Wat vond hij van zoiets als de wereld van The Last Hurrah in Massachusetts?[31] Hij moet er wel van genoten hebben en er een kick van hebben gekregen.

Hij genoot ervan op dezelfde manier als hij ervan hield om te luisteren naar Teddy die verhaaltjes vertelt over Honey Fitz.[32] Hij genoot van die verhalen over zijn grootvader. Maar hij was het niet echt zelf... Kenny en Dave[33] en iedereen, nu dat mensen het erover hebben om boeken te gaan schrijven over Jack, zeggen zij altijd tegen me: ‘Waarom zouden Sorensen en Schlesinger boeken schrijven? Die zullen dan niet voor degenen zijn bij wie hij hoorde. Waarom schrijft niet iemand een boek voor de three-deckers?’[34] [Schlesinger lacht] Weet je, zij denken dat Jack bij hen hoorde. Maar dat was niet echt zo. Als ik denk, nu hij dood is en al die verschillende mensen die naar mij toe komen... je zou denken dat hij bij zoveel mensen hoorde, en allemaal denken ze dat ze hem helemaal bezaten, en hij hield van ieder van hen op de manier zoals de liefde van een moeder voor haar kinderen grenzeloos is. Als je acht kinderen hebt, dan betekent dat niet dat je minder van ze houdt dan wanneer je er maar twee hebt... dat de liefde zoveel minder zou worden. Dus hij hield van de Ieren, hij hield van zijn familie, hij hield van mensen als jij en Ken Galbraith.[35] Hij hield van mij en van mijn zus in de wereld die niets met politiek te maken had, waar hij zich naar wendde om het plezier en als uitlaatklep. Hij hield van ons allemaal. Weet je, ik ben helemaal niet jaloers. Hij hoorde bij jullie allemaal. Hij had zijn leven zo in vakjes ingedeeld en het mooie is dat iedereen in al die vakjes wel voor hem wilde sterven. En wij hielden van iedereen omdat iedereen van mij hield... omdat ze wisten dat ik dat deed. En ik houd van Dave Powers, ook al had ik hem eerder weinig gezien. Het is nu pas dat je begrijpt dat Jack van ieder aspect van zijn leven wist wat hij wilde. Hij wilde nooit mensen ’s avonds zien met wie hij overdag had gewerkt. Vaak zei ik tegen hem in het Witte Huis, ‘Waarom vragen we Ethel en Bobby niet voor het diner?’ omdat ik bang was dat Ethel anders gekwetst zou zijn. Maar hij wilde Bobby nooit op bezoek en Bobby wilde ook nooit komen omdat ze de hele dag al samen hadden gewerkt. Je kreeg dus mensen op bezoek die behoorlijk leuk waren. Charlie Bartlett[36] en de Bradlee’s[37] kwamen heel vaak. Het was heel ontspannend... of hoe zeg ik dat... die feestjes die we meestal gaven.

==

11.tif

De Kennedy’s met Ben en Tony Bradlee in de West Sitting Hall van het Witte Huis

De beste feestjes waar ik ooit bij ben geweest. Waren ze niet fantastisch? De mooiste meisjes, de heerlijkste tijden. Iedereen gedroeg zich dan zoveel beter dan anders. Iedereen was op zijn vrolijkst en leukst en aardigst.

Het was een mix van leden van het kabinet en vrienden uit New York en jonge mensen. Ik deed op die feestjes erg mijn best omdat ik het idee had toen we eenmaal in het Witte Huis zaten, dat ik er dan even uit was, en ik kan je niet vertellen hoe zwaar de spanning van het Witte Huis kan zijn. Ik kon er even uit en elke keer als Jack zag dat het een beetje te veel voor me werd, dan stuurde hij me weg... nou, niet direct, maar hij zei dan: ‘Waarom ga je niet naar New York, of op bezoek bij je zus in Italië?’ Toen stuurde hij me naar Griekenland, dat in dat jaar, weet je, wel om een heel droevige reden was, maar hij dacht dat ik depressief werd vanwege Patrick.[38] Ik dacht, ik kan er even uit, ik kan naar een restaurant in New York of door de straat wandelen en een antiekwinkel binnengaan of een nachtclub. Je hebt misschien wel eens gehoord van de Twist of zoiets... niet dat jij om nachtclubs geeft... en ik wil er niet vaker naartoe dan eenmaal per jaar... maar Jack kon niet even weg. Dus daarom probeerde ik bij die feestjes voor vrolijkheid te zorgen, en voor nieuwe mensen en muziek en voor leuke avondjes. En wat hield hij ervan.

