16

Cinta Melloy liep door de chaotische straten van Depot en probeerde het verkeer te ontwijken dat alle kanten tegelijk op leek te razen. Daar was hij weer, vlak voor haar. Ze dook weg achter een hoek, toen de man achteromkeek. Ze was er tamelijk zeker van dat hij haar niet had gezien. Tamelijk zeker. De man was achterdochtig, daar bestond geen twijfel over. Maar hij was ook een amateur, en dat maakte hem een stuk minder zeker van zichzelf. Cinta zag hoe Davlo Lentrall bleef staan om weer een van zijn belachelijke affiches op te hangen. Cinta had ze zelfs niet bekeken, maar hield alleen de man in de gaten. Ze vermoedde trouwens wel wat er ongeveer op zou staan: STOP DE KOMEET! STOP DE WAANZIN! PROTESTEER NU! LAAT DE PLANEET MET RUST! VANVOND MASSABIJEENKOMST!

Zinloos. Hoezeer ze het ook met de uitspraken op de affiche eens was, ze wist heel goed dat het veel te laat was. De teerling was geworpen. Cinta liet zich niets wijsmaken. Ze wist dat de komeet eraan kwam. En Lentrall waarschijnlijk ook. De bevolking wist het in elk geval. De enigen die op de bijeenkomsten kwamen opdagen, waren Lentrall, een paar zonderlingen en een verzameling spionnen en informanten, vanwie sommigen van de BBD, die gemakkelijk van de surveillancefoto's konden worden herkend.

Waarom maakte Lentrall zich zo druk? Of was al deze onzin een dekmantel voor iets anders. En zo ja: voor wat?

Lentrall keek weer achterom en Cinta dook snel weg, probeerde dat althans. Ze wist eigenlijk zelfs niet precies waarom ze hem volgde. Ze was hem gewoon op straat tegengekomen en was achter hem aangegaan.

Daar ging de volgende affiche. Cinta schudde haar hoofd en gaf het op. Ze draaide zich om en wilde weglopen. Ze kwam in de verleiding om Lentrall officieel te laten schaduwen en minder opvallende en meer ervaren mensen het werk te laten doen. Als ze niet zo vreselijk onthand was, zou ze dat ook hebben gedaan. Maar er waren zo veel mensen die moesten worden geschaduwd.

De evacuatie zelf leek in elk geval op een ordelijke, correcte manier te verlopen. De zware hijsers, de bouwploegen en de talloze hulpdiensten - medische nooddiensten, motorreparatiediensten, cartografische diensten, voorraaddiensten, accommodatie- en gezondheidsdiensten - leken, hoe onwaarschijnlijk ook, allemaal keurig hun werk te doen. Die eenheden Dom en Dee, die Kresh zo vertroetelde, wisten duidelijk wat ze deden.

Maar er gebeurde nog veel meer, en het meeste stond Melloy niet erg aan. Ze had in opdracht van Tonya Welton een detachement BBD-personeel voor de evacuatie ter beschikking gesteld. Cinta was zelfs naar Depot gevlogen om zelf de leiding op zich te nemen. Maar dat had allemaal weinig zin. De BBD was hier en deed haar officiële werk, maar ze hadden ook een geheime opdracht. Ze moesten de andere spelers van het spel in de gaten houden, en er was voldoende om in de gaten te houden.

De CIP had hier zijn eigen veiligheidsmensen, en die hielden de BBD in de gaten, zoals van hen werd verwacht. Het fiasco op het plein bij de Regeringstoren stond per slot van rekening nog vers in het geheugen. De IJzerkoppen leken overal te zijn en vertoonden zich in hun zwarte uniformen op straat en in de winkels. Een van de teams van de BBD had zelfs hun oude vriend Norlan Fiyle gezien, die openlijk het plaatselijke hoofdkwartier van de IJzerkoppen in- en uitliep. En dan waren er de horden nieuwwetrobots, die als razenden hun eigen evacuatie vanuit hun krappe kantoren aan Shipping Street leidden. De BBD had stapels foto's van Caliban, de geenwetrobot, die daar in- en uitliep, evenals een flinke verzameling van Prospero, al leek die minder vaak te komen en korter te blijven.

