1 januari, zaterdag. Tweede nieuwjaar onder het vuur. De kapel zit vol volk, er zijn zelfs stoelen te kort. Het is een kalme dag. Men hoopt in het algemeen dat de oorlog nog dit jaar hier in de streek zal eindigen.
2 januari, zondag. In de missen bied ik het volk mijn nieuwjaarswensen aan. Ik bied ook die van E.H. pastoor Dassonville aan. Ook vandaag weinig geschut.
Veel burgers doen grote tering en er zijn veel drinkpartijen van champagne. Velen die hun geld gemakkelijk verdiend hebben, zullen het even gemakkelijk kwijt geraken.
3 januari, maandag. In de namiddag vallen granaten rond de hofstee van de burgemeester.
4 januari, dinsdag. Het is vandaag een jaar geleden dat de Engelsen hier aankwamen. Geen bijzondere gebeurtenissen.
5 januari, woensdag. In de ochtend vallen veel grote granaten rond de Razelput en rond de hofsteden van Emiel Thuylie en Remi Lamerant. In de namiddag moest ik langs daar voorbijgaan. Bij Brutsaert viel een granaat op 70 meter van mij. Daar staan zeer veel kanonnen langs de beek en bijna op alle hofsteden, misschien wel 50 op een front van 1 kilometer. In de avond daar weer veel granaten.
Reeds sedert 14 dagen hebben de Engelse dokters hun succursale (chateau Angillis) hier verlaten en zijn in Elisabeth in Poperinge gaan wonen. Maar elke dag om 9.30 uur komen zij hier weer en stellen zich ten dienste van de burgers.
De Belgische soldaten hebben op de hofstee waar zij gekantonneerd zijn kleine tenten vervaardigd, waarin zij wonen en slapen, soms met 3 boven elkaar. Zij hebben geen kanonnen meer aan de Menenpoort. De gezondheidstoestand van burgers en soldaten is reeds de hele winter uitmuntend. Reeds verscheidene soldaten van de klas van ’15 zijn op het front en komen in verlof.
6 januari, donderdag, Dertiendag. 15 kinderen vertrekken naar de scholen van de koningin van Wulveringem-Vinkem. Het zijn: Oscar en Jules Lamerant, kinderen van Cyriel, de 4 oudste meisjes van Cyriel Decroos, Julia en Maurits Verschelde, Godfried, Louis en Rosa Dalle, Julien Brigou, Antoine Minne, Julien Debaene, Louis Deconinck. Die kinderen zijn daar bijzonder goed naar ziel en lichaam.
7 januari, vrijdag. Veel geschut langs Steenstraat.
8 januari, zaterdag. Reis met Hector Dalle en Arthur Minne naar Saint-Jans-Cappel, waar wij meester Deraedt gaan bezoeken. De brave man, alhoewel hij nog niet berecht is, is toch zeer ziek. Hoe tevreden was hij met ons bezoek! De wegen langs daar zijn veel beter dan langs Dikkebus. Als ik hier naar de kerk ga, maak ik me bijna even vuil als naar Cappel.
In de ochtend weer veel geschut langs Steenstraat. Sedert enige tijd horen wij bijna geen geweren noch mitrailleurs meer.
De Engelse aalmoezenier jezuïet Wolferston zegt mij dat hij gisteren in het nieuwe huis van Vermeulen een luitenant van de Engelse genie gedoopt heeft die werkzaam was op het plein voor het wethuis.
9 januari, zondag. Niets bijzonders.
10 januari, maandag. Tijdens de nacht veel kanongeschut. Enige Engelsen hebben een aanval gedaan en zijn een Duitse loopgraaf gaan innemen om hem te bekijken. Zij hebben de soldaten die erin waren gedood, er waren er maar weinig in. Zij hadden hun gezicht zwart gemaakt om niet zo vlug gezien te worden. Wel 100 van die zwarte duivels zijn hier deze morgen gepasseerd.
In de voormiddag is er nogmaals veel geschut langs Steenstraat. Sedert enige dagen begraaft men weer op het Engels kerkhof. De eetzaal van de pastorie dient als dodenkamer. Telkens als ik ernaartoe ga, vind ik er lijken.
11 januari, dinsdag. Om 15.30 uur 5 schrapnels boven de hoeve van Cyriel Claeys.
12 januari, woensdag. Kalme dag.
13 januari, donderdag. Niets bijzonders.
14 januari, vrijdag. Schrapnels ontploffen boven de vijver en er vallen veel granaten achter Krommenelst. Rond Ieper vallen er elke dag zeer veel granaten. Loopgraafwerkers gaan werken tussen Ieper en Brielen en zeggen dat het er daar zeer schuw aan toegaat. Ook worden zij meer betaald omwille van het gevaar.
Nieuws dat de Belgische artillerie 7de regiment naar Frankrijk gaat rusten. Zij zijn hier gekomen in het begin van mei, eerst enige weken in Brielen en Vlamertinge, dan weldra in Dikkebus. Nog nooit is een regiment artillerie zo lang zonder te rusten op het front gebleven. De reden is waarschijnlijk dat zij hier moeilijk gemist konden worden. Enigen zijn tevreden wat te mogen rusten. Tenzij de rust geruime tijd zou duren, zouden anderen liever blijven, omdat zij het hier zo goed hebben ingericht. E.H. Belpaire, aalmoezenier van de 2de groep, zegt dat zijn groep 18 doden en 40 gewonden heeft. Dat is op zo’n 450 mannen.
Het werkplein van de Engelse genie voor het wethuis is bijna helemaal geruimd. Het is verplaatst naar Ouderdom. 50 straatwerkers zijn afgedankt, maar zij krijgen weldra werk bij een divisie. De grote kanonnen van De Klijte zijn weg. Ik ontvang 1377 fr. voor de pastorie.
15 januari, zaterdag. Van 11 tot 15 uur vallen voortdurend granaten aan de Groene Jager. Soms is er geen minuut tussen. Er vallen er wel 150. Het gaat er verschrikkelijk aan toe rond de hofsteden van Ampe en Polydor Desmedt. Daar staan immers grote Engelse kanonnen, die eindelijk ontdekt zijn. 2 Engelse soldaten werden er gedood.
16 januari, zondag. Geen granaten. Vandaag vertrekken de Belgische soldaten van de hofstee van Decrock. De Engelsen die hen moeten vervangen, zijn reeds aangekomen.
Gisterenavond werd er aan de Canada gevochten tussen Engelse en Belgische soldaten. Een Belg werd zijn arm doorstoken. Er zijn ruziemakers in beide legers. Het gewone verwijt van de Engelsen tegenover de Belgen is ‘Fake Belgium’. Sommige dagen lopen er veel soldaten dronken. Gisterenavond was het een gehuil en een gebries van alle duivels door al die dronken soldaten die van de dorpsplaats kwamen.
Silvère Nollet, hoofd van de timmerlieden, werd gisteren aangehouden onder de dwaze beschuldiging van spionage. Pas na 5 dagen werd hij losgelaten.
17 januari, maandag. Eerste uitbetaling van het vluchtelingengeld. Rond de 1100 frank wordt uitgedeeld aan 33 vluchtelingen. In de namiddag geeft een Engels militair muziek gedurende 3 uren concert in de zaal van het wethuis. Men zou waarlijk niet peinzen dat het oorlog is en zich in de kermisweek wanen. Er is kantine in het huis van Alouis Borry. In de Engelse kampen zijn er bijna overal recreatiezalen van de Y.M.C.A. (Young Men’s Christian Association) voor cinema, lezing, schrijven enz., ook voor protestantse diensten.
18 januari, dinsdag. Granaten vallen aan Café Français. Een Belgische luitenant wordt zijn oog uitgeschoten en een Engelse soldaat erg gewond. Ook de 2de en de 3de batterij van de Belgen aan de hofstee van Claeys vertrekt. In de tweede batterij zijn er veel schuwe gasten.
19 januari, woensdag. Bezoek van Z.E.H. deken De Brouwer en de arrondissementscommissaris. Zij bezoeken kerk en school, waar Z.E.H. deken, apostolisch afgevaardigde, een korte toespraak houdt voor de kinderen. Z.E.H. deken is moedig en gaat gemakkelijk over de ongemakken van de oorlog heen.
20 januari, donderdag. Bericht door een tolk van de 50ste divisie dat Jules Baeke, soldaat van 3de jagers te voet, gesneuveld is in Impe op 21 augustus 1914.
Meester Julien Deraedt, sedert 1879 katholiek onderwijzer, zeer ijverig voor de goede zaak, is gisteren overleden in Saint-Jans-Cappel.
Er ligt reeds een spoorweg vanaf Abele. Hij passeert bij Schaapstal, naast de hofstee Verhaeghe-Cossey, dan langs Charles Cannaert, naast Ryckewaerts steenoven, naast Emiel Vandermarliere, voorbij de kasseiweg van Kemmel en zo naar Loker. Men maakt een effen bed waarop men stenen of zeezand aanbrengt, doorgaans een halve meter diep. Daarna zware bielzen. De trein loopt enkel ’s nachts. Ik merk dat de toren van St.-Maartenskerk is afgeschoten. Van de Halletoren blijft slechts een van de 4 spitsen staan.
21 januari, vrijdag. Niets bijzonders.
22 januari, zaterdag. Ik ga vandaag naar de begrafenis van meester Deraedt, met de burgemeester en Hector Dalle en enige andere vrienden. Ik doe mis in mijn kamer op de hofstee van Hector Dalle. Ik moet immers zeer vroeg mis doen en op dat uur is het verboden zich op straat te begeven en bijgevolg is mis doen in de kapel onmogelijk.
Veel granaten vallen vandaag aan Café Français. Een jong meisje met een slechte reputatie wordt weggebracht naar Frankrijk. Nochtans is men verre van streng. Een bericht betreffende publieke vrouwen is naar alle gemeenten gekomen. Wij achten het zeer voorzichtig er aan niemand over te gebaren, het zou meer kwaad dan goed doen.
23 januari, zondag. Deze nacht vallen 2 bommen uit vliegtuigen op Poperinge. Een valt op het huis van Hector Wullepit en doodt een Belgische tolk, de heer Block van Antwerpen, een christelijke gedienstige jongen die verleden jaar 2 maanden in mijn salon gedineerd heeft. Zijn begrafenis werd bijgewoond door alle tolken van de streek.
24 januari, maandag. Bij de batterij zijn de gebroeders Derycke aangekomen, zonen van Henri van aan het kasteel van meneer Vandenpeereboom. Ze zijn van de klas van ’15 en hier pas sedert 8 dagen aangekomen.
De kolen zijn buitengewoon duur. Men moet ze duur betalen in Bailleul of Abele, waar zij aankomen. Doch de schuld ligt vooral bij de kooplieden, die te veel willen verdienen. Zo zijn er hier mensen die 11,50 fr. per 100 kilo, thuis afgeleverd, moesten betalen. Cokes werden gekocht voor 90 fr. per 1000 kilo. De burgemeester heeft zijn cichoreibonen verkocht voor 48 fr. per 100 kilo. Een landbouwer doet nu zijn cichoreien uit langs de Kapelstraat en betaalt als dagloon 4 fr. per dag boven op kost en bier.
De dorpsplaats is beslist wat gevaarlijk, maar de voornaamste reden is dat het volk bedorven is door de hoge lonen die zij van het Engelse leger krijgen.
25 januari, dinsdag. Het is zeer helder weer. Niet te verwonderen dat veel Duitse vliegtuigen een kijkje nemen. In de namiddag vallen veel granaten rond de vijver. Een valt op de herbergplaats van het Vijverhuis, maar boort zich niet door de voutekamer. 2 Engelse officieren, een Franse tolk, de zoon van een Franse generaal en 1 soldaat worden gedood. De Franse tolk wordt begraven in Reningelst.
26 januari, woensdag. Op Krommenelst, Hemelrijk, Vierstraat, Vandenpeereboom kasteel en Geithoek worden de mensen aangemaand voor 8 februari hun woonplaats te verlaten. Eerst is de maatregel algemeen, dan maakt men weldra uitzondering voor de boeren. Sommige boeren die geen buren meer hebben en bijgevolg ook geen werkvolk meer, kunnen niet anders dan ook hun hoeve te verlaten. Op sommige plaatsen is men gewillig. Op andere niet. Sommigen worden met rust gelaten, anderen zijn weerspannig. Zo gebeurde het tussen Vierstraat en Kemmel. Zij werden door de gendarmen met geweld op een auto gestoken en afgeladen in Poperinge, waar zij 5 fr. betaalden voor logement in de gendarmerie waarna zij ’s anderendaags weer naar hun woning kwamen.
De inspecteur de Sûreté die hier sedert augustus in herberg Het Paradijs verblijft, wordt verplaatst naar Proven. Zijn gedrag liet te wensen over en vandaar onregelmatigheden in zijn dienst. Sedert enige tijd was hij ook in ruzie met de Belgische gendarmen. De inspecteur van Proven, de heer Vanderkelen, komt naar Dikkebus.
27 januari, donderdag. In de voormiddag vallen granaten aan de Muizenval. Men doet metingen voor een spoorweg in de weide en hofplaats van Hector Dalle. Toch besluiten wij daar nog niet uit dat deze er zekerlijk zal komen, vermits men dat reeds op verscheidene plaatsen gedaan heeft, zonder dat daar gevolg aan gegeven werd.
28 januari, vrijdag. Met E.H. pastoor van De Klijte breng ik een bezoek aan de schoolkolonies van Wulveringem. Wij reizen door drie fronten. Het Engelse tot aan de bossen tussen Poperinge en Krombeke, dan het Franse tot aan de IJzer (Stavele-brug), verder het Belgische. Ik merk dat de Belgen de flinkste soldaten van allen zijn. Zij zien er fris en proper uit. Ik kwam hun ruiterij tegen, hun paarden waren in goede staat. De Franse troepen zijn allen territorialen (87ste divisie), zij zien er versleten en moe uit. Zij zijn er reeds 5 maanden en zullen waarschijnlijk weldra door andere afgelost worden. Voor hen waren het zoeaven, goede vechters. Wij bezoeken de kolonies, alles is prachtig ingericht, alles in hout en gelijkvloers. Slaapzalen, eetzalen, klassen, alles om het properst en geriefelijkst. Er is een grote sectie voor kinderen boven de 8 jaar en een kleine voor kinderen vanaf 2 jaar. Jongens en meisjes zijn samen in de klas en op de speelplaats, maar zullen weldra een verschillende speelplaats hebben. De koningin staat aan het hoofd van de scholen. De grote sectie heet Charles-Theodoor, de kleine Marie-José. Het onderwijs wordt gegeven door schoolmeesters (2), zusters en juffrouwen. Daar zijn ook verscheidene juffrouwen om op de kinderen te passen. De dienst wordt gedaan door Belgische soldaten, meestal van de oudste klassen. De geestelijke bestuurder is E.H. Declercq, leraar retorica van het college van Ieper. In het begin liet het gesticht in godsdienstig en zedelijk opzicht wat te wensen. Sommige ongodsdienstige personen wilden zich in het begin te veel met de zaak bemoeien en de opvoeding naar hun opvatting keren, maar dankzij de werking van E.H. Declercq is alles in de goede zin veranderd. Alle onderwijzeressen en ongeveer alle juffrouwen zijn katholiek: er zijn 8 zusters penitenten van Poperinge en 4 zwarte zusters van Ieper. De kost is er goed en gezond, en de kinderen zijn er uiterst tevreden.
Ik merk dat er op het Belgische front veel minder soldaten zijn dan op het Engelse.
29 januari, zaterdag. Kalme dag.
30 januari, zondag. In de kerk geef ik lezing van de brief van de Belgische bisschoppen aan de Duitse bisschoppen. De Belgische artillerie vertrekt na volle 8 maanden verblijf hier. Deze mannen verdienen waarlijk hun rust. Tegen woensdag zullen allen weg zijn. Zij gaan rusten langs de zee op een paar uren van Calais.
31 januari, maandag. Vannacht hebben de Engelsen aangevallen in Wulvergem. Zij hebben een voorpost veroverd, de soldaten gedood en twee officieren en een soldaat gevangengenomen. Die zijn door Loker gepasseerd.
1 februari, dinsdag. Vijf meisjes vertrekken naar de schoolkolonies in Frankrijk. Het zijn Rachel en Gabrielle Comyn, Martha Van Cayseele, Alice Spenninck en Alice Godart van Mesen. Zij worden in de kolonie van Saussay-par-Yerville (Seine-Inférieure) geplaatst. Landbouwer Mouton van Voormezele, die gevlucht is op de hofstee van Pattyn, ook in Voormezele nabij het exercitieplein, vertrekt vandaag naar Frankrijk. Nu is er dus geen enkele burger meer op het grondgebied van Voormezele.
Vandaag ga ik naar Reningelst de pensioenen ontvangen van het gestorte geld. Ik heb toelating gekregen van de minister om ze te gaan ontvangen in plaats van de oude mensen, die niet zelf kunnen komen. Daardoor ben ik overal welkom.
Het is helaas maar al te waar dat de spoorweg door de hofstee van Hector Dalle zal komen. Men begint er reeds de grond gereed te leggen.
2 februari, woensdag, feest van O.L. Vrouw-Lichtmis. Niets bijzonders.
3 februari, donderdag. De werkers aan de spoorweg zijn Canadezen. De weg wordt geëffend. Waar de grond te hoog is, wordt hij gescheurd met ploegen, die de soldaten zonder het te vragen gaan ‘lenen’ in de hofsteden. Dan wordt de aarde in bakjes opgeschept en met de paarden weggevoerd hetzij in de laagten hetzij langs de kanten. De rails liggen reeds aan de hofstee van Decrock. In de avond staan de varkenshokken en de koestal van landbouwer Jules Maerten (Kapelletje) in brand door de onvoorzichtigheid van de soldaten.
4 februari, vrijdag, eerste vrijdag. Charles-Louis Hoflack, die vier maanden geleden weggevoerd werd naar Neuville bij Montreuil omdat men tyfusmicroben bij hem gevonden had en hij daardoor als een gevaar voor anderen aangezien werd, is zuiver verklaard en mocht binnen enige dagen naar huis terugkeren. Binnen een paar maanden zal Pauline Boone ook mogen terugkeren.
5 februari, zaterdag. Kalme dag.
6 februari, zondag. Vandaag was er veel plaats te kort in de kerk. Er was immers veel meer volk dan gewoonlijk daar er geen mis meer gedaan werd op het kasteel Vandenpeereboom en bij Cyriel Lamerant. In de namiddag schieten onze kanonnen geweldig.
7 februari, maandag. De 3de divisie vertrekt en de winkels worden weer geopend. In de voormiddag voortdurend gevecht tussen vliegtuigen. De Duitse vliegtuigen werpen bommen rond Busseboom en Brandhoek. Het meisje van landbouwer Verraest wordt erg gewond.
8 februari, dinsdag. De 17de divisie komt de 3de vervangen. Dat is de divisie die de dorpsplaats zo kapotgemaakt heeft en zoveel huizen vernield. De eerste voormiddag hebben zij reeds het zink van de pastorie afgedaan en na een uur reeds een van mijn deuren verbrand.
De hele avond zenden de Duitsers lichtstralen in de lucht om te zien of er geen verraad is, juist zoals de Engelsen het verleden jaar deden vanuit Poperinge. De Duitse stralen gaan waarschijnlijk uit van Beselare of Dadizele.
9 februari, woensdag. Weer veel vliegtuigen die veel naar elkaar schieten met mitrailleurs. Ook de kanonnen schieten ernaar. Weinig vliegtuigen worden neergeschoten door de kanonnen, maar veel door de mitrailleurs. Om 10 uur werpt een Duits vliegtuig een bom op de tenten rond Arthur Cafmeyer. In de namiddag twee bommen vanuit een vliegtuig in het Prolbos. In de ochtend en de avond geweldig geschut langs Steenstraat en Reninge.
10 februari, donderdag. Ik doe de schatting van de schade veroorzaakt door de 3de divisie en zend een reclamatie in van 260 fr. voor het klooster en 428 fr. voor de pastorie.
Deze nacht weer veel kanongeschut. De gendarmes gaan rond om de voorraad aardappelen op te nemen. Er zijn kooplieden die speculeren met de prijs van de aardappelen en het is om zoiets te beletten. Er zijn burgers die naar Ieper gaan werken voor 8 fr. per dag. Door Ieper mogen geen soldaten meer passeren, al die er voorbijkomen moeten een bijzonder pas hebben. Men ziet er alleen nog enige gendarmes.
11 februari, vrijdag, feest van O.L. Vrouw van Lourdes. Zestig communies. De hele dag regen.
12 februari, zaterdag. De hele nacht geweldig kanongeschut langs Langemark. De laatste bewoners van Krommenelst vertrekken, ook het Vijverhuis is verlaten. Voorbij de vijver blijft nog landbouwer Leroye.
Sedert enige tijd is het erg verslechterd voor de kantwerksters. Er is maar weinig vraag meer naar kant.
Het hele jaar heeft het nog niet gevroren. Er komt een verordening dat de personele belastingen van 1915–1916 moeten worden betaald. Het kanongeschut langs Langemark en Steenstraat blijft geweldig in de voormiddag maar wordt nog veel geweldiger in de namiddag. ’s Avonds vallen veel schrapnels rond Café Français.
Onnozele laster van de Engelsen over de Belgen! De Engelse batterij die de Belgen bij Café Français vervangen heeft, werd de eerste dagen fel beschoten. Daarop verspreidden de Engelsen het bericht dat de Belgische artilleristen spionnen waren omdat zij daar nooit beschoten werden. Het is vooreerst onwaar dat de Belgen daar nooit beschoten werden. Rond Kerstdag immers hebben zij daar verscheidene mannen verloren. Doch de Engelse batterijen worden gewoonlijk veel eerder ontdekt dan de Belgische omdat hun poeder veel meer licht geeft dan het Belgische en vooral omdat zijzelf veel onvoorzichtiger zijn. Zij verlaten veel te vaak hun schuilkelder en worden zo door de Duitse vliegtuigen veel eerder ontdekt. Zulke laster werd niet alleen verteld door de soldaten maar ook door de officieren. Hoe is zoiets toch mogelijk! Het is pijnlijk voor de Belgen om hele dagen als spionnen verdacht te worden. Enkele dagen geleden vertelden de ordonnansen van de officieren hier dat het de Belgen waren die Poperinge beschoten. Waar mogen zij toch zulke gedachten opgedaan hebben? Geen burgemeester, geen priester die niet meer dan eens als spion aangezien werd!
13 februari, zondag. 9.30 uur mis door pater Potter voor Engelse soldaten. Als uitslag van de kanonnade van zaterdag meldt het communiqué dat de Duitsers aangevallen hebben aan het Sas en Steenstraat, maar door de Fransen en Belgen tegengehouden werden. De Engelsen hebben bij Pilkem twee loopgraven verloren doch ze heroverd. In de namiddag verscheidene Duitse vliegtuigen. Granaten worden uitgeworpen: 2 bij de hofstee van Honoré Indevuyst, 1 bij de hofstee van Planckeel, 1 aan de gevel van Henri Hoedt bij de Melkerij, 1 aan de schaapstal ook bij de Melkerij. De laatste twee zijn niet ontploft. 1 valt bij Maurits Lemahieu en blijft in het gewelf van de varkensstal steken zonder te ontploffen. Wat een geluk! Maurits en een varkenskoopman waren juist in de stal. Zij hoorden de granaat zoeven, en wat waren zij verwonderd wanneer zij ze daar boven hun hoofd zagen.
14 februari, maandag. Ik begin de dagelijkse lering ter voorbereiding van de plechtige communie. Drie dagen per week in de school en drie dagen in de Paddebroek. De voormiddag is kalm. Om 14 uur ga ik naar het Engels kerkhof de namen opnemen van de soldaten die daar begraven liggen. Er loeit een hevige wind. De loopgraven van Vierstraat worden geweldig beschoten. Het is al rook wat ik zie. Nu en dan vallen ook granaten tot bij de hofsteden van Forceville en Verschelde, dan nog dichter rond Brutsaert en Emiel Ghesquiere en het Zweerd. Gelukkig verlaat ik het kerkhof want geen 5 minuten gaan voorbij of een granaat valt op 7 meter ervandaan. Weldra is het dorp aan de beurt. Een granaat valt op herberg Het Vet Zwijn bij Felicie Hennekin, twee soldaten worden er zwaar en Celine Goethals van Moorslede licht gewond. Dak en binnenmuren zijn geheel vernietigd. Een valt in de gevel van het huis van Alouis Haeyaert en nog verscheidene rond het Paradijs op wegen en hovingen.
In de avond verschrikkelijk geschut langs Voormezele en Zillebeke. Ik merk ook langs die kant een groot rood licht. Dan zie ik ook rode sterren opgaan. Een Engelse sergeant zegt mij dat het signalen zijn waardoor de Engelsen spoedige hulp vragen. Het is inderdaad een Duitse aanval. De soldaten worden uit de herbergen gehaald, enige moeten vertrekken, andere moeten zich gereedhouden. De hele nacht is er veel beweging en verder geweldig kanongeschut.
Twee dagen later meldt het communiqué dat de Engelsen over een breedte van 600 meter achteruitgetrokken zijn, tussen Zwarteleen en het kasteel van madame Mahieu, dat tussen de spoorweg en de Komense vaart ligt. Ook een kleine achteruitgang bij ’t Hoge.
15 februari, dinsdag. Onstuimig weer. Ik ga langs de spoorweg naar Reningelst. Het is een korte en gemakkelijke weg en bijzonder proper, wat men sedert lang niet meer gewoon is. Zoals te verwachten was, doen de Engelsen in de avond een tegenaanval. Het kanongeschut is nog geweldiger dan gisteren. Jammer dat hij maar half gelukt is. Het communiqué meldt inderdaad dat de Engelsen enkel een deel van de verloren loopgraven heroverd hebben. De 17de divisie heeft grote verliezen geleden.
16 februari, woensdag. Men herstelt goed de kasseiweg van Hallebast naar De Klijte. Anderhalve meter grint naast de kasseien, eerst langs de ene kant en rond Pasen ook langs de andere kant.
17 februari, donderdag. Niets bijzonders.
18 februari, vrijdag. Om 7.30 uur komen vier Duitse vliegtuigen de lijn overgevlogen. Zij vliegen laag en om de Engelsen te bedriegen, schieten de Duitsers er zelf naar. Een laat twee bommen vallen op de hofstee van Henri Doom, waar 1 soldaat gedood en 5 gewond worden. Daarna keert een vliegtuig aanstonds terug in de Duitse rangen. De drie andere vliegen tot bij Abele, werpen er 15 bommen en keren dan vlug terug. Alles heeft geen kwartier geduurd.
Ankeren: dobbelen; ‘crown and anchor’ spelen
19 februari, zaterdag. In de namiddag vallen veel granaten en schrapnels aan het Hemelrijk. In de avond om 21 uur heeft er een gevecht tussen burgers en dronken soldaten plaats in herberg De Vrede bij Edward Vercruysse. Hoe alles juist gebeurd is, blijft nog onbekend. Men zegt dat burgers en ook soldaten aan het ankeren waren. Allen waren min of meer beschonken. Er ontstond eerst twist tussen de soldaten. De burgers deden hen buitengaan, hetgeen na veel moeite eindelijk lukte. Doch nauwelijks waren zij buiten of een soldaat stampte de deur in. Daarop nam de zoon Vercruysse een broodmes. Een man van Westouter, knecht bij Jules Gontier, trok ook zijn mes, en beiden begonnen maar te slaan en te steken in de hoop soldaten. Het ongelukkige gevolg was dat een Engelse soldaat gedood werd en een Canadese gewond. Een uur later werden 4 burgers die aanwezig waren aangehouden, waaronder Ployaert, die reeds een uur in zijn bed lag. ’s Anderdaags na verhoor werden er 2 vrijgelaten maar Vercruysse en Wousten werden meegevoerd. Vercruysse is van verdere straf ontslagen door zich aanstonds te engageren in het leger. Het eigenaardige is dat er in het huis rechtover bij Jules Noyelle Engelse officieren waren en dat er niet een wilde buitenkomen wanneer men hen liep halen om het gevecht te doen ophouden. Zij zeiden: ‘Het zijn onze soldaten niet en dat gaat ons niet aan.’
Nieuws van het Kaukasisch front: Erzurum is door de Russen ingenomen.
20 februari, zondag. Het is helder weer en de vliegtuigen zijn bedrijvig. Tien minuten na de eerste mis werpt een Duits vliegtuig 2 bommen rond de hofstee van de burgemeester en 1 in de straat naast de hofstee van Edward Debaene op 60 meter van de kapel. Om 9 uur mis door pater Barteley O.S.F., 60 burgers waren er aanwezig. Ik zorg er nu elke zondag voor een derde mis te hebben omdat er anders veel te veel volk buiten moet blijven. In dit seizoen is dat niet aangenaam en velen vinden dat een reden om niet meer naar de mis te komen of weer te keren naar de herbergen.
Tijdens het lof en daarna de hele namiddag vallen er veel granaten in en rond de vijver. Ik heb van dichtbij de granaten zien vallen in het water. Het was één gespetter en één stoomwolk, wonderlijk om te zien. Ook aan de Geithoek vallen veel granaten. Een rij huizen wordt er ingeslagen.
21 februari, maandag. In de namiddag Duitse aanval rond ’t Hoge. Hij mislukt. Men ruikt lichtjes het gas. Het volk van de kant van Vierstraat en de lage Basseye wordt ook geëvacueerd.
22 februari, dinsdag. In de namiddag verschrikkelijke kanonnade rond Steenstraat en Pilkem. Zij duurt 3 uur. Men ruikt lichtjes gas, misschien komt dat voort van granaten. De Duitse aanval is mislukt.
Het is nu waarlijk winter: vorst en sneeuw. In de nacht worden twee grote kanonnen geplaatst bij de molen van Bailleul, een juist naast de molen en een in de tuin achter het huis. Op de brug van het werkplein voor het wethuis staat een autorevolverkanon om naar de vliegtuigen te schieten. De autokanonnen staan aan de hofstee van Vermeersch. De revolverkanonnen schieten met kleine obussen of grote koperen kogels van 15 cm lang en 4 breed. De hofstee van Vermeersch zit dus volop in het vuur.
23 februari, woensdag. Een zeer groot kanon, nog groter dan dat bij de molen, wordt op de hofstee van Jules Forceville geplaatst. Een van dezelfde grootte op de hofstee van Henri Vandecasteele. Het zijn zeekanonnen: R.M.A. (Royal Marine Artillery). Het volk wordt ondergebracht in de Neerplaats en de pastorie. Daar is ook de R.G.A. (Royal Garisson Artillery). Als ik de mond van de kanonnen aan Forceville en Vandecasteele bekijk, zijn het volgens mijn oordeel 380’ers en is dat van de molen 300. Een gewone man kan door de buis kruipen. Bij het zien van die kanonnen vraagt iedereen zich af wat er nu gaat gebeuren. Veel mensen hopen dat de Engelsen het grote offensief zullen inzetten. Ik heb het kanon bij Vandecasteele zien plaatsen, meer dan honderd man werkte eraan. Men bediende zich van verschrikkelijke machines, tractoren met wielen van drie meter hoogte en 0,80 meter breedte, om het op zijn plaats te trekken. Drie zulke tractoren voor een kanon.
Om 15 uur vallen 3 granaten: 1 bij de Hert, 1 bij Van Eeckhoutte en 1 voor het huis Vandevyvere aan de Melkerij. Helaas is hier een jammerlijk ongeluk te betreuren. Victor Adam, 16 jaar oud, vluchteling van Wijtschate en knecht bij Vandevyvere, was voor de deur een wagen aan het laden. De jongen dacht niet aan enig gevaar daar de eerste twee granaten nog op een tamelijk grote afstand van hem gevallen waren. Plotseling komt er een derde af. Had hij zich plat gegooid in de wagen, hij was niet geraakt geworden, maar waarschijnlijk moet hij uitgekeken hebben waar de granaat zou vallen. Zij ontplofte op 5 meter van hem vandaan. Een scherf vloog in zijn hoofd; zijn hersens lagen rondgestrooid. Hij was ogenblikkelijk dood. De soldaten namen de arme knaap op en droegen hem naar het hospitaal van de Melkerij. ’s Avonds brachten zij zijn lege geldbeugel met zijn verblijfsvergunning. De 40 fr. die erin staken waren verdwenen. ’s Anderendaags hebben de soldaten van het Rode Kruis, die reeds twee dagen zonder geld zaten, zich dronken kunnen drinken. Hoe droevig! ’s Anderdaags heb ik Adam begraven.
Men is uiterst streng voor het verlies van de verblijfsvergunning. Reeds twee- of drie maal is het gebeurd dat wie de zijne verloren had, veel moeite heeft moeten doen om een andere te krijgen. De mensen zouden liever 100 fr. verliezen dan hun vergunning. De kanonnen aan de molen hebben voor de eerste maal geschoten. In de buurt is reeds de helft van de ruiten stuk. Op het Hemelrijk wonen nog slechts 5 families. Aan de molen verlaten ook veel mensen hun woning. Met reden vreest men het antwoord van de Duitsers.
24 februari, donderdag. In de nacht vallen veel granaten aan de Kemmelbeek. In de namiddag ben ik langs de grintweg van Kemmel gegaan. Het kanon van Vandecasteele schoot drie schoten, de granaat vloog boven mijn hoofd. Wat een verschrikkelijke slag en wat een machtig gezoef! Ik dacht dat de granaat naar een punt op minstens 15 kilometer afstand gezonden werd en volgde het gezoef, maar tot mijn grote verwondering ontplofte de granaat na minder dan een minuut. Ze kan voorzeker niet veel verder gegaan zijn dan de loopgraven. Toen ik bij Forceville kwam, was men juist bezig het kanon te laden. De koperkleurige granaten zijn kerels van minstens 1,30 meter hoog en 38 diameter. Men rolde ze naar het kanon. Er lagen er maar twaalf op een camion, die daarmee zijn volte en vracht had.
25 februari, vrijdag. Het is een buitengewoon koude dag, sneeuw en vorst. Men hoort het eerste nieuws van de Duitse aanval rond Verdun.
26 februari, zaterdag. Om 7.15 uur werpt een Duits vliegtuig een 12-tal bommen op Reningelst, de meeste rond de hoogte, 3 op de dorpsplaats. 1 valt in de tuin van E.H. onderpastoor, waar een deel van de ruiten uitvliegt. In de namiddag gaan de kanonnen geweldig tekeer. Deze week zijn ook verscheidene malen granaten op Poperinge gevallen.
27 februari, zondag. Betrokken lucht, geen vliegtuigen. Om 9 uur mis door pater Potter. De grote kanonnen hebben vannacht verscheidene malen geschoten. Zij schieten ook in de namiddag. Wat een verschrikkelijke slag als het kanon van Forceville afgaat. Men zou zeggen als van een grote granaat die op enkele meters van u valt. Van huizen op 400 meter van het kanon vliegen de ruiten uit. Veel mensen hebben een strook papier kruisgewijs over hun ruiten geplakt. Als het kanon van Forceville schiet, kunnen zij die op enige afstand van het kanon staan de granaat door de lucht zien vliegen.
In de namiddag vallen 5 granaten rond de hofstee van Henri Breyne. Op de hofstee van de burgemeester werkt de Canadese genie, die nog met 150 man vermeerderd is, koortsachtig aan het versterken van de kant van Vierstraat. Misschien wordt een aanval voorbereid.
Ik ontvang de vastenbrief van Z.E.H. kanunnik De Brouwer, deken van Ieper en apostolisch afgevaardigde, aan de gelovigen van het onbezette deel van het bisdom Brugge. Het is een zeer mooie brief, die zeer gewaardeerd wordt door priesters en gelovigen. Ik geef er lezing van, de eerste en de tweede zondag van de vasten. Alleen op Aswoensdag en Goede Vrijdag is het verboden vlees te eten. Andere verstervingen worden enkel aangeraden.
In de mis heb ik de maatregelen afgeroepen tegen de gasaanvallen. Gasmaskers zullen uitgedeeld worden in de gendarmerie en iedereen moet ervan voorzien zijn.
28 februari, maandag. Betrokken lucht, geen vliegtuigen. In de namiddag, maar het meest in de avond, geweldig geschut. Het kanon van Forceville schiet 5 schoten, dat aan de molen wel 50. In de namiddag vallen granaten aan de Geithoek, bij Doom en aan het kasteel van Hynderick. In de avond veel gasgranaten voorbij de vijver. Men ruikt ze.
29 februari, dinsdag. Helder weer. In de ochtend veel Duitse vliegtuigen, waarop geschoten wordt. Een Duits vliegtuig vliegt boven de molen terwijl de grote kanonnen schieten, en aanstonds worden zij ontdekt. Om 15 uur zenden de Duitsers hun eerste granaat ernaartoe en zij valt op enkele meters van het kanon. De molen is een gemakkelijk mikpunt. Zij schieten gedurende anderhalf uur. Ten minste 40 schrapnels en 20 granaten vallen op en rond de hofstee van Vermeersch. Gewoonlijk 3 schrapnels samen, van die zwarte soort die zo vervaarlijk knetteren door de lucht. 3 vallen op het huis van Vermeersch, de eerste terwijl de bewoners en soldaten er nog in zijn. 1 officier en 3 soldaten worden gedood en 12 gewond. Leonard Vermeulen en het jongste kind van Vermeersch worden lichtgewond. Een valt op het wagenhuis en een op de stal van Vermeersch. Een wonder ding: de balken en de kepers lagen tussen de koeien en geen enkele koe was door het geschut getroffen. Een gasgranaat viel in het huis van Alouis Pauwels. Zoldering, kelders en binnenmuren werden in stukken geslagen. De volgende morgen ben ik gaan kijken en het was er nog onverdraaglijk door het gas. Verscheidene andere huizen werden ook beschadigd. Om 17 uur valt een granaat achter de Congo.
