1915

1 januari, vrijdag. Droevige nieuwjaarsdag in de oorlog. Ook de eerste vrijdag van de maand. 100 communies. Tamelijk veel geschut in de voormiddag en zeer geweldig in de namiddag. Grote granaten vallen in de voormiddag tussen vijver en kerk. Om 11 uur brandt de hofstee van Jules Goudeseune van Kemmel juist voorbij de vijver. De oorzaak is onbekend: ofwel door de granaten in brand geschoten ofwel door de onvoorzichtigheid van de soldaten. Het laatste is het waarschijnlijkste. De bewoners waren juist een paar uren weg, en het huis zat vol soldaten en geen enkele was gewond, wat in geval van een beschieting nagenoeg onmogelijk was geweest. Men kan weinig merken dat het Nieuwjaar is.

2 januari, zaterdag. Nogal veel geschut in de nacht. Granaten verder rond de vijver en Krommenelst. Daar wordt de bakkerij ingeslagen en worden andere huizen zwaar beschadigd. De Duitse kanonnen zijn vandaag zeer geweldig.

3 januari, zondag. 150 communies. Tamelijk veel geschut. Om 9 uur soldatenmis met prachtig sermoen, ook sermoen in de vespers om 14.30 uur.

4 januari, maandag. In de voormiddag doe ik een berechting in de huizenrij van Krommenelst. De Franse kanonnen schieten geweldig boven mijn hoofd. Nauwelijks ben ik weg of de Duitsers beginnen er te beschieten en het huis van Jules Odent naast de zieke wordt ingeslagen en een persoon gewond. Ik heb gezien dat er reeds veel granaten gevallen zijn in de weide voor Krommenelst. Elke dag komt men nu naar Dikkebus met de Nord Maritime van Dunkerque. Die krant staat me weinig aan omdat er te veel bluf in staat. Er wordt wijn verkocht op ten minste 30 plaatsen. Het is verschrikkelijk nat en vuil.

5 januari, dinsdag. Weinig Frans geschut. De Franse genie doet een proef met handgranaten, die zij werpen op 30 of 50 meter. Het is iets dat weldra gewoon zal worden maar nu nog zeldzaam is. Het volk, dat de ontploffingen hoort, is bevreesd en denkt dat het vijandelijke granaten zijn. Maar weldra kent men de zaak.

6 januari, woensdag. Driekoningendag. 50 communies. Gisterennamiddag kwamen hier enkele Engelse autobussen aan. Het waren de eerste Engelsen die de Fransen kwamen vervangen. 4 Engelse officieren hebben bij mij gelogeerd. Zij waren van het leger van Canada. In de avond trekt reeds veel Engels voetvolk naar de loopgraven. Het zijn verse troepen en zij weten nog niet over de vermoeienissen te spreken. Zij trekken op, flink op stap en al fluitend.

De Franse kanonnen hebben van de hele dag niet geschoten. Rond 18 uur vallen enkele granaten tot op 300 meter van de pastorie. Rond Hallebast hebben Belgische soldaten een granaat willen losvijzen die niet ontploft was, maar deze is plots ontploft en heeft een soldaat gedood en 2 gewond. Het is streng verboden aan de soldaten om aan zulke granaten te werken.

7 januari, donderdag. In de nacht nogal veel Engels voetvolk naar de loopgraven. De Engelse staf heeft zich geïnstalleerd in het huis van meneer Thevelin. Reeds veel Fransen zijn vertrokken. De hulppost van de 31ste divisie vertrekt. De Belgen moeten de pastorie verlaten voor de Engelsen. De Engelsen zijn niet aangenaam als logés. Zij lopen veel over en weer en gaan laat naar bed, maar blijven lang slapen. De Fransen gingen vroeger slapen en waren vroeger op. Weinig geschut.

8 januari, vrijdag. Nu zijn er hier veel Schotten: Highlanders. Geen Franse priesters meer en weinig Franse soldaten. De Engelsen hebben reeds veel van hun kanonnen geplaatst, nagenoeg op dezelfde plaatsen waar de Franse stonden. Sedert verscheidene dagen hoort men bijna geen geweerschoten meer. Er zijn ook maar weinig gewonden meer. Het is de 27ste divisie van het Engels leger die hier aangekomen is.

9 januari, zaterdag. Er zijn nog Fransen aan de verste kant van de dorpsplaats, te beginnen voorbij de jongensschool en ook op de hofsteden langs de kant van Vlamertinge. Langs Krommenelst zijn er geen mensen meer thuis. Verscheidene huizen zijn er beschoten.

Tegen de avond is het dorp volgeperst met Engelsen. Zij liggen als haringen in een ton. Een protestantse Engelse officier is begraven in het ongewijde hoekje.

10 januari, zondag. Vandaag bineer ik voor de eerste maal daar er geen andere priesters meer zijn. Dat zal mij nu bijna elke zondag overkomen. Weinig soldaten in de mis, enkele Fransen en een 10-tal Engelsen. In de namiddag vallen een 15-tal granaten, enkele in de vijver en enkele langs deze kant.

11 januari, maandag. Elke dag uiterst slecht weer. De kleren van de Engelse soldaten, zeer proper wanneer zij aankwamen, lijken dezelfde niet meer wanneer zij terugkomen uit de loopgraven. Ik merk dat de gezondheidstoestand van de Fransen in het algemeen beter is dan die van de Engelsen. Veel Engelsen hoesten.

12 januari, dinsdag. In mijn huis logeert een katholiek Iers aalmoezenier, een redemptorist, vader Aherne. Een regiment Ieren is hier in de nacht aangekomen. Meestal zijn de troepen uit de kolonies. Een Engels aalmoezenier komt hier biecht horen van 10 tot 14.30 uur voortdurend en vertrekt daarna naar Westouter. Hij legt zijn draagaltaar in mijn huis. Weinig kanongeschut.

13 januari, woensdag. Vandaag worden de mensen die langs de linkerkant van de kasseiweg Ieper-Bailleul wonen aangemaand hun huizen te verlaten en elders te gaan wonen. Hallebast en de burgemeester mogen blijven. Hetzelfde wordt gezegd in Ieper, waar reeds de helft van de bevolking weergekeerd is. Maar daar, door het krachtig protesteren van de burgemeester, wordt het verbod ingetrokken. Het is voor onze mensen van Dikkebus een droevige zaak: volop in de winter en op het ogenblik dat er weinig of geen granaten bij die huizen vielen. Zo zoeken zij elders hun schuilplaats en beginnen hun verhuizing van dieren, stro, meubels, gereedschap enz. Zij vinden moeilijk een plaats om dat ergens achter te laten en kunnen niet verder dan het een en het ander te verkopen voor de eerste de beste prijs. En de reden van die wrede orders? Dat is de vrees voor spionage. Juist zoals de Fransen in het begin. Het is al spion wat zij zien. Velen komen voor de eerste maal naar het front, hebben nog geen ondervinding, kennen ons volk niet, zijn hun oren volgeblazen over spionage en het is al van spionnen dat zij dromen. De onnozelste dutsen die geen vlieg kwaad zouden doen en simpel zijn van verstand, worden aangehouden en tussen 2 gendarmes triomfantelijk weggeleid naar de staf en later naar de kampcommandant om geoordeeld te worden. Men zegt dat er telegraafdraden gebroken zijn, maar welke redenen heeft men om te denken dat de burgers het gedaan hebben?

Nog een andere reden is voorzeker dat de Engelsen graag zelf de huizen en de stallen van de bewoners gebruiken om er alleen meester te zijn. Veel landbouwers klagen erg over de Engelsen. Zij willen dat Cyriel Lamerant, die een hofstee heeft langs de kant van Reningelst, zijn hofstee verlaat. Enkel door mooi spreken en dan door hard spreken kan hij bekomen met al zijn kinderen en vluchtelingen op de voute te mogen wonen. Al het overige van zijn grote huis moet voor hen dienen. Daarbij willen zij zijn varkens weg hebben, omdat die beesten te veel stinken. Enkel de koeien mag hij behouden om melk te verschaffen aan de soldaten. Bij Jules Delanotte gaan de soldaten regelmatig de koeien melken. Toch hebben niet allen zo te klagen. Het ligt allemaal aan de officieren en tolken. Er zijn Engelse soldaten die alles met rust laten en zelfs het volk laten delen van het eten dat zij van het leger krijgen. De Engelse soldaten zijn goed voorzien van eten. Het komt allemaal aan in kisten vanuit Engeland.

Als vlees hebben zij veel rundvlees, ingelegd in dozen, doorgaans sterk gezouten. Zulke dozen hebben zij in overvloed. Zij laten ze te allen kant achter. In het begin zijn de burgers blij er een te krijgen en trachten er enkele te vergaren. Maar weldra hebben zij er zoveel gelegenheid van dat zij hun het oprapen niet meer waard zijn. Velen nochtans vergaren ze voort en vinden dat het een goede spijs is voor varkens en kippen en geven het ze in overvloed. Buiten hun dozenvlees hebben de Engelsen nog goed rundvlees en ook dikwijls schapenvlees dat hier vervroren toekomt. Zij krijgen er ook meer dan genoeg. Wat het brood aangaat, het is wit, wat vast en doorgaans goed, maar zij hebben er veel te weinig en zij moeten er veel kopen in de bakkerijen. Zij hebben ook veel kaas, die voor hen aankomt in zeer grote stukken van wel 20 kilo ieder. Hij is niet kwalijk. Zij krijgen ook gelei in overvloed en alle soorten van fruit. Dit is zeer goed. Als drank hebben zij veel thee. Ook veel sigaretten worden hun door het leger gegeven. Ook tabak ingelegd in dozen van 50 of 100 gram of tabak in tabletten. Hun tabak is zeer geparfumeerd en de ene is veel beter dan de andere. Over het algemeen verkies ik de Belgische tabak, maar de Engelsen willen nooit tabak roken die niet uit Engeland komt. Het is met alle dingen zo. Maar daarmee heeft de Engelsman niet genoeg. Hij houdt veel van lekkernij en gaat er veel kopen naar de winkels: biscuits, chocolade enz. Hij drinkt weinig wijn en champagne, maar hij drinkt veel sterkedranken, vooral rum en whisky. In het begin was er hier geen wet voor en er waren veel dronkaards zowel onder de officieren als onder de simpele soldaten.

Van kleren is hij zeer goed voorzien, hij heeft een regenjas, laarzen tot aan de knieën uit één stuk, zelfs soms tot aan de gulp, hij heeft een pelsen jas, een goede trui enz. In dat opzicht kan er niets verbeterd worden.

Wat de paarden betreft: die zijn zeer goed, ook zijn ze nog fris en ze hebben nog de vermoeienissen niet doorstaan van de Franse paarden. Vooral het gereedschap is uitmuntend, kloek en gerieflijk. Het leger beschikt over zeer veel auto’s. Het Rode Kruis gebruikt voor het vervoer van de gewonden niets anders dan auto’s.

14 januari, donderdag. Wat meer geschut dan de vorige dagen. Bijna alle Franse kanonnen zijn vervangen door Engelse. Droevig nieuws. Rond dertiendag is meneer Reynaert, onderpastoor van Nieuwkerke, door een granaat doodgeslagen terwijl hij van het klooster huiswaarts ging.

15 januari, vrijdag. Tamelijk veel geschut in de ochtend. Door de veldwachter wordt het volgende bevel afgekondigd vanwege de Engelse staf:

Alle bewoners van te lande links van de kasseiweg Ieper-Bailleul moeten hun huizen verlaten.

Ieder hoofd van het huis moet naar het gemeentehuis de personen gaan aangeven die bij hem inwonen.

Alle vluchtelingen moeten weg behalve de familieleden van de eerste graad en voor wier onderhoud en eerlijkheid het hoofd borg staat. Alle anderen moeten weg en zullen zondag om 8 uur bijeenkomen op het kerkplein.

Na 19 uur niemand meer op straat.

Wie naar andere gemeenten wil gaan, heeft een vrijgeleide nodig. Dit moet ’s avonds voordien om 16 uur door de gemeentelijke overheid afgeleverd worden en goedgekeurd door de staf.

Niemand mag zich in de streek begeven waar de bewoners weg zijn of hij riskeert doodgeschoten te worden.

16 januari, zaterdag. Velen gaan naar het gemeentehuis om hun huishouden aan te geven. Men kan het werk niet geleidelijk doen. Veel gejammer en geween onder de vluchtelingen die weg moeten. De Engelse kanonnen schieten weinig, de Duitse meer. In de namiddag wordt een hofstee in brand geschoten in Kemmel, bij de brouwerij van Dambre.

17 januari, zondag. 2 missen, 100 communies. 40 Fransen in de hoogmis en enkele Engelsen. In de jongensschool is er geestelijke vergadering voor de protestanten. Er is ook zondagdienst in de weide achter mijn huis door de presbyteriaanse aalmoezenier. 70 zijn er aanwezig en zingen er. Deze aalmoezenier is in mijn huis gelogeerd.

Wat de godsdienst van de Engelsen betreft: de Engelsen zijn voor 1/7 katholiek en de Schotten een weinig meer. De Ieren zijn voor 9/10 katholiek. Het merendeel van deze laatsten zijn Ieren die Engeland of Schotland bewonen. Bijna alle officieren zijn protestants, nochtans ben ik verscheidene katholieken tegengekomen, zelfs in juli 2 generaals. Onder de Canadezen is wel 1/3 katholiek, meestal afkomstig van Ierse of Franse families.

Er zijn aalmoezeniers naar evenredigheid van het aantal van hun geloofsgenoten, bijgevolg veruit het minst katholieken. Zij zijn gekleed zoals de officieren, behalve dat zij 2 zwarte galons op de schouders hebben. Niets onderscheidt in hun kledij de katholieken van de protestanten. Meestal dragen de katholieken de roomse boord, maar er zijn uitzonderingen. Onder de protestanten zijn er niet zoveel die de boord dragen, goed de helft draagt hem. De protestantse aalmoezeniers hebben een mooi leven en gaan nooit naar de loopgraven. De katholieken hebben het zoals zij het willen opnemen. Ik heb er gekend die zeer veel werkten, voortdurend bij de gewonden in hulpposten en loopgraven waren, en velen beijverden zich om de soldaten tot de mis en de sacramenten te krijgen en ze hielden regelmatig sermoenen, zoals de jezuïet pater Gill van de 5de divisie. Ik heb er integendeel ook gekend die het zeer op hun gemak namen.

Onder de katholieken zijn er allerlei soorten. Sommigen zijn zeer godvruchtig en men ziet ze zo dikwijls mogelijk in de kerk. Anderen daarentegen hebben lange jaren hun christelijke plichten vergeten, maar nu met de oorlog volgen zij het voorbeeld van de andere soldaten en gaan ook te biecht en naar de mis. Iets wat men in het algemeen merkt is dat de Engelse katholieken veel minder menselijk opzicht hebben dan de Belgische soldaten. De invloed van de aalmoezeniers hangt grotendeels af van de officieren, maar in het algemeen hebben zij veel minder moeilijkheden om hun zending te vervullen dan onze Belgische aalmoezeniers. Ook ziet men de soldaten van verscheidene religies optrekken in korps en onder de begeleiding van hun officieren om de diensten bij te wonen.

Een afdeling van de staf komt in mijn salon eten en koken. Veel granaten vallen aan Krommenelst. Om 8 uur staan veel vluchtelingen op het kerkplein te wachten om naar Frankrijk te vertrekken. Zij blijven er staan en niemand komt hen halen.

18 januari, maandag. In de nacht en de ochtend veel geschut. De boeren van voorbij de kasseiweg die hun hofsteden hebben moeten verlaten, mogen nu terugkeren nadat zij al die moeite van het verhuizen gedaan hebben. Er zijn nog Fransen langs de kant van Ieper vanaf Opsomer en langs Vlamertinge, elders zijn het overal Engelsen. Ik merk dat de Engelsen de pilaren en de muur van het klooster afgebroken hebben om in de straat te voeren, die waren nog sterk. En dat doen zij zonder zeggen of spreken! Zij breken ook de binnenmuren uit van het nieuwe huis van meester Deraedt.

19 januari, dinsdag. Gisterenavond hebben de Engelse kanonnen ferm geschoten. Een Engelse kapitein wordt begraven in het strookje kerkgrond naast de noorder kerkwegel.

20 januari, woensdag. Helder weer, ook zien wij weer vliegtuigen. Nochtans weinig geschut.

21 januari, donderdag. Veel regen en weinig geschut. In de meisjesschool waren er nog 6 banken toen de Fransen de school verlieten. Zij hadden er 8 verbrand. Nu hebben de Engelsen er reeds 5 verbrand. In het klooster hadden de Fransen ongeveer alle banken met rust gelaten, nu zijn er nog 8, de andere zijn verbrand. De vijver staat zeer hoog in water. Elke nacht, de hele de tijd dat het donker is, worden vuurpijlen, zoeklichten, opgezonden. Zij geven veel klaarte en sommige blijven wel 2 minuten op dezelfde plaats hangen. Dat is om de streek te zien in het donker. Hier blijven zij altijd voorbij de vijver.

22 januari, vrijdag. 2 Engelse aalmoezeniers hebben mis gelezen. Om 10 uur wel 150 Ieren in de mis. Biecht en sermoen. Wanneer zij te biechten gaan, knielen de Engelsen voor hun stoel in plaats van erop. Zeer helder weer en meer geschut dan gewoonlijk. Nogal veel vluchtelingen vertrekken naar Frankrijk. Men ziet dat zij veel verdriet hebben om hun vaderland te moeten verlaten om gevoerd te worden naar ik weet niet waar in een onbekende streek. Gisteren zijn de Belgische gendarmes rondgegaan om ze ertoe aan te zetten. Het is de eerste dag van het jaar dat ik geen berechtingen heb.

De tyfus woekert ten volle. Zeer veel zieken en reeds verscheidene zijn gestorven. Ook elke dag begrafenissen. De eerste tyfuslijder wordt weggebracht naar het Elisabeth-hospitaal van Poperinge, een hospitaal voor tyfuslijders daar ingericht door de Engelsen. Het is Cyriel Foor, hij sterft er korte tijd nadien.

23 januari, zaterdag. Een weinig gevroren, helder weer en veel vliegtuigen waarnaar geschoten wordt. Ook de vliegtuigen schieten naar elkaar. Men hoort zeer goed de mitrailleurs. Meer geschut dan gewoonlijk.

24 januari, zondag. 150 communies. Niet veel soldaten in de mis, weinig geschut. Sedert enkele dagen staat een schildwacht aan de toren. Iedere nacht worden vanuit Poperinge lichtstralen rondgezonden over de hele streek om te zien of er nergens verraad in de lucht is.

25 januari, maandag. In de vroege morgen nogal veel geschut. Granaten vallen bij Millekruis. Deze nacht hebben zij kanonnen geplaatst aan deze kant van de vijver bij de burgemeester en vandaag schieten zij reeds. Ook wordt er gereedschap gemaakt om kanonnen te plaatsen bij het Zweerd en in de weide van Braem. Veel mist.

26 januari, dinsdag. In de avond veel geweerschoten en in de nacht zeer veel kanongeschut. Tijdens de dag ook meer kanongeschut dan gewoonlijk en in de avond weer veel geweerschoten. De Duitsers hebben aangevallen maar zijn niet gelukt. Sedert een maand zijn er kanonnen in de haag van Alfons Huyghe langs de grintweg. Ook bij de hofstee van Remi Lamerant. Daar bij Alfons Huyghe zullen er zeer lang staan.

27 januari, woensdag. Verjaardag van keizer Willem. De hele nacht zeer geweldig kanongeschut en geweerschoten. Ook bijna geheel de dag. Het gevecht is veel heviger dan het pleegt. In de avond veel geweerschoten. In de voormiddag passeren 300 Duitse krijgsgevangenen door Vlamertinge. Het weer is wat verbeterd en de straten zijn wat droger geworden.

28 januari, donderdag. Het vriest geheel de dag. Granaten vallen tussen Cyriel Claeys en Petrus Storme. In de namiddag is er een brand bij het kasteel van Verschoore. In de namiddag ga ik naar Vlamertinge. Daar ziet men niets anders dan Fransen. Het 20ste legerkorps. Minder kanongeschut dan gisteren maar in de avond veel geweerschoten.

29 januari, vrijdag. Weer vorst. Op Bailleul worden bommen geworpen uit een vliegtuig. Er zijn kanonnen geplaatst in de vijverdam langs de kasseiweg. Deze die naast burgemeesters hofstee staan, worden elders geplaatst. De kanonnen in de vijverdam zullen er zeer lang staan. Om 15 uur bezoek van kardinaal Bourne, aartsbisschop van Westminster. De Kerkstraat staat vol Ierse soldaten die de eer bewijzen. Dan gaan zij de kerk binnen, deze is propvol. Weldra komt de kardinaal, purperen soutane onder zwarte kapotjas, met priesterhoed, vergezeld van een priester ook in zwarte kapotjas. Hij knielt een minuut voor het altaar, aanroept de H. Patrick en houdt een toespraak van 8 minuten (ik versta enkel dat hij de soldaten aanwakkert regelmatig te biechten). Hij is wat eentonig. Geeft zijn zegen, groet de onderpastoor en spreekt een halve minuut over de verwoeste kerk, gaat naar de automobiel die wacht aan de hoek van de Kerkstraat en vertrekt om 15.40 uur.

Om 22 uur brandt de hofstee van Benjamin Dequeker af aan de kruising van de straten Hallebast, Vierstraat en Dikkebus-Kemmel. De oorzaak is de onvoorzichtigheid van de soldaten. Alles is platgebrand en bijna niets gered. Benjamin, die berecht was, wordt door de soldaten weggedragen naar Emiel Thuylie. De Franse tolk van de kampcommandant, meneer Constantin, een zeer verstandig en rechtvaardig man, wordt met het onderzoek belast en besluit dat de soldaten de schuld zijn. Benjamin moet de inventaris maken van de schade. Hij verklaart dat die tussen de 5000 en de 6000 fr. bedraagt. In augustus ontvangt hij 4600 fr. Daarmee is hij tevreden.

Sedert 3 weken is hier in Dikkebus een kampcommandant. Deze is belast met het soldatenbestuur van Dikkebus, neemt de schikkingen voor het inkwartieren van de troepen, geeft samen met het gemeentebestuur het vrijgeleide, neemt schikkingen voor wegen en straten en reinigheidsdienst, ook voor de gezondheidsdienst, onderzoekt de klachten van de burgers over de troepen. De eerste die wij hier hebben, is een vriendelijk man. Hij spreekt weinig Frans maar laat nagenoeg alle zaken over aan zijn tolk meneer Constantin, die zeer beleefd en de burgers genegen is. Alleen met hem moet het volk handelen en met de staf hebben zij maar weinig zaken meer. Er zijn nog verscheidene tolken, de eerste weken enkel Franse. Zij zijn in het algemeen goed voor het volk. Hun werk bestaat meestal in het bezorgen van de verscheidene voorraden en te onderhandelen met de bevolking.

30 januari, zaterdag. Rond middernacht zeer geweldig kanongeschut. In Vlamertinge valt een bom uit een Duits vliegtuig. Elke avond gaan burgers loopgraven maken voor het Engelse leger tussen Vierstraat en Voormezele. Zij werken van ’s avonds 19 uur tot ’s nachts 1 uur en verdienen 4 frank. Zij zijn meestal van Dikkebus, Ouderdom en Reningelst.

31 januari, zondag. Missen om 8 en 10 uur, wel 40 Fransen. Een Frans officier, de Rigaud, een braaf, verstandig en christelijk man, sterft schielijk om 3 uur in het huis van madame Brigou. Hij wordt begraven in Reningelst. De Duitsers schieten meer dan de Engelsen. Granaten ontploffen voorbij het kasteel Vandenpeereboom, ook aan kasteel Verschoore en aan de Groene Jager (Karik) halverwege Vlamertinge.

1 februari, maandag. Geweldig kanongeschut rond 11 uur, anders stil. De vluchtelingen die gebleven zijn, worden voor het ogenblik met rust gelaten.

2 februari, dinsdag, O.L. Vrouw Lichtmis. 150 communies. Om 8.30 uur kaarswijding. Nagenoeg alle hommelpersen en balken van de hele parochie zijn door de soldaten meegenomen. Enkele boeren hebben ze echter gedolven en zo kunnen ze er enkele redden. Het merendeel van de balken dient om de straten te herstellen, andere worden verbrand. Zij betalen wanneer zij genoeg gesurveilleerd worden en er niet tussenuit kunnen. Maar alle bonnen hebben zeer veel vertraging Soms moet men 2 of 3 maal naar Poperinge gaan. Soms zelfs naar Boeschepe. Het is hetzelfde met hen die stenen vervoerd hebben om de wegen te herstellen. Het kost hun soms meer geloop dan hun hele rekening bedraagt. Burgers herstellen nu de wegen voor rekening van het Engelse leger en verdienen 3 frank per dag. Dat komt goed van pas want tot nu toe is er nog niets te verdienen geweest. Gelukkig maar dat zij bijna al hun eten van de soldaten kregen. Ook veel kleren hebben zij van het leger. Kapotjassen, broeken, hemden, truien, schoenen door de soldaten achtergelaten die zij wassen, soms een weinig veranderen en aantrekken. Ook dragen zij veel stoffen banden die zij rond hun benen snoeren zoals de soldaten, wat zeer gemakkelijk is nu de wegen overal zo vuil zijn. Gelukkig dat velen zo aan kleren geraken want nergens zijn er te krijgen tenzij tegen hoge prijzen en weinig beurzen kunnen daartegen. Men ziet: het leger heeft zijn goed en zijn kwaad. Het hout in de bossen en ook de elzenhagen worden bijna alle afgekapt om de wegen te herstellen, ook veel bomen worden geveld. In de bossen achter Celeste Planckeel staan wel 20 tenten: enkel een dak dat komt tot aan de grond en gemaakt is van eiken balken en staken en overdekt met geteerd papier. Andere zijn slechts overtrokken met dicht katoen (deze vorm, zie lijnteke-ning illustratie p. 111), zonder plankenvloer. Het is voorzeker niet prettig in deze tijd van het jaar. De hele dag regen.

3 februari, woensdag. ’s Nachts veel geweerschoten. Tijdens de dag schieten de Engelse kanonnen meer dan gewoonlijk. In de voormiddag vallen veel granaten in en voorbij de vijver. In de namiddag rond 15.30 uur ontploffen 3 of 4 schrapnels rond de Congo en de Hert. Kogels ervan vliegen in het huis van Remi Onraet. Een kar wordt in stukken geslagen.

Veel Engelsen komen de Fransen vervangen in Vlamertinge en Ieper. Zodra de Engelsen hier gekomen zijn, hebben zij hun hulppost geïnstalleerd in het klooster. De weide voor het wethuis achter het huis Vermeulen dient als werkplaats voor de genie. Het ligt er vol lange stokken, staken, planken, prikkeldraad. Dat alles moet dienen om hinderpalen te maken voor de vijand. De Engelsen die hier nu zijn, zijn in het algemeen grote werkers. Altijd ziet men ze bezig: marcheren, exercitie doen, werken aan de wegen. Zij zijn werkzamer dan onze Belgische soldatenwerkers, die het wat al te veel op hun gemak aanpakken. De Engelsen begraven hun doden ook in de weide van meneer Thevelin naast de kerkweg bij de graven van de Fransen. Maar in februari leggen zij een kerkhof aan verderop in de weide langs de grintweg naar Kemmel, bijna aan het huis van Isidoor D’Hellem.

4 februari, donderdag. Schoon en helder weer. De Duitsers maken meer lawaai dan zij plegen te doen. Het geweergeschut is zeer geweldig. Sedert 2 maanden hoorde men maar weinig geweerschoten meer tussen Wijtschate en Kemmel. Nu hoort men er sedert enkele dagen zeer veel. In de voormiddag vallen verscheidene granaten rond het kasteel Vandenpeereboom en zeer veel rond Hallebast. Ook veel vallen er in de vijvermeersen. Sinds lang is ons grondgebied niet meer zo beschoten geweest. Zij hebben het op de Engelse kanonnen gemunt. Sedert 3 dagen staan er kanonnen in de weide van Theophiel Dauchy bij het huis van Charles-Louis Charles tussen Hallebast en de Kemmelgrintweg. De Duitse vliegtuigen hebben ze reeds ontdekt en nu schieten zij ernaar met de grootste granaten. Het gaat er zo geweldig aan toe dat de mannen zelf moeten wegvluchten. Zij vallen op het land en de weide van Dauchy, Adriaen, Thuylie, Hoflack, alle een weinig voorbij de kanonnen. 2 dagen nadien ben ik langs daar gaan zien en gedurende het hele jaar 1915 heb ik in Dikkebus nergens zulke grote putten gezien. Er waren er die wel 8 meter diameter hadden en 5 meter diep waren. Dikke iepen van 60 cm diameter werden met wortel en al uitgeworpen en lagen 4 meter ver. Het waren voorzeker granaten van minstens 30 cm diameter. Er waren misschien wel 18 putten. In de avond doen de Duitsers een grote aanval langs Voormezele-Wijtschate. Alle reservetroepen moeten zich gereedhouden. De munitie ook is gereed. De hele nacht is het zeer onrustig. De vijand verovert enkele loopgraven, maar ze worden hem gelukkig weer ontnomen.

5 februari, vrijdag, eerste vrijdag. 125 communies. Rond 7 uur komt de kerk vol Engelse soldaten, die er kantonneren. Tijdens de mis zijn zij nog al gemanierd maar de rest van de dag gedragen zij zich zeer onbetamelijk, zij roken, zingen, fluiten. Maar wat kan men eraan doen?

