15. Edwin wordt sikkeneurig
‘Je had wel heel veel geluk’, vindt Vera.
‘Hoezo?’ wil Peter weten.
Edwin en Peter fietsen voorop. Vera fietst achter hen, met haar voorwiel tussen Edwin en Peter in.
‘Van Lingen schopte m’n tas, waar nog een pakketje vuurwerk in zat, om.’
‘En toen…?’ vraagt Peter.
‘Hij heeft er niks van gemerkt, terwijl hij zelfs het vuurwerk in zijn handen heeft gehad.’
Nu het goed is afgelopen kan Edwin er weer om lachen. Dat hij op dat moment verschrikkelijk in de piepzak zat, vertelt hij er niet bij.
‘Dan heb je zeker heel veel mazzel gehad. Als ze je snappen, kun je rekenen op een schorsing’, weet Peter.
Ze hoeven niet zo hard te trappen, want ze hebben de wind in de rug. Het is wel ijzig koud.
Vera trekt haar muts nog eens verder over haar oren.
‘Je moet wel oppassen nu’, zegt Peter. ‘Zou er geen andere manier zijn om uit te vinden waar dat illegale vuurwerk nu precies vandaan komt?’
Edwin haalt zijn schouders op. ‘Als jij iets beters weet …’
‘Nou ja, ik zeg het voor je eigen bestwil. Als je opgepakt wordt met illegaal vuurwerk heb je een probleem. Je denkt toch niet dat ze je geloven als je met een verhaaltje aankomt dat je naar een illegale vuurwerkopslagplaats aan het speuren bent.’
‘Ik vind dat Peter eigenlijk wel gelijk heeft’, mengt Vera er zich weer tussen.
‘Laat mij nu nog maar even’, zegt Edwin een tikkeltje geërgerd. ‘Wie weet hoe dicht ik erbij ben. Als ik er nu mee stop, is alles zeker voor niets geweest. Had ik ook die negentien euro meteen in de sloot kunnen gooien. Ik ga nog eens diep nadenken of ik iets kan verzinnen …’
Het drietal is bij de plaats waar Edwin en Vera afslaan, het dorp in. Peter moet de dijk nog een stukje volgen richting de boerderij.
‘Zie ik jullie vanavond nog?’
‘Kom vanavond bij ons’, stelt Vera voor.
‘Nee, liever nu niet’, zegt Edwin snel. ‘Als ik vanavond nog … iets … moet doen, wordt dat lastig als we bij ons thuis zijn.’
‘Oké, ik begrijp het’, zegt Peter. ‘Komen jullie maar naar mij dan. See you!’
Terwijl Peter doorfietst, zegt Edwin tegen z’n zus: ‘Wat zegtie nou?’
‘Beter opletten bij Engels, broertje’, grijnst Vera. ‘Wat-ie zei betekent zoiets als ik zie jullie vanavond nog wel.’
Even fietsen ze zwijgend verder.
Dan zegt Vera ineens: ‘Als je gesnapt wordt, heeft pa ook een probleem.’
‘Hoezo?’
‘Dat begrijp je toch ook wel? Pa is als gemeenteraadslid bezig om de overlast van vuurwerk tegen te gaan. Nou en als dan zijn eigen zoon met illegaal vuurwerk wordt betrapt, wie gelooft hem dan nog?’
‘Ik zorg wel dat ik niet word gesnapt.’
‘Dat dacht je vandaag in de klas ook.’
‘Dat was een ongelukje.’
‘Maar dat kan toch overal gebeuren.’
Edwin zucht een keer diep. Zussen willen ook altijd het laatste woord hebben. Diep in zijn hart weet hij wel dat ze gelijk heeft, maar hij wil zo graag zijn plan afmaken.
Waarom wil ik dat eigenlijk? denkt hij bij zichzelf.
Ineens komen de beelden van Rex en de verdrietige mevrouw Versluis hem weer voor ogen. Dat kan er nu gebeuren met vuurwerk. Siervuurwerk is mooi om te zien. Vuurwerk is stoer om mee te knallen, maar het heeft ook een andere kant. Hoe zou het met mevrouw Versluis zijn? Ik heb niets meer over haar gehoord. Ze zal zich vast heel eenzaam voelen. Rex was het enige wat ze nog had. Die is weg. Dat moet verschrikkelijk voor haar zijn. Hoe zou ik me voelen als Tor zoiets was overkomen? Edwin moet er niet aan denken. Hij voelt zich ineens weer gesteund door deze gedachten om stug door te gaan met zijn plan. Ik moet er zo snel mogelijk achter zien te komen waar Mark dat vuurwerk vandaan haalt. Wellicht weet Bert dat wel. Waar was Bert vandaag? Ik heb hem niet gezien. Zou-ie ziek zijn?
Even later komen ze bij huis aan.
Juist als Edwin zijn fiets op de standaard zet, hoort hij dat zijn telefoon een geluidje geeft. Een sms’je, denkt hij. Snel kijkt hij even naar zijn zus. Ze heeft het blijkbaar niet gehoord.
Edwin heeft ineens weinig tijd.
Hij loopt zelfs Tor voorbij zonder aandacht aan hem te schenken.
Tor kijkt z’n baasje afwachtend na, maar deze komt niet naar hem terug.
Snel neemt Edwin wat te drinken en haast zich vervolgens naar zijn kamer.
Moeder kijkt Vera aan. ‘Wat een haast ineens?’
‘Weet ik ook niet’, zegt ze. Het zal wel met zijn plan te maken hebben, denkt ze.
‘We hebben behoorlijk wat huiswerk’, vertelt ze aan moeder. ‘Ik ga ook maar eens aan de slag als ik m’n drinken op heb.’
‘Verstandig’, vindt moeder.
Even later zeult Vera haar zware boekentas de trap op en loopt eerst even naar de kamer van Edwin. Ze kijkt om het hoekje van de deur.
Edwin schrikt op.
‘Ben je weer aan het sms’en?’ vraagt Vera.
‘Kom even binnen en doe de deur dicht’, zegt Edwin.
‘Precies wat ik dacht. Bert is ziek. Longontsteking. Hij sms’te net terug. Hij vroeg of ik vanavond naar Mark wilde gaan. Er lagen weer bestellingen. Hij hoestte de laatste dagen ook al vreemd, vond ik. Hij hoefde nog niet naar het ziekenhuis, maar met een longontsteking is-ie wel even zoet. Misschien kan ik wat meer te weten komen nu Bert er even uit ligt.’
‘Misschien!’ benadrukt Vera.
‘Hè, doe nou niet zo vervelend. Ik kom steeds dichter bij een oplossing.’
‘Misschien!’ herhaalt Vera nog eens.
‘Je hebt toch ook gezien wat mevrouw Versluis met haar hond Rex heeft meegemaakt!’ valt Edwin uit. ‘Waarom dacht je dat ik me zo druk maak om de plaats te ontdekken waar dat illegale vuurwerk vandaan komt? Dacht je soms dat ik dit voor de lol doe?’
Vera is een moment verbaasd om deze plotselinge boosheid van haar broer.
‘Oké, ik begrijp je wel’, zegt ze dan voorzichtig. ‘Jij gaat vanavond dus naar die Mark. Wat moeten Peter en ik doen?’
‘Dat weet ik nog niet’, zegt Edwin nu minder fel. ‘In ieder geval je mond houden.’