Hij hield ervan. Danste maar zelden, maar hield ervan...

Liep alleen maar rond, terwijl hij zijn sigaar rookte.

Praatte met de meisjes... liet Oleg de twist dansen. Of Steve of wie dan ook.[39]

Ja, en dan liep hij heel snel weer door, weet je, om zo’n beetje iedereen even te spreken.

Hij bezat een buitengewoon grote kennissenkring en het vermogen om... om sympathiek... mensen aan te spreken uit het hele scala van mensen.

Ja, dat is zeker waar, want het mooiste dat ik van hem dacht, weet je, toen we net getrouwd waren en ook later, was dat wat jou ook boeide, Jack ook ging boeien. Toen ik belangstelling kreeg voor Franse meubels, kreeg hij die belangstelling ook en dan was hij zo trots, dan ging hij naar Joe Alsops[40] huis en herkende daar Louis XVI en Louis XV. Toen ik begon met het verzamelen van tekeningen, wilde hij er alles van weten. Of toen ik van alles las over de achttiende eeuw, dan pakte hij een boek van mij om te lezen en om alles te weten te komen over de maîtresses van Lodewijk XV, voordat ik het wist. Maar veel van die senatoren waarmee we dineerden... senatoren en afgevaardigden dat eerste jaar... al die mannen praatten tegen mij alleen maar over zichzelf. En Jack was zo geïnteresseerd... misschien is dat Tweelingen, of zoiets?[41] Ik vroeg hem een keer, de maand voordat we trouwden in Newport, wat hij vond dat zijn beste en zijn slechtste eigenschappen waren. Hij dacht dat zijn beste eigenschap nieuwsgierigheid was, en ik denk dat hij gelijk had. Hij dacht dat zijn slechtste zijn prikkelbaarheid was, maar, ik bedoel, tegen mij was hij nooit prikkelbaar. Ik denk dat hij daarmee ongeduld bedoelde. Weet je, hij hield er niet van om zich te vervelen en als iemand saai was, dan pakte hij een krant, maar hij was zeker niet vervelend om mee te leven.

==

12.tif

Het huwelijk van John Fitzgerald Kennedy en Jacqueline Lee Bouvier, 12 september 1953

Hij was niet prikkelbaar in de zin van het huidige Witte Huis.[42] Nee, ik heb niemand ontmoet... van South Boston via Harvard tot Palm Beach... hij was thuis in heel veel dingen en, zoals je zei, gaf mensen uit al die lagen van de bevolking het gevoel dat hij bij hen hoorde. Het was een buitengewoon...

Ja, zo raakten ze allemaal geïnteresseerd in politiek en zo. Weet je, er was nog nooit zo’n universele president geweest. Het betekent echt helemaal niks, maar in de Washington Post las ik kortgeleden de bladzijde over toneel... en Alain Delon, die kleine, jonge Franse jeune premier filmster, kwam naar Washington. Dus ging de toneelcriticus hem interviewen en het enige waarover hij kon praten was Jack. Dus weet je, hoe ‘wij, alle jonge mensen’... wel, ik bedoel, daar is een kleine sexy jonge Franse filmster en hij is zo getroffen door Jack. Dat komt doordat Jack jong was en geliefd... weet je... alles... charme, meisjes, weet je, in de beste zin van het woord. Het was alsof hij heel veel gemeen had met die jongeman, op dezelfde manier als hij dingen gemeen had, met zo veel kanten van jou. Iedereen zag iets van zichzelf in Jack. Voor die tijd werd politiek overgelaten aan oubollige oude mensen die juichten op 4 juli... en, weet je, al die dingen die mij zo moe maakten van politiek.

Hij gaf jeugd en intellect en smaak een stem in de wereld, die overal ter wereld werd gehoord, en hij bezat die buitengewone combinatie van idealisme en realisme, die...

Dat is weer... de Kennedy’s hebben me dat verteld... helemaal Jack, echt... al dat vragen, vragen. Weet je, als jij niet aanviel, dan drongen ze je de hele avond in de verdediging. Dus al die vragen die hij mij of mijn zus stelde... en dus vroeg ik hem een keer hoe hij zichzelf zou omschrijven, en hij zei: ‘Een idealist zonder illusies.’

