3. Sergeant-adamant
Creegan wenkte.
Sandrina ging zijn kamer binnen, nog stoffig van het reizen en met een knorrende maag. Zodra ze haar paard aan de staljongen had overgedragen, had ze alleen nog de tijd genomen om bij de put achter de tempel haar dorst te lessen, maar ze had sinds haar vertrek uit Nes niets anders gegeten dan een handvol gedroogd fruit en wat noten. Haar orde bestond uit bedelmonniken en had geen eigen heiligdom of tempel in Nes, dus had ze geleefd van wat ze van haar laatste geld in Durbin had gekocht.
Zodra ze haar documenten aan de vader-bisschop overhandigde, wist ze dat er iets mis was, en dat het niets te maken had met de boodschap die ze bij hem bezorgde. Hij gebaarde naar een stoel tegenover zijn werktafel en zei: 'De Grootmeester is overleden.'
Ze haalde diep adem, sloot haar ogen en richtte een kort gebed tot de Godin om zich over de oude man te ontfermen op zijn weg naar het domein van Lims-Kragma. De Grootmeester was een goed mens geweest, bijna een heilige, en Sandrina twijfelde er niet aan dat hij zou worden beloond met een betere plek in het Wiel des Levens.
De vader-bisschop bleef zwijgen terwijl ze bad. Toen ze haar ogen opende, zag ze dat hij indringend naar haar keek.
'Vader-bisschop?'
Creegan glimlachte. Het was geen vriendelijke of warme uitdrukking, maar eerder de glimlach van een man die humor ziet op een heel duistere plek. 'Het einde van een leven is niet noodzakelijk reden tot droefheid, dochter,' zei hij. Hij gebruikte de aanspreekvorm die doorgaans was voorbehouden aan lagere leden van de orde, om het verschil in rang tussen hen te benadrukken. Ze wist niet waarom hij daar de behoefte toe voelde, maar ze wist wel dat hij niets deed zonder dat er een reden voor was. 'De Grootmeester heeft de Godin vele jaren lang goed gediend en heeft zijn rust verdiend. Maar het moment is... ongelukkig.' Hij stond op. 'Ik moet meteen naar Rillanon, want de bijeenkomst wordt al een week na de uitvaart gehouden, en de verkiezing van de nieuwe Grootmeester is nu van nog meer belang dan gewoonlijk.'
Ze wist dat hij verwees naar de kwestie van het demonenleger. Het 'legioen', zoals het werd genoemd, was ergens in de buurt en dreigde deze wereld te bestormen. Slechts weinig mensen binnen de tempel, en daarbuiten nog minder, wisten zelfs maar dat de dreiging bestond. Sandrina was zich er alleen maar van bewust dankzij het vertrouwen dat vader- bisschop Creegan in haar stelde. En nog minder mensen wisten af van de relatie tussen de vader-bisschop en het Conclaaf der Schaduwen onder leiding van de magiër Puc.
Ze knikte en zei: 'Ik begrijp het.'
'Dat weet ik, Sandrina.' Hij ging op de hoek van zijn schrijftafel zitten en blikte op haar neer. 'Ik heb het je nooit verteld, maar je hebt een schoonheid in je die maar weinig mensen opmerken.'
Ze schrok een beetje van die uitspraak. Er was altijd al een zekere mate van spanning tussen hen geweest en ze vond Creegan een heel aantrekkelijk en machtig man, maar zijn reputatie als rokkenjager en hun verschillende rangen hadden hen altijd van ongepast gedrag weerhouden.
Hij stak zijn hand op voordat ze iets kon zeggen. 'Ik bedoel niet je uiterlijke schoonheid - hoe indrukwekkend die ook is wanneer je hem laat zien — maar een schoonheid van kracht en doelgerichtheid, van wat je hebt doorstaan en van wat je ondanks een ontzettend moeilijk begin hebt bereikt. Zeer bewonderenswaardig.' Hij stond op en liep naar het raam. Terwijl hij naar buiten keek, zei hij: 'Ik denk dat we nog meer regen krijgen.' De regen langs de kust had haar tocht nog verder bemoeilijkt, dus ze hoopte dat hij het mis had.
'Ik geef jou tijdens mijn afwezigheid de leiding over de orde.'
Haar ogen werden groot. 'Mij?'
'Ik zal vader-bisschop Bellamy verzoeken om mijn taken waar te nemen, maar totdat hij er is, neem jij mijn plaats hier in.'
'Uw plaats?'
Creegan haalde zijn schouders op alsof hij iets onbelangrijks te melden had. 'Ik word de nieuwe Grootmeester.' Aan zijn toon kon ze horen dat het een uitgemaakte zaak was. Hij keek achterom en glimlachte. 'Dat is lang geleden al besloten. Dus ik stuur Bellamy meteen na de bijeenkomst hierheen, dan kun jij verder met je eigen werk en doen wat hij van je vraagt, want hij zal uit mijn naam spreken. Tot die tijd moet jij hier de leiding nemen.'
'Waarom ik?' vroeg ze zacht.
'Jij bent de enige die ik vertrouw, Sandrina.' Hij liep terug en nam plaats achter zijn tafel. 'Slechts een paar mensen weten wat daarbuiten werkelijk gaande is. Ik zal een namenlijst voor je opstellen; vertrouw niemand die daar niet op staat. En je hebt de eer verdiend. Het is niet ideaal om bijna het leven te laten, maar je hield je hoofd erbij toen je besefte hoe overweldigend de politieke realiteit is waar je zonder waarschuwing in bent meegesleept. Er zijn niet veel anderen in de orde die zo adequaat met demonen en geheime bondgenootschappen zouden zijn omgesprongen.'
'En de hogepriesteres?' vroeg ze.
Creegan glimlachte. 'Die zal natuurlijk bezwaar maken, maar aangezien ze geen gezag binnen de orde heeft zal ik glimlachen, knikken, en voorstellen dat ze gauw haar spullen pakt als ze met me mee wil naar Salador.'
Sandrina knikte. Hogepriesteres Seldon had ambitie en zou, zodra de bijeenkomst begon, actief gaan proberen hogepriesteres van de Grote Tempel te worden.
'Ik vermoed dat ze jou snel uit haar hoofd zal zetten om te beginnen met het eindeloze gevlei waar ik onderweg aan blootgesteld zal worden,' vervolgde Creegan.
Sandrina kon een glimlach niet onderdrukken. De hogepriesteres was misschien blij als Creegan uit Krondor wegging - hun relatie had altijd iets twistzieks gehad - maar zijn verheffing tot de hoogste post van de orde zou hem een nog belangrijkere stem in de tempel geven. Hij zou heel veel invloed hebben op de opvolging zodra de huidige hogepriesteres haar functie neerlegde.
'Je hoeft haar alleen maar een kort beleefdheidsbezoekje te brengen, en ik stel voor dat je dat meteen doet, voordat ik haar op de hoogte stel van je promotie.'
'Promotie?'
'Natuurlijk. Ik kan moeilijk een ridder-adamant de leiding geven over de orde in het Westelijke Rijk. Met ingang van nu ben je sergeant-adamant van de orde, maar je zult de bestuurlijke rang van adiuvare dragen. Het is een oude titel die we slechts zelden gebruiken, maar hij wordt nog altijd erkend. Dus je officiële titel is adiuvare-sergeant-adamant. Zodra Bellamy arriveert, word je gewoon sergeant.'
Ze probeerde haar glimlach te onderdrukken. 'Gewoon sergeant,' had hij gezegd. In de regel moesten ridder-ada- manten zeker twintig jaar dienen om de rang van sergeant te bereiken, en slechts een enkeling leefde zo lang. Ze was ervan overtuigd dat ze niet alleen de jongste sergeant in de orde was, maar misschien wel in de hele geschiedenis van de orde.
'Ik zal mijn uiterste best doen u niet teleur te stellen, vader-bisschop.'
'Als ik dacht dat daar maar de geringste kans op bestond, dan zou ik iemand anders deze taak hebben gegeven,' zei Creegan. 'Breng nu een bezoekje aan de hogepriesteres, ga iets eten en rust uit. Ik denk dat je zult ontdekken dat deze functie niet zo gemakkelijk is als hij lijkt.' Hij gebaarde naar de stapels papieren. 'Er zijn meer mannen ten onder gegaan aan rapporten dan aan al het staal in de geschiedenis.' Toen maakte hij een wuivend gebaar naar haar. Ze stond op, maakte een lichte buiging en liep zijn kamer uit.
Normaal gesproken zou Sandrina uitgelaten zijn geweest over de promotie, want het was een teken dat de Godin haar diensten op waarde schatte. In deze omstandigheden voelde het echter niet als een geschenk of beloning, maar als een zware last. Toen berispte ze zichzelf: als ze was opgezadeld met een nog zwaardere last, dan betekende dat eenvoudigweg dat de Godin haar in staat achtte aan de eisen van die hogere functie te voldoen.
Toch, dacht ze terwijl haar maag knorde, wenste ze dat ze iets te eten kon gaan halen voordat ze het verplichte bezoek aflegde.
Het bezoek duurde slechts kort. Zoals Creegan al had voorspeld, was de hogepriesteres afgeleid door haar voorbereidingen op het vertrek van de volgende dag en de zware tocht naar de haven van Salador. Daar zouden zij en Creegan een schip naar Rillanon nemen, waar de bijeenkomst voor de verkiezing van de nieuwe Grootmeester van de Orde van het Schild van de Zwakken zou worden gehouden. De hogepriesteres had daar geen officiële taak voor de orde uit te voeren, maar aangezien alle prelaten met enige rang waren uitgenodigd voor het voltrekken van de ceremonies en het verkiezen van Creegan, zouden alle anderen zich bezighouden met tempelpolitiek. Sandrina was blij dat ze niet mee hoefde, zelfs al had ze de verantwoordelijkheid gekregen over de orde in Krondor, en dus feitelijk over de orde in het hele Westelijke Rijk van het Koninkrijk der Eilanden.
Toen ze eindelijk had gegeten, keerde Sandrina terug naar de barakken en gaf haar vuile tabberd en kleding aan een bediende mee om ze te laten wassen; voor haar wapens en pantser zorgde ze liever zelf. Ze ging naar de gemeenschappelijke badruimte, die gelukkig verlaten was, en waste zich grondig.
Terwijl ze haar vuile haar waste, overpeinsde ze haar gevoelens over het vertrek van Creegan. Zijn promotie had eigenlijk al vastgestaan sinds het moment dat ze hem leerde kennen, maar er was altijd dat gevoel geweest. Ze zuchtte.
Haar ontmoeting met Amirantha, na die bijna fatale aanval op Tovenaarseiland, had gevoelens in haar gewekt die ze liever niet onder ogen zag. Creegan had diezelfde uitwerking op haar. Maar hoewel ze wenste dat haar intieme relatie met Amirantha nooit had plaatsgevonden, vermoedde ze dat ze een dergelijke omgang met Creegan pas echt zou betreuren.
Haar orde was niet celibatair, hoewel mensen zoals zij, met een belangrijke roeping, persoonlijke zaken vaak minder belang toedichtten; als vrouw in de bloei van haar leven voelde ze soms echter bepaalde behoeften. Door haar eigen jeugd had ze een gezin nooit als een zegen gezien, maar nu vroeg ze zich vaak af hoe het zou zijn om kinderen te hebben. Ze wist niets van kinderen opvoeden; haar moeder was ondergedompeld geweest in drugs, drank en mannen, en er was geen vaste vaderfiguur in haar leven geweest. Doordat Sandrina al sinds ze was opgebloeid tot jonge vrouw veelvuldig door mannen was misbruikt, had ze een bijzonder vergevingsloze kijk op hen gekregen.
Er waren maar twee mannen om wie ze was gaan geven: broeder Mathias, die haar had gered van de Keshische slavenmeester, en vader-bisschop Creegan, die haar mentor was geweest; maar nu begon ze te vermoeden dat hij nog belangrijker voor haar was.
En er waren twee mannen die ze dood wenste. De eerste was een zwarthartige schurk die door sommigen Jimmy- hand en door anderen Snelle Jim werd genoemd. Hij had de leiding gehad over het bordeel waar zij op jonge leeftijd als dure hoer te werk was gesteld, en had haar aan de Keshiër verkocht. De tweede was Amirantha. Hij had haar ingepalmd, tegen haar gelogen en haar gebruikt, en daarmee had hij haar oordeel over mannen in het algemeen bevestigd.