1 maart, woensdag. Reeds sedert 3 dagen spreekt men van een aanstaande Engelse aanval. Om 5 uur schiet het grote kanon van Forceville. Dat is het signaal en aanstonds zijn alle kanonnen van het hele front van Voormezele en een deel van Wijtschate en Zillebeke aan het werk (op een lengte van 6 tot 7 kilometer). Alle schieten zoveel als zij kunnen. Men hoorde de kanonschoten veel vlugger dan men ze tellen kon. Met Hector Dalle sta ik de kanonnade te bekijken en samen trachten wij na te gaan hoeveel kanonschoten er ongeveer in een seconde gelost worden. Na aandachtig luisteren besluiten wij dat de kanonnen van de kant van Dikkebus alleen (d.i. op een front van amper 4 kilometer) ten minste 9 schoten lossen per seconde. De beschieting duurt nagenoeg 45 minuten, bijna de hele tijd even geweldig. Daarna wordt alles stil. Wij maken onze rekening en vinden dat er van de kant van Dikkebus alleen, in 3 kwartier rond de 24.000 ijzeren souvenirs naar Pieten-Duits gezonden werden. Het was nu alleen een aanval van artillerie. Geen infanterieaanval is erop gevolgd. Een deel van de 3de divisie is teruggekeerd om aan deze aanval deel te nemen. Deze divisie heeft onder militair oogpunt een goede reputatie.
2 maart, donderdag. Om 4.30 uur, een weinig voor dageraad, herbegint de aanval van de Engelsen, weer met hetzelfde geweld. Ik ga buiten het vuurwerk aanschouwen, zo wreedaardig onder de kanonslagen in de duisternis van de nacht. De kanonnen langs de kant van Ieper schieten meer dan gisteren. Na een half uur begint het geweld wat te verminderen. Nochtans wordt er de hele dag veel meer geschoten dan gewoonlijk. Na het eerste geweld zijn de infanteristen uit de loopgraven gesprongen en hebben ze zich meester gemaakt van 2 loopgraven links van Sint-Elooi die ze op 14 februari verloren hadden. Zij maken 240 krijgsgevangen. Ze zijn in de namiddag door Reningelst getrokken. Het was kloek volk, uiterlijk kalm, maar in slechte kledij en vermoeid door het gevecht.
3 maart, vrijdag. De hele nacht voortdurend kanongeschut. Men zegt dat een compagnie Engelsen bijna ingesloten was en de Engelsen hebben hen voortdurend moeten beschieten om hen te verlossen.
4 maart, zaterdag. Zeer slecht weer de hele dag. Ik had enkele vrienden verwacht voor de biddag, maar slechts één kwam: E.H. Serruys, onderpastoor van St.-Jan van Poperinge, die ik gevraagd had om te preken en biecht te horen. Wel 200 mensen kwamen in de namiddag te biechten. Rond 15 uur vielen enige granaten tussen de hofsteden van Maurits Lemahieu en Camiel Derycke.
5 maart, zondag, biddag. Prachtig gelukt. 418 communies. In alle 3 de missen kort sermoen. Telkens de kerk vol volk. Hoe aandoenlijk zo’n biddag onder het kanongeschut en slechts op 40 minuten van de vijand! Doch het volk denkt daar weinig aan en begint de toestand gewoon te vinden. Tijdens de hoogmis vallen 2 bommen uit vliegtuigen in de nabijheid van de hofstee van Celeste Planckeel. Deze nacht zijn de grote kanonnen vertrokken. Zij waren hier enkel gekomen voor de aanval.
6 maart, maandag. Sneeuw de hele dag. Weinig geschut. De Franse tolk van de Canadese genie van de hofstee van de burgemeester komt de begraafplaatsen opnemen van de Franse soldaten. Hij vertelt over de laatste aanval en zegt dat de grote kanonnen ook meestal in de loopgraven geschoten hebben. Men heeft de loopgraven beschoten van Vierstraat tot Zwarteleen. De Canadese genie werkt zeer dikwijls boven de grond, zelfs in de eerste lijn, soms zelfs voor de lijn. Dan moeten zij zeer goed opletten geen geluid te maken. Wanneer de Duitsers vuurpijlen afschieten, dan blijven zij onbeweeglijk staan. Zo worden zij minder gezien. Nochtans verliezen zij veel volk door kogels die in het wilde weg geschoten worden. De Duitsers schieten veel vuurpijlen af.
Te allen kant bestaan er nu kantines voor de soldaten. De verkoop in de winkels is aanzienlijk verminderd, alhoewel toch nog groot. Het leger heeft ook grote recreatiezalen, vooral voor cinema, schrijven en lezen. Er is een bijzondere sociëteit die zich daarmee bezighoudt: Y.M.C.A. Gisterenavond is de Salvage Company van de 3de divisie bij Hector Dalle weergekeerd.
7 maart, dinsdag. Sneeuw de hele dag. In de namiddag vallen er granaten aan De Klijte, 1 in de smis van Gouwy, waar het paard van Arthur Deraedt doodgeslagen wordt, 1 voor de wagenmakerij. Ook 5 of 6 granaten vallen bij de Paddebroek, waar ik bezig was lering te geven.
8 maart, woensdag. Pater O’Connor is weer in Reningelst. In de avond vallen veel granaten rond Café Français. Er zijn nog steeds veel kooplieden van stout en Engels bier die naar het schijnt nog een tamelijk grote winst maken. Sommige herbergiers vullen de hele dag flessen, die zij verkopen aan de soldaten die naar de loopgraven gaan.
9 maart, donderdag. Voortdurend sneeuw. ’s Middags om 12.30 uur wordt een Engels vliegtuig neergeschoten door de Duitsers die erboven zweefden. Het valt niet ver van het kasteel Vandenpeereboom bij de Engelse batterij. Beide mannen waren verkoold. In de namiddag vallen schrapnels boven de hofstee van Storme.
10 maart, vrijdag. De 17de divisie vertrekt. In haar plaats komt de 25ste, die uit Frankrijk komt.
11 maart, zaterdag. In de namiddag veel kanongeschut rond Ieper. In de avond schrapnels rond de hoeve Spillebeen.
12 maart, zondag. Om 9 uur mis door pater O’Connor waarin veel soldaten aanwezig zijn. Nieuws van de oorlogsverklaring tussen Duitsland en Portugal.
13 maart, maandag. Reeds vertrekt de 25ste divisie. De 3de komt geheel weer.
14 maart, dinsdag. Ik draag de H. Communie naar 12 zieken, die zo hun biddag kunnen houden. Schoon, klaar weer. Veel vliegtuigen de hele dag. Een Engels vliegtuig, waarin een Franse en een Engelse officier zitten, wordt neergeschoten en valt op De Klijte bij de hoeve van Henri Van Cayseele. Men beweert dat ook een Duits vliegtuig neergeschoten is.
15 maart, woensdag. Het 7de regiment Belgische artillerie, 6 weken geleden vertrokken, keert terug naar de gewone hoeven. De manschappen hebben slechts 5 weken in rust gelegen in een dorpje langs de zee bij Marquise tussen Boulogne en Calais. Omtrent allen waren tevreden te mogen weerkeren. De grote reden is omdat zij meer vrijheid hebben aan het front dan op rust en ook omdat zij mogen gaan naar een streek die zij gewoon zijn. Het was eerst voorzien dat de Belgen nog enige tijd gingen rusten en hun kanonnen laten herstellen. Doch op het onverwachts werden zij teruggeroepen door de Engelsen, die hen moeilijk kunnen missen. Men zegt dat de Schotten geen aanval meer willen doen zonder Belgische kanonnen. Vooral de 3de divisie hecht aan hun hulp omdat zij zo juist en zo rap schieten. Het is reeds voorgevallen dat zij 27 schoten losten in een minuut. Zelfs is het nog gebeurd dat zij naar de vliegtuigen schoten en 30 schoten per minuut zonden.
16 maart, donderdag. In de voormiddag vallen 10 granaten rond de hoeven van Dewilde en Vermeersch. Men verwacht binnenkort een Engels offensief, misschien binnen 2 of 3 weken.
17 maart, vrijdag. Niets bijzonders. De staf van de eerste groep Belgen is in het huis van René Timperman. De eerstehulppost is op de hoeve van Maurits Lemahieu. Daar is ook de aalmoezenier E.H. Peeters, pater van het H. Hart van Borgerhout. De staf van de 2de groep heeft nog geen vaste plaats en is voorlopig op Ouderdom. Belgische kanonnen worden geplaatst in de vijverdam links van de hoeve van de burgemeester, in de weide van Henri Dewilde en zelfs bij het kasteel van madame de Gheus op 1300 meter van de vijand. Ik ga naar Reningelst St.-Patrick vieren bij E.H. onderpastoor. Daar zijn 2 Ierse aalmoezeniers en de Belgische aalmoezenier E.H. Belpaire aanwezig. Deze logeert in de hoeve van Henri Breyne. Er is ook een Belgische batterij, die positie ingenomen heeft op Voormezele links van de dorpsplaats langs de grintweg naast de jongensschool.
18 maart, zaterdag. De burgemeester ontvangt een verordening van de gouverneur waarbij verboden wordt nog school te houden om reden van het gevaar. De school, die sedert 4 maanden weer in gang was, zal bijgevolg gesloten worden. Op Voormezele worden verscheidene Belgische soldaten door een granaat gewond.
19 maart, zondag, feestdag van H. Jozef. Mooi aantal communies. Tijdens de eerste mis vallen granaten rond het Hemelrijk, waarvan 1 op de brouwerij van meneer Peirsegaele. Na de eerste mis verscheidene granaten rond de hoeve van Henri Dewilde. Om 9 uur mis in de school door aalmoezenier Peeters. De majoor is aanwezig maar geen soldaten. Deze hebben te veel werk met het plaatsen van hun kanonnen. Rond de middag weer 5 granaten bij Dewilde.
’s Namiddags om 17 uur granaten voorbij de hoeve van Henri Breyne en daarna een 15-tal bij de Paddebroek. 1 valt op een soldatentent op de hofstee van Hector Coene en 2 soldaten worden er gedood.
’s Avonds om 8 uur geweldige beschieting rond de molen van Bailleul, doch alles voorbij de steenweg. 3/4 ervan waren zwarte schrapnels. Nog nooit heb ik zo rap zien schieten. Ik heb 107 granaten en schrapnels geteld in 22 minuten. En wat een wonder mag heten: noch doden noch gewonden. In de boomgaard en het hommelhof van Vermeersch is het de ene put naast de andere.
20 maart, maandag. Om 9.30 uur schieten de Duitsers naar een Engels vliegtuig. Een van hun schrapnels die niet ontploft in de lucht valt bij het magazijn van Justin Thevelin en treft een Engelse soldaat, die op slag gedood wordt. Daniel Vandenbrigghe, een jongen van 6 jaar van Geluveld, wordt licht gewond.
21 maart, dinsdag. In de voormiddag schieten de Belgische kanonnen reeds die geplaatst zijn in de weide van Dewilde. In de namiddag, van 15 tot 16.30 uur, wordt ons dorp beschoten. Niet minder dan 36 granaten. 1 op herberg De Vrede op de Neerplaats. Dit huis en het aanpalende huis van Sidonie Capoen worden ingeslagen. 1 valt op het huis van Amand Mahieu, dat ook ingeslagen wordt. 3 vallen naast herberg De Faubourg, die zeer beschadigd wordt. Verscheidene vallen rond het Paradijs en Klein Brussel en niet minder dan 13 in de weide en het land van Hector Dalle. Het waren op zijn minst 200’ers. Geen burgers gedood of gewond, slechts 1 soldaat gewond.
Een Belgisch adjudant, baron de Laveleye, zoon van de vermaarde economist, wordt op Voormezele in een observatiepost door een kogel gedood. Hij was van de 3de batterij. Nabij Lankhof (kasteel van meneer Vercruysse) op Voormezele wordt een Belgisch kanon beschoten en 4 soldaten worden gewond. In de avond brandt op De Klijte de schuur van landbouwer Verhaeghe. De brand komt door de onvoorzichtigheid van de soldaten.
22 maart, woensdag. De staf van de 2de groep gaat zich installeren in het kasteel van meneer Hynderick. E.H. Belpaire is gelogeerd bij Henri Derycke-Roosebeke. Meer en meer spreekt men van een aanstaande aanval. Kalme dag.
23 maart, donderdag. Sneeuw, koud en vuil. Niets bijzonders.
24 maart, vrijdag. Niets bijzonders. Er zijn veel meer troepen in Dikkebus dan gewoonlijk.
25 maart, zaterdag. Om 7.30 uur brandt de zolder van de keuken van de pastorie, veroorzaakt door de onvoorzichtigheid van de soldaten. Toch slagen zij erin het vuur te overmeesteren. Ik schat de schade op 80 frank. Het is het feest van O.L. Vrouw Boodschap.
26 maart, zondag. Slecht weer. Om 9 uur mis door pater Peeters. Mijn broer Remi, van klas ’15, schrijft dat hij vandaag op het front zal aankomen.
27 maart, maandag. ’s Morgens om 4 uur worden wij gewekt door ongewone ontploffingen en geschut, zo hevig dat wij liggen te schudden in ons bed. Geen twijfel: de Engelse aanval is begonnen. Reeds sedert 2 maanden had de Engelse genie de hele rechterkant van Sint-Elooi ondermijnd en, zo bericht De Belgische Standaard uit Engelse bron, er niet minder dan 185.000 kilo dynamiet in gelegd. Op een gegeven teken werd het vuur aangestoken en de ontploffing was verschrikkelijk.
Pater O’Connor, aalmoezenier van de 3de divisie die erbij was, vertelt mij dat alles een kwartier lang over een uitgestrektheid van verscheidene gemeten één vlam was. Armen en benen van Duitse soldaten vlogen in de lucht. Tezelfdertijd begon alle artillerie van die kant geweldig te werken. Pas na 50 minuten kwam de infanterie tevoorschijn en snelde naar de Duitse loopgraven. Het kanongeschut bleef even geweldig tot 6 uur, dan begon het langzamerhand te verminderen.
Om 6.30 uur worden op de speelplaats van de jongensschool 84 Duitse krijgsgevangenen, waaronder een luitenant, binnengebracht. Het zijn allen mannen in de volle bloei van hun leven van 23 tot 30 jaar oud. Op hun gezicht kan men weinig gevoelens lezen, noch spijt noch blijdschap, maar in het algemeen zien zij er trots uit. Bijna allen zijn ze zonder muts, hetgeen niet te verwonderen is: het is immers het eerste waar de Engelsen zich meester van maken als souvenir van hun gevecht. Vooral een punthelm is welkom. Ook snijden zij gaarne de knopen van de kleren af en zo komt het dat ook velen zonder kapotjas staan of met een kapotjas zonder knopen. Toch moeten ook veel soldaten hun muts verloren hebben bij het gevecht, van velen zijn de kleren gescheurd door het gevecht. Verscheidene zijn gewond en ik merk dat de andere soldaten de hand gaan drukken van de gewonden. Zij moeten alles bovenhalen wat zij op zak hebben, sommigen doen het geheel gewillig, anderen steigeren wat om sommige dingen te overhandigen en ik zie dat, wanneer de politie vervolgens de zakken aftast, zij er nog het een en het ander uithalen. Alles wordt nagezien en dan worden zij een voor een korte tijd ondervraagd. Om 8.30 uur vertrekken zij langs De Klijte. In de voormiddag worden weer verscheidene groepjes krijgsgevangenen binnengeleid, tezamen 52, waaronder een officier. Een van die soldaten die voor de oorlog kelner was in Parijs spreekt zeer goed Frans en vertelt dat hij tijdens het geschut in zijn schuilkelder zat in de tweede lijn en dat er plotseling verscheidene Engelse soldaten voor hem stonden. Daarop is hij gewillig meegegaan. Hij zegt dat hij reeds meer dan een jaar op dit deel van het front zit, dat de burgers in Komen en Ten Brielen thuis zijn, dat de Duitsers de toren van Komen en Wervik hebben doen springen en dat Wervik dient als rustplaats. Hij zegt ook dat hij hoopt na de oorlog weer naar Parijs in hoteldienst te gaan. Een Belgische dokter doet hem opmerken dat de oorlog weldra een einde zal nemen ten voordele van de bondgenoten. Daarop antwoordt hij eenvoudig: ‘Gij hebt uw mening, wij hebben de onze.’ Deze krijgsgevangenen vertrekken om 14 uur.
Rond 13 uur doen de Duitsers een tegenaanval, die gelukkig mislukt. In de namiddag worden nog een Duits officier binnengebracht en 3 soldaten en ’s avonds nog 8 soldaten. De Engelsen hebben ook veel gewonden. Toen ik naar de kerk ging, zag ik er velen afkomen, en de hele dag werden er in de hulppost van de Melkerij binnengebracht. Het volk van de Salvage Company moet daar de hele dag met het Rode Kruis blijven helpen. Het merendeel van de gewonden en krijgsgevangenen kwam langs Café Belge, maar velen kwamen ook door de vijvermeersen. Vandaag stonden overal wachtposten om de burgers hun vrijgeleide te vragen.
28 maart, dinsdag. Om middernacht begint weer een geweldig kanongeschut en het duurt tot ’s ochtends. Tijdens die tijd zijn er nooit 3 seconden na elkaar voorbijgegaan zonder kanongeschut. Zeer veel soldaten zijn op het dorp, het merendeel Schotten. Deze morgen zijn hier nog 20 krijgsgevangenen voorbijgetrokken. Het Engelse communiqué meldt dat de Engelsen 2 loopgraven ingenomen hebben, rechts van Sint-Elooi, en 170 soldaten en 3 officieren gevangengenomen. Toch schijnt het dat de aanval enigszins mislukt is. De infanterie was bij de aanval te veel naar rechts gegaan op een punt waar de prikkeldraad door het geschut nog niet vernietigd was, en daar zijn er velen blijven haperen en door het vijandelijk geschut weggemaaid.
Om 10 uur vertrekken 10 kinderen naar de schoolkolonie door tussenkomst van het Frans-Amerikaanse Comité. Het zijn: Vandenbrigghe Emiel, Maurits, Leon van Geluveld, Cuvelier Marcel, Comyn Marcel, Capoen Camiel en Maurits naar de kolonie Prado in Cluny, Saône et Loire; Foor René naar Rosay-par-Septeuil; Van Cayseele Martha naar Chasseneuil, Charente; Timperman Carlos naar Parijs, Rue de Sèvres 67. Zij gaan met de auto. E.H. Serruys van Poperinge zal hen naar Parijs vergezellen.
29 maart, woensdag. In de nacht van 23 tot 2 uur vallen 25 granaten aan de Ieperkant van het dorp. Verscheidene vielen in de weide van Opsomer en van Lemahieu, ook verscheidene in de hovingen. Ongelukkiglijk viel de 2de op de woning van de weduwe August Van Elstlande, Lucie Vanderzype, 54 jaar oud. Deze arme vrouw was evenals haar 4 zonen in een geruste slaap gedompeld toen plotseling een schokbuisgranaat in haar kamer ontplofte. Zij werd op slag gedood en het is onbeschrijflijk hoe zij verminkt was. Haar hoofd, een been en een arm af. Haar zoon Florent, die in dezelfde kamer sliep, was op 12 plaatsen gewond, ernstig maar niet gevaarlijk geraakt. De drie andere zonen lagen onder het puin maar waren ongedeerd. Belgische dokters en ambulanciers hebben de ongelukkige vrouw verzameld, en ik heb ze ’s anderdaags begraven. Deze dood heeft een grote indruk gemaakt op de buren. Men heeft immers een veel grotere schrik van een beschieting bij nacht dan bij dag. Veel mensen hebben deze beschieting niet gehoord, ik ook heb het pas ’s morgens vernomen. In de namiddag vallen schrapnels rond het Engels kerkhof.
30 maart, donderdag. ’s Voormiddags om 9.30 uur begint de vijand weer te schieten. Wij zien granaten vallen rond de hoeven van Cafmeyer en Paul Nollet bij de soldatententen. Weldra verandert de richting een weinig. Nog eens een akelig gehuil, een ontploffing en wij zien dat een granaat gevallen is op het huis van Celeste Planckeel. Wij vragen ons angstig af wat er gebeurd mag zijn. Het duurt 3 tot 4 minuten eer de zwartrode rook is opgetrokken. Wij zien dat de ene kant van het huis is afgeschoten. Helaas, de bloeddorstige vijand heeft een nieuw slachtoffer gemaakt. Bij Celeste, die in het begin van de oorlog de hofstee gepacht had, waren zijn moeder en zijn 3 zusters gevlucht. Een zeer christelijke en deftige familie. Een granaat was eerst nabij het huis gevallen, daarop snelde de dochter Irma, oud 28 jaren, naar de voutekamer om geld en waarden te nemen om tijdens de duur van de beschieting wat verder te kunnen vluchten. Nauwelijks was zij op de voutekamer of de obus (ten minste een 200) valt erbovenop en de hele linkerkant van het huis wordt ingeslagen. De andere dochter Martha, die in de keuken was, wordt op verscheidene plaatsen lichtgewond, maar de ongelukkige Irma ligt begraven onder het puin. De boeren uit de buurt hebben 2 uur nadien na veel werken het arme meisje uitgehaald. Zij lag in de kelder, met voutekamer, zolder en gevel en 4000 kilo graan bovenop haar. Zij was onzeglijk verminkt. Haar lijk werd naar de schoolkapel gedragen, waar wij het 2 dagen nadien begraven hebben. Dankzij de hulp en de eerlijkheid van de buren-landbouwers, van wie Celeste hun aller vriend is en die de hele namiddag hebben geholpen om het puin te onderzoeken, is Celeste weer in het bezit geraakt van ongeveer al het geld dat tussen het puin verspreid lag. Nochtans hadden veel soldaten, vooral in het begin, ook rond het puin gezworven en enige honderden franken waren verdwenen. 3 dagen nadien gaf een soldaat van het bos aan Celeste een briefje van 20 frank om te wisselen, waarin een stukje stak van het meubelpapier van de voute. De hele parochie treurde met die brave familie mee. De dochter Martha werd naar het hospitaal van Poperinge gevoerd. Nog verscheidene granaten vielen rond de tenten voorbij de hofstee. Dezelfde voormiddag om 11 uur, terwijl ik een kind doopte in de school, begon een beschieting tussen de vijver en dezelfde school. Verscheidene malen vlogen de stukken op het gebouw. Een 30-tal granaten viel in 3/4 uur tijd. In de namiddag weer een verschrikkelijke beschieting in en rond de vijver, waarvan verscheidene schrapnels langs deze kant. Niet minder dan 200 granaten vielen in 3 uur tijd.
31 maart, vrijdag. In de voormiddag vallen granaten rond de hofstee van Jules Desmytere. In de namiddag op Hallebast en bij de hoeve Spillebeen, waar een groot werkplein van de genie is. Elke dag gaan burgers werken aan het exercitieplein, hout lossen enz. en ze verdienen 5 fr. van 9 tot 13 uur.
Vandaag moeten de 4 uitgestelden van Dikkebus van klas ’15 verschijnen voor de militieraad van De Panne. Alle 4 worden ze uitgesteld voor 4 maanden.
1 april, zaterdag. De hele nacht hangt het geschut aaneen. De Duitsers vallen aan en slagen erin een deel van de loopgraven te heroveren. Het geschut duurt ook de hele dag maar vooral in de avond is het geweldig. Geheel de dag granaten aan de vijver. De kanonnen die daar sedert meer dan een jaar in de vijverdam staan, zijn ontdekt en het regent er granaten. 4 bomen van de dam worden afgeslagen, 1 granaat valt op een schuilkelder, 1 soldaat gedood en 4 gewond. 1 granaat valt ook aan de achterdeur van Van Wonterghem. In de avond passeren 8 Duitse krijgsgevangenen. De 2 oudste kinderen van Arthur Cafmeyer worden door meneer Nordey naar de schoolkolonie van Merlimont-Plage gevoerd. Zijn ook naar daar vertrokken: de 2 oudste kinderen van Oscar Ghesquiere. Het duurt 4 weken voor die kinderen daar belanden. De ondervinding heeft geleerd dat nieuwe kinderen soms ziekten meebrengen en zo de andere kinderen besmetten. Daarom is men nu voorzichtig en de nieuwelingen moeten eerst de quarantaine passeren.
2 april, zondag. De hele nacht weer veel geschut. De Duitsers vallen bijna voortdurend aan. In de morgen passeren hier 4 krijgsgevangenen. Ook enkele krijgsgevangenen worden door Vlamertinge geleid. In de voormiddag is het tamelijk kalm, maar vanaf 9 uur wordt het geweldig.
3 april, maandag. Met de avond wordt het geschut nog veel geweldiger en zo duurt het de hele nacht. Het is een van de geweldigste nachten die ik ooit beleefd heb. Bijna onmogelijk een oog dicht te doen. Het grote geweld duurt tot 7 uur. Om 6 uur komen 7 krijgsgevangenen op de speelplaats van de jongensschool. Zij zeggen Pruisen te zijn en vertellen dat zij sedert een jaar aan het Vlaamse front zijn. Zij waren gelegerd in Brugge, Oostende, Lichtervelde, Langemark, Houthulst en hebben lange tijd gevochten in Bikschote. Om 10 uur trekken 63 krijgsgevangenen door de hofstee van Dalle langs de spoorweg naar Reningelst. In de namiddag nogmaals 2 groepjes, een van 7 en een van 14.
Om 8.30 uur, tijdens mijn lering in de jongensschool, vallen 2 schrapnels in de nabijheid, waarvan een op het huis van Maria Lauwyck. Om 11 uur vallen weer schrapnels op de plaats. Om 18 uur wordt er veel geschoten op de campagne van Ségard en wat later rond de molen. In de avond weer veel geweld. De aalmoezenier E.H. Belpaire is weer op Ouderdom. Blinde Vandenbrigghe van Geluveld wordt naar Montreuil gebracht.
4 april, dinsdag. Nacht en dag zijn nogal kalm. In de ochtend komen granaten van de kant van Langemark, ze vallen rond de hofsteden van Claeys en Cyriel Gontier, maar weinige ontploffen.
5 april, woensdag. De 3de Engelse divisie, die hier goed gevochten heeft en wat grond veroverd heeft rond Sint-Elooi, verlaat het dorp. Zij gaat enige dagen rusten en komt vanop het front van Kemmel. In haar plaats komt de 2de Canadese divisie en ook een deel van de 3de. Deze is reeds de hele winter op het front van Kemmel. Het front van Kemmel is gelegerd in Kemmel, Loker, De Klijte, Westouter; dat van Sint-Elooi in Dikkebus en Reningelst; dat van Zillebeke ook in Reningelst en aan de noordkant van Dikkebus. In dit deel van het front zijn er nu 3 Canadese divisies.
Nacht en dag zijn tamelijk kalm, met enkele momenten van geweld. Verscheidene Belgische kanonnen kunnen niet meer schieten bij gebrek aan munitie. Slechts 1 van de 6 batterijen is nog voorzien. De Belgen, die Portugese kanons bezigen, moeten hun munitie krijgen van de Fransen. Maar die zijn nu zeer steeg om er te zenden, waarschijnlijk omdat zij er maar weinig kunnen missen doordat zij nu in hevig gevecht zijn rond Verdun.
6 april, donderdag. ’s Nachts om 3 uur zeer geweldige aanval van de Duitsers aan Sint-Elooi. Verschrikkelijk kanongeschut de hele ochtend. De vijand maakt gebruik van het aflossen van de 3de divisie door de Canadezen om zijn aanval te doen en slaagt erin ongeveer de hele hoogte van Sint-Elooi te heroveren.
’s Morgens om 5 uur brandt de hoeve van Benoit Dambre van Kemmel. Om 8.30 uur wordt de oostkant van het dorp hevig beschoten. Wel 70 schokgranaten, alle 120’ers, vallen tot 10 uur. Verscheidene vallen op huizen en gebouwen, 1 op het huis van Alfons Heugebaert, 2 op het huis van Alouis Nutte, 1 op het huis van weduwe Vieren, 2 op de smis van Jules Devos, 1 op de stal van Edward Debaene, waar 3 koeien gedood worden. De andere vallen overal rond op straat en land. Gelukkig geen ongelukken van mensen. Ook verscheidene granaatscherven, grote en kleine, vallen in onze schoolkapel en 2 ijzeren ramen worden stukgeslagen.
Om 6 uur nieuwe beschieting, maar ditmaal te lande en wel op 3 verschillende plaatsen tezelfdertijd. Rond de hoeve van Cyriel Claeys, aan het bos over Celeste Planckeels en aan de hutten van de Canada. Op de hoeve van Claeys worden 14 paarden van de Belgische artillerie gedood en 17 gewond, waarvan 7 nadien zijn afgemaakt. Een granaat viel tussen 2 tenten vol soldaten, en slechts op 2 meter van ieder, maar gelukkig ontplofte ze niet. Aan de Dikkebushutten werden 4 soldaten gedood en 6 gewond en aan de Canadahutten 8 soldaten gedood en 10 gewond. Die nacht gingen veel soldaten van de Canadahutten verderop in het open veld slapen ondanks het koude weer. Enige dagen later begon men de Canadahutten af te breken om ze in Reningelst te plaatsen. Zo is dat soldatendorp dat daar sedert een jaar bestond ook verdwenen. 6 april was dus een verschrikkelijke dag voor Dikkebus. Die dag vielen er wel 250 granaten op ons dorp.
In de namiddag ontving ik bezoek van de 2 Belgische aalmoezeniers E.H. Peeters en E.H. Belpaire, ook van een seminarist van Turnhout. Nog een andere seminarist van Turnhout is bij de batterijen: meneer Coveliers, onderdiaken. De Salvage Company van de 3de divisie is deze morgen vertrokken. Een nieuwe Canadese Salvage Company is aangekomen, maar vertrekt reeds ’s anderdaags. De hele dag komt versterking aan, zelfs met de trein. Men vindt de troepen te allen kant in de velden liggen en zodra de avond valt trekken ze in massa op naar de loopgraven. Het geschut duurt de hele dag.
7 april, vrijdag. Eerste vrijdag. 40 communies. Enige burgers verlaten het dorp. De hele nacht geweldig kanongeschut. De Canadezen slagen er niet in de afgenomen loopgraven te heroveren en hebben in hun tegenaanval zware verliezen. In de nacht vallen granaten rond en op de hofstee van Jules Forceville. 1 valt op 3 meter van het houten wagenhuis, waarin de hele familie sliep. Stukken ijzer vlogen door de muren en verbrijzelden zelfs meubels, maar niemand werd getroffen. Deze morgen werden 3 Duitse krijgsgevangenen in de pastorie gebracht.
’s Avonds om 10 uur vielen schokgranaten van het dorp tot het Hemelrijk. 2 vielen op de kerk, 1 op het dak van de middenbeuk en 1 boven het middenvenster van de zuidkant, 1 op de kerkwegel, verscheidene in de weide van Justin Thevelin, 1 achter August Hennin, 1 voor het huis van Charles Louwage en 1 op het huis van Jules Derycke in het Hemelrijk. De 3de divisie is zeer misnoegd over de Canadezen omdat zij Sint-Elooi hebben laten veroveren.
8 april, zaterdag. In de nacht tamelijk veel geschut en overdag kalm. ’s Avonds van 20 tot 21.30 uur vallen schrapnels rond de Congo. 1 valt op het huis van Stamper Henri. Het hele dak wordt in stukken geslagen. Gelukkig wordt niemand van de familie, die beneden was, getroffen.
De Canadese soldaten zijn nog grotere dieven dan de Engelse. Sommige burgers hebben reeds die ondervinding opgedaan. Verscheidene regimenten van de 3de Engelse divisie zijn terug, waarschijnlijk om de verloren Engelse loopgraven te heroveren.
9 april, zondag, passiezondag. Tamelijk veel geweld, vooral in de ochtend. Missen om 6.30 en 9 uur. Mis door de Belgische aalmoezenier op de hoeve van Cyriel Claeys en Cyriel Lamerant.
10 april, maandag. De Canadezen doen met behulp van de 3de Engelse divisie een tegenaanval op Sint-Elooi en slagen erin een deel te heroveren van de laatste verloren positie. Er is de hele nacht zeer veel geweld en geschut. Wanneer ik naar de kerk ga, kom ik veel lichtgewonden tegen die te voet afkomen naar de hulppost van de Melkerij, ook veel auto’s met zwaargewonden. Ik kom ook veel soldaten tegen met zwartgemaakte gezichten. Dat doen zij om bij de aanval niet zo gauw opgemerkt te worden. De verliezen langs beide kanten zijn zeer zwaar. In de nacht zijn verscheidene granaten gevallen op en rond de hofstee van de burgemeester. Om 1 uur vallen granaten rond de vijver, en wat later ’s avonds ook aan de molen. De beschieting is zeer geweldig en ik schat het aantal granaten op ten minste 225. Ik vraag mij met angst af wat het morgen zal zijn bij de plechtige communie. Er zijn er deze namiddag immers verscheidene gevallen op een honderdtal meter van onze kapel.
Op de hofstee van Theophiel Huyghe is een groot kanon geplaatst, dat vandaag reeds schiet. Engelse kanonnen hebben in de weide van Henri Dewilde de plaats ingenomen van de Belgische, maar ze worden aanstonds ontdekt en beschoten. De oorzaak van hun ontdekking is zonder twijfel omdat zij zeer grote vlammen en veel rook geven en dit door de vijand gauw gemerkt wordt. Aan de spoorweg worden verscheidene zijsporen toegevoegd. Vooreerst op de hoeve van Delporte in Ouderdom, waar een groot station gemaakt wordt en waar men altijd veel wagons en ook machines ziet staan. Ten tweede aan het kruisen van de kasseiweg voorbij Charles Verhelst, waar een lijn komt tot aan de Paddebroek en een andere tot aan het tuintje van herberg St.-Hubrecht. Aan de uiteinden van de 2 vertakkingen metselt men een grondvesting in gewapend beton, daarboven plaatst men een geschilderd huis in staken en doek, met ongeveer de grootte van een gewoon huis. Ten derde aan de hoeve van Dalle. Daar zijn benevens 2 bijspoorwegen die moeten dienen voor loskaai, ook 2 vertakkingen, waarvan de ene tot het huis Schelen en herberg In de Wandeling komt en de andere tot achter de eest van Justin Thevelin. Aan beide uiteinden dezelfde grondvesten en een geschilderd huis. Ten vierde aan de hofstee van Maurits Lemahieu, waar een vertakking wordt gelegd die wat achteruit komt op de hofstee en een andere die tot bij de molen komt. Hetzelfde werk aan beide uiteinden. Dat is ongetwijfeld gereedschap voor het plaatsen van zware kanonnen en de buren zien dat alles aan met een ongerust oog.
11 april, dinsdag. Dag van de plechtige communie. Verleden jaar heeft deze plechtigheid geen plaats kunnen hebben, bijgevolg zijn er communicanten van 2 jaar ver. 4/5 van de kinderen van die leeftijd zijn naar de schoolkolonies. Er blijven er slechts 23 over, parochianen en vluchtelingen samen. De voorbereiding heeft mij zeer veel werk gevergd daar de kinderen zeer achteruitgegaan waren. Die van te lande waren reeds 20 maanden zonder het minste onderwijs of enige opvoeding noch op school noch thuis. Velen hadden zelfs hun gebeden vergeten, en door die voortdurende omgang met de soldaten hadden velen geleerd wat niet deugt. De kinderen van de dorpsplaats hadden 3 en een halve maand de school bijgewoond, een school die volgens de omstandigheden zo goed mogelijk ingericht was, maar eigenlijk zeer gebrekkig. Vier afdelingen, groten en kleinen, jongens en meisjes allen samen en slechts 2 uren ’s voormiddags en ’s namiddags. Dus nog geen halve schooldag. Bijgevolg waren die van het dorp niet veel beter dan die van te lande. Er was dus werk genoeg om die kinderen wat herop te voeden en hen voldoende te onderwijzen in godsdienst, vooral daar ik daarvoor helemaal alleen stond en maar gedurende korte tijd en slechts voor een deel van de leerlingen door de onderwijzer geholpen werd. Reeds de hele winter hield ik wekelijks lering voor de kinderen: op dinsdag in de Paddebroek en op donderdag in de school. Doch met Lichtmis ben ik de dagelijkse lering begonnen beurtelings in de school en in de Paddebroek, voor ieder 3 maal per week en gedurende 2 uren. Zo ben ik erin gelukt de kinderen voldoende voor te bereiden. Natuurlijk kenden weinigen volledig de tekst van de catechismus, maar de uitleg kenden zij nagenoeg zoals andere jaren.
De plechtigheid was gesteld op 6 uur. Hoe speet het ons dat wij niet alles konden doen met de gewone ceremoniën! Doch wij troostten ons gemakkelijk met de gedachte dat wij al blij mochten zijn dat wij het enigszins konden doen en dat de goede God met onze goede intentie tevreden was. De vreugdeklokken moesten wij derven, maar bij gebrek aan klokgelui werd de plechtigheid gisterenavond aangekondigd door het gebulder van de kanonnen en dat door 3 naties: de Belgische, de Engelse en helaas ook de Duitse. Hoe blij waren wij dat, in tegenstelling met gisterenavond, alles nu kalm was. De communicanten waren fatsoenlijk gekleed en voorzien van een kaars. Zij werden opgehaald uit het huis van meester Nollet en onder het zingen van de Veni Creator processiegewijs naar de kapel geleid. Deze was op haar oorlogsbest. Na het evangelie volgde een kort sermoen over de omstandigheden en bij de nuttiging deden de volgende kinderen hun plechtige communie: Nollet Judith, Desmarets Marie, Haezebrouck Julia, Lamerant Maria, Lamerant Reine, Hennekin Celesta, Leuridan Maria, Maes Maria, Saelen Augusta, Timperman Maria, Hoedt Gaston, Leuridan Henri, Sohier Maurits, allen van Dikkebus, Bartier Maria van Wijtschate, Caillouw Madeleine van Ieper, Merlevede Elvira van Vlamertinge, Odent Martha van Zillebeke, Vandenbrigghe Madeleine van Geluveld, Vandenbussche Germaine van Vlamertinge, Van Lauwe Marguerite van Langemark, Bossaert Maurits van Hollebeke, Sagon Gaston van Ieper, Vandevyvere Georges van Zonnebeke. De vernieuwing van de doopbeloften en de opdracht aan O.L. Vrouw had plaats onmiddellijk na de mis, waarna zegening met het Heilig Sacrament. Zo werd alles achtereenvolgens gedaan. De vijand liet ons met rust, slechts enkele kanonschoten van onze kant en zo nam de plechtigheid een einde.
Na de mis werden alle kinderen alsmede de onderpastoor uitgenodigd om het ontbijt te nemen bij meester Nollet, die trakteerde voor het feest van zijn dochtertje Judith. Of de koekeboterhammen en de chocolademelk die jonge magen bevielen! Het was 9 uur als elk naar zijn huis trok, allen gelukkig: de kinderen om de grote stap die zij nu gedaan hadden in het christelijke leven, de ouders omdat hun kinderen gelukkig waren en ik omdat ik tevreden was over mijn werk en iedereen van ons opgeruimd dat alles zo goed meegevallen was, dat wij aan alle gevaren ontsnapt waren en ons aan geen nieuwe meer zouden moeten blootstellen. God zij lof en dank!
Deze nacht tamelijk kalm, toch zijn enkele schrapnels gevallen rond de hofstee van de burgemeester, waarvan 1 op het huis. Deze morgen werden weer 5 krijgsgevangenen binnengebracht in de pastorie. In de namiddag vallen wel 70 granaten op en rond de hofsteden van Jules Verschelde, Emiel Thuylie en Henri Brutsaert. 1 valt in de deuropening van Verschelde. In de avond geweldig geschut langs de kant van Boezinge. Weer is de sacristiedeur tussen kerk en magazijn opengebroken en ditmaal is het hele bovendeel zodanig in stukken geslagen dat zij niet meer hersteld kan worden. Nu is er dus geen middel meer om de soldaten uit de kerk te houden en zo zullen ongelukkiglijk veel dingen die niet verhuisd konden worden, gebroken en gestolen worden. Ik merk dat het slot van de sacristie helemaal verwrongen is. Men heeft de deur met een ijzer willen inbeuken, maar tot nu toe heeft zij het nog niet begeven.
12 april, woensdag. Kalme dag. Niets bijzonders. Granaten op Poperinge.
13 april, donderdag. Voormiddag kalm. In de namiddag ontvang ik het bezoek van de E.H. pastoor van De Klijte en E.H. Vuylsteke van Poperinge. Terwijl zij hier zijn, vallen 14 schokgranaten op het land van Hector Dalle tussen de hofstee en de Hert, de dichtste op 100 meter van het huis.
14 april, vrijdag. Om 18 uur vallen granaten op en rond de hoeve van Henri Vandecasteele. Sedert enige tijd vallen ook meer granaten rond de hoeven van Alouis Adriaen en Amand Verraest.
15 april, zaterdag. Tamelijk kalm. Koud weer.
16 april, Palmzondag. Reeds om 4 uur zijn de vliegtuigen op gang. Veel volk is in de missen van 6.15 en 8.30 uur. Ik deel 70 paascommunies uit. Om 2 uur, juist voor het lof, vallen 4 granaten in de weide van de burgemeester. De scherven ervan vliegen op de dorpsplaats. Om 5 uur verschrikkelijke beschieting rond de hoeven van Henri Brutsaert, Jules Verschelde en Jules Forceville en daarna rond de molen van Van Eecke. Op de hofstee van Jules Forceville valt een granaat te midden van een batterij. Er zijn 6 grote putten midden in de grintweg. In de avond bemerk ik een Duits vliegtuig dat zeer laag vliegt, waarnaar er veel geschoten wordt, en dat toch niet getroffen wordt.
Sedert enige tijd hebben de Duitsers een nieuwe methode van beschieten. Zij schieten zo vlug dat men onmogelijk kan wegvluchten.
Deze namiddag brengen de Engelsen 2 stoommachines, die daar nog gebleven waren van de werken van 1914, weg uit de vijvermeersen. Zij verplaatsen ze door middel van rails, die zij na elkaar plaatsen en wegnemen.
17 april, maandag. 3 sukkelachtige vrouwen naar het godshuis van Montreuil gebracht: Emmerence Timperman, Melanie Vandamme en Sophie Dassonville. Van 2.30 tot 4 uur wordt de dorpsplaats hevig beschoten. Ongeveer elke 3 minuten valt een granaat, meestal schokgranaten: 1 op het wethuis, 1 op het hok van Alouis Haeyaert, 1 op het huis, 2 op de kerktoren – een van de vier spitsen, die van de zuidoostkant, wordt afgeslagen. 3 vallen in het puin van de Kerkstraat, veel andere in weiden en tuinen rondom. Ook 1 op herberg Au Faisan d’Or en helaas, hier is een dodelijk ongeluk te betreuren. In de achterkeuken waren 8 personen vergaderd. Een granaat ontploft op de zolder boven de grote voutekamer, en gaat er ongeveer al haar geweld uitwerken door er de muren te verbrijzelen. Maar de kop vliegt verder de keuken in. Aan de stoof stond Felicie Merlevede, vrouw Henri Deleye, 34 jaar oud. Het moordtuig vliegt in haar borst en komt langs de rug uit en eindigt zijn vernielingswerk met de bil af te slaan van de schone, grote hond die naast haar stond. Alle andere personen waren ongedeerd. ’s Anderdaags heb ik de arme vrouw begraven. Een akelige omstandigheid helaas: tot in haar graf toe werd zij door de vijand achtervolgd. De tweede nacht na haar begrafenis werd het kerkhof beschoten. Een obus valt op haar graf en schrijn en lijk worden door de kop van een obus doorboord. De arme vrouw werd dus in minder dan 60 uren tijd tweemaal door de kop van een obus doorboord. In de beschieting van die maandag werd ook nog op de straat voor het wethuis een soldaat gedood.
18 april, dinsdag. In de voormiddag houd ik lering in de Paddebroek voor kinderen die hun plechtige communie nog niet gedaan hebben, om hen voor te bereiden om ’s anderdaags hun Pasen te houden. Het is zeer slecht weer. Weinig geschut en geen granaten.
19 april, woensdag. Omdat veel mensen naar de parochiekapel niet meer durven te komen en om aan allen de gelegenheid te geven aan hun paasplicht te voldoen zonder te grote moeilijkheden, heb ik het zo geschikt om tijdens de paastijd tweemaal mis te doen in herberg St.-Hubrecht, daar ook biecht te horen en de communie uit te delen. Vandaag is het de eerste maal. Om 5.30 uur biecht en communie en om 7 uur mis. 47 mensen konden er hun Pasen houden, waaronder 7 kinderen die hun eerste communie doen. Het is een aandoenlijke gebeurtenis!
De hele dag zeer slecht weer. Er zijn nu zeer veel soldaten in Dikkebus, meestal Franse Canadezen. De verstandhouding tussen Canadezen en Engelsen is niet erg goed en gisteren werd er ferm gevochten. Order komt vanwege de Engelse overheid dat vanaf de 25ste van deze maand alle verkoop van stout en Engels bier in ons dorp verboden zal worden. Nochtans blijven de Engelse kantines er verkopen. Ook in de naburige dorpen wordt dit verbod aangekondigd.
Om 14 uur doe ik de begrafenis van Amand Cannaert. In de namiddag komt er maar weinig volk te biecht om reden van het gevaar. Om 18 uur vallen 2 granaten in het Schoonhuis. Om 20.30 uur aanval van de Duitsers. Het schijnt dat de Canadezen 1 loopgraaf verloren hebben.
20 april, Witte Donderdag. Van middernacht tot 1.30 wordt onze dorpsplaats verschrikkelijk beschoten. 2 granaten vallen op het huis van Jules Adriaen, 1 op de kerk boven op het dak in het midden van de O.L. Vrouwbeuk, 2 op het kerkhof, waarvan een boven de laatst begravene, 1 op de stal van Emiel David, waar het paard van Alexis Vandamme gedood wordt, 1 op de keuken van Justin Thevelin, nog verscheidene in de hovingen, het land en de weiden, vooral tussen de plaats en de Melkerij. Verscheidene zijn niet ontploft. Wanneer ik ’s morgens naar de kerk ga, zitten er tussen de kasseistenen granaten die niet ontploft zijn. Gelukkig heeft niemand er tijdens de nacht over gereden, anders had er een verschrikkelijk ongeluk kunnen gebeuren.
In de morgen deel ik 125 paascommunies uit. Ik doe de diensten van de paasweek voor zover de omstandigheden van plaats, gerief en hulp het toelaten.
De hofstee van Hector Dalle begint op een loskaai te lijken. Men lost er veel stenen die moeten dienen om de wegen te herstellen. Weldra ook veel ijzeren platen en alle soorten houtwerk. Al het lossen wordt ’s nachts gedaan, maar bij dag komen de zware vrachtwagens voortdurend ladingen opdoen en zo is er hier een gerij en een bedrijvigheid even groot als aan de grote stadsstations. Soms laat men er ook bij dag de wagons staan. Dit alles echter staat ons maar weinig aan, daar de vijand niet gewend is zulke plaatsen lang in vrede te laten.
In de namiddag vallen granaten op de dorpsplaats in de tuin van Theophiel Debaene en in de weide achter mijn huis. Ook nagenoeg de hele namiddag, ongeveer elk kwartier een schrapnel of een granaat rond het Engels kerkhof. Na deze verscheidene beschietingen is het merendeel van het volk van het dorp bang geworden. En dat niet zonder reden! Ook maken veel personen aanstalten om te verhuizen. Zeer velen gaan van nu af aan te lande slapen.
21 april, Goede Vrijdag. In de ochtend vallen granaten aan Van Eeckes molen en in de Kapelstraat. Doch om 9 uur begint een verschrikkelijke beschieting rond de hofsteden van Henri Brutsaert, Emiel Thuylie, Remi Lamerant, Jerome Decroos en nog het ergst bij de weduwe Huyghe. In minder dan 3 uren tijd vallen er misschien 400 granaten. Van Maurits Brutsaert, die op het land werkt, wordt de duim afgeslagen. Bij Jerome Decroos valt een granaat op de stal en alle zes zijn koeien worden gedood. Bij Remi Lamerant valt er een op het huis en een in de weide, die 2 koeien doodt. Ook 1 op de schuur van de weduwe Huyghe, die het paard van de majoor doodt. Ten minste 80 granaten zijn daar in de voorweide gevallen achter de kanonnen, ze was bijna helemaal omgekeerd. Op het vers beplante aardappelveld van Jerome Decroos wordt de helft van de aardappelen weer uitgegooid. Nog 1 granaat valt op het huis van Henri Depuydt. Hij blijft in zijn schuur wonen met zijn oom schepen Depuydt en hij zegt: ‘De 2 Puydten gaan tezamen sterven!’ Nog nooit is die hoek zo beschoten geworden.
’s Namiddags rond 5 uur beschieting in de weide van de burgemeester voor de jongensschool. 2 dikke bomen van de dreef worden rats afgeslagen, verscheidene tot bij de school. 1 valt in het tuintje van Amand Vermeulen op 2 meter van zijn huis. Een kwartier nadien was de oude Manten reeds de put aan het vullen.
Belgische kanonnen worden geplaatst tussen de vijver en Vierstraat, niet ver van de grintweg van Vierstraat.
22 april, zaterdag, paasavond. Zeer slecht weer. In de namiddag komen een 50-tal mensen te biechten. De familie Van Peteghem van Westrozebeke, die sedert Allerheiligen mijn huis bewoonde, durft ook niet meer blijven, en nu wordt het volledig overgelaten aan de soldaten.
23 april, zondag, hoogdag van Pasen. 160 communies. In alle 2 de missen zijn er te weinig stoelen. Ik denk dat er nog bijna 600 mensen in de missen aanwezig waren. Ik schat dat nog ruim 950 mensen op het grondgebied van Dikkebus wonen. ’s Middags vallen granaten rond het Engels kerkhof. 1 valt op het huis van Isidoor D’Hellem. Om 17.30 uur weer een geweldige beschieting rond de hofsteden van Jules Forceville, Brutsaert, Thuylie. 1 valt op herberg De Razelput.
24 april, maandag, tweede paasdag. 115 communies. Mooi weer. ’s Nachts vallen er wel 60 granaten rond de hoeve van de burgemeester. Van 7.30 tot 9 uur weer een geweldige beschieting rond de hoeve van Jules Forceville. Ten minste 60 granaten op 2 gemeten grond. ’s Namiddags om 16 uur een niet minder hevige beschieting rondom tussen het Hemelrijk en de Koevoet, de herberg van Leon Opsomer. 1 valt op de Drie Koningen, de tweewoonst achter de molen, 1 valt ook op het huis van de hoeve van de godshuizen van Ieper aan het Hemelrijk, dat in brand geschoten wordt. Het doel van deze verscheidene beschietingen is de kanonnen, die ongelukkiglijk sedert enige tijd veel te gauw ontdekt worden.
In de voormiddag ontvang ik bezoek van de prins de Croy, verbindingsofficier bij de 50ste divisie. Hij beklaagt ons arme Dikkebus, dat helaas zo deerlijk veranderd is sedert hij hier in 1910 was voor de installatie van E.H. pastoor Dassonville, zijn gewezen huisleraar. Deze nacht zijn 20 bommen uit vliegtuigen op Bailleul gevallen.
25 april, dinsdag. In de ochtend vallen granaten aan de Razelput. Om 3 uur na de middag vallen een 15-tal granaten tussen het Schoonhuis en de Hert. 1 valt op het huis van René Van Eeckhoutte. Het mag een wonder heten dat er niemand van de bewoners die binnenshuis waren, getroffen werd. Omtrent de hele namiddag granaten aan de vijver, Café Français en kasteel Vandenpeereboom. ’s Avonds weer verscheidene schrapnels aan het Zweerd.
De Canadezen die gelegerd zijn aan Sint-Hubertushoek doen er grote baldadigheden. Verscheiden herbergiers durven hun herberg niet meer openen. Vanaf vandaag wordt stout en Engels bier in alle herbergen van Dikkebus verboden. Dat staat de soldaten maar weinig aan. Toch wordt er nog voort Engels bier en stout besteld in de Engelse kantines, die zeer talrijk zijn. In de herberg tapt men nu nog drie soorten bier: gewoon, speciaal (een soort dubbel van de brouwers van de streek) en Frans bier (een bijzondere soort meestal komend van de brouwerijen van Parijs en Nancy). Deze 2 laatste soorten zijn aangenaam om drinken, maar niet zo sterk als de Engelse soorten en daarom minder gegeerd door de soldaten, die zich vooral dronken trachten te drinken.
Plakkaten worden uitgehangen nopens de briefwisseling. Voortaan zal men uitermate streng zijn. Niet het minste woord mag geschreven worden waaruit de ontvanger van de brief enigszins wijs zou worden over de posities van leger en kanonnen. Zelfs mag men van geen beschietingen spreken. Verscheidene personen zullen in moeilijkheden geraken door niet genoeg op te letten daarvoor.
26 april, woensdag. In de ochtend vallen granaten langs de kant van Kemmel. Om 11.30 uur valt een enkele granaat op Hallebast. Ze slaat er een dikke kasseiboom af en werpt de kruin wel 30 meter ver. In de valavond vallen 5 bommen uit een Duits vliegtuig bij de hofsteden Vandenbroucke, Planckeel en Florent Dauchy. Om 21 uur bommen rond de hofstee van Amand Heugebaert.
In de valavond doen de Duitsers een mijn springen aan Sint-Elooi, waarna zij aanvallen. De eerste helft van de nacht is het geschut verschrikkelijk. De aanval mislukt.
De 3de divisie is weer op het front van Kemmel. Nieuw order dat voortaan alle herbergen van de plaats, Melkerijhoek inbegrepen, van morgen af gesloten worden. Zo verdwijnen plotseling 2/3 van de herbergen van het dorp.
Vandaag doe ik nogmaals mis in herberg St.-Hubrecht en een 40-tal mensen houden er hun Pasen.
27 april, donderdag. Om 8 uur granaten, eerst in de Kapelstraat en daarna op de hofstee van Emiel Thuylie. Het is een geweldige beschieting tot 9.30 uur, maar ze herneemt nog veel geweldiger van 12 tot 13.30 uur. Het doel is de kanonnen die op de hofstee staan. 4 granaten vallen op de gebouwen, waarvan 2 op het huis. De 2 koeien die hem nog overbleven, worden gedood in de weide. 7 soldaten worden gewond.
Om 9 uur vertrekken 9 meisjes naar de schoolkolonies. Het zijn Maria Haelewyn, Reine Lamerant, Marie en Julia Leuridan, Augusta en Irma Saelen, allen van Dikkebus; Marguerite en Madeleine Vandenbrigghe van Geluveld; Forest Godelieve van Wijtschate. Zij vertrekken per auto naar Hazebrouck en reizen verder met de trein naar Parijs, waar zij belanden in de schoolkolonie van de Rue de Vouillé bij de zusters van de Heilige Familie van Ieper.
28 april, vrijdag. De kanonnen van de hofstee van Emiel Thuylie werden deze nacht verplaatst. Dat is een grote opluchting voor de buren. ’s Namiddags om 14.30 uur vielen verscheidene granaten rond het Schoonhuis en het Zweerd. 1 viel op het huis van Petiljoen, 1 op het huis en 1 op de schuur van de gezusters Cannaert. 1 in de weide van het Zweerd doodde de koe van de weduwe Depuydt. In de avond granaten op Loker, de kant van Dranouter.
29 april, zaterdag. De nacht is tamelijk kalm. Om 15 uur vallen 3 granaten op het land tussen de dorpsplaats en de Melkerij, en daarna vallen er veel op de velden tussen de Hert en de hoeven van Dalle en Florent Dauchy en Henri Baes. Naast het hoevetje van de weduwe Depuydt valt een granaat op een paardenstal en 12 soldaten worden er gedood. Ook vallen er granaten bij Millekruis.
30 april, zondag. Nog 75 paasbiechten. Ik bereken dat ik rond de 750 paascommunies uitgedeeld heb. De verordeningen nopens de paascommunie waren de volgende: de vluchtelingen mogen hun Pasen houden waar zij willen; de inwoners moeten het doen op de parochie zelf tenzij zij toelating kregen van de pastoor om elders aan die plicht te voldoen. Ik heb mij daarin zeer gemakkelijk getoond en gezegd dat zij die niet durfden of niet gemakkelijk naar Dikkebus of St.-Hubrecht konden komen de paasplicht elders mochten voldoen. Zo zijn er nog een tamelijk groot aantal naar De Klijte gegaan. Ook enige Vlamertingenaars kwamen naar Dikkebus. Waarschijnlijk hebben 7 of 8 Dikkebusnaars en een 10-tal vluchtelingen hun Pasen niet gehouden. Eerste mis: de kerk vol. 2de mis bijna vol.
’s Nachts om 12.30 uur Duitse aanval aan Vierstraat, het meest nabij Hollandse Schuur. Onder het kanongebulder hoor ik plotseling de tuithoorns. Dat is het signaal voor gas: het dichtst bij de vuurlijn steekt men de mechanische hoorn, verderop luidt men de klokken. Het is een akelig geschel in de nacht. Gelukkig is het gas niet over Dikkebus gekomen, maar in Kemmel, Loker, Dranouter en Nieuwkerke was het erg verstikkend. Het was een andere soort gas, en niettegenstaande de maskers hebben sommige soldaten er nogal onder geleden. Ook koeien zijn ziek geworden en zelfs gestorven. Gedurende anderhalf uur was deze aanval zeer geweldig. Het schijnt nochtans dat de vijand hier niet vooruitgekomen is. ’s Morgens, van 7.30 tot 9 uur, geweldige beschieting tussen de molen en het Hemelrijk. Geheel onze kerk davert van de geweldige schokken. 1 valt op het huis van Charles Vanderhaeghe, 1 op het Kasteelhof. Charles Deroubaix wordt licht gewond, maar een erger ongeluk heeft plaats in de tuin van herberg De Hovenier rechtover meneer Peirsegaele. 14 Canadese soldaten waren er in een schuilkelder gevlucht en plotseling ontplofte een granaat aan de ingang. Haar uitwerking was verschrikkelijk: 12 soldaten werden op slag gedood, 1 gewond en 1 zonder letsel. Onder de slachtoffers waren 2 tweelingbroeders van 17 jaar.
Nu is het de beurt aan het dorp. Van 10.30 tot 12 uur vallen er granaten overal rond op de hele westkant. Ten minste een 60-tal. 1 valt op de keuken van herberg Het Paradijs, waar 1 soldaat gedood wordt, 1 op het huis van August Hennin, waar een officier gewond wordt, 1 op het huis van weduwe Ryckaert, 3 in de tuinen van de pastorie en het klooster. Verscheidene voor en naast huizen. Ook 2 in de voorkant van de hofstee van Hector Dalle, op 60 meter van het huis. Verscheidene schrapnels in zijn voorweide, waar zijn koeien in graasden, en het mag een wonder heten dat er geen dieren geraakt waren. Een Duitse vliegtuig dat voorzeker het geschut bestuurde, zweefde voortdurend boven. De Engelsen merkten het en de telefonisten van de hofstee telefoneerden naar een Engels vliegtuig om het te verjagen. Weldra kwam het aangevlogen. Daarop ging het Duitse op de vlucht en het geschut hield op.
In de namiddag granaten rond Millekruis en de hofstee van Spenninck. ’s Avonds om 9.30 uur nogmaals een gasaanval langs Kemmel en Wulvergem. De hoorn schalt weer, maar gelukkig wordt men op Dikkebus geen gas gewaar. Waarschijnlijk werden vandaag nog andere soldaten gedood op Dikkebus. Dat heb ik besloten uit het grote aantal begrafenissen op ons Engels kerkhof de dag zelf en ’s anderdaags.
1 mei, maandag. Van ’s ochtends vroeg is de beschieting geweldig rond de vijver, Kriekbossen en Hemelrijk. Er vallen ten minste 250 granaten en schrapnels in anderhalf uur. Soms zie ik 10 schrapnels tezelfdertijd. Ik reis met Hector Dalle naar Roesbrugge. Wanneer wij door Poperinge trokken, was men juist bezig met beschieten. 1 man was doodgeslagen aan het station. Wanneer wij de spoorweg overgingen, ontplofte een granaat op 50 meter van ons. In Roesbrugge zijn er Franse soldaten, maar deze zijn niet talrijk. Ons Dikkebus wordt vandaag weer geweldig beschoten. In de voormiddag veel granaten rond het Torreel bij de soldatententen. In de namiddag grote beschieting op en rond de hoeve van Remi Lamerant. Een brandgranaat valt op het huis en in een half uur tijd zijn alle gebouwen veranderd in een rokende puinhoop. De granaten vielen zo rap en geweldig dat de bewoners met moeite konden wegvluchten. Niets is gered kunnen worden. Zelfs 2 paarden die op stal stonden, zijn in de vlammen omgekomen. Een uur nadien was het dorp aan de beurt. 1 viel op het huis van bakker Henri Coene door de keukengevel. 4 personen waren in de keuken. Enkel vrouw Vandenbrigghe van Geluveld, van wie de blinde man in het hospitaal van Montreuil verblijft, werd ernstig gewond, maar toch niet gevaarlijk. Zij heeft 7 weken verbleven in het Elisabeth-hospitaal van Poperinge. De stoof werd in stukken geslagen maar gelukkig werd niemand anders getroffen. Ook 3 granaten vielen op het wethuis, 1 op het klooster, op het dak boven de middenschool. 2 vielen op de pastorie: een op de platform boven de ingang en een op de achterkeuken, zodat het hele voorste deel van de pastorie ingeslagen werd en enkel nog het grote gebouw rechtop blijft. 2 vielen er in de tuin van de pastorie en de tuintjes van het klooster en bij Debaene niet minder dan 8. Nog 1 viel op het huis en 1 op de stal van Marcel Gruwier rechtover herberg America. Zijn koe werd gedood.
Sedert enige tijd verblijft kolonel King, hoofd van een Canadees regiment artillerie, op de hofstee van Dalle, met enkele van zijn officieren. Er is hier een grote telefoonpost. Na enige tijd ondervinding moeten wij getuigen dat de kolonel een fatsoenlijk, werkzaam en moedig man is. Van zijn officieren hebben wij ook niet te klagen.
2 mei, dinsdag. De nacht is tamelijk kalm. Veel granaten vallen in de namiddag aan de molen en het Hemelrijk. 1 valt op de stal van het molenhuis en 1 op het huis van Henri Cnockaert. In de avond veel schrapnels op dezelfde plaats. In de voormiddag doop ik een kind van Gustave Desmarets in herberg St.-Hubrecht.
3 mei, woensdag. Nacht tamelijk kalm. Ik doe mis om 5 uur en draag vervolgens de paascommunie naar 9 zieken. Om 11 uur vallen granaten bij de pastorie en verscheidene rond de hofsteden van Lemahieu en Indevuyst. Ik hoor ook dat Brandhoek ferm beschoten wordt. De Belgen hebben kanonnen geplaatst tussen de hofsteden van de burgemeester en Verschelde in de vijverdam.
4 mei, donderdag. Weer mis om 5 uur. Vervolgens draag ik de paascommunie naar 7 zieken, en ook naar 3 Frans-Canadese soldaten die op de hofstee van Cafmeyer verblijven en anders de kans niet hebben om hun Pasen te houden. In de voormiddag heb ik bezoek van een Belgische soldaat die mij komt spreken over zijn aanstaande huwelijk met Helene Houwen, weduwe van Cyriel Foor. Sedert 10 maanden verblijft hij op de hofstee van Cyriel Claeys. Het is dus niet te verwonderen dat veel soldaten in kennis geraken, helaas maar al te veel. Ik zend hem naar E.H. Peeters, zijn aalmoezenier, om ondervraagd te worden. Ik zal zijn 3 bannen afroepen.
Om 13 uur wordt de hoeve van Maurits Lemahieu geweldig beschoten. Daar verblijven immers verscheidene Belgische officieren van de eerste groep, waaronder dokters en aalmoezenier E.H. Peeters. Deze hoeve met allermooiste gebouwen kan goed gezien worden vanuit de Duitse lijnen. Over enige dagen heb ik er de beschoten toren van Voormezele gezien alsook het puin van het kasteel van madame Mahieu. Het is een wonder dat de hoeve zo lang gespaard werd. 25 granaten vallen op en rond de hoeve, waaronder 3 op de gebouwen. De soldaten komen met hun paarden gevlucht tot bij de hoeve van Dalle. Ongelukkiglijk wordt een Belgische soldaat getroffen in het deurgat van het huis en sterft ogenblikkelijk.
Rond 5 uur vallen granaten op de grintweg tussen de Melkerij en het Paradijs. Ook nog dezelfde avond rond de hoeve van Spenninck. Vandaag wordt ook Dranouter beschoten.
Sedert enige tijd hebben de Duitsers een bijzonder soort kanonnen om te schieten naar de vliegtuigen. Zij schieten tamelijk grote schrapnels zeer ver, zelfs tot aan Ouderdom. De Engelsen kunnen zo ver niet schieten.
Er zijn minder troepen in het dorp dan gewoonlijk, zeer weinig op de dorpsplaats. Weer zijn Belgische arbeiders op Reningelst gekomen. Ze wonen in de tenten bij het station van de hofstee Verhaeghe-Cossey. Aalmoezenier is E.H. Dumon van Poperinge.
5 mei, vrijdag. In de voormiddag en ook in de namiddag vallen veel granaten rond de hoeve van Jules Forceville en Jules Verschelde. Een Engelse officier wordt zijn hand afgeslagen. Het is reeds de vierde officier die bij de kanonnen gewond wordt. Rond de middag schrapnels boven de pastorie. In de namiddag granaten rond de Potente. Vandaag vallen ook granaten op Dranouter.
Ik ga met Hector Dalle naar Bailleul. Ik merk daar veel Engelse soldaten, ook enkele Australiërs. Enkele Franse soldaten houden er de wacht. Onder de burgerbevolking ziet men weinig geestdrift. In het hotel waar ik ga eten, spreekt men aan tafel weinig of niets. De meesten lezen de krant tijdens het eten. Ik dien vandaag de kwitanties van het vluchtelingengeld in. Er is op Dikkebus aan 39 vluchtelingen gedurende de 4 wintermaanden december, januari, februari en maart 4669 fr. betaald.
6 mei, zaterdag. Nacht en voormiddag kalm. In de namiddag vallen er granaten nabij de hoeven van Jules Spenninck en Gustave Desmarets en om 18.30 uur 2 schrapnels boven de dorpsplaats.
In de nacht plaatst men 2 kanonnen in de haag van de weide van Hector Dalle tussen zijn hofstee en de Hert. Ze zijn van de middensoort, 150’ers. Met de gewone veldkanonnen kan men niet veel meer uitrichten. Die mogen niet te ver geplaatst worden of ze hebben te weinig reikwijdte. En plaatst men ze wat dichter, dan worden ze gauw ontdekt. Het is nu al anderhalf jaar dat er voortdurend kanonnen staan aan de hele ene kant van ons dorp. Daarvoor heeft men reeds de best verborgen plaatsen gebruikt. Sommige werden na enige dagen ontdekt, andere hielden het maanden vol. Men zette ze dan op een andere plaats, maar het eindigde ook met ontdekt te worden. Zo is er een tijd gekomen dat de vijand alle dichte posities kent en zij staan nergens nog veilig. Zo vindt men dat het grove geschut meer een noodzaak is. Deze kanonnen kan men plaatsen achter het dorp en bijgevolg veel veiliger. Een andere reden voor het grove geschut is dat men met de veldkanonnen moeilijk de sterke loopgraven van de Duitsers kan vernietigen. Daarom zal men hier toch het gewone veldgeschut niet weghalen, maar het voornaamste werk zal voor het grove geschut zijn. Veel grof geschut is in de streek aangekomen. Men spreekt meer en meer van een aanstaand offensief van de Engelsen in het Ieperse.
Men verneemt dat de Russen voortdurend ontschepen in Marseille.
7 mei, zondag. Eerste zondag van de meimaand. Op aanvraag van Zijne Eminentie Kardinaal Mercier algemene communie voor ons dierbare Vaderland ter intentie van Zijne Heiligheid de Paus. Onze parochie doet wonderwel mee niettegenstaande de droevige en gevaarlijke toestand van ons dorp. En alhoewel er van langsom minder volk in het dorp is, deel ik deze morgen 250 communies uit. Omtrent 500 mensen zijn in de missen aanwezig geweest. Na de hoogmis pauselijke benedictie. In de namiddag doet een protestantse aalmoezenier zijn dienst voor een 30-tal soldaten op de zolder van Hector Dalle. Deze aalmoezenier is een zeer minzaam, moedig en ijverig man. Dikwijls ziet men protestantse en katholieke aalmoezeniers samen. Zeer dikwijls zijn ze samen gelogeerd en nemen samen hun maaltijden. Wat vreemd is bij de Canadezen, is dat de protestantse aalmoezeniers de roomse boord dragen en de katholieken niet. De katholieke aalmoezeniers zijn doorgaans veel moediger dan de protestantse en stellen zich veel meer in gevaar. Enkele zijn ook zeer godsvruchtig en ijverig om hun volk naar mis en sacramenten te krijgen en tot de biecht in het bijzonder. Zo bijvoorbeeld pater Gill, Jezuïet en pater O’Connor, redemptorist. Ongelukkiglijk laat dat bij anderen te wensen over en die vergenoegen zich veel te veel met de absolutie in globo. Er zou meer goed gedaan kunnen worden door de biecht.
In de avond rond 19 uur vallen veel granaten aan de noordoostkant van ons dorp, rond de hofsteden van Amand Heugebaert, Cyriel Gontier, Nollet, Huyghe, Claeys, Lietaert. Ten minste 60 tot 70 in een uur tijd.
8 mei, maandag. In de vroege morgen ga ik voorbij het klooster en zie Belgische soldaten bezig het zink van het platform af te doen. De jongens schrokken geweldig toen zij mij zagen en zeiden beteuterd dat zij handelden op bevel van hun commandant, die het zink nodig had voor de paardenstallen. Ik kende zulke antwoorden. Toch wilde ik er geen verder gevolg aan geven omdat ik wist dat het zink in elk geval toch gestolen zou worden, zo niet door hen, dan door anderen. Zij beloofden alles met rust te laten. 2 dagen nadien kwam ik daar weer en zag dat niet alleen het zink van de school gestolen was maar ook dat van de pastorie.
Ik betaal vandaag de laatste schulden van de ziekengilde en sluit met een spaarboekje van 1950,80 en een kas van 128,02 tezamen 2078,82. Spaarboekje en geld berusten tot na de oorlog bij mij.
Op de hofstee van Hector Dalle is ook een telegraaf zonder draad. Een hoge paal bij de grote put vangt de communicatie op en zet ze over naar de telegrafist, die een 25 meter verder op de zolder boven de paardenstal zit. Zo zijn de telefonisten in communicatie met de vliegtuigen. Zij zijn gekleed zoals de vliegeniers.
9 mei, dinsdag. Dezer dagen hebben wij veel kanongeschut gehoord van de kanten van Diksmuide, waar er fel gevochten werd en de Belgen verscheidene honderden van hun mannen hebben verloren. Vandaag reis ik naar Roesbrugge. Op ’t Hoge zie ik de tenten waarin les gegeven wordt aan de kinderen van Poperinge. Het college is open voor het 5de en 6de Latijn en 4 Franse klassen. Ook het atheneum in Roesbrugge. E.H. Henri Callewaert, onderpastoor van Ieper, is er godsdienstleraar. Te allen kant zie ik tenten staan voor burgers, verschillend in hoedanigheid. Het merendeel is uit plak en stak. Vele van hommelpersen en ook sommige uit schone effen planken. Deze laatste kosten veel geld omdat het hout zeer duur is. Ik keer terug langs Haringe. Daar ziet men waarlijk niet dat het oorlog is, slechts hier en daar ontmoet men een soldaat. De vruchten staan mooi en hier kunnen de boeren nog hun land bewerken zoals in vredestijd. Hier zie ik ook vlas, hetgeen dichter bij het front niet te vinden is. Deze vrucht is zeer duur.
’s Avonds om 19 uur wordt de oostkant van het dorp beschoten. 1 granaat slaat een boom af in de dreef van de burgemeester voor het huis van Amand Vermeulen. Nog 1 valt op het huis van weduwe Bryon in de herbergzaal. 1 soldaat wordt er erg gewond. Men plaatst van langsom meer grof geschut in Dikkebus. 2 kanonnen worden geplaatst op de hofstee van Emiel Comyn in de haag, 3 in de bossen naast de hoeve, 3 in het bos naast Celeste Planckeel. Wij wonen nu helemaal tussen de kanonnen.
Van langsom meer volk verlaat het dorp. E.H. Belpaire, neef van juffrouw Belpaire, aalmoezenier van de 2de groep Belgische artillerie, valt onder zijn paard op de hoeve van Cyriel Lamerant en breekt de knieschijf. Hij wordt vervoerd naar Poperinge en verder naar De Panne. Het is jammer dat hij zijn volk moet verlaten. Hij was een deftig en ijverig aalmoezenier en geacht door officieren en soldaten.
10 mei, woensdag. Om 9 uur vertrekken 10 jongens naar de schoolkolonies in Frankrijk. Zij rijden per auto naar Hazebrouck en gaan vervolgens met de trein naar Parijs. Dan worden zij naar de volgende koloniescholen gezonden. Naar Chevilly, de grote school die reeds meer dan 300 leerlingen telt onder bestuur van meester Decock van Voormezele, gaan: Capoen Camiel, Verraest André, Leuridan Henri. Naar Orly, Chateau de Grignon: Saelen Gaston en Oscar, Capoen Florent en Daniel, Durny Henri, Casier Hilaire. Naar Chevilly: Forest Remi.
Om 16 uur vallen verscheidene granaten op en rond de hoeve van Theophiel Huyghe. 1 valt op zijn paardenstal, zijn paard wordt doodgeslagen en 2 Belgische soldaten worden onder het puin begraven maar zijn enkel licht gewond. Theophiel, die altijd goed had kunnen opschieten met zijn Belgische soldaten, wordt nu in de nood door hen geholpen. De commandant geeft hem onmiddellijk 2 paarden in gebruik en een soldaat als geleider om het overige te doen van Theophiels landwerk en zijn gereedschap en meubelen te verhuizen uit zijn zwaar beschoten hoeve. Zij blijven 3 weken tot zijn dienst. Ook rond 16 uur vallen granaten rond de hofsteden van Amand Verraest en Alouis Adriaen. 1 valt op het huis van Adriaen, geen ongelukken maar veel schade. Alle beste kleren die in de kas hingen, worden doormaaid van de granaten.
Ik krijg opdracht vanwege de arrondissementscommissaris om de laatste kinderen voor de schoolkolonies op te zoeken. Rond 7 uur ben ik voor die zaak bij Charles-Louis Charles, als plotseling een geweldige beschieting rond de hofstee van Jules Forceville begint. Tweemaal zie ik een rode rook opgaan, het droevige teken dat een granaat op de gebouwen gevallen is. Ik ben pas om 8.30 uur thuisgekomen als ik door een Engels soldaat vlug geroepen word naar een gewonde burger die in het hospitaal van de Melkerij ligt. Ik zie daar een man, onkennelijk met een hoofd van dubbele dikte, dat half omwonden is en vol bloed. Een akelig gerochel komt uit zijn keel en hij ligt buiten kennis. Ik bedien hem met het H. Oliesel. Van een Belgische soldaat die hem binnengebracht heeft en nog naast hem staat, kom ik te weten dat het Jules Forceville is, 45 jaar oud, gemeenteraadslid. Arme verblinde man! Nooit kon hij geloven dat er gevaar was. Vader van 8 kinderen, waarvan de oudste 16 jaar was, en alhoewel braaf en godvruchtig, had hij moeite met de liefde voor zijn kinderen. Hij kon er niet toe besluiten deze kinderen naar de schoolkolonies te zenden; hij bleef liever met hen wonen in zijn houten wagenhuis, het enige dat hem nog overbleef van zijn verbrande hoeve. Hij zei: ‘Wij zullen bidden en God zal ons sparen en indien wij moeten sterven kunnen wij allen samen sterven.’ Hoe dikwijls heb ik getracht hem zijn plichten te doen begrijpen, maar hij wilde geen redenen verstaan. Zijn vrouw was onder dat opzicht helaas nog dwazer dan hij. Meermaals was het ongeluk nakend geweest, en 14 dagen geleden werd hij door de politie gewaarschuwd enkele van zijn kinderen uit het gevaar te verwijderen. Die maatregel kon hem nog niet tot betere gevoelens brengen. En helaas, nu moet hij zijn roekeloosheid met de dood bekopen. Hij werd geslagen aan de deur van zijn wagenhuis, terwijl vrouw en kinderen in een naburige loopgraaf gevlucht waren. Zijn zuster Julie, die naast hem stond, werd niet getroffen. De arme Jules stierf een uur nadien om 9.30 uur, slachtoffer van zijn roekeloze dwaasheid. Zijn vrouw, die mij de zaak vertelde, zei mij dat Jules aan de deur stond en telkens als er een granaat afkwam, de deur voor hem dichtdeed en erachter schuilde. Hoe is dat te geloven! Alsof de Duitsers met suikerbollen smeten!