Helder weer, veel vliegtuigen. Weinig geschut tijdens de dag, maar met de avond veel kanon- en geweerschoten. Een Engels aalmoezenier heeft mij gezegd dat de Duitsers 2 loopgraven veroverd hebben op Sint-Elooi. Sint-Elooi is sedert lang een gevaarlijk punt en reeds ten tijde van de Fransen spraken de soldaten er met een zekere schrik over. De Engelsen maken er een wig in de Duitse posities en kunnen langs 2 kanten beschoten worden.

6 februari, zaterdag. In de namiddag geweldig kanongeschut van weerskanten. 18 granaten vallen rond Hallebast.

7 februari, zondag. 150 communies. 3 aalmoezeniers doen mis. Nogal veel kanongeschut in de namiddag, maar geen granaten vallen op het dorp. In de kerk van Elverdinge wordt rond 6 uur een Frans soldaat-priester dodelijk gewond door een granaat terwijl hij mis doet. Vandaag is de Engelse politie rondgegaan naar de herbergen en heeft al de sterkedranken uitgegoten. De veldwachter had ze reeds 5 weken geleden moeten waarschuwen. Het is een maatregel die nodig is, er zijn immers veel dronken soldaten en officieren. Ook in de winkels mag geen korte drank meer verkocht worden. Gisteren is E.H. Van Themsche, onderpastoor van Voormezele, hier aangekomen. Hij was in Veurne sedert 25 november.

image

8 februari, maandag. Weinig kanongeschut, maar veel geweerschoten. Een jongen van Vlamertinge die loopgraven maakte bij de plas wordt door een Engelse schildwacht doodgeschoten terwijl hij zijn pijp ontstak. Het was verboden enig licht te maken. Verscheidene vrouwspersonen wassen nu voor de soldaten in de grote wasserij die ingericht is in de brouwerij van Peirsegaele. Zij verdienen 0,38 fr. per uur. Daar zijn ook badplaatsen ingericht voor de soldaten met water van de vijver, dat er vanzelf naartoe stroomt. Veel vrouwspersonen wassen thuis voor de soldaten en verdienen zo een mooi loon.

9 februari, dinsdag. Brief ontvangen van thuis, geschreven op 4 januari. God zij gedankt, alles gaat goed. Weinig geschut uitgenomen in de avond. 4 begrafenissen maar geen enkele berechting.

10 februari, woensdag. De aalmoezenier Bowes is naar Voormezele gegaan. De kerk is geheel verwoest, ook bijna het hele dorp ligt in puin. Het huis van de onderpastoor staat nog rechtop en doet dienst als eerstehulppost. Achter het huis is een grote onderaardse schuilkelder gemaakt, waarin zij wonen en waaruit zij voortdurend het water moeten pompen. Die verdienstelijke pater heeft een hele dag doorgebracht in de kerk en veel ornamenten verzameld, bijna al de rode en witte, maar weinig zwarte. De kerk van Voormezele is bekend om haar mooie ornamenten. In het algemeen waren ze niet zeer bevuild, maar verscheidene waren doorboord door de granaten en de kogels. ’s Avonds zijn 2 soldaten naar Voormezele gereden om ze te halen en zij hebben ze naar mijn huis gebracht. Bijna een volle kar. De aalmoezenier vertelt dat in Voormezele bij de onderpastorie 2 Duitse soldaten in een huisje zaten, vanwaar zij schoten op de Engelsen. Zij werden ontdekt, een werd gedood, de andere kon wegvluchten. De hele dag veel Duitse vliegtuigen, waarnaar geschoten wordt. Stukken schrapnels vallen op ons dak.

11 februari, donderdag. Weinig geschut.

12 februari, vrijdag. Veel geweerschoten in de nacht, maar weinig kanongeschut tijdens de dag. Leonie Vervisch van Vierstraat, 70 jaar oud, wordt dood gevonden langs de kasseiweg, verdronken in de gracht. Pater Aherne, aalmoezenier, heeft deze nacht de relikwie van het H. Bloed uit de pastorie van Voormezele gehaald. Die kostbare schat was verborgen in de kelder van E.H. pastoor. Hij brengt ze naar mijn huis. Ook 2 kelken, een remonstrans en een zilveren kruis zijn binnengebracht door aalmoezenier Bowes. De relikwie van het H. Bloed zat rondom in het water en het zilver was zwart geworden.

Weer granaten op Ieper.

13 februari, zaterdag. Slecht weer, veel geweerschoten.

14 februari, zondag. Slecht weer. Weinig communies. Na de missen zegenen wij met de relikwie van het H. Bloed van Voormezele. Al het volk komt om gezegend te worden. De generaal van de staf komt de relikwie bekijken in mijn huis. In de namiddag is het kanongeschut van weerskanten buitengewoon geweldig. Verscheidene granaten vallen rond het Hemelrijk. De Duitsers vallen aan, veel reservetroepen komen aan. De aanval duurt de hele nacht. Alles is in rep en roer. De soldaten lopen, de munitiewagens rijden in de vlucht naar de kanonnen. De vijand heeft eerst 2 loopgraven veroverd, maar door een tegenaanval werd hij ze weer ontnomen. De verliezen langs beide kanten zijn groot, maar deze van de Duitsers zijn de grootste.

15 februari, maandag. Met de ochtend is het kalmer. 12 Duitse krijgsgevangenen worden binnengeleid in de magazijnen van Justin Thevelin. De hele parochie zit vol soldaten, de kerk ook. Met de avond verlaten zij de kerk. Die ligt vol vleesdozen en andere rommel die zij achterlaten. De soldaten van het Rode Kruis komen ze kuisen.

16 februari, dinsdag. De hele nacht weerom veel geschut, maar minder dan de voorgaande. Helder weer. Veel vliegtuigen waarnaar geschoten wordt. Een Duits vliegtuig werpt een bom bij de hofstee van Hector Dalle en een bij de hofstee van Hilaire Lievens. Geen ongelukken. Granaten vallen bij de vijver. 2 nieuwe krijgsgevangenen worden bij de staf binnengeleid.

17 februari, woensdag, Aswoensdag. De hele nacht weer veel geschut van geweren en kanonnen. Rond de middag bemerkt men veel gejaagdheid onder de troepen: de Duitsers beginnen een aanval. Reeds na een paar uur komen de reservetroepen aan vanuit Westouter, Reningelst, Bailleul, voortdurend de hele namiddag. Allen zijn haastig, de munitiewagens rijden in de vlucht. Maar de Duitsers, die zagen dat de Engelsen gereed waren, hebben hun aanval niet voortgezet. Rond 3 uur zijn enkele schrapnels gevallen rond de vijver. De kerk wordt nu gebruikt als magazijn.

Slecht weer.

18 februari, donderdag. De kanonnen die bij het huis van Charles-Louis Charles stonden, staan nu in de schuur en het wagenhuis van Remi Lamerant, waar zij reeds veel geschoten hebben. Elke avond schieten de Engelse kanonnen geweldig terwijl de mannen in en uit hun loopgraven gaan.

19 februari, vrijdag. Kalme dag.

20 februari, zaterdag. Kanonnen zijn in de weide van Jules Forceville langs deze kant van de vijver geplaatst. Belgische kanonniers zijn met hun kanonnen bij Cyriel Lamerant en Henri Desmarets aangekomen. Zij plaatsen hun kanonnen voorbij Café Français. Nog nooit zijn hier zoveel troepen geweest. Weer maken zij gebruik van de kerk. Tot de kleinste huisjes toe zitten stampvol. Rond 17 uur ontploffen schrapnels bij Jules Verschelde en Benjamin Dequeker.

21 februari, zondag. Daar de kerk meer dan halfvol soldaten zit, is het zeer ongemakkelijk voor de diensten. Het zijn Schotten. Alhoewel zij bijna allen protestant zijn, zijn zij tijdens de diensten toch nogal gemanierd. Weer wordt er gezegend met de relikwie van het Heilig Bloed.

Op verscheidene plaatsen timmeren de Engelsen nog veel nieuwe tenten op. In de hofstee van het klooster maken zij 2 mooie grote tenten die moeten dienen als hulppost. De Engelsen zijn hier nu 7 weken en ons dorp is reeds veel meer vernield. Zij maken overal wegen en als er een haag in de weg staat, dan kappen zij er een opening in. Zo is er bijna geen enkel tuintje van het dorp meer dat niet openstaat. Zij maken ook even gemakkelijk gaten in de muren. Vlamertinge, waar de Fransen nog zitten en even talrijk als hier de Engelsen, is op verre na niet zo verwoest als Dikkebus.

Nog andere Belgische artillerie is aangekomen op de hofstee van Celeste Planckeel en Hilaire Lievens. Aalmoezenier Aherne heeft mis gedaan bij de tenten in het bos van Celeste Planckeel.

Weinig geschut.

22 februari, maandag, feestdag van de H. Margarita van Cortona, van wie het beeld in onze kerk geplaatst is. Veel mensen in de mis. Dichte mist. Vandaag dragen ik en meneer de kapelaan van Voormezele het Heilig Bloed naar het klooster van Reningelst, waar de zusters zijn van het oudemannenhuis van Voormezele. Zij overhandigen het aan de andere zusters van het klooster die in Abele gevlucht zijn. Die zullen er voortaan voor zorgen. In de avond veel geweerschoten.

23 februari, dinsdag. Weinig geschut. De gezondheidstoestand wordt van langsom slechter. Wat het leger aangaat, kunnen wij dat moeilijk zeggen. De soldaten zijn immers onbekend en wanneer zij ziek zijn, worden zij aanstonds naar de hospitalen gevoerd. Dikwijls voor hun ziekte bij de burgers bekend is. Maar het schijnt toch dat er veel zijn. Velen krijgen tyfus, ook velen hebben verkoudheden en pleuritis, en zeer velen hebben vervroren voeten, veel meer dan in het Franse leger, misschien wel het vijfde deel van de mannen. Wat de burgers aangaat, de tyfus woedt met alle geweld te allen kant van het dorp en in sommige plaatsen is het in ieder huis te doen. Bij sommige personen zijn het enkel koortsen die enkele dagen aanslepen en langzaamaan passeren. Maar andere krijgen de ziekte dwarsdoor. En helaas, hun getal is groot. In het begin werden er geen grote maatregelen genomen tegen de besmettelijke ziekten. Maar nu wil men met alle middelen de ziekte te lijf gaan en uitroeien. In Poperinge hebben de Engelsen een groot hospitaal ingericht, het Elisabeth-gasthuis, voor burgers die tyfuslijders zijn. De eerste zieken van Dikkebus die ernaartoe gevoerd werden, hadden het zelf gevraagd. Maar nu brengen de Engelsen hen er zelf naartoe, met of tegen hun zin. Al wie zij door de ziekte aangetast vinden, moet weg, hetzij erg hetzij weinig ziek. Het hospitaal van Poperinge is reeds vol en nu hebben zij ook het zothuis van Ieper ingericht als hospitaal (sedert enkele tijd vallen er daar maar weinig granaten meer). In beide hospitalen van Poperinge en Ieper blijven de zieken totdat zij dood of buiten gevaar zijn, en de laatsten worden dan verder gebracht naar het hospitaal van Saint-Omer. In die hospitalen worden de zieken goed verzorgd door zusters en juffrouwen van het Rode Kruis. Alles is er buitengewoon proper. De dokter doet vandaag visites in alle huizen van de Neerplaats, waar de ziekte het meest woekert. 7 tyfuslijders worden weggevoerd. En van nu af aan zullen er wel 3 of 4 per week weggevoerd worden. Sommige zieken hebben er niets op tegen om naar het hospitaal te gaan, andere integendeel zijn er bang voor. En daarom zullen zij alle middelen gebruiken opdat hun ziekte niet bekend zou worden, dikwijls tot hun nadeel. Zo zijn er die voortdurend in bed zouden moeten blijven en er nochtans bij dag niet durven naartoe te gaan uit vrees er door de dokter gevonden te worden. Anderen durven geen dokter halen om dezelfde reden. De dokters die hier komen, zijn dokter Verbeke van Vlamertinge en dokter Van Walleghem van Zonnebeke, vluchteling in Poperinge. Die dokters zijn ook verplicht de tyfuslijders aan de Engelse overheid kenbaar te maken.

De huizen waar er zieken geweest zijn, worden ontsmet. Men gaat ook overal om de kelders te bekijken en het water te onderzoeken. Bevelen worden gegeven om alle water te ontsmetten door het een uur lang te laten koken, of nog gemakkelijker, door er wat poeder in te doen. Dat poeder mag men gaan halen bij de veldwachter. Ook wordt een algemeen bevel gegeven om zich te laten vaccineren. Dat is verplicht en kosteloos iedere week op maandag, donderdag en zaterdag van 16.30 tot 18.30 uur bij Jules Lauwyck aan het eind van de Kerkstraat. Die boze ziekte woekert niet alleen in Dikkebus maar ook geweldig in Vlamertinge, Ieper, Boezinge, Elverdinge, zelfs in Reningelst. Aan de zuidkant, in Loker, Kemmel enz., is het veel beter. Veel personen worden weggevoerd, maar ook veel kunnen hun ziekte verbergen en lijden en sterven hier.

24 februari, woensdag. Veel geschut langs Langemark, weinig langs hier. Toch vallen in de namiddag nogal veel granaten bij Krommenelst. Ook in de vijver en een schrapnel voorbij de molen. Hier en daar staan valse kanonnen geplaatst, munitiewagens of karren onder boomtakken om de vliegtuigen te bedriegen. Van langsom meer burgers gaan werken aan de loopgraven. Nu zijn er wel 250 van te allen kant. In het begin waren er zelfs jongens van 13 of 14 jaar oud, maar nu moeten allen ten minste 16 jaar zijn. Zij werken meestal tussen Voormezele en Vierstraat. Zij dragen veel versperringen (lijntekening: zie illustratie p. 117). 3 of 4 staken van anderhalve meter lang kruisen elkaar in hun midden en 2 zulke kruisstaken worden in hun midden verbonden door een staak van 4 of 5 meter en van de ene staak naar de andere wordt prikkeldraad gespannen in de lengte en errond, om ze voor de loopgraven te plaatsen. Zij kappen ook veel sparren in de bossen bij de plas om zulke hinderpalen te maken. Zij kappen ook veel ander hout om er de weg mee te beleggen die zij maken van de Ruuschaart naar de kasseiweg dwars door de bossen. Anderen delven loopgraven. Deze werklieden bestaan uit 8 compagnieën van 40 mannen, ieder onder het bevel van 2 soldaten van het genie en een tolk. Reeds 3 loopgraafwerkers zijn doodgeschoten door de Duitse kogels, deze komen immers rondom gevlogen. Ook wel 150 mannen werken bij dag aan de wegen: kuisen en herstellen, en zij delven de vuilnis of zij voeren ze weg. Zij verdienen 3 fr. per dag.

image

Het leven is minder duur dan het pleegt. Ingelegd vlees in overvloed, petroleum 0,80 centimes in plaats van 1,20 fr.; varkens 1,10 fr.; eieren in de winkels 20 centimes, bij de boeren 15 centimes. Het brood wordt uitgevochten. Er zijn 4 bakkers, die zoveel bakken als zij kunnen en altijd is er brood te kort. De soldaten hebben er veel te weinig. Boter bij de boeren 4 fr., in de winkels 4,50 fr. De hommel gaat 30 fr., de cichoreibonen in oktober 16 fr. en nu 36 fr. Veel vluchtelingen die ze achtergelaten hebben, gaan ze halen.

25 februari, donderdag. Sneeuw. Een Duitse krijgsgevangene. Weinig geschut van weerskanten.

26 februari, vrijdag. Aan Ieper-Kruisstraat worden 6 personen door de granaten doodgeslagen, waaronder 3 die naar Dikkebus kwamen om in de loopgraven te werken. Het is immers op de dorpsplaats van Dikkebus dat de loopgraafwerkers samenkomen.

27 februari, zaterdag. In de voormiddag rond 11 uur vallen schrapnels tussen dorpsplaats en Hallebast. Een paard wordt gewond op de hofstee van Remi Onraet en een ander doodgeslagen voor Ghyselen. De tolk die het bereed, is ongedeerd. In de namiddag worden op de vijverdam 2 soldaten getroffen door een schrapnel. De een is dood, de ander dodelijk gewond. Ook granaten bij Theophiel Leroy. Weer is men verplicht onze kerk te gebruiken om er troepen te laten logeren: 200 man. De tenten die men in de weide en de bossen opgeslagen had, alhoewel vele met plankenvloer, komen onder water door de geweldige regens. Het water kan des te moeilijker weg omdat veel grachten en waterlopen hier en daar gevuld zijn om erover te rijden en ook veel duikers verstopt zijn. Op Dikkebus zijn nu ten minste 20 Franse tolken en 5 of 6 Belgische.

28 februari, zondag. Weer 2/3 van de kerk vol soldaten. De hoogmis wordt gezongen door aalmoezenier Bowes. Granaten in de voormiddag langs deze kant van de vijver, Razelput en weduwe Alfons Huyghe. In de namiddag bij het Hemelrijk.

1 maart, dinsdag. De hele dag door vallen er nu en dan granaten, bijna overal rond de dorpsplaats, bij Celeste Planckeel, het Zweerd, Hallebast enz. maar geen op de dorpsplaats zelf. In de namiddag communiceren wel 250 Ierse soldaten. Z.H. de paus heeft het privilegie verleend aan de soldaten die dezelfde dag naar de loopgraven moeten te mogen communiceren zonder biecht in het bijzonder en zonder nuchter te zijn. Een algemene biecht wordt gesproken door al de soldaten samen en dan volgt een algemene absolutie. Het is de eerste maal dat hier in onze kerk van dat privilege gebruikgemaakt wordt.

2 maart, woensdag. Rond middernacht doen de Engelsen een aanval rond Sint-Elooi. Zij veroveren 3 loopgraven maar de Duitsers heroveren ze. De Engelsen hebben grote verliezen. Wel 100 doden op Sint-Elooi alleen en zeer veel gewonden. De auto’s kunnen ze niet vlug genoeg vervoeren. Zij moeten ze in afwachting in de kerk leggen. Het gevecht was hevig met de bajonet. De troepen die gevochten hebben, zijn meestal Canadezen. 14 dagen geleden zijn zij hier in Frankrijk aangekomen. Aan het gezicht zelf kan men zien dat het type verschilt van de Engelsen. Hun uniform is wat groener. Velen spreken Frans. Ik word geroepen bij een katholiek Canadees majoor die dodelijk gewond in het klooster ligt.

In de voormiddag brandt de hofstee van Dumoulin voorbij het Vijverhuis, waarschijnlijk door de onvoorzichtigheid van de soldaten. Alles plat. In de namiddag brandt de hofstee van Holvoet bij Vierstraat, in brand geschoten door de vijand.

3 maart, woensdag. Weinig kanongeschut.

4 maart, donderdag. In de voormiddag vallen schrapnels in en voorbij de dorpsplaats, bij de villa Ghyselen, het Zweerd en de Melkerij, ook bij Henri Baes. In de namiddag komen nogal veel mensen te biecht voor de biddag.

5 maart, vrijdag. Biddag. Het Heilig Sacrament wordt uitgesteld van 6 uur tot na de hoogmis om 9 uur. Ik heb geen vreemde biechtvader gekregen. 300 communies werden uitgedeeld. Lof om 21.30 uur. Rond de middag vallen schrapnels rond kerk en pastorie. Van na de hoogmis tot ’s avonds 18 uur heb ik voortdurend berechtingen gedaan, waarvan een op het grondgebied van Voormezele in herberg Het Paviljoen. Schrapnels vallen voortdurend achter het huis. In de rij van Krommenelst werden die dag een paard doodgeslagen en 2 soldaten gewond. In Café Français en Café Belge waren de bewoners weer teruggekomen, alsook in 2 huizen van Krommenelst. Daar waren 3 huizen beschoten en afgebroken, ook het huis van Beun, de groentenboer en de hofstee voor Café Français. Van de 6 berechte personen zijn er 5 gestorven.

6 maart, zaterdag. Jules Delanotte, landbouwer, is overleden in het hospitaal van Poperinge. Die brave man is het slachtoffer van zijn goedheid. Door de overlast van vluchtelingen is de ziekte bij hem uitgebroken en hijzelf is erbij gevallen. God lone hem voor zijn goede werken! In de ochtend, wanneer ik nog in de kerk ben, hoor ik reeds voortdurend het gefluit van de schrapnels. Weer vallen er veel tussen het Zweerd en Hallebast. Die plaats zal altijd zeer gevaarlijk blijven, omdat er daar zoveel vervoer en passage is en de Duitsers die weg kunnen zien van in hun loopgraven van Wijtschate. Wat mij sedert lang verwondert is dat de Engelsen de toren van Wijtschate niet ten volle beschieten. Van daaruit immers moet de vijand wel ons dorp kunnen bespieden. Men zou waarlijk zeggen dat de Engelsen hier zelf de positie niet kennen. Het gebeurt dikwijls dat er granaten vallen juist op het ogenblik dat er grote passage is en dan spreken zij van spionnen, terwijl zij nooit denken dat de vijand daarvoor geen spionnen nodig heeft. Het is een opmerking die ik zelf verscheidene malen aan de officieren gemaakt heb.

7 maart, zondag. Nog veel mensen te communie. Rond de 600 communies zijn deze dagen uitgedeeld. Weer is de kerk vol soldaten. In de voormiddag vallen granaten rond het Zweerd en in de namiddag langs de kasseiweg van Ieper en weer rond het Zweerd. 3 maal per week komen de Engelse dokters vaccineren in herberg Het Hoekje. De eerste keren was er bijna niemand die zich aanbood, slechts 25 of 30 personen iedere avond. Veel vreemde geruchten werden daarover verspreid en veel mensen waren bang. Er werd verteld dat in Vlamertinge 3 personen ervan gestorven waren. Deze avond echter zijn er wel 125. Sommigen zijn nogal ziek en hebben koorts, anderen hebben enkel plaatselijke reacties, maar geen zijn zeer ziek. Nochtans zal het later met 2 of 3 personen die reeds niet goed waren, gebeuren dat zij erg ziek worden.

Er wordt uitgebeld dat iedereen de schade die hem door het Franse leger aangedaan wordt, moet aangeven.

8 maart, maandag. Om middernacht brandt het huis van Henri Desmarets, landbouwer, door de onvoorzichtigheid van de Belgische kanonniers. Zeer veel geschut sedert 3 dagen langs Boezinge maar geen granaten op Dikkebus. Vandaag doe ik een bezoek aan Vlamertinge. Zeer veel barakken en tenten van Engelsen staan tussen Vlamertinge en Reningelst, vooral aan de hofstee van Desmytere. Het lijkt een heel houten dorp. De dorpsplaats van Vlamertinge zit nog vol Engelsen. Nieuwkerke wordt sedert enkele dagen weer beschoten. E.H. Masschelein is er onderpastoor benoemd in de plaats van E.H. Reynaert, die gedood is. Bij Remi Onraet zijn de Engelsen reeds tweemaal in de kelder binnengebroken en ze hebben er boter gestolen. Weer laten veel personen zich vaccineren. Ik ook. Ik ben niet onpasselijk geweest. Wanneer een vliegtuig passeert, blaast een schildwacht op zijn fluitje en de soldaten duiken weg om niet gezien te worden.

9 maart, dinsdag. Veel geweerschoten in de nacht. Er vallen geen granaten, maar in de avond schieten onze kanonnen geweldig. Ik heb gezien dat er grote putten zijn langs de kasseiweg van het Zweerd naar Hallebast.

10 maart, woensdag. De hele avond en nacht zeer geweldig geweerschot langs Vierstraat en Sint-Elooi. De loopgraafwerkers, die nu ’s nachts van 23 uur tot 5 uur gaan werken, vertellen dat de kogels dichter vlogen dan gewoonlijk. Geen granaten op het dorp. In de kerk hebben de Engelsen lelijke manieren gehad. Ik heb gereclameerd bij de kampcommandant. Zodra de Engelsen een plaats vinden die geschikt is, zijn zij football aan het spelen. Weldra zullen de burgers dit spel nadoen en samen met de soldaten of alleen spelen. Het regent sedert enkele tijd wat minder, maar het is zeer koud.

11 maart, donderdag. De troepen verlaten de kerk en geen andere zijn erin gekomen. Kalme dag.

12 maart, vrijdag. De Engelse kanonnen voorbij de vijver schieten de hele namiddag geweldig. De Engelsen hebben een mooie overwinning behaald in Neuve-Chapelle. Een Duits vliegtuig werpt 3 bommen op Poperinge. 4 doden en 20 gewonden.

13 maart, zaterdag. Schoon weer. De grond is reeds veel gedroogd. Men heeft nieuwe moed en veel versterking komt toe. Op het land van het molenhuis over het wegeltje naar de vijver maakt men een grote steenput en vandaar een waterleiding door de vijverdam. Het is een nuttig werk en zo zal men heel goed het water van de vijver kunnen benutten. Weldra zal men voortdurend de waterkarren ernaartoe zien rijden. Ingenieur Vanderghote van Ieper bestuurt de werken. De hele week zijn geen granaten op het dorp gevallen. In de namiddag nemen wij de schilderijen van de kerk af. Zij worden op elkaar gerold en door Louis Ghys naar Poperinge gevoerd en aan de zorgen toevertrouwd van E.H. pastoor. Kolen zijn aangekomen en eindelijk krijg ik er 100 kilo voor 5,20 fr.

14 maart, zondag. Rond de 40 soldaten hebben in de kerk gelogeerd. Hoogmis door Engelse aalmoezenier.

Voor 5 uur namiddag nog niets bijzonders. Dan doen de Duitsers plots een hevige aanval rond Sint-Elooi en Voormezele. Wat een verschrikkelijk geschut! Alles is in rep en roer. Iedereen loopt naar het kerkhof, de meest open plaats, om te zien wat er gaande is: men ziet voortdurend de ene granaat na de andere ontploffen. In Voormezele, in de plas, voorbij de vijver, in Vierstraat en overal zo vlug dat men ze niet tellen kan. De Engelse kanonnen aan de oude vijverdam antwoorden geweldig, de andere minder.

Iedereen raadde een aanval van de Duitsers. Het was maar al te waar. Weldra kwamen de eerste ruiters en cyclisten in volle vlucht toegesneld om de munitiemannen en officieren te waarschuwen. Wat een geweld! Een half uur nadien kwamen de eerste munitiewagens in woeste vaart afgestormd en dan voortdurend de ene na de andere. De Engelsen immers waren op het onverwachts gepakt en zij hadden maar weinig munitie bij hun kanonnen. Het kanongeschut verminderde niet en duurde geheel de nacht even geweldig. Nog nooit heeft men dat gezien of gehoord. En gebeurt het dat het kanon enkele seconden zwijgt, dan hoort men hoe geweren en mitrailleurs ook hun volle deel hebben in het gevecht. Alle soldaten moeten aanstonds naar de loopgraven en veel versterking komt aan, ook recht naar de loopgraven. Geen soldaten gaan naar bed, ook veel burgers durven het niet riskeren.

15 maart, maandag. Hetzelfde gevecht duurt tot 9 uur van de voormiddag. ’s Morgens om 6.30 uur brandt de hofstee van Jerome Goudeseune, in brand geschoten door de vijand. In de voormiddag vallen veel granaten rond het Hemelrijk, weduwe Vandepitte, langs deze kant van de vijver en rond de Kapelstraat. Inderdaad, de Duitsers hebben aangevallen. Zij zijn door de eerste lijn loopgraven geboord aan Sint-Elooi en Verbrandemolen, zij geraakten zelfs over Sint-Elooi en een patrouille paardenvolk van 5 mannen geraakte zelfs op de dorpsplaats van Voormezele. In de nacht hebben de Engelsen een tegenaanval gedaan en zij heroverden het grootste deel van Sint-Elooi. Toch bleven de Duitsers in de steenoven. En sedertdien is Sint-Elooi bezet door beide legers. De Duitsers, die de aanval gedaan hebben, hebben voorzeker grote verliezen gehad, maar ongelukkiglijk hebben de Engelsen er ook veel gehad. Vooral de Ieren, die op dat ogenblik in de aangevallen loopgraven verbleven. Van een enkel regiment zijn 7 officieren gevallen. Het is vooral de tegenaanval die hun veel volk gekost heeft. Ook wanneer de Ieren uit de loopgraven terugkomen, gaan zij aanstonds naar Westouter om te rusten en hun uitgedunde rangen te herstellen, alhoewel het nog hun beurt niet was. Tot nu toe hadden de Engelsen hier geen lastige dagen gehad. De divisie bestaat uit 3 brigades, waarvan er altijd een in Dikkebus is, een in de loopgraven en een in Westouter. Zij komen naar Dikkebus voor 12 dagen, waarvan beurtelings 2 in de loopgraven, dan 6 dagen rust in Westouter terwijl de Fransen in oktober en november bijna voortdurend in de loopgraven waren. Soms een week lang.

Voor de eerste maal sedert 5 en een halve maand ga ik de H. Communie dragen naar de zieken. Vandaag langs de kant van Kemmel, De Klijte, Reningelst naar 12 zieken. Morgen op de dorpsplaats, het Hemelrijk en de kant van Vlamertinge naar 19 zieken. Op beide ronden heb ik veel geluk gehad en juist een uur gepast dat er geen granaten vielen. Sedert Allerheiligen doe ik altijd de berechtingen in het zwart. Ik heb altijd de H. Olie op zak.

In de dag en in de avond komen er zeer veel soldaten aan. Nog nooit zijn er zo veel geweest.