Diep in haar hart besefte ze dat ze Amirantha niet werkelijk dood wenste, maar eigenlijk alleen maar wilde dat hij haar de waarheid had verteld. Zelfs toen ze hem met een vuistslag tegen de vloer had gemept had ze daar meteen spijt van gehad. Ze wenste dat ze hem had kunnen vertellen dat hij haar had gekwetst, maar dan zou ze zwak lijken.
Ze pakte een emmer en goot water over zichzelf heen om het vuil en de zeep af te spoelen, en toen bukte ze zich en haalde een kam door haar haren. Het water was warm, maar het was na de recente onweersbuien kil in de badruimte, en ze kreeg kippenvel.
Ze besloot de meditatieve stoomruimte over te slaan en zich terug te trekken in de barak. Gekleed in een eenvoudig wit gewaad ging ze vroeg naar bed. Ze was een diepe slaapster, en als er andere leden van haar orde binnenkwamen, dan wist ze zeker dat die haar niet zouden wekken. Vannacht wilde ze alleen maar goed slapen, zonder dromen.
In de ochtend vertrok de groep met de hogepriesteres en de vader-bisschop naar Salador. Zoals Creegan had voorspeld, gedroeg Seldon zich zo nederig als menselijkerwijs maar mogelijk was tegenover de toekomstige Grootmeester van de Orde van het Schild van de Zwakken, zelfs op het schijnheilige af.
Bij het ontwaken had Sandrina een nieuw uniform op de kist aan het voeteneinde van haar bed aangetroffen, met erbovenop een nieuwe tabberd voorzien van een chevron en kroon op de borst ten teken van haar nieuwe rang als sergeant. Ze kon een glimlach niet onderdrukken toen ze dat zag. Van nature was ze niet trots, maar het ereteken gaf haar toch een fijn gevoel.
Ze had zich aangekleed en haar ontbijt uitgesteld om naar het verzamelterrein te gaan en afscheid te nemen van de vader-bisschop.
Creegan glimlachte toen hij haar zag en legde zijn hand op haar schouder. 'Het lot van de orde in het westen ligt nu in jouw handen, Sandrina.' Hij boog zich naar haar toe zodat niemand anders hem kon horen. 'Er ligt iets op mijn schrijftafel dat je moet lezen; het is het verslag dat je bij me hebt gebracht. Handel meteen. Ik vertel je niet wat ik zou doen, want dit moet jouw besluit zijn.'
Impulsief gaf hij haar een afscheidskus. Hij streek echter niet slechts kortstondig met zijn lippen langs de hare, maar bleef wat langer hangen en trok zich terug net voordat het iets zou worden waar ze zich allebei zorgen over moesten maken. 'De Godin zij met je,' fluisterde hij.
Woorden ontschoten haar en ze kon alleen maar knikken. Terwijl hij op zijn paard klom wist ze nog uit te brengen: 'De Godin zij met u, vader-bisschop.'
De hogepriesteres zat onbehaaglijk te wurmen op haar rijdier, een makke, kleine hakkenei die toch vurig genoeg was om de oudere vrouw een ongeruste blik te ondokken. Het was duidelijk dat Seldon de voorkeur gaf aan een draagstoel,- maar de noodzaak om op tijd bij de bijeenkomst in Rillanon te zijn maakte een rustiger vervoerswijze onmogelijk. Ze zou behoorlijk beurs en ongelukkig zijn tegen de tijd dat ze in Salador arriveerden.
Zodra de groep de poort uit was, haastte Sandrina zich naar Creegans werkkamer. Op zijn tafel lagen twee brieven en de bundel die ze zelf uit Durbin had meegenomen.
Ze pakte het eerste opgevouwen vel papier, waar haar naam op stond. Toen ze het opende, las ze: Sandrina, als de Godin het wil gullen we elkaar weerzien. Weet dat ik vertrouwen in je heb en ervan overtuigd ben dat je de taken die ik je heb gegeven even kundig zult uitvoeren als ik zelf zou hebben gedaan. Ik heb een lijst voorje opgesteld van lieden die je kunt vertrouwen — ze wist dat hij zinspeelde op mensen die te vertrouwen waren waar het het Conclaaf betrof — en een verslagwaarje meteen aandacht aan moet schenken. De Godin metje. Er stond alleen 'Creegan' onder.
Ze bekeek het lijstje, dat slechts vijf namen bevatte. Vier van hen waren priesters, en de laatste was de broeder die assisteerde in deze werkkamer; kennelijk waren dat de enige leden van de orde die van het Conclaaf der Schaduwen afwisten.
Ze keek op en zag daar de man die op de lijst stond: een prior van de orde, broeder Willoby. Hij was een gedrongen man met een rond gezicht dat altijd ongerust stond.
'Zuster?' vroeg hij. 'Kan ik van dienst zijn?'
Ze ging in Creegans stoel zitten en zei: 'Ik zal het je laten weten, broeder.'
'Ik ben buiten als je me nodig hebt,' antwoordde hij. Anders dan de ridders werkten de geestelijken van de orde als lekenpriesters in de tempels, maar ze waren niet uit eigen keus bestuurders. Het waren mannen en vrouwen die de Godin wilden dienen, maar die niet de lichamelijke kracht hadden om veldwerk te doen. Net als de meeste ridders stond Sandrina eigenlijk amper stil bij de priors, al kreeg ze, terwijl ze naar de rest van de documenten op tafel keek, die allemaal haar aandacht behoefden, het vermoeden dat ze binnenkort veel meer prijs op hen zou gaan stellen.
Ze vouwde de namenlijst op. Ze had de namen al in haar hoofd geprent en zou de lijst op een later ogenblik verbranden.
Toen opende ze het verslag dat haar door de naamloze Koninkrijkse edele was overhandigd en las het. Ze legde het neer, pakte het weer op en las het opnieuw
Ze stond op en riep: 'Willoby!'
Even later verscheen de geestelijke. 'Ja, zuster?'
'Drie dingen: ten eerste, heb ik een vervanger?'
Die vraag leek hem even van zijn stuk te brengen, aangezien zij optrad als vervangster van de vader-bisschop. 'Eh, nee,' zei hij. 'Ik bedoel, jij bent de vervangster nu de vader- bisschop weg is... Ik bedoel, nee, er is nu geen aangewezen persoon.'
'Mooi,' antwoordde ze. 'Dan ben jij vanaf nu mijn vervanger.'
Hij knipperde met zijn ogen. 'Als jij het zegt.'
'Nou, ik ben op het moment het hoogste lid van de orde ten westen van Malachskruis, en ik zeg het.'
Haar daadkracht scheen aanstekelijk op hem te werken terwijl ze opstond en het verslag onder haar tuniek stopte. 'Laat mijn paard zadelen, met een week proviand.'
'Je paard?' vroeg de klerk.
'Ja,' zei Sandrina. 'Ik moet vandaag nog weg, op een missie.'
'Maar wie...?' begon hij, en toen zag hij haar blik.
'Jij hebt de leiding tot ik terugkom,' zei ze.
'Ik?' Hij was bijna sprakeloos, maar toen knikte hij. 'Ik zal je paard laten voorbereiden, zuster.'
Ze wachtte tot hij was vertrokken en gromde toen zachtjes van frustratie. 'Rotzak,' zei ze zacht, denkend aan Creegan. Ze had zijn kus opgevat als uiting van de hartstocht die ze al jaren binnenhielden, maar het lezen van het verslag had haar van die notie ontdaan. Het was alleen maar een kus van verontschuldiging geweest. Natuurlijk wilde hij niet zeggen wat hij hier zelf aan zou doen, dacht ze. Sandrina had geen andere keus dan precies te doen wat hijzelf zou hebben gedaan: zichzelf op een missie sturen die haar waarschijnlijk het leven zou kosten.
Morrend over de vloek die mannen in haar leven waren, stapte ze zijn werkkamer uit en liep naar de wapenkamer om te kijken of haar nieuwe rang haar een beter pantser en betere wapens zou opleveren.