11 mei, donderdag. Van 7 tot 8 uur vallen er granaten langs de Kapelstraat. De hele voormiddag ga ik op zoek naar kinderen. Ik vind er nog 17. Bijna alle andere kinderen zijn van plan om het dorp te verlaten.
Sedert een week schieten de Engelse kanonnen uitzonderlijk weinig.
12 mei, vrijdag. Om 7.30 uur begrafenis van de ongelukkige Jules Forceville. Mijn patroonfeest van St.-Achiel wordt gevierd bij E.H. onderpastoor van Reningelst.
In de namiddag vallen verscheidene granaten op en rond de hoeve van Cyriel Claeys, een paard van de Belgen wordt er gedood. Daar deze plaats al te gevaarlijk wordt, wordt er besloten dat de echelons van de eerste groep een andere plaats zullen kiezen verderaf van het vuur. Zij waren ook de dichtste echelons.
13 mei, zaterdag. Een dubbel bevel van evacuatie komt naar de gemeente en de gendarmerie. Het eerste vanwege de militaire gouverneur Andringa, het tweede vanwege de arrondissementscommissaris en commandant van de gendarmerie Delporte van Poperinge.
Ten eerste: evacuatie van alle burgers van de dorpsplaats en omgeving, Melkerij en Klein Brussel inbegrepen, ook voor hen die wonen links van de straat van Hallebast naar de Razelput, alsmede van de Vijf Geboden. Ook van al wie rechts van de grintweg van Dikkebus naar Vlamertinge woont. Uitzondering mag gemaakt worden voor de boeren, zij mogen blijven om hun land te bebouwen en mogen daarom ook het nodige werkvolk op de hofstee behouden, maar zij moeten bij de boer inwonen. De evacuatie moet beëindigd zijn op de 25ste van deze maand. Ten tweede: evacuatie van alle kinderen van het dorp boven de 3 jaar. Jongens tot 14 en meisjes tot 16 jaar. Deze moet beëindigd zijn voor de 30ste. Het is een erge maatregel en voor veel mensen zeer pijnlijk. Nochtans, alles in acht genomen, is hij niet meer misplaatst. Het verblijf op deze kant is zeer gevaarlijk, en er zijn reeds zoveel pijnlijke rampen gebeurd, dat men met reden mag vrezen dat er nog nieuwe zullen voorvallen, te meer daar alles nieuwe en vreselijker beschietingen dan de eerste doet vermoeden. Er is immers nu een tijd gekomen dat het waarlijk onuitstaanbaar is op onze dorpsplaats.
Nochtans is deze maatregel voor veel mensen uiterst pijnlijk, vooral voor de eigenaars van hun huis, die in ons dorp zeer talrijk zijn. Van velen is hun huis hun hele fortuin. Zij hebben er jarenlang voor gewerkt en gespaard en zij weten dat met hun huis hetzelfde zal gebeuren als zij met eigen ogen van zoveel andere huizen gezien hebben. Vandaag verlaten zij het en morgen komen er soldaten, slaan en breken, verwoesten en verbranden alle houtwerk, zodanig dat er na enige weken niets anders meer zal overblijven dan de naakte muren, die dan bij gelegenheid ook ingebeukt zullen worden. Zulks gebeurt en mag gebeuren onder de ogen van de Engelse politie en zelfs van de officieren, daarvan zijn wij allen getuige geweest. Daarom hadden sommige eigenaars beslist om, niettegenstaande de grote gevaren, immer verder te blijven. Niet te verwonderen dat in veel huizen dit bevel, dat de gendarmes gingen rondzeggen, onthaald werd met een pijnlijke verzuchting of zelfs met een halve vloek.
Welk is nu de reden van dit bevel? Is het de bezorgdheid om de burgers? Ik geloof het niet, vermits er plaatsen zijn die nog gevaarlijker zijn en waar men toch mag blijven. Volgens mij is de enige reden meer gemak te geven aan de Engelse oorlogsverrichtingen, vrij te mogen beschikken over huizen en plaatsen, minder gezien te worden en verlost te zijn van de talrijke spionnen, waarvan het naar hun zeggen krioelt onder de burgerbevolking van Dikkebus. Gelukkig dat wij niet meer schrikken van zulk een complimentje!
De chef van de Belgische gendarmes komt mij heel vriendelijk vragen morgen in de missen een woordje te zeggen over deze maatregel en het volk aan te raden zich zonder tegenstand te onderwerpen. Ik beloof hem dit te doen.
Wat het bevel voor de kinderen aangaat, dit wordt in het algemeen goed aanvaard. Nochtans hebben enige ouders veel verdriet om van hun kleine kinderen te moeten scheiden, hetgeen zeer goed te verstaan is. Ook enige ouders zien niet gaarne hun oudste kinderen, van wie zij reeds veel hulp hebben, vertrekken. Nochtans wordt voor deze laatsten door de politie veel door de vingers gezien en zo kunnen er enige blijven. Toch zijn er enigen erg misnoegd.
In de voormiddag vallen enkele schrapnels op De Klijte. Om 16 uur ontploffen enkele schrapnels boven het dorp, het meest rond de kerk. Om 22.30 uur vallen veel granaten rond de Belgische kanonnen aan de hofstee van de burgemeester. Een batterij staat er rechts en een links, maar op de 27 granaten die er vallen, zijn er slechts 3 die ontploffen, zoiets heb ik nog nooit geweten.
14 mei, zondag. In iedere mis zijn ongeveer 175 mensen aanwezig. Ik zeg een woord over de evacuatie en hoor dat sommige gemoederen wat bedaarder geworden zijn en dat iedereen reeds aan verhuizen begint te denken en schikkingen begint te nemen. Een verandering aan het bevel van evacuatie van de kinderen: de evacuatie moet beëindigd zijn voor de 20ste van deze maand.
De kanonnen aan Amand Heugebaert en Cyriel Gontier zijn weg. Om 18 uur vallen granaten rond de hoeven van Doom en Lemahieu. 1 valt op de schuur van Lemahieu. Een Belgische soldaat van de 6de batterij wordt aan Café Français gedood door een schrapnelkogel in de borst.
15 mei, maandag. De gendarmes gaan rond om de ouders te waarschuwen betreffende de evacuatie van de kinderen. In de namiddag vallen granaten op de plaats rond het Zweerd. Een valt op het onbewoonde huis van de weduwe Pyck. Nog een nieuw staaltje van de dwaze lichtgelovigheid van de Engelsen. Nu doet het de ronde dat de burgemeester van Dikkebus gefusilleerd is als spion. Waarom zou hij ook zijn beurt niet krijgen, vermits alle burgemeesters van de streek aangehouden zijn en het merendeel gefusilleerd werden! Men heeft een draadloze telegraaf in zijn kelder gevonden, waardoor hij in verbinding was met de vijand. De Engelsen hebben dus een hoge dunk van de geleerdheid van onze landelijke burgemeesters. Zulks werd algemeen verteld, verscheidene dorpen in het ronde, en dat niet alleen door soldaten maar ook door officieren! Hoe is het mogelijk! Wat gaan we hartelijk lachen na de oorlog wanneer wij vrij honderden zulke toeren zullen kunnen vertellen!
16 mei, dinsdag. Reeds vanaf 3 uur zijn Duitse vliegtuigen op gang, het gewone voorteken van een onrustige dag. Reeds om 6 uur beschiet men de omgeving van de molen. Verscheidene granaten vallen op de gebouwen van Vermeersch, die reeds te allen kant doorschoten en ingestort zijn. Ook op de 2 huizen van Arthur Coene. Vooral tijdens mijn mis is de beschieting geweldig en ik hoor de scherven op het dak van onze kapel ratelen. Weldra verandert de richting en nu schieten zij naar de dorpsplaats. Verscheidene granaten vallen in de tuinen tussen mijn huis en de kerk. En wanneer ik na de mis naar huis ga, merk ik dat een granaat gevallen is achter de magazijnen van Justin Thevelin, op het geschilderde hok dat gemaakt is boven de spoorweg om er het grote kanon in te bergen. Zo is het hok reeds beschoten voor men er gebruik van gemaakt heeft. Tijdens deze beschieting schieten de kanonnen van de weide van Hector Dalle voor de eerste maal. Wat een verschrikkelijk lawaai wanneer die kanonnen met de mond naar ons gekeerd hun schot lossen en het moordtuig huilend boven ons hoofd wegzenden. Een schot dat gelost wordt op 1000 meter achter u maakt meer lawaai dan een dat afgaat op 50 meter voor u.
Helaas, die beschieting zal de hele dag om zo te zeggen niet ophouden. Nu en dan een tussenpoos van een half uur. Soms zelfs van een uur, maar telkens herbegint het. Het meest op de westkant van de dorpsplaats rond het Schoonhuis en Klein Brussel. Ongelukkiglijk is het dinsdag, bijgevolg de dag dat de vrijgeleiden uitgedeeld worden, en veel volk om die reden naar het dorp moet komen, iets wat ver van aangenaam is. Sylvia Vandelanoote, 31 jaar oud, vrouw van Jules Gontier, landbouwer van de hoeve palend aan de pastorie en Martha Ooghe, 15 jaar, dochter van Camiel, van Millekruis, waren om die reden ook naar het dorp gekomen. Martha sedert verscheidene maanden voor de eerste maal en Sylvie, die reeds gevlucht was op Reningelst, voor de laatste maal meende zij, daar zij gekomen was om haar verblijfsvergunning te doen veranderen. Om 10.30 uur keerden zij terug en zij waren op de steenweg rechtover herberg De Congo toen ze plotseling een granaat naar hen hoorden komen. Zij sprongen aan de kant en wilden schuilen achter een boom. Voor zij de tijd hadden zich te redden, ontplofte de granaat te midden van de steenweg, op 4 meter van hen vandaan. De scherven ijzer vlogen rond. Martha werd de helft van haar hoofd afgeslagen en was op slag dood. Sylvie werd afgrijselijk gewond. Het dode meisje werd door de Belgische gendarmes opgenomen en binnengedragen in de gendarmerie en daarna in de schoolkapel. Pas een half uur geleden bevond haar vader Camiel zich op mijn kamer om mij te spreken over diezelfde Martha. Daar zij nog haar 16 jaar niet bereikt had, was zij ook onder het getal van de meisjes die geëvacueerd moesten worden. Hij kon haar onmogelijk missen, zei hij, hij had haar nodig voor zijn werk, daarom zou hij haar voor enige tijd naar de familie zenden met de hoop dat zij weldra zou mogen weerkeren. Het was daarom dat zij een vrijgeleide ging halen. Helaas, een half uur nadien kwam de wrede dood haar voor altijd afnemen.
Vrouw Gontier werd binnengedragen in het huis van wijlen Amand Ghyselen. Daar heb ik haar gevonden. Een kwartier nadat het ongeluk gebeurd was en voor ik iets vernomen had, kwam de protestantse aalmoezenier van de Melkerij naar mijn kamer gelopen om te zeggen dat er een burger gewond was. Ik liep er aanstonds naartoe met het Heilig Sacrament en de Heilige Olie. Sylvie zag er mij slecht uit en ze verloor geweldig veel bloed. Aanstonds biechtte ze en berechtte ik haar. Zij was bij haar volle bewustzijn en wist dat haar toestand gevaarlijk was. In de namiddag werd zij naar het hospitaal van Poperinge gebracht, daar is zij verpleegd geworden. Zij had niet minder dan 37 wonden, en was zij niet sterk geweest, zij zou nog dezelfde dag gestorven zijn. ’s Anderdaags schonk zij het licht aan een tweeling, deze kinderen stierven een half uur nadien. Haar wonden verbeterden weldra, behalve die van de knie, die zeer erg waren. Enige tijd dacht men het been af te zetten, maar later dacht men dat het zou gaan door er de granaatscherven uit te halen. Men deed deze operatie, helaas, men kon de bloedvergiftiging niet beletten en na 2 maanden afgrijselijk lijden stierf Sylvie op 12 juli in het hospitaal van het kasteel van Couthove in Proven. Zij werd in Reningelst begraven. Terwijl ik de berechting deed, vielen nog verscheidene granaten in de nabijheid. 1 viel op de stal van Edward Lauwijck. Rond de middag vielen er 2 voor de deur van het Schoonhuis, 3 soldaten werden er gedood en 5 gewond. De beschieting duurde tot 18 uur. Martha Ooghe en Sylvie Vandelanoote zijn het 19de en 20ste burgerlijke slachtoffer die op het grondgebied van Dikkebus door de Duitse granaten gedood werden.
Rond de middag wordt een Belgisch vliegtuig door een Duits neergeschoten en het valt op Ouderdom. 1 man is dood en 1 gewond. Ik merk dat er aan het station van Hector Dalle elke avond een lange trein vol soldaten aankomt die gaan werken aan de loopgraven. ’s Morgens, zodra het licht is, vertrekt hij weer.
17 mei, woensdag. Om 6.30 uur doe ik de begrafenis van Martha Ooghe. Droevige begrafenis! Niemand anders dan haar vader, haar zuster en 4 mannendragers waren aanwezig. Iedereen is afgeschrikt en weinigen durven nog naar het dorp te komen.
Het is nu reeds 4 weken dat men voortdurend huisraad ziet opladen, altijd ’s ochtends omdat het dan het minst gevaarlijk is. Op een morgen van verleden week zag ik er laden op niet minder dan 14 plaatsen. Vandaag merkt men reeds dat het verhuizen vermindert, daar er nog maar weinig volk overblijft. Het verhuizen kost veel geld. Om een wagen met een paard naar Westouter te brengen betaalt men 20 frank. Men is het nu gewoon om voor alles veel te rekenen. Vraagt gij een paard en koets voor een hele dag, dan kost het u 25 frank. Henri Lamerant heeft de schoolbanken verhuisd naar Reningelst.
Vandaag is het in tegenstelling met gisteren een zeer kalme dag en geen enkele plaats van Dikkebus wordt beschoten.
18 mei, donderdag. In de nacht veel geweld, de Duitsers vallen aan en werpen gas langs Kemmel en Dranouter. In de namiddag schieten de 2 kanonnen van Comyn 5 schoten af. Het lawaai hier op de hofstee is verschrikkelijk als deze kanonnen afgaan.
Sedert een paar maanden zijn er 2 gendarmerieën op Dikkebus. Het zijn gendarmes die de wacht moeten houden langs de kant van Ieper en het Hemelrijk. Zij hebben zich anders niet met de burgers te bemoeien. Eerst waren ze in een huis langs de kasseiweg van Ieper, maar nu zijn zij komen wonen bij meester Nollet, waar ook de inspecteur de Sûreté is. Daar het daar ook gevaarlijk wordt en zij nu ook de wacht op de dorpsplaats en op Hallebast zullen moeten houden, verhuizen zij naar de aanpalende huizen van de Hert. De andere gendarmes, die sedert 8 maanden in het huis van madame Cardon naast herberg De Faubourg wonen, verhuizen naar Charles Van Eecke. De inspecteur de Sûreté gaat eerst bij Henri Breyne en weldra bij Jules Ooghe wonen. Op dinsdag en vrijdag komt hij zetelen in de gendarmerie voor het afleveren van de vrijgeleides.
19 mei, vrijdag. Daar nu het hele dorp geëvacueerd moet worden en ik bijgevolg in de schoolkapel geen diensten meer zal kunnen doen, neem ik ook schikkingen voor het verhuizen van de kerkmeubelen die in deze kapel zijn, ook nog voor enige meubelen die het verhuizen waard zijn en zich nog in de kerk bevinden. Deze morgen om 4.30 uur laadt Henri Lamerant 2 grote wagens waarop er tussen de 210 en de 220 stoelen liggen. Omtrent alle stoelen zijn in goede staat. Toch zijn er enige half gebroken. Henri brengt deze stoelen naar de kerk van Reningelst, waar zij gebruikt zullen worden. De kerkfabriek van Reningelst betaalt de onkosten van het vervoer. Ook 47 stoelen worden vervoerd naar de kapel van De Klijte. Ongeveer 175 die gebroken zijn en het verhuizen niet meer waard, worden in de kerk achtergelaten. De hele voormiddag ga ik kinderen waarschuwen die morgen naar de schoolkolonies moeten vertrekken. In de voormiddag ontploffen schrapnels op verscheidene plaatsen. Bij de Potente, het bos van Celeste Planckeel, de Ouderdommolen en het Prolbos. Rond 15 uur vallen veel granaten op en rond de hofstee van de weduwe Alfons Huyghe. 3 koeien worden er gedood. Een granaat valt bij het huis van Deman op Millekruis. Rond dezelfde tijd weer een geweldige beschieting rond de hofstee van Lemahieu. Verscheidene granaten vallen op de hofplaats zelf, een valt ook op de driewoonst langs de grintweg. Een Belgische soldaat die op dat ogenblik daar voorbijreed, wordt door zijn arm geschoten en zijn paard wordt gedood. Een granaat valt op een munitiemagazijn op de hofstee van weduwe Dewilde. Het was een voortdurende ontploffing en een verschrikkelijke brand. De Duitsers moeten dit gemerkt hebben want zij schieten een uur lang voortdurend naar de brand. Het was verschrikkelijk om te zien. Om 18 uur is het de beurt aan de dorpsplaats. 3 vallen op de koer van het klooster, 1 op het wethuis, 1 op het huis van Alfons Forceville, 1 op het huis van weduwe Beele, 1 in de tuin van de pastorie. Om 19 uur schrapnels rond de Congo.
20 mei, zaterdag. Hector Dalle voert een wagen kerkmeubelen naar Reningelst, waarvan de voornaamste zijn: het missiekruis, de beelden van de H. Donatus, het H. Hart en O.L. Vrouw, de 2 piëdestals van de H.Harten, 2 kleine eiken piëdestals, 2 witte kleine piëdestals, de nis van O.L. Vrouw van Smarten. Ze worden in de kerk van Reningelst geplaatst. De 3 kerkladders, waarvan er een gebroken is, en ook de marmeren doopvont worden door Henri Lamerant naar zijn hofstee verhuisd. ’s Morgens om 5.30 uur brandt de hommelkeet van Amand Heugebaert, veroorzaakt door de onvoorzichtigheid van de soldaten. 4 soldaten worden erg verbrand. Tijdens de mis vallen granaten rond de molen en ongeveer de hele dag rond het Zweerd en de Congo.
In de voormiddag om 9 uur vertrekken 13 van onze kinderen van boven de 7 jaar naar de schoolkolonies. De auto’s komen ze halen naar De Klijte. Het zijn de volgende: Suffys Florent en Marcel naar Grandes-Dalles; Cnockaert Leon van Zillebeke en Dury Camiel naar Criquetot-sur-Ouville par Yerville, Seine-Inférieure; Dury Godelieve en Maria, Cuvelier Maria en Bertha, Cnockaert Madeleine van Zillebeke, Forceville Madeleine en Julia, Desmarets Maria en Pyck Maria naar Parijs, Rue de Vouillé. 3 zusters van het gesticht van Loker gaan met hen mee naar De Panne, waar zij enige dagen zullen verblijven tot hun plaats in de schoolkolonies gereed is. Daar ook zullen zij door de dokter onderzocht worden en enkel de gezonde zullen mogen vertrekken. Dat is een goede maatregel daar dikwijls ziekten door nieuwe kinderen binnengebracht worden. Dat is vooral het geval geweest in de kolonies van kleine kinderen in Merlimont-Plage, waar de rode koorts ferm gewoekerd heeft, binnengebracht door nieuwe kinderen. Nu is bijna iedereen verhuisd. Zij die de aanvraag doen, worden geholpen door het leger. De Engelsen stellen hun vrachtwagens ten dienste van de verhuizers. Toch vergt dit veel geloop. Ook Belgische soldaten verhuizen de burgers met hun wagens om zo wat drinkgeld te verdienen. De schone hofstee van Lemahieu is ook verlaten. De Belgische officieren blijven er nog.
De levensmiddelen zijn duurder dan ooit. Het varkensvlees kost 3,50 fr. per kilo, de tarwe 32 fr., de aardappelen 17 fr., het gewone bier 26 fr. per ton, het goede bier 40 fr., het vlees gaat meer dan de dubbele prijs. Er mogen geen kalveren meer gedood worden, koebeesten die nog geen 2 tanden hebben, mogen niet meer verkocht worden. De burgers krijgen nu maar weinig eten meer van de soldaten, daar die zelf niet veel meer overhebben. Hun voedselvoorraad is voor de helft verminderd en dat is een goede zaak, want het is ongelooflijk wat een levensmiddelen er verkwist werden. Toch hebben zij nog meer dan genoeg. De Belgen die hier op het Engelse front zijn, kanonniers en arbeiders, worden ook geravitailleerd door de Engelsen. Zij krijgen iets minder dan de Engelsen maar hun kost is zeer voldoende: ’s ochtends een snede kaas, ’s middags wat rundvlees en vleesdozen, ’s avonds een snede spek. Zij zijn in dat opzicht beter af dan hun broeders op het Belgische front. Maar zij krijgen wel te weinig brood, enkel 1/4 brood per dag. Op het Belgische front krijgen de soldaten een half brood.
21 mei, zondag. Vandaag doe ik voor de laatste maal dienst in de schoolkapel. De missen zijn om 6 en 8 uur. In iedere mis zijn er ongeveer 65 mensen. Na de mis verhuis ik het misgerief naar de hofstee van Hector Dalle. Belgische arbeiders werken hier aan de loskaai op de hofstee van Hector Dalle. Zij zijn reeds in kaki, op hun pet na. Rond de middag vallen granaten aan de Congo, het Zweerd en Klein Brussel. De kanonnen op de hofstee van Comyn en in de weide van Dalle schieten elk een tiental schoten, ook het kanon in het bos en dat bij Amand Heugebaert. Dit laatste wordt aanstonds ontdekt want een kwartier later valt een granaat dichtbij. Om 18 uur vallen verscheidene granaten rond de hofsteden van Doom, Perdieu en Carette. Ik was juist in de nabijheid, en heb bij mijzelf nog eens de bedenking gemaakt hoe wonderlijk het is dat geruime tijd na de ontploffing de stukken nog rondvliegen en hoe gevaarlijk het is zijn schuilplaats te verlaten. Ik hoor een granaat afkomen en werp mij neer. Ze ontploft op 100 meter van mij vandaan. Ik blijf nog ten minste 15 seconden na de ontploffing liggen, maar hoor niets rondom mij en pas wanneer ik rechtop sta, vliegen de stukken aarde en ijzer rond mij.
22 mei, maandag. In de vroege morgen verhuis ik het overige van de kapel, die ik nu overlaat aan de soldaten. Ik heb mijn kamer op de hofstee van Hector Dalle zo goed mogelijk als kapel ingericht en om 6.30 uur doe ik er de eerste mis. Gisteren heb ik het bericht gekregen dat alle kleine kinderen van boven de 3 jaar morgen mogen vertrekken naar de schoolkolonies. Ik ga een deel van het dorp inlichten. Henri Saelen doet het ander deel. Enkele granaten vallen rond de hofstee van de burgemeester en op de Razelput. Nog slechts 2 of 3 mensen van de dorpsplaats zijn aan het verhuizen. Omtrent allen gaan wonen in tenten, behalve enkelen die naar de stad Poperinge gaan wonen, waar nog verscheidene huizen onbewoond staan. Nochtans is Poperinge gevaarlijk en daar zullen zij ook veel angstige uren passeren en eindigen met ook elders een schuilplaats te zoeken. Enige Dikkebusnaren slaan tenten op in Sint-Jan-ter-Biezen, Proven, Loker, verscheidene in Reningelst en zeer velen in Westouter, waar er hele gehuchten van Dikkebusnaren opgetimmerd zullen worden. Die tenten zijn zeer verschillend van kwaliteit: sommige zijn zeer ellendige kotjes. Wat palen die rechtop staan, daartussen wat latten op stokken of platen van allerlei soorten geslagen of soms het een en het ander, dit alles binnen en buiten bestreken met kleiaarde. Daarop een dak van hetzelfde houtwerk beslagen met teerpapier of blik van soldatenbiscuitdozen. En zo timmert men in 3 of 4 dagen een oorlogshuisje. Een deur die zij mee verhuisd hebben, sluit de ingang af. Een venstertje met de laatste ruiten van hun oude huis dient voor kijk- en luchtgat. Een blikken buis, ook van soldatendozen boven op het dak, dat is de schoorsteen. En in dat huisje: 2 of 3 plaatsen dikwijls gescheiden door de deuren en vensterluiken die zij van hun oud huis meegebracht hebben. Men vindt er de keuken, die meestal soldatenwinkel en koffieplaats is, dan 1 of 2 slaapkamers. De vloer is in aarde en boven de kamers is er meestal een zolder maar dikwijls te zwak om mensen te dragen en die daarom gewoonlijk gebruikt wordt voor bergplaats van het overschot van meubels en bocht. Zulke kotjes vindt men bij honderden in de streek, arm en ellendig, en nochtans leeft het volk er betrekkelijk gelukkig. Zij hebben immers een eigen haard en zijn meester in huis.
Maar zo zijn niet alle tenten. Men vindt er van deftige bouwtrant, zelfs heel mooie, echte châlets, uit mooie effen planken, met plankenvloer, sterke zoldering, pannendak, soms mooi geschilderd en zelfs met versiering. En binnen: ruime plaatsen, grote winkels of herbergen, benevens verscheidene kamers. Er zijn immers veel mensen die van plan zijn om na de oorlog hun tent mee te verhuizen en ze in de plaats van hun stukgeschoten huis te zetten, om zo van het begin af aan een woning te hebben. Opdat ze gemakkelijk verplaatst zouden kunnen worden, zijn de verscheidene delen samengevoegd met vijzen en niet met nagels.
Sommige tenten kosten veel geld, zelfs zijn er die van 4000 tot 5000 frank kosten. Het hout is immers buitengewoon duur, en het gewone dagloon van een timmerman is van 5 tot 6 fr., dat kunnen zij immers bij de Engelsen ook verdienen. Veel personen van Dikkebus die eigenaars waren van hun huis, hebben voor het opbouwen van hun tent deuren en vensterluiken meegedaan, verscheidene hebben hun zoldering afgenomen en een heeft zelfs zijn hele huis afgebroken om aan hout te geraken.
Een groep Belgische kanonniers van de 6de batterij wordt betrapt op het smokkelen van bier uit Frankrijk. De inkomstrechten van het Franse bier belopen 0,05 per liter. Zij kwamen af van Bailleul met 2 wagens, ieder bespannen met 6 paarden. Deze waren geladen met stro, waaronder 24 tonnen bier verdoken waren. De mannen waren smoordronken en reden in volle geweld de douane van Loker voorbij en wilden ook in zotte vaart door De Klijte trekken. Een Franse tolk doet hen halt houden. De soldaten vertellen hem wat zottigheid, maar hij laat aanstonds een Belgisch gendarm roepen. Intussen trekt een van de soldaten wat stro uit om aan zijn paard te geven. Een ton komt bloot en wordt gezien door de gendarm, deze doet een onderzoek en vindt een 2de en een 3de ton. De soldaten moeten de wagen laten staan, maar schijnen weinig verdriet te maken in hun tegenslag. Aanstonds worden de douaniers geroepen, die de hele smokkelzaak ontdekken. De soldaten worden ’s anderdaags ondervraagd, en een bekent dat het voor rekening is van herberg De Hert van Dikkebus, Van Elstlande en Tahon. Het schijnt dat er eerst een proces opgemaakt werd, maar dat alles in orde is geraakt door de tussenkomst van de officieren.
De Belgische soldaten zijn er buitengewoon opuit om veel geld te verdienen, en ze zijn niet kieskeurig wat de middelen betreft. Een nieuw middel is nu het stelen van zink en lood. Zo gaan zij zinken daken en goten aftrekken, loden en ijzeren pompen en buizen wegnemen uit de onbewoonde huizen, en ze verkopen dat aan helers. Zo werd er bij een inwoner van Dikkebus 500 kilo zink ontdekt. Hector Dalle vond een granaatput in zijn land die vol lood en zink lag. De kar van Marcel Coene was gestolen en hij vond ze bij een landbouwer van De Klijte. De soldaten hadden ze gebruikt om hun waar te vervoeren en ze hadden alles tezamen aan de boer verkocht. Ook gaan zij zolderingen afbreken in de verlaten huizen en verkopen de planken aan de burgers om hun tenten op te slaan.
Toch zijn er veel soldaten die niet meedoen aan dat vreemde spel, tenzij het om Engelse zaken gaat. Wanneer de Engelsen hun kampen verlaten hebben en de tenten enige uren onbewoond zijn, dan hebben de Belgen er reeds alles mee dat hun dienstig kan zijn. Zo trekken zij soms hele tenten af om voor zichzelf een tent te maken. Zo zijn zij er ook opuit om de fietsen van de Engelsen te ontvreemden en ze doen er aanstonds wat veranderingen aan, zodat deze geheel en helemaal het uitzicht hebben van burgerfietsen. Zo bezitten velen een fiets. Gaarne gaan zij ook hoge rubberlaarzen halen naar de kampen van de Engelsen. Dit alles noemen zij ‘gekocht met 5 minuten schrik’. Zij trachten ook geld te slaan uit ringen en andere kunstwerkjes die zij vervaardigen uit schrapnelkoppen. Zij maken ook schone vazen van koperen granatenhulzen waarop zij Ieper of Sint-Elooi zetten, zij versieren ook obussen en dat alles verkopen zij duur aan de Engelsen. Met al zulke middeltjes, het ene mooier dan het andere, zijn er Belgen die een mooie stuiver gespaard hebben. Maar de meesten verdrinken alles wat zij verdienen. De Belgische gendarmes zijn op het spoor gekomen van de zinkdieven, en zo zijn van de 5de batterij een wachtmeester en een brigadier gedegradeerd geworden omdat zij ’s nachts hun volk met zulke waar naar Poperinge hebben laten rijden.
23 mei, dinsdag. ’s Nachts vallen er granaten in de weide van Remi Onraet, bij de Hert en 1 op de gebouwen van Arthur Desmarets, Hallebast. In de avond buitengewoon geweldige beschieting rond de hofsteden van Camiel Derycke en Verpoort. Een half uur lang houden de ontploffingen schier aaneen, soms zijn er wel 10 per minuut. Het is al rook wat men ziet.
Om 9 uur vertrokken 26 kinderen beneden de 7 jaren naar de Franse schoolkolonies. Het zijn de volgende: naar Varengeville-sur-Mer, Seine-Inférieure, Vandenbrigghe Daniel en Marcel van Geluveld, Grimmonprez Oscar, Forceville Jerome, Onraet Jules, Thuylie Oscar en Michel, Huyghe André, Cnockaert Julien, allen van Dikkebus; naar Parijs, Rue de Vouillé: Pyck Marguerite, Forceville Elisa, Cuvelier Zulma, allen van Dikkebus en Cnockaert Maria van Zillebeke; naar Veulettes-sur-Mer, Grand Hotel de la Terrasse: Onraet Maria en Martha, Lievens Maria en Martha, Huyghe Julia, Desmedt Martha, Grimmonprez Maria, Rubrecht Maria; naar Bougival: Scheldeman Maurits en Marcel Vandamme. Deze kinderen werden door hun ouders begeleid naar De Klijte. 2 auto’s kwamen ze daar ophalen. Dit vertrek was ver van aangenaam, ja zelfs min of meer dramatisch. Het gehuil was ongehoord, wat niet te verwonderen is met kleine kinderen. Maar deze keer was het nog veel erger daar verscheidene ouders met tegenzin hun kinderen lieten vertrekken. Bij verscheidene onder hen was het immers de gedwongen evacuatie. Nu zelfs voor de besten moet zulk een scheiding pijnlijk zijn. Doch wat wil men, er moet voor de kinderen gezorgd worden en hier is het onmogelijk. De verstandigsten verstonden het toch. De kinderen werden naar De Panne gebracht, waar zij enige dagen verbleven, om dan verder naar de kolonies gestuurd te worden. Een kind, Gabrielle Doom, werd daar ziek bevonden en is er verscheidene weken moeten blijven tot het genezen was en het werd vervolgens geplaatst in het weeshuis van Wisques.
In de namiddag laat de Engelse genie de schouw van de Melkerij springen om te beletten dat de Duitsers ze als mikpunt nemen. E.H. Delaere, pastoor van St.-Pieters, komt met het bericht dat 10 kinderen morgen naar de koninginnescholen van Wulveringem mogen vertrekken.
24 mei, woensdag. Om 11 uur heeft een auto de volgende kinderen komen halen, om ze naar Wulveringem te voeren: Decrock Madeleine van Schaarbeek, Dauchy Maria, Cyriel en Madeleine, Haelewyn Martha, Lauwyck Esther, Maria en Anna, Delanotte Henri, Cafmeyer Godelieve. Er is daar nu plaats gekomen voor 100 kinderen.
De kanonnen van bij de hofstee schieten een 25-tal schoten. De Duitsers schieten weinig.
In de namiddag ontvang ik het bezoek van mijn broer Remi, soldaat. Het is ongelooflijk hoe wantrouwig de Canadezen zijn. Het toeval wilde dat die dag nogal wat Belgische soldaten van de artillerie naar de hofstee kwamen, waaronder 2 of 3 die wat in huis bleven zitten. Vrouw Dalle had reeds gemerkt dat een officier nu en dan kwam kijken. Dan kwam nog op het onverwachts mijn broer binnen, die zij niet kenden, dan keken zij nog meer. Toen kwam een ordonnans die Frans sprak bij Eugenie en zei dat de officieren niet gaarne hadden dat al die Belgen kwamen. ‘Zij kwamen gewis,’ zei hij, ‘om de regeling en de doening van de Canadezen te bespioneren en ze hadden nu nog zelfs een van hun officieren gezonden!’ Zij namen mijn broer, die als piot wat rood aan zijn kraag had, voor een officier. Remi blijft er overnachten en vertrekt ’s anderdaags. Ik bereken dat nu nog ruim 500 mensen in het dorp zijn. Enkelen wachten nog om te vertrekken tot hun tent opgetimmerd is.
25 mei, donderdag. Kalme dag. In de laatste weken is er in Dikkebus grote verbetering aan de wegen gedaan. Doordat er nu verscheidene grote loskaaien zijn in Dikkebus en in de buurt heeft men alle gemak om stenen te vervoeren. De auto’s gaan ze daar ophalen en lossen ze in de wegen. De kasseiweg van Ouderdom naar Hallebast is langs beide kanten met zulke stenen opgevoerd. De boorden legt men af met kloeke staken goed geschoord en verbonden met ijzerdraad om alle uitschuiving of instorting te beletten. Waarlijk, deze herstellingen zullen standhouden. Hetzelfde werk is gedaan aan de grote kasseiweg van De Klijte tot Café Français. De grintweg van de Potente naar Dikkebusplaats is op dezelfde manier hersteld. Men is nu bezig met hetzelfde werk aan de grintweg van Ouderdom naar Millekruis. Kon men op die manier nog maar enige van onze wegen herstellen! De weg naast Cyriel Lamerant, de Vlamertingse en de Kemmelse grintweg, ze zijn nog in een ellendige staat. Doch allerellendigst is de straat van de Hert naar de hofstee van Henri Desmarets. Aan het Kapelletje bij de weduwe Parret is de straat over de hele breedte nog slechts een grote put, ten minste 12 meter lang en meer dan 1 meter diep. Hoe dat te herstellen?
26 mei, vrijdag. Op de hofstee van Cyriel Lamerant gebeurt er een verschrikkelijk ongeluk. 3 Belgische soldaten, waaronder 1 adjudant, een chef en een simpele soldaat, waren bezig met werken aan een vuurpijl, zij wilden hem losvijzen om vervolgens het aluminium te bewerken. Ongelukkiglijk was daar nog poeder in en terwijl zij met hun werk bezig waren, ontstond er plotseling een verschrikkelijke ontploffing. Van de adjudant waren de vingers af en hij was erg gewond in zijn aangezicht, de arm van de chef was op 3 plaatsen doorschoten en de soldaat was verschrikkelijk gewond aan borst en buik. Alle 3 werden zij naar het hospitaal van Poperinge gevoerd, waar de soldaat ’s anderdaags gestorven is. De 2 anderen waren na enige weken genezen.
Vandaag is het een kalme dag. Julie Forceville, een doofstomme, wordt naar het bejaardentehuis van De Panne gebracht.
Een woord over de tegenwoordige toestand en de gesteldheid van het volk. Wat de stoffelijke kant betreft: voor nagenoeg allen die in hun huis kunnen blijven, is het een goede tijd. Uitzondering moet toch gemaakt worden voor veel boeren die grote schade lijden door de troepen, die veel van hun land niet kunnen bebouwen en bijgevolg zeer weinig opdoen, die bijgevolg hun beesten niet kunnen voederen en ze met verlies moeten verkopen. Toch zijn er verscheidene onder hen die langs een andere kant geld trachten te verdienen door een soldatenwinkel open te houden. Enigen van hen kunnen zo hun verlies goedmaken, anderen integendeel kunnen daarmee weinig verdienen. Dat hangt grotelijks af van de plaats die zij bewonen, of er veel of weinig soldaten zijn en ook van de soort soldaten. Zij die Belgen op de hofstee hebben, kunnen maar weinig verdienen, omdat die weinig geld hebben. Engelsen en Canadezen integendeel hebben veel geld en wanneer zij hun soldij gekregen hebben, doen zij grote tering, maar velen hebben een paar dagen nadien niets meer. Dat hangt ook af van de landbouwer en zijn gezin zelf. Wil men geld verdienen, dan mag men geen moeite en onaangenaamheden vrezen. En men moet een waakzaam oog hebben, want men handelt niet met paters. Zo zijn er enige boeren op Dikkebus die veel geld verdiend hebben. Winkeliers en herbergiers hebben doorgaans veel geld verdiend, enigen zelfs zeer veel. Bijna ieder huis was winkel en zo was er bijna overal geld. Ook bij sommigen is er veel geld binnengekomen door de inkwartieringsbetalingen. Toch is er nog geen inkwartieringsgeld betaald door de Engelsen voor de maanden januari, februari en maart 1915. Ook zijn de kantonnementen sedert enige maanden voor de helft verminderd. Ook worden veel bonnen niet ingediend en sedert de Canadezen gekomen zijn, worden volstrekt geen bonnen van het dorp meer ingediend.
Nu zijn er niet veel winkels meer op Dikkebus en de verkoop is zeer verminderd doordat er veel kantines in de streek zijn en minder soldaten. Enkel de volgende herbergen bestaan nog op Dikkebus: het Torreel, de Hert, de Canada, St.-Hubrecht, Au Repos des Voyageurs, Arthur Onraet, Henri Baes. Zij verkopen goed. In Loker en in Westouter is de verkoop tamelijk maar niet zeer groot, vermits er daar niet veel soldaten zijn. Zo ook in De Klijte. In Poperinge zijn er zeer veel soldaten, maar ook zeer veel kantines en bijna overal is het winkel, en zo is er in het algemeen voor de winkeliers niet zeer veel te verdienen. De Dikkebusnaren die hun winkel verhuisd hebben naar Poperinge doen grotelijks hun beklag. Het dorp waar winkeliers en herbergiers het meest verdienen, is voorzeker Reningelst. Het krioelt er van de soldaten en er zijn maar weinig kantines.
Ook voor het werkvolk is het een gulden tijd. Iedereen die het wil, kan aanvaard worden in de werken voor de verbetering van de wegen, en verdient er 4 fr. per dag en mag zelfs ferm de luiaard scheren. Timmerlieden verdienen 5 fr., sommigen nog meer. Zo ken ik een zager die in Poperinge 7 fr. verdient. Niet te verwonderen dat de landbouwers weinig werkvolk krijgen, daarom moeten zij ook in evenredigheid hun lonen verhogen.
En wat is nu het gevolg van die weelde? Sommigen leven eenvoudig verder zoals voor de oorlog en weten hun geld goed te sparen. Anderen kennen zichzelf niet meer van glorie, en veel anderen denken helaas dat hun geld niet op kan en verteren en drinken en knoeien en wedden en spelen. En men ziet nu reeds dat zij gemakkelijk aan het eind van hun centen zullen geraken. Het is niet vreemd dat jongens van 16 jaar spelen om briefjes van 5 fr. of champagne zitten te drinken in de herbergen. Er wordt nu verschrikkelijk veel champagne gedronken, niet enkel door soldaten maar ook door burgers. Nooit heb ik zo goed de spreuk bewaarheid gezien: ‘de weelde is een kwaad beest’. Wat moet er later van zulk een jeugd geworden.
De vrouwen kunnen veel geld verdienen. Het kantklossen is nu wat verminderd, maar men kan gemakkelijk werk krijgen in de wasserijen van soldatengoed. Zo bestaat er een wasserij in Reningelst en ook in Westouter, ook een herstelatelier van kousen en klederen. Men verdient er 3 fr. per dag.
De gezondheidstoestand is uitmuntend zowel onder burgers als onder soldaten. Doch er bestaat een vreemde ziekte die naar het schijnt op dit ogenblik niet zeldzaam is. Iedereen zegt dat hij verlangt naar het einde van de oorlog. Of dit bij alle winkeliers, herbergiers en handelaars gemeend is, daaraan zou ik twijfelen. Doch zij die er anders over denken, zijn een uitzondering. Ja, nagenoeg allen verlangen van ganser harte; sommigen lijden groot verdriet, maar toch is men in het algemeen geduldig. Men hoopt op de overwinning, alhoewel men vreest dat deze nog enige tijd zou kunnen uitblijven. En evenals in het begin van de oorlog hoort men die ongelukkige vluchtelingen zuchten: ‘Och, wanneer toch zullen wij mogen weerkeren!’ De brieven van de vluchtelingen in Frankrijk en Engeland zingen ook allen hetzelfde liedje: ‘Wanneer mogen wij weerkeren?’ Tegenwoordig vertrekken er nagenoeg geen vluchtelingen meer naar Frankrijk.
Wat nu de godsdienstige en de zedelijke kant van onze bevolking aangaat: met droefheid moeten wij vaststellen dat die veel te wensen laat. Ja, er zijn troostende uitzonderingen. Ja, er zijn mensen bij wie het geloof en de godsvrucht toegenomen is. In ons dorp is er zelfs een groot aantal jonge meisjes dat zich zeer eerlijk en treffelijk gedragen heeft te midden van de gevaren. Maar helaas, hoeveel zijn erbij van wie het geloof verzwakt is, uit onverschilligheid, uit geldzucht, of soms ook uit verbittering. Sommige mensen kunnen of willen met hun klein verstand niet begrijpen dat de rechtvaardige God onze vijanden niet aanstonds straft. Nochtans, voor wat Dikkebus aangaat, mag men zeggen dat sedert geruime tijd de bevolking tamelijk goed de mis bijwoont. Veel parochies die ver van het vuur liggen, zijn onder dat opzicht niet beter. Maar helaas, hoeveel jonge meisjes gedragen zich schandelijk, ook in Dikkebus en omstreken. Enige lopen te koop met hun deugd, andere helaas laten zich verleiden door de listige en bedrieglijke taal, door het blinkende uniform van de officieren en nog het meest door hun geschenken. Ja, onze vrouwen zijn aan zoveel gevaren blootgesteld. De soldaten zoeken hen en delen mild hun geld, ringen en armbandhorloges uit. Niet te verwonderen dat er in Dikkebus en in andere dorpen verscheidene soldatenkinderen geboren zijn. En daarom zuchten wij: ‘O Heer, red ons vaderland, en verlos ons van soldaten.’
Nog iets dat geen deugd doet aan ons volk, is de misnoegdheid tegen de hogere besturen en de regering. Wij zijn immers aan veel plagerijen blootgesteld. Veel militaire ambtenaren gaan hun rechten te buiten tegenover de burgers. De burgemeester wordt miskend, en wij hebben niemand om onze rechten te verdedigen. En dient men klacht in, dan geraakt men nooit ergens en men vraagt zich af of onze regering zich niet meer met ons zou kunnen bemoeien.
27 mei, zaterdag. Ik ontvang het bezoek van E.H. Declercq, aalmoezenier van de scholen van de koningin, die hier passeert met een auto en kinderen gaat halen naar Nieuwkerke. In Wulveringem zijn 500 kinderen.
Een granaat valt niet ver van het huis van Benjamin Haelewyn, ook een niet ver van de kanonnen aan de hofstee van Dalle. Sedert 10 dagen hebben wij geen bakkers meer. Nu rijdt Jules Bailleul elke dag naar Poperinge om brood en verkoopt het aan burgers en soldaten. De gebroeders Abel en Silvère Nollet, die sedert enige dagen naar Poperinge vertrokken waren, keren weer en gaan bij Celeste Planckeel wonen. Ook zij halen brood naar Poperinge en gerieven de bevolking.
28 mei, zondag. De eerste mis zing ik om 6 uur op mijn kamer. 60 mensen zijn aanwezig, 22 communies. Om 7.30 uur zing ik de hoogmis in herberg St.-Hubrecht. 45 mensen zijn er aanwezig, 7 communies. Beide plaatsen heb ik daarvoor zo goed mogelijk aangepast. Op mijn kamer heb ik een biechtstoel geplaatst. De tafel doet dienst als altaar. In St.-Hubrecht hoor ik biecht in de kamer waar een andere biechtstoel gezet is. Daar ik geen koster meer heb, heb ik deze week de mis moeten lezen. Nu meester Abel Nollet dienstdoet als koster kan ik de mis weer zingen.
Gisteren is de weduwe Fache, vluchtelinge van Mesen, hier overleden. Ik ontvang verbod van de chef van de gendarmen uit de Hert om haar op ons kerkhof te begraven. Hij beweert dat er na de evacuatie van het dorp voor niemand nog een reden is om zich op de dorpsplaats te begeven. Daartegen protesteer ik, daar er voor dit geval moeilijk nog maatregelen kunnen genomen worden om een ander kerkhof in te richten. Daarop schrijft hij aanstonds naar de commandant Delporte en het is niet te verwonderen dat deze zijn verbod goedkeurt. Daarop gaat de familie naar Reningelst de toelating vragen om haar op dat kerkhof te begraven. Dat wordt hun door het gemeentebestuur geweigerd. Zo zijn wij gedwongen op Dikkebus een nieuw kerkhof in te richten. Daartoe neem ik een hoekje dat volgens mij daartoe geschikt is, te weten de weide van Désiré Lamerant aan de Canada, achter het huis van Jules Timperman. Daar ligt reeds een Franse soldaat en nu zullen wij de burgers naast hem begraven.
In de namiddag vallen granaten rond de hofstee van Camiel Derycke. Deze plant nu nog 5 gemeten tabak, waarop hij voor meer dan 1200 fr. chemische meststoffen werpt. Welk een risico en onvoorzichtigheid! Hij woont op de gevaarlijkste plaats, en is met zijn vrouw helemaal alleen om het werk te doen.
Om 6 uur schieten de kanonnen van rond de hofstee van Dalle geweldig. Men maakt veel voorbereidingen om kanonnen te plaatsen rond de hofsteden van Paul Nollet en Theophiel Huyghe.
Deze namiddag vallen veel granaten op Poperinge. 1 valt voor het huis van Jules Devos, Dikkebusnaar. De dochter Martha krijgt een kogel door haar arm, haar zuster Celesta wordt licht gewond aan de hand. Martha wordt gedurende 3 weken verzorgd in het burgerhospitaal en keert genezen naar huis terug.
29 mei, maandag. ’s Nachts en ’s ochtends vallen weer veel granaten op Poperinge. In de voormiddag geweldige beschieting op de Groene Jager en Spillebeen. Het is helder weer en veel vliegtuigen, Duitse en bondgenoten, zijn voortdurend op ronde. Om 10 uur wordt een Engels vliegtuig neergeschoten en het valt aan Sint-Elooi in de Engelse lijnen. Bij zijn val schieten de Duitsers geweldig verder. Net kwam de soldaat Buyck van Pittem, telefonist van de 5de batterij, uit de loopgraven. Hij werd getroffen door een schrapnelkogel in de longen. Na een maand in Poperinge in het hospitaal verbleven te hebben, is hij weergekeerd naar de batterijen.
Sedert enige dagen zijn hier ook veel Australiërs te zien. Het front van de Australiërs is langs de kanten van Armentières, maar enkelen zijn hier bij de Engelse en Canadese troepen. Zij gaan ook mee naar de loopgraven. Dat is waarschijnlijk om ook dit front te leren kennen, misschien met het doel dit front later over te nemen. Het zijn slanke mannen, scherp en mager zoals de Engelsen, met brede hoeden waarvan de ene kant neerhangt en de andere rechtop gezet is. Zij zijn gekleed in licht en fijn kaki, wat bleker dan de Engelsen. Hun jas is belegd met verscheidene banden van dezelfde stof, juist zoals de jachtkostuums.
In Westouter heeft men op 3 plaatsen de beken die van de bergen komen afgedamd. Ook bij de hoeve van Pieter Cambron. Zo heeft men grote reservoirs van water, soms wel met de uitgestrektheid van een gemet. Dat water leidt men dan door ijzeren buizen soms een half uur ver, zelfs op sommige plaatsen wel een uur. Daar wordt het opgevangen in grote bakken, waar de waterkarren het komen halen. Daar zijn ook drinkbakken geplaatst voor de paarden. In veel plaatsen zijn ook waterputten gedolven van soms wel 12 meter diep. De boorden zijn stevig bezet met hout. Daar ook gaan de soldaten hun voorraad halen.
Men heeft ook in verscheidene richtingen ijzeren buizen gelegd waarin telefoondraden geplaatst worden. Daarvoor heeft men grachten van verscheidene kilometers lang door vruchten en velden gegraven.
30 mei, dinsdag. In de voormiddag vallen granaten aan de molen. In de namiddag veel vliegtuigen. De Duitsers schieten geweldig naar de Engelse vliegtuigen, met grote schrapnels en soms van zeer ver. Zij vervolgen ze zelfs tot aan Ouderdom. Zij hebben daartoe een soort kanonnen die de Engelsen niet hebben. Nooit zie ik Duitse vliegtuigen die verder door de Engelse kanonnen achtervolgd worden dan een weinig voorbij de Duitse loopgraven. Het is benauwend eronder te staan wanneer een vliegtuig beschoten wordt, want voortdurend vallen de scherven ijzer rond ons.
31 mei, woensdag. In de voormiddag 3 schrapnels boven de dorpsplaats en de Melkerij en in de namiddag vallen veel granaten aan Café Français.
1 juni, donderdag, feestdag van O.L.Heer-Hemelvaart. In de mis op de hofstee van Hector Dalle waren 60 mensen aanwezig en in herberg St.-Hubrecht 80. Na mijn hoogmis ga ik naar De Klijte om daar in de hoogmis en de vespers te assisteren ter gelegenheid van de biddag. E.H. Serruys van Poperinge was er komen preken en biecht horen. De biddag is goed gelukt.
’s Nachts schieten de kanonnen van de hofstee van Comyn 4 schoten, genoeg om ons een ferme schudding te geven in ons bed. Bijna de hele dag vallen granaten rond de hofsteden van Verpoort, Vandepitte, Petrus Storme.
In de valavond merken wij dat de bestuurbare ballon die voorbij Dranouter hangt, losgeraakt is. Ongelukkiglijk zit de wind verkeerd en nu is hij op reis naar de Duitsers. Deze schieten er geweldig naar. Nu is hij boven de loopgraven, nu reeds erover, dan verder en verder. Wij volgen hem zover onze ogen kunnen dragen, voorbij Wervik, misschien wel 30 kilometer van ons vandaan, en het is voortdurend schieten, soms zodanig dicht dat men waarlijk verwonderd is dat hij niet in brand geraakt. Met angst vragen wij ons af wat er van de mannen geworden is. Wij horen ’s anderdaags zeggen dat zij gelukkig met hun valschermen neergedaald zijn.
2 juni, vrijdag. Deze morgen zien wij dat de Canadezen hun kanonnen, die aan de weide van Hector Dalle stonden, weggebracht hebben. Om 9 uur horen wij geweldig kanongeschut langs Zillebeke. Onze kanonnen beginnen weldra ook geweldig te schieten. Wij raden een aanval van de Duitsers. Het is maar al te waar. Generaal Mercer van de 3de Canadese divisie, een oude man van 72 jaar, gelogeerd in de pastorie van Reningelst, en generaal Williams van de brigade, gelogeerd bij Cyriel Jacob op Ouderdom, en het hoofd van de A.P.M. van die divisie waren in de vroege morgen vertrokken om hun inspectie te doen in de loopgraven. Waarschijnlijk moeten zij verraden geweest zijn. Alles was kalm toen zij de loopgraven binnengingen maar nauwelijks waren zij er, of de Duitsers zonden een regen van obussen naar die loopgraven. De Canadezen hadden de tijd niet om zich behoorlijk te verdedigen vooraleer de vijand de eerste loopgraaf had ingenomen. Dezelfde dag nog werd het gerucht verspreid dat de 2 generaals en het hoofd van de A.P.M. en veel soldaten achtergebleven waren. Een dag later meldden de Duitse dagbladen dat de generaal van de brigade en het hoofd van de A.P.M. krijgsgevangen waren samen met 700 soldaten, waarvan 300 gewonden. De generaal van de divisie heeft zich niet willen overgeven en werd met de bajonet doorstoken. Men zegt dat de Engelsen zijn lijk teruggevonden en in Poperinge begraven hebben. Het schijnt dat de Canadezen in dit gevecht niet minder dan 3000 mannen verloren hebben. De Duitsers hebben 1500 meter loopgraven veroverd bij Zwarteleen. Het kanongeschut duurt de hele dag en de grote kanonnen van bij Comyn en Theophiel Huyghe donderen bijna zonder ophouden. In de avond is het zo geweldig dat bij Dalle een ruit uitvliegt.
In de voormiddag om 11 uur vallen schrapnels rond de molen van Van Eecke. Bijna de hele namiddag granaten rond Vandepitte, Storme, Verpoort. Om 18 uur schrapnels boven de dorpsplaats, gedurende 1 minuut ten minste 10. Ook valt een granaat op het huis van Jules Gontier, dat paalt aan de pastorie. Het is ongelukkiglijk een brandgranaat. De burgemeester, die ze vanop zijn hoeve zag vallen, zag in het begin slechts een kleine vlam op het strodak, en hij zei mij dat, indien iemand ter plaatse was geweest, men gemakkelijk de brand had kunnen overmeesteren. Het duurde wel 10 minuten voor deze een zekere uitbreiding genomen had. Doch weldra stond het hele gebouw, huis en stallingen in lichterlaaie en weldra was het enkel nog een puinhoop. Gelukkig zat de wind oostwaarts en zo is de pastorie ongedeerd gebleven.
3 juni, zaterdag. De hele nacht veel geschut, ook de kanonnen van de hofstee van Comyn schieten bijna voortdurend. In het begin van de nacht dacht ik dat er volstrekt geen middel zou zijn om te slapen, daar die vuurmonden immer spuwden en donderden in onze richting en op slechts 100 meter afstand. Het duurde inderdaad lang eer ik in slaap geraakte, maar eens in slaap bleef ik ongevoelig voor hun geweld en sliep tot het gewone uur. Achter de stalling van Dalle delft men onder de vertakking van de spoorweg grachten van meer dan een meter diep en men vult die dan op met stenen en met zware houten palen, gewis de grondvesten voor een zwaar kanon. Naast het tuintje maakt men met zandzakjes een kelder.
In de namiddag is het kalmer en de grote kanonnen zijn tot zwijgen gekomen. Nochtans laat alles voorzien dat die kalmte niet lang zal duren. Meer dan 100 munitiewagens staan te wachten op Ouderdom en met de avond komen ze in draf aangereden. In de namiddag vallen enige granaten rond Vandepitte en Derycke. Om 20 uur wordt het geschut weer allergeweldigst. De Engelsen doen immers hun tegenaanval en de Duitsers blaffen terug. Boven Ieper is het een voortdurend vuurwerk door al die ontploffende granaten. Weldra vallen er ook granaten rond de hofsteden van Theophiel Huyghe en Amand Heugebaert. Bij Amand Heugebaert was men een kwartier gaan slapen toen plotseling 2 granaten op het huis vielen. Men vreesde een verschrikkelijke ramp. Gelukkig heeft God die brave mensen bijzonder gespaard. Een granaat sloeg de muur van de slaapkamer van de dochters in en Irma en Germaine lagen begraven onder hout en stenen. Het moorddadig ijzer had hun nergens geraakt en zij hadden enkel lichte kneuzingen, veroorzaakt door de stenen. De zoon Valère, die op de zolder sliep, had een minuut voordien de goede gedachte gekregen zich achter de schouw te verbergen en hij heeft daaraan zijn behoud te danken. Deze familie heeft ’s anderdaags de hoeve verlaten en tweemaal terwijl zij aan het verhuizen waren, zijn granaten ontploft op enige meters van de wagen, maar nogmaals zonder iemand te raken. Ongelukkiglijk zijn soldaten bij Heugebaert er die avond niet zo goed van afgekomen. In de keuken werden 2 officieren erg gewond.
4 juni, zondag. Het geweld duurt het hele eerste deel van de nacht voort, daarna is het wat kalmer. ’s Morgens om 5.30 uur vallen veel granaten rond de hoeven van Claeys en Storme. Deze nacht werden verscheidene kanonnen geplaatst bij de hoeve van Florent Dauchy en ook langs de beek achter Benjamin Haelewyn. Het zijn gewone veldkanonnen. En zoals gewoonlijk is iedereen nieuwsgierig wat dat beduiden mag, en de buren zijn bang. Het schijnt dat het slechts reserves zijn. Gisteren werd er een groot kanon geplaatst in het hok aan de Paddebroek. Het is minstens een 300. Alle buren vrezen het ogenblik dat het in werking zal komen. Op de hofstee van Dalle waren 50 mensen in de mis en 80 in St.-Hubrecht.
In de voormiddag om 9.30 uur vallen enige granaten in de nabijheid van de Belgische echelons aan de hoeven van Benoit Decrock en Henri Desmarets. Geen ongelukken. Daarna weer bij de hoeve van Claeys. Om 12.30 is het onze beurt om beschoten te worden en wij zijn verplicht in de schuilkelder te vluchten. Wij blijven er tot 14 uur. Het is voortdurend de ene granaat na de andere. Nochtans passeerden allen over. Men ziet dat zij mikken naar de spoorweg en de kanonnen bij Comyn. Veel granaten vallen op de hofstee van Comyn, verscheidene erover, op en langs de spoorweg, veel tussen Dalle en Comyn en zelfs 3 in de achterweide van Dalle op 50 meter van onze schuilplaats. Wij dachten dat de beschieting gedaan was, maar om 14.30 uur herbegon de vijand met nieuwe hevigheid zijn moordenaarswerk. Het was weer op dezelfde plaatsen dat de scherven ijzer rondstoven en pas na 16 uur konden wij ons schuiloord verlaten. Die namiddag hebben de Duitsers ons zowat 150 granaten en schrapnels cadeau gedaan.
Sedert gisterenochtend staan er 3 grote wagons naast het hoevetje van Dalle. Wij weten niet wat deze mogen bevatten. Doch wij zien het weldra. Na de beschieting komen soldaten om ze te lossen en tot onze grote verwondering en bezorgdheid zien wij dat ze vol liggen met bidons olie of benzine en ook met zeer grote obussen. De bidons zetten zij in de keldering die zij gisteren gemaakt hebben en de obussen rollen zij tot bij de haag.
In de valavond schieten de kanonnen van bij Comyn geweldig. Ook het grote kanon van de Paddebroek schiet een schot en in de nacht nog een. De echelons van de eerste groep Belgen zijn sedert enige dagen verplaatst naar Reningelst. De 1ste batterij bij Vienne op Ouderdom, de 2de batterij bij Theophiel Dauchy en de 3de bij Clarysse, beide tussen De Klijte en Reningelst.
5 juni, maandag. Wij gaan gerust slapen. Doch om 23.30 uur worden wij gewekt door een akelig gefluit en een grote ontploffing, zeer dicht bij ons: een schrapnel en misschien wel op de hofstee zelf. Een paar minuten nadien, ik was bezig met mij aan te kleden, een 2de schrapnel. Groot gerammel op de dakpannen en ik hoor ook iets vallen in de kamer. Wij vluchten naar de schuilkelder. Nog enige schrapnels ontploffen, en pas om 12.30 uur durven wij weer gaan slapen. Zeer vroeg nog ga ik de beschieting bekijken en ik zie dat een schrapnelkogel door het venster in mijn kamer gevlogen is. Op de hofstee zijn verscheidene kleine putten, waar soldaten en buren weldra de schrapnelkoppen uithalen. 1 schrapnel is ook gevallen op herberg De Melkerij, maar geen ongelukken.
Ik maak gebruik van de rust van de soldaten om eens de grote granaten te meten die zij gisteren gelost hebben. Zij meten 1,03 meter en hebben 0,30 meter diameter. Men schat hun gewicht op 450 kilo.
Lange tijd waren wij hier op de hofstee tamelijk gerust gelaten. Maar sedert enige tijd vreesden wij elke dag dat onze rust niet lang meer zou duren en dat wij op een of andere dag verschrikkelijk beschoten zouden worden. Wij zagen nu dat die vreselijke dag gekomen was. Het verwonderde ons dus niet dat om 10 uur de beschieting herbegon. Het was de verschrikkelijkste beschieting die ik in de hele oorlog beleefd heb. Wij hebben moeten schuilen in de schuilkelder van 10 tot 15.30 uur. Enkel om 13.30 uur zijn wij voor 10 minuten naar buiten gekomen om wat brood en vlees te eten. Aan soep moesten wij niet meer denken, die lag immers vol glasscherven. Nog 2 granaten vielen in de voorweide terwijl wij bezig waren. Wij konden dus niet rap genoeg weer in onze schuilplaats vluchten. Tijdens die ruime tijd van die 5 en een half uur durende beschieting waarvan de hoeve van Dalle het mikpunt was, zijn ten minste 350 granaten en schrapnels gevallen op en rond de hoeve van Dalle, alle in een straal van minder dan 5 minuten gaans. Soms traag met wel 3 tot 4 minuten tussenpoos, soms verschrikkelijk rap met wel 10 in een minuut. Hoe vreemd en vervelend in de schuilkelder, waar wij geperst zaten als haringen in een ton. Hoe vreselijk als de wind de schuilkelder in joeg en alles schokte en dreunde en ratelde rond en boven ons. Een soldaat die wat te dicht bij de ingang stond, kreeg een stukje ijzer in zijn kaak. Pas om 15.45 uur, wanneer de beschieting gedaan was, konden wij zien wat de granaten hadden uitgericht. Op de hofstee waren er putten te allen kant. Ten minste 7 granaten waren op minder dan 8 meter van de schuilkelder gevallen. 1 granaat was op de koestal gevallen, door dak en muur gedrongen en had daarbij een grote put in de stalvloer gemaakt. Alle beesten stonden op stal maar waren ongedeerd, behalve 2 koeien die licht gekneusd waren door stenen. Nog 1 granaat was gevallen op de stoep voor de slaapkamer van Hector en 1 te midden van het hout van de loskaai. Nog een was gevallen op het huis van Constant Vandenbussche aan de Melkerij. Ook 1 op het huis van August Hennin. Ik acht het nutteloos langer in het gevaar te blijven en ga slapen naar De Klijte.
6 juni, dinsdag. ’s Morgens om 6 uur ben ik weer in Dikkebus. Ik merk op de hofstee van Dalle een grote verandering achter de koestal. Op de spoorweg, boven de grondvesten die zij zaterdag gedolven hebben, merk ik een zeer groot kanon dat er gedurende de nacht aangebracht is. Men kan het in de geschilderde tweewoonst naast Saelen niet plaatsen omdat het moet schieten in de richting van Hill 60 en ’t Hoge en daarom moest men het achter de stal plaatsen. Om het te verbergen voor de vliegtuigen heeft men er wat hout van de loskaai rond gestapeld. Om 6.30 uur doe ik voor de laatste maal mis in de kamer van Dalle en nuttig de overige hosties. Zo zal Onze Lieve Heer in het sacrament van nu af aan niet meer in Dikkebus berusten.
Daar wij van plan zijn te verhuizen, beginnen wij na de mis de goederen in te pakken. Wij hadden bijna gedaan met het goed van de kamer toen om 9.45 uur plotseling een ijselijk gehuil en een verschrikkelijke ontploffing klonk, met daarna een akelig geratel op de kamer. Een granaat was gevallen aan de barrière. Dat was het moment om te vluchten. Wij grepen vlug het voornaamste en snelden naar de schuilkelder. Nauwelijks waren wij binnen of een tweede zoef, een windslag, een ontploffing en een geweldig geratel. Een granaat was gevallen op de stoep voor de kamer die wij enige seconden verlaten hadden. De beschieting ging met alle geweld verder. Weer was de hofstee het mikpunt van de vijand. Verscheidene granaten vielen op enkele meters van ons, waarvan 1 voor de voordeur van het huis. Wij waren allen in de schuilkelder behalve Hector. Na de eerste granaat was hij een ogenblik langer in huis gebleven dan wij. Ieder ogenblik verwachtten wij hem, maar hij kwam niet. Verscheidene granaten vielen en nog kwam Hector niet. Waar mocht hij zijn? Was er een ongeluk met hem gebeurd? Soldaten gingen kijken maar kwamen weer zonder nieuws. Wij ook verlieten onze schuilplaats, niettegenstaande het gevaar. Wij zagen deuren van het huis in stukken geslagen en stukken ijzer te allen kant. We doorzochten alle plaatsen, maar nergens vonden we Hector. Gelukkig zagen wij ook nergens bloed, dat verminderde onze onrust. Tot 2 of 3 maal toe gingen wij rondkijken. Dat is voor mij het angstigste uur geweest van de hele oorlog. Om 11.30 uur waren ten minste 40 granaten gevallen en dan hield de beschieting op. Wie zal onze blijdschap en vooral die van de brave Eugenie beschrijven wanneer wij Hector zagen afkomen van de hofstee van Comyn. Er was alleen maar een misverstand geweest. In de vroege morgen had men besproken om in geval van een nieuwe beschieting in die richting te vluchten, maar zonder een beslissing te nemen. En zo was Hector langs daar gevlucht. Nu zagen wij het vernielingswerk van de laatste granaten, die groter waren dan gewoonlijk. In de keuken was er veel schade, op mijn kamer minder, en een wonder mag het heten dat van een mand van 400 eieren die op minder dan 5 meter van de ontploffing stond er slechts 3 of 4 gebroken waren. Op de hofstee waren verscheidene grote putten. 1 granaat was gevallen op herberg De Melkerij en die was bijna helemaal ingeslagen. Al wat er van overbleef waren muren van een paar meter hoog.
Ik maak gebruik van het stoppen van de beschieting om meteen naar Reningelst te vertrekken. Ik was nog geen uur vertrokken toen de beschieting herbegon en zo hevig als voordien. Weer te allen kant rondom. Het werd erger om 15 uur, wanneer de Duitsers gasgranaten begonnen te zenden. Zij beletten weinig de ademhaling maar werkten verschrikkelijk op de ogen. In de schuilkelder was er bijna geen middel meer om het langer uit te houden, tot een van de soldaten de goede gedachte kreeg een sigaret te ontsteken. Het verbeterde en weldra waren allen aan het roken. Zo werd het draaglijk. Het was na 17 uur toen de beschieting gedaan was. Op de hofstee was een perelaar van anderhalve meter dik tegen de grond afgeslagen, bijna als gezaagd. Op de dorpsplaats waren ook granaten gevallen: 1 op het huis van August Hennin en 1 op dat van Edward Debaene. Op de hofstee van Dalle is men dus van zondagmiddag tot dinsdagavond gedurende 17 uren beschoten geweest. Niet minder dan 750 obussen en schrapnels zijn in die tijd op en rond de hofstee gevallen, alle in een straal van minder dan 5 minuten gaans. Niet te verwonderen dat op de hofstee de ene put naast de anderen ligt. 10 dagen later ruikt men er nog het gas.
7 juni, woensdag. Het grote kanon bij Dalle schiet verscheidene schoten in de richting van Zillebeke. Het lawaai is in evenredigheid niet zo groot als dat van de kanonnen aan de hofstee van Comyn. Nochtans is er een buitengewone luchtverplaatsing. Veel dakpannen vliegen van de naaste gebouwen af, weldra komen barsten in het huisje van Cyriel Dehaene.
Vandaag is het tamelijk kalm, enige granaten vallen rond de hofstee van Amand Heugebaert. De Canadese genie is vertrokken van de hofstee van de burgemeester. Een deel van de 3de divisie is hier weer. Dit is de divisie van de aanval.
De Belgen hebben bijna alle Fransen vervangen aan Steenstraat en hun front komt nu tot Boezinge. Sommige Belgische soldaten vechten op hun eigen parochie, zo de zoon van de burgemeester van Zuidschote. En in Dikkebus de gebroeders Derycke en Camiel Cnockaert van de 4de en 5de batterij. Met het moreel van de Belgen valt op dit ogenblik niet hoog op te lopen. Veel jongens geraken het op de duur beu, vooral valt het voor velen pijnlijk nooit meer nieuws te krijgen van hun thuis en worden zij lastig omdat er nooit meer centen gezonden worden.
Deze nacht hebben de Duitsers aangevallen bij ’t Hoge. De Engelsen verliezen er loopgraven en moeten het gehucht verlaten. Zij hebben weer veel gewonden. Wel 2500 gewonden werden door Poperinge gevoerd. In Nieuwkerke woont de pastoor weer op de dorpsplaats.
8 juni, donderdag. Gisteren heb ik order ontvangen vanwege commandant Delporte van Poperinge om geen mis meer te doen in herberg St.-Hubrecht. De reden is de dichte nabijheid van het kanon van de Paddebroek. Bijgevolg mag ik voor de 6de maal van kerk veranderen en zal nu mis doen in de schuur van Cyriel Lamerant. Het is reeds een jaar dat er daar op zondag mis gedaan wordt door een Belgische aalmoezenier. Wij zullen daar alles zo goed mogelijk tot kapel inrichten. Wij plaatsen het altaar op het verhoog in de tas boven de aardappelkelder, ook de communiebank en de biechtstoel. Het overige van de tas en de schuur dient voor het volk. Er is plaats voor 100 mensen. Germain Forceville, zoon van de veldwachter, onderhoudt en schikt de kapel. Vandaag doe ik er om 6.30 uur de eerste mis. Tweemaal schiet het kanon van de Paddebroek boven mijn hoofd. De 2de maal was ik er slechts 60 stappen vandaan, gelukkig dat ik de toebereidselen zag en mij kon vasthouden want anders zou ik voorzeker door de wind omgeslagen zijn. ’s Avonds om 19.30 uur vallen 12 granaten op De Klijte, waarvan 4 niet ontploffen. Weinig granaten op Dikkebus.
Droevig nieuws over Lord Kitchener: hij is verdronken in de zee.
9 juni, vrijdag. ’s Morgens om 5.30 uur weer granaten rond de hofstee van Lemahieu, Cafmeyer, Amand Heugebaert, ook bij de Melkerij. De grote kanonnen van bij Dalle en de Paddebroek schieten geweldig. Met de heer pastoor van De Klijte ga ik naar Poperinge. Daar ga ik in het Elisabeth-gasthuis de vrouw van Jules Gontier en ook Martha Devos bezoeken. Dat hospitaal is gelegen rechtover herberg Het Zwijnland en bestaat uit verscheidene mooie, grote barakken. Pater Bertrand Vanderschelden is er aalmoezenier van.
10 juni, zaterdag. In de nacht wordt de dorpsplaats geweldig beschoten. Een granaat valt op het huis van Henri Lesecq, dat bijna helemaal ingeslagen wordt. Nog een valt op het huis van Henri Spillebout en Leonie D’Hellem. Dit wordt half vernietigd en 1 soldaat wordt gedood en verscheidene worden gewond. ’s Morgens om 5.30 uur granaten rond de hofstee van Dalle en om 10 uur weer. In de namiddag vallen veel granaten rond het kasteel van meneer Hynderick. 1 valt op het huis van het Neerhof (Henri Derycke-Roosebeke), 2 vrouwen liggen onder het puin maar zij komen er gelukkig met enkele kneuzingen van af. In de avond zijn de kanonnen zeer geweldig. Gisteren werd er nog een groot kanon geplaatst op de spoorweg achter de magazijnen van Justin Thevelin in het hommelhof van de weduwe Bryon. Men bedekt het met hout. In Poperinge staat er ook een groot kanon langs de oostkant op korte afstand van de stad.
11 juni, zondag, hoogdag van Sinksen. Missen op de hofstee van Cyriel Lamerant. Om 6 uur voor 35 mensen, om 7.30 uur voor 75 en om 9 uur mis door de aalmoezenier van het Belgische hospitaal van Poperinge, E.H. Dumont, professor in Dinant, voor 60 burgers.
In de nacht vallen veel granaten rond de hoeve van Celeste Planckeel en Marcel Coene. Verscheidene boeren van de kant van Vlamertinge hebben hun hoeven gedeeltelijk verlaten. In de namiddag granaten rond het kasteel van meneer Hynderick, 1 valt op het wagenhuis van Camiel Derycke.
Nieuws van een grote Russische zegepraal: 65.000 krijgsgevangenen.
12 juni, maandag. De aalmoezenier E.H. Peeters doet mis op de zolder van de burgemeester voor de Belgische kanonniers van de vijver. Dat zal hij in het vervolg dikwijls doen.
De inspecteur de Sûreté verlaat het dorp. Hij krijgt een bediening in Watou. De inspecteur van Vlamertinge zal op dinsdag en vrijdag naar Dikkebus komen. Deze is zeer streng en een echte zot met de mensen. Weldra komt hij in ruzie met de gendarmes en dan gaat hij zetelen bij de weduwe Leonard Vermeulen. Deze inspecteur van Vlamertinge bedient ook de gemeente Elverdinge.
13 juni, dinsdag. In de nacht vallen de Engelsen aan op het front in Zillebeke. Het geschut is zeer geweldig. Het Engelse communiqué meldt twee dagen nadien dat de Engelsen de 1500 meter loopgraven hebben heroverd die zij aan Verbrandemolen op 2 juni verloren hadden. Zij hebben 1200 mannen en 3 officieren krijgsgevangen genomen. Deze zijn gepasseerd door Reningelst en hebben verscheidene uren verbleven in de brouwerij, waar zij door de A.P.M. ondervraagd werden. Velen waren erg gewond. Onder deze krijgsgevangenen bevond zich een jonge Duitser van 17 jaar die zich niet wilde overgeven. Hij stampte, sloeg en beet. De Engelsen hadden medelijden met hem om zijn jonge leeftijd en wilden hem daarom niet doodschieten. Toen hij gevangen was, verklaarde hij geen woord te zullen antwoorden op de vragen van de Engelsen. Veel Engelse gewonden werden door Poperinge gevoerd, zelfs de vrachtwagens moesten gewonden helpen vervoeren. De verstandhouding tussen de Canadezen is niet opperbest, zelfs tussen de Franse Canadezen en de Engelsen gaat het slecht. Een Frans-Canadese aalmoezenier zei mij dat hij van een Belgisch officier vernomen had dat de flaminganten Duitsgezind waren en vijandig tegen Frankrijk. Ik zei hem dat dat onjuist was, dat de flaminganten beslist de rechten van hun Vlaamse volk en taal voorstonden en opeisten, maar vooreerst vaderlandslievend en geenszins vijandig tegenover de Walen waren en ik waagde erbij te voegen: ‘zoals gij Franse Canadezen niet vijandig zijt tegenover de Engelsen’. Hij antwoordde terstond dat de vergelijking onjuist was en de Engelsen geenszins hun vrienden waren. Hij zei mij dat er weinig hogere officieren genomen werden onder de koloniale troepen. Meest allen zijn Engelsen, van wie verscheidene uit de burgerwereld komen zonder veel kennis van de krijgskunde. Zo zijn er generaals die in tijd van vrede kooplieden waren.