16 maart, dinsdag. Wanneer ik naar de kerk ga, vind ik ze propvol soldaten. Misschien wel 500. Tot op het altaar toe. Ik slaag erin over hen heen te stappen en kan zo tot aan de sacristiedeur geraken, die ik kan openen voor het volk. Ik heb veel moeite om het altaar vrij te krijgen. In het dorp is het waarlijk al troepen wat men ziet, ondanks de tijd van het jaar slapen er veel buiten op de stoepen voor de huizen. Op het land van Maurits Lemahieu slapen er wel 400 onder de blote hemel.

Iedereen verwachtte deze nacht een nieuwe tegenaanval van de Engelsen. Maar zij hebben niet geroerd en van de hele nacht was er bijna geen kanongeschut. In de namiddag om 15.30 uur vallen er granaten in de vijver, in de weide van Justin Thevelin, achter Batteu en ook in de weide van Leon Opsomer.

Het weer is nu zeer goed en de wegen zijn veel verbeterd. Burgers en Belgische soldaten herstellen voortdurend de wegen. Naast de kasseiweg en de grintweg graven zij de aardekant af en men legt er staken en bussels hout, de ene dicht tegen de andere en aan elkaar verbonden door ijzerdraad. De staken maakt men van iepen, die men op de hofsteden en weiden gaat vellen. Reeds het vierde deel van de iepen is geveld. Nagenoeg alle bomen van de streek, de kasseibomen uitgezonderd, zijn veroordeeld, want van alle is de schors geknaagd door de paarden, van de fruitbomen zowel als van de andere. Nergens vindt men nog een eindje haag van 10 meter lang, overal zijn er gaten in gekapt. Sommige hagen zijn geheel verdwenen. Sommige bezaaide partijen land zijn deerlijk beschadigd. Er wordt toch verboden om erop te gaan, maar verbieden helpt niet veel met de Engelsen. Sommigen zetten plankjes met het verbod erop in de Engelse taal: ‘Kindly keep off this field, growing crops.’ Anderen spannen prikkeldraad en dit laatste middel is het beste. Veel mensen doen nu hun cichoreien uit en leveren ze naar Loker of Poperinge. De burgemeester droogt ze ook. De bonen gaan reeds 40 fr. Vandaag 2 Duitse krijgsgevangenen van het Rode Kruis.

17 maart, woensdag. De hele nacht geweldige geweerschoten tot rond 6.30 uur morgens. Feestdag van St.-Patrick in Westouter en Reningelst, plechtig gevierd door de Ierse soldaten. Die dag dragen zij allen het klaverblaadje ter ere van hun patroon. Slechts 15 soldaten in de kerk. In de namiddag rond 16 uur vallen schrapnels tussen het Zweerd en de Hert. In de weide achter Blomme maakt men een sterke bunker, daarachter op het land maakt men loopgraven maar enkel als oefening. Het weer is mooi en toch zijn er weinig vliegtuigen.

18 maart, donderdag. De hele nacht geweldige geweerschoten. Niet alleen hoort men het schot afgaan, maar men hoort ook het gezoef van de kogels. Dit is nog bijna nooit gebeurd. Langs Westouter, Vlamertinge, Reningelst maakt men veel loopgraven. Men legt een dubbel spoor op de spoorweg Vlamertinge-Poperinge en men versterkt goed die spoorweg. In de voormiddag vallen schrapnels bij Van Eeckes molen en in de namiddag bij het Zweerd en Hallebast. Kemmel is zondag weer geweldig beschoten geworden. 3 of 4 personen dood en wel 15 gewond. Aan de Kruisstraat in Ieper zijn 6 personen gedood. In Kemmel zijn er nochtans geen gevallen op de dorpsplaats.

19 maart, vrijdag, feestdag van de H. Jozef, patroon van het vaderland. 225 communies. Gesneeuwd en koud weer. Voorzeker is er tijdens de nacht iets bijzonders gaande geweest want al de officieren zijn bijna de hele nacht uitgebleven. Schrapnels rond de vijver. De staf van de brigade, die gewoonlijk bij madame Brigou was, is verhuisd naar het kasteel van madame de Gheus. Geen soldaten in de kerk.

20 maart, zaterdag. Mooi weer. De hele dag veel vliegtuigen, waarnaar er veel geschoten wordt. Anders kalm. Een kant van de toren van Wijtschate is afgeschoten door de Engelsen. Een mooie zaak. Jammer dat zij zo lang gewacht hebben. De Engelsen zijn wat minder wantrouwig geworden en er worden niet meer zoveel personen aangehouden. Bom uit vliegtuig bij Vandenbroucke.

21 maart, zondag. Zeer mooi weer. Passiezondag. Door toelating van Z.E.H. deken van Ieper, apostolisch afgevaardigde, begint vandaag de paastijd en die duurt tot 14 dagen na Pasen. 150 communies.

Van ’s morgens vroeg zijn reeds veel vliegtuigen op gang en voortdurend wordt ernaar geschoten. Het is de ene wolk na de andere, bijna de hele voormiddag. Om 9 uur valt een bom uit een vliegtuig op de koer van Leon Van Isacker. 5 soldaten worden licht gewond. Om 9.30 uur beginnen zij geweldig te schieten op Hallebast. Weinig volk van die kant durft naar de hoogmis komen. Om 10.30 uur valt een granaat bij Hallebast op het huis van landbouwer Petrus Braem. Petrus, die naast de stoof zat, wordt erg gewond aan hoofd en benen. Maar nog erger is het met de dochter Margriet, zij stond op de zoldertrap en werd een been afgeslagen. Nog 5 soldaten worden gewond. Al die ongelukkigen worden door de soldaten op draagberries naar het klooster gedragen, naar de hulppost. Ik geef de absolutie aan Petrus, aan Margriet en aan een katholieke soldaat. Aanstonds worden zij per auto naar het gasthuis van Bailleul gevoerd. Helaas, geen van beiden zal zijn wonden overleven. Na verschrikkelijk lijden sterft Margriet op 25 maart en Petrus op 10 april. Nog verscheidene granaten zijn gevallen in de weide van de burgemeester, achter de smidse van Jules Devos, ook bij Opsomer en aan de vijverdam. Achter het huis van Henri Vieren, herberg America, is ook een schrapnel gevallen en het is bij mirakel dat de dochter Zoé niet doodgeslagen werd. Zij lag ziek te bed en een scherf van 5 kilo is juist boven haar hoofd in de muur gedrongen, na dekens en lakens doorboord te hebben. Groot is weer de schrik in het dorp. 2 Engelse vastliggende luchtballons hangen boven onze lijnen en een Duitse boven de Duitse lijnen. Het is de eerste maal dat kabelballons van zulkdanige vorm te zien zijn. In de maanden oktober en november hingen ook vastliggende luchtballons om de vijandelijke stellingen te bespieden, maar deze waren rond. Tijdens de overige wintermaanden echter waren er geen meer te zien. Nu zien wij er weer voor de eerste maal, maar hun vorm is langwerpig en gelijkt op een dikke saucijs. Het volk noemt ze zwijntjes. Vanonder in een schuit zitten de waarnemers.

Van langsom meer tenten worden geplaatst. Op de hofsteden Delanotte, Comyn en Vandenbroucke wordt alles gereedgemaakt om kanonnen te plaatsen. Dat brengt grote schrik onder de bevolking. Gelukkig zijn het enkel voorzorgen.

22 maart, maandag. Heel de nacht veel geweerschoten. Om 6.30 uur en om 17.30 uur vallen schrapnels op Hallebast en Van Eckes molen en een tussen de hofsteden van Dalle en Cafmeyer. 200 soldaten in de kerk, Canadezen en Gloucesters. Vertrek van de eerste kampcommandant en tolk Constantin. Hun vertrek wordt betreurd op Dikkebus.

Veel tyfuslijders van hier weggevoerd, sterven in de hospitalen van Poperinge en Ieper. Zij die in Poperinge sterven, worden daar begraven. Die van Ieper mogen naar hier overgebracht worden. Helaas worden zij er begraven zonder kist, tenzij de familie er bijtijds bij is om een te laten maken. Marcel Verschelde van Vierstraat, reeds begraven, wordt ontgraven, in een kist gedaan en overgebracht naar het kerkhof van Dikkebus.

23 maart, dinsdag. Nacht nogal kalm tot rond 4 uur, dan opeens een half uur lang geweldig kanongeschut. 2 granaten vallen bij de burgemeester en een schrapnel ontploft boven de dorpsplaats. Rond de middag passeren 150 Belgische cyclisten met de aalmoezenier. Deze is gekleed als Engels priester maar met priesterhoed waarop de nationale band en het kruis op de borst. Het is de eerste maal dat hier een Belgisch aalmoezenier op het dorp komt.

24 maart, woensdag. In de namiddag vallen verscheidene granaten tussen het Zweerd en Hallebast. De hele kerk vol soldaten: bijna onmogelijk enige dienst te doen. Vandaag vertrekt de 27ste divisie. Eerst enkele dagen rusten en dan naar Ieper. Het is een van de beste die wij gehad hebben. De kampcommandant was zeer goed. De majoor die verleden nacht in mijn huis gelogeerd had, is deze nacht in de loopgraven doodgeschoten. De ordonnans komt zijn pakken halen.

Plakbrieven worden uitgehangen:

1) alle wapens moeten binnengebracht worden;

2) verbod nog alcohol te verkopen aan de soldaten;

3) de winkels mogen niet verkopen boven de prijs gesteld door de gemeenteoverheid.

Nieuws is dat de streek van Premysl door de Russen is ingenomen.

25 maart, donderdag, feest van O.L. Vrouw-Boodschap. 90 communies. Geen soldaten in de kerk. Het is nu bijna een half jaar dat ons dorp vol soldaten zit. Alhoewel sommige personen met de oorlog hun ogen geopend hebben en tot een christelijker leven zijn overgegaan, hebben toch de voortdurende omgeving van soldaten en de ongewone tijdsomstandigheden in het algemeen in geestelijk en zedelijk opzicht een schadelijke invloed op de bevolking gehad. Sommige personen hebben geen tijd meer voor kerk en sacramenten en denken aan niets anders meer dan aan geld. Gelukkig is hun getal niet groot en het is meestal het soort volk dat voor de oorlog enkel naar de kerk ging voor de mode. Dat sommige vrouwspersonen zich niet altijd even eerlijk gedragen hebben, is helaas ook niet te verwonderen, gezien de gevaren en allerhande verlokkingen van de soldaten. De ergsten waren de vluchtelingen, zij waren aan gevaren blootgesteld en daar zij in den vreemde waren, waren zij ook schaamtelozer. Maar in het algemeen ging het in dat opzicht nog goed in ons dorp, en het was ver van hetgeen wij hoorden vertellen over veel andere dorpen. Dat de kinderen, al 7 maanden zonder school en voortdurend bij de soldaten, ook geheel verwilderd waren, is natuurlijk. Het is ook al soldaterij dat in hun hoofd steekt. Men ziet de jongens slenteren rond de soldaten, de grootsten met soldatenschoenen, allen met soldatenbeenkappen, velen met een soldatenbroek aan. Hun muts steekt vol koperen letters (zoals de soldaten er als kenteken van hun wapen en regiment op de schouders dragen en die zij gevonden of gekregen hebben), een zakje onder de arm om de vlees- en geleidozen in te bergen die zij vinden, of de lege flessen die de soldaten hebben achtergelaten en die de jongens dadelijk gaan verkopen. Door altijd rond de soldaten te zijn, zien en horen zij veel dat voor hen niet deugt. Hun spelen zijn allemaal soldaterij. Deze namiddag in de weide achter mijn huis zijn er een dozijn zulke gasten aan het spelen. Eerst maken zij loopgraven, dan plaatsen zij een oude stoofbuis in de haag: dat is een kanon. Nu maken zij een fort met grote lege dozen die zij op elkaar plaatsen. De slag gaat beginnen. Maar eerst moeten zij zich in tenue zetten: broek opgesloofd, kousen neer en dan een schort rond hun leden: het zijn de highlanders. 4 kruipen te midden van de hoop dozen om hem te verdedigen. En ineens, op een gegeven teken, beginnen de 8 anderen ernaar te smijten met dozen en aarde. De belegerden leggen zich plat, totdat eindelijk hun toestand onhoudbaar is en zij zich overgeven.

In de namiddag en de avond veel geschut rond Boezinge. Om 19 uur vallen 10 granaten boven Vlamertinge, waarvan 4 langs de spoorweg. Een huis wordt platgeschoten, 3 soldaten worden gedood en verscheidene burgers gewond. Zij hebben het op het station gemunt. Waarschijnlijk werden deze granaten door een autokanon gezonden.

26 maart, vrijdag, feestdag van O.L. Vrouw van 7 Weeën. De nieuwe Engelse troepen die wij hier hebben, zijn van de 5de divisie. Het zijn de eersten die in België aangekomen zijn. Zij hebben gevochten in Mons. Zij zijn op 20 oktober door Dikkebus gepasseerd en hebben eerst voorbij ’t Hoge en later rond Kemmel en Wulvergem gevochten. Er zijn toch ook nieuwe soldaten bij die nog maar pas vanuit Engeland gekomen zijn. Op Dikkebus is een regiment H.A.C. (Honourable Artillery Company), meestal bestaande uit rijke families van Londen, velen ervan worden officier. Overal waar zij aankomen, doen zij veel tering. Daarbij zijn zij heel fatsoenlijk. Niet te verwonderen dat het volk hen gaarne heeft. Een elektricien en een student in de medicijnen in Londen zijn bezig met de kerk te vegen. In de avond passeren veel kanonnen. In de kerk is nu de postdienst ingericht. Dat zal maar weinig stoornis teweegbrengen voor onze diensten.

27 maart, zaterdag. Reeds voor 5 uur zijn de vliegtuigen aan de gang. Er wordt veel naar geschoten. Helder weer. In de voormiddag vallen granaten bij Henri Vandecasteele en 8 vallen op De Klijte, een bij de kapel. Geen ongelukken.

28 maart, Palmzondag. 175 communies. Wel 150 soldaten in de hoogmis. Gevroren. Zeer koud. Vliegtuigen van zeer vroeg. Er zijn minder troepen dan gewoonlijk. Een katholiek Engels officier komt mij vragen in naam van de generaal om de kerk te mogen gebruiken voor protestantse diensten. Hij zegt mij dat reeds veel pastoors in Frankrijk het toegelaten hebben. Ik weiger en zeg dat het strijdig is met het kerkelijke recht. Ik zal het enkel toestaan wanneer Z.E.H. deken van Ieper het mij oplegt. Wat later wordt een katholiek aalmoezenier (Gill S.J.) ook gezonden met dezelfde vraag. Deze handelt enkel uit dwang en keurt mijn weigering goed. Nooit echter hebben zij geriskeerd het te vragen aan de deken van Ieper. Enkele dagen nadien sprak ik hem erover en hij zei mij het nimmer te zullen toelaten.

29 maart, maandag. Granaten in de ochtend op Hallebast. Oostvleteren is deze laatste dagen ook beschoten. Telefoon en telegraaf worden geplaatst in mijn spreekplaats. Aankomst van meneer Van Themsche, onderpastoor van Voormezele, die mij komt helpen voor de paasbiechten.

30 maart, dinsdag. Granaten in de voormiddag op Hallebast. In onze beproefde streek bestaat er sedert enkele maanden een liefdadigheidswerk genoemd: l’ Aide Civil Belge. Dit bestaat uit talrijke Belgische dames en juffrouwen meestal van grote families en ook uit veel Engelse heren en juffrouwen die zich ten dienste stellen van de burgerbevolking van onze bezette streken. Bijna alle Engelse heren behoren tot het liefdadigheidsgenootschap van de quakers en ze noemen zich St.-Johns Society en zijn gekleed als Engelse officieren. Zij hebben een uitgebreide inrichting. De koningin van de Belgen is erevoorzitster, de gravin van de Steen de Jehay voorzitster en de gravin d’Ursel ondervoorzitster. Dat werk bestaat onafhankelijk van leger en regering en wordt ondersteund door de liefdadigheid meestal van Engelsen, Amerikanen, Belgen en Fransen.

Als het nodig is, zal de Engelse St.-Johns Society zich ten dienste stellen van het leger en gewonden vervoeren. Zo doen zij lange tijd voor het Franse leger. Maar hun doel is vooral de burgerbevolking bij te staan. Hun eerste werk is te zorgen voor de zieken. Daarom richten zij de grote hospitalen in: in Poperinge Elisabeth, in Ieper H. Hart, in Saint-Omer en in Montreuil voor tyfuslijders. Daar hebben zij verscheidene dokters. Maar benevens hun middenhuis dat eerst in Poperinge was, hebben zij nog hulphuizen dichter bij de vuurlijn. Zo komt er in juni in Dikkebus een. Daar zijn ook dokters en zij gaan gratis zieken behandelen overal waar zij gevraagd worden, het meest in de gevaarlijkste plaatsen, zonder nochtans de andere dokters concurrentie te willen aandoen. Indien zij vinden dat iemand een besmettelijke ziekte heeft, voeren zij die naar het hospitaal. Anders verzorgen zij hem thuis. Zo hebben zij veel zieken verzorgd in Dikkebus, Vlamertinge, Kemmel enz. Het zijn ook deze dokters die de vaccinatie doen tegen tyfus. Bij hen mag men ook gratis poeders halen voor de ontsmetting. Een tweede werk is de zorg voor de armen. Zij delen melk en cacao uit aan de kleine kinderen en zij helpen ook de moeders die hun kinderen moeten voeden. Zij delen ook kleren uit aan de arme mensen. Zij hebben ook aan sommige kantwerksters garen gegeven.

Een derde werk, dat zijn de schoolkolonies. Onafhankelijk van de staat hebben zij ook hun schoolkolonies, waar de kinderen, benevens enkele uitzonderingen, goed zijn.

Vandaag komen 2 heren van de St.-Johns Society bij mij en vragen hier ook een post te mogen stichten voor het uitdelen van melk aan kleine kinderen en kloek voedsel aan de moeders. Alles wordt geschikt. De uitdeling zal gedaan worden bij Jules Lauwyck in herberg Het Hoekje, door zijn zuster kloosterlinge, naar hier gevlucht, en die alles zal bereiden. Aanstonds ga ik rond op zoek naar behoeftige kinderen beneden de 2 jaar en ik vind er 41. Cyriel Claeys, landbouwer, zal dagelijks de melk leveren aan 25 centimes per liter.

31 maart, woensdag. Vandaag begint de eerste uitdeling van melk. Om 2 uur lering voor de kinderen ter voorbereiding van hun paasbiecht en paascommunie. 150 aanwezigen, waarna biecht. In de voormiddag komt een hele compagnie soldaten plaatsnemen voor de staf en 3 soldaten worden er door de divisiegeneraal gedecoreerd. De divisiegeneraal draagt een rode band rond de arm, de brigadegeneraal een blauwe.

In de nacht veel geweerschoten en in de namiddag granaten rond Hallebast, de vijver en het Hemelrijk.

Sedert het begin van de maand bestaat hier een Belgische post van de gendarmerie, eerst in de Kerkstraat, dan in het Paradijs, later in het huis van madame Cardon. 4 gendarmes, de chef is brigadier van Izegem. Zij zijn vooral belast om de politiereglementen te laten onderhouden door de burgers en ook tussen burgers en soldaten. Door de aard van hun ambt zelf zijn de gendarmes in het algemeen niet bemind, maar hier op Dikkebus hebben wij geen reden tot klagen. Integendeel, zij verdedigen goed de rechten van de burgers tegenover de soldaten, zelfs meer dan eens zullen zij geweld gebruiken tegen onrechtvaardige of baldadige soldaten. Er is ook Engelse politie, maar deze dient volstrekt tot niets, integendeel. Ik heb dronken politieagenten genoeg gezien. Bij Constant Bucquoye werd eens een vat stout gestolen. De daders waren de Engelse politiemannen.

1 april, donderdag, Witte Donderdag. 350 communies. Het H. Sacrament wordt uitgesteld tot ’s middags. Nogal wat personen komen aanbidden.

Om 12.30 uur ga ik met meneer Van Themsche naar Ieper. Wanneer wij aan het Hemelrijk komen, ontploft een schrapnel aan Café Français. Toch riskeren wij het langs die weg verder te gaan, en gelukkig, wij worden geen granaten meer gewaar. Het is de weg die het gevaarlijkst is van de reis: tussen Krommenelst en het exercitieplein. Wat is de streek toch verwoest, vooral rond het kasteel van meneer Verschoore en de weide erover. De ene put naast de andere. Sommige vreselijk groot. Bomen zijn afgeslagen en op sommige plaatsen steken de rails van de tramlijn 5 tot 6 meter omhoog. De Kruisstraat is nog niet beschoten. Maar een verschrikkelijk schouwspel levert ons de stad Ieper. Ieper heeft veel meer geleden dan ik dacht. Veel huizen zijn helemaal weg, andere half, weinige hebben volstrekt niets geleden. En toch is er weer leven in Ieper, veel volk en veel soldaten, vooral sedert een maand. Er vallen nu maar weinig granaten in Ieper. Wij gaan op bezoek bij Z.E.H. deken, die geheel genezen en moedig is. St.-Maartenskerk heeft zeer veel geleden en zal moeilijk hersteld kunnen worden. Zij is gesloten. De soldaten immers gingen er te veel op zoek naar souvenirs. Met de Hallen is het een weinig beter gesteld. In de St.-Niklaaskerk worden de diensten gedaan voor 2 parochies. Deze heeft enkel een granaat in de gevel gekregen. Er was veel volk in die kerk voor de aanbidding. De Paterskerk is nog ongeschonden, ook St.-Jacobskerk. St.-Pieterskerk heeft een granaat gekregen. Het college is nogal zwaar beschadigd maar het heeft er toch niet veel gebrand. Nog een bezoek aan het zothuis voor de vrouwen. De zotten zijn reeds tijdens de eerste beschieting verhuisd, ze zijn in Frankrijk. Daar is nu een grote Engelse hulppost, ook een hulppost van de Belgische artillerie. Ook een groot hospitaal voor tyfuslijders. Nog 2 zijn er van Dikkebus. E.H. Callens, onderpastoor van St.-Niklaas, is er aalmoezenier. Rond Kerstdag werd het zothuis hevig beschoten. Eens stond een groep van 13 personen de verwoesting te bekijken die een granaat de vorige dag aangericht had, toen opeens een grote zware granaat op hen afkwam. Allen werden in de grond geslagen. 11 waren helaas op slag dood, 1 gewond en meneer Callens was de enige die er ongedeerd van afkwam. Meneer Callens vertelde ons dat er reeds ten minste 300 burgers in Ieper door de granaten waren omgekomen. Meneer de deken verzekerde hetzelfde. Nu vallen er op het zothuis geen granaten, maar veel in het gebuurte ervan.

2/3 van de soldaten die men in Ieper ziet, zijn Fransen en 1/3 Engelsen, ook enkele Belgen. Langs de kant van Vlamertinge en aan het kasteel van meneer Vandenpeereboom zijn het nog allemaal Fransen.

2 april, vrijdag, Goede Vrijdag. De arme mensen komen met velen om melk en zijn zeer content. De melk is immers zuiver en dat is iets dat zij in het algemeen niet gewoon zijn.

3 april, zaterdag, paasavond. Dienst van 18 tot 20 uur. Zeer veel wijwater gevraagd. Voortdurend komen nog veel personen om zich te laten vaccineren.

4 april, zondag, hoogdag van Pasen. 350 communies. Om 9 uur militaire mis, waarin weinig soldaten. Reeds zijn een 40-tal Belgische soldaten te communie geweest. Nogal wat mensen van Kemmel komen hier hun Pasen houden, daar zijn immers geen priesters thuis. Nog meer gaan naar De Klijte. Om 15 uur plechtig lof. In de namiddag vallen granaten bij Jules Forceville.

5 april, maandag. Slecht weer. Kalme dag. De Engelse St.-Johns Society brengt 3 grote pakken kleren in mijn huis, het meest hemden om ze uit te delen aan de behoeftigen. Ze worden in de eerste dagen uitgedeeld en zijn zeer welkom.

Gisterenavond zijn granaten gevallen in Vlamertinge.

6 april, dinsdag. Rond 10 uur vallen granaten op Hallebast. Reine Ghys, die op de kasseiweg was, wordt licht gewond aan haar voeten. Overal zijn minder soldaten dan gewoonlijk omdat er sedert enkele dagen zoveel in Ieper zijn. De prijs van de winkelwaar wordt uitgeplakt. Het is nodig want het was schandalig hoe er bedrogen werd. Men is ook zeer streng voor het verkopen van sterkedranken. Veel Engelsen gieten een druppel cognac in hun bier wanneer zij eraan geraken. 2 herbergiers wordt om die reden een proces aangedaan en dadelijk wordt de herberg voor 14 dagen gesloten. Later zal het voor het tribunaal komen.

7 april, woensdag. In de voormiddag en ook in de namiddag vallen granaten op Hallebast. Om 14.30 uur valt een grote midden in het huis van Desmarets (het kasteeltje). 1 soldaat werd gedood en 3 gewond. Ze viel midden in de keuken, het hele dak en de zoldering waren vernield. Nog een geluk dat op dat ogenblik niet meer soldaten in huis waren. Granaten vallen ook rond St.-Jacobs in Ieper. Wel 25 burgers zijn gedood.

8 april, donderdag. Weer vallen granaten op Ieper. De tyfus is gelukkig aan het afnemen in ons dorp. De hele week heb ik nog geen berechtingen gedaan.

9 april, vrijdag. Geen granaten vallen op Dikkebus. Sedert 3 of 4 dagen hoort men veel geschut langs Boezinge en ook verder in de richting van Diksmuide. Naar wij vernemen is er hard gevochten op het Belgische front.

10 april, zaterdag. Een granaat valt in de namiddag op Hallebast en een soldaat wordt zijn been afgeslagen. Meester Nollet doet voorlopig dienst als gemeenteontvanger. Meneer Henri Mahieu is sedert 18 november in Watou. Veel volk komt te biecht voor Pasen. Voor de soldaten duurt de paastijd tot Sinksen.

11 april, zondag. Voor de hoogmis vallen 3 granaten en tijdens de hoogmis 3 rond de hofsteden Claeys en Dalle en Vandenbroucke, waar een paard doodgeslagen wordt. Het waren angstige ogenblikken in de kerk, die vol volk zat. Om 9 uur soldatenmis. Reeds 2200 communies zijn uitgedeeld tijdens de paastijd.

12 april, maandag. In de voormiddag vallen schrapnels tussen Hallebast, Millekruis en Van Eeckes molen. Veel vliegtuigen. In de namiddag heeft een Duits vliegtuig granaten geworpen op Poperinge: 6 doden, ten minste 20 gewonden. Nu het meeste paaswerk gedaan is, vertrekt de onderpastoor van Voormezele naar Veurne. De cichoreibonen gelden 62 fr. per 100 kilo voor wie ze aanstonds kan leveren. Tegenwoordig zijn er reeds Engelsen in al de dorpen van het Poperingse, uitgenomen in Elverdinge en Oostvleteren, waar het nog Fransen zijn.

13 april, dinsdag. In de nacht rond 12 uur is een Duitse zeppelin boven het dorp gevaren. Hij kwam langs Vierstraat, Dikkebusdorp, Vlamertingedorp, Potente, De Klijte, de Scherpenberg, Bailleul. Verscheidene burgers hebben het luchtschip gezien. Vervaarlijk lawaai. De soldaten schoten ernaar met hun geweren. De zeppelin heeft bommen geworpen op de tenten bij Celeste Planckeel aan het Kapelletje, 15 op Vlamertinge, 5 op de Scherpenberg, verscheidene op Bailleul. Er zijn bomputten van 2 man diep. Er zijn 2 grote kanonnen geplaatst in de haag bij René Doom. Deze namiddag hebben ze veel geschoten. Deze namiddag heb ik ook een wandeling gemaakt voorbij de vijver. Welk een verandering! Alles draagt de sporen van de oorlog: brand en granaten. Men ziet er heel goed de laatste rij loopgraven langs de oude straat Ieper-Kemmel. Op de hofstee Goudeseune is er niemand meer, enkel Petrus Leroye en Polydor Desmedt zijn nog thuis. In de avond geweldige geweerschoten. Sedert zaterdag komt hier elk dag een postbode, een vluchteling uit Waasten. Zo worden wij weer bediend door de post, hetgeen lange tijd zeer onregelmatig ging. Zo kan ik nu elke dag de krant lezen.

14 april, woensdag. In de voormiddag niets bijzonders. In de namiddag enkele granaten rond Hallebast.

15 april, donderdag. Om 23 uur buitengewoon geweldig geschut, kanonnen en geweren alle om het hevigst. Het duurt een uur. De Duitsers hebben de eerste lijn loopgraven van de Engelsen doen springen. Het was een verre ontploffing. Weinig doden, maar zeer veel gewonden. Wel 70 werden naar de eerstehulppost van de Engelsen gebracht. Buitengewoon mooi weer. Nog Franse soldaten komen aan en passeren door Poperinge.

16 april, vrijdag. In de namiddag ben ik naar Ieper gegaan om de H. Olie te halen die gewijd was door de bisschop van Boulogne en door bemiddeling van de deken van Veurne naar Ieper was gebracht. Weinig verandering sedert mijn laatste bezoek: wat minder soldaten. De evenredigheid is 10 Engelsen tegen 1 Belg en 1 Fransman. Ik moet een omweg maken omdat veel granaten vallen aan de vijver en Krommenelst. Ik heb slechts een hofstee gezien waar nog Fransen waren. Langs de Vlamertingestraat deed een brigade Canadezen haar intrede in Ieper, muziek op kop. De mannen stapten fris en moedig op. Het was immers de eerste maal dat zij met de vijand gingen kennismaken. Helaas, reeds toekomende week zullen zij de vreselijkste slag moeten leveren die hier tijdens 1915 uitgevochten is en zovelen zullen vallen onder het vuur, het zwaard en het vergif van de vijand.

