HOOFDSTUK 13
Zenith maakte zich los uit de sterke gespierde armen die nu zo ongelooflijk teder om haar heen lagen. Ze liep naar het raam en keek naar buiten met ogen die brandden van de tranen.
‘Hé, wat is dat?’ Steve’s hand op Zeniths schouder was niet langer teder. Hij dwong haar hem aan te kijken.
‘Vanwaar die plotselinge afkeer?’ vroeg hij. ‘Ik ben de vader niet, als je dat denkt.’
‘Doe niet zo gek,’ zei ze kwaad.
‘Doe jij niet zo gek,’ zei hij, ‘het ene ogenblik haal je me aan -’
‘Dat heb ik niet gedaan!’
‘En het volgende duw je me weg. Wat is er, Zenith? En probeer niet me wat wijs te maken. Ik heb op je gelet... die keer dat ik naar de Groeve ging, bezorgde je me een gevoel dat ik nooit eerder heb gekend.’
‘Zelfs niet met Helen?’
‘Met Helen?’ echode hij.
‘Er is iets tussen jou en Helen, dat kun je niet ontkennen, Steve. Je zegt dat je op my hebt gelet - wel, ik heb op jullie gelet.’
‘En wat je zag beviel je niet?’
‘Nee. Ik heb Helen altijd voor pa bestemd.’
‘Was dat de enige reden? Nee, Zenith, dat maak je mij niet wijs. Vertel op.’
‘Ik heb niets te vertellen.’
‘Zenith,’ zei hij, ‘houd je niet langer groot. Zelfs op die eerste dag in het magazijn toen ik je hield voor de jongen die je niet was, moet je hebben geweten dat dat het begin was.’ Hij trok haar naar zich toe en kuste haar. Het was een kus vol verlangen die met een vurige tong het bloed door haar aderen joeg en het haar onmogelijk maakte zich tegen hem te verzetten. Ondanks... Helen.
‘Helen,’ hoorde ze zichzelf hardop zeggen.
‘Ja, Helen.’ Steve had Zenith losgelaten. ‘Zenith, ik hoop... ik denk... mijn hemel, ik weet zeker dat ze mijn moeder is.’
‘Je wat?’ vroeg ze verbaasd.
‘Mijn moeder.’
‘Ik snap het niet,’ fluisterde ze.
‘Ik heb je al eens verteld dat ik een weeskind was,’ begon hij. ‘Ik verbleef in een goed tehuis, maar zoals zovelen van ons, wilde ik weten wie mijn ouders waren. Ze hadden me een paar aanwijzingen gegeven. Mijn vader leefde niet meer, hij was al voor mijn geboorte gestorven. Mijn moeder was erg jong geweest, had geen familie gehad tot wie ze zich kon wenden, geen geld en had ten slotte gedaan wat ze in die tijd allemaal moesten doen ‘Ze had haar kind afgestaan?’
‘Ja.’
‘Arme Helen. Maar- hoe wist je dat het Helen was?’
‘De organisatie waartoe ik me wendde, vertelde me dat het meisje na de geboorte sekretaresse was geworden, maar altijd zo ver mogelijk bij de steden vandaan.’
‘Hoe wisten ze dat? Ik dacht dat geheimhouding gewaarborgd was.’ ‘Dat was ook zo en dat is nog steeds zo, want niets had de organisatie ertoe kunnen bewegen me namen of adressen te geven als Helen zelf ook niet was komen vragen.’
‘Hoe, Steve? Hoe?’
‘Hoe ik haar heb gevonden, bedoel je? Ondanks het gebrek aan informatie bleef ik proberen. Ik had maar een betrouwbaar iets om op af te gaan en dat was het feit dat mijn moeder alleen maar werk aannam dat ver buiten de stad lag. Dus ging ik daarvan uit. Zodra ik afgestudeerd was, begon ik serieus te zoeken. Je zult wel van Carol hebben gehoord dat ik bij verscheidene ondernemingen heb gewerkt voordat ik in Savage terechtkwam.’
‘Dat heb je me zelf ook verteld.’
‘Ik bleef zoeken. En bij Helen - wist ik het.’
‘En Helen wist het ook.’ Zenith dacht terug aan de dag waarop Steve Forbuck de mannen van Savage had toegesproken en hoe Helen had gekeken... gekeken...
‘Ik weet het niet. Ik denk het wel. Er is niets gezegd, niets. O, Zenith, ik hoop het zo. Het kan me niet schelen hoe het allemaal is gekomen, waarom ze me niet heeft gehouden, ik wil haar alleen maar bij me hebben.’ ‘Dat wil ik ook voor jou, Steve, maar meer nog wil ik Helen bij pa houden. Maar dat kan nu natuurlijk niet meer.
‘Vanwege Carol?’
‘Ja. Ik ken mijn vader en hij is iemand die zich nooit aan een afspraak zal onttrekken.’
‘En als de andere partij dat nu eens deed?’
‘Dat doet Carol niet,’ verzekerde ze hem.
‘Ik kan me vergissen, maar dat denk ik niet en ik geloof dat Carol het al heeft gedaan. Je hoorde wat ze zei voordat de baby werd geboren.’ ‘Toen kletste ze maar wat.’
‘Ze meende ieder woord - daarvan was ik overtuigd toen ik de helicopter hoorde. Jij moet het ook hebben gehoord.’
‘Ik hoor hem altijd als hij de voorraden brengt.’
‘Dit was een andere. Dit was niet het geluid van een machine die iets kwam brengen, maar van een die iets kwam halen.’
‘Kwam halen?’
‘Kwam halen, Zenith. Ik denk dat, als we naar buiten gaan om te kijken hoe de zaken ervoor staan, we zullen merken dat het kamp met twee personen is verminderd. Carol en Brent.’
‘Weg?’
‘Weg, Zenith.’ Steve pakte haar hand en ze liepen naar buiten.
Het was merkwaardig stil buiten.
‘Ik vraag me af,’ zei Steve, ‘of de stam is vertrokken.’
‘Maar Ludy heeft net haar baby gekregen.’
‘In hun natuurlijke omgeving brengen de vrouwen tussen de bedrijven door hun kinderen ter wereld, dus waarom zouden ze dat nu anders doen?’
‘Het bevalt me niet,’ zei Zenith ongerust. ‘Misschien hebben ze Avua gezien en zijn ze hem achterna gegaan. Misschien zijn de andere jongemannen intussen ook gekomen.’
‘Ik denk dat Derek ons dat wel kan vertellen,’ zei Steve en hij riep naar Derek die met Helen aan het eind van de lange gang stond.
Derek en Helen kwamen aanlopen en het eerste dat Zenith opviel was dat ze hand in hand liepen.
Haar vader zag zijn dochter kijken... ‘Vind je het erg, Zenith? Ik weet dat Elvie het niet erg had gevonden,’ zei hij zacht.
‘Elvie zou blij zijn geweest.’ Zenith keek niet naar Helen... Steve’s moeder? Ze moest wachten, hield ze zich voor, wachten tot Helen erover begon. Maar, waar was de stam?
‘Weg,’ zei Derek. ‘Met de jonge moeder.’
‘En haar zoon,’ vulde Helen aan.
‘Er is een wonder gebeurd... tenminste zo lijkt het,’ zei Derek ongelovig. ‘De krijgers moeten Avua op de hielen hebben gezeten. Ze kwamen niet veel na hem aan. O, ja, we wisten dat Avua er was. De oudste man zei het nog voordat hij was aangekomen.’
‘Hoe wist hij dat?’ vroeg Zenith.
‘Hoe weten ze alles? Dat is iets dat de oorspronkelijke bewoners van Australië eigen is. Hij wist dat Avua zou komen, en hij wist ook dat de achtervolgers hem zouden insluiten. Dus -’
‘Dus?’
‘Dus zijn ze allemaal weggegaan en denk ik dat ze weer allemaal in hun kamp zitten.’
‘Maar Avua -’
‘In het kamp mèt Avua, hoewel ik er niet aan twijfel dat die onstuimige jongeman enkele strikte beperkingen opgelegd heeft gekregen, denk je niet, Steve?’
‘Ongetwijfeld.’ Steve grijnsde.
‘En het wonder?’ vroeg Zenith.
‘Dat was het wonder. Aanvaarding van een zoon en broer die de oude regels heeft geschonden. En ik denk dat ik weet waarom.’ Derek keek naar Steve.
‘Jij had hun vertrouwen gewonnen,’ zei hij rustig. ‘Dat heb ik al eerder gezegd. Maar op de dag datje een zwart pak aantrok en afdaalde in het zwarte water werd je iets meer dan een blanke man in wie ze vertrouwen konden hebben, je werd -’
‘Maar dat hebben alleen de oude mannen en de vrouwen gezien,’ viel Zenith hem in de rede.
‘De oude wijze mannen vechten niet meer, maar ze winnen nog steeds de strijd. Ze regeren de stam. Heb ik gelijk, Steve?’
‘Ja,’ zei Steve.
‘Dus het is Avua vergeven?’ vroeg Zenith.
‘Nog niet, maar dat zal gebeuren.’
‘Dus ze vormen weer een grote familie?’
‘Plus éen,’ zei Helen glimlachend.
‘Dus Carol is te vroeg vertrokken, dat wil zeggen, als ze is vertrokken -’
‘Zij en Brent zijn vertrokken zonder afscheid te nemen,’ bevestigde Derek. ‘Zojuist werd ons gevraagd of we nog meer personeel wilden afvoeren.’
‘Wat heb je gezegd, pa?’
‘Wat denk je? Zeg jij het maar, Steve.’
‘Ik geloof dat u zei, dat een man de kip die gouden eieren legt niet in de woestijn laat sterven.’
‘Er is geen woestijn meer, het is allemaal water,’ merkte Zenith op. ‘Water dat snel aan het zakken is,’ verbeterde Steve. ‘Dat heb ik de baas verteld toen ik de tweede maal had gedoken. Ik heb ook verteld dat maar een klein percentage van de bodem uit klei bestaat en dat binnen een dag of veertien - misschien eerder -’
‘Ja?’ vroeg Zenith.
‘Dat jij dan weer een heel eind op weg zult zijn om Miss Porte-Monnee te worden.’
Ditmaal keek Zenith wel naar Helen, lieve, lieve Helen die haar bril afzette en weer opzette.
‘Eerder Miss zonder Porte-Monnee,’ zei ze. ‘Nu is er werkelijk een Mrs. Porte-Monnee.’
Iedereen lachte.
Maar Zenith lachte niet mee.
‘Pa -’ begon ze.
‘Ja, Zennie?’
‘Die keer datje naar dokter Namoi bent geweest -’
‘En terugkwam met het nieuws over Carol?’
‘Ja.’
‘Kunnen we dat niet vergeten, Zennie?’
‘Ik - ik dacht... Carol vertelde me... er was een kans dat...’
‘Dat ik het niet lang meer zou maken?’ vroeg Derek grijnzend.
‘Eh -’
‘Geen sprake van, Zen,’ vervolgde Derek Smith. ‘Bill Namoi heeft me alleen zuiveringszout en een andere kok voorgeschreven.’
‘Maar zo is hij. Hij vertelt zijn patiënten nooit iets.’
‘Ik vertel je de waarheid, Zenith. Hij heeft geen letter op papier gezet.’
‘Maar Carol zei ’
‘Dan heeft Carol gelogen. Kunnen we het nu vergeten, kindje?’ Derek draaide zich om naar Steve en zei klaaglijk: ‘Ik heb genoeg van die zieleknijperij, Forbuck. Vind je niet dat we, nu we over een week weer aan het werk kunnen, eens een kijkje in de kelder moeten nemen?’
‘Prima idee,’ antwoordde Steve grinnikend en ze beenden weg.
De twee vrouwen bleven elkaar een tijdje aankijken. Toen zei Helen: ‘Je vraagt je af hoe ik het heb kunnen doen? Hoe ik mijn kind heb kunnen afstaan?’
‘Nee, natuurlijk niet,’ protesteerde Zenith. Toen zei ze: ‘Ja.’
‘Ik was jong - net zo jong als jij nu bent. Ik had letterlijk niemand, Zenith. Mijn ouders waren gestorven en ik hoopte een heel nieuw leven te kunnen beginnen. Ik ontmoette Gareth... ook jong... ook geen familie... en we trouwden. Hij kwam vlak daarop om het leven. Hij heeft de baby nooit gezien, wist niet eens dat er een baby op komst was. Zo vlug gebeurde het.’
‘O, Helen!’ zuchtte Zenith.
‘Het was toen anders, je hebt er geen idee van hoe anders. Tenzij je familie had of vrienden tot wie je je kon wenden, kon je niet - kon je niet -’
‘Ik snap het, lieverd.’
‘Ze zeiden dat het egoïstisch van me was als ik het wilde proberen, oneerlijk. Ik begreep toen dat ze me alleen maar wilden helpen dus dus deed ik afstand van hem.’
‘Heette hij toen al Steve?’
‘Nee, alleen maar kind van het mannelijk geslacht.’ Helen slikte. ‘Ik herinner me dat dat op het formulier stond dat ik moest tekenen.’
‘En de naam Forbuck?’
‘Ik geloof dat ze een hele lijst achternamen hadden waaruit ze konden kiezen. Gareth heette Saunders,’ zei Helen moeilijk.
Na een poosje vervolgde ze: ‘Zenith, dat is alles wat ik me kan herinneren. Hij heette Gareth Saunders en we waren jong en we hielden van elkaar. Het is dertig jaar geleden. Misschien zou het fantastisch zijn geworden, misschien ook niet, dat weet ik niet, maar ik weet wel dat het niet heerlijker had kunnen zijn dan de gevoelens die ik nu heb en altijd al heb gehad voor Derek.’
‘Meer kan iemand zich niet wensen,’ zei Zenith.
De twee vrouwen liepen gearmd de gang uit maar halverwege de kantine bleef Zenith staan.
‘Het zakt, Helen,’ zei ze opgewonden, ‘je kunt de stoep van ons huis al zien.’ Ze wees naar de helling.
Helen maakte zich los van Zenith en liep de gang in om Derek het heuglijke nieuws te vertellen en Steve Forbuck, die de twee taktvol alleen liet, kwam naar Zenith toe.
‘Er schoot me net iets te binnen,’ zei hij. ‘Als ik Helens zoon ben en dat ben ik, en ik trouw met de dochter van Helens man, wat ik van plan ben, trouw ik met mijn zusje. Wat vind je daarvan?’
‘Als broer beval je me niet,’ zei Zenith, ‘maar als echtgenoot ’
Hij deed een pas naar haar toe. ‘Ja?’
‘Nee, nee, niet hier, Steve, niet terwijl iedereen kijkt.’
‘Eén havik, één kiekendief, één - Zenith, Zenith, hoorde je wat ik zojuist zei? Ze zijn terug.’ Hij wees naar boven. ‘De vogels zijn terug. Daarna komen de kikkers. Over een week heel Savage.’
‘Maar Alexander niet,’ zei Zenith spijtig. ‘Alexanders ouders hebben bij een andere onderneming gesolliciteerd. Alexander komt niet terug.’
‘Dan zullen we zelf voor een Alexander moeten zorgen, onze eigen lastpost. Toe, lieveling, wanneer zei je ook alweer dat de dominee komt?’
‘Onder deze omstandigheden komt hij alleen maar op bezoek. Steve, Steve, wat doe je?’ Want Steve trok Zenith met zich mee naar de deur.
‘Ik zal een dringende boodschap zenden,’ zei hij, ‘een bericht dat direkt moet worden doorgegeven.’
Hij pakte een pen en begon te schrijven. Toen zei hij: ‘Deze boodschap: Aan de eerwaarde William Flett. Kom s.v.p. dadelijk Stop In verband met huwelijk Stop S.O.S. Ondertekend Zenith en Steve Stop’ ‘Idioot die je bent!’ zei Zenith.
‘Maar,’ voegde ze eraan toe, ‘wel een heel bijzondere.’