In de namiddag vallen granaten op de gebouwen van Emiel Vandenbroucke.
14 juni, woensdag. In de nacht is er weer veel geschut. Het communiqué meldt dat het aantal krijgsgevangenen gestegen is tot 150. Weer vallen granaten rond de hoeven van Cafmeyer en Comyn. Na enige dagen verbleven te hebben bij E.H. pastoor van De Klijte ga ik nu wonen bij de E.H. onderpastoor van Reningelst, waar ook mijn zuster is.
Er wordt aangekondigd dat met middernacht de tijdstelling veranderd zal worden. Zij zal een uur vervroegd worden. Het schijnt dat het zeer praktisch is voor het leger, vooral voor de Engelsen die vanzelf al later gaan slapen en opstaan. Er zal zo veel licht gespaard worden. Dit zal duren tot oktober. Dit uur zal ook gevolgd worden door de kerk. Inwoners van de dorpsplaats en herbergiers zullen ook het nieuwe uur volgen. Maar bijna alle boeren houden vast aan het oude uur.
15 juni, donderdag. Na mijn mis op de hoeve van Lamerant ga ik naar de dorpsplaats. Ik vind mijn huis en kerk weinig veranderd. Ik zie dat veel huizen versterkt worden. Na mijn mis doop ik het kind van Henri Rubrecht in de schuur van Cyriel Lamerant. Om 11 uur vallen schrapnels rond de hofstee van de burgemeester en ’s avonds rond de hoeve vanVandenbroucke.
16 juni, vrijdag. Ik laat mijn verblijfsvergunning veranderen op Reningelst. Volgens de schatting van de gendarmen zijn er nu op Dikkebus nog ruim 300 Dikkebusnaren en 105 vluchtelingen.
In de namiddag is er veel geschut. Schrapnels ontploffen rond Hallebast, het Zweerd en de Hert.
17 juni, zaterdag. Woelige nacht. Zeer geweldig artilleriegevecht bij Wieltje en ook langs Wijtschate. Het zijn de Duitsers die aanvallen. Ze werpen gas langs Wijtschate. Dat werd zeer gevoeld in Dranouter en nog het meest in Ploegsteert. Veel Engelse soldaten werden de laatste dagen in Dranouter begraven. Er heeft geen infanterieaanval plaatsgehad en zo werd de gevechtslijn niet veranderd. In de namiddag vallen granaten rond de hoeve van Theophiel Huyghe. In de namiddag brandt de hoeve van het hospitaal in Elverdinge. Verscheidene kanonnen van 150 die sedert meer dan een jaar achter de hoeve van Vandepitte stonden, vertrekken naar Frankrijk. Dat doet ons vermoeden dat de Engelsen in Frankrijk het offensief zullen beginnen.
18 juni, zondag. Ik doe mijn missen in de schuur van Cyriel Lamerant om 6.30 uur en om 8 uur. Er zijn slechts 100 burgers in de missen. Dat kleine aantal is te verklaren door de uurverandering. Ik heb niet kunnen aankondigen dat ik het nieuwe uur volgde en zo weten de mensen niet juist wanneer de missen beginnen. De aalmoezenier van het hospitaal van Poperinge, E.H. Dumont, is ziek en zo is er geen soldatenmis. Toch waren 25 soldaten in de mis van 8 uur. Veel burgers die te laat waren voor de mis van Dikkebus zijn naar De Klijte en Reningelst gegaan.
Om 12.30 uur wordt de dorpsplaats van Dikkebus hevig beschoten en de beschieting duurt bijna de hele namiddag. Men ziet granaten vallen op de kerk en de rook is geruime tijd zo dik dat men denkt dat zij in brand staat. Geen twijfel dat de kerk veel geleden moet hebben.
19 juni, maandag. In de namiddag komen E.H. aalmoezenier Etienne Dumon van de compagnie Belgische arbeiders en de militaire dokter Dewulf van Aarsele mij halen om met hen mee te rijden naar Dikkebus. De dokter moet er immers 2 kinderen onderzoeken die aangeduid zijn voor de schoolkolonies. Het is nu het laatste besluit dat er geen kinderen meer in de schoolkolonies aanvaard zullen worden die kiemen van ziekte dragen en daarom heeft het onderzoek thuis plaats. Wij rijden ernaartoe. Dan riskeren wij ons tot op de dorpsplaats om eens de gevolgen van de beschieting van gisteren te zien. Ik zie dat er een granaat op het Paradijs gevallen is, 1 op de gevel van het nieuwe huis Vermeulen, 2 op het huis van René Vanackere, 1 bovenaan op de zuidoosthoek van de pastorie. Maar het ergst is het wel gesteld met onze kerk. 1 granaat is achter het hoogaltaar in de muur op 1 meter boven de grond gevallen, 2 zijn in de sacristie gevallen, 1 in de oostmuur en 1 in de zuidmuur en 2 boven op het dak van iedere beuk, nog 1 in de muur achter de zitbanken van de dismeesters. Dus in het geheel 10. Ziehier het plan (lijntekening: zie illustratie p. 297). Onze verwoeste tempel is deerlijk om aan te zien. 2 granaten zijn ook gevallen op het kerkhof op de graven van de Franse officieren. Het was ijselijk om zien wat een van die granaten uitgericht had. Zij was gevallen op het ongewijde hoekje en had de schrijnen en de lijken van de Franse officieren in stukken geslagen en op de kerkweg geworpen. Engelse soldaten hadden de lijken weer begraven maar de planken van de schrijnen waren nog overal rondgegooid. Akelig toneel! Verder waren nog veel granaten gevallen in de tuinen rondom. Niet minder dan 5 in het puin van de Kerkstraat. Het is waarlijk met benepen hart en bedroefd gemoed dat wij het verwoeste dorp verlaten. Ik rijd mee naar Dranouter, waar ik een bezoek breng aan de priesters.
Een schoenmaker van Dikkebus, Alfons Bouwen, heeft zich deze morgen in De Klijte opgehangen. Deze man was gevlucht, had enige teleurstellingen, trok zich de toestand al te zeer ter harte en heeft gewis gehandeld in een ogenblik van zinsverbijstering. Hij werd begraven in Reningelst. De kanonnen op de hofstee van Comyn zijn weg. Veel artillerie vertrekt naar Frankrijk. Daar verwacht men grote gevechten.
20 juni, dinsdag. In de voormiddag vallen grote granaten aan het bos van Celeste Planckeel. In de namiddag breng ik een bezoek aan een groep Dikkebusse tenten, genaamd Nieuw Dikkebus. Deze zijn gelegen in Westouter links van de kasseiweg van Westouter naar de Volksvriend op een afstand van 150 meter van de kassei en 7 minuten van de kerk. Ik bezoek er Philippe Sohier, René Haezebrouck, Spyckerelle, Julie Ployaert, Henri Fivez, Isidoor D’Hellem, Constant Vandenbussche en Camiel Ollivier. Die mensen zijn daar tamelijk goed gelogeerd.
21 juni, woensdag. Kalme dag voor Dikkebus. Er is een zeer mooie weg gemaakt door de Engelsen, van Reningelst naar Abele. Ik doe langs daar een wandeling en vind er enige Dikkebusnaren. De afstand is iets meer dan 5 kwartier.
22 juni, donderdag, H. Sacramentsdag. Daar de gebroeders Nollet voorgoed in Poperinge verblijven, zal de koster van Zillebeke, M. Vuylsteke, nu dienstdoen als koster in Dikkebus. Vandaag gaat hij voor de eerste maal mee naar Dikkebus. Granaten vallen in de voormiddag rond de hofstee van Theophiel Huyghe en ’s namiddags op Brandhoek.
23 juni, vrijdag. Er komt verbod om nog naar Frankrijk of naar het Belgische front te gaan. Er kunnen geen passen meer afgeleverd worden, welke ook de reden van de aanvraag mag zijn. Dat verbod zal waarschijnlijk maar enige dagen duren. Men denkt dat dit verbod gebeurt omdat er te allen kant grote troepenbewegingen plaatshebben. Men spreekt van een aanstaand offensief van de bondgenoten aan de Somme. Sommigen beweren dat het reeds aan de gang is. Vandaag ontvang ik tweemaal het bezoek van een gendarm gezonden door de Engelse A.P.M. Veel Engelse soldaten hebben sedert enige dagen gemerkt dat een man in priesterkleren rondwandelt door het dorp, gewoonlijk met een boek in de handen en zij vermoeden dat hij een spion is. Zij hebben er kennis van gegeven aan de A.P.M. Deze heeft opdracht gegeven aan de Belgische gendarmerie die man op te zoeken, en nu hij gevonden is, moeten zij mijn naam weten. In de avond krijg ik nogmaals het bezoek van de commandant van de gendarmerie, die mij komt melden dat de A.P.M. mij verbiedt nog langs de spoorweg naar Dikkebus te gaan. Nog nooit is dat verbod aan enige burger gedaan geweest. Maar een priester, dat is een gevaarlijk en onnuttig mens! Ik bedank hem voor het compliment. ’s Avonds is er veel geweld langs Wijtschate.
24 juni, vrijdag. Ik laat mijn verblijfsvergunning veranderen van Dikkebus naar Reningelst, en vraag daar op het bureau een nieuwe vrijgeleide. De inspecteur de Sûreté, Edgard Van Isacker van Dikkebus, is gemanierd en gedienstig, en maakt geen moeilijkheden. De commandant van de gendarmen echter wil geen pas afleveren voor het geëvacueerde deel van Dikkebus, waar nochtans enige boeren zijn mogen blijven. Ik antwoord hem eenvoudig dat ik het recht heb te gaan waar mijn volk is, en dat ik, met of zonder vrijgeleide, in elk geval zal gaan als mijn dienst het vraagt. Hij eindigt met er een te geven.
De jonge Belgen van de klas ’17, die in Frankrijk verblijven, worden binnengeroepen. Kalme dag.
25 juni, zondag. Missen om 6.30 uur, 50 mensen; om 8 uur 80 mensen. 14 dagen geleden liet heer deken De Brouwer weten dat een Franse bisschop-missionnaris, Mgr. Dupont, in het begin van juli in onze parochie zou komen vormen. Verleden week echter kwam een tweede bericht waarbij meneer De Brouwer zelf het vormsel zal toedienen op 11 juli. Ook op De Klijte zal het vormsel plaatshebben. De heer deken vraagt mij waar ik met mijn vormelingen liefst zou gaan. Ik antwoord hem dat ik ze zal verdelen tussen Reningelst en De Klijte. De kant van Millekruis naar De Klijte, de andere kant naar Reningelst. Die van Millekruis zullen de lering volgen in De Klijte, de anderen zal ik zelf onderwijzen in de schuur van Cyriel Lamerant. Ik zal lering houden op zondag en op donderdag na de mis. Vandaag houd ik de eerste lering.
Het is heden Dikkebuskermis. De 2de maal dat zij niet gevierd kan worden. In de avond veel geschut op het front van Boezinge.
26 juni, maandag, kermismaandag. Al is er geen kermisleute voor de levenden, toch willen wij aan de overleden parochianen hun kermis geven. Daarom doen wij om 8 uur in de schuur van Cyriel Lamerant het gewone jaargetijde. 70 mensen waren er aanwezig.
Op de dorpsplaats van Dikkebus en zelfs ver langs deze kant zijn reeds alle aardappelen door de soldaten uitgedaan, alhoewel er weinig of geen knollen aan staan. Ik doe de berechting van Cyriel Packet in Hallebast. Op het kruispunt van Hallebast staat er voortdurend een Belgische gendarm als schildwacht. Nieuwe kanonnen zijn geplaatst aan de hoeve van Celeste Planckeel. In de valavond worden 3 Duitse kabelballonnen in brand geschoten door de Engelsen, nagenoeg alle op dezelfde tijd. 4 werden aangevallen door Engelse vliegtuigen en 3 vernietigd.
Overal waar ik ga, kom ik Dikkebusse vluchtelingen tegen. Zij zijn waarlijk over de hele streek verspreid. In de namiddag vallen granaten op het Hemelrijk. Ook op Brandhoek, waar een jongen doodgeslagen wordt.
27 juni, dinsdag. Kalme dag.
De divisieaalmoezenier van de Belgische artillerie is vandaag naar Dikkebus gekomen, waar hij de nieuwe aalmoezenier van de eerste groep, opvolger van E.H. Belpaire, naar zijn post geleid heeft. Het is E.H. Raty, professor in Brussel, en hij zal ook in het kasteel Vandenpeereboom wonen.
28 juni, woensdag. Offensief van de bondgenoten op verscheidene fronten. Sedert 10 dagen zijn bijna geen soldaten meer op het grondgebied van Dikkebus. De tenten aan het bos bij Marcel Coene worden afgebroken. De Dikkebushutten zijn verdwenen evenals de Canadahutten. Blijven enkel nog enige tenten aan de hofstee Vandenbroucke. In Dikkebus staan enkel nog paarden op de hoeven van Lievens, Cannaert, Deraedt, Gustave Desmarets, Delanotte, Decrock, Henri en Cyriel Lamerant. Wat een verschil met vroeger toen alle hoeven en weiden vol stonden. Zij staan nu allen veel verder achter het front.
De gevluchte herbergiers die nu in tenten wonen, mogen verder herberg houden op voorwaarde dat ze voldoen aan de wetten betreffende de voorgeschreven grootte en verluchting. De kinderen Godelieve Declerck en Febranie Depoorter worden vervoerd naar de schoolkolonies, eerst naar De Panne en vervolgens naar Veulettes-sur-Mer.
29 juni, donderdag, St.-Pietersdag. Niets bijzonders. Wij vragen ons af: ‘Is het Engelse offensief nu waarlijk begonnen of niet?’ De Belgen verwachten ook een offensief. Er is nu verschrikkelijk veel munitie in de streek, veel beerputten liggen er vol mee. Sedert enige tijd is er veel minder geweld rond Ieper maar meer langs Kemmel. Men verwacht dat de Engelsen daar weldra het offensief zullen beginnen. De Belgische artillerie beweert dat zij niet minder dan 100.000 granaten bij hun kanonnen hebben.
De Engelse staf van het 5de korps zal voor enkele dagen naar Westouter komen. Wij hopen zo dat de vijand hier weldra achteruitgedreven zal worden. Helaas, enkele dagen nadien is er geen sprake meer van een offensief en zo valt onze hoop in duigen.
30 juni, vrijdag. Veel schrapnels boven Kemmel en Vierstraat.
1 juli, zaterdag. In de voormiddag vallen granaten op Dikkebus. 1 valt op de schuur van de burgemeester, 1 voor het huis van Emiel David, 1 op de hoek van het huis van August Hennin. Ook vallen er granaten op Kemmel en Dranouter. In de avond geweldig geschut langs Mesen en Wijtschate. Eerste nieuws van het offensief aan de Somme.
2 juli, zondag. Eerste mis 50 burgers, 2de 100, 3de 35. Het is waarlijk een zot spel met de passen. Sedert enige dagen werd geen vrijgeleide meer gegeven tenzij voor een aanpalend dorp. Nu is alles weer zoals voordien. De gendarmerie is almachtig en de burgerlijke overheid heeft weinig of niets te zeggen.
Na de hoogmis doe ik op ons nieuw kerkhof van de Canada de begrafenis van Cyriel Packet, die gisteren overleden is. In de weide van Désiré Lamerant staan nog enige tenten. In de namiddag berecht ik Eudoxie Baeke.
In Poperinge op het kasteel van de Lovie, van meneer de Brouchoven de Bergeyck, verblijft reeds geruime tijd de prins van Wales, en nu ook sedert enige dagen zijn broer, zeeofficier, een andere zoon van de koning van Engeland.
In de voormiddag vallen granaten op de plaats van Dikkebus. In de namiddag granaten rond Oscar Ghesquiere. ’s Avonds om 22 uur vliegen 4 Duitse machines boven Dikkebus en ze werpen granaten rond de hoeve van Marcel Coene.
In De Klijte weer een gevecht tussen Belgische en Engelse soldaten. Op ’t Heet, in herberg De Mane, geraken 2 Belgen in twist tegen veel Engelsen. De Belgen, ziende dat zij het niet kunnen uithouden, vluchten naar het echelon en komen terug met een versterking van 20 man. Nu worden de Engelsen verslagen en zij vluchten weg, maar enige minuten nadien keren zij terug met hun geweren en zij lossen verscheidene schoten. De Belgen vluchten in de loopgraven die daar in de nabijheid zijn. Andere Belgen, gewapend met karabijnen en jachtgeweren, met aan het hoofd de brigadier met revolver, komen hulp bieden. Daarop vluchten de Engelsen voorgoed. En zo eindigt de slag van De Klijte, gelukkig zonder doden, maar met nogal veel builen en blauwe ogen. ’s Anderdaags vraagt de dokter naar de gewonden, maar natuurlijk biedt niemand zich aan.
3 juli, maandag. In de morgen vallen wel 60 granaten op en rond de hoeve van Achiel Vandermarliere. Daar staan geen kanonnen meer, maar waarschijnlijk denken de Duitsers dat ze er nog staan. In de namiddag granaten rond de hoeve van Theophiel Huyghe. Veel geschut langs Steenstraat. Ook granaten op Dranouter. De grote gevechten van de Somme zijn begonnen. Elke dag zullen nu de telegrammen uithangen bij de kampcommandant. De eentonigheid van de oorlog is weer wat gebroken. Iedereen heeft moed en vertrouwen. Vandaag zeer veel vliegtuigen.
In de streek zijn verscheidene kampen gereed om krijgsgevangenen in op te sluiten. De omsluitingen zijn wel 1 meter breed in prikkeldraad, volstrekt geen middel om te ontvluchten. Zulk een kamp is er in de weide van de burgemeester van Reningelst, op de hofstee van Hilaire Lievens, bij de dorpsplaats van Loker en een zeer groot langs de kasseiweg van Poperinge naar Krombeke voor verscheidene duizenden personen. Kooien genoeg! Ongelukkiglijk vliegen de vogels nog. De gebouwen van de hofstede van Hector Dalle worden buitengewoon versterkt.
4 juli, dinsdag. Ik verneem dat 4 soldaten van het 7de artillerie tot 10 jaar gevangenis veroordeeld zijn om halsstarrig te weigeren de kettingen van hun paarden te kuisen. 1 van hen had in het begin van de oorlog heldendaden verricht. Zoiets wordt op het Belgische front niet vereist, maar het Engelse front heeft andere wetten. Waar ik ook ga, kom ik Dikkebusnaren tegen. Vooral de vluchtelingen zijn blij wat te kunnen praten over Dikkebus.
5 juli, woensdag. Deze nacht veel geschut. Er is veel sprake over dat het 7de regiment Belgische artillerie de streek verlaat.
6 juli, donderdag. Begrafenis van Eudoxie Baeke, dinsdag overleden, op het kerkhof van de Canada. Verder goede berichten van de Somme.
7 juli, vrijdag. Een Engels vliegtuig moet neerdalen bij de hoeve van Comyn. Het hapert aan een telefoondraad. Emiel Comyn wordt door die telefoondraad in de grond geworpen.
In Westouter en Boeschepe worden 100 gemeten land opgeëist door het Engelse leger om er oefeningen te doen voor de ruiterij. De burgemeester moet de schatting doen van de vruchten. Eens alles gedaan is, laten zij het project varen. Voortdurend slecht weer. Nadelig voor het hooi.
8 juli, zaterdag. Op sommige hofsteden werken de Belgische soldaten aan het hooi.
9 juli, zondag. Deze nacht veel geweld langs Steenstraat, waar de Belgen zitten.
Algemene communie voor de jongens en de meisjes die morgen gevormd moeten worden. Na de hoogmis de laatste lering.
Bijna de hele dag vallen granaten op Dikkebus. In de morgen van 7.30 tot 8.30 uur rond de dorpsplaats, wat later in de voormiddag op Hallebast. 1 valt naast het huis van Arthur Desmarets. Om 13 uur aan het Hemelrijk, daarna weer zeer grote op de dorpsplaats. Het huis van Henri Cuvelier wordt ingeslagen. Om 4 uur rond de hoeve van Achiel Vandermarliere.
10 juli, maandag. Plechtige vorming door Z.E.H. De Brouwer, deken van Ieper, apostolisch afgevaardigde van het onbezette deel van het bisdom van Brugge. Om 9 uur in Westouter, om 11 uur in Loker, middagmaal in het gesticht van Loker, om 3 uur op De Klijte en om 4 uur in Reningelst. Z.E.H. deken draagt mijter en gulden kruis. Hij is vergezeld door Z.E.H. deken van Poperinge. Zo gekleed maakt hij een indrukwekkend figuur en schijnt een mooie prelaat.
In De Klijte wordt het H. Vormsel toegediend aan 87 jongens en meisjes van De Klijte, Kemmel, Dikkebus en vluchtelingen. Van Dikkebus zijn de volgende vormelingen: Van Cayseele Emiel en Maurits, Forceville Clement en Marie, Verroest Omer, Vandermarliere Rachel, Spenninck Irma. In Reningelst wordt het H. Vormsel toegediend aan 300 jongens en meisjes van Reningelst en Dikkebus en aan vluchtelingen en daarenboven aan 11 Canadese soldaten, door hun aalmoezeniers daartoe voorbereid. Van Dikkebus zijn de volgende vormelingen: Doom Madeleine, Dury Martha en Madeleine, Dury Marcel, Pyck Zenobie en Arthur, Baeke Maria, Declerck Camiel, Lamerant Maria en Omer, Scheldeman Julia, Timperman Maurits en Henri, Bailleul Anna, Huysser Maria, Vercruysse Camiel, Cuvelier Camiel, Brutsaert Gaston, allen van Dikkebus. Onraet Bertha van Wijtschate, Matton Hyppoliet, TahonYvonne zijn van Voormezele, gevlucht in Dikkebus. Na de vorming gaat Z.E.H. deken avondmalen in de pastorie en vertrekt dan naar Veurne, waar hij ’s anderdaags vormt.
11 juli, dinsdag. Rond middernacht wordt Poperinge hevig beschoten. Wij worden geweldig geschokt in ons bed. De beschieting herneemt in de namiddag. Ik ga uit met E.H. pastoor van De Klijte naar de Molenberg om er op de landsgrens de maat te laten nemen voor een paar schoenen door schoenmaker Arthur Deraedt van Dikkebus, die gevlucht is in Saint-Jans-Cappel. Zo moeten wij dat nu schikken daar Arthur geen vrijgeleide kan krijgen voor België, en wij geen voor Frankrijk. Vanop de bergen zien wij nog een fabriekschouw van Armentières roken. Het volk van de berg vertelt dat dit reeds ongeveer de hele oorlog duurt. Is dat te geloven? Op een klein halfuur van de Duitse lijn! Vanop de bergen zien wij ook in de verte de stad Lille.
Er is weinig voetvolk maar veel paardenvolk in het omliggende. Gisteren passeerden meer dan 3000 ruiters. Een aalmoezenier vertelt nog dat 500.000 Engelsen naar het front komen, het 2de leger van Kitchener. In de avond is alles gereed voor een Engelse gasaanval rond Zillebeke, die plotseling verboden wordt, daar de wind niet gunstig is. De jongelingen van Dikkebus van klas ’17 worden aangemaand zich vrijdag aan te bieden voor de militieraad van Watou. De uitgestelden van verleden jaar moeten morgen voor de militieraad van De Panne verschijnen.
12 juli, woensdag. Poperinge wordt bijna de hele dag beschoten, enige burgers worden gewond. Ook vallen er granaten op Dranouter, een man wordt er gedood. Van 17 tot 21 uur wordt de plaats van Dikkebus verschrikkelijk beschoten.
Bij de keurraad van De Panne worden Jules Boudry en Cyriel Vermeulen nogmaals voor 3 maanden uitgesteld. Maurits Vandecasteele wordt naar Rouen gezonden om daar onderzocht te worden en mag na 4 dagen terugkeren, voorgoed vrijgesteld. Elie Cannaert wordt goed bevonden en naar het kamp van Auvours gezonden.
13 juli, donderdag. Na mijn mis doe ik op het kerkhof van de Canada de begrafenis van het kind van de echtgenoten Depuydt-Ghesquiere. Daarna ga ik op de dorpsplaats kijken naar wat de granaten van gisteren zo al hebben uitgehaald. Franse soldaten zijn er bezig met de graven van de Franse gesneuvelden weer open te maken. Ik geef hun alle inlichtingen nopens de graven, waarvoor zij zeer dankbaar zijn. Zij herstellen ook de kruisen en nagelen er een plaatje op, met vermelding van de naam en de hoedanigheid van de gesneuvelden. In het dorp zijn alle kelders en ook reeds veel huizen versterkt. De beschieting van gisteren was verschrikkelijk. Nog een granaat is gevallen in de winkel van Arthur Debaene, rechtover de kerk. Verder verscheidene in het puin van de Kerkstraat. Door de weide van Justin Thevelin leidt een grote straat naar de vijvermeersen. Wat een woeste streek is ons dorp en vooral verderop: gras, distels, onkruid, alles groeit er dooreen en in het wilde. Te allen kant granaatputten en puin. Geen gras dat daar kan gemaaid worden. Toch merk ik voorbij de vijver nog 2 of 3 partijen bezaaid land. Een mooie houten weg is er aangelegd van Hallebast naar de Razelput, bestaande uit dikke staken aan elkaar vastgemaakt met dikke ijzerdraad. Langs die weg gebeurt nu al het vervoer naar Vierstraat. Ik verneem dat Hallebast 3 dagen na elkaar beschoten werd. Aan het kruispunt van Hallebast staat altijd een Belgische gendarm op wacht. Enkel op de wegen naar De Klijte en Ouderdom worden de burgers toegelaten. Op de dorpsplaats en op andere plaatsen heb ik geen wachten gezien.
Deze ochtend zijn enige jongelingen die morgen naar het leger moeten vertrekken, te biecht gekomen. Noch Dikkebus noch Poperinge worden vandaag beschoten.
14 juli, vrijdag. Poperinge wordt de hele dag hevig beschoten. Het is de verschrikkelijkste beschieting die tot nu toe plaats heeft gehad. Het waren nagenoeg alle doorborende granaten, die soms door 3 of 4 muren boorden of door verscheidene voeten grond vooraleer te ontploffen. 6 burgers werden gedood en meer dan 20 soldaten. Onder deze burgers bevindt zich Louis Van Peteghem, vluchteling uit Westrozebeke, dezelfde die van Allerheiligen tot Pasen de onderpastorie bewoonde. Luitenant Grégoire van de Belgische artillerie werd er gewond. De schrik van de bevolking is buitengewoon en niet zonder reden. Rond de middag voelen wij hier in Reningelst een ongemene schok, als een aardbeving. Wat later vernemen wij dat die voortkomt door het springen van een mijn op een veld in de nabijheid van het dorp.
De jongelingen van klas ’17 die nog op Dikkebus verblijven, trekken naar het consult van Watou. Maurits Brutsaert, van wie enige weken geleden zijn rechterduim door een obus afgeschoten werd, wordt voorgoed vrijgesteld. Silvère Nollet wordt uitgesteld voor onbepaalde tijd. De anderen worden goedgekeurd en vertrekken aanstonds naar het kamp van Auvours. Het zijn Lamerant Maurits, Desmarets Robert, Van Elstlande Oscar, Saelen Marcel, Huysser Leon.
15 juli, zaterdag. Deze nacht moest nogmaals een Engelse gasaanval plaatshebben rond Ieper, maar die werd nogmaals uitgesteld daar de wind niet gunstig was.
Ik verneem van een persoon die vandaag naar Poperinge geweest is, dat de stad totaal dood en verlaten was. Ongeveer alle winkels gesloten en noch burgers noch soldaten. De soldaten mogen de stad zelfs niet binnengaan.
De Belgische arbeiders die sedert enige maanden gekantonneerd zijn aan de hoeve van Cossey verhuizen naar een kamp gelegen aan de Drie Goên, nabij de Warande. Hun aalmoezenier, E.H. Dumon, blijft nog enige dagen op het dorp en gaat zich later bij hen voegen. Hij heeft er een houten barak tot zijn beschikking als woonplaats en kapel. In Dikkebus aan de Canada in de verlaten velden doet men proefnemingen met loopgraafkanonnen. Deze werpen grote ronde bollen van ten minste 25 centimeter doorsnede op een afstand van 200 meter. De ontploffing maakt veel lawaai en de putten zijn zeer groot. Zo heb ik er gezien van 2 meter diep. Men ziet de granaten door de lucht vliegen. Vandaag geen granaten noch op Dikkebus noch op Poperinge.
16 juli, zondag. Ik woon de soldatenmis bij van de Franse Canadezen om 11 uur in de kerk van Reningelst. Het zijn de soldaten van het 22ste bataljon. Met muziek voorop en in rijen worden zij naar de kerk geleid. De hele kerk zit vol. Tijdens de mis worden Franse liederen gezongen. Frans sermoen. Veel soldaten gaan te communie. De aalmoezenier, E.H. Desjardin, onderpastoor van Québec, en pater Doyon, dominicaan, doen het werk. Na de mis weer in orde en met muziek aan het hoofd naar het kamp. De molen van Bailleul staat nog rechtop, maar hij heeft reeds 2 granaten gekregen en dreigt te vallen.
17 juli, maandag. In de voormiddag granaten rond de hoeve van Achiel Vandermarliere en in de namiddag rond Hallebast. In de namiddag brandt een schelf van landbouwer Vandenberghe van Kemmel. Een officier wordt er gedood. In de namiddag bezoek ik enige Dikkebusse tenten nabij de dorpsplaats van Westouter.
Onlangs is een novice van de jezuïeten bij de 6de batterij gekomen. Het is meneer Daneels uit Turnhout. Onderdiaken Coveliers vertelt dat hij verleden jaar 8 maanden in een beerput gewoond heeft nabij het kasteel Verschoore.
18 juli, dinsdag. Vandaag meer geschut dan gewoonlijk. In de voormiddag vallen granaten rond Hallebast. Gemiddagmaald bij E.H. pastoor van De Klijte met de seminaristen-brancardiers Cos en Coveliers. Het is aangenaam om hen te horen vertellen over hun oorlogsleven. De commandant van de 3de batterij, Dumonceau, een kasteelheer, is een buitengewoon moedig man, maar eist hetzelfde van zijn soldaten. Nooit schuilt hij voor een beschieting. Nu hebben de Belgen ten minste 100.000 granaten bij hun kanonnen. De eerste Belgische batterij staat bij de hofstee van Leroye, de 3de links van de hoeve van de burgemeester en de 2de rechts, de 4de, 5de en 6de aan het exercitieplein bij Verschoore en in Voormezele. Bij de hoeve van Leroye zullen de Engelsen 7 zware kanonnen zetten. 2 rijen lichte staan ervoor. Er is een groot kerkhof in het bos voorbij de hofstee van Leroye en een zeer groot bij de school van Voormezele.
Gisteren hebben de prinsen van Bourbon-Parma, onderluitenanten bij het Belgisch leger, een bezoek gebracht aan de Belgische artillerie. De commandant van de eerste batterij had zijn soldaten aangemaand te zeggen ‘monseigneur’, wanneer zij door de prinsen aangesproken werden. Ongelukkiglijk sprak geen van beiden een woord. Ze maakten dus geen goede indruk op onze soldaten.
Plechtige communie en vorming in Wulveringem in de scholen van de koningin door Z.E.H. deken De Brouwer, die sedert enige dagen monseigneur wordt genoemd. De koningin was meter, du Roy de Blicquy peter. Verscheidene kinderen van Dikkebus ontvangen er die sacramenten.
19 juli, woensdag. In de vroege morgen werpen Duitse vliegtuigen bommen op Poperinge en op Roesbrugge. In de namiddag wordt de dorpsplaats van Dikkebus ferm beschoten. 1 granaat valt op het huis van beenhouwer Hector Goderis, 1 op het huis van weduwe Philomène Lievens. Dit huis was ongelukkiglijk vol soldaten. 1 Engels sergeant en 2 soldaten worden gedood en 10 soldaten gewond. Nog een granaat valt op het huis van weduwe Alfons Gontier in de Kapelstraat. Daar woonden de officieren van de 2de Belgische batterij. Gelukkig werden zij niet getroffen. Zij verhuizen naar het huis van Camiel Ollivier. Ook Dranouter wordt in de namiddag beschoten.
Vandaag ga ik naar Poperinge om te zien waar het vrijgeleide dat ik 14 dagen geleden gevraagd heb voor Bailleul blijft haperen. Ik krijg het ’s avonds. Ik zou ook naar de Intelligence willen gaan om een pas te vragen voor Vlamertinge, maar ik zou daar niet gaarne 3 of 4 uren staan draaien, zoals het meestal gebeurt, en daarom heb ik er liever aan te verzaken. Ik middagmaal in de dekenij, en ga in de namiddag enige Dikkebusse vluchtelingen bezoeken in Sint-Jan-ter-Biezen. Wat zijn de vruchten daar mooi en weinig beschadigd. De boeren langs daar hebben echt weinig te lijden van de oorlog. In Poperinge komt men weer enige burgers tegen, maar weinig soldaten. In Sint-Jan-ter-Biezen ook weinig soldaten. Vele Poperingenaars, die bang zijn sedert de laatste beschieting, maken een tent en zijn van plan de stad te verlaten. De jongelingen van klas ’17 die op Reningelst en Westouter verblijven, moeten voor de militieraad van Watou verschijnen. 4 jongelingen van Dikkebus worden goedgekeurd en vertrekken onmiddellijk naar het kamp van Carteret, in de Manche. Het zijn Opsomer Jules (die later econoom van het college van Kortrijk werd), Thevelin Benoit, Titeca Florent en Ferdinand. De jongelingen van Reningelst hebben gisterenavond hun intrede gevierd, in stoet en al zingend, juist zoals eertijds onze lotelingen.
20 juli, donderdag. In de schuur van Cyriel Lamerant doop ik het kind van de echtgenoten Decaestecker-Huyghe, vluchtelingen van Staden. Vervolgens ga ik te voet heen en terug naar Bailleul. Zeer veel gewonde Australiërs worden daar binnengebracht van de kanten van Armentières. De Australiërs hebben er deze nacht aangevallen en ongelukkiglijk veel mannen verloren. In Bailleul zijn altijd veel soldaten. In het hotel waar ik ga middagmalen, merk ik dat de Fransen weinig praten. Het merendeel leest zijn krant aan tafel. In de avond vallen granaten op de dorpsplaats van Dranouter. In Loker en Dranouter zijn veel minder soldaten dan gewoonlijk. Overal zijn er Belgische gendarmen bij gekomen. In Reningelst zijn er ten minste 30, in Dikkebus zijn er ook nog 2 nieuwe bijgekomen. Ik heb later vernomen dat zij bij gekomen zijn in de hoop dat de bondgenoten weldra zullen vooruitgaan, opdat deze gendarmen dan aanstonds politiedienst zouden kunnen doen in de nieuw veroverde dorpen.
21 juli, vrijdag. 86ste verjaardag van de Belgische onafhankelijkheid. Deze dag wordt allerplechtigst gevierd in de kerk van Reningelst. Het feest begon om 10 uur. De kerk was prachtig versierd met veel Belgische, Engelse en Franse vlaggen. Waren aanwezig: 3 Canadese en 3 Engelse generaals, kolonel Degrendel van de Belgische artillerie, meneer Biebuyck, arrondissementscommissaris en de burgerlijke overheid van de gemeente. Ook de compagnieën van de Belgische arbeiders met hun officieren. Ook veel Belgische kanonniers met hun officieren. Ook veel Engelse en Canadese soldaten met hun officieren. Vervolgens de schoolkinderen met vlaggen en veel burgers. Zo was de kerk propvol. Het Te Deum werd aangeheven door E.H. aalmoezenier Dumon van de Belgische arbeiders, bijgestaan door 6 andere priesters: E.H. Duquesnoy, Dermaut, Lamerant, Vuylsteke, Van Walleghem en Workman, hoofdaalmoezenier van de Canadezen. De andere Canadese aalmoezeniers namen plaats in de zetels. De antwoorden werden gezongen door een 15-tal Belgische soldaten, voor die gelegenheid daartoe geoefend door E.H. Dumon. Zij zongen zeer mooi. Daarna speelde het Canadese muziekkorps dat de feesten opluisterde, de verscheidene nationale liederen van Engeland, Canada, Frankrijk, Rusland en België. Vervolgens werd de Brabançonne gezongen door de schoolkinderen. Een prachtig feest voorwaar, wonderwel gelukt door de goede schikkingen en de ijver van E.H. Dumon. Wat ook indrukwekkend was, was het prachtige geschal van de Belgische klaroenen tijdens de zegening met het H. Sacrament. Wat vooral zeer lovenswaardig en merkwaardig was, was de welgemanierdheid waarmee alle soldaten en officieren van de verscheidene landen de plechtigheid bijwoonden. Voor deze gelegenheid hadden wij de beste ornamenten en de remonstrans van het college van Poperinge mogen gebruiken.
Om 16 uur schrapnels rond Hallebast. In de avond en ’s nachts veel kanongeschut.
22 juli, zaterdag. 2 Belgische soldaten van de hofstee van Cyriel Lamerant worden deze nacht betrapt in een Engels kamp, waar zij 52 kilo vlees gestolen hadden en op het punt waren ermee weg te rijden. Nu zitten zij gevangen in de schuur van Cyriel Lamerant. Men spreekt van grote straffen. 2 dagen nadien moeten zij naar Frankrijk, maar 14 dagen later keren zij terug naar de hoeve, en alles is in orde. Het waren niet de ergste dieven van de batterij en het was bij gemis aan ervaring dat zij betrapt werden. Ik verneem dat de huizen van Angillis, het klooster en nog andere woningen door de soldaten afgebroken worden. Het schijnt dat de chef van de gendarmes van de Hert alles optekent.
23 juli, zondag. Deze middag wordt een kabelballon opgelaten boven de weide van Isidoor Kestelyn. Iedereen is verwonderd dat men dat durft te wagen zo dicht bij de Duitse lijnen. Ook verwacht men spoedig een beschieting.
De Belgen maken woorden op verscheidene sonnerieën van de klaroenen. Voor het uitdelen van het eten zingt men: ‘Un quart de pain pour un bleu, c’est trop peu. Un volontaire de guerre en mangerait bien deux.’ Voor de visite bij de dokter: ‘Wie is er gisterenavond dronken geweest?’
24 juli, maandag, kermismaandag van Reningelst. Jaargetijde voor de overleden parochianen.
Weer wordt de kabelballon van de hoeve van Isidoor Kestelyn opgelaten en wat men gevreesd had gebeurde. Om 19 uur zenden de Duitsers er hun granaten op af. De eerste vallen in de weide van Kestelyn. De ballon vlucht en nadert Reningelst, maar het Duitse geschut volgt. Nu vliegt hij naar omhoog en blijft lange tijd achter de wolken. Om 21.45 uur probeert hij om neer te dalen op Ouderdom, maar de vijand heeft het reeds gemerkt en zendt er 3 granaten naartoe, die vallen aan de wagenmakerij. Weer vlucht hij naar boven en kan eindelijk neerdalen om 23 uur als het donker is. Geen burgers werden door de beschieting geraakt, maar 3 soldaten werden gedood op de hoeven van Cyriel Jacob.
In de namiddag vallen ook granaten op Dikkebus aan de hoeven van Cyriel Lamerant en Achiel Vandermarliere. 7 jaarlingen toebehorend aan weduwe Alouis Adriaen, die graasden nabij de Kemmelbeek, worden gedood. Een van de dieren lag over de haag gegooid. Ook De Klijte wordt om 17.30 uur beschoten. 1 granaat valt op het huis van weduwe Deconinck en 1 op het huis van Benoit Thuylie. De dochter van Jules Vandevoorde wordt licht gewond door een granaat die op verre afstand van haar ontploft. Engelse soldaten gaan om 16 uur in De Klijte bier vragen in herberg De Koekoet en in die van Joos Dewilde. Wat hun geweigerd wordt gezien het verboden uur. Dat moeten de herbergiers bekopen, want korte tijd nadien begon het tezelfdertijd op beide plaatsen te branden. Gelukkig heeft men de brand bijtijds kunnen blussen.
Het is ongelooflijk hoe het in de streek krioelt van de ratten. Overal in de hofsteden, de velden, zelfs de rijke huizen, maar vooral in de loopgraven. Sommige korenvelden worden waarlijk verslonden door de ratten, zij bijten de vruchten onderaan af, de aar valt neer en wordt uitgegeten. Sommige velden waren zelfs het pikken niet meer waard. ’s Avonds vooral kunt gij geen 10 stappen gaan zonder ratten te zien. Doch vooral in de loopgraven krioelt het van de ratten. De soldaten moeten hun eten voortdurend bij zich dragen, anders wordt het dadelijk rattenkost. Nochtans mankeert het niet aan honden. De Belgen van de 4de batterij alleen hebben er niet minder dan 40, katten integendeel zijn zeldzaam geworden.
25 juli, dinsdag. De kabelballon van Ouderdom wordt vandaag niet opgelaten. In de avond vallen veel granaten rond de hoeven van Dalle, Comyn en tot nabij Dauchy. Om 22 uur laten de Duitsers nabij Sint-Elooi 3 mijnen springen, het geschut is buitengewoon geweldig. Het schijnt dat de Engelsen gelukkig niet veel mannen verloren hebben.
26 juli, woensdag. In de namiddag veel geschut. Een Duitse krijgsgevangene passeert door Dikkebus.
27 juli, donderdag. Duister weer. Niets bijzonders.
28 juli, vrijdag. De ballon van Ouderdom is veranderd van plaats. Hij ligt nu op de hoeve van Bequart nabij Vienne, 1 kilometer verder van de lijn. Om 15 uur gaat hij op, maar na een paar uren geraakt het touw los en de ballon is gaan varen. Gelukkig is de wind gunstig en hij verdwijnt voorbij Bailleul, waar hij zonder ongelukken neerdaalt. Om 16 uur vallen granaten rond Hallebast en Celeste Planckeel.
29 juli, zaterdag. De aalmoezenier van de 2de divisie Canadezen, die sedert 4 maanden in de onderpastorie van Reningelst verblijft, verlaat de divisie en vertrekt naar Frankrijk. Hij wordt vervangen door E.H. Letang.
De nieuwe legerwet over het oproepen van de Belgische jongens en mannen van 18 tot 40 verschijnt in de Moniteur. Men moet zich aanmelden voor 15 augustus. Natuurlijk wordt deze wet met weinig geestdrift onthaald.
30 juli, zondag. Zeer heet, zeer veel volk in de missen. Kalme dag. Men legt een kloeke houten weg van de grintweg van Henri Baes naar het bosje achter Benjamin Haelewyn. Daar metselt men in gewapend beton diepe en sterke kelders, alsook standplaatsen voor grote kanonnen. Verscheidene weken lang komt een groep Canadese cavalerie er werken.
Rond de dorpsplaats zijn bijna alle aardappelen door de soldaten gerooid. Een inwoner die er 200 lands staan heeft, kan er nog geen 15 kilo kappen.
31 juli, maandag. Ik onderzoek hoeveel Dikkebusnaren er onder de nieuwe oproep vallen en vind er 99. In de avond ziet men weer de kabelballon boven de hoeve van Bequart.
1 augustus, dinsdag. Stikkend heet. In Reningelst, aan de hoeve van de weduwe Van Cayseele, wordt een Engelse motocyclist het hoofd afgereden door de trein. Weldra zal men daar en ook aan de hoeve van Cossey op Ouderdom, een slagboom plaatsen en een bareelwachter aanstellen.
2 augustus, woensdag. Van nu af aan ziet men elke dag waarop het weer het toelaat de vastliggende ballon van Ouderdom, maar enkel ’s avonds. Ik ga naar Poperinge en zie veel soldaten in de stad.
3 augustus, donderdag. Na mijn mis in de schuur van Cyriel Lamerant ga ik naar onze dorpsplaats kijken. De kant van Reningelst is eenzaam en verlaten, langs de kant van Ieper zie ik integendeel nogal veel soldaten. Dorp en omgeving lijken een ware wildernis. Het oude gebouw van het klooster is ongeveer helemaal afgebroken, maar de afbrekers hebben ook het nieuwe beschadigd. Op het Engels kerkhof zie ik dat er deze laatste dagen nogal veel begrafenissen gedaan werden. Nagenoeg alle huizen zijn versterkt, alle muren belegd met zakjes. De soldaten zien mij zeer wantrouwig aan, maar niemand heeft mij aangesproken. De kant naast Ieper is veruit het minst beschadigd. Ik doe een bezoek aan E.H. Peeters, Belgisch aalmoezenier, die nog op de hoeve van Lemahieu verblijft en er mis doet. Landbouwer Lemahieu heeft zijn gras niet gemaaid, maar pikt zijn oogst. Cyriel Claeys en Jules Verschelde pikken niet. Er staan nog tenten naast de hoeve van Vandenbroucke, waar er ook nog soldaten zijn. In de Torreelbossen integendeel zijn nagenoeg alle tenten weg. Er zijn nog enkele soldaten op en rond de hoeve van Marcel Coene en nogal veel op de hoeve van Lievens. Verscheidene kanonnen staan in de bossen achter Amand Heugebaert. Officieren en kanonniers zien mij zeer wantrouwig aan, en naar ik vernomen heb, hebben ze inlichtingen gevraagd over de priester die zij naast hun kanonnen hebben zien passeren. Heel Dikkebus is een spinnenweb van telefoondraden. Het is vandaag de 2de verjaardag van de oorlogsverklaring aan België. In de avond zweven verscheidene Duitse vliegtuigen boven de streek. 1 vliegt boven de dorpsplaats van Reningelst en werpt 2 bommen op Zevekote. 4 Engelse soldaten en 1 Belgische tolk worden gewond. Een andere werpt 1 bom bij de hoogte en 2 soldaten worden er gewond.
4 augustus, vrijdag. Kalme dag.
5 augustus, zaterdag. In de voormiddag vallen er veel granaten rond het Hemelrijk en de hoeve van Verpoort.
6 augustus, zondag. In de nacht veel geschut. Rond 19.30 uur, een weinig voor de avond, zijn wij getuige van een eigenaardige zaak. De Duitsers steken een soort poerfisters aan die in spiralen de lucht ingaan, wel 300 meter hoog en met 10 tegelijk, zoals vroeger op onze vuurwerken. Zij laten een dikke rook achter, maar men hoort geen geluid ervan. Dit gebeurt op 3 plaatsen tegelijk boven de loopgraven, in Kemmel, rond ’t Hoge en in Boezinge. Wat mag dat zijn of betekenen? Het is de eerste maal dat zoiets gebeurt.
7 augustus, maandag. In de namiddag wordt de steenweg beschoten van Hallebast naar Ouderdom. Eerst ontploft een schrapnel boven Hallebast, daarna 1 granaat in de weide rechtover Charles Maes. Vervolgens 1 granaat in de smis van de Canada, gelukkig was niemand erin. 2 vallen achter de hoeve van Henri Lamerant, nog 1 voor de tent van weduwe Goethals aan het kapelletje van weduwe Derycke. Een timmerman, Charles Van Belle van Geluveld, was bezig met te werken aan de tent van Goethals en werd dodelijk getroffen. E.H. Delanghe bediende hem met de H. Olie en de ongelukkige stierf nog dezelfde nacht in het hospitaal van Poperinge. Nog 2 granaten vielen wat dichter bij Ouderdom. 9 soldaten werden er gedood en verscheidene soldaten gewond. Isidoor Van Elstlande van Dikkebus was daar juist langs de weg met zijn paard. Het paard werd gedood, maar Door was ongedeerd.
Als ik een vergelijking maak met het begin van de oorlog, dan zie ik dat de bevoorrading van de Engelsen opvallend verminderd is. Zij krijgen nog verscheidene soorten: spek, kaas, jam, rund- en schapenvlees en alle soorten ingelegde eetwaren in dozen, maar nauwelijks nog de helft van bij het begin. Nochtans hebben zij er genoeg, maar zij kunnen maar weinig meer weggeven of verkopen. Het is hetzelfde met de kleren. Zij zijn goed gekleed maar zij kunnen er niet meer mee knoeien. Nu zien wij wat er al gespaard had kunnen worden in het begin van de oorlog, had er in dat opzicht een betere organisatie bestaan. Het schijnt ook dat de Engelse soldaten veel minder betaald worden dan in het begin van de oorlog. Nochtans wat het moreel van de soldaten betreft, schijnen allen vol goede moed, de Belgische artilleristen evenals de Engelse. En alhoewel iedereen verlangt naar het einde van de oorlog, is men toch blijmoedig en tevreden.
8 augustus, dinsdag. ’s Nachts geweldig geschut. Om 22 uur geweldige aanval van de Duitsers langs Sint-Juliaan en Boezinge. Die duurt ongeveer de hele nacht. Om 23 uur schallen plotseling de hoorns en luiden de klokken: het was het teken voor het gas. Gelukkig is dit in Reningelst niet geroken geweest, maar het was erger langs Brielen en Vlamertinge en nog veel erger op het front zelf. Getuigen zeggen dat dit gas het meest verstikkende en giftige is dat men ooit geroken heeft. Belgen en Fransen hebben weinig geleden, maar het was erger met de Engelsen, tegen wie de aanval het meest gericht was. Zelfs hun maskers konden hen niet genoegzaam beschutten. ’s Anderendaags heeft men op het Engels kerkhof van Poperinge meer dan 100 Engelsen begraven. Belgen en Fransen hadden ook enige slachtoffers. Nog veel soldaten zijn ziek geweest door het gas. Toch is de vijand niet vooruitgegaan.
9 augustus, woensdag. Ik doe mis om 4 uur en rijd vervolgens naar Wulveringem, waar ik later pastoor zou worden. Daar breng ik een bezoek aan mijn broers en ook aan de scholen van de koningin. Wat is daar alles toch gerieflijk en prachtig ingericht! Hoe lieflijk de bloemperken, hoe gezond en proper alle zalen! Ik kan niet genoeg mijn bewondering uitdrukken. Mijn broer Remi, soldaat van het 13de linieregiment, was ook naar Vinkem gekomen om ons daar te zien. Hij had geen vergunning gekregen en moest dus opletten voor de gendarmes. Maar soldaten kennen alle trucs. Daar hij door de sector van het 3de moest passeren, trok hij de 1 van zijn pet en geraakte zo ongemerkt voorbij. Daar hebben wij alle 4, de broers en onze zuster, in groep ons portret laten maken. Het is immers waarschijnlijk de laatste maal dat wij tijdens de oorlog samen zullen zijn. Hopelijk zullen wij na de oorlog weer samen zijn! Zo is het goddank geweest!
Tussen Poperinge en Krombeke rijden wij door de sector van de eerste linie. Men viert er juist kermis. De feesten hebben plaats in een grote weide langs de kasseiweg. Wat is het er leutig en zwierig! Een echte carnavalstoet met muziek aan het hoofd, het is al zingen en dansen en springen. Op 2 of 3 plaatsen tegelijk zijn er clownsvertoningen en in het midden de ronddraaiende paardenmolen. Leutig voor onze soldaten, die zo uitrusten van het verdrietige leven in de loopgraven. Leutig ook voor alle jongens van de streek, die meejubelen met de soldaten en vooral hun hart ophalen met de paardenmanege. Gisteren en vandaag op de hofstee Cyriel Lamerant: aangifte van Dikkebusse manspersonen van 18 tot 40 om te voldoen aan de nieuwe militiewet. Het aantal ingeschrevenen op Dikkebus is 53, allen personen die op Dikkebus verblijven.
10 augustus, donderdag. In de namiddag veel geschut. De Belgische kanonnen op de hofstee van de burgemeester beschieten Wijtschate en Voormezele. Voortdurend hoort de burgemeester het commando geven: ‘4800 meter! 4900 meter!’
11 augustus, vrijdag. In Dikkebus schieten de kanonnen van weerskanten geweldig naar elkaar. In de avond vallen wel 70 granaten op en rond de hofstee van de burgemeester. 1 granaat valt op de paardenstal, 1 paard wordt op slag gedood en 1 erg gewond. Het sterft 3 dagen nadien.
De molen van Bailleul, die reeds beschoten was, maar nog halfrecht stond, wordt helemaal omgetrokken en is weldra helemaal verdwenen.
12 augustus, zaterdag. Cyriel Lamerant wordt door de overste van de gendarmerie gevraagd van hogerhand om paard en wagen ter beschikking te houden van het leger om in geval van vooruitgang eetwaren naar Wijtschate te brengen. Het is reeds dikwijls gebeurd dat boeren van de streek dat gevraagd werd, maar tot nu toe zijn de Duitsers altijd vergeten om achteruit te gaan. In het begin gaven zulke vragen veel hoop, maar nu is de bevolking gewoon geworden aan teleurstelling en besluit daar niet meer uit dan het nodig is.
13 augustus, zondag. Een bevel komt dat voor 15 september enkel aardappelen uitgedaan mogen worden voor dagelijks gebruik. De prijs is 12 fr. Nog een bericht dat 10 dagen langer verleend wordt voor de aangifte van de manspersonen van 18 tot 40. Dus tot 25 augustus. De kabelballon van Ouderdom hangt daar de hele dag.
14 augustus, maandag. Men zegt dat de Canadezen de streek verlaten, en inderdaad, verscheidene regimenten zijn reeds weg. In de streek zijn er minder soldaten dan er plegen te zijn.
Om 14 uur vernemen wij het bericht dat koning Georges van Engeland de troepen van Reningelst zal komen bezoeken. Hij zal ontvangen worden in het kamp achter Zevekote. Met meneer kapelaan van Reningelst ga ik naar dit kamp. Na enige tijd hoort men dat hij inderdaad aangekomen is. Aanstonds worden de troepen in een haag opgesteld, en het duurt geen twee minuten of wij zien hem reeds door de hagen trekken. Hij is vergezeld van verscheidene generaals en alle troepen in aanschouw nemend, stapt hij ras door. De soldaten bieden hem de wapengroet en roepen 3 maal ‘Houha’. De koning is een man met volle baard en ernstig voorkomen. 4 automobielen wachten bij Zevekote. Hij stapt in met de generaals en verdwijnt in de richting van Poperinge. Dit alles heeft geen 5 minuten geduurd. Het was dan 15.30 uur. Koning Georges heeft ook de Kemmelberg, de Scherpenberg en het hospitaal van De Klijte bezocht. Men zegt dat koning Albert, Joffre, Lloyd George en Douglas Haig daar ook met hem mee waren, dat vertelde een Belgisch tolk. Ik heb moeite om het te geloven. Wanneer de koning op de Kemmelberg was, hebben de kanonnen van het omliggende ferm geschoten.
’s Nachts om 23.30 uur werpt een Duits vliegtuig bommen rond de hoeve van Jules Desmytere.
15 augustus, dinsdag, feestdag van O.L. Vrouw-Hemelvaart. 70 burgers zijn te communie gekomen, hetgeen zeer voldoende is, rekening gehouden met het aantal gelovigen dat nog in Dikkebus naar de kerk komt. Ten minste 1/3 gaat immers naar Reningelst en De Klijte. Er was ook door de aalmoezenier van de Belgen biecht en communie aangekondigd voor de soldaten. Doch geen enkele soldaat is afgekomen. Waarom? Ik weet het niet. Zoiets gebeurde niet tijdens het aalmoezenierschap van E.H. Belpaire. De soldaten willen soms bezocht en aangesproken worden door hun aalmoezeniers en ook weleens getrakteerd worden.
Grote feesten waren voor deze namiddag aangekondigd in het kamp van de munitiecolonne van de Belgische artillerie in Westouter. Na de vespers trok ik ernaartoe. Ongelukkiglijk waren deze reeds begonnen om 13 uur en zo heb ik de eerste nummers niet gezien. De feesten werden meestal gegeven door de mannen van de colonne zelve, maar met behulp van mannen uit de verscheidene echelons en batterijen. Er waren verscheidene nummers, waaronder verscheidene wedstrijden tussen Belgen en Canadezen. Zo’n feest was ook 3 weken geleden gegeven door de Canadezen, en de Belgen hadden er ongeveer alle eerste plaatsen behaald. Deze keer hadden de Belgen hun bondgenoten naar hun feest uitgenodigd. Het eerste nummer was een paardenkoers op effen grond. Er waren 10 toeren te rijden. Na de 9de toer was een Belgische officier meer dan een halve toer voorop. Ongelukkiglijk dacht hij dat het gedaan was, zo verloor hij zijn winst en kwam hij als 2de aan.
Daarna werden toeren gedaan door een twintigtal muilezels bereden door Belgische soldaten. Het is waarlijk onverstaanbaar hoe zij die dieren voor die dwaze toeren hebben kunnen dresseren. De dieren deden de mooist mogelijke oefeningen. Zij gingen in rijen 2 aan 2, nu vooruit dan achteruit, kruisten elkaar in alle richtingen en vormen, allen op een bevel zoals onze vlugste schoolkinderen. Dan op de knieën, dan plat liggen, bewegingloos met de man erop, dan rechtop springen. Het was voor de Canadezen onverstaanbaar hoe onze jongens erin geslaagd waren ze die toeren aan te leren. Een mooi nummer was vervolgens de rozenjacht. Een onderofficier te paard had een roos. Een twintigtal soldaten werden tegen hem uitgezonden en moesten trachten de roos af te pakken, maar zij moesten alle handelingen nadoen die hij deed. Dan geschiedden de mooist denkbare circustoeren. De rozenbaas sprong van zijn paard, sprong erop, legde zich plat, nu op de knieën, dan op de rug, dan deed hij het zadel af, legde het op zijn schouders en reed zo weg en dat alles zonder van zijn paard te gaan. En zoals hij het deed, zo moesten al zijn achtervolgers het doen en intussen de roos trachten te grijpen. Natuurlijk dat er nu en dan een tuimeling gemaakt werd, maar die waren toch zeldzaam. Het duurde bijna 20 minuten eer iemand de roos kon bemachtigen. Vervolgens kwamen de vermakelijkste clownstreken, terwijl er in een andere kant van het park trekkampen plaatshadden tussen Belgen en Canadezen. Aan beide kanten moest een gelijk aantal mannen aan het touw trekken en trachten de tegenstrevers over de schreef te krijgen. De Canadezen trokken met meer methode dan de Belgen, die wat te geweldig waren. Zij behaalden enige punten meer en wonnen de partij. Daarna paardenkoersen over hinderpalen, afsluitingen, hagen en een beek, alles op korte afstand van elkaar. Er waren er niet minder dan 9. Het was eerst de beurt aan de officieren. Elk had zijn toer. 20 Canadese officieren en 10 Belgische namen eraan deel. Slechts 2 Belgische officieren hebben alle hindernissen zonder te missen overschreden: het waren commandant baron Tyberghien en luitenant De Coster. Deze laatste was ook de eerste geweest in de koers die 3 weken geleden door de Canadezen gegeven was. Nochtans schijnt het dat, om de Canadese officieren gunstig te stemmen, het comité toch de eerste plaats toegekend zou hebben aan de Canadezen. Voorzeker zullen zij dan ook wel getrakteerd hebben! Vervolgens was het de beurt aan de onderofficieren. 15 Engelsen en 8 Belgen namen eraan deel. Geen enkele Engelse die alle hinderpalen te boven kwam. Alleen een Belgisch sergeant-foerier is daarin geslaagd. De feesten eindigden met een spel, een soort pantomime, waaraan wel 30 clowns deelnamen, allen in de leutigst mogelijke kostuums. Dat had zeer veel bijval. Het was meer dan 20 uur als de feesten gedaan waren. Niemand beklaagde zich ernaartoe te zijn gegaan.
In de namiddag ontploffen 12 schrapnels boven de kasseiweg van Hallebast naar de dorpsplaats.
16 augustus, woensdag. Ik draag de H. Communie naar 9 oude of kranke mensen van Dikkebus die zelf naar de kerk niet meer kunnen komen. Ik zie Belgische arbeiders die grachten graven langs de nieuwe aardeweg van Ouderdom naar Marcel Coene. Langs de Kemmelkant van ons dorp zie ik nagenoeg geen soldaten, daar ook staan nu weinig kanonnen. Enkel voorbij de beek bij de hoeve van Van Haecke staan er nog enige kanonnen. Bij weduwe Forceville zijn 5 Belgische soldaten de oogst aan het pikken.
Vergeleken met Reningelst zijn er hier bijna voortdurend vliegtuigen, en het geschut houdt hier niet op. Veel schrapnels vallen neer en sommige uren is het zeer gevaarlijk om buiten te zijn. De Duitse schrapnels zijn merkelijk groter dan de Engelse. Rond 11 uur vallen een tiental schokgranaten op Sint-Hubertushoek, eerst op de Canada, dan 1 voor de hommelkeet van Charles Verhelst, bewoond door Gustaaf Forceville, en verder 1 aan de gevel van Henri Lamerant. Om 12 uur vallen granaten aan de Razelput.
Een nieuwe divisie Canadezen komt hier aan. Het is de 4de divisie. Zij komen rechtstreeks uit Engeland en zijn pas twee dagen geleden ontscheept in Le Havre. Een aalmoezenier komt logeren bij E.H. onderpastoor. Het is vader Daniel, oblaat van het H. Hart van Maria, Engelsman en missionaris in Canada. Hij is een bekeerde protestant. Hij vertelt dat hij in 1902 naar Brugge kwam en daar, bij het aanschouwen van de kunstwerken van onze hoofdstad, getroffen werd door de godsdienstzin die er overal in te lezen lag. Dat gaf hem de gedachte de katholieke godsdienst te bestuderen, en zo heeft hij de waarheid gevonden. Hij was een zeer ijverig man, maar soms wat overdreven.
17 augustus, donderdag. Ik merk dat er bijzonder mooie standplaatsen voor kanonnen gereed zijn, in het bosje achter Benjamin Haelewyn, op de hofstee van de weduwe Delanotte, achter de hoeve van Deraedt, bij de hoeve van Theophiel Dauchy en op de hofstee van Jules Lamote. Op deze laatste hoeve zijn 2 grote kanonnen geplaatst. Weer vallen er granaten op de Canada en verder in de richting van Ouderdom.
18 augustus, vrijdag. De 1ste en de 2de divisie Canadezen, die sedert een jaar op de streek waren, vertrekken. De 3de en 4de blijven nog enige tijd. In Westouter zijn troepen aangekomen die gevochten hebben aan de Somme. Zij vertellen verschrikkelijke dingen. Veel granaten vallen aan het Hemelrijk.
19 augustus, zaterdag. Ik ontvang het bezoek van Mgr. De Brouwer, die mij een getuigschrift geeft dat nodig is om uitstel te bekomen voor de legerdienst, krachtens mijn bediening van onderpastoor, die ik niet verlaten kan. Granaten vallen rond de hoeve van Maurits Lemahieu.
20 augustus, zondag. Sommige boeren van Dikkebus die op gevaarlijke plaatsen wonen, moeten zeer veel betalen om hun oogst af te doen. Jules Verschelde biedt de helft van de oogst aan. Niemand wil hem aanvaarden. Jules Goethals geeft 30 fr. per gemet voor pikken, binden en stuiken. De burgemeester geeft een partij rogge die niemand durft afdoen. Nu heeft men maar weinig hoop meer dat het oorlogstoneel hier nog deze zomer zal verschuiven. Bijgevolg een derde oorlogswinter. Weer zijn er veel soldaten op de plaats van Dikkebus.
21 augustus, maandag. Niets bijzonders.
22 augustus, dinsdag. Schrapnels vallen rond de hoeve van de burgemeester en in de weide van Justin Thevelin.
In de namiddag doe ik een wandeling naar de Gasthuismolen van Watou, waar vluchtelingen van Dikkebus verblijven. Aan de Leene zie ik een grote tent, die dienstdoet als school en kerk. 250 mensen kunnen er zitten. Tussen de Leene en de Boonaert, langs de kasseiweg van Boeschepe wandel ik door het grote, prachtige hospitaal van de Engelsen. Wat een prachtige tenten! Groot en talrijk opgeslagen op grond die herschapen is in een lieflijk park met bloemen, fijne graszoden en lieflijke boompjes, juist zoals in de koloniescholen van Wulveringem. Het hopitaal heeft een uitgestrektheid van verscheidene gemeten. Een heel leger van ziekendienaars en verpleegsters. Aan de Boonaert bezoek ik ook het grote Engels kerkhof. Daar zijn niet minder dan 2500 Engelsen begraven. Alle graven zijn prachtig opgeschikt. Ik zie er het graf van generaal Mercer, van de 2de Canadese divisie. Naast het Engels kerkhof ligt nog een Frans kerkhof. Slechts een 40-tal Franse soldaten zijn er begraven. Langs de weg van Poperinge naar Abele staan zeer veel tenten.
23 augustus, woensdag. In Dikkebus is reeds Australische artillerie aangekomen. De Canadese kolonel King van de hoeve van Dalle vertrekt met zijn verscheidene batterijen naar de Somme. Zij zouden liever hier blijven. Eergisteren heeft kolonel King een afscheidsdiner gehouden en de Belgische majoor geluk gewenst. De laatste tijd schieten de Engelsen en de Canadezen maar weinig, maar de Belgen tamelijk veel. 2 aalmoezeniers van de 4de divisie Canadezen zijn hier ook: MacDonell en Labonté.
24 augustus, donderdag. In de namiddag vallen granaten op de plaats en rond de hoeve van Hector Dalle. 1 valt op het Paradijs en 1 op het Schoonhuis. Wat later vallen er 3 op Sint-Hubertushoek. Isidoor Van Elstlande kwam met de koets van Poperinge samen met zijn zuster Rachilde en Maria Tahon van Voormezele, die gevlucht is in Dikkebus. Aan de Paddebroek gekomen viel een granaat op enige meters van hem. Isidoor en het paard waren ongedeerd. Rachilde werd lichtelijk gewond maar Maria Tahon zeer erg. Beiden werden naar het hospitaal van Couthove gevoerd. Rachilde mocht na enige dagen weerkeren. Wat Maria Tahon aangaat, men heeft lange tijd voor haar leven gevreesd. Eindelijk begon er beterschap en na 3 maanden mocht zij bij haar ouders weerkeren. Dat is de 3de maal in 2 maanden tijd dat Isidoor op een stap van zijn dood geweest is. In Poperinge werden 2 automobielen in brand geschoten op enkele meter van hem. Wat later werd op Ouderdom zijn paard doodgeslagen terwijl hij in de koets zat en nu worden zijn zuster en nicht gewond naast hem.
25 augustus, vrijdag. Door Reningelst grote passage van Australische artillerie die van Abele komt en optrekt naar Vlamertinge en Dikkebus. In de 3 Belgische echelons van Dikkebus zijn er niet minder dan 80 honden. De soldaten doen al mee wat zij vinden. Et illi crescunt et multiplicantur. (En die groeien op en vermenigvuldigen zich.)
26 augustus, zaterdag. Er komen nog veel Australiërs aan. De artillerie van de hofstee van Dalle vertrekt ook en wordt vervangen door Australische.
27 augustus, zondag. 120 mensen waren in de hoogmis. Tussen de missen door hoor ik op het appel in de hoeve van Lamerant de eerste chef geweldig opspelen en meermaals roepen: ‘C’est scandaleux, c’est scandaleux!’ Als de vlaag over is en de soldaten uiteenlopen, is het gejoel en een geschater ongehoord. Ik informeer bij de bewoners van de hoeve wat er gebeurd is en zij vertellen mij dat er tijdens de nacht 8 zakken haver gestolen werden. En het was daarop dat de chef troef gaf en zei dat er een onderzoek gedaan zou worden. En wat was de uitwerking bij de soldaten? Die was dat zij allen in een grote lach schoten en riepen: ‘Het zal weer niet uitkomen, het zijn de onderofficieren die het gedaan hebben.’ Het is inderdaad nooit uitgekomen.
Plaatsenaar: bewoner van de dorpsplaats
De belastingsbrieven van ’16 worden rondgedeeld aan de Dikkebusnaren. Zij die de 3 eerste maanden van het jaar hun huizen bewoond hebben, moeten de volle som betalen. Zo moeten alle geëvacueerde plaatsenaars het hele jaar betalen. Iedereen vindt dit bevel hatelijk en onrechtvaardig. Niet te verwonderen dat de ontvanger veel moeilijkheden heeft.
28 augustus, maandag. Vandaag ga ik naar Poperinge. De stad ligt vol Australische soldaten. De Australiërs hebben veel geld, niet te verwonderen dat zij de bevolking aanstaan. Toch schijnen zij voor ons fatsoenlijker dan de Engelsen, en vooral beleefder en minder pretentieus. Ook zijn zij veel minder achterdochtig. Zij zijn proper, maar zij stellen zich tevreden met zich eenmaal daags goed te wassen en niet drie- of viermaal zoals de Engelsen.
Ik kom 2 dronken Belgen tegen, 1 soldaat en 1 burger, tussen twee dronken Australiërs. Ik hoor de Belgen zeggen: ‘Belgium good, Australian very good. Belgium no money, Australian plenty money!’ Dat is de truuk om goed getrakteerd te worden.
Wij vernemen het nieuws van de oorlogsverklaring van Italië aan Duitsland en van Roemenië aan Oostenrijk. Dat nieuws veroorzaakt grote vreugde, en waarlijk, wij hebben gedacht dat de oorlog nu ten hoogste nog een jaar kan duren.
29 augustus, dinsdag. In de namiddag zeer veel kanongeschut op het front van Kemmel. Het zijn de Duitsers die aanvallen. Gelukkig wordt de aanval afgeslagen. ’s Nachts om 23 uur wordt er getoeterd en geluid voor het gas. Wij storen ons daar niet aan en blijven rustig slapen. Enkel op Kemmel werd er gas geroken.
30 augustus, woensdag. In de schuur van Cyriel Lamerant zegen ik het huwelijk in van de soldaat Leon Boudry met Philomène Verhaeghe, beiden van Dikkebus.
31 augustus, donderdag. In de ochtend werd de hoeve van de burgemeester geweldig beschoten. De meid Romanie Menu werd gewond; slechts twee koeien waren ongedeerd. Dat was een groot verlies. Doch niet te verwonderen gezien de grote gevaren waarin deze mensen reeds verscheidene maanden leefden. Nu besluit de burgemeester zijn hoeve te verlaten. Hij verhuist meubels en gereedschap naar zijn zoon Marcel Coene, bij wie hij gaat inwonen. Toch gaan zij nog elke dag werken naar de hoeve. Romanie is ernstig gewond maar niet gevaarlijk. Zij wordt verzorgd bij Marcel Coene en na enige weken is zij genezen. De hoeve van de burgemeester wordt nagenoeg de hele dag beschoten.
1 september, vrijdag. Eerste vrijdag, 20 communies. Na mijn mis ga ik naar de dorpsplaats. Ik vind de huizen nog meer versterkt. Naast iedere deur een plankje waarop het aantal mannen staat dat er geherbergd kan worden. Zoveel in een versterkte plaats en zoveel in een niet-versterkte plaats. ‘Billets: (aantal) men, cellar… men’. Rond het dorp is alles wildernis en puin. De weide van Justin Thevelin voorbij de kerk is een bos van distels. Het mooie maaigras is verrot en daartussen schiet lelijk wild gras op. Voor het huis van Jules Cuvelier zie ik kanonnen om naar de vliegtuigen te schieten.
2 september, zaterdag. Rond 17 uur vallen een tiental granaten rond de hoeve van Dalle en rond de Hert. ’s Nachts om 23 uur en nogmaals om 2 uur wordt er getoeterd voor het gas. Klokken worden geluid en veel lawaai gemaakt, alsof men het erom doet de hele parochie overeind te krijgen. De mensen beginnen dat zot spel te kennen en storen er zich niet meer aan. Ook werd er nergens in het dorp gas geroken. Waarom zo lichtzinnig te werk te gaan? Is het onwetendheid, doordat deze Canadese divisie nog maar sedert korte tijd op het front is, en nog niet weet wat een gasaanval is, en hoever die kan dragen? Of is het zuivere dikdoenerij om de naam te hebben dat zij zoveel of zoveel gasaanvallen ondergaan hebben? Ik leg het zo uit dat er ergens gasgranaten gevallen zijn en dat die in de plaats waar zij vallen wel wreed kunnen tegensteken, maar een honderdtal meter verder geen schade meer kunnen doen. En daarvoor zet men de hele streek in rep en roer tot 2, 3 uur achter het front!
3 september, zondag. In de missen bij Cyriel Lamerant waren ruim 210 burgers aanwezig. Reeds van in de vroege morgen waren veel vliegtuigen op gang. De kanonnen van aan het Zweerd schieten er geweldig naar. Rond 9.30 uur komt weer een Duitse vliegtuig op, en het laat 2 granaten vallen bij de vliegtuigkanonnen. 1 ervan ontploft bij het huis van Jan Gombeir. Ook 2 granaten worden door de Duitse kanonnen naar de autokanonnen geschoten en ze vallen in de nabijheid. Ondertussen zien wij vanop de hoeve van Lamerant dat Poperinge beschoten wordt. Ik verneem later dat er 10 zeer grote granaten gevallen zijn. Tezelfdertijd zien wij een eskader van 22 Engelse vliegtuigen afkomen van Abele en langs Kemmel de lijn overtrekken. Rond de middag vallen 9 granaten op De Klijte rond de kampen van het Engels kerkhof. En om 17 uur vallen granaten rond de hoeve van Henri Vandecasteele.
Een novice van de jezuïeten, meneer Danneels van Turnhout van de 6de batterij, komt met mij mee naar Reningelst, blij enkele uren te kunnen doorbrengen in een meer gepast gezelschap. Jan Coveliers, onderdiaken van Turnhout, heeft een goed onderkomen bij E.H. pastoor van De Klijte.
4 september, maandag. Niets bijzonders voorgevallen.
5 september, dinsdag. In de namiddag is er veel geweld rond ’t Hoge. Een gepantserde trein die tussen Poperinge en Westvleteren staat, niet ver van St.-Sixtus, schiet de hele namiddag. Wat een verschrikkelijke schoten hier in Reningelst! Men zou waarlijk zeggen dat het kanon slechts 5 minuten hiervandaan staat. In de namiddag vallen nogmaals granaten in de nabijheid van De Klijte.
Nogmaals heb ik de mogelijkheid om kinderen van Dikkebus van beneden de 7 jaren naar Wulveringem te zenden, maar er zijn er geen meer aangegeven.
6 september, woensdag. De hele nacht veel geweld, vooral rond 3 uur. Ik begraaf het kind van Henri Rubrecht op ons nieuw kerkhof. Pol Leeuwerck, vluchteling van hier, sterft plots in Reningelst.
7 september, donderdag. Weer trekt een eskader van 20 Engelse vliegtuigen de lijn over. In de namiddag vallen granaten en schrapnels rond Hallebast en Sint-Hubertushoek. Het kanon van de hoeve van Dalle, dat sedert 2 maanden niet meer geschoten had, schiet de hele namiddag.
8 september, vrijdag, feestdag van O.L. Vrouw-Geboorte. In de voornacht geweldig kanongeschut langs Boezinge en Sint-Jan. Het is prachtig weer, wat uiterst welkom is voor de boeren, daar nagenoeg de hele oogst nog buiten staat en door de overvloedige regens reeds veel koren geschoten is. Men is ook bezig aan de hommelpluk. De opbrengst is maar tamelijk, sedert een paar weken zijn veel partijen erg aangetast door de witte koning. Het kan de boeren maar weinig schelen dat de opbrengst groot of klein is, daar de onkosten van plukken en drogen bijna zo groot zijn als de waarde van de hommel. Men betaalt 8 centimes per kilo voor het plukken, de cokes zijn duur, en de hommel is slechts 40 fr. per 100 pond waard, daar er geen naar Engeland mag gaan en alle andere kanten voor ons gesloten zijn. In Poperinge vindt men nog veel partijen hommel. Op Reningelst nagenoeg een vierde van het gewone, op Dikkebus heeft enkel Jan Gombeir er opgedaan.
In de avond hevig kanongeschut langs Kemmel. Weer gasalarm, niemand bekreunt zich nog om dat zotte spel.
9 september, zaterdag. In de namiddag veel geschut langs Kemmel en Boezinge. Rond 3 uur zie ik aan de kabelballon van Ouderdom de parachute opengaan en iets zeer langzaam neerdalen dat 2 kilometer verder naast de hoeve van Cyriel Steen op de grond komt. Ik twijfel er niet aan of het is een man die zo neerdaalt. Ik ga kijken en vind er… 2 zakken zand. Het was een proef.
10 september, zondag. De kanonnen schieten op de hofstee van Jules Lamote. Overigens kalm. Ik bewonder de godsvrucht van veel Australiërs.
11 september, maandag. De wasserij is gesloten en zo zijn veel vrouwen zonder werk. Dit komt door de verandering van divisies. Nochtans duurt dit niet lang en op het einde van de week gaat zij weer open.
12 september, dinsdag. Ik doe de optelling van de gemeente, zoek tezelfdertijd waar al ons volk verspreid is en vind het volgende: 97 Dikkebusnaren zijn in het leger, 114 zijn overleden sedert het begin van de oorlog, 228 kinderen zijn in de schoolkoloniën, 231 zijn nog in hun huis gebleven, 82 zijn gevlucht maar bewonen nog Dikkebus, 168 zijn gevlucht naar Reningelst, 131 naar Westouter, 70 naar Poperinge, 44 naar Watou, 21 naar Vlamertinge, 9 gevlucht naar Proven, 7 naar Loker, 4 naar Krombeke, 2 naar Pollinkhove, 3 naar Oostvleteren, 1 naar De Panne, 139 naar Frankrijk, 6 naar Engeland, 12 verblijven in gestichten, 38 in het bezette deel, samen: 1407.
Er verblijven dus op Dikkebus nog 313 Dikkebusnaren. Daarenboven nog 103 vreemde vluchtelingen. Zodat de burgerlijke bevolking nog 416 zielen bedraagt. Nog 78 huizen worden bewoond.
12 september, woensdag. Deze laatste dagen is er nog veel Australische infanterie aangekomen, zodat hier nagenoeg geen andere soldaten meer zijn. De 4de Canadese divisie ligt langs De Klijte en Kemmel. Er zijn hier 3 Australische divisies: de 2de, de 5de en de 6de. In de namiddag krijgen wij het bezoek van 2 Australische aalmoezeniers, die beiden gewond werden in de Dardanellen.
13 september, donderdag. Kalme dag. Deze week werden 4 kanonnen van 280 geplaatst op en rond de hoeve van Cyriel Claeys.
14 september, vrijdag. Vandaag ga ik naar Poperinge. In de stad zijn er veel soldaten.
15 september, zaterdag. In de namiddag veel kanongeschut langs Voormezele. Vader Daniel vertrekt naar Loker en enige dagen nadien naar Frankrijk.
16 september, zondag. Om middernacht verschrikkelijk kanongeschut langs Vierstraat en Voormezele. Een van de geweldigste artilleriegevechten die ik ooit gehoord heb. Ik zie de schrapnels ontploffen vanwaar ik in mijn bed lig. Het duurde ruim een uur. Ik heb ’s anderdaags vernomen dat het een Engelse raid was. Men beschiet met alle geweld een deel van de vijandelijke loopgraven, en vervolgens, wanneer alle hinderpalen uit de weg zijn geruimd, komen de infanteristen en overvallen de Duitse loopgraven. Zij bekijken ze, nemen de mannen gevangen en keren met hen weer naar hun eigen loopgraven. Zij laten de beschoten loopgraaf weer over aan de vijand. Het nut ervan is de vijandelijke posities te verkennen en meer nieuws te vernemen van de krijgsgevangenen. Hier maakten zij een 30-tal gevangenen, die in de voormiddag door De Klijte trokken. In het hulppost van De Klijte zijn er Duitsers gestorven. Een officier wilde niet gedwee meegaan, een Engelsman greep een granaat en sloeg hem het hoofd af. Na de mis doop ik in de schuur van Cyriel Lamerant het kind van Heron Braem.
17 september, maandag. Zeer slecht weer. Het 3de echelon van de Belgische artillerie verhuist van de hofstee van Clarysse naar het land van Theophiel Dauchy, naast diens hoeve.
18 september, dinsdag. Niets bijzonders.
19 september, woensdag. In de nacht veel geschut.
20 september, donderdag. Leopold Nollet ontvangt het droevige nieuws dat zijn zoon Jules, van klas ’16, gestorven is in het hospitaal van Dinard. In het begin van mei had hij bij Diksmuide de Duitse aanval doorstaan, waar hij lichtelijk gewond werd. Vervolgens is hij ziek geworden en is ervan gestorven. R.I.P. De jongelingen van Diksmuide van beneden de 30 jaren zijn aangemaand om op dinsdag 26 te verschijnen voor de militieraad van Watou.
21 september, vrijdag. In de voormiddag vallen granaten op Poperinge.
22 september, zaterdag. De Belgische arbeiders die hier werkten en gekantonneerd waren aan de Drie Goên vertrekken naar Saint-Jans-Cappel, Bailleul en Armentières. Zij zijn daar niet lang gebleven en na een drietal weken waren zij op het Belgisch front.
Mijn broer Jozef met mijn kozijn Jozef Vercoutere van de klas van 26 tot 30-jarigen die komende week voor de militieraad van Veurne moeten verschijnen, komen van ons afscheid nemen. Zij blijven tot maandag.
23 september, zondag. Voor de eerste maal van de hele oorlog is er geen soldatenmis in de kerk van Reningelst. Nochtans zijn er veel katholieke soldaten. Toch zijn de Australische aalmoezeniers niet kwalijk, maar er is wat gemis aan reglement. Zij oordelen het voordeliger om voortdurend bij hun volk te blijven, in de loopgraven of onmiddellijk erachter en zo zijn de parochies van de kantonnementen wat verwaarloosd.
24 september, maandag. In de weide voor het huis van de burgemeester van Reningelst is er een groot kamp van Australische gevangenen. Gisteren werd een Australiër door de kop geschoten omdat hij reeds 3 maal weggevlucht was uit de loopgraven. Ik vergezel mijn broer Jozef en Jozef Vercoutere, die vertrekken tot aan de Eikhoek, grondgebied van Westvleteren. Ik zie dat de Australiërs tot voorbij Poperinge liggen, vervolgens Engelsen, enige Fransen en dan de Belgen vanaf een half uur langs deze kant van de Eikhoek. Langs die kasseiweg ziet men maar weinig tenten, ook weinig soldatenwinkels. Langs daar is er ook een groot net van spoorwegen. Wij middagmalen met sardines en boterhammen in herberg De Eik en vervolgens ga ik naar het trappistenklooster St.-Sixtus. Ik ga voorbij de Belgische kabelballon.
In de kloostergebouwen zijn veel Engelsen gekantonneerd. De paters ontvangen er veel bezoeken van officieren: Engelse, Franse en Belgische en vooral van aalmoezeniers, brancardiers en studenten. In de ontvangstplaats ligt een boek waarin de bezoekers hun naam schrijven. Ik lees er veel grote namen. De trappistenkaas wordt zeer gevraagd. De paters kunnen ongelukkiglijk niet alle aanvragen voldoen. In het begin van de oorlog verbleven verscheidene priesters-vluchtelingen in het klooster. Alleen E.H. Callens, pastoor van Bikschote, houdt er nu nog zijn verblijf. Ik word goed ontvangen en verneem dat het met iedereen het geval is. Toch lees ik in het naamboek van de bezoekers naast hartelijke dankbetuigingen ook vinnige laster over de paters, die er verweten worden voor gierigaards. De goede paters zullen deze laster niet uitvegen. Die blijft er tot eeuwige schande van de ondankbaren.
25 september, dinsdag. Het is prachtig weer. Niet te verwonderen dat er veel Duitse vliegtuigen op gang zijn. Boven Dikkebus wordt er gevochten tussen Duitse en Engelse vliegtuigen. Aan het Torreel moet een Engels vliegtuig neerdalen. 2 officieren die erin zitten, zijn gewond. Vandaag moeten de jonge mannen van 18 tot 30 die op Dikkebus verblijven voor de militieraad van Watou verschijnen. Allen worden goedgekeurd, tot zelfs Camiel Baeke, een jongen met een zere voet, die met een stok gaat. Odiel Vandermarliere, Jules Hoflack, Camiel Baeke van de klas van ’18 moeten aanstonds vertrekken. Alberic Decommer, Camiel Indevuyst, Emiel Bosch van de 26- tot 30-jarigen, mogen nog 10 dagen thuisblijven. Zij worden naar het instructiekamp van Carteret in de Manche gezonden.
De hele nacht is er veel geschut.
26 september, woensdag. In de voormiddag gevecht tussen vliegtuigen. In de namiddag breng ik met E.H. kapelaan van Reningelst een bezoek aan de Rodeberg. Wij zien zeer goed de loopgraven blikkeren op de hele lijn voor ons. Met moeite kan men nog iets van Wijtschate zien. Het dorp is zodanig beschoten geweest dat er voorzeker geen enkele muur meer staat van 2 meter hoog. Men ziet nog steeds dezelfde fabriekschouw in Armentières roken. Wanneer wij boven op de berg zijn, zien wij plotseling geheel in de verte en zeer hoog dat een Duitse kabelballon losgeraakt is. Hij komt van de richting van Lille en zweeft nu boven de Engelse lijn naar Voormezele. De vliegkanonnen schieten er geweldig naar. Wij zien dat hij geraakt is, want hij daalt stilletjes, maar het wordt tijd dat hij valt want hij is reeds boven Dranouter en weldra zal hij weer boven de Duitse lijnen geraken. De Engelse vliegtuigen hebben hem gezien en zij snellen ernaartoe. Weldra zijn er niet minder dan 10 rond, die er voortdurend naar schieten. Hij is nog op zo’n 60 meter hoogte. Opeens een kleine vlam, dan een wat grotere en eindelijk zien wij een brandende massa neervallen. De vliegtuigen zijn in hun werk geslaagd. De ballon ligt te branden op de Monteberg. De vliegtuigen gaan zeer laag kijken, een daalt zelfs neer. Hij ligt slechts op 2 kilometer van de Duitse lijn. Een Duits officier lag met gebroken been naast de ballon. Een uur later hoorden wij dat de Duitsers de Monteberg beschoten, waarschijnlijk omdat zij dachten dat Engelse soldaten naar de vernielde ballon waren komen kijken.
28 september, donderdag. Veel geschut in de ochtend langs Kemmel en in de namiddag langs Dikkebus. De grote kanonnen van bij Dalle en Paddebroek schieten geweldig. Weer staan er kanonnen in de haag van Comyn. Zij schieten altijd samen met het kanon van de hofstee van Dalle. Wat een verschrikkelijke slag als die 4 kanonnen op hetzelfde ogenblik Iosbranden!
Julien Haeyaert van hier, die in Loker verblijft en Charles Desramaut, ook van hier, die in Bailleul verblijft, beiden van de klas van ’14, vertrekken vandaag naar Carteret.
De Engelsen en de Canadezen zeggen ‘good morning, good afternoon’ volgens het uur van de dag. De Australiërs integendeel zeggen te allen tijde ‘good day’. Ook vaak het Franse ‘bonjour et bonsoir’. Dat komt omdat zij eerst in Frankrijk verbleven hebben tijdens de Sommeslag.
Al 20 maanden logeren er Engelsen in de onderpastorie van Reningelst, waar zij ook alle redenen hebben om tevreden te zijn. Van de honderden die er gelogeerd hebben, is er slechts 1, de aalmoezeniers uitgezonderd, die bij zijn vertrek afscheid is komen nemen.
29 september, vrijdag. Weer meer geschut dan gewoonlijk.
Nogmaals worden de kinderen die nog op Dikkebus verblijven, dringend aangemaand in de eerste dagen het dorp te verlaten. Er zijn er nog een 10-tal. Nochtans wordt er op aanvraag uitzondering verleend.
30 september, zaterdag. Een Duitse krijgsgevangene wordt hier bij het hoofdkwartier binnengebracht. Hij ziet er niet slechtgezind uit. Het is gewis een onderofficier.
Rond 16 uur vallen granaten rond de pastorie van Dikkebus. Om 21 uur doen de Engelsen met alle geweld hun kanonnen losbranden op een front van ten minste 3 uren, van Voormezele tot Waasten. Het duurt een dik uur. Zij maken vervolgens een raid en keren weer met enige krijgsgevangenen.
1 oktober, zondag. Eerste dag van de Rozenkransmaand. 40 communies. Om middernacht verandert het uur en wij komen weer in de oude tijdrekening.
2 oktober, maandag. Slecht weer. Niets bijzonders.
3 oktober, dinsdag. Granaten vallen rond de hoeven van Claeys en Lietaert. Op de hoeve van Lietaert worden 9 soldaten gedood en 12 gewond.
Verscheidene boeren van dezelfde hoek, Braem, Desmarets, Hoflack, Adriaen, hebben hun vruchten samen geschelfd achter de molen van Van Eecke en dorsen ze samen uit. Men betaalt 100 fr. per dag voor de machine. De burgemeester zegt dat 2 dagen dorsen met de machine hem 700 fr. gekost heeft.
4 oktober, woensdag. Op de hoeve van Cyriel Lamerant wordt vandaag aan de Dikkebusnaren die nog op de gemeente verblijven de betaling gedaan van het kantonnement van de Engelsen die op de gemeente verbleven gedurende de maanden januari, februari, maart 1915. Voor de Dikkebusnarenvluchtelingen wordt de betaling gedaan de 3 volgende dagen in Reningelst ten huize van de secretaris meneer Thevelin. De gemeente heeft daarvoor 69.000 fr. ontvangen, slechts 56% van de som die opgegeven was. Nochtans is men in het algemeen tevreden.
De hoeve van Cyriel Lamerant dient nu voor kerk, gemeentebestuur en post.
5 oktober, donderdag. Emiel Bosch, Alberic Decommer en Camiel Indevuyst, soldaten van de eerste groep, vertrekken vandaag naar Carteret. Deze laatste mag na protest als zijnde nodig voor de landbouw, voor een maand weerkeren. Silvère Nollet vertrekt naar het kamp van Auvours. Mijn broer Jozef vertrekt uit Vinkem naar Valognes.
6 oktober, vrijdag. Iedereen is de aardappelen aan het rooien. Ongelukkiglijk veel slecht weer. De aardappeloogst is deerlijk mislukt. Veel slechte. Enkel hier en daar een die geluk heeft.
7 oktober, zaterdag. In de avond vallen granaten voor de pastorie in de weide van Justin Thevelin.
8 oktober, zondag. In de voormiddag vallen granaten bij Brandhoek. In de namiddag geweldig geschut op het Belgische front langs Drie Grachten.
9 oktober, maandag. Enige Dikkebusnaren, jongelingen van 30 tot 40, krijgen uitstel voor de krijgsdienst, anderen krijgen bericht dat hun uitstel geweigerd wordt.
10 oktober, dinsdag. Jules Boudry en Cyriel Vermeulen, die reeds 4 maal voor 3 maanden uitgesteld waren, worden nu goedgekeurd en vertrekken naar Carteret.
11 oktober, woensdag. De jongelingen van Reningelst van beneden de 30 moeten vandaag voor de militieraad van Watou verschijnen. De Dikkebusnaar Edmond Decommer vertrekt ook naar Carteret. Een kleermaker met een rubberen been wordt ook goedgekeurd. Warlop, een zot van Ouderdom, wordt bij de cavalerie ingelijfd. Op 100 worden er nog geen 3 afgekeurd. Voor wie minder dan 30 jaar is, is uitstel uiterst zeldzaam en dat slechts in buitengewone gevallen. In Reningelst zijn het er slechts 3 op ruim 80 mannen.
12 oktober, donderdag. Na de mis ga ik naar de dorpsplaats van Dikkebus. Ik vind er weinig verandering. Van de dichtste kant van de plaats zijn alle vensterluiken verdwenen en alle deuren weg. In het midden en de verste kant is het beter. Het huis van Felix Lamerant is weggevoerd, ook de keuken van de pastorie. Ik ga naar het Engels kerkhof en merk dat er nog voortdurend nieuwe begrafenissen plaatshebben.
Een soort haag van 2 meter hoog is aangelegd op de hele linkerkant van de kasseiweg van Dikkebus naar De Klijte, overal waar de weg in het zicht van de vijand is, om zo het vervoer en de troepenbeweging te verbergen. Het is jammer dat men daar niet sedert lang al aan begonnen is. Die haag is gemaakt van nettendraad doorvlochten met brede linten. Ook op andere plaatsen van het dorp waar men in het zicht van de vijand is, zijn dergelijke hagen opgetrokken.
Overal worden aardappelen gerooid. De boeren moeten ze zelf uitkappen bij gebrek aan werkvolk. Reeds de hele zomer heeft Henri Desmarets 2 of 3 Belgische soldaten van ’s ochtends tot ’s avonds aan het werk. Veel anderen boeren vragen ook hulp aan soldaten.
Nu bestaat er wat meer reglement onder de Australische aalmoezeniers aangaande het verzorgen van hun katholieke soldaten in Reningelst. Vader Tighe, jezuïet, die gelogeerd is bij E.H. onderpastoor, is een van de beste aalmoezeniers die wij al tegengekomen hebben. Een opmerking, reeds meermalen gemaakt, is dat de jezuïeten doorgaans veruit de beste aalmoezeniers zijn en dat in elk opzicht. De katholieke Australiërs zijn zeer godvruchtig en zonder menselijk opzicht: zij gaan dikwijls te biecht en te communie. Ongeveer 1/4 van de Australiërs is katholiek. In de pastorie is een katholiek generaal van de 4de divisie gelogeerd. Hij kwam op zondagnacht om 2 uur thuis van de loopgraven en toch kwam hij om 6 uur naar de mis en de communie.
Veel nieuwe en mooie paardenstallen worden te allen kant opgetimmerd. Men bereidt de winterkantonnementen voor. De Australiërs verdienen meer geld dan de Engelsen en ook nog meer dan de Canadezen. Maar wij bemerken dat zij slecht geravitailleerd zijn.
13 oktober, vrijdag. In de voormiddag trekken hier ruim 300 Duitse krijgsgevangenen door de dorpsplaats. Zij zijn pas enige dagen geleden gevangen aan de Somme en nu komen zij hier de Belgische arbeiders vervangen. Zij komen van Abele en trekken naar Ouderdom, naar de hoeve van weduwe Jules Derycke, waar hun gevangenis opgeslagen is. Ze beslaat een uitgestrektheid van ruim een gemet land en is omgeven door een dubbele afsluiting in prikkeldraad. De buitenste is 2 meter hoog op 1 meter breedte, de binnenste 1 meter hoog op 2 meter breedte, alles in prikkeldraad dicht dooreengevlochten. Tussen beide afsluitingen ligt een passerel, waar de schildwachten op wandelen. Aan de hoek staat een houten toren van nagenoeg 7 meter hoog, waar ook een schildwacht waakt. Zij wonen er in lijnwaden parapluvormige tenten. De Duitsers waren vuil en nagenoeg allen hadden bleke en magere gezichten.
14 oktober, zaterdag. De 4de Belgische batterij, die bij het kasteel van Ségard staat, wordt geweldig beschoten.
15 oktober, zondag. Daar de dagen korter worden, verander ik het uur van mijn missen. In plaats van 6.30 uur en 8 uur stel ik ze op 7 en 10 uur. De soldatenmis blijft om 9 uur. In de missen tezamen waren er vandaag ruim 200 burgers, benevens 3 officieren en 12 soldaten. Het is waarlijk jammer dat onze soldaten de mis verwaarlozen. 3/4 van hen die op het echelon verblijven, zouden er aanwezig kunnen zijn. Een bezoek met uitnodiging van de aalmoezenier zou voorzeker de zaak veel veranderen. Helaas, de jongens zijn helemaal aan zichzelf overgelaten en de goeden beginnen stilaan mee te doen met de grote hoop. Nochtans zijn er de laatste tijd veel jongens van goede familie bij gekomen. Jammer dat meneer Belpaire hier niet meer is.
In de voormiddag veel vliegtuigen. Deze waren sedert enige dagen niet meer te zien, daar de lucht altijd betrokken bleef.
16 oktober, maandag. Ik krijg mijn uitstel van soldatendienst voor onbepaalde tijd, alsmede een blauwe armband met daarin een gestempeld en genummerd lapje met de nationale kleuren. De volgende mannen van 30 tot 40 jaar krijgen ook uitstel en dezelfde armband: Celeste Planckeel, Emiel Ghesquiere, Jules Depuydt, Theophiel Adriaen, René Van Eeckhoutte, Maurits Fivez, Jules Decrock. Uitstel wordt geweigerd aan Van Eeckhoutte Camiel, Debaene Hector, Adriaen Gustaaf.
De boter mag verkocht worden tegen 5,60 fr. per kilo.
17 oktober, dinsdag. De Duitse krijgsgevangenen komen een bad nemen in de brouwerij van Nestor Six en zich verversen. Waarlijk veel bleke en ziekelijke gezichten, men zou zeggen dat zij veel ontberingen geleden hebben. Sommige burgers vinden de gelegenheid om enige woorden met hen te spreken. De Duitsers vertellen dat zij enige weken geleden nog in Vlaanderen waren en dat zij vandaar naar het front van de Somme werden gezonden, waar zij gevangen werden. Zij vertellen over Vlaanderen: dat er in Poelkapelle geen burgers meer zijn, in Westrozebeke nog enige en in Oostnieuwkerke reeds veel meer. In Roeselare, zeiden zij, is er veel plezier en wij dronken er goed Rodenbachs bier. Een officier zei tot een burger: ‘Hier ziet men liever de Engelsen, omdat zij hier meester zijn, ginder zien zij ons liever omdat wij daar meester zijn.’ O die valsaards! De Duitsers dragen nog hun Duits uniform, maar zij die hun kapotjas of vest kwijt zijn of van wie ze versleten zijn, krijgen een nieuwe in grauwe stof. Op de rug is een gat waarin een blauwe lap genaaid is, een kenteken voor het geval dat zij zouden willen wegvluchten.
De militaire dokter Dewulf van Poperinge komt de jongens van René Capoen en Camiel Ooghe onderzoeken, die aangegeven zijn voor de schoolkolonies.
18 oktober, woensdag. In de avond is er nogal veel geschut.
19 oktober, donderdag. Niets bijzonders. Tegenwoordig beschieten de Duitsers zeer weinig de streek. Zelfs de stad Ieper wordt weinig beschoten.
20 oktober, vrijdag. Granaten vallen in de nabijheid van de hoeve van Celeste Planckeel. Gisterennacht en vannacht hoort men buitengewoon vaak de mitrailleurs.
André Mahieu en Maurits Noyelle vertrekken naar Carteret om er hun soldatenleven te beginnen.
De Australiërs die hier enkele weken geleden aangekomen zijn, verlaten de streek. Ze gaan eerst wat uitrusten en dan waarschijnlijk naar de Somme. Nochtans zal er hier nog geruime tijd Australische artillerie blijven. Het volk is spijtig om het vertrek van de Australiërs: zij verdienden veel geld en deden ook veel tering, ze waren beleefd en niet zo hoogmoedig en wantrouwig als de Engelsen. Het is tot nu toe het soort volk waarmee onze burgers het best konden opschieten. Zij worden vervangen door de Engelsen: op de dorpsplaats de 43ste divisie, bij Busseboom de 47ste, en bij De Klijte de 23ste.
21 oktober, zaterdag. De Australische aalmoezenier vertrekt. Zijn kamer wordt ingenomen door vader Bull O.P. van de 141ste brigade, die bij Busseboom is.
De grote kanonnen van Dalle, Paddebroek, Comyn en Planckeel schieten geweldig. Een Duits vliegtuig wordt boven Ieper door 2 Engelse vliegtuigen neergeschoten.
In Bailleul zijn 3 Duitse krijgsgevangenen die er gebruikt werden als werkers weggevlucht. Het schijnt dat men ze nooit weergevonden heeft.
22 oktober, zondag. Ferm gevroren. In de nacht gaan soldaten van de Belgische 5de batterij werken nabij hun kanonnen, in de buurt van de hoeve van Sinnaeve op Voormezele. Daar worden zij geweldig beschoten met gasgranaten. Een soldaat wordt getroffen en wel 30 meter ver gegooid, waar hij pas ’s ochtends ontdekt werd. Nog verscheidene soldaten zijn erg ziek van het gas, daar zij de tijd niet hadden om hun maskers aan te trekken. Ze moeten naar het hospitaal van Poperinge. Een wonder mag het heten dat er nu pas een eerste dode is in de 5de batterij, terwijl de andere batterijen reeds verscheidene slachtoffers hebben. In de ochtend laten de Duitsers een mijn springen in de Engelse loopgraven. Daarop schieten de Belgen. Aanstonds worden zij ook beschoten. Een wachtmeester van de 4de batterij wordt getroffen aan zijn hoofd. Het is dankzij zijn helm dat hij niet dood is.
23 oktober, maandag. De mannen van Dikkebus van 30 tot 35 moeten voor de militieraad van Watou verschijnen. Louis Depuydt en Jules Gontier worden voorgoed afgekeurd. Jerome Claerebout, Alouis Depuydt, Isidoor Van Elstlande, Hector Debaene, Camiel Van Eeckhoutte worden goedgekeurd en opgenomen in de tweede groep. Zij krijgen een kakiband. Zij zullen binnengeroepen worden door een Koninklijk Besluit dat ten minste een maand voor hun intrede moet verschijnen.
24 oktober, dinsdag. Om 9 uur wordt er in de schuur van Cyriel Lamerant een dienst gedaan voor de gesneuvelde soldaat van de 5de batterij. Omtrent alle mannen van het 5de echelon zijn aanwezig. Berichten dat de zaken zeer verslechteren in Dubroudja.
Vader Bull vertelt ons dat iedere Engelse brigade 4 aalmoezeniers heeft: 2 protestantse (Church of England), 1 katholieke en 1 presbyteriaanse of nonconformistische. Maar waar meer dan de helft katholiek is, zoals bij de Ieren, zijn er 2 katholieken en 1 protestant en 1 presbyteriaan.
25 oktober, woensdag. Het laatste Australische voetvolk vertrekt. Het gaat er weer van ‘spys’ en ‘Belgium no good’.
26 oktober, donderdag. Het is voor alle burgers en Belgische soldaten streng verboden met de Duitse krijgsgevangenen te spreken. Zij hebben goed eten en goede kleding. Ook schijnen zij niet slechtgezind. Zij werken meestal aan de stations en de spoorwegen en ik zie dat zij niet meer uitrichten dan onze Engelse en Belgische arbeiders. Als zij wat veraf werken, worden zij naar huis gebracht met de Engelse autobussen. Indien onze krijgsgevangenen zo behandeld worden in Duitsland, dan hebben zij waarlijk geen reden tot klagen.
27 oktober, vrijdag. Vandaag ga ik te voet naar Roesbrugge, vervolgens naar Haringe en ik keer te voet weer. Ik heb ongelukkiglijk slecht weer. Ik bezoek onderweg verscheidene Dikkebusse vluchtelingen. Op ’t Hoge is er een houten kerk opgetimmerd, waar pater Bertrand Vanderschelden O.M.C. dienst doet. De kerk doet ook dienst als meisjesschool. Daarnaast is er ook een jongensschool. Ik zie alsmaar meer tenten. De Engelsen liggen tot buiten de plaats van Proven. Daarvoorbij liggen de 1ste linie en de 2de jagers van de Belgen.
28 oktober, zaterdag. Voortdurend regen. De koebeesten kunnen niet meer in de weiden blijven. Daardoor worden zij goedkoop. De varkens integendeel zijn zeer duur. 2 fr. per kilo. Nochtans blijft het rundvlees ook duur.
Jules Bailleul, Valère Coene en Leon Ployaert vertrekken ook naar het leger en vervoegen de anderen in Carteret.
29 oktober, zondag. Ik merk dat de Belgen op de hofstee van Decrock voor hun barakken mooie tuintjes hebben aangelegd. Zij kweken er prei, sla, bloemen enz. Van nu af aan zal de bank van Poperinge alle zondagvoormiddag komen zetelen in de meisjesschool van Reningelst.
30 oktober, maandag. Niets bijzonders.
31 oktober, dinsdag. Met Justin Thevelin en Jeremie Durein rijd ik naar Watou naar de begrafenis van meneer Biebuyck, president van het tribunaal. Er was buitengewoon veel volk op de begrafenis. Ook hier zeer veel tenten langs de kasseiweg. In Sint-Jan-ter-Biezen merk ik 13 kleine tenten die bijeenstaan. Elke tent draagt de naam van een apostel. Er is zelfs een ‘Judas’ bij.
Granaten vallen tussen de hoeven van Emiel Comyn en Celeste Planckeel.
Ik breng van Watou uit de boekhandel van Sansen een pak boeken ‘IJPER’ mee van J. Buchan, in een vertaling uit het Engels door E.H. Callewaert, pastoor van De Klijte.
1 november, woensdag, Allerheiligen. Slecht weer. 70 burgers te communie en 6 soldaten. Kalme dag. In de kampen rond Ouderdom en de Potente zijn er zeer weinig soldaten.
2 november, donderdag, Allerzielen. 30 communies. In de namiddag schiet het kanon van de Paddebroek geweldig. De Dikkebusse mannen van 35 tot 40 trekken naar de militieraad van Watou.
3 november, vrijdag. 30 communies. De hertog van Connaught, oom van koning Georges, komt naar Reningelst inspectie houden van de troepen. In de namiddag is hij op de Kemmelberg, en gedurende meer dan een halfuur schieten alle kanonnen van de hele omgeving. Men zou menen een verwoede aanval. De Belgische artilleristen worden hun petten afgenomen en zij krijgen een politiemuts. Deze muts is gemakkelijker om weg te bergen wanneer men de helm moet opzetten, maar ze beschut het gezicht niet tegen de regen. Ze heeft volgens de mening van veel soldaten nog een ander nadeel: zij verschilt meer van die van de Engelsen. Zo worden de Belgen nu van ver herkend, hetgeen in sommige omstandigheden niet wenselijk is. Zo komt het dat zij over het algemeen liever hun pet hadden behouden.
Sedert enige tijd bakken de Belgen van de echelons veel pannenkoeken. Iedere 2 of 3 mannen hebben hun tentje en hun stoofje en zij huizen er op zichzelf. Zo maken zij ook jacht op de katten en vinden dat die zeer smakelijk zijn. Sommigen zelfs hebben reeds rattensouper gehouden.
De bestuurbare ballon van Ouderdom is losgeraakt en vliegt over naar de Duitsers. De mannen slagen erin neer te dalen met hun valscherm. Zij komen in Elverdinge terecht. Zij denken dat zij te midden van de Duitsers zijn en steken de handen omhoog om zich over te geven. Gelukkig waren het vrienden die hun tegemoetkwamen.
4 november, zaterdag. Kalme dag.
5 november, zondag. 40 communies, zodat op allerheiligendag ten minste 140 personen ter H. Tafel genaderd zijn. Geen soldatenmis op de hofstee van Lamerant daar de aalmoezenier met verlof is. Op de velden van Dalle naast Lucie Parret maakt men loopgraven om er oefeningen te doen met mitrailleurs.
6 november, maandag. Ik draag de H. Communie naar 13 zieke of oude mensen die zelf niet meer kunnen komen. Wat een schone grintweg van Hallebast naar de Razelput. Eerst zijn er aan elkaar gevlochten houten staken gelegd, waar er stenen op gevoerd zijn. Voorzeker zal die niet gauw begeven. Het schijnt dat hij veel gebruikt wordt. Er ligt ook een houten weg achter de Vijf Geboden tot dicht bij het huis van Charles-Louis Charles. Deze doet het meest dienst voor de autokanonnen voor vliegtuigen. Alhoewel het de laatste tijd veel geregend heeft, zijn de wegen toch veel beter dan verleden jaar. In de weide voor Hallebast is er een werkplein voor de genie.
7 november, dinsdag. Niets bijzonders.
8 november, woensdag. Voortdurend regen.
9 november, donderdag. Schoon weer. Op Ouderdom hangt een nieuwe kabelballon. Weer veel vliegtuigen. Ik ga naar Loker en merk dat er aan de Volksvriend veel nieuwe soldatententen opgetimmerd worden. In de avond om 21.30 uur merkte ik vanop mijn kamer een eigenaardig schijnsel ergens rond Kemmel. Het was om zo te zeggen een sterrentuil van wel 100 sterren op een hoogte van 30 tot 40 meter en van misschien wel 50 kubieke meter omvang. Het waren groene en rode sterren. Het schijnsel was reeds in volle gang toen ik het opmerkte. Het duurde nog een paar minuten, bijna zonder te veranderen, waarna de sterren langzaam neervielen of uitdoofden. Een prachtig vuurwerk. En tijdens dit alles hoorde ik niet het minste geschut of ontploffing. Nog verscheidene personen hebben het gezien, maar niemand kon het uitleggen.
Men is volop bezig met de cichoreien uit te doen. De drogers hebben ze gekocht voor 6 fr. per bak. Maar zij zijn voor het ogenblik niet tevreden omdat zij er niet mee naar Frankrijk mogen gaan. Daar zouden zij ze aanstonds met winst kunnen verkopen. Nochtans is ook hier het cichoreipoeder duur en ik geloof dat zij er toch niet aan zullen verliezen. Er werden hier niet veel cichoreien gezaaid, ook zijn er weinig drogerijen in werking. Erwten en bonen gaan 80 fr. en zullen rond nieuwjaar klimmen tot 100 fr. Alle koren is opgevorderd. Iedereen moet aangeven hoeveel hij er heeft en mag er een bepaalde hoeveelheid houden. De rest zal door de Staat opgekocht worden, maar niet boven 33 fr. per 100 kilo.
10 november, vrijdag. Nog voortdurend worden nieuwe burgertenten bijgebouwd en soldatenwinkels geopend. De verkoop is meestal niet groot. De grote Engelse kantine in de schuur van Spenninck doet te grote concurrentie aan. In de herbergen is de verkoop ook wat verminderd, toch blijft hij nog groot. Maar de herbergiers, die meer gewend zijn, doen ferm hun beklag. Iets eigenaardigs: het zijn zij die het minst reden hebben die het meest klagen. De Belgische soldaten in hun kantines verkopen ook bier aan de Engelsen. Die moeten 15 centimes per glas betalen, de Belgen 10. De herbergiers rekenen 20 en klagen ferm. Nog altijd doen de Belgen vondsten in Ieper, zij alleen kunnen nog stoofpotten verkopen. Tegenwoordig is de verstandhouding tussen Belgische en Engelse soldaten goed. Ze is uitmuntend tussen de mannen van de kanonnen.
11 november, zaterdag. Ik verneem dat er nu veel soldaten in Ieper zijn.
12 november, zondag. Ik merk nog Canadese soldaten maar deze zijn zeldzaam.
13 november, maandag. Met E.H. kapelaan van Reningelst breng ik een bezoek aan de hoeve van Cyriel Lamerant, aan de schuurkapel en het nieuwe kerkhof. Het grote kanon van de Paddebroek is geweldig. De Belgische kabelballon van Oostvleteren wordt in brand geschoten, de mannen kunnen neerdalen met hun valscherm. De Duitsers zenden ook een schrapnel naar de kabelballon van Ouderdom. Hij wordt niet getroffen maar uit voorzichtigheid daalt hij aanstonds neer.
De getrouwde mannen van Reningelst van beneden de 30 jaar gaan naar Watou voor de militieraad.
14 november, dinsdag. Het grote kanon van de hoeve van Dalle is deze nacht vertrokken. Men legt een tramweg naast de hoeven van Deraedt en Spenninck, door de hoeven van Adriaen en Thuylie. Rond de middag waren de Duitse krijgsgevangenen er aan het werk in de hoeve van Adriaen, toen hun Duitse medesoldaten, die voorzeker die troep volk gezien hadden maar niet herkend, begonnen te schieten: 6 granaten en enige schrapnels. 1 granaat viel in het tuintje van Arthur Desmarets en 2 vielen in de weide van Hallebast.
15 november, woensdag. Ik ga naar Dikkebus om de kinderen te waarschuwen die naar de schoolkolonies mogen vertrekken. Ik ga langs Hallebast en de Razelput. Voorbij de vijver en vijverbeek zie ik nog 2 gebouwen. De hoeve van Leroye, die nog bewoond is en er nog geheel staat en de helft van de schuur van Marcel Verschelde. Belgische soldaten vertellen mij dat er ook op Vierstraat nog enige gebouwen rechtstaan. Welk een wildernis! Henri Brutsaert en Jerome Decroos bewerken er een deel van hun land. Bij Achiel Vandermarliere zijn 3 Belgische soldaten van de 6de batterij aardappelen aan het rooien. Hij heeft ze reeds 4 weken aan het werk. Hij betaalt hun 7,50 fr. per week en wat drinkgeld aan de adjudant. Rond 11 uur zie ik dat de plaats beschoten wordt, veel obussen ontploffen niet. Het grote kanon van de Paddebroek is ook vertrokken.
16 november, donderdag. Na mijn mis ga ik naar de dorpsplaats. Ik verneem dat er gisteren een 30-tal granaten gevallen zijn, waarvan veel niet ontploften. Het waren grotere dan gewoonlijk, waarschijnlijk 220’ers. Ik zie dat een grote gevallen is in herberg Au Faisan d’Or. 4 Engelse soldaten werden er gedood en 8 gewond. 1 grote put in de tuin van de pastorie, 1 in de tuin van het klooster, 1 op het kerkhof op de graven van de familie Brutsaert, verscheidene in de weide van Thevelin, 1 in de Cercle Commercial, 1 grote put voor het huis van Henri Coene, een dood paard ligt ernaast. Het moet er verschrikkelijk aan toe zijn gegaan.