17 april, zaterdag. Nog altijd mooi weer. Rond 16 uur vallen granaten in de vijver, op de hofstee van Henri Houwen en bij Henri Dewilde. Zij schieten naar de kanonnen aan de hofstee van Doom. Die zijn ontdekt door de vliegtuigen, en zullen diezelfde nacht nog vertrekken. Om 18 uur wordt een kolonel begraven, doodgeschoten in de loopgraaf van Voormezele. Om 19 uur beginnen de Engelsen plotseling een aanval langs de kant van Zillebeke. Het is een en al gedonder door het verre geschut. Zo duurt het de hele nacht tot ’s ochtends 6 uur. De Belgische en de Engelse kanonnen hebben niet gezwegen.

18 april, zondag. Om 9 uur soldatenmis door pater Gill, jezuïet, aalmoezenier van de 5de divisie. Hij heeft zijn studies gedaan in Leuven en spreekt zeer goed Frans. Hij verblijft in de hutten van de Canada. Einde van de paastijd, vandaag waren er nog 40 paascommunies. Op de hofstee van Cyriel Lamerant wordt er mis gedaan door de Belgische aalmoezenier Peeters, missionaris van het H. Hart. Elverdinge en Ieper zijn gisteren en vandaag nogal beschoten geworden. Om 19 uur lof voor de Engelsen, 200 aanwezigen. Stilaan herneemt zich hier het gewone leven voor zover het kan: ’s zondags beginnen de mensen op estaminet te gaan.

Om 18 uur weer aanval van de Engelsen. Naar men zegt hebben de Engelsen gisteren en vandaag 3 loopgraven veroverd, de eerste hebben zij doen springen. 20 Duitse krijgsgevangenen zijn deze morgen door Ieper getrokken.

19 april, maandag. Nogal veel geschut tijdens de nacht. Paascommunie gedragen langs De Klijte, Reningelst, Kemmel, naar 7 zieken. In de voormiddag vallen schrapnels rond Jules Verschelde. Om 13 uur vallen plotseling granaten op de dorpsplaats. Ten minste 17 in een half uur tijd. Het huis van Camiel Gontier, herberg Risquons-Tout, wordt half ingeslagen. Nochtans geen ongelukken, hetgeen een wonder mag heten. De granaat viel in de keuken, waar niemand in was, terwijl de herberg ernaast vol soldaten was. Een andere valt voor het huis van Edmond Verschaeve aan de rand van de put, van het naaste gebuurte zijn alle ruiten uit en veel pannen van de daken. Verder valt er een in de weide achter August Hennin, achter het Paradijs, 3 bij Jules Gontier en verscheidene in de weide van Justin Thevelin. De granaten waren niet zeer groot, slechts 115 cm, maar de putten waren 3 tot 4 kubieke meter. Scherven ijzer, kleine en grote vlogen in grote vlagen de dorpsplaats rond, verscheidene vielen op mijn dak. De burgers vluchtten enkele minuten van de dorpsplaats weg en toen de vlaag over was, kwamen ze terug. 3 soldaten werden gewond aan Klein Brussel, maar geen burgers. Nauwelijks was het gedaan op de dorpsplaats of men begon geweldig de Razelput te beschieten, ten minste 20 granaten in een kwartier en nog veel meer, alle op en naast de grintweg. Op een uitgestrektheid van ongeveer 12 aren heb ik 14 grote putten geteld. Eigenaardig, die putten: de aarde wordt overal rondgesmeten en rond de put vindt gij amper genoeg aarde om misschien het zevende deel ervan te vullen. Om 14.15 uur was alles weer kalm. Maar het volk had de schrik in het lijf en iedereen vroeg zich af: zal men weer ons dorp beginnen te beschieten, moeten wij morgen nieuwe granaten verwachten? Morgen zullen enkele mensen het dorp verlaten en een veiliger verblijf zoeken. Om 15.15 uur bezoek van E.H. onderpastoor van Reningelst, de pastoor van De Klijte en E.H. Delanghe. Vandaag hebben wij gehovenierd, het is wat later dan andere jaren, maar wat wil men. En wij vragen ons af of wij wel zullen maaien wat wij zaaien. Eigenaardig bij de Engelsen: zij zijn zeer proper. Ze wassen en scheren zich gehele dagen en toch zitten zij vol luizen. Het beste is niet te dicht te gaan wanneer zij hun hemden te zonnen hangen.

20 april, dinsdag. Tweede ronde van de generale berechting naar de rest van de parochie: 15 zieken. In de namiddag houd ik lering voor de kinderen, waarna biecht en morgen communie. Daarna doe ik een berechting in herberg Het Paviljoen, op het grondgebied van Voormezele. Ieper wordt op dat ogenblik verschrikkelijk beschoten langs 2 kanten tegelijk. De kanonnen van Poelkapelle beschieten de markt en de Diksmuidestraat; die van Hollebeke het station. Aan Café Français kan ik de beschieting bekijken. Voortdurend zendt de vijand zijn grootste marmieten. Wat een vervaarlijk gehuil! Wat een verschrikkelijke ontploffingen! Wat een helse rook! Zeer veel soldaten trekken naar de loopgraven. Voorzeker hebben zij reeds een grote mars gedaan want zij zien er zeer vermoeid uit. Zij gaan door de Vijverstraat en de vijvermeersen. Van nu af aan zal er van die weg veel gebruik gemaakt worden.

21 april, woensdag. De kranten melden de uitslag van de gevechten van zaterdag en zondag. Deze geven veel voldoening. De Engelsen hebben zich meester gemaakt van een heuvel bij de vaart van Komen (Hill 60) en 4 Duitse officieren en 45 soldaten zijn krijgsgevangenen. Woesten is deze dagen ook beschoten. 4 Duitse vliegtuigen werden deze dagen neergeschoten in Vlaanderen. Voortdurend hevige beschieting op Ieper. In de namiddag vergadering van de generaal en de voornaamste officieren in mijn salon. Gevluchte landbouwers van Vierstraat gaan zonder vrijgeleide hun tabak halen en de zaak lukt. Maandag is de vliegenier Garros neergedaald in Ingelmunster en in de handen gevallen van de Duitsers. Hij had reeds 4 van hun vliegtuigen neergeschoten.

22 april, donderdag. In de nacht veel geweerschoten. Weer veel granaten op Ieper. Op de hofstee van Emiel Comyn staan 2 autokanonnen om naar de vliegtuigen te schieten. Vandaag doen zij veel werk want de lucht is nooit zonder vijandelijke vliegtuigen.

Deze namiddag doe ik met E.H. proost van De Klijte een wandeling naar Kemmel. Ik krijg geen vrijgeleide in Dikkebus maar slaag erin een te krijgen in De Klijte. Wij hebben een verrekijker gekregen van een officier en zo trekken wij op. Het weer is prachtig. Hier en daar op de hoogten blijven wij stilstaan om de oorlogslijn in ogenschouw te nemen. Wij hebben de gevechtslijn reeds wat bestudeerd op foto’s van de loopgraven, genomen uit een vliegtuig, en door een generaal in De Klijte achtergelaten. Op 5 minuten van de dorpsplaats heeft men een prachtig gezicht op de loopgraven. Wij zien de plaats van Wijtschate, het stukgeschoten gesticht en kasteel van Godtschalck, Hollandse Schuur, alle bezet door de Duitsers. De Duitse loopgraven zien wij zeer goed, nog beter dan de Engelse, ook een Duitse verbindingsloopgraaf. Alles zien wij alsof wij erbij zouden zijn, maar in die hele streek is nergens iets dat roert, mens noch dier. Alles leeft en werkt in de grond (lijntekening: zie illustratie p. 139).

Het klooster heeft weinig geleden van de granaten maar is zeer verwoest door de soldaten. De pastorie is goed bewaard. De kerk heeft enkel een granaat gekregen achter het hoogaltaar. Ze is door de muur gedrongen en ontploft in de kerk. Het kasteel heeft slechts een granaat gehad: hij zit goed verborgen achter de bomen. Maar erger is het overige van de dorpsplaats. Weinig huizen die door de granaten niet aanzienlijk beschadigd zijn. 1/5 van de huizen is geheel weg en 1/3 onbewoonbaar. Slechts 70 mensen zijn nog thuis.

Er zijn maar weinig soldaten in Kemmel. Er is een Belgische, Engelse en Franse gendarmerie. De generaal is in het kasteel. Wij riskeren ons tot aan de Polka, maar op enkele stappen ervandaan worden wij weggezonden. Niemand mag daar nog thuis zijn, men is daar op minder dan 2 kilometer van de vijand. Wij brengen een bezoek aan de koster en de pastoor. Meneer pastoor is sedert enkele dagen in Kemmel, hij leest ’s morgens mis om 6.30 uur. Er hangt uitgeplakt dat alle bewoners zich van zondag tot dinsdagmiddag binnenshuis moeten houden. Waarom, dat wordt niet gezegd. Bezoek aan het Engels kerkhof naast het kasteel, wel 300 tot 400 liggen er begraven. Zeer mooie graven. Bloemen en planten om de graven te versieren, vindt men in overvloed in het park en de serres van het kasteel. Nu en dan schieten kanonnen over ons. Ze staan op een kwartier tot 20 minuten van De Klijte of Loker. Ik ben weergekeerd langs de verste palen, waar het volk toegelaten wordt. De huizen zijn alle verlaten geweest, maar ze worden nu weer bewoond alhoewel de vijand nog niet verderaf is. Mensen zijn thuis tot op de naaste kant van de kasseiweg. Sommige boeren bewerken hun land tot op een kilometer van de bezette Engelse loopgraven. Gelukkig dat zij in de laagte werken en zo maar moeilijk gezien kunnen worden, anders liepen zij gevaar om ieder ogenblik door een kogel geveld te worden. Volk van Kemmel is reeds door de kogels gedood. Bij veel inwoners zijn vensterluiken, tafels, bedden, kasten door de kogels doorboord. Wat een arm en angstig leven! Veel loopgraven zijn overal in die streek gegraven. Ik passeer langs 2 batterijen grote Engelse kanonnen en kom op de grintweg bij de hofstee van Marcel Verschelde. Om 19 uur ben ik nauwelijks op de grintweg of wat een geweldig geschut hoor ik langs de kant van Langemark, Boezinge. Het houdt allemaal aaneen. ’s Avonds en ’s nachts voortdurend hetzelfde geweld. In de avond zelf hoort men reeds eigenaardig nieuws.

23 april, vrijdag. Helaas, het nieuws is nog slechter dan eerst verteld werd. In Langemark, Steenstraat en verder langs de kant van Sint-Juliaan hebben de Duitsers een verraderlijke aanval gepleegd en voor de eerste maal in onze streek hun toevlucht genomen tot giftig gas. Helaas, nooit hadden onze soldaten dat verwacht en niemand was erop voorbereid. De eerste rangen vielen onder het vergif voor zij de tijd hadden zich te verweren, anderen sprongen uit hun loopgraven en voor zover hun toestand het toeliet, wilden zij zich verdedigen, maar ze werden weggemaaid door de mitrailleurs van de vijand. Anderen nog, ziende dat er geen middel was tot verweer, namen de vlucht. Velen onder hen vielen verstikt langs de weg. Anderen konden eindelijk op een plaats geraken waar de lucht wat minder aangetast was en stelden zich daar in staat van verdediging. Anderen nog, helaas, onder de indruk van het laffe verraad en half vergiftigd, vluchten voort en ijlden als waanzinnigen de dorpen in, met de roep: Verraad! Vergif! De Duitsers! En intussen regende het granaten en schrapnels over de hele streek van Langemark, Boezinge, Sint-Juliaan en Sint-Jan tot zelfs in Ieper. Ook de burgers die in die streek nog thuis waren, werden het gas gewaar en zij zagen de soldaten angstig vluchten. Wat gedaan? Neen, geen ogenblik hadden zij te verliezen wilden zij aan de vijand ontsnappen. Zij moesten vluchten. Velen zonder iets mee te nemen. Sommigen zelfs van het veld weg waar zij aan het werk waren, zonder de tijd te hebben om eerst naar huis terug te keren. Dieren en goederen, alles moesten zij in de brand laten. Het was hoog tijd, de vijand was daar. Landbouwer Vergote van Sint-Jan liet niet minder dan 13 paarden en meer dan 40 koebeesten achter. Landbouwer Vermeulen vluchtte langs de voordeur terwijl de Duitsers aan de achterdeur waren: hij had zelfs de tijd niet om zijn zaken van waarde mee te nemen. Enkelen zelfs hadden de tijd niet om te vluchten, en zo werden verscheidene personen van Langemark, Boezinge en Sint-Jan door de vijand overrompeld en meegevoerd. Maar welk een schrik ook in de naburige gemeentes van Ieper, Brielen, Vlamertinge, Elverdinge, waar de vluchtende soldaten en burgers kwamen toegestroomd onder de kreet: Vergif, granaten, de Duitsers! Wat een akelig bericht. Die nacht ging in die dorpen bijna niemand slapen. Angstig bleef men de dageraad afwachten terwijl voortdurend het kanon donderde, altijd even geweldig en van langs om dichterbij.

image

Ja, de Duitsers behaalden een zegepraal maar misschien wel de schandelijkste die zij tot nu toe tijdens hun onrechtvaardige oorlog behaalden. Ja, veel van onze dapperen, Engelsen langs Sint-Juliaan, Fransen langs Langemark en Steenstraat en Belgen verderop, sneuvelden die avond en nacht, vergiftigd of doodgeschoten. Ook velen die in bezwijming lagen, werden doorstoken door het staal van de vijand. Ook zeer velen werden krijgsgevangen genomen, vooral de Franse zoeaven en de Ieren, die reeds zo deerlijk uitgedund waren door de aanval van Sint-Elooi in de maand maart. Verscheidene Franse en Engelse kanonnen werden buitgemaakt en de Duitsers geraakten tot bij het dorp Boezinge, ook voorbij Sint-Juliaan tot bij Sint-Jan. In Dikkebus zijn geen vluchtelingen of soldaten of burgers aangekomen en zo heeft Dikkebus de schrik van onze naburige dorpen niet gedeeld.

De Duitsers zijn door de lijnen gebroken, en iedereen vraagt zich af wat er nu zal gebeuren. Gelukkig hebben de bondgenoten dadelijk het bevel gegeven tot de tegenaanval. Alle reserves werden opgeroepen en de eersten moesten met de bajonet de vijand te lijf gaan. De mooie brigade van de Canadezen, die pas verleden week aangekomen was en in reserve lag in Sint-Jan, heeft de aanval moeten doen. Wonderen worden verteld over hun dapperheid en zij hebben de vijand kunnen terugdrijven tot Sint-Juliaan en voorbij de vaart van Boezinge. Maar zo velen zijn gevallen! De hele dag dondert het kanon in alle hevigheid. In de namiddag wordt Ieper meer dan ooit beschoten met de grootste marmieten voortdurend te allen kant van de stad. Vanop Dikkebus hoort men hun vervaarlijk geruis. Rond 17 uur komt het bericht dat het college en St.-Jozefsgesticht in brand staan. Sedert het begin van november heeft men hier geen zulke tijden meer beleefd. Men zegt dat er veel Engelse troepen moeten aankomen. Hoe eerder ze komen hoe beter want men vreest dat het nodig zal zijn. Vanop het kerkhof merk ik dat de toren van Wijtschate nu helemaal weg is.

24 april, zaterdag. De hele nacht hetzelfde verschrikkelijke geschut in dezelfde plaatsen en ook wat meer langs Zonnebeke, Zillebeke. Het geschut vermindert wat in de voormiddag, met de middag wordt het weer heviger en met de avond allergeweldigst. Het gevecht houdt immers nog niet op. De Duitsers doen een nieuwe aanval. Kost wat kost willen zij in Ieper geraken. De Engelsen laten hen in Boezinge over de vaart komen en overvallen hen dan. Allen die erover waren, werden gedood of krijgsgevangen gemaakt. Nog steeds veel verliezen aan beide kanten. In Poperinge werden deze morgen alleen al 1500 Engelse gewonden binnengebracht.

Het veld dat de Duitsers gewonnen hebben, zal hun helaas ook toelaten om met hun kanonnen te naderen en dadelijk zullen zij die in het werk stellen tegen de enige stad van België die nog niet met die moordtuigen kennisgemaakt heeft: Poperinge. In de voormiddag zijn er een 10-tal granaten gevallen van middelmatige grootte. Gelukkig geen ongelukken. Maar de schrik onder de bevolking was groot en reeds verscheidene families gingen op de vlucht. E.H. Dassonville, pastoor van Dikkebus, is gevlucht naar Sint-Jan-ter-Biezen. Het bericht gaat dat in Ieper de St.-Pieterskerk in brand staat. Een Duits vliegtuig wordt neergeschoten op Voormezele door de Engelse kanonnen van bij Comyn. In de namiddag trekken zeer veel troepen door Poperinge, Westouter, Ouderdom, Vlamertinge, misschien wel 25.000, waaronder zeer veel Engelse ruiterij (lansiers). Het is de eerste ruiterij die hier komt. Ook veel Indiërs trekken langs Ouderdom en kantonneren op de hofsteden van Maerten, Lievens, Desmarets.

Vandaag in De Panne priesterwijding door meneer Dewachter, hulpbisschop van Mechelen, van de seminaristen die langs deze kant zijn en ook van veel seminaristen-soldaten, die voor die gelegenheid verlof krijgen.

25 april, zondag. Met de ochtend is het geschut verminderd. De mensen komen toch nogal talrijk naar de kerk. Om 9 uur soldatenmis in de kerk en daarna nog een mis op de hofstee van Leroye voorbij de vijver. In de voormiddag weer geweldige beschieting van Ieper. Verschrikkelijke dingen worden verteld over Ieper. Burgers, soldaten en paarden liggen al dooreen dood in de straten, zoveel lijken zijn te allen kant begraven onder het puin, zovelen zijn omgekomen in de kelders van de huizen en van de vestingen. Wat al benauwende dingen vertellen ons de vluchtelingen! Hele straten vooral van de Kolfvaart, werden, nadat ze uur op uur in hun kelders gebleven zijn zonder ooit te durven uitkomen en nadat ze het ene huis na het ander hadden zien inslaan, toch gedwongen hun schuilplaats te verlaten en moesten wegvluchten onder een regen van granaten en vuur. En helaas, hoevelen werden onderweg door de vijand geveld. Zo waren de laatste dagen van Ieper. Dat arme volk heeft al de angst beleefd van het einde van de wereld. En toch weigerden nog honderden mensen die helse poel te verlaten. Vandaag vallen granaten op Poperinge. Een valt op het hospitaal en 4 zusters worden doodgeslagen. Toch geen granaten op Dikkebus.

Niemand krijgt een vrijgeleide, noch voor Vlamertinge noch voor Reningelst, noch voor Poperinge. Dat komt omdat er langs daar zulk een buitengewone passage van troepen is. Men verwacht grote gevechten.

26 april, maandag, Sint-Marcusdag. Processie in de kerk. 150 mensen aanwezig. In de voormiddag is het nog tamelijk kalm. Met de middag wordt het kanongeschut buitengewoon geweldig over de hele lijn tussen IJzer en Ieper. Het is één vervaarlijk gedonder. Ik ga wat uitkijken langs de grintweg van Vlamertinge en voortdurend zie ik granaten ontploffen boven Ieper en Brielen en tussen Brielen en Vlamertinge. Langs Voormezele is het kalm. Ik zie nog de toren van St.-Jacobs van Ieper. Een majoor heeft mij gezegd dat de toestand niet goed is. De vliegtuigen hebben gezien dat de Duitsers veel versterking gekregen hebben. Het volk is overal in onzekerheid.

Om 18 uur word ik geroepen om de weduwe Hilaire Lievens te berechten. Terwijl ik daar ben, ontploffen ineens schrapnels boven de Melkerij. De Melkerij was sedert enkele dagen de vergaderplaats van de burgers-loopgravenwerkers en iedere avond kwamen daar wel 400 tot 500 mannen om zich in het donker naar de loopgraven te begeven. Duitse vliegtuigen zullen, helaas, de menigte gemerkt hebben en de vijand zal er aanstonds zijn moordtuigen naartoe gezonden hebben. 12 schrapnels ontploffen in 20 minuten tijd. Iedereen vlucht waar hij kan, maar anderen willen de vijand trotseren en vergenoegen zich met achter de muur te staan en na iedere schrapnel komen ze tevoorschijn om de uitwerking ervan te zien. Maar zij moeten het duur bekopen. Omer Barra, twintig jaar oud, vluchteling van Passendale, hier sedert oktober bij zijn kozijn René Vanackere, krijgt een stuk in de buik en sterft ogenblikkelijk. Jerome Cnockaert van Loker, 17 jaar, wordt afgrijselijk gewond en sterft om 23 uur in de hulppost van de Melkerij zonder nog tot bewustzijn te komen. Achiel Van Oudendycke van Zillebeke, 9 jaar oud, wordt naar het gasthuis van Bailleul gebracht en sterft 4 dagen nadien. Dus 3 doden en helaas nog 10 gewonde burgers en 4 gewonde soldaten. Allen worden naar de hulppost van De Klijte gebracht, behalve 3 burgers die weglopen en zich thuis laten verzorgen. De gewonde burgers waren meestal vluchtelingen, Marcel Vanderhaeghe was van het Hemelrijk. Na die verschrikkelijke les zullen de loopgraafwerkers samenkomen in de bossen bij Celeste Planckeel, waar de vliegtuigen hen niet kunnen bespeuren. Dezelfde avond werpt een Duits vliegtuig granaten op de soldatententen van de Canadezen en 17 soldaten worden getroffen, van wie er 3 dezelfde avond overlijden. Met de avond vermindert het kanongeschut een weinig, en het bericht komt ook dat de toestand verbeterd is en de Engelsen weer meester zijn van Sint-Juliaan.

Ook op Vlamertinge vallen granaten. De schrik is er groot. Een bijna ongelooflijk feit gebeurt deze nacht aan Café Français bij groentekoopman Beun. Zijn huis was platgeschoten en hij bewoonde nu het huis van zijn broer Edward, die gevlucht was. Enkele dagen geleden werd hij gewond en hij lag slapeloos te bed. Iedere nacht vielen er daar schrapnels en deze nacht was het weer hetzelfde. Een viel in het huis, verwoestte de zoldering en wierp kalk en planken op de bedden waarin de bewoners lagen. En zij zijn pas ’s morgens ontwaakt, wit van het stof en eerst niet wetend wat er gebeurd was. Alleen de vader had het gehoord en daar zij van niets gebaarden, had ook hij van niets gebaard. Dat heeft mij de dochter Anna zelf verteld.

De kampcommandant voor de post van Dikkebus heeft slechts de graad van luitenant. Het is ook een goede man, zeer werkzaam, maar hij heeft geen goede tolken en is te weinig thuis, zodat de mensen hem moeilijk kunnen vinden als zij hem nodig hebben.

27 april, dinsdag. In de nacht is het kanongeschut minder geweldig alhoewel op verre na niet matig. ’s Nachts van 23 tot 2 uur vallen granaten op Poperinge. Bijna niemand is er gebleven, sommigen vertrekken zelfs naar Frankrijk. In de voormiddag is hier alles kalm en niet veel kanongeschut. Met de middag weer zeer geweldig kanongeschut langs Langemark, Boezinge, Ieper. Om 14.30 uur vallen 7 schrapnels op de dorpsplaats en 2 bij de burgemeester, gezonden van de kant van Langemark. De eerste granaat viel voor het huis van weduwe Bryon en de stukken vlogen rond, vooral in het huis van Gustaaf Hennekin. Een soldaat werd doodgeslagen voor het huis en 3 in de herberg, waaronder de sergeant-majoor van het huis van Désiré Delanotte. Nog 3 werden er gewond. De baas Gustaaf Hennekin werd erg gewond aan de borst en zijn schoonbroer Henri Dauchy licht. Helaas, de ene granaat volgde op de andere, de beschieting duurde 5 kwartier: die hele tijd ben ik in de kerk gebleven, en ik heb 49 granaten geteld, alle gevallen op of rond de dorpsplaats, maar 18 zijn niet ontploft. Wat een verschrikkelijk uur! Zij vielen te allen kant. Oei, hoe dichtbij vlogen de stukken glas uit de vensters. Maar hoe is het te geloven! Te midden van die verschrikkelijke beschieting zie ik door de open kerkdeur boer Van Haecke op zijn gemak passeren met een wagen cichoreien die hij door de dorpsplaats naar de burgemeester voerde. Nog geen minuut nadien een nieuwe granaat. Ik zie soldaten vluchten en hoor gehuil en geween. Nog een, nieuw gehuil en ik zie het huis voor de kerk geheel in zwartrode rook. Wat mag er gebeurd zijn? De soldaten brengen een kermende man in de kerk. Ik ga ernaartoe, het is Camiel Noyez, een vluchteling van Passendale die in het huis van Van Eecke voor de kerk woont. Hij heeft onder het puin gezeten en heeft zijn schouder verstuikt. Ik ga naar het huis voor de kerk, herberg De Zwaan. En daar, wat een verschrikkelijk schouwspel! Een granaat is in de keuken gevallen en een soldaat-kleermaker die daar werkte, lag daar met beide benen af. Hij leefde, maar met welk een ijselijke uitdrukking op zijn gezicht. Het is daar dat Camiel Noyez zijn schouder verstuikt had. Nog erger was het op enkele stappen vandaar op de hofstee van Jules Gontier: een granaat viel naast de put, 3 soldaten werden er gedood, een was in tweeën geslagen en nog verscheidene andere waren gewond.

Verscheidene granaten zijn ook gevallen rond de Melkerij, een heeft de verste gevel van de paardenstal ingeslagen en ook een grote put gemaakt in het met kasseien bestrate voorplein. Ook vielen er enkele in de richting van Hallebast. De doden en de gewonden werden naar de hulppost van de Melkerij gebracht. Ik heb er Gustaaf Hennekin berecht. Ik heb ook de gewonde soldaten bezocht, maar niemand was rooms-katholiek. Het waren granaten van 150 mm.

Nog veel mensen zijn diezelfde avond gevlucht, waaronder madame Brigou en mijn zuster. Nog granaten zijn die avond gevallen rond Hallebast. Deze namiddag zijn zeer veel granaten gevallen op Vlamertinge. Deze nacht slaap ik beneden.

28 april, woensdag. Geen granaten zijn gevallen deze nacht, toch was het kanongeschut geweldig, het meest langs Boezinge maar deze kanonnen zwegen ook niet veel. Tijdens de nacht is de ziekenboeg van de Melkerij, waarvan de dokters bij Cannaert verbleven, verhuisd. Weinig mensen zijn naar de kerk gekomen. Ten minste 2/3 van de dorpsplaats is gevlucht, op het platteland is iedereen thuis, ook aan de school van meester Nollet. Ook in Vlamertinge, dat verschrikkelijk te lijden heeft, zijn bijna allen gevlucht. De onderpastoor van Vlamertinge, E.H. Labis, is maandag vertrokken naar Frankrijk. E.H. pastoor is deze morgen vertrokken naar Reningelst. E.H. Vinck is naar Brandhoek. Er zijn maar weinig soldaten meer op de dorpsplaats. Allen zijn in de velden in hutten en tenten, ook velen logeren onder de blote hemel. Het geschut is verminderd, maar het wordt weer geweldig van 19 tot 21 uur. Er vallen geen granaten op Dikkebus maar in de namiddag is de beschieting in Vlamertinge geweldiger dan ooit. Veel loopgraafwerkers zijn achtergebleven. Het uitdelen van de melk aan de kleine kinderen is niet gebeurd daar de zuster die de melk bereidde gevlucht is, en niemand durft nog naar de dorpsplaats komen om de melk te halen.

29 april, donderdag. Nacht tamelijk kalm. Om 5 uur wordt Maria Vandepitte, 33 jaar, huisvrouw van Emiel Debruyne, bazin uit herberg De Muizenval, langs de kasseiweg van haar huis naar Café Français door een schrapnel doodgeslagen. Zij is moeder van 3 kinderen. Zij wordt op zaterdag op ons kerkhof begraven. Het is de enige schrapnel die er gekomen is.

Om 11.30 uur begint de beschieting van Vlamertinge weer. Ik ga een weinig voor de middag naar De Klijte. Aan Millekruis zijn de Belgische soldaten bezig loopgraven te maken. Bij hen is een Duitse krijgsgevangene met Belgische kleren aan die met hen meewerkt en voortdurend onder bewaking is. De pastoor van De Klijte is gisteren in Poperinge geweest. De stad is doods. Bijna al het volk is weg. De huizen zijn gesloten en worden met rust gelaten. Het merendeel van de priesters is thuis. Weinig soldaten. Na de middag maken wij een wandeling naar Dranouter langs Bruloze. Prachtig weer! Wat een mooie lente! Bijna alle hofsteden staan vol cavalerie. De onderpastoor E.H. Desmedt is ziek. Daar heb ik de nieuwe onderpastoor van Nieuwkerke gevonden, E.H. Masschelein. Hij brengt de dag door in Dranouter en gaat ’s nachts naar Nieuwkerke. In Dranouter zijn er op de dorpsplaats nog geen granaten gevallen, enkel 2 of 3 te lande. In Nieuwkerke gebeurt de beschieting al met tussenpozen. Soms wordt het dorp een hele maand met rust gelaten en dan verscheidene dagen lang beschoten. Op de dorpsplaats zijn niet veel mensen meer thuis. Er zijn nog nooit granaten bij nacht gevallen. E.H. pastoor is ook nog thuis maar gaat nogal dikwijls over en weer naar Bailleul.