Misschien had geen van hen iets kwaads in de zin. Misschien hadden ze allemaal mooie plannen om van de planeet Inferno een paradijs te maken, maar Cinta betwijfelde het, al was het best mogelijk.

Maar zelfs de beste bedoelingen konden rampzalig uitpakken.

En Cinta Melloy was er zeker van dat in elk geval één persoon in deze stad allesbehalve goede bedoelingen had.

 

Simcor Beddle glimlachte toen hij uit de patrijspoort van zijn luchtwagen keek. Er stond een grote menigte om hem in Depot te verwelkomen. Behoorlijk groot, in aanmerking genomen dat Depot slechts een klein stadje was. Simcor Beddle had de afgelopen drie weken bijna continu heen en weer gereisd tussen Hades en Depot, maar elke keer wanneer hij naar Depot terugkeerde, was de massa er weer.

Dat heb ik aan Gildern te danken, dacht hij. Ik heb alles aan Gildern te danken. Die man was onmisbaar.

Maar hij moest de menigte niet laten wachten. Hij moest opschieten, als hij op tijd klaar wilde zijn. Of, beter gezegd, om de robots op tijd klaar te krijgen.

De robotpiloot voerde de standaardlanding uit. Een dienstrobot maakte Simcors veiligheidsriem voor hem los, terwijl een tweede hem overeind hielp. Simcor stond op en liep om zijn stoel heen. Hij stond midden in de grootste ruimte in de wagen, waar de twee dienstrobots hem uit zijn verkreukelde reis-overall pelden. Hij stapte de compacte verfrissingseenheid van de wagen in en wachtte tot de bediende zijn hand naar binnen stak om het systeem aan te zetten. Waterstralen spatten op hem neer.

Er was geen tijd voor een complete naalddouche en de verfrisser in de luchtwagen bood bij lange na niet de luxe die Beddle als vanzelfsprekend beschouwde, maar zo nu en dan moest je je behelpen. Toch waren zelfs een paar seconden onder de nevelspuiters van de verfrisser al heel verkwikkend. Hij liet zich door de heteluchtstralen drogen en stapte toen weer de hut in.

Binnen een oogwenk had de dienstrobot Beddle aangekleed in het pikzwarte, officiële uniform van de IJzerkoppen. Nog voordat hij het besefte, was hij al klaar. Zijn onderscheidingen glansden, zijn laarzen glommen als een spiegel en zijn keurig gekamde haar zat vast onder zijn keurig geplaatste pet.

Een dienstrobot hield een spiegel omhoog, en Beddle knikte tevreden naar zijn spiegelbeeld. Het was belangrijk er goed uit te zien. Hij gebaarde de tweede robot het zijluik van de wagen te openen. Dat zwaaide naar buiten, waarna Beddle de juichende menigte tegemoet trad.

Daar was Gildern. Hij stond op een laag podium en ging voor in het applaus. En daar waren de camera's, achter in de menigte, die alles vastlegden en doorgaven aan elk station dat de IJzerkoppen maar wilde hebben. Beddle glimlachte en liep naar het platform met het spreekgestoelte, op de voet gevolgd door zijn twee dienstrobots.

Hij knikte een bedankje naar Gildern en wendde zich toen tot de menigte. 'Nou,' begon hij met een luide, verdragende stem, 'hier ben ik weer.' Dat had een vrolijk gelach tot gevolg, zoals hij had verwacht. Hij maakte een vaag gebaar naar de lucht. 'Maar er is ook iemand anders - of liever gezegd: iets anders - onderweg. De komeet Grieg zal over tien dagen hier zijn. En dan moeten we allemaal weg zijn. Wij van de IJzerkoppen weten hoeveel jullie hier in Utopia moeten opgeven. We weten allemaal hoe groot de beloning voor de hele planeet zal zijn, maar hoe groot die voor anderen ook is, het is niet juist dat jullie daar de prijs voor moeten betalen. En we zullen ervoor zorgen dat dat niet gebeurt.

Ik geloof niet dat gouverneur Alvar Kresh het op die manier ziet. En trouwens, heeft Kresh Utopia al eens bezocht? Is hij wel van plan ooit nog hierheen te komen, voordat Utopia niet meer bestaat? Hij heeft elk van u een bepaald bedrag toegezegd om de verhuiskosten te dekken. Nou, dat is allemaal wel mooi en aardig, maar het is niet genoeg! Wij, de IJzerkoppen, zijn bereid veel verder te gaan. We zullen ervoor zorgen dat jullie allemaal goed worden verzorgd. We zullen ervoor zorgen dat jullie tijdelijke behuizing zo comfortabel mogelijk zal zijn. We zullen ervoor zorgen dat al jullie eigendommen mee kunnen, als ze maar enigszins te verplaatsen zijn, en niet alleen de "essentiële" eigendommen, die jullie van Alvar Kresh mogen houden.'

En dat had het applaus tot gevolg waarop Beddle had gewacht. Het maakte niet uit dat de partij van de IJzerkoppen failliet zou zijn als hij ook maar de helft van zijn beloften zou inlossen. Het maakte niet uit dat de bijdrage van de IJzerkoppen in de vorm van transportmiddelen, onderdak en andere zaken nauwelijks meetbaar was. Tegen de tijd dat dat allemaal duidelijk zou worden, zouden de mensen het veel te druk hebben met het opnieuw op orde krijgen van hun leven, om zich daarnaast te bekommeren om de details van politieke beloften. En Beddle zou een enorme politieke winst hebben behaald als de man die zich de gewone burger herinnerde, omdat de regering het te druk had met haar grootse onderneming om ook aan hèn te denken.

Beddle wachtte tot het gejuich als vanzelf wegebde en hief toen zijn handen op om tot stilte te manen. 'Maar vrienden, als we één ding weten, is het dat we niet veel tijd hebben. Ik dank u dat u hierheen bent gekomen, maar ik hoop dat u het me niet kwalijk neemt dat ik het hierbij laat. We moeten allemaal aan het werk. Aan de slag!'

Dat laatste had weinig te betekenen, maar de menigte juichte. Beddle glimlachte naar de camera's en wuifde naar het publiek. Daarna liet hij zich door Gildern naar een kleine grondwagen met open dak brengen.

'Een mooie toespraak, meneer,' zei Gildern.

'Goed genoeg voor nu,' antwoordde Beddle op effen toon. Op de een of andere manier bracht lof van Gildern hem altijd van zijn stuk. 'Laten we nu maar gaan, ja?'

'Ja, meneer. Ik heb interessant nieuws voor u.'

De twee mannen klommen achter in de wagen, waarna de robotbestuurder startte. Beddle keek geïnteresseerd om zich heen, toen ze door het kleine stadje reden. Het verbaasde hem niet dat ze langzaam vooruitkwamen. Het verkeer was een grote janboel. Depot was even druk als een verstoord mierennest, om maar een van de natuur afgeleide beeldspraken te gebruiken die tegenwoordig plotseling zo populair waren, nu terravorming het enige was waar alles om draaide.

Simcor Beddle schudde bedachtzaam zijn hoofd. Vreemd, nu hij eraan dacht, maar vijf jaar geleden zouden de beeldspraken in bepaald opzicht op robots hebben kunnen slaan. 'Druk als een robot', of iets dergelijks. De tijden waren veranderd, en niet alleen in de grote lijnen, maar ook op microniveau.

Samen met Gildern had hij eindeloos zitten piekeren over hoe ze de nieuwwetrobots konden opruimen en van de Blijvers afkonden komen. Hoe ze de verstorende invloeden kwijt konden raken, zodat het leven weer normaal kon worden, weer zoals Ruimters gewend waren.

Maar de laatste tijd was het langzaam tot Beddle doorgedrongen dat bepaalde zaken niet teruggedraaid konden worden. Misschien konden de IJzerkoppen een wereld bouwen zonder Blijvers en nieuwwetrobots, waarin geen tekort aan robotarbeid bestond. Maar hoe konden ze de herinnering aan robots uit de gedachten van de mensen jagen?

In de goede oude tijd kenden de mensen op Inferno maar één manier om de dingen te doen, één manier van leven: laat de robots het maar regelen. Dat was het antwoord op alles. En het was een antwoord dat had gewerkt. Nu hadden ze niet alleen kennisgemaakt met andere levenswijzen, maar ze wisten nu ook dat er andere bestonden. Andere manieren van leven, die misschien net zo goed waren. Een paar jaar geleden zou niemand op deze planeet zich hebben kunnen indenken dat er andere manieren waren. Nu was een leven dat geheel was gebaseerd op robotarbeid slechts een van vele mogelijkheden. Hoe kon je dat terugdraaien? Vooral als sommige misleide geesten zo'n slechte smaak hadden en zo'n gebrek aan beoordelingse vermogen, dat ze bepaalde dingen liever zelf deden en genoten van het gezelschap van Blijvers.

Zelfs de toenemende belangstelling voor de natuur was vernietigend. Robots en robotdiensten moesten een buffer vormen, een cocon die de buitenwereld op afstand hield. Soms letterlijk. Je kon heel gemakkelijk een zeer tevreden leven leiden zonder ooit een voet buiten de deur te zetten, als je robots hun werk maar goed deden. Zelfs met het eenvoudigste commsysteem hoefde niemand ooit te reizen, geen zaken af te handelen of vrienden te bezoeken.

Maar nu waren de mensen aan de natuur blootgesteld, niet alleen aan het idee van de natuur, maar aan de kille feiten. En sommigen - eigenlijk heel veel - leek het wel te bevallen.

Simcor Beddle besefte dat hij al in geen jaren buiten was geweest, behalve om van de ene plaats naar de andere te gaan. Hij ging nooit naar buiten. Iets diep in hem, iets wat bijna vergeten was, maar niet helemaal de kop was ingedrukt, verlangde er plotseling naar uit de grondwagen te stappen, verlangde ernaar op eigen benen te staan, te lopen en te blijven doorlopen, naar de horizon en nog verder. De wind draaide en voerde de koele zoete geur van een beekje in de buurt met zich mee. Plotseling wilde hij dat beekje gaan zoeken, zijn laarzen uittrekken en zijn voeten in het water laten hangen.

De wagen reed over een hobbel in de weg, wat Simcor Beddle met zijn ogen deed knipperen en terugbracht naar de werkelijkheid. Onzin! Volslagen nonsens! Het idee alleen al dat hij met blote voeten aan de oever van een beekje zat, was absurd. Beddle verjoeg de vreemde ideeën, de bizarre opwellingen uit zijn gedachten. Hij was niet helemaal hierheen gekomen om zich als een idioot te gedragen.

Maar als zelfs een kort ritje van een landingsterrein naar een kantoor in het veld voldoende was om zo'n reactie in hem op te roepen, hoe verbaasd kon hij dan zijn als anderen in de verleiding kwamen naar de buitenwereld te kijken? 'Vooruit,' zei Beddle tegen de robotbestuurder. 'Schiet eens op. Waarom duurt het zo lang?'

'Er is te veel verkeer op de weg,' zei Gildern. 'Er moet heel wat meer werk worden verzet dan je zou denken. Er vinden in Utopia allerlei transportoperaties plaats, en Depot is het middelpunt van alles. De evacuatie is een enorme onderneming. Als je nagaat dat dit zogenaamd de onontwikkelde kant van de planeet is, sta ik er wel van te kijken hoeveel eigendommen, huishoudelijke spullen en de ruimte weet wat nog meer op transport gaan.'

Dat gold ook voor Beddle, toen hij rondkeek. Overal was het het hetzelfde verhaal. Robots waren allerlei machines en apparatuur aan het demonteren en inpakken, hele gebouwen uit elkaar aan het halen, en grondtrucks, luchtwagens en allerlei andere vervoermiddelen aan het volladen.

'U zult niet geloven hoe deze plek de afgelopen maand is veranderd,' zei Gildern. 'U bent er maar een paar keer heel kort geweest, maar ik ben hier nu al die tijd en heb het allemaal zien gebeuren. Het is ongelooflijk, zo veel werk als er is verzet.'

Beddle geloofde het graag. Het leek wel of er evenveel materiaal aankwam, als er werd weggebracht. Transporters moesten in onderdelen naar Depot worden gevlogen, waar ze vervolgens werden geassembleerd. Ze moesten voor menselijke opzichters huizen bouwen en reparatie- en onderhoudscentra inrichten voor het leger robots en de zwerm luchtwagens die op deze plek waren neergedaald. Een enorme grondkruiper kwam brullend voorbij, en Beddle moest dicht naar Gildern toe leunen en in zijn oor schreeuwen om zich verstaanbaar te maken. 'Hoe loopt de andere zaak?' riep hij.

'In het veldkantoor,' riep Gildern terug. 'Lawaai geeft niet genoeg dekking. Er kunnen liplezers bij zijn.'

Beddle knikte. Het zou niet de eerste keer zijn dat bij de eindeloze, ingewikkelde politieke schermutselingen van de afgelopen jaren geroutineerde liplezers tegen de andere partij waren ingezet.

Er kwam wat schot in het verkeer en traag kwam de kleine open wagen in beweging, waarna ze langzaam vaart meerderden. Ze reden door de buitenwijken van de stad naar de opgejaagde, drukke chaos die het centrum van Depot vormde.

Een robotpatrouille kwam in hoog tempo langs marcheren; elke robot droeg op zijn nek een krat dat bijna net zo groot was als hijzelf. Een technisch team werkte aan een reeks lanceerbuizen voor sondes. Dat maakte deel uit van een wetenschappelijk onderzoek dat met de komeetinslag te maken had. Vreemd, dacht Beddle, om zo'n enorme aardbeving slechts als een test te zien. Maar er zou ongetwijfeld heel veel van de inslag te leren zijn. Er waren plannen gaande om talloze vliegende, in een omloopbaan hangende en ingegraven sensoren te gebruiken. De meesten zouden bij de inslag natuurlijk worden vernield, maar alleen het patroon van de vernieling zou de geleerden al heel veel kunnen vertellen.

De wagen doorkruiste het centrum van de stad en reed er aan de andere kant weer uit. Ze stopten voor een vrolijk uitziend prefab-gebouw. Het bouwsel bestond uit een feloranje halve bol, ongeveer tien meter hoog en met een doorsnede van twintig meter. Zo te zien was het gebouw niet opgebouwd, maar uitgevouwen. Beddle keek om zich heen en zag dat de omgeving volstond met net zulke bouwsels, in alle kleuren van de regenboog. De IJzerkoppen waren niet de enigen die een tijdelijk hoofdkwartier in Depot nodig hadden.

Gildern en Beddle stapten uit en liepen naar de deur van het gebouw. Ze moesten heel even wachten tot het scansysteem Gilderns en Beddles identiteit had vastgesteld. Ze hoorden het zware slot openklikken, waarna de robot die binnen stond de deur opende en hen binnenliet.

Simcor keek naar de scanner, die op een zuil stond. Het apparaat bestond uit een gladde, glanzende, metaalgrijze kubus met netjes geplaatste knoppen en displays. Een gepantserde kabel liep van de kubus naar een gepantserde houder waarin de buitencamera was bevestigd.

'Een apparaat van de Blijvers,' zei Beddle met een duidelijk afkeurende toon in zijn stem.

'Ja, meneer, dat klopt,' zei Gildern zonder enige verontschuldiging. 'Ik vertrouw geen bewakingssystemen die op robottechniek zijn gebaseerd. Er bestaat altijd een kans dat iemand die ervaren is in het manipuleren van robots, de bewakingsrobot ervan zal overtuigen dat er een goede Eerste Wet-reden is om die persoon binnen te laten.'

Beddle keekzