2. Vakantieplannen

Rrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr! De schoolbel gaat. Alle kinderen stromen naar binnen. Het is de laatste schooldag. Dan begint de vakantie. De stemming in de klas is uitgelaten. Maar Edwin zit een beetje duf op zijn stoel.

‘Goedemorgen, jongelui! Zo, nog één dag en dan hebben jullie vakantie. Allemaal zin? Nou Edwin, jij niet zo erg, zo te zien.’

De juffrouw kijkt Edwin scherp aan. ‘Je voelt je toch wel lekker joh?’

‘Jawel hoor, juf. Alleen ik heb vannacht niet zoveel geslapen.’

‘O, hoe dat zo?’

‘Ze hebben vannacht ingebroken bij de buurman. En omdat ik iets gezien had in zijn achtertuin, moest ik alles aan de politie vertellen’, zegt Edwin.

‘Zo, dat is ook wat. Weten jullie trouwens dat bij onze directeur vannacht ook is ingebroken?’

‘Bij meneer Geuze?’ vraagt Edwin verbaasd. ‘Ik hoorde vannacht al dat er op nog een plaats was ingebroken. Dat is dus daar geweest.’

Vera kijkt opzij. Ja, die Edwin heeft best iets stoers meegemaakt vannacht. Ze is best een beetje trots op haar tweelingbroer.

De juffrouw klapt een keer in haar handen. ‘Jongelui, zullen we eerst gaan beginnen.’ Het is ineens stil in de klas. Alle jongens en meisjes vouwen hun handen en sluiten hun ogen.

Na het gebed leest de juf een stukje uit de Bijbel. Als de klas een Psalm heeft gezongen, zegt de juf: ‘We maken eerst nog de laatste taalles. Dan is ons boekje uit. We kunnen straks nog wel een poosje over de vakantie kwebbelen.’

Op alle tafeltjes verschijnen een boek en een schrift en alle hoofden buigen zich vervolgens over het werk.

 

De schoolbel gaat weer. Pauze. Alle kinderen lopen naar het plein. Er staan direct een aantal jongens en meiden om Edwin heen. Hij krijgt allerlei vragen.

‘Eddy, heb jij die inbreker echt gezien?’

‘Hoe laat heb je hem gezien?’

‘Wie was het?’

‘Ho ho, niet allemaal tegelijk.’ Edwin steekt zijn handen in de lucht. ‘Als jullie nou allemaal eens even je snater houden.’

Dan vertelt hij opnieuw in geuren en kleuren wat hij heeft gezien en meegemaakt. Van de man in de tuin bij de buren, van Tim en Tor die begonnen te blaffen, de buurman en natuurlijk over het proces-verbaal.

‘Een proces-verbaal?’ vraagt een van de meiden. ‘Maar jij had toch niet ingebroken?’

‘Nee, natuurlijk niet! Weten jullie wel wat een proces-verbaal is?’ vraagt Edwin. ‘In een proces-verbaal schrijft de politie gewoon alles op wat je vertelt van wat je gezien hebt. Snappie?’ Hij vertelt er niet bij dat hij het zelf ook pas sinds de afgelopen nacht weet.

‘O ...’

Voordat iemand verder iets kan vragen klinkt de bel al weer en moet iedereen naar binnen. Niemand heeft veel zin. Achter hen klinkt de stem van de juf. ‘Zeg, zouden jullie niet eens binnenkomen?’

 

Als ze weer in de klas zitten, begint de juf te vertellen.

‘Nou, jongens en meisjes. Na vandaag zit het erop. Jullie krijgen vanmiddag je rapport. Ik hoop dat jullie een goede vakantie mogen hebben en ik ben eigenlijk wel een beetje nieuwsgierig wat jullie allemaal hopen te gaan doen.’

Een voor een vertellen de kinderen over hun vakantieplannen. Er zijn er die naar het buitenland gaan: Duitsland, Zwitserland, Frankrijk, Tsjechië. Een gaat er zelfs naar Nieuw-Zeeland. Maar de meesten blijven in Nederland. Ze gaan naar een camping aan zee of naar de Veluwe.