Een eigenaardig ding, de oorlog: in Poperinge, op 2 uur van de vijand, moeten de mensen vluchten en ik zie hier boer Leroye van Kemmel, die op een kwartier van de Duitsers bezig is zijn land te bezaaien. Ook boer Van Haecke heeft onder het bereik van de kogels acht gemeten cichoreien uitgedaan. Niet dat er voor hen geen echt gevaar was, maar toch niet in evenredigheid van de nabijheid. De gesteltenis van de mensen verschilt veel en een ding merkt men: hoe meer men onder de beschieting leeft hoe minder men bang is, niettegenstaande men ook van veel ongelukken getuige is. Men raakt er enigszins aan gewoon evenals aan het geschut. Mensen die de kanonnen op hun hofstee hebben, zullen na enkele tijd bijna niet meer kunnen zeggen of de kanonnen die dag of die nacht veel of weinig geschoten hebben, alhoewel het lawaai verschrikkelijk is. Men slaat er geen acht meer op.

Men zegt dat deze nacht 2 generaals in Sint-Jan gesneuveld zijn. Tijdens geheel de dag zijn geen granaten gevallen op Dikkebus.

30 april, vrijdag. In de nacht veel kanongeschut. Granaten vallen rond de hofstee van Jules Delanotte in Vlamertinge. In de ochtend vallen weer veel granaten rond Café Français en herberg de Muizenval. Tijdens de nacht ook granaten op Vlamertinge, een schrapnel op de kerk. In de voormiddag is het kalm. Na de middag vallen granaten in en rond de vijver. Van 15 tot 17 uur horen wij er fluiten boven ons en zo ver ontploffen dat men de ontploffing bijna niet hoort. Wij horen ’s anderdaags zeggen dat zij gevallen zijn rond de Potente en zelfs op Brandhoek. (De koster, die gevlucht was in het Kapelletje, vlucht verder naar Westouter.) Soldaten zijn daar gedood en gewond. In de namiddag ook veel kanongeschut rond Boezinge. In de avond rond 22 uur vallen veel granaten rond de Razelput en Jules Verschelde en weer op Vlamertinge.

De mensen gaan nu naar Bailleul om winkelwaar. In Poperinge wordt niemand met wagens binnengelaten. Ik laat waskaarsen meebrengen van Bailleul van het huis Héaulme. De jongens van Dikkebus spelen football samen met de soldaten. Verschrikkelijk grote granaten worden op Dunkerque geschoten vanuit de Duitse lijnen. Is het te geloven? De afstand bedraagt dertig kilometer. Er is nu geen enkele soldaat meer in het huis van Delanotte, in het klooster en de pastorie. De hele tijd van de Engelsen is dat nog niet gebeurd. Maar die deugnieten hebben alles meegenomen wat hun enigszins dienen kon. Het is curieus om zien wanneer men naar de onbebouwde velden van de vuurlijn kijkt: het is één gouden tapijt van raaploofbloemen. Jammer dat er daar geen bijenmelkers meer wonen.

1 mei, zaterdag. Veel volk komt te communie voor de inzet van de meimaand. Minder kanongeschut dan de vorige dagen. In de voormiddag ziet men veel granaten vallen rond de hofsteden van Jules Delanotte en Jules Desmytere in Vlamertinge. Deze worden gezonden vanuit Langemark. ’s Avonds om 22 uur worden weer dezelfde hofsteden beschoten, maar ditmaal van de kant van Wijschate, de granaten passeren boven Dikkebus.

2 mei, zondag. In de nacht vallen weer granaten rond Café Français maar in de ochtend is alles kalm. 175 communies. Om 8 uur mis door de Belgische aalmoezenier E.H. Vandercam, professor aan St.-Louis in Brussel, afkomstig van L’Ermite bij Braine-l’Alleud. Hij verblijft op de hofstee van Ampe bij Petrus Storme. Om 9 uur mis door de Engelse aalmoezenier. In de eerste mis is de kerk meer dan halfvol, in de hoogmis bijna helemaal vol. Veel volk in het lof. Van 11.30 tot 12.30 uur vallen ten minste twintig granaten rond het Zweerd en Hallebast. Een valt achteraan in de stal van Braem. Ze slaat een koe dood in de stal en een zwijn erbuiten. Ook een valt op de hofstee van Jules Six. Om 17.30 uur zeer geweldig kanongeschut langs Boezinge. Het zijn de Duitsers die aanvallen. Zij werpen weer verstikkend gas, men ruikt het tot in Dikkebus. Nochtans lukken zij niet. Rond 21 uur verstilt het geschut.

3 mei, maandag. Om 5.45 uur, terwijl ik de eerste maal de H. Communie uitdeel, valt een granaat achter het Schoonhuis en later in de ochtend en de voormiddag vallen veel granaten rond Hallebast, Van Eeckes molen en Millekruis. Een valt ook op de hofstee van Spenninck. Rond 17 uur ontploffen schrapnels boven de dorpsplaats. Vlamertinge, Ieper, en Brielen worden nog eens ferm beschoten.

Ik ga vandaag naar de Rodeberg, de Molenberg en de Zwarteberg en ontmoet er veel vluchtelingen van Dikkebus. Alles wijst er op oorlog. De schilderachtige streek heeft reeds veel van haar schoonheid verloren, de bossen zijn deerlijk geschonden. Ook hier en daar wordt een kant afgevoerd om bergstenen en zand te hebben om de wegen te herstellen. Dit merkt men vooral aan de Scherpenberg.

4 mei, dinsdag. Het bericht komt bij de burgemeester dat alle jongelingen van 18 tot 25 jaar zich voor 15 mei moeten aangeven voor het leger, zo niet zijn zij dienstweigeraars.

5 mei, woensdag. De Belgische aalmoezenier komt voor de laatste maal mis lezen. Deze avond vertrekken zij naar Calais om te rusten en hun kanonnen te herstellen, die door een voortdurend gebruik van 9 maanden veel geleden hebben. Om 8 uur Duitse aanval, verschrikkelijk geschut. De Duitsers werpen verstikkend gas aan Hill 60 en maken er zich op die schuldige manier weer meester van. De Engelsen, die nog met een strook komen tot 10 minuten voorbij Zonnebeke, oordelen dat hun posities daar te gevaarlijk zijn omdat zij te smal zijn. Daarom dringen zij er bij de mensen van Westhoek (voorbij Ieper) op aan deze streek te verlaten, en zij laten de Duitsers komen tot aan Frezenberg. Dit maakt de vooruitgang van de Duitsers nog groter. In Ieper worden alle mensen die er nog zijn aangemaand de stad te verlaten. Het schijnt dat nog wel 300 mensen in die verschrikkelijke plaats verbleven. Een van hen die het laatst de stad verlieten, was E.H. Delaere, pastoor van St.-Pieters. Men vreest voor Ieper, en het volk dat altijd het meest onder de indruk is van hetgeen er het dichtstbij gebeurt, heeft minder moed op de oorlog. Het is triestig voor veel van onze boeren. Bijna al hun weiden zijn opengetrappeld door de soldatenpaarden, in zover dat men op sommige geen gras meer ziet en de andere zitten vol soldatenpaarden, die er naarstig grazen. Hun vruchten worden ook afgeknaagd. En nu staan zij zonder eten voor hun dieren en velen zijn gedwongen ze voor een spotprijs te verkopen. Gaat men klacht indienen, dan geven enkele officieren er gehoor aan, maar velen van hen gebaren van niets en zullen u zelfs uitlachen. Cyriel Claeys, die een hofstee heeft van meer dan veertig gemeten, zal met hetgeen zijn hofstee opbrengt geen 3 koeien kunnen kweken. Nog veel andere boeren zijn in hetzelfde geval. Vandaag vallen er geen granaten.

6 mei, donderdag. Ik heb hostiebrood gekregen van Bailleul. Kolen zijn er nergens te vinden. Ik ben aan mijn laatste schop toe en kan enkel nog twintig kilo cokes krijgen. In de voormiddag doop ik een kind van Brielen. Er is daar geen priester meer, daarom komen zij naar Dikkebus. In Brielen is maar weinig volk meer thuis. De soldaten die in mijn huis zijn, hebben een kelder gemaakt in de weide aan het eind van mijn tuin. Pas gisteren was hij voltooid en vandaag komt hij reeds van pas. Om 10.30 uur opeens een grote granaat van de kant van Wijtschate. Zij valt in de weide van Justin Thevelin voor de kerk. 3 minuten later een tweede. Ik hoor geritsel op mijn dak en ik raap in mijn tuin 2 stukjes ijzer op die gloeien als een koolvuur. Nu haast ik mij naar de schuilkelder. Met 3 soldaten zit ik er meer dan een uur en intussen ongeveer elke 5 minuten een ijselijk gezoef en een vreselijke ontploffing. Voorzeker was het dichtbij want bijna telkenmale hoorden wij in onze nabijheid geritsel van pannen en glas en aarde en ijzer. 10 granaten vielen er in het geheel. Toen er 10 tot 12 minuten geen meer gekomen was, riskeerde ik het uit mijn schuilplaats te komen. Het is de tijd waarop de mensen nog half bevreesd nieuwsgierig hun hoofd buitensteken om te horen en te zien wat er gebeurd is. Zo gaat het altijd na een beschieting. Men zegt dat ze bijna alle rond de kerk gevallen zijn. Inderdaad. Ik ga kijken naar de kerk en vind ze vol zwarte stinkende rook. De laatste granaat is gevallen op het kerkhof op twee meter van de kerkmuur, boven op de graven van de familie Debaene. Daar is ze ontploft en heeft ze een put gemaakt van meer dan 1,25 meter diep. De scherven zijn rondom gesprongen op muur en vensters. Veel putten zijn in de muur geslagen. En hoe jammer van onze mooie gebrandschilderde vensters. De laatste twee zijn helemaal stuk, het derde en het vierde half, maar onherstelbaar. Alleen het eerste is weinig geschonden. De andere granaten zijn gevallen op het Engels kerkhof en in de weide van Justin Thevelin. In de weide van Justin Thevelin zijn 2 koeien van de weduwe Francis Goethals gewond, een ervan moet afgemaakt worden. In de kerk is ook veel plaaster van het plafond gevallen. Ook in de sacristie zijn ruiten uit. Stukjes ijzer zijn ook in het sacristiemagazijn gevallen. De soldaten die deze avond naar de loopgraven gaan, zijn zeer geestdriftig. Gisteren is de St.-Niklaaskerk van Ieper afgebrand. De kerk van Vlamertinge is nog niet erg beschadigd, slechts door een schrapnel of 2.

7 mei, vrijdag. Eerste vrijdag. 140 communies. De hele nacht was het geweergeschut uiterst geweldig en rond 3 uur het kanon- en mitrailleurgeschut nog heviger. Voorzeker moet er een aanval zijn. Ik ben opgestaan en in de weide gaan luisteren en kijken. Het ging er verschrikkelijk aan toe. In de ochtend werd het kalmer. Ik heb gehoord dat de Engelsen getracht hebben Hill 60 weer te veroveren, maar zij zijn er niet in geslaagd. Op Dikkebus zijn geen granaten gevallen. Het is voortdurend prachtig weer, reeds zeer warm. Wat een tegenstelling met de droevige tijdsomstandigheden. De straten zijn nu ook in zeer goede staat.

8 mei, zaterdag. Zoals gewoonlijk ga ik rustig slapen. Maar plotseling om 12 uur een ijselijk gekraak. Zou het een granaat zijn? 5 minuten nadien een verschrikkelijk gezoef en dezelfde ontploffing. Ja waarlijk, voor de eerste maal worden wij ’s nachts beschoten. Het is vervaarlijk bij dag maar het is nog verschrikkelijker ’s nachts. Nog een derde granaat valt en daarmee is het gelukkig gedaan. Zo kunnen wij weer slapen. Om 5.30 uur ga ik kijken waar de granaten gevallen zijn. Een is gevallen in het tuintje van Jules Lauwyck, herberg Het Hoekje. Ze smeet de haag uit en maakte een grote put. Een andere, op het huis van Henri Vermeersch, sloeg de hele voorkant in. Gelukkig was niemand in het huis en zo zijn er geen ongelukken gebeurd. Nog eens grotere schrik onder de bevolking. De scherven van de granaat die gevallen is op het huis van Vermeersch zijn ten minste 5 centimeter dik. Een derde granaat is gevallen in de weide van het Paradijs.

Rond 6.30 uur begint weer een geweldig kanongeschut voorbij Ieper. Nog eens vallen de Duitsers aan, zij gebruiken alle geweld om in Ieper te geraken. Vlamertinge en Poperinge zijn vandaag nog eens geweldig beschoten geweest. Men spreekt van een zegepraal van de Belgische en Franse troepen tussen Steenstraat en Diksmuide.

9 mei, zondag. De mensen gaan ongerust slapen en met reden. Het is nog maar 22.30 uur en de Duitsers spelen weer hun toeren. 3 granaten passeren boven mijn huis en ontploffen enkele meters verder. Een valt in de put op het einde van de hofstee van madame Brigou, en slaat 2 appelbomen en het houtgewas ernaast in stukken. Al de ruiten uit van de achterkant van Brigou, ook het bovenlicht van Leeuwerck en Leleu, en een van mijn ruiten. Een tweede en een derde granaat vallen in de weide van Jules Goethals achter de hofstee van Brigou. Vandaag heb ik geen hoogmis gedaan uit voorzichtigheid (dit uur is bij ondervinding gevaarlijker dan andere uren). Het is de enige maal dat zoiets gebeurt tijdens het jaar 1915. 100 communies. De soldaten hebben gisteren mooi de kerk gereinigd.

Muizel: doedelzak

(…): woord niet ingevuld

Ik ben na de middag naar De Klijte, de Rodeberg en de Molenberg gegaan. Er was zeer veel volk aan de kapel van de Rodeberg en ook veel devotie. Elke dag gaan de Engelse soldatenmuziekkorpsen daar concert geven. Zo zoekt men ook wat verzet en verstrooiing in het wrede oorlogsleven. De Engelsen zijn in het algemeen grote liefhebbers van muziek. Ziet gij een regiment naar het front trekken, dan is het met muziek voorop. Komt gij een compagnie tegen die naar de loopgraaf of naar de baden gaat, een muzikant is aan het hoofd. Bij de Schotten altijd een een muizel. Soms nog een trommel erbij. Men komt er ook tegen met accordeon of ook eenvoudig met een (… ). Ook hoort gij ze veel zingen, noch ruw noch wild, maar met orde en manieren en in het algemeen juist en mooi. Voorzeker hebben zij die liederen samen in hun kampen in Engeland geleerd. Bij de Schotten bestaat het hele muziekkorps uit muizels met kleine en grote trom. Bij de andere regimenten bestaat het uit koperen instrumenten.

Er zijn baden ingericht voor soldaten in de brouwerij van meneer Peirsegaele en in Reningelst in de brouwerij van meneer Six. Elke week moet iedereen ernaartoe.

De staf met heel zijn gevolg gaat weg van de dorpsplaats, waarschijnlijk om het gevaar. Bij dag verblijft hij nu op de hofstee van de burgemeester. ’s Nachts slapen zij in de tenten bij de Hert. De ordonnansen ervan, die sedert 7 weken in mijn huis waren, vertrekken ook. Ik was content over hen. Behalve de 3 keer dat zij dronken waren, waren zij fatsoenlijk. Zelfs dronken waren zij toch nog gewillig. Zo is mijn huis voor de eerste maal sedert de komst van de Engelsen zonder soldaten. Bij meneer Thevelin laden zij een gehele karrenvracht meubels op. Zij hebben weliswaar bij buren de naam van de eigenaar gevraagd, maar 2 maanden nadien zegt Justin dat hij tevergeefs de vergoeding gereclameerd heeft. Het is de eerste maal van de hele oorlog dat zijn huis zonder soldaten is. Nergens zijn er nog soldaten op de dorpsplaats. De kolonel raadt ook de inwoners aan weg te gaan, maar zij die weten wat het is te vluchten en hun huis alleen te laten, zijn niet haastig. Tijdens de dag zijn geen granaten op Dikkebus gevallen.

10 mei, maandag. Veel mensen gaan slapen buiten de dorpsplaats. Ik slaap in de kelder van Brigou. Toch is er niets gevallen. Het is de eerste kruisdag. 150 mensen zijn in de processie aanwezig, 60 communies. Ik schat dat er nu nog 1300 mensen in het dorp verblijven. In Reningelst en Westouter moeten alle vluchtelingen met alle geweld weg. In de voormiddag ontstaat in Ieper een geweldige brand die duurt tot de woensdagochtend, 2 dagen en 2 nachten lang. Rond 17 uur is de rookkolom bijzonder dik. Men plaatst vandaag kanonnen bij de hommelkeet van de burgemeester en maakt aanstalten om er veel te zetten in de buurt van zijn hofstee. De burgemeester wordt gevraagd zijn hofstee voor enkele dagen te verlaten. Door mooi te spreken mag hij blijven. Men vreest voor het dorp omdat de Duitsers naar de kanonnen zullen schieten. Gelukkig zullen deze kanonnen er niet lang staan. De Belgen plaatsen ook kanonnen aan het Hemelrijk in de haag van de gewezen hofstee van Paul Nollet. Er is een rij wondermooie loopgraven gemaakt langs Oscar Ghesquiere, Millekruis, Gustave Desmarets, Cyriel Onraet, weduwe Derycke en verder naar de Drie Goên. Het is het werk van de Belgische soldaten. Zij hebben allerlei vorm, soms zijn er 3 achter elkaar. Zij zijn alle gemaakt met zakjes aarde. Later zal men ze ook afwerken met traliedraad en latten om de instortingen te beletten. Men zal er weldra ook overal prikkeldraad voorspannen, op een breedte van 5 meter en op alle manieren door elkaar gevlochten. Onmogelijk om zonder beschieting daardoor te geraken. Er is ook een reeks gereed voor het plaatsen van kanonnen in beide dreven van de hofstee van weduwe Delanotte (het is daar de ene standplaats naast de andere) dan verder langs de beek tussen Cyriel Lamerant en Baes (daar echter niet zo dicht), nog verder in de weide van Dauchy naar Planckeel, dan aan de hofsteden van Vandenbroucke en Doom. Alles is gereed. Laat ons hopen dat er geen granaten komen, want het zou niet leutig zijn voor het dorp.

In de namiddag is er veel kanongeschut voorbij Ieper. Er komt goed nieuws van de kant van de Belgen en de Fransen langs de Ieperlee, ook van de Engelsen langs Armentières. Later wordt het bevestigd.

11 mei, dinsdag. Ik ga weer slapen in de kelder van madame Brigou. Nauwelijks ben ik in slaap of een granaat komt aangevlogen en valt op de schuur en stalling van herberg Au Faisan d’Or. Ze slaat de verste gevel in en werpt al de pannen van het dak. Wat een verschrikkelijke slag voor ons, die zo dichtbij zijn! Een tweede granaat valt op 3 meter van de Melkerij en slaat de stenen uit de muur. Een derde in de weide van weduwe Goethals, achter Sylvie Debaene. Geen ongelukken. Weer 5 minuten tussen iedere granaat. Niettegenstaande de beschieting zijn er meer mensen in de kruisprocessie dan gisteren. In de voormiddag geweldig kanongeschut langs Boezinge.

In de namiddag was de brand van Ieper heviger dan ooit. Rond 15 uur was ik aan Sint-Hubertushoek en ik dacht dat het de hofstee van Comyn was die in brand stond. De rook kwam tot boven ons. Maar wat een wreed, akelig en enigszins groots schouwspel, vooral in de avond. De hele stad scheen een enkele vuurgloed. Om 21.30 uur was Dikkebus verlicht als bij klare dag en op straat kon men gemakkelijk de krant lezen. Hoe droevig ook, men kon niet nalaten naar dat schouwspel te kijken, en die avond bleef ik buiten staan tot de Engelse politie mij naar huis zond. Wat er gebrand heeft, weet ik niet. Men zegt dat het maandag het klooster was aan de markt, en dinsdag een gehele reeks gebouwen ook aan de markt. Het vuur was het geweldigst tussen de kerken van St.-Maarten en St.-Jacob. Wie de brandstichters waren, weet ik niet. Misschien wel de Duitsers, maar een Franse tolk vertelde mij enkele dagen nadien dat de Engelsen zelf veel huizen in brand staken. Welke reden zij daartoe hadden, weet ik niet, en daarom zal ik ze ook niet veroordelen. Ik hoor van iemand die gisteren door Ieper gepasseerd is dat St.-Jacobskerk nog niet gebrand heeft.

12 mei, woensdag, mijn naamfeest, derde Kruisdag. Deze nacht zijn geen granaten gevallen. De brand in Ieper is nagenoeg gedaan. Ik ontvang het bezoek van mijn broer Remi en kozijn Remi Vercoutere, die afscheid komen nemen vooraleer naar het leger te vertrekken. Het is de kalmste dag die wij in de 3 laatste weken beleefd hebben.

13 mei, donderdag, feest van O.L.Heer-Hemelvaart. Nacht even kalm. Omdat er minder gevaar is in de morgen dan in de voormiddag heb ik de uren van de missen veranderd. De eerste mis om 6 uur, hoogmis om 8 uur. De kerk is halfvol in de eerste en voor 2/3 vol in de hoogmis. Ruim 150 communies. Rond 8 uur vallen enkele schrapnels in en bij de vijver rond de hofstee van Jules Verschelde. Daar staan immers sedert enkele dagen kanonnen, die vooral deze voormiddag geweldig schieten. Om 19 uur doen de Duitsers een artillerieaanval langs de kant van Wijtschate-Kemmel. Gedurende een uur is het geschut zeer geweldig. Zij hebben helaas de Engelse kannonen getroffen en 4 ervan worden buiten dienst gesteld. Met de avond is alles weer kalm. Sedert Ieper verlaten is, komen nog al enkele mensen van Ieper-Kruisstraat hier naar de kerk. Ik ben nu hun dichtstbije priester.

14 mei, vrijdag. Om kwart voor 1 uur word ik weer gewekt door de granaten. 5 vallen er in een half uur tijd, maar ditmaal niet zo heel dichtbij. Zij vielen in de weide en op het land van de burgemeester niet ver van de school van meester Nollet, een kant die tot nu toe gespaard gebleven was. De putten zijn groot. Nochtans geen ongelukken, alhoewel daar juist burgers-loopgraafwerkers voorbijkwamen die huiswaarts keerden. Met meneer pastoor van De Klijte doe ik een wandeling naar de Scherpenberg. Het weer is zeer klaar. Wij kunnen tot boven op de berg geraken zonder verontrust te worden en daarom hebben wij een gezicht op de gevechtslijn van verscheidene uren breed. Wij gebruiken er de verrekijker van een officier die daar bij ons komt. Wij zien zeer goed de toren van Zonnebeke met de naald eraf, verder Dadizele of Menen, Belgisch Komen en Comines France. Wij vernemen uit goede bron dat zondag laatstleden Duitsers tot aan het station van Zillebeke gekomen waren. Voortdurend is er veel geschut geweest en nu zijn zij teruggedreven tot aan ’t Hoge. Wanneer ik thuiskom om 19.45 uur, verneem ik dat om 18.30 uur 7 schrapnels in ons dorp ontploft zijn, alle rond mijn huis. Op mijn zolder, gang en kamers en plankier heb ik meer dan 50 kogels opgeraapt en wel 50 van mijn pannen zijn gebroken. Een grote scherf ijzer viel door het dak in de keuken van Brigou. Een soldaat werd erg gewond en ook 3 jonge meisjes werden gewond. Rachel Noyelle licht, haar zuster Anna erger, een kogel in de bil nogal tamelijk diep, ook Julia Haezebrouck een kogel in de zijde. Toch zijn geen levensorganen geraakt. De 4 gewonden werden allen per auto naar de hulppost van De Klijte gevoerd. Reeds ’s anderdaags mocht Rachel Noyelle naar huis terugkeren. Anna werd eerst enkele dagen verzorgd in een huis op De Klijte, en is dan naar Hazebrouck gebracht om een operatie te ondergaan. Het heeft bijna 3 maanden geduurd voor zij helemaal genezen was. Julia Haezebrouck werd overgebracht naar de hulppost op de hofstee van Charles Verhelst (deze hulppost is daar sedert 14 dagen) maar is dan verzorgd geworden in een huis in Reningelst. Alle hulpposten waren volzet en daarom moesten zij in de bijzondere huizen verzorgd worden. In de weide van de burgemeester werd 1 koe gedood en 2 werden gewond.

15 mei, zaterdag. Kalme nacht, ook tijdens de dag niets bijzonders. In de avond veel geweerschoten.

16 mei, zondag. In de nacht rond 1 uur vallen nogmaals 3 granaten bij de dreef van de burgemeester. Het is het uur dat de loopgraafwerkers terugkeren en troepen en vervoer passeren. Eerste mis, kerk bijna halfvol. Hoogmis om 8 uur, bijna alle stoelen bezet. Tussen 5 en 6 uur vallen wel 25 schrapnels tussen Millekruis en de kasseiweg van Kemmel. In de avond zijn tezelfdertijd 4 Duitse vliegtuigen te zien. Er wordt veel naar geschoten maar geen wordt getroffen.

17 mei, maandag. De vrees voor ’s nachts wordt van langsom groter en met reden. Wij slapen met geen 15 personen meer op de dorpsplaats. Waarlijk, om 22.30 uur nog eens 3 granaten met 4 minuten tussenpoos. Het was alleszins dichtbij. Ik dacht dat het gedaan was en dat ik nu voor het overige van de nacht rustig mocht slapen. Maar om 3.30 uur nog eens 3 en een kwartier nadien nog 3. O, hoe dichtbij waren ze. Het was bijna alsof het op het huis zelf was en na de ontploffing was het nog een voortdurend rinkelen van steen, glas, ijzer en wat weet ik. En na de eerste granaat een voortdurend kloppen en kraken. Ik dacht dat men voortdurend op de deur sloeg. Na een kwartier ga ik kijken. Oef, wat vuile reuk! En vanwaar komt die grote klaarte in de eerste morgenschemer? Het was een brand. De stallen en de schuur van weduwe Bryon op veertig meter van mijn huis stonden in lichterlaaie. Het was één vuurgloed. Aan blussen viel niet te denken. Maar moedige burgers waren reeds aan het werk om het huis te vrijwaren. Door voortdurend water op de hoek te gieten slaagde men er toch in, alhoewel deze reeds was begonnen te branden. Zo begint de vijand ook brandgranaten te werpen. Nog een granaat is gevallen op 6 meter van de schuur en een dikke boom van tenminste 60 cm diameter is in twee-en geslagen. Het langste deel is op 6 meter daarvandaan gesmeten en het kortste, een blok van ten minste 150 kilo, is wel 40 meter ver geworpen tot bij het huis van Amand Vermeulen. Nog een granaat is gevallen op het hoevetje van Theophiel Debaene, nog 2 achter de huizen ernaast die hem toebehoren. Scherven ervan zijn in het huis van Henri Fivez gevlogen en hebben 2 muren doorboord. Nog een is gevallen op het hok van Camiel Ollivier. De huizen van de Neerplaats zijn zwaar beschadigd. Nog een is gevallen bij de poort van Jules Gontier. Nog een is gevallen op het magazijn van Justin Thevelin. Het bovenste van de muur en ook een deel van het dak werden ingeslagen, verder aan het dak zijn te allen kant pannen af. Toch is de granaat niet door het dikke stenen gewelf geraakt. Het is de verschrikkelijkste nacht die wij tot nu toe beleefd hebben. Het waren allen granaten van 15 tot 20 cm diameter.

18 mei, dinsdag. Iedereen verwacht deze nacht een nieuwe beschieting. Inderdaad, rond 23 uur zijn weer 5 granaten gevallen. Een in de weide van Justin Thevelin, een op de grintweg aan de hofstee van de pastorie (een grote eik die daar lag van een meter diameter werd meer dan een meter versmeten), een in het tuintje van Amelie Devos, een in de weide van het Paradijs, een op het aardappelland van Hector Dalle. Geen ongelukken. De hele nacht hebben onze kanonnen veel geschoten. Altijd merkt men dat de granaten in dezelfde richting vallen, wat verder of wat dichter dan de eerste, maar weinig naar rechts of links. Waarschijnlijk staan die vijandelijke kanonnen tussen Wijtschate en Houtem, men spreekt van de Oosttaverne.

Vandaag slecht weer. De verkoop in de winkels is veel verminderd, er zijn maar weinig soldaten meer, ook durven veel winkeliers zich niet meer riskeren om waar in te doen. Reeds enkele dagen mogen de bakkers niet meer bakken bij dag, uit vrees dat de Duitsers de rook zouden zien. Ook de andere schouwen mogen niet veel roken. Bij nacht mag er ook geen licht door de vensters schijnen. Reeds het hele jaar mogen de molens bij dag niet meer draaien. Dat geldt voor alle molens die op minder dan 7 kilometer van de frontlijn staan. Ook mag geen was (tenminste geen witgoed) te bleken liggen.

In de namiddag vallen veel granaten aan het Hemelrijk. De bakkers kunnen op verre na geen brood genoeg bakken. Veel mensen rijden naar Bailleul om brood en verkopen het met 10 centimes winst (70 centimes per kilo brood). Ook veel mensen gaan brood kopen bij de bakkers om het voort te verkopen en kunnen zo een mooie stuiver verdienen.

19 mei, woensdag. Nu slapen er geen 7 mensen meer op de plaats. Ik ook ga slapen in de kelder van meester Nollet. Die is kloeker dan die van madame Brigou en ook op een betere plaats gelegen. Toch zijn deze nacht geen granaten gevallen. Mis om 5.30 uur, waarna ik de paascommunie draag naar 8 zieken.

20 mei, donderdag. Nogmaals geen granaten bij nacht, ook tijdens de hele dag niets bijzonders. Toch vallen in de namiddag enkele schrapnels rond de hofstee van de burgemeester.

21 mei, vrijdag. Weer mogen wij rustig slapen. In de vroege morgen veel geschut Diksmuidewaarts. Na de middag vallen granaten aan het Hemelrijk. Sedert 4 weken hebben wij geen brieven meer. Nu zullen wij er weer hebben. Zij zullen gebracht worden naar het huis van de veldwachter, waar iedereen ze moet gaan afhalen. Iedereen verlangt tot de vertraagde brieven binnenkomen en niet zonder reden. Ons dorp wordt door de hoge overheid aangezien als verlaten (en toch zijn evenveel mensen in het dorp als in vredestijd. Hoe is het mogelijk dat men zo slecht de toestand kent). Het salaris komt af voor de burenpriesters, voor mij niet. Hetzelfde voor het betalen van de vluchtelingen en de schadevergoeding. De gouverneur is in De Panne, de nieuwe arrondissementscommissaris meneer Albert Biebuyck, die sedert korte tijd meneer Merghelynck vervangt, is in Watou. Het tribunaal is in Roesbrugge.

22 mei, zaterdag, vigilie van Sinksen en doopvontwijding. In de namiddag schieten de Engelse kanonnen aan de hofstee van Vandepitte en de vijver zeer geweldig.

23 mei, zondag, hoogdag van Sinksen. Voor de eerste mis zit de kerk goed halfvol. Voor de hoogmis bijna helemaal vol. Ruim 200 communies. In de voornacht zeer geweldig kanongeschut langs Steenstraat, voorzeker een aanval. In de avond zeer veel vliegtuigen. Rond 7 uur ben ik langs de grintweg aan het werkplein van de genie. Een schrapnel geschoten naar een vliegtuig ontploft niet in de lucht maar zoeft, valt en ontploft in de weide van het Paradijs op 25 stappen van mij vandaan. Of ik schrok!

Goed nieuws. Italië heeft in kamers en senaat gestemd voor de oorlog tegen Oostenrijk. Gisterenavond heb ik een katholieke Engelse soldaat van de genie begraven. Hij was mee met de burgers-loopgraafwerkers en is de nacht voordien bij het kasteel van madame de Gheus door een kogel gedood. Reeds 5 burgers zijn op Voormezele en Kemmel op dezelfde manier aan hun dood geraakt. Henri Odent van Zillebeke werd de keel doorschoten, maar zal er toch van genezen.

24 mei, maandag, 2de sinksendag. ’s Morgens om 3 uur doen de Duitsers een zeer geweldige aanval langs Boezinge, Zonnebeke, Zillebeke. Wat een verschrikkelijk gedonder: kanonnen, geweren, mitrailleurs, allen om het meest. Om 5 uur kom ik uit mijn kelder. Wat een vreemde stinkende geur! Er is een soort chloorreuk bij en geprikkel en stekende pijn van de ogen! Het is onverdraaglijk. Geen twijfel, de Duitsers hebben weer hun vuil gas gesmeten. Zij hebben geluk met de wind. Wat moet het zijn bij de loopgraven, als het hier reeds zo onverdraaglijk is! Hoeveel zullen er weer door het gas geveld zijn! In de kerk was het al gas dat men rook. Om 7 uur was de stank veel verminderd. Het gas was verder gedreven en was het hevigst boven De Klijte, Westouter, Reningelst. Het is slechts geroken geweest op een breedte van 8 tot 10 kilometer, van Loker tot Poperinge, in Kemmel een weinig, in Dranouter niet. Het gas heeft veel schade veroorzaakt aan de vruchten. Mijn sla en spinazie zijn helemaal verbrand. Bij weduwe Huyghe zijn al de toppen van het vlas verbrand, ook de jonge haver heeft veel geleden en de klaver nog meer. Het geschut duurt ongeveer de hele dag. In de voormiddag, van 9 tot 10 uur en van 11.15 tot 12 uur, vallen ten minste 30 grote granaten bij Hallebast. Een granaat slaat de gevel in van de paardenstal van het Zweerd. Het paard van Henri Dewilde dat erin staat, wordt de bil afgeslagen, maar er zijn toch geen mensen verongelukt.

Het is slechter bij Braem. 3 grote granaten vallen op de gebouwen – sedert zaterdag waren daar immers weer troepen aan de hofstee van Hallebast. Wel hadden de boeren gezegd dat het daar gevaarlijk was, en dat in zo’n warm weer de soldaten wel buiten konden logeren. Het hielp niet. Daarbij hadden zij gisteren de onvoorzichtigheid begaan football te spelen terwijl een Duits vliegtuig erboven zweefde. Dit was genoeg om weer hun moordtuigen ernaartoe te zenden. Zodra de beschieting begon, gebood de officier zijn soldaten, in plaats van hen te laten wegvluchten, om binnen in de gebouwen te gaan. De schuur stond vol soldaten. Helaas, een granaat valt ermiddenin. 5 soldaten zijn op slag dood en 14 gewond, waarvan 3 nog dezelfde dag sterven. Dat zijn nu 7 granaten die alleen al op de gebouwen van Braem gevallen zijn. Nog verscheidene andere vallen op enkele stappen ervandaan. Ik ben ’s avonds daar geweest en heb er de lijken gezien. Nog zal de zoon de hofstee niet verlaten.

Het was zeer heet. Ik ben naar Westouter gegaan. Men hoort dat de Duitsers door hun verraderlijke aanval enkele loopgraven vooruitgekomen zijn. De generaal van De Klijte werd om 2.30 uur dringend naar Zillebeke geroepen. 8 dagen nadien zit hij er nog in zijn bunker. Om 18 uur, toen ik op de Scherpenberg was, werd ik weer het verstikkende gas gewaar, vooral in mijn ogen. Door Dikkebus zijn maar weinig gewonden gepasseerd. Maar door Westouter was het voortdurend de ene auto na de andere, meestal verstikten.

De oorlog is verklaard tussen Italië en Oostenrijk.

Vandaag hebben de gebroeders Valère en Arthur Devos een eigenaardige zaak meegemaakt. In de namiddag komt een vreemde duif in hun hok gevlogen. Arthur pakt ze en ziet dat zij een briefje op haar heeft waarop Duits geschrift staat. Een soldaat is daarbij en loopt vlug met de duif naar een officier. Daarop meteen onderzoek hoe die duif bij Devos geraakt is en of Devos van die duif niets af wist. Beide broers worden meegedaan naar de prévôt van de Zwarteberg. In de nacht geraakt alles toch in orde.

25 mei, dinsdag. De nacht is nogal kalm. Ik ontvang een brief van meneer pastoor, die nu in Saint-Omer is. Van 11.45 tot 14.30 uur hevige beschieting. Niet minder dan 25 grote granaten vallen tussen het Hemelrijk en de hofsteden Claeys en Storme overal rond. Het is verschrikkelijk. Het gebeurt dat er 3 tegelijk vallen. 3 vallen in de weide van Opsomer. Aan de vijver wordt een Engelse kanonnier gedood en 2 worden gewond. Op de hofstee van Henri Dewilde worden 3 paarden doodgeslagen.

Schoon verblijd: flink aangeschoten

Maar erger is het op de hofstee van Doom. Een granaat valt en een soldaat wordt gewond en 3 paarden gedood. De luitenant en enkele soldaten snellen de gewonde soldaat ter hulp en brengen hem naar het huis, maar helaas, een granaat valt te midden van de groep en de luitenant en 3 soldaten worden op slag gedood en er zijn niet minder dan 17 gewonden, waarvan 4 nog dezelfde avond overlijden. Zij worden begraven op de hofstee van Amand Heugebaert. Jammer voor de familie Doom, dat dit de gelegenheid schiep van een grote vervolging tegen hen. In hoever iemand schuldig was, is moeilijk te zeggen, maar Doom had nog nooit met de soldaten op zijn hofstee overeengekomen. Hebt gij de soldaten tegen u, dan zullen zij u langs alle kanten de duivel aandoen. Zo is het gegaan met Doom. Zij beschuldigden hem duiven losgelaten te hebben. De beschuldiging was geheel vals omdat Doom nog nooit duiven op zijn hofstee gehad had. Daarop werden vader Henri Doom, 84 jaar oud, zoon René, 40 jaar, die erg ziek was door tering (bij zover dat hij nooit op zijn hofstee meer ging) en ook de werklieden van de hofsteden van Hector Foor en Henri Capoen weggebracht naar de kampcommandant en vandaar naar Reningelst. Weggeleid te voet en in volle stap en soldaten met de bajonet op het geweer achter hen aan. 3 dagen lang hebben zij daar in een tent moeten zitten, zogoed als zonder eten. Eindelijk, zonder dat hun veel uitleg over die hele doening werd gegeven, zijn zij losgelaten. Er werd alleen aan Henri Doom gezegd nooit meer soldaten te contrariëren. Zo geraakten zij thuis. Vader en zoon Doom recht naar hun bed, en de andere 2 zonen schoon verblijd door het vieren van hun verlossing. Reeds ’s anderdaags zullen de soldaten vader Doom op de proef stellen door zijn diltbalken te verbranden. René Doom, de zoon, zal niet meer opstaan uit zijn bed, hij sterft in augustus. Leontine, zijn vrouw, die reeds lang ziekelijk is, volgt hem een maand nadien in het graf. Arme familie!

In de namiddag ga ik naar Reningelst, waar de ontvanger mij de vierde trimester 1914 en de eerste 1915 uitbetaalt. In de avond veel geschut naar vliegtuigen.

26 mei, woensdag. Niets bijzonders noch bij dag noch bij nacht. Weer grote brand in Ieper. Ik doe een berechting op de hofstee Lievens, waar nog altijd de tyfus woekert.

27 mei, donderdag. Niets bijzonders. De brand in Ieper duurt voort. Veel soldaten trekken naar Ieper. Men merkt dat de Engelsen hun linie versterken. De 5de divisie, die hier sedert Palmzondag was, gaat het dorp verlaten. Ook veel kanonniers veranderen alhoewel zij niet afhankelijk zijn van de divisie. Veel vluchtelingen van Dikkebus beginnen weer te keren.

28 mei, vrijdag. Koud weer. Poperinge wordt nu en dan verder beschoten. In Vlamertinge gaat het beter. Het gebeurt nu dikwijls dat ook zij die gewoonlijk aan de routes werken ’s nachts loopgraven moeten gaan maken, iets dat velen van hen niet gaarne doen. Begrafenis van Bruno Vermeulen, vluchteling van Passendale. Hij is het 11de lid in de tweede graad bloedverwantschap van de familie Vermeulen die sterft sedert Nieuwjaar. Nagenoeg allen waren slachtoffers van de tyfus. Ook begrafenis van een persoon van de Kruisstraat. Dikkebus is nu hun dichtste parochie en nagenoeg voor alles komt men naar Dikkebus.

29 mei, zaterdag. Prachtig weer. De pastoor van De Klijte en ik kijken met de verrekijker van pater Gill vanop het kerkhof naar de Duitse loopgraven. Wij zien ze heel goed. Vreemd, als men naar die streek kijkt: alhoewel het reeds volop lente is, toch zijn de bomen van de loopgravenstreek nog bladerloos, ook bijna zonder takken. Alles is afgeschoten en verbrand door het oorlogsvuur. Hier op het kerkhof en ook bij de hofstee van Henri Vandecasteele heeft men het mooiste uitzicht op de Duitse loopgraven. Ieper brandt nog altijd. Het is het ergst in de Elverdingestraat, ook het patersklooster brandt. Rond de middag zijn er granaten gevallen op Ouderdom, aan de molen van Vandevelde en de hofstee van weduwe Derycke. Geen ongelukken. Het zijn de eerste die vallen op het grondgebied van Reningelst (De Klijte uitgezonderd). Zij kwamen uit de richting van Boezinge. De schrik is groot.

30 mei, Drievuldigheidszondag. 75 communies. In de eerste mis zit de kerk goed halfvol. In de hoogmis zijn er wel 100 stoelen te kort. In de hoogmis heb ik afgeroepen dat het Belgische staatsbestuur scholen geopend heeft in Frankrijk. Onderhoud en onderwijs worden kosteloos gegeven door Belgische meesters en meesteressen. Ik durf het nog niet sterk aanbevelen omdat ik nog geen bijzonderheden weet. Het is voor meisjes van 8-16 jaar en jongens van 8-14.

Er hangt ook een plakbrief uit voor de boeren:

dat er hofsteden tijdelijk te pachten zijn in Frankrijk voor de duur van de oorlog;

weiden voor 150 en 170 fr. per hectare in de Calvados;

kosteloos vervoer vanaf Abele.

Nogal wat boeren zijn op het een of ander voorstel ingegaan. Maar verscheidene hebben er geen geluk mee gehad. Verscheidene boeren van Dikkebus hadden samen een weide gepacht in de Calvados, maar aan Abele gekomen met hun dieren hebben zij moeten terugkeren. Ook enkele boeren van Dikkebus hebben weiden gepacht dicht bij het front, waar er geen paarden waren en waar het gras in het algemeen weinig vernield is of ook nog bij de verlaten hofsteden. Helaas, verscheidene dieren werden daar door de granaten gedood. Veel boeren hebben ook weiden gepacht vooraan in Frankrijk, maar hebben toch geen winst gemaakt, deels door de zorgeloosheid van de oppassers maar vooral door de pootziekte, die nogal gewoekerd heeft. Ook lagen de prijzen niet erg hoog.

Op de hofstee van Amand Heugebaert liggen 2 officieren en 7 soldaten begraven. Zeer veel troepen komen aan in de streek. Het is de 14de divisie die naar Dikkebus komt. ’s Avonds om 21 uur en ’s morgens om 3 uur geruime tijd geweldig kanongeschut langs Boezinge.

31 mei, maandag. In de ochtend vallen veel granaten in Vlamertinge, Geithoek. Op die hoek staan 3 zware Engelse kanonnen. Een burger, loopgraafwerker van Reningelst, Abdon Vandewynckel, werd gisterennacht op Voormezele door een kogel op slag gedood. Zijn maten maakten een put en een half uur nadien was hij reeds begraven. De Engelse soldaten van de genie die de loopgraafwerkers vergezellen, zeggen dat ons volk veel te onvoorzichtig is.

1 juni, dinsdag. Plechtige biddag op De Klijte. Gisteren heb ik biecht gehoord, vandaag assisteer ik in de hoogmis. Mooi sermoen door E.H. Serruys, onderpastoor van Poperinge. De Engelse St.-Johns Society stelt voor de zieke burgers thuis te komen verzorgen of ze naar het hospitaal te doen. Zo zullen zij veel dienst bewijzen. Zij zijn nu geïnstalleerd in Vlamertinge, Schaapstal. Een staf is ook in de tenten bij de hofstee van Marcel Coene. Ieper brandt altijd maar verder.

2 juni, woensdag. Deze nacht heb ik weer thuis geslapen daar de granaten ons ’s nachts niet meer storen. Er komen nogal wat ouders om hun kinderen te laten inschrijven voor de schoolkolonies. Nagenoeg alle soldaten die hier aankomen, zijn van het leger van Lord Kitchener. Gruwelijk feit over een O.L. Vrouwbeeld. Nergens is er nog een kalender te krijgen en wij zijn verplicht hem zelf te maken. De torens van St.-Jacobs en St.-Pieters van Ieper vallen rond de middag. Men zegt dat de Engelsen ze hebben doen springen. De soldaten plunderen overal in Ieper en stellen de geplunderde voorwerpen te koop aan de burgers. De Belgische soldaten rijden hier voorbij met een grote karrenvracht matrassen van Ieper. De pastoor van St.-Pieters, E.H. Delaere, rijdt elke dag in auto met een gendarm naar Ieper om kostbaarheden en archieven te redden.

Deze namiddag ga ik naar Poperinge om speciën. De stad schijnt helemaal dood, bijna niemand thuis. Toch is de stad nog maar weinig kapotgemaakt, ongeveer 10 huizen zijn vernietigd en enkele andere beschadigd.

3 juni, donderdag. H. Sacramentsdag. De dag is kalm. In de namiddag wandeling naar Dranouter, waar de heer kapelaan Desmedt berecht is. Hij is niet goed. Tussen de bergen is de streek niet zeer beschadigd. Om 19.30 uur lof.

4 juni, vrijdag. Eerste vrijdag. 140 communies. Om 23 uur brandt de hofstee van Remi Onraet helemaal af. Remi had voortdurend veel soldaten gehad. De dag voordien waren zij met valavond, op 7 na, allen naar de loopgraven gegaan. Men zegt dat zij in de namiddag woorden gehad hadden met Remi. Rond 23 uur begon het plotseling te branden. De soldaten redden hun paarden maar lieten de bewoners slapen. Die ontwaakten pas door het ontploffen van de kogels. Zij hadden alleen de tijd om hun kleren te redden. De soldaten ontkenden alle schuld en zegden dat zij sedert een paar uren weg waren van de plaats waar de brand begon en waar zij vuur gemaakt hadden. Nochtans bestaat er voor niemand van ons de minste twijfel. Verscheidene maanden nadien weet Remi nog niet of hij vergoed zal worden. Kalme dag.

5 juni, zaterdag. Eindelijk is de brand van Ieper gedaan. Hij heeft 12 dagen geduurd. Men laat aan verscheidene inwoners van Ieper toe om onder begeleiding van een gendarm hun meubels te halen. Zo kunnen er sommigen nog iets redden. Zeer kalm de hele dag.

6 juni, zondag. Plechtigheid van het H. Sacrament. Wij doen de processie binnen de kerk. Zeer veel volk aanwezig. 120 communies. Er is weer meer troepenbeweging in de straten van het dorp. Sedert enige tijd zijn geen highlanders meer te zien. Verscheidene Indiase troepen zijn ook in het dorp, het meest langs de kant van Vlamertinge. Zwart van vel, gekleed als Engelse soldaten maar het hoofd kunstig in een doek gehuld. Zij spreken Engels en sommigen ook Frans, zij zijn zeer nieuwsgierig en vragen en talen veel. Zij gaan een half uur ver om melk, staan alles te bezien wanneer men ze bestelt, zijn zeer wantrouwig, maar zijn zelf niet te vertrouwen. Als zij kunnen weglopen zonder te betalen, zullen zij het voor de moeite niet laten. Zij komen af met hun Indiaas geld, de roepie (2,80 fr.) en zijn kwaad dat de mensen het niet willen aanvaarden. Zij kennen de waarde van ons geld niet, of gebaren die niet te kennen en wanneer zij laten wisselen, willen zij meer terugkrijgen dan zij gegeven hebben. De mensen doen liever geen zaken met hen. Zij zijn in het algemeen vriendelijk en beleefd, maar hun nieuwsgierigheid heeft toch de bovenhand. Zij zullen u van top tot teen bekijken en zij kijken bijzonder gaarne door de vensters van de huizen. Zij bakken een soort van pannenkoeken en eten ook een zeker zaad dat zeer sterk van smaak is. Zij verblijven hier verscheidene weken.

Rond 19 uur vallen 3 schrapnels aan het Zweerd. In andere dorpen trekken de vluchtelingen voor het ogenblik een vergoeding. In Dikkebus niet.

7 juni, maandag. In de namiddag vallen granaten voorbij de vijver en ook bij de hofstee van Petrus Storme.

8 juni, dinsdag. In de vroege morgen vallen schrapnels voorbij de vijver. Voortdurend prachtig weer. In de namiddag draag ik mijn lijst van de kinderen die begeren te vertrekken naar de schoolkolonies naar Reningelst. Deze nacht zijn zeer veel granaten gevallen in Vlamertinge tussen de dorpsplaats en Brandhoek, het meest rond de spoorweg. Rond 6 uur worden tussen de hofsteden Doom en Storme 3 bommen gesmeten uit een vliegtuig. 3 paarden zijn gedood, geen mensen.

9 juni, woensdag. Weinig kanongeschut. Het nieuws van de kant van de Russen is niet goed. Ik ontvang 2 zakken kleergoed ‘envoyé par la reine des Belges’ om uit te delen aan de armen. Tegenwoordig is er ook veel geld te verdienen voor het vrouwvolk, hetzij met wassen voor de soldaten, hetzij met kantklossen. De Engelse officieren zijn verzot op onze kant om die als cadeau te kunnen geven in Engeland. Een gewone kantwerkster verdient van 2 tot 3 fr. per dag en zij die goed hun ambacht kennen en naarstig zijn, kunnen het dubbele verdienen. Zo vertelt mij een meisje dat zij in de maand oktober regelmatig 6 fr. per dag verdient. In sommige dorpen delen de Engelsen gratis garen uit. Nog nooit heb ik zo goed het gefluit van de geweerkogels gehoord als vanavond rond 20 uur in de Kapelstraat. Tijdens de nacht was het kanongeschut geweldig.

10 juni, donderdag. Sedert enkele dagen is er een hulppost op de hofstee van Emiel Vandenbroucke. Daar logeert ook een katholiek aalmoezenier van de 14de divisie, O’Connor, pastoor van Manchester. Hij is zeer goed ter tale. Hij komt mij bezoeken en zegt dat er nog altijd veel gewonden zijn.

De Duitsers hebben nu kleine kanonnen om in de loopgraven te schieten en deze te vernietigen. Ook wordt er nu gebruikgemaakt van handgranaten. De Duitsers vinden altijd nieuwe trucs uit. Gisterennacht hadden zij van in hun loopgraven een hol gemaakt dat uitkwam tussen de eerste en de tweede loopgraaf van de Engelsen, en vandaar hebben zij de Engelsen van de eerste loopgraaf in de rug aangevallen en ferm beschoten.

’s Avonds komt een andere aalmoezenier, een pater franciscaan McCann, bij mij logeren.

11 juni, vrijdag, feest van het H. Hart. 125 communies. Niets bijzonders.

12 juni, zaterdag. De hele nacht geweldig kanon- en geweergeschut. In de ochtend zijn veel vliegtuigen op gang. Er wordt naar geschoten met kanonnen en geweren. Meestendeels zijn het Engelse vliegtuigen. In de namiddag ben ik langs de kant van Kemmel gegaan. Het is niet te geloven wat een verschil er is tussen Dikkebus links van de kasseiweg Ieper-Bailleul en rechts. Links staan de vruchten zoals in vredestijd, natuurlijk wat zwakker door onvoldoende bemesting maar in het algemeen weinig vernield. Zo zijn er daar hofsteden die weinig beschadigd zijn, zoals van weduwe Huyghe, Ghesquiere, Alouis Adriaen, Engel Heugebaert. Rechts van de kasseiweg daarentegen ligt bijna de helft van land en weide ongebruikt, het is onmogelijk om het te gebruiken door het kantonnement van paarden of mannen, tenten, loopgraven en wegen overal en door alles heen. Een weg die op sommige plaatsen wel 50 tot 70 meter breed is, gaat dwars door het land vanaf de grintweg voorbij de hofstee van Marcel Coene naar de Ouderdommolen. Wat langs die kant bezaaid is, is veelal vernield en draagt nog geen halve vrucht.

De kanonnen die in de schuur van Remi Lamerant stonden, waren nu weg, maar zij stonden op de hofstee. Zij gingen af toen ik er juist bij was. De officieren waren wantrouwig over mij en deden moeilijk omdat ik geen vrijgeleide kon tonen. Ik bewees in mijn recht te zijn daar ik op mijn parochie was. Terwijl ik daar was, passeerden voortdurend granaten boven ons die ontploften op Hallebast. Op klaarlichte dag waren er daar veel troepen gepasseerd en niet te verwonderen dat zij aanstonds bezocht werden. Deze voormiddag waren er op al die hofsteden veel geweerkogels gevallen die vanuit de loopgraven naar de vliegtuigen geschoten werden. De laatste dagen zijn veel granaten op Kemmel gevallen, toch niet veel op de dorpsplaats. 5 burgers zijn gedood. Sedert een paar dagen vallen nogal wat granaten langs Vierstraat en er is ook meer geweld langs Wijtschate. In de avond vallen veel granaten op Vlamertinge. Zij komen van de kant van Wijtschate. Het is een geschut dat wij hier nog niet gehoord hebben: zij ontploffen tweemaal. De eerste ontploffing heeft plaats ergens boven de vijver, vermoedelijk zeer hoog. Van deze ontploffing hoort men niets en de reden is dat de granaat in het begin een verschrikkelijke snelheid heeft, sneller dan het geluid. Dan hoort men ze al boven ons voortzoeven en na geruime tijd ontploft ze de tweede maal. Het is voortdurend de ene soortgelijke granaat na de andere, alle ontploffen ze rond Vlamertinge-station en kerk. Zo duurt het tot 21 uur. Dan worden er naar Vlamertinge 3 granaten gezonden van de kant van Boezinge, en de laatste heeft helaas een verschrikkelijke uitwerking. De nieuwe kerk, waar alles om ter mooist en ter prachtigst was, vat vuur en in enkele ogenblikken staat de hele tempel Gods in lichterlaaie. Men was weinig vooruitziende geweest en niets was gered en niets kon nog gered worden. Alle ornamenten, beelden, vaandels, meubels enz. zijn in de vlammen gebleven. Het H. Sacrament berustte er niet meer sedert men er geen dienst meer deed. Een paar dagen nadien ben ik naar Vlamertinge gaan kijken. Wat een droevig schouwspel! De toren was halverwege af en geleek nu op de toren van Dikkebus. In het portaal lagen de neergevallen klokken. Voor het overige was er niets meer te zien dan naakte muren en pilaren. Het arduin was gebarsten door de hitte en de prachtige kruisweg, allerfijnst uitgewerkt in steen, was ook geheel gebarsten en afgeschilferd. De brandkast is nog niet open. E.H. onderpastoor Vinck doet dienst op Brandhoek, waar hij ook begraaft. E.H. Lambaere doet dienst op de dorpsplaats.

13 juni, zondag. Eerste mis door Father McCann. Hoogmis door mij. Om 9 uur en om 11 uur missen door Father O’Connor. 300 soldaten in de eerste en 150 in de tweede mis. De aalmoezenier McCann, die bij mij logeert, vertrekt na de middag naar Rozenhil. In de ochtend vallen granaten op de Potente.

14 juni, maandag. Men begint te vrezen voor schaarste van water. In veel plaatsen maakt men waterputten van verscheidene meters diep. De boorden bezet men met stevig houtwerk om het invallen te beletten.

15 juni, dinsdag. Om 8 uur begrafenis van Henri Kindt, 39 jaar, van Voormezele. De brave man had verscheidene maanden onder de granaten geleefd op het grondgebied van Voormezele, nog voorbij de hofstee van Leroye, was eindelijk met zijn muilezel en 3 koeien gevlucht naar Poperinge, kwam nu en dan een voer klaver halen naar zijn land, was zaterdag weer gekomen en werd op zijn land door zijn muilezel doodgeslagen. Hoe droevig!

De Engelsen zenden veel versterking. Iedereen denkt dat er iets ophanden is. De hele dag voortdurend vliegtuigen, Duitse en Engelse, waarnaar veel geschoten wordt. Dat is teken dat men iets in de zin heeft.

16 juni, woensdag. In de avond veel kanongeschut en nog meer geweerschoten. Alleszins een aanval. Inderdaad, de Duitsers vallen aan langs de kant van Wulvergem en doen een loopgraaf springen. De Engelsen vallen aan langs de kant van ’t Hoge. Het is vooral ’s morgens rond 3 uur dat de aanval zeer geweldig is. Die gebeurt links van de kasseiweg naar Menen. Zeer veel granaten vallen op Ieper, in de voormiddag voorzeker wel 380. Met de pastoor van De Klijte ga ik naar Dranouter. De kapelaan is beter en doet mis. Voortdurend kanongeschut, maar het vermindert. Nieuwkerke wordt bijna dagelijks beschoten. De pastoor is altijd thuis, de onderpastoor enkel op zondag. Bij het terugkeren hoor ik granaten vliegen naar Kemmel.

17 juni, donderdag. De aalmoezenier vertelt dat de Engelsen 4 loopgraven veroverd hebben aan ’t Hoge op een breedte van 1250 meter en 160 krijgsgevangenen hebben genomen. Zij hebben veel gewonden, maar de Duitsers hebben nog meer doden en gewonden. In de namiddag ga ik naar Ieper-Kruisstraat om de kinderen te waarschuwen die morgen naar de schoolkolonies mogen vertrekken. Veel granaten zijn daar de laatste 3 dagen gevallen. De gevel van het exercitieplein is ingeslagen. Daar zijn nog veel mensen thuis, maar meestal vluchtelingen. Ik ben tot aan de brug gegaan, verder mag niemand gaan tenzij om bijzondere redenen. Daar heb ik een blik op Ieper geworpen. Wat een droevig schouwspel! Het station staat er nog, maar is zwaar beschoten. De torens zijn alle 4 af tot verscheidene meters onder de naald. Van wat ik zien kan, is wel de helft van de huizen plat en geen een dat niet zwaar door de granaten geleden heeft. Wat de Kruisstraat betreft: verscheidene huizen zijn ook vernietigd en andere zwaar beschadigd. In de weide aan de hofstee van Van Hulle staan veel Engelse kanonnen.

Terwijl ik weg was, van 13.30 tot 14.15 uur, zijn er wel 20 schrapnels gevallen bij en op de dorpsplaats van Dikkebus. Een is gevallen op de eest van Justin Thevelin. Geen ongelukken.

