stemt overeen met het communiqué van ’s avonds, dat ’s anderdaags in de kranten verschijnt. De Fransen bereiken hun objectief in 3 uur tijd en veroveren zonder veel tegenstand Steenstraat en Bikschote en gaan erover tot bij de Kortekeer. De Engelsen nemen Basseville (nabij Waasten), Verlorenhoek, Frezenberg, Sint-Juliaan, Pilkem, ’t Hoge en Westhoek. Reeds 3500 krijgsgevangenen zijn geteld. De Engelsen hebben meer tegenstand en op sommige plaatsen wordt er verschrikkelijk gevochten, het hevigst langs de Menense kasseiweg en in Zillebeke. Vooral de bossen van de kastelen Vandenpeereboom en Godtschalck, ten westen van het Kantientje, die Glencorse en Inverness Wood heten, waren als een onvoorstelbare versterking ingericht. Het was een nest van kanonnen en mitrailleurs en de 24ste divisie en de Ierse wacht, die er de stormloop deden, leden er schromelijke verliezen en moesten het opgeven. Alleen dit objectief wordt die dag niet bereikt.

De hele dag is het weer betrokken, en de vliegtuigen kunnen weinig werk verrichten en met de avond begint het te regenen. Om 5 uur herbegint het geschut geweldig en het duurt het hele eerste deel van de nacht. Om 21 uur wordt Micmac Camp beschoten, 1 obus valt op de hoeve en 3 juist voor de hoeve van Cyriel Lamerant. Op de hoeve van Hector Coene wordt een officier gedood.

Dezelfde avond 10 grote obussen op Hazebrouck. De laatste weken was die stad zeer verontrust door de Duitse vliegtuigen, die er dikwijls bommen wierpen vooral rond de munitiefabriek. Het is de eerste maal dat de Duitse kanonnen op Hazebrouck gericht worden. Het geschut komt van de kant van Laventie. De schrik in die stad is groot en zeer veel mensen gaan op de vlucht.