Mmm. Dat is prachtig.

Iemand vroeg mij eens iets over hem, en toen zei ik dat... en zag dat het aan mij werd toegeschreven. Maar Jack heeft dat gezegd.

In die jaren in de Senaat, wie ontmoette je toen vooral? Van de Senaat bedoel ik.

Wel, in die jaren, als je bedenkt dat Jack ieder weekeinde weg was, dus waren er nog drie of vier dagen van de week over, waarvan hij er twee moe was... maar degenen die we zagen... ik herinner me etentjes... wie zouden er dan zijn geweest? De Symingtons, de Smatherses, de Coopers... zij waren altijd... heel leuk, John Sherman Cooper en Lorraine.[43]

Hij is de aardigste man van de Senaat.

Ja, dat denk ik ook.

Niet zozeer Hubert?[44]

Nee, die zag ik nooit... de enigen van wie ik me herinner dat ze in dat eerste jaar bij ons kwamen eten toen we aan Dent Place woonden... 3327 Dent Place... dat we van de Childses [45] huurden... ik herinner me dat we de Symingtons, de Smatherses en de Coopers te eten hadden en... dat zijn de enige senatoren die ik kan bedenken... oh, en soms Mansfield.[46] Het jaar daarvoor, 1960, toen waren het anderen... ik herinner me dat McCarthy kwam... Eugene McCarthy[47] en een paar anderen, die ik me niet kan herinneren.

Johnson, ooit?[48]

Nooit.

Je noemde de conventie in Chicago... enkele onbevredigende gesprekken met Stevenson. De relatie Kennedy-Stevenson heb ik altijd wat raadselachtig gevonden en een beetje triest, want ik denk dat als de president Stevenson ooit had ontmoet als die echt in een ontspannen stemming was, hij hem zeker had gemogen omdat hij heel erg innemend kan zijn. Maar op een of andere manier verstijfde Stevenson altijd en werd hij formeel en zo als de president er was.

Nou, dit is allemaal achteraf, maar ik heb altijd gedacht dat Stevenson iedere keer... Stevenson heeft Jack zo vaak laten vallen. Dus, weet je, Jack werkte echt hard voor hem en alles, en hij was niet aardig tegen hem tijdens die conventie. Ik herinner me dat hij een gesprek had met Stevenson voordat die het opengooide [de kandidatuur voor het vicepresidentschap]... misschien was het doel van dat gesprek... ik weet het niet, ik denk alleen maar... was dat hij hoopte dat Stevenson hem zou vragen om vicepresident te worden of zoiets. Dan denk ik... ik weet niet of Stevenson... maar ik denk dit van zoveel mensen... dat Jack hem jaloers maakte.

Ik denk dat hij Stevenson uiteindelijk heel erg jaloers maakte omdat Stevenson zag dat de president niet alleen de nominatie in de wacht sleepte, maar ook veel van zijn aanhang aantrok en dat hij [JFK] het soort dingen die hij [Stevenson] het liefst had willen doen, beter deed dan hij had kunnen doen. Maar in ’56, ik weet het niet... volgens mij heeft het ook met de generaties te maken, Stevenson was vijftien jaar ouder.[49]

Ik zie dat bij meer mensen die kwaad waren op Jack toen hij president was. Dan hoor je erover. Een daarvan is bijvoorbeeld Scotty Reston.[50] Iemand die heel dicht bij hem stond vertelde me dat het de jaloezie van de generaties was. Hij kon het niet uitstaan dat een jonger iemand, of iemand van Jacks leeftijd, opkwam. En Jack riep dat op... en met Dean Acheson[51] was het precies zo. En dan was er ook jaloezie onder leeftijdgenoten, want iemand van Jacks leeftijd die ergens achter een of ander bureau zat en rondhing in een bar aan Bailey’s Beach[52] zou ook het gevoel krijgen dat hij een nul was als hij zag wat Jack niet allemaal deed. Hij riep zoveel jaloezie op, en die mensen waren degenen die van die gemene dingen over hem zeiden. Ik vond dat Stevenson tijdens de conventie van 1960 echt verschrikkelijk deed tegen Jack. Toen Jack hem vroeg... was het bij de voorverkiezing in Oregon?... om hem te steunen of zich terug te trekken?[53] Maar hij had hem dat voorjaar al van alles gevraagd, en Stevenson was alleen maar... Oh, ik weet wat Stevenson tegen hem zei, namelijk dat hij dat niet kon doen omdat hij niet ontrouw wilde zijn aan Lyndon Johnson of zoiets.

Dat is zo. Ik was tussenpersoon. Er waren meer tussenpersonen, dat weet ik zeker. Maar ik sprak die winter en lente een paar keer met Stevenson namens de president... en Stevensons antwoord was dat hij Lyndon Johnson in 1959 had gezegd dat hij neutraal zou blijven en geen steun uit zou spreken voor welke kandidaat ook, en dat hij zijn woord aan Lyndon Johnson zou houden.

Maar ik herinner me een avond dat Jack thuiskwam en nogal... niet grof, maar me met dat speciale lachje dat hij had vertelde dat dat was wat Stevenson tegen hem had gezegd en dat hij dacht dat Stevenson hoopte dat hij tot running mate van Johnson benoemd zou worden. Toen vertelde hij me iets zo beledigends, wat Johnson een dag eerder tegen hem over Stevenson had gezegd. Weet je, hij dacht: ‘Hoe dom kan die man zijn?’ Maar Jack wist toen al, denk ik... ik bedoel, hij wist dat hij die nominatie zou krijgen.

Ik denk dat Stevenson, al zou hij dat nooit aan zichzelf of anderen toegeven, wachtte op een patstelling waarin hij de presidentskandidaat zou worden. Ik betwijfel of hij wel kandidaat voor het vicepresidentschap had willen worden. Maar dit zou hij nooit toegeven en dus vroegen wij, mensen die in ’52 en ’56 voor hem waren geweest, zoals ik, of hij kandidaat was. Hij zei dan dat hij geen kandidaat was en dat ontsloeg me, vond ik, van iedere verplichting. Maar gedurende die hele periode, weet je, als je twee keer [de nominatie] gewonnen hebt, dan blijf je hopen.

Ja, oh, het is moeilijk voor hem. Maar, weet je, hij is gewoon nooit zo ruimdenkend of diepzinnig geweest als Jack was. Echt, ik begrijp dat nu pas allemaal.

Iemand zei ooit dat Stevenson een Griek was en Kennedy een Romein.

Nee, volgens mij was Kennedy een Griek en Stevenson een, wel...

Kennedy was een Athener en Stevenson kwam uit Thebe.[54] [Beiden lachen]

Ja, ik weet het niet, hij was een beetje... Hij was wel goed, Stevenson. Ik bedoel, hij was de eerste die iets politieks zei waarnaar je wilde luisteren... de eerste keer dat iemand iets intellectueels aan de politiek bijdroeg.

Hij hielp bij het bereiden van de weg. Hij hielp de situatie voor te bereiden, en toen kwam de president als een soort climax.

Maar hij kon niet... ik bedoel, het heeft geen zin om over Stevenson te praten. Over dat hij besluiteloos was, of dat hij door zijn papiertjes bladerde, of dat hij zorgvuldig iets pakte dat getypt was en het dan overschreef omdat hij er zo trots op was dat iedereen zei dat hij al zijn toespraken zelf schreef... ik weet het niet, arme man. Het is eigenlijk droevig. Weet je, Jack heeft alles bereikt waar hij ooit van droomde, en dan moet het droevig zijn als jou dat niet is gelukt.[55]

Het is droevig. Na de conventie van ’56 was de president behoorlijk opgelucht, dat was hij... omdat hij het niet geworden was [kandidaat voor het vicepresidentschap]... direct... ik weet dat hij later zou zeggen hoe blij hij was.

Dat is grappig. Er was... ik herinner me dat ik ernaar keek met Michael Forrestal.[56] Ik was even weggegaan om een cola of zoiets te halen, helemaal onder de tribunes, en ik was net op de terugweg toen plotseling de strijd begon, en al die borden waarop de hele tijd de aantallen veranderden. Ik botste tegen Michael Forrestal op en hij nam me mee naar een stand van Westinghouse en we zagen de hele strijd op televisie. En daarna gingen we naar Jacks kamer in de Stockade Inn, of wat was het ook al weer?

Ja, Stockyards Inn.[57]

Maar hij was echt teleurgesteld, net als in iedere strijd kan gebeuren, en toen ging hij zeggen... en zo mooi... dat hij slechts een beetje teleurgesteld was. Toen vlogen we terug... ik kan me niet herinneren of dat die middag was of de volgende dag... en toen was hij het al niet meer... hij was alleen uitgeput.

Herinner je je wie het dichtst bij hem stonden op dat moment van de conventie? Torb en Bobby en Ted Sorensen, stel ik me voor.

Ja, nam hij daar eerst een bad en zag hij het [het verloop van de stemming] op televisie? Ik denk die drie. Zij moeten weten of er nog anderen bij waren. Het was in die kleine kamer, weet je, daarachter, en er was nog iemand... ik moet nadenken wie... ik kan het me niet herinneren.

En toen, na ’56, tegen de tijd dat hij kandidaat was voor de Senaat in ’58, toen ging hij duidelijk al proberen om in 1960 president te worden.

Nou, nooit in heel zijn leven vóór dat jaar waarin we aan de voorverkiezingen begonnen, heeft hij tegen me gezegd, ‘Ik ga proberen president te worden’ of juist niet. Weet je, het ging gewoon zo. Maar natuurlijk ging hij dat wel, want toen kwam hij terug... Na de conventie vloog hij naar Europa om in Zuid-Frankrijk bij zijn vader te logeren en een paar dagen uit te rusten. En toen verloor ik de baby en kwam hij voor een paar weken terug naar Newport.[58] Daarna kwamen we terug en woonden we de herfst in Hickory Hill terwijl we een eigen huis zochten, maar hij was altijd op reis. En ook die hele winter reisde hij. En ja, natuurlijk, al die politieke bijeenkomsten, bijeenkomsten, bijeenkomsten... ja, ik denk dat hij het toen heeft besloten.

Ik herinner me dat ik het plotseling besefte toen hij zo vastbesloten was om de race om de Senaatszetel voor Massachusetts in ’58 met een zo groot mogelijke meerderheid te winnen.[59] Het was volstrekt helder dat hij zou gaan winnen en daarom was het helemaal niet nodig om campagne te voeren, maar hij werkte tijdens die campagne heel hard.

Ja, ik herinner me dat we met de boot uit Europa terugkwamen en iemand ons verwelkomde met een opiniepeiling over hoe Foster Furcolo[60] het deed. Zou dat het kunnen zijn? Jack stond er ook niet zo goed voor. [Gepraat over de taperecorder] En daarom volgde deze grote, verwoede inspanning. Op een of andere manier lijkt me dit de zwaarste campagne geweest... deze campagne voor de Senaat.

==

13.tif

John F. Kennedy op campagne voor zijn herverkiezing in de Senaat met Jacqueline Kennedy en Edward M. Kennedy

Bedoel je alleen de omvang of meer...

Ik bedoel dat ik me niet herinner één keer thuis te hebben geslapen in al die maanden. Twee maanden, denk ik. En weet je, altijd haasten, haasten.

Elke keer weer thee.

Vooral eindeloze autoritten. Het was vreselijk. Oh, ja, met professor Burns,[61] en Jack die hem vertelde wie hij op de podia allemaal een hand moest geven, en dat allemaal in de Berkshires [een regio in het westen van Massachusetts], door Springfield, verschillende hotels, weet je.

Hou je wel van campagne voeren?

Jawel... tot je uitgeput raakt. Weet je, vanaf ongeveer de vijfde dag is het alleen nog maar uitputting, en dan... ik vind het heerlijk als het geweldig gaat... ik vind het heerlijk als het geweldig gaat voor Jack.

Er is niets spannender dan een volgepakte zaal binnengaan en kijken hoe de kandidaten binnenkomen, iedereen wordt enthousiast.

Ja, wel, dat vond ik allemaal geweldig, en tegen het einde ging het beter en beter.

Mijn Leven Met John F. Kennedy
titlepage.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_000.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_001.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_002.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_003.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_004.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_005.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_006.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_007.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_008.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_009.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_010.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_011.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_012.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_013.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_014.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_015.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_016.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_017.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_018.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_019.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_020.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_021.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_022.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_023.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_024.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_025.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_026.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_027.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_028.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_029.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_030.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_031.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_032.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_033.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_034.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_035.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_036.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_037.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_038.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_039.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_040.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_041.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_042.xhtml