18 juni, vrijdag. Om 10 uur vertrekken 12 kinderen uit Dikkebus naar Wisques, 2 uren voorbij Saint-Omer, Pas de Calais. Zij worden daar gratis aanvaard in het weeshuis, werk van Hare Majesteit de Koningin van de Belgen. Dit weeshuis wordt bestuurd door de zusters van Sint-Juliaan, door aalmoezenier E.H. Declercq, professor van Ieper, en later door E.H. Delaere, pastoor van St.-Pieters. Daaronder zijn 3 meisjes vluchtelingen en 9 meisjes van Dikkebus: Dequeker Maria, Timperman Martha en Madeleine, Cordonnier Judith, Declercq Emma en Maria, De Meulenaere Octavie en 2 kleine wezen van Sengier-Van Renterghem. Zij worden gehaald en met de auto naar Hazebrouck gevoerd. Wat traantjes gelaten en alles gaat goed. De kletskousen gaan hun gang en men hoort veel ongeluksvoorspellingen. Het zijn dezelfden die later mooi zullen spreken om een plaatsje te bekomen voor hun kinderen. Voor die kinderen doet alles in het begin eigenaardig aan daar zij reeds zo lang uit de school zijn en aan alle vrijheden gewend, maar weldra zijn zij er allen zeer tevreden.

Men zegt dat de Duitsers 3 loopgraven heroverd hebben. Het gaat gewoonlijk zo, ze behouden is hier de kunst. Het is de 100ste verjaardag van de Slag van Waterloo. Deze morgen is een katholiek Engels officier begraven op ons kerkhof. 4 gebroeders waren officiers. 3 van hen zijn gesneuveld, de vierde stond bij het graf.

19 juni, zaterdag. Granaten op Vlamertinge, anders niets bijzonders. Sedert 3 weken is de tweede kampcommandant die de graad van luitenant had, weg. Er is een derde gekomen. Een botte kerel die niets anders kan dan de mensen uitschelden. Er is nu een vierde gekomen die niet lastig is maar weinig zijn werk ter harte neemt, maar een goede tolk, meneer Muyshondt van Gent, vergezelt hem. Hij is nu gehuisvest bij Hector Dalle. Sedert enige tijd worden de vrijgeleides gegeven door de chef van de gendarmes en ondertekend door de burgemeester en de kolonel van Ieper.

20 juni, zondag. Veel volk in de missen. Tijdens de eerste mis wordt veel geschoten naar vliegtuigen door de kanonnen die staan bij Comyn. Om 9 en 11 uur missen door de Engelse aalmoezenier in de kerk. Ook om 9 uur op de hofstee van Cyriel Lamerant door aalmoezenier E.H. Belpaire. Op het kasteel Vandenpeereboom 2 missen door E.H. Peeters, aalmoezenier. Nog veel mensen van de Kruisstraat gaan daar naar de mis. De Engelse Friends Ambulance Unit (F.A.U.) van de Aide Civile Belge komt zich vestigen in de villa van wijlen Amand Ghyselen. Vandaar zullen zij de zieken van de omliggende gemeenten gaan bezoeken. Ook veel burgers gaan ter plaatse de dokters raadplegen. Zij zullen daar lang verblijven en veel dienst bewijzen in een streek waar de andere dokters niet gaarne komen. Deze namiddag is de Koningin van de Belgen op de Scherpenberg geweest.

21 juni, maandag. De hele dag veel geschut naar vliegtuigen. Om 9 uur vertrekken dertig jongens van Dikkebus en naburige wijken van Krommenelst en de Kruisstraat naar de schoolkolonies van Parijs. 4 auto’s brengen hen naar Hazebrouck, vandaar reizen zij per trein. De volgende zijn Dikkebusnaren: de gebroeders wezen Bonduelle Marcel, Michel, Roger woonachtig bij hun familie Desmarets, Huyghe Camiel, Forceville Richard en Maurice, Foor Arthur, Deman Maurice, Van Wonterghem Bruno, Cafmeyer Joseph, Leleu Frans en Maurice, Tahon Gustave, Titeca Valère, Van Holme Marcel. Al die kinderen vertrekken uitermate welgezind en komen 2 dagen nadien in Parijs aan. Daar worden zij eerst gelogeerd in een weeshuis in afwachting dat een school op het platteland voor hen gereed zal zijn. Maar deze kinderen hebben in het begin geen kans. Het duurt niet lang of velen worden aangetast door de rode koorts. Verscheidene worden erg ziek. Frans Leleu, 12 jaar oud, sterft ervan. Nochtans worden zij goed verzorgd door de zusters van St.-Jozef van Ieper. Eindelijk geraakt de ziekte gedaan en in de maand oktober vertrekken de kinderen naar Rosay-par-Septeuil bij Mantes, Seine-et-Oise, waar zij allen tevreden en gelukkig zijn. In de namiddag vallen granaten, veel op Vlamertinge, Brandhoek en ook bij de Potente.

22 juni, dinsdag. In de vroege morgen veel geschut naar vliegtuigen. 2 schrapnels, geschoten naar vliegtuigen, zijn niet ontploft en vallen bij de dorpsplaats. In de namiddag maak ik met de pastoor van De Klijte een wandeling naar Kemmel. De hele dag vallen er veel granaten rond de hofsteden van weduwe Huyghe, Remi Lamerant en Van Haecke en ook meer Vierstraatwaarts. In het naar huis terugkeren heb ik een granaat zien vallen op 50 meter van mij. Langs Kemmel staan veel meer kanonnen dan bij mijn eerste reis.

Rond 7 uur begint een Engelse aanval aan ’t Hoge. Zeer geweldig geschut. Op een zeker ogenblik zijn 7 vliegtuigen tezelfdertijd te zien (het is tijdens de oorlog nog gebeurd dat er 11 tezelfdertijd te zien waren). Men hoort het geschut tot rond middernacht. Onze kanonnen van Dikkebus hebben ook geweldig geschoten, zelfs is een van mijn ruiten uitgevlogen. ’s Anderdaags vertelt mij aalmoezenier Father O’Connor dat nu niet alleen het kasteel van baron Devinck maar daar voorbij ook nog de hofstee Bellewaerde in het bezit is van de Engelsen.

23 juni, woensdag. In de voormiddag vallen veel granaten op Millekruis en Ryckewaerts steenoven. Geen ongelukken. In de namiddag vliegen 15 granaten boven Dikkebus naar de Potente en de hofstee van Desmytere. Het zijn weer granaten die tweemaal ontploffen.

’s Avonds ontvang ik bericht dat 45 meisjes vrijdag mogen vertrekken naar de schoolkolonies, het uur zal later aangekondigd worden.

24 juni, donderdag, feestdag van H. Johannes Baptista. 50 communies. Veel mensen in de mis. De hele dag veel geloop om de kinderen te waarschuwen voor het vertrek van morgen. Enkele granaten vallen langs de Kruisstraat.

25 juni, vrijdag. Om 9 uur staan 45 meisjes, allen uiterst welgezind, voor mijn huis de auto’s op te wachten die hen naar de schoolkolonies zullen vervoeren. Maar geen nieuws over het uur en ook geen auto’s. Heeft men ons vergeten? Om 12 uur ga ik naar de villa Ghyselen, waar ik gravin van de Steen de Jehay vind, overste van het Elisabeth-gasthuis van Poperinge. Zij begrijpt het ook niet en om 15 uur brengt zij mij met haar auto naar Watou om uitleg te vragen over de zaak. Meneer Biebuyck, arrondissementscommissaris, is naar De Panne en zijn klerk zegt mij eenvoudigweg dat men het vergeten is. Hoe is het mogelijk! Om 19 uur ben ik weer thuis en de kinderen mogen na 10 uren wachten mistroostig naar huis trekken. De hele namiddag veel regen, die zeer voordelig was voor de vruchten.

26 juni, zaterdag. In de voormiddag enkele schrapnels rond de vijver. Men begint nu veel hofsteden te versterken. Hoge loopgraven en bunkers rondom in alle vormen en met veel prikkeldraad errond.

27 juni, kermiszondag. Men merkt weinig dat het kermis is. Toch veel volk in de kerk. Wel 700 mensen zijn aanwezig in de hoogmis. In de namiddag gaat er toch ook meer volk op estaminet dan de andere zondagen. Ook hebben velen een koek laten bakken. Maar er zijn geen koeien of kalveren geslacht. In de namiddag passeren granaten boven ons hoofd naar Vlamertinge. Weer van die soort die tweemaal ontploft. Bij de hofstee van Jules Forceville wordt een kanonnier door een granaat gedood.

28 juni, kermismaandag. 400 mensen zijn aanwezig in het jaargetijde voor de overleden parochianen, hetgeen zeer voldoende is. Kalme dag.

29 juni, dinsdag, St.-Pietersdag. Niets bijzonders, tenzij enkele granaten boven ons hoofd naar Vlamertinge.

30 juni, woensdag. Om 8.30 uur zegening van de kinderen. Ten minste 200 waren aanwezig. Helaas, wie had er gedacht dat een dag zo mooi begonnen voor onze kerk, zo treurig voor haar zou eindigen. Om 14 uur kwam ik juist van het Engels kerkhof en bevond mij in de Kerkstraat, toen plotseling een granaat afkwam en ontplofte achter het wethuis. Eerst liep ik naar mijn huis maar weldra volgde een tweede, die op de hoek van de Kerkstraat op de stal van Jules Goethals viel en er een koe doodde. Het was verschrikkelijk dichtbij. En het volk van het midden van de dorpsplaats maakte van de korte tussenpoos gebruik om Ieperwaarts te vluchten. Aan de school van meester Nollet konden wij de beschieting zien, maar ook daar moest men voorzichtig zijn, want bij iedere ontploffing vlogen de scherven ijzer rond ons en daarom, wanneer men de granaat hoorde afkomen, moest men zich goed verbergen. Maar na de ontploffing mocht men een ogenblik rustig ademen en uitkijken waar zij gevallen waren. Het ging er waarlijk verschrikkelijk aan toe. 12 grote granaten vielen in veertig minuten tijd, meestal rond de kerk en hoek van de Kerkstraat. Het was al dikke, zwarte en brede rook. Men zag soms de kerk niet meer. Men raadde waar de granaten gevallen waren. O, waarschijnlijk was Gods tempel ook getroffen. Maar plotseling wordt de rookwolk dikker, krijgt ook een wittere kleur en men ziet de vlammen ertussen slaan. Een brand! Waar mag het zijn? Is het soms niet onze kerk? Het is nu een kwartier geleden dat de laatste granaat gekomen is en ik riskeer het eens te naderen. Gelukkig heeft onze kerk nog geen vuur gevat maar het huis van Narcisse Van Eecke juist voor de kerk staat in lichterlaaie. Verscheidene burgers, ook de Belgische gendarmes, zijn reeds volop bezig met blussen. Zo zal het aanpalende huis van Arthur Debaene gespaard kunnen blijven. Helaas, ik hoor ook zeggen dat er granaten gevallen zijn in de kerk en ik sta op het punt ernaartoe te gaan. Ik ben halfweg de Kerkstraat. Maar oef! Een naderend granatengehuil en een obus valt in het sacristiemagazijn. Voorzeker raden de Duitsers dat het volk bij de brand is, en daar zoeken zij het te treffen. Nieuwe vlucht. Ditmaal schuil ik in de kelder van madame Brigou. Nog 5 granaten vallen met korte tussenpozen, waarvan 2 niet ontploffen. Weer houdt het op. Maar ditmaal zal ik niet zo vroeg meer naar buiten komen. En niet zonder reden. Na deze granaten is er weer volk naar de brand genaderd, en zie, na twintig minuten weer een granaat. Zij valt op herberg Het Hoekje, juist naast de brand. Gelukkig is er slechts één gewonde, een Belgische soldaat. Nog 2 granaten vallen, het zijn de laatste.

Waarlijk, ons dorp is bij die beschieting erg beproefd. Een granaat is nog gevallen voor het huis van weduwe August Goethals. De veldwachter Alouis Forceville, die juist op dat ogenblik vluchtte naar de kelder van Jules Adriaen, werd geraakt aan kaak en been en licht gewond. Nog een granaat op het huis van Felix Philippe, de dichtstbije kant wordt ingeslagen. De bewoners zijn gelukkig aan de verste kant en ongedeerd. Een valt op de Neerplaats op het huis van Octavie Sanctorum, en slaat de achterkant in. 11 personen waren in de voorkamer. De stoof werd er omgeslagen en toch waren enkel 2 kinderen Lesage lichtgewond. Een granaat was ook gevallen voor de deur van de pastorie, 2 op het kerkhof, waarvan een in de haag bij de Neerplaats en een in de begraafplaats van de familie van Francis Goethals. Met onze kerk was het ellendig gesteld. 4 granaten waren erop gevallen. Een door het open dak naast de toren en op de hoek van het oksaal gebotst, had het orgel half gekeerd en houtwerk en hek zwaar beschadigd. Een tweede was gevallen boven op het dak van het O.L. Vrouwkoor, tussen het altaar en de biechtstoel van E.H. pastoor, en had een groot gat gemaakt en daaronder altaar en biechtstoel beschadigd en het beeld van de gelukzalige Margarita van Cortona gebroken. Een derde was gevallen achter ons prachtig middenaltaar, had een groot gat gemaakt en was naast het altaar op de muur van het koor terechtgekomen, waar zij een groot stuk afgeslagen heeft. Gelukkig is het mooie altaar ongeschonden. Een vierde granaat eindelijk is gevallen op de hoek van het venster van de sacristie, heeft het venster ingeslagen en ook de muur ernaast en in het magazijn kast en al wat er was vernield. Onze kerk is jammerlijk erg beschadigd, vooral de ruiten. Nu zijn er bijna geen vensters meer die hersteld kunnen worden. Veel volk komt de beschoten kerk bezien en spreekt met deernis over onze lieve kerk, waaraan er deze laatste jaren veel gewerkt was en die zo mooi geworden was. Het is maar nu dat zij voelen hoe dierbaar hun die kerk is. Ook de soldaten komen onze kerk bezoeken en ik merk dat zij te allen kant souvenirs nemen en meedragen. Sommige van geen waarde maar andere van waarde, en daarom laat ik vlug de kerk sluiten. Geen twijfel aan: men wil de kerk vernietigen en de brandgranaat was voorzeker voor haar bestemd. Daarom neem ik het besluit om al het kostbaarste eruit te verhuizen. Een man rijdt met de fiets naar de paters van de Catsberg om te vragen of wij daar onze meubels niet mogen bergen. Onmogelijk. Dan doen wij de vraag aan de E.H. pastoor van Proven, en deze geeft volgaarne wat plaats op zijn zolder. Ook mogen wij kerkmeubelen naar Westouter brengen.

1 juli, donderdag. Reeds vanaf 4 uur zijn wij in de kerk aan het werk voor het verhuizen van de meubelen. Het werk was ver van aangenaam daar de beschieting elk ogenblik kon herbeginnen. Ik doe mis midden in het puin en het stof. God weet of het niet de laatste mis zal zijn die in ons dierbaar kerkje gedaan wordt. Het is waarlijk onbruikbaar geworden en er zal voor een andere bidplaats gezorgd moeten worden. Mijn eerste gedachten vallen natuurlijk op de school van meester Nollet. Deze is veel groter en gelegen aan de veiligste kant van het dorp en zij wordt enkel gebruikt door 3 of 4 soldaten-ordonnansen van de officieren uit ’s meesters huis. Ik ga aan de kampcommandant het schoollokaal vragen. Deze spreekt er de kolonel over aan en het antwoord is dat het onmogelijk is om veel redenen, alle even belachelijk. Een ervan is dat de plaats te gevaarlijk is. De enige ware is dat de officieren uit ’s meesters huis er misschien wat zouden door gestoord zijn. Dan kunnen wij niet verder dan onze intrek nemen in het lokaal van de meisjesschool, dat veel kleiner is en op dat ogenblik de gevaarlijkste plaats van het dorp. Daar brengen wij dezelfde dag nog enkele meubelen naartoe. In de namiddag rijden Hector Wullepit van Langemark en Abel Nollet, dienstdoende koster, met een karrenvracht kerkmeubelen naar Westouter. Gelukkig zijn die dag geen granaten gevallen. Veel meer soldaten en officieren logeren weer op de dorpsplaats. Weer is veel volk van de genie aan het werk voor het wethuis.

2 juli, vrijdag. Reeds om 4.30 uur zijn wij aan het werk in onze nieuwe kapel. Het altaar wordt opgetimmerd en om 7 uur doe ik er de eerste mis met uitstelling van H. Sacrament ter gelegenheid van de eerste vrijdag. De biechtstoel en de communiebank zijn reeds geplaatst en ik deel 70 communies uit. Na de mis weer aan het werk in de kerk en een tweede karrenvracht vertrekt naar Westouter. De beelden staan er op de zolder van de pastorie en de ornamenten, lijnwaad en kleine voorwerpen zitten op de zolder van madame Brigou. Het H. Sacrament berust nu in mijn huis. Meermaals kunnen wij aan het H. Sacrament de nodige eerbied niet bewijzen, maar de Heer, die onze intenties kent en rekening houdt met de tijd, zal het ons gaarne vergeven.

3 juli, zaterdag. De hele dag wordt er gewerkt in de kerk om het orgel te demonteren. De sculptuur wordt afgedaan, de pijpen worden uitgenomen, ook de panelen van de zitplaatsen afgedaan, de biechtstoelen gedemonteerd, ook een deel van de preekstoel om al tezamen weggevoerd te worden. Om 11.30 uur ga ik naar De Klijte. Op de hofstee van Braem zijn 200 Engelse soldaten bezig met loopgraven te maken. Iedereen vindt het gevaarlijk om met zo velen op die plaats te werken bij klaarlichte dag. Men verwacht granaten. Nauwelijks ben ik aan de hofstee van Desmarets, of ik hoor plotseling een granaat afkomen. Ik werp mij in de gracht en nauwelijks ben ik er of zij ontploft op veertig meter van mij vandaan, tussen de hofsteden van Hoflack en Desmarets. Stukken ijzer en aarde vliegen rond mij. Ik loop zo vlug ik kan. Een honderdtal meter verder moet ik mij nogmaals in de gracht werpen. Deze granaat ontploft bij Braem. Nog 7 of acht vallen ook in het rond. Zo hebben de gebouwen van Braem hun zevende granaat gekregen. Slechts 2 soldaten werden gewond.

4 juli, zondag. De kapel van de meisjesschool is zo goed mogelijk geschikt. De eerste mis om 6.30 uur. De kapel vol en evenveel volk erbuiten. Voor de eerste maal ben ik gedwongen de hoogmis buiten te doen. Het schoollokaal is te klein en in de voormiddag te gevaarlijk. Daarom verkies ik de hofstee van Hector Dalle. Een altaar wordt opgericht onder het afdak en het volk staat op het plein van de hofstee. Om 9 uur zing ik de hoogmis, een waarlijk aandoenlijke plechtigheid voor wie de zaak en de toestand overpeinst. Ook veel volk was aanwezig. Een Engelse brigadegeneraal woonde ook de mis bij. Om 9 uur wordt er in de schoolkapel mis gedaan door een Engels aalmoezenier voor 250 soldaten. Ook veel burgers gaan daar regelmatig mis horen. Om 9 uur ook mis op de hofstee van Cyriel Lamerant door de Belgische aalmoezenier meneer Belpaire. Het 7de regiment Belgische artillerie is hier deze week aangekomen. Het bestaat uit 6 batterijen, ieder van 110 mannen en 4 kanonnen. De kanonnen staan meestal van Café Français naar Ieper, ook naar Zillebeke. Gedurende enige tijd staat zelfs een batterij aan het station van Zillebeke. De echelon is op 5 verscheidene hofsteden: 1ste en 2de batterij bij Cyriel Claeys, 3de bij Theophiel Huyghe, 6de bij Benoit Decrock, 5de bij Henri Desmarets en 4de bij Cyriel Lamerant. De staf ervan is op het kasteel van meneer Vandenpeereboom en de hofstee van Henri Derycke. Verder is er nog een hofstee door hetzelfde regiment bezet in Westouter, de hofstee van Rouseré. Daar wordt de verdeling van alle voorraad gedaan. Dit regiment artillerie zit hier ten volle tussen de Engelsen. Hun paarden zijn Engels en zij worden ook door de Engelsen voorzien van eten en munitie. Hun kanonnen zijn Portugees. Ze werden in Frankrijk vervaardigd voor Portugal en dan door de regering weer afgekocht. Bij dat regiment zijn 3 aalmoezeniers: E.H. Peeters, een pater missionaris van het H. Hart die verblijft bij madame Maerten, recht voor het kasteel van meneer Vandenpeereboom, en E.H. Belpaire, neef van juffrouw Belpaire, leraar aan het college van Mechelen. Deze is eerst gelogeerd bij Henri Derycke, later voor een paar maanden bij Henri Lamerant en hij gaat eten met de officieren bij Cyriel Lamerant. In oktober gaat hij wonen bij Henri Derycke. Het zien er alle 2 verstandige en werkzame mannen uit. E.H. Belpaire doet elke zondag mis op de hofstee van Cyriel Lamerant en ook ongeveer elke zondag op de hofstee van Theophiel Huyghe. In de week doen zij dikwijls mis bij de batterijen. E.H. Peeters doet meestal mis in het kasteel van meneer Vandenpeereboom voor soldaten en ook voor de buren van de Kruisstraat. De derde aalmoezenier verblijft in het oudemannenhuis van Vlamertinge, dat hij zelden verlaat. Hij is van het bisdom Namen. In de mis recommandeer ik E.H. Feys, gewezen pastoor van Dikkebus van 1901 tot 1906, bij wie ik twintig maanden coadjutor geweest ben. Woonachtig in Ieper was hij gevlucht naar Krombeke en is er overleden, 72 jaar oud.

Rond de middag vallen weer veel granaten op Hallebast. Het dak van Jules Six wordt helemaal gespleten. ’s Namiddags om 17 uur vallen 3 granaten achter Klein Brussel. Het meisje Elisa Van Eeckhoutte, 9 jaar oud, vluchtelinge van Voormezele, dochter van Edmond, was met enkele andere meisjes daar op straat. Het arme kind wordt verschrikkelijk gewond door de eerste granaat en naar het huis van de Engelse dokters gedragen. Ik geef haar het H. Oliesel en helaas, om 22 uur was zij een lijk. Zij was opgenomen voor de schoolkolonie en had ik die tegenslag niet gehad, dan was zij vertrokken. Haar zusje is een weinig gewond aan het hoofd.

Die avond doe ik een wandeling Kemmelwaarts. Veel granaten vallen aan de kruisstraat naar Voormezele. Een brand is ontstaan aan Vierstraat en is geweldig. Op de hofstee van weduwe Huyghe schieten de kanonnen geweldig. Daar moet ik voor de officieren verschijnen, die mij voorzeker wantrouwen. De ene is een botterik van de laagste soort. Een kanonnier vertelt mij dat de kanonnen schieten naar de loopgraven van Hollandse Schuur.

5 juli, maandag. Tijdens de mis in de kapel valt een schrapnel op de hofstee van Remi Onraet. In de vroege morgen is er een Engels-Franse aanval langs de kant van Pilkem. Van 2 tot 6 uur is het kanon daar zeer geweldig.

6 juli, dinsdag. Om 7 uur begrafenis van Elisa Van Eeckhoutte, het ongelukkig slachtoffer van zondag. In de namiddag vallen een 10-tal granaten rond Hallebast.

7 juli, donderdag. In de namiddag vallen schrapnels op de hofsteden van Henri en Cyriel Lamerant, en wel een 10-tal granaten op Hallebast. Ik hoor toch niets over ongelukken. Gisteren en vandaag verder veel werk om de sculptuur af te doen.

8 juli, vrijdag. 2 wagens kerkmeubelen vertrekken naar Proven, waar ze geborgen worden op de zolder van de pastorie. Zijn geborgen in de pastorie van Proven: de biechtstoelen, de predikstoel, de sculptuur van de zitbanken, de sculptuur en de beelden van het orgel, de orgelpijpen, het beeld van O.L. Vrouw van Smarten en dat van O.L. Vrouw dat boven het altaar stond. In de sacristie zijn onze beste ornamenten. Zijn geborgen in Westouter: alle andere ornamenten en lijnwaad, kandelaars, vaten, kussen, zetels en alle beelden. Ook enkele kleine beelden toebehorend aan meneer pastoor. Het beeld van de H. Sebastiaan, te zeer vermolmd, en dat van H. Margarita van Cortona, stukgeschoten, blijven in de kerk. Het beeld van H. Donatus, patroon tegen donder en bliksem en daardoor ook tegen granaten en oorlogsvuur, tweede patroon van onze parochie, en zeer aangeroepen tijdens de oorlog, willen wij niet wegdoen van de parochie en wij plaatsen het in de kapel. Na de mis zegenen wij bijna elke zondag met de relikwie van de H. Donatus en bijna niemand die de relikwie niet komt kussen. In de kapel plaatsen wij ook nog een O.L. Vrouwbeeld en een beeld van het H. Hart van Jezus, beide van geringe waarde.

In de voormiddag om 11.30 uur valt een Engels vliegtuig bijna pijlrecht neer bij het begin van de vijverdreef, in de bolbaan van het Kasteelhof. Ik heb het zien vallen en ben er na 5 minuten bij geweest. De Duitsers hadden ernaar geschoten en vliegenier of machine werd getroffen en is zo gevallen. De ongelukkige piloot lag helemaal verbrijzeld onder zijn vliegtuig. Om 12.30 uur vallen 2 granaten in Klein Brussel, gelukkig in de hovingen, maar heel dicht bij de huisjes van Scheldeman en Lievin Meerseman. Grote schrik onder de bewoners van die huisjes.

9 juli, zaterdag. In de voormiddag niets bijzonders. In de namiddag doe ik een tukje. Plotseling komt men mij wekken: er is een granaat gevallen, voorzeker niet veraf. Inderdaad, zij was gevallen op het huis van Edmond Verschaeve en had het in brand gestoken. Iedereen was in huis en toch niemand gewond. Een waar wonder! Men vreesde dat de 4 aanpalende huizen zouden branden en niettegenstaande het groot gevaar hebben enkele personen zich geriskeerd om te blussen en hebben ze gelukkig de andere gebouwen kunnen vrijwaren, maar het huis van Verschaeve is tot op de grond afgebrand. Maar de granaten vielen voort. Ten minste 10 zijn er gevallen in een uur tijd. Aan de school van meester konden wij de beschieting zien, maar we moesten ons verbergen telkens als er een afkwam, want de scherven vielen tot bij ons. Een granaat viel op herberg Risquons-Tout. Het is de derde granaat die daar gevallen is en toch, hoe is het mogelijk,’s avonds hebben zij daar weer bier besteld, alhoewel reeds meer dan de helft van het gebouw plat lag. Een granaat is ook gevallen op de schuur van het wethuis, die helemaal vernietigd werd. Een vierde viel op het huis van Alouis Timperman, het hele gebouw was weggeveegd. Een vijfde viel op de stal van Jules Gontier, waar een koe doodgeslagen werd. 2 vielen op de kasseiweg voor het Paradijs. Alle huizen van de omgeving waren zeer beschadigd, vooral het Paradijs en het nieuwe huis van Vermeulen. Er waren er ook gevallen in de hovingen rondom, en een op het kerkhof naast de sacristie. Deze is daardoor vanbinnen zeer beschadigd. Alle ruiten zijn uit en de deuren van de kasten werden in stukken geslagen. Op het kerkhof heeft zij een put gemaakt tot op het lijk van een Engels katholiek officier, luitenant French.

Nauwelijks was de beschieting op de dorpsplaats gedaan of er vielen veel granaten op Hallebast. Helaas, vluchtelingen van Passendale, de familie Bentein, die het huis van Henri Mahieu bewoonden, vluchtten naar Loker en waren juist in Hallebast toen een granaat op hen afkwam. Een jongen van 14 jaar, onnozel, met name Maniel Bentein, werd getroffen en stierf ’s avonds in het hospitaal van Poperinge. Zijn zuster werd ook op 4 plaatsen gewond maar niet zo erg. Het was een verschrikkelijke dag voor Dikkebus en ’s avonds waren er mensen die hun meubels oplaadden en vertrokken. Iedereen begint schikking te nemen om te verhuizen.

Wat vooral droevig is om vast te stellen, dat is dat telkens als er een beschieting plaatsheeft, sluwe soldaten op de loer staan tot de bewoners wegvluchten en dan naar de verlaten huizen snellen om alles te stelen wat hun onder de handen valt. Zo werden vandaag verscheidene mensen, meestal winkeliers, bestolen. Bij Isidoor D’Hellem werd meer dan 30 fr. gestolen. Hij betrapte de dieven maar kreeg er nog een rammeling bij. Toch heeft hij de dief goed genoeg herkend om hem aan te klagen, en hij heeft ook bekend. De dieven komen er soms slecht van af. Zo hebben 2 burgers vandaag een dief ferm afgeranseld.

10 juli, zondag. Mis om 6.30 uur in de school. Het is het feest van de H. Donatus. Minder volk in de mis dan zondag om reden van de beschieting van gisteren. Hoogmis op de hofstee van Hector Dalle. Alles gaat goed tot rond 5.30 uur. Dan wel 15 granaten op Hallebast, geen ongelukken. De kar van Henri Truant wordt in stukken geslagen.

11 juli, maandag. Om 9 uur begrafenis van Francis Verschelde. Het zevende lijk uit hetzelfde huis sedert 15 maart. Tijdens mijn mis vallen er wel twintig granaten op Hallebast. Ik ga in de voormiddag naar De Klijte en voor de zekerste weg ga ik langs de Kemmelgrintweg. De granaten passeren boven mijn hoofd en ontploffen op Hallebast. Het is een vreemde zaak: langs de Kemmelstraat wandelt men vrij en langs de kasseiweg naar De Klijte, alhoewel verder van de vijand, mag men zich niet riskeren. In de namiddag bij het naar huis terugkeren om 17.30 uur hoor ik granaten vallen boven ons dorp. Wanneer ik op de dorpsplaats aankom, komen de mensen juist uit hun schuilplaatsen gekropen. Helaas, het was er schuw aan toe gegaan. Een granaat was gevallen op de hoek van het huis van Jules Noyelle, een op het huis van Jules Mahieu, een naast de put, 2 in de weide, een in het nieuwe huis van meester Deraedt, een op het huis van David. Geen doden, maar vrouw De Coker is erg gewond aan de voet, maar niet dodelijk en naar het hospitaal van Poperinge gebracht. Het zal toch lang duren voor zij genezen is. Nog 2 granaten zijn gevallen in de weide van de burgemeester.

Men klaagt vaak over de baldadigheden van sommige soldaten. Zo is het er op 4 juli schuw aan toegegaan aan het Hemelrijk; er is daar wat bocht van vrouwvolk in sommige huizen waar men bier en koffie verkoopt en waar veel soldaten nestelen. Rond 2 uur is een dronken soldaat gaan aankloppen aan het huis van Rosalie Ryckeghem. Niemand heeft geopend. Dan heeft hij geschoten door de venster in het bed waar Lucie Deroubaix lag. De kogel is op enkele centimeters van haar gepasseerd. Dan heeft hij een tweede kogel geschoten door de achterdeur. Dan is hij naar herberg Het Hemelrijk gegaan, waar hij ook door het venster geschoten heeft. Het is een heel rumoer in de wijk. Veel bewoners vluchtten weg en een oude vrouw die ook vluchtte, werd aangehouden en voor de kampcommandant gebracht. Men zegt dat de soldaat die geschoten heeft zijn geweer heeft achtergelaten en daaraan herkend werd en streng is gestraft. Tegenwoordig zijn het in het algemeen de herbergen niet die het slechtst zijn, maar wel de huisjes waar men koffie bestelt. De herbergen immers zijn enkel voor de soldaten open gedurende 4 uren per dag. Dan is er veel volk en de tijd en de omstandigheden laten het kwaad niet toe. Maar die koffiehuisjes zijn de hele dag open, men vindt er bijna altijd een klein aantal soldaten die er zich bezighouden, en daar is er alle tijd en gelegenheid voor het kwaad. Voeg daarbij dat veel vrouwvolk zowel de soldaten zoekt als de soldaten het vrouwvolk, en ook dat sommige personen vluchtend vrouwvolk in hun huis opnemen, tot aantrekking van de soldaten. Het is ook in veel van die huisjes dat er het meeste wijn en champagne gedronken wordt, alhoewel het nu streng verboden is, en dat sommige soldaten zich hele nachten bezighouden.

12 juli, dinsdag. De voormiddag is kalm en in de namiddag vallen enkele grote granaten voorbij de vijver. Voorzeker zijn ergens kanonniers gewond want de soldaten passeren voortdurend met brancards waarop gewonden liggen. Rond 19.30 uur doen de Duitsers een geweldige aanval langs Steenstraat en Pilkem. De kanonnen zijn geweldig en om 21 uur ruikt men het verstikkende gas. Om 21.30 uur is de reuk van het gas opgehouden en om 23 uur is de kanonnade ongeveer gedaan. Gelukkig dat men de vijandelijke aanval heeft kunnen tegenhouden.

13 juli, woensdag. De kanonnen voor de vliegtuigen staan nu op de hofstee van Hector Dalle. Veel Duitse vliegtuigen zijn vandaag te zien, waarnaar de kanonnen geweldig schieten. ’s Namiddags om 13.30 uur vallen weer granaten op ons dorp. Een valt op het verbrande huis van Edmond Verschaeve, een ernaast op het huis van Edmond Van Isacker, een valt juist naast het huis van weduwe Amand Mahieu en beschadigt erg het magazijn. Nog 2 of 3 vallen in de weide van Jules Gontier. Rond 20.30 uur is er zeer geweldig geschut voorbij Vierstraat. De Engelsen hebben daar een Duitse loopgraaf doen springen. Zij hebben 10 mitrailleurs veroverd en veel Duitsers gedood.

14 juli, donderdag. Enkele granaten over de vijver. Anders niets bijzonders.

15 juli, vrijdag. Vandaag ga ik naar Bailleul om verscheidene aankopen te doen, onder andere scapulieren, een artikel dat sedert verscheidene weken hier in de streek niet meer te vinden is. 4 schrapnels ontploffen in de voormiddag niet ver van de kapel. Geen ongelukken.

16 juli, zaterdag. ’s Morgens om 3 uur doen de Duitsers langs de kant van Zillebeke 2 Engelse loopgraven springen. De wraak voor acht dagen geleden. De Engelsen hadden op hetzelfde uur en ongeveer op dezelfde plaats ook 2 Duitse loopgraven doen springen. Niet veel doden, maar veel gewonden.

Vandaag vertrekt de kampcommandant die op de hofstee verbleef van Hector Dalle, meneer Colmar, de grote mosterdfabrikant van Engeland, een man die zijn zaken niet oppaste en vertrokken is zonder de schulden te betalen. 6 maanden later zijn de personen die hier voor hem gewerkt hebben nog niet betaald. Nu zal er hier geen kampcommandant meer zijn. Er zal meer macht over de burgers gegeven worden aan de Belgische gendarmes. Ook zal hier weldra een inspecteur de Sûreté komen, die hier zal verblijven en deel uitmaken van de politie.

17 juli, zondag. Meer mensen in de missen dan de vorige zondag. Rond de middag vallen 3 granaten bij de kerk, waarvan een niet ontploft. Een valt op het Engels kerkhof. Een op het burgerlijke kerkhof maakt een grote put boven het graf van Ardant du Picq, Frans officier, en verwoest de kruisen van verscheidene andere Franse officieren. Geen ongelukken. In de namiddag vallen veel granaten bij Café Français, dat ingeslagen wordt, en enkele dagen nadien is het gebouw geheel weggevoerd.

18 juli, maandag. Voortdurend zijn de soldaten, Belgische en Engelse, bezig versterkingen en verschansingen te maken overal in het dorp. Ook moeten de burgers hen daarbij soms helpen. De verschansingen zijn meestal aangelegd rond de hofsteden. Sommige hofsteden of andere liggingen worden ware burchten. De voornaamste versterkingen zijn rond Hallebast en verder aan de Van Eeckes molen. Daar zijn loopgraven in alle vormen en hoogten met kelders en alle soorten van communicatie en daarvoor een hoog en breed net van prikkeldraad. Zijn daar bijzonder versterkt: de hofsteden van Braem, Arthur Desmarets, verder Oscar Ghesquiere, Barbez, Gustave Desmarets, Deraedt, Cyriel Onraet, de weide achter de hofstee van Charles Maes, de hofstee van Henri Desmarets, Emiel Comyn, Cyriel Claeys, Spillebeen, de molen van Vermeersch, Dewilde en de tweewoonst.

Men begint de oogst te pikken, die hier op Dikkebus niet het vierde bedraagt van een gewoon jaar. Sommige landbouwers hebben bijna niets. Met anderen, vooral met hen die langs de kant van Kemmel wonen, gaat het tamelijk goed. Het leger heeft de hulp van de Engelse soldaten aangeboden voor het afpikken van de oogst, maar de boeren, die weten wat Engelse soldaten en soldatenwerken zijn, hebben eenvoudig bedankt.

’s Namiddags om 17 uur vallen 2 granaten op de dorpsplaats: een achter het wethuis en een op de voutekamer van Henri Coene. Catherine Vuylsteke, die juist uit de kelder kwam, werd op ten minste 12 plaatsen erg maar niet dodelijk gewond. Valère Coene, die in de winkel was, werd licht gewond aan de bil. Daarna vallen veel granaten tussen Dikkebus en Ieper. En om 20.15 uur wordt het dorp weer beschoten, maar ditmaal met schrapnels. 5 schrapnels ontploffen tussen mijn huis en het huis van meester Nollet. De kogels worden rondgestrooid en ook grote scherven vallen op huizen en wegen. Bij Emiel Charles valt een stuk ijzer van ten minste 6 kilo. 2 Belgische soldaten worden gewond. Het valt zeer zelden voor dat wij op dit uur beschoten worden.

19 juli, dinsdag. Rond de middag vallen veel granaten rond de hofstee van Henri Doom, en ook tussen molenhuis en Hemelrijk. Op de hofstee van Doom worden 3 soldaten gedood. Om 14.30 uur wordt ons dorp weer beschoten. De eerste granaat viel juist voor ons huis in de tuin van Brigou. Door de geweldige schok vlogen 2 ruiten in van de voorplaats, waar wij ons op dat ogenblik bevonden. Wij vluchtten meteen tot aan het huis van Henri Vandamme, waar wij de hele tijd van de beschieting verbleven. Het was er nochtans ook niet ten volle veilig want een stuk ijzer viel er door het dak. Die beschieting was de verschrikkelijkste die ik tot nu toe gezien had. Tweemaal schoot een hele batterij van 4 kanonnen: 4 granaten die tezelfdertijd en op dezelfde plaats ontploften. Wat een vreselijk gehuil en welke verschrikkelijke ontploffingen! Behalve die vielen nog veel andere granaten. Een granaat viel op de Neerplaats op het huis van Romanie Lamerant, een op het huis van René Titeca, waarvan het dak en een deel van de gevel afgeslagen werd. Herberg Risquons-Tout werd voor de vierde maal beschoten en nu lag de hele voormuur in. Een viel op de paardstal van herberg Het Paradijs op dezelfde plaats waar reeds een gevallen was en nu was de hele stal plat en een deel van de keuken. Verder vielen er verscheidene in straten en hovingen.

Na die verschrikkelijke gebeurtenissen denk ik eraan, hoe lastig het ook valt, om van woning te veranderen. Mijn woning is immers op een zeer gevaarlijke plaats gelegen en nergens heb ik een plaats die wat veiligheid biedt om mij te verbergen. Ik acht het ook gevaarlijk nog langer mijn wijn en meubels in mijn huis te laten. Veel huizen zijn immers reeds verbrand of stukgeschoten en zo kan ook al mijn bezit vernietigd worden. Eigenlijk is mijn huis door het grote aantal ruiten en pannen die gebroken zijn niet goed bewoonbaar meer. Het waait en regent erdoor en nieuw glas is nergens meer te vinden. Daarom besluit ik te verhuizen. Mijn meubels mag ik naar de pastorie van Haringe brengen. E.H. Pierret, gewezen onderpastoor van Pittem, wil mij daarin ten dienste zijn. Ik zelf zal gaan inwonen bij Hector Dalle, landbouwer, op 5 minuten van de dorpsplaats. De beste kamer staat er tot mijn dienst. Duizendmaal dank aan die edelmoedige lieden, die hun priester en de goede zaak altijd ten dienste staan. Een deel van mijn wijn kan ik verkopen aan de baas van het Vijverhuis. Een vreemde zaak en wat een verschil van gesteldheid bij het volk. Ik stelde mijn wijn te koop aan een goedkope prijs in Roesbrugge, en daar durfde men hem niet kopen om verscheidene redenen, onder andere omdat het in Roesbrugge te gevaarlijk was en dat men vreesde daar te moeten vluchten. En ik verkoop hem aan iemand die nog veel dichter bij de vijand woont dan ikzelf. Daar zal hij verkocht worden onder de granaten. Aan 1,40 fr. dooreen, waaronder de beste wijn van de voorbije eeuw.

Verhuizen zorgt voor ellende

20 juli, woensdag. Verhuizen zijn ruizen, en ik ondervind het genoeg, vooral in zulke omstandigheden. De hele dag worden mijn meubels ingepakt.

Geen granaten. Weer veel highlanders op de dorpsplaats.

21 juli, donderdag. Hélène gaat met 2 vrachten meubels naar Haringe. Geen granaten.

22 juli, vrijdag. De 5de divisie verlaat het dorp en trekt naar Arras. Ook de hulppost van Vandenbroucke vertrekt. Het is de 17de die langs hier komt. Veel granaten vallen aan de Canada, ook aan de hofsteden van Henri en Cyriel Lamerant en Henri Desmarets. Ook schrapnels boven de hofstee van Remi Onraet. Ik was er dichtbij. De vrouw van Remi Vercruysse van de Canada en een vluchtelinge worden gewond en naar het hospitaal van Poperinge gevoerd. Grote schrik rond die hoek, waar men de granaten nog niet gewend is.

Vandaag ga ik bij Hector Dalle inwonen en bewaar het H. Sacrament nog enige tijd in mijn huis. Maar weldra vind ik dat het daar ook niet meer veilig is en ik berg het dan in mijn kamer op de hofstee.

23 juli, zaterdag. Zeer veel vliegtuigen. In de namiddag granaten rondom, tussen Hallebast en Canada en Ouderdom en verder tot aan Schaapstal langs de kassei van Poperinge en zelfs tot op 10 minuten van de kerk van Reningelst. 2 soldaten worden gewond bij de weduwe van Jules Derycke en ook paarden worden gewond bij de kinderen van Henri Verhaeghe en bij Hector Coene. Het is de eerste maal dat er granaten zo ver gevallen zijn. Wel veertig zijn er gevallen tussen 1.30 en 3.30 uur.

24 juli, zondag. Veel volk in de missen. Veel jongelingen die morgen moeten verschijnen voor de militieraad en, indien goed bevonden, dadelijk moeten vertrekken voor de klas van ’15, zijn te communie gekomen. Weer zijn er soldaten in het huis van Justin Thevelin. Rond 5 uur vallen schrapnels, 5 of 6 voorbij de weide van Opsomer en bij de hofstee van Lemahieu. In de avond ontmoet ik pater Gill, aalmoezenier, die naar de hofstee van Marcel Coene gaat om er de biecht te horen van een ter dood veroordeelde, deserteur sedert september, die morgen gefusilleerd moet worden. Ik geef hem een H. Hostie die moet dienen voor de laatste communie van de ongelukkige. Op de hofstee van Marcel Coene liggen reeds 3 gefusilleerden. Ik heb hun graven gezien en nergens vond ik graven die zo goed onderhouden waren als deze. Marcel Coene vertelt mij dat de soldaten vaak die graven bezoeken. Misschien is er daar bijgeloof in het spel. Een ander bijgeloof, zeer ingeburgerd bij de Engelsen, is het hoefijzer aan de deur. In veel kantonnementen zult gij het hoefijzer vinden.

25 juli, maandag. Mis gezongen voor het geestelijk en tijdelijk welzijn van de jongelingen die heden moeten vertrekken naar het leger. In de namiddag vallen zeer veel grote granaten bij de kanonnen over de vijver en ’s morgens om 8 uur schrapnels over Dikkebus naar de Potente.

Onze jongelingen rijden met koetsen en vrachtauto’s naar Watou, waar het militieonderzoek plaats heeft. Enkelen worden voorgoed vrijgesteld: Lamerant Georges, Van Suydt, Hennekin Robert, Dumortier Florent, Lemahieu Maurits, Heugebaert Valère, Van Elstlande Maurits, Breyne Camiel, Goethals Maurits, Gouwy Joël. Enkelen worden uitgesteld voor 3 maanden: Nollet Abel, Barbez, Timperman Achiel, Cannaert Elie, Vermeulen Cyriel, Boudry Jules. Deze laatsten omdat zij tyfus gehad hebben. Ook Lauwyck Camiel en Vandecasteele Maurits. Worden aangenomen als soldaat; voor de cavalerie: D’Hellem Maurits, 19 j.; voor de jagers: Leeuwerck Gaston, 19 j.; voor de lansiers: Van Haelewyn Cyriel, 23 j.; voor de infanterie: Coene Daniel, 23 j. (die dokter wordt), D’Hellem Achiel, 25 j., Pyck Karel, 21 j., Pyck Henri, 19 j., Lamoot Edmond, 20 j., Stamper Camiel, 20 j., Vandenbussche Camiel, 25 j., Hoedt Jerome, 19 j., Verroest Achiel, 20 j., Derycke Camiel, 20 j., Baeke Aimé, 25 j., Baeke Camiel, 20 j., Spenninck Florent, 21 j., Decrock Camiel, 22 j., Claeys Hilaire, 20 j., Nollet Hilaire, 20 j., Cuvelier Maurits, 20 j., Ooghe Marcel, 20 j., Devos Arthur, 23 j., Buseyne Adrien, 19 j., Leroy August, 22 j., Leroy Marcel, 21 j., Bucquoye Gaston, 21 j., Nollet, 20 j., Lauwyck Jules, 24 j. Bij de artillerie als smid: Devos Valère.

Alle infanteristen worden naar Fécamp gezonden, waar zij content zijn. Zij blijven er tot 14 december en worden dan naar het kamp van Auvours gezonden; de anderen naar Parigné-l’Evêque, waar zij in het geheel niet content zijn.

26 juli, dinsdag. Ik krijg bericht van de arrondissementscommissaris dat 70 meisjes en 50 jongens mogen vertrekken naar de schoolkolonies van de staat. Daarop ga ik de hele dag rond om de kinderen te waarschuwen. In de namiddag vallen granaten aan Sint-Hubertushoek rondom, soms wel 5 minuten na elkaar. Een valt op de hofstee van Vermeulen, 3 soldaten worden doodgeslagen bij Van Eeckes molen. Ik was juist ter plaatse en heb mij gedurende geruime tijd moeten verbergen.

27 juli, woensdag. Kalme dag. Alleen hoor ik dat tijdens de nacht granaten zijn gevallen op Hallebast.

28 juli, donderdag. 51 jongens en 53 meisjes van Dikkebus, het Hemelrijk en de Kruisstraat vertrekken van 7.30 tot 9 uur, met Engelse auto’s naar Poperinge. Vandaar met de tram naar Adinkerke, waar de koningin hen komt groeten en lekkernijen uitdelen. Van Adinkerke met de trein naar de Seine-Inférieure. De jongens zullen belanden in de schoolkolonies van Grandes-Dalles en Caudebec-en-Caux en Sassetot-le-Mauconduit en de meisjes in die van Saint-Paër en Saint-Valery-en-Caux. Al deze plaatsen zijn gelegen in de Seine-Inférieure en het zijn allemaal kolonies van de staat. In Saint-Valery-en-Caux wordt de kolonie eerst bestuurd door de zusters van Temse en na een paar maanden door de zusters van Geluveld en Zandvoorde. Daar zijn de volgende kinderen van Dikkebus: Huyghe Ivonne en Germaine, dochters van Alfons, Capoen Rachel, Huysser Martha. Smagghe Maria, Perdieu Marguerite. In Saint-Paër wordt de kolonie bestuurd door de zusters van Houthulst. E.H. Van Themsche, onderpastoor van Voormezele, wordt er aalmoezenier. De volgende meisjes van Dikkebus worden ernaartoe gezonden: Huyghe Maria en Irma, dochters van Theophiel, Depoorter Maria. Deman Julia. Devos Godelieve, Turck Bertha, Onraet Marguerita, Maria en Martha, dochters van Cyriel, Jourquin Marie, Leleu Rachel, Titeca Blanche, Vandamme Hélène, Aernout Agnes, Warlop Laura, Leroy Irma en Madeleine, dochters van Theophiel, Vandermarliere Esther en Blanche, dochters van Jules, Spenninck Martha, Haeyaert Maria, Capoen Maria, Desmarets Marguerite, Cafmeyer Maria. In Grandes-Dalles, waar E.H. De Saegher, principaal van het college van Ieper, aalmoezenier is, zijn de volgende jongetjes van Dikkebus: Leeuwerck Valère, Dumortier Gilbert, Vandamme Gerard, Aernout Odiel, Spenninck Elie, Sinnaeve Germain, Haeyaert Richard, Vandermarliere Marcel en Daniel, Gombeir Marcel, Ooghe Adrien en Sylvestre, Bendel Maurits, Truant Maurits. In Caudebec-en-Caux zijn de volgende jongetjes van Dikkebus: Depoorter Cyriel, Haelewyn René en Arthur, Desmarets Georges en Maurits, Smagghe Leon, Warlop André, Vansevenant, Neels, Deconinck Maurits, Deleu. In Sassetot-le-Mauconduit is van Dikkebus alleen Remi Declercq. Al deze kinderen zijn daar uiterst goed, zoals blijkt uit hun brieven en zoals men het ook verneemt van hen die ze daar gaan bezoeken. Toch is men in de ene kolonie beter dan in de andere.

In de namiddag om 15 uur vallen granaten rond burgemeesters en de molen. Een schrapnel valt op de schuur van de burgemeester. Nog vluchtelingen en Dikkebusse families vertrekken naar het Franse.

29 juli, vrijdag. ’s Morgens rond 3 uur geweldige aanval van de Duitsers rond ’t Hoge en verschrikkelijk geschut tot rond 7 uur. Ditmaal werpen zij vitriool. Wij vernemen dat de Duitsers daar 3 loopgraven veroverd hebben. In de namiddag trekken veel troepen naar de loopgraven, waarschijnlijk voor een tegenaanval.

15 kinderen van 3 tot 8 jaar oud trekken naar de schoolkolonies van het Frans-Amerikaans comité. Ik en de veldwachter gaan mee met de auto naar Hazebrouck. Vandaar worden die kinderen onder de zorg van E.H. Serruys van Poperinge naar Parijs gevoerd. Van Dikkebus zijn Capoen Maurits en Provoost Cyriel, die verblijven in Maison St.-Marie, Oulins (Eure et Loire). Ook nog Vandamme Anna, Maria en Martha, dochtertjes van Henri, Aernout Denise en Ivonne, dochtertjes van Arthur, en Yvonne Foor, die verblijven in Parijs, Rue Bonnet 20. Die kinderen zijn daar goed, maar enkele worden ziek, het ergst Maria Vandamme. Een deel van die kinderen is bij de zusters van St.-Jozef van Ieper. Wanneer wij in Poperinge aankomen, vallen juist granaten, wel 20, waarvan er 7 niet ontploffen. Wij moeten geruime tijd wachten voor wij de stad kunnen binnengaan.

30 juli, zaterdag. Men gaat rond om op te nemen welke gronden onbebouwd gebleven zijn door de oorlog. Dit wordt gedaan voor heel Dikkebus. Daarvoor zijn geen bevelen, het is enkel een voorzienigheid van het gemeentebestuur om later de schadevergoeding te kunnen vragen. Het huis van Jules Lauwyck, waarvan enkel een hoek stukgeschoten was, laat men geheel en al springen om de stenen te bezigen voor het herstel van de wegen. Het nieuwe grote huis van meester Deraedt, waarvan enkel een binnenmuur vernield was, onderging bijna hetzelfde lot. Reeds lagen de kepers eraan om het om te trekken. Gelukkig dat de Belgische gendarmen ertussen kwamen en zo de Engelsen in hun vernielingswerk konden tegenhouden. Deze week is er ook gevochten tussen Belgen, burgers en soldaten, tegen Engelsen die ruzie maakten.

In de vroege morgen rond 3 uur doen de Engelsen een tegenaanval en heroveren de verloren loopgraven. ’s Avonds van 19 tot 21 uur doen de Engelsen een aanval aan Hill 60, zo genoemd omdat die plaats onder dat nummer aangeduid staat op de kaart van het leger.

Sedert enkele dagen zijn de Belgen gekleed in kaki. De stof is alleen wat bleker dan van de Engelsen. Deze van de Canadezen is wat groener.

1 augustus, zondag. Tamelijk veel geschut in de dag. Veel in de avond.

2 augustus, maandag. In de voormiddag vallen veel zeer grote granaten rond de hofstee van Emiel Van Haecke bij de kanonnen.

3 augustus, dinsdag. In de morgen vliegen granaten boven Dikkebus naar Ouderdom. Het kasteel van ’t Hoge is weer in de handen van de Duitsers. De Duitsers hadden het eerst veroverd, de Engelsen heroverd, nu hebben de Duitsers het weer veroverd. Zij hebben nog een tweede aanval gedaan, maar deze is mislukt. De Engelsen hebben 2500 mannen verloren, waaronder de generaal en de voornaamste officieren. Zij wisten niet meer wat te doen en zij hebben zich in wanorde teruggetrokken. Dit was Kitcheners leger. Dat verneem ik uit goede bron.

4 augustus, woensdag. In de ochtend zijn granaten boven Dikkebus naar Reningelst gepasseerd en ze zijn op de hofstee van Steen niet ver van de dorpsplaats van Reningelst gevallen. In de nacht zijn 18 granaten gevallen op Poperinge. Men voert een wagen meubels van E.H. pastoor naar Proven, waar zij geborgen worden op de zolder van de pastorie. Het is al wat er nog in de pastorie gebleven was. Soldaten zijn gisteren in mijn huis binnengedrongen en zij hebben al de mooiste klederen gestolen die ik van de Aide Civile Belge voor onze armen gekregen had.

5 augustus, donderdag. Vandaag begraaf ik een kind van de Kruisstraat. Weer zijn er troepen in pastorie en klooster. In de nacht is er zeer veel passage door het dorp. Omdat de straten door de regen in slechte staat geraakt zijn, moet het vervoer dat gewoonlijk door die straten trekt nu gebruikmaken van de kasseien. De boeren gaan hun vruchten oogsten zo ver als zij kunnen of mogen. Sommige pikken ’s nachts. Nochtans worden zij dikwijls onderbroken door het geschut en moeten ook vluchten. Jules Goudeseune pikt zijn rogge en gaat ze opstuiken in Westouter. De oogst heeft veel graan, maar weinig stro. Het stro is zeer kort bij gebrek aan mest en regen.

6 augustus, vrijdag. In de namiddag rond 18 uur vallen enkele schrapnels boven de plaats. Ik ben juist in de Kerkstraat. De stukken springen rond mij. Geen ongelukken.

7 augustus, zaterdag. Veel geschut in de nacht. Sedert enkele dagen schieten de Engelse kanonnen veel ’s nachts, vooral van 2 tot 3 uur. In de namiddag, van 15.30 tot 16 uur, vallen weer schrapnels op de dorpsplaats en rond de Melkerij. Een groot stuk ijzer valt door de achterkeuken van Hector Dalle, waar ik verblijf. Op sommige plaatsen lagen de kogeltjes zo dik dat men geen stap kon verzetten zonder erop te trappen.

8 augustus, zondag. De Engelse aalmoezenier, pater Potter, jezuïet, doet mis om 10 uur in de kapel voor de Engelse soldaten. Tegenwoordig wordt er door de soldaten veel stout gedronken. Er zijn reeds verscheidene stout-marchands. Zij gaan de drank halen naar Roesbrugge of Abele, en verkopen hem aan de herbergiers, eerst tegen 74 fr. later tegen 68 fr. en nog later tegen 58 fr. De herbergiers verkopen de stout tegen 30 centime het glas, en later moeten zij hem verkopen tegen 25 centime. Er wordt ook veel mengsel gedronken van stout met Belgisch bier, men noemt het ‘half-enhalf’. Kolen zijn omzeggens niet meer te krijgen. Men betaalt ze in Bailleul 6 fr. voor 100 kilo.

9 augustus, maandag. ’s Nachts om 2.30 uur zeer geweldige aanval van de Engelsen. Nog nooit sedert de Engelsen hier zijn, waren de kanonschoten zo geweldig. De kanonnen schoten op een front van Vierstraat tot Boezinge, maar het geweldigst rond ’t Hoge. De kanonschoten volgden even rap als de schoten van een mitrailleur. Het duurt tot rond 7 uur en het was vooral de 3 eerste uren zeer geweldig. 2 granaten vallen op de dorpsplaats, waarvan een op de stalling van herberg Au Faisan d’Or en die van Swyngedauw. Men vertelt dat de Engelsen 3 loopgraven heroverd hebben en een mooi aantal krijgsgevangenen gemaakt hebben. 100 zijn in de voormiddag gepasseerd door Poperinge. Vlamertinge en Poperinge werden de hele dag geweldig beschoten. In Poperinge mag gedurende 3 dagen niemand de stad binnen. De hele dag zijn de kanonnen geweldiger dan gewoonlijk.

10 augustus, dinsdag. Het eerste deel van de nacht is geweldig. Het tweede kalm. H. Communie gedragen naar de zieken.

11 augustus, woensdag. Vandaag heeft de betaling plaats voor het kantonnement van de Franse troepen. 135.000 frank wordt uitgedeeld, veel meer dan alle pachten van heel Dikkebus bedragen. Geen enkele parochie heeft, bij mijn weten, zo wel gevaren. De simpele soldaten zijn geschat aan 21 centimes en de officieren aan een frank. Ten tijde van de Fransen was er nog veel stro en de meeste soldaten hadden stro gehad om te slapen. Aan scholen en klooster samen is 1396 fr. toegezegd, aan een boer zelfs meer dan 5000 frank. Maar een jaar later zullen de Fransen nog niets van schadevergoeding betaald hebben.

Wij lezen in de krant dat de Engelsen in de aanval van maandag 3 officieren en 124 soldaten gevangengenomen hebben en 3 mitrailleurs. Het kasteel van ’t Hoge is heroverd en zij zijn in het geheel 1100 meter vooruitgegaan.

Zeer grote marmieten vallen op Vlamertinge, de meeste op en rond de spoorweg. Het is een vervaarlijk geluid wanneer zij in de lucht voorbijzoeven en toch is de ontploffing niet al te lawaaierig. Ik verneem dat ook de pastoor van Nieuwkerke, E.H. Vander Heyde, op een hofstee woont en mis doet in een schuur.

12 augustus, donderdag. De hele dag nogal kalm, behalve rond 17 uur, aan de kant van Zwarteleen en ’t Hoge. Het is al rook wat men ziet, het is een aanval van de Duitsers. Hij duurt een half uur.

13 augustus, vrijdag. In de voormiddag vallen granaten op de hofstee van Henri Doom. In de namiddag begraaf ik een katholiek soldaat die er doodgeslagen werd.