Dan is Edwin aan de beurt. ‘Wij hopen met z'n drieën te gaan varen in de Biesbosch enne ...’

‘Wacht eens even, Eddy’, valt de juf hem in de rede. ‘Wie zijn “wij ... met z'n drieën”?’

‘O, dat zijn Peter, u weet wel van Groeneveld uit de Biesbosch. Hij heeft hier ook op school gezeten. En dan Veertje en ikzelf, met de kajuitboot van Peter z'n vader. We mogen een vakantievaartocht door de Biesbosch gaan maken.’

‘En Tim en Tor mogen ook mee’, vult Vera snel aan.

‘Tim en Tor? Wie mogen dat dan wel zijn?’

‘Dat zijn onze honden’, zegt Edwin.

‘Ach ja, natuurlijk. Dat is ook zo. Wat leuk zeg. Maar doen jullie voorzichtig? Met z'n drieën op zo'n grote boot! Mag dat eigenlijk wel?’

‘Het is niet zo'n grote. Maar 8 meter en de motor is begrensd, dus hij vaart niet harder dan 15 kilometer per uur. Dan heb je geen vaarbewijs nodig. Peter heeft er al vaker mee gevaren.’

‘Nou, dat klinkt allemaal erg technisch, maar het zal wel’, zegt de juf.

Alle klasgenoten luisteren aandachtig naar de bijzondere vakantieplannen van de tweeling.

De laatste les, die helemaal geen les meer is, gaat snel. Het is al bijna twaalf uur als de juf op haar horloge kijkt.

‘O, ik zie ineens dat het bijna tijd is. Ik hoor wel dat jullie genoeg plannen hebben voor de komende tijd. Fijn hoor! Maar ik hoop dat jullie ook in deze drukke en gezellige en misschien wel spannende tijd de Heere niet zullen vergeten en dat Hij jullie allemaal weer veilig wil terugbrengen.’

Het is even helemaal stil in de klas.

‘Ik zal met jullie eindigen’, zegt de juf.

 

Tien minuten later slaan Edwin en Vera af richting hun huis op de Visserdijk. Uit tegengestelde richting komt juist Peter aanfietsen. Hij stopt bij de tweeling.

‘Komen jullie vanmiddag naar mij toe?’ vraagt hij.

‘Da's goed. Moeten we alvast iets meenemen?’ antwoordt Edwin.

‘Mmm, nee hoeft nog niet. Het is nu donderdag en we gaan pas volgende week maandag. Of eh ... neem anders alvast jullie slaapzakken mee.’

‘Oké, zie je vanmiddag.’

Peter zet er de gang in met zijn lange benen. Zijn blonde kuif waait omhoog.

Edwin en Vera stappen ook weer op en even later lopen ze door het schuurtje, waar ze de fietsen neerzetten, de achtertuin in.

Tor ligt languit op het stenen pad. Hij komt loom overeind als hij de kinderen ziet. Op het balkon boven de achtertuin staat Tim. Zijn korte staartje trilt en zijn flaporen staan rechtop. Zodra hij de kinderen ziet, begint hij te kwispelen met zijn staart en rent via de stenen trap naar beneden.

‘Hé Timmetje, stond je al op ons te wachten?’ Vera loopt naar het trapje en tilt Tim van de grond.

Tim geeft haar snel een likje over haar wang.

‘Hè, gek beest. Ben je zo blij?’ Ze streelt hem even over zijn witte kop met een bruine vlek aan één kant. Daarna zet ze hem weer op de grond.

‘Wat een aandachtvrager!’ zegt moeder. Ze staat bij de achterdeur.

‘Zo, dus nu is het vakantie!’

‘Ja, nu hebben we die druktemakers de hele zomer om ons heen!’ klinkt het in het gangetje. Vader komt er lachend bij staan.

Edwin komt ook naar binnen met Tor achter zich aan. De tafel in de keuken staat al gedekt. Tor kruipt in zijn mand nadat hij wat heeft gedronken uit z'n waterbak. Tim scharrelt even wat door de keuken, maar zoekt dan ook zijn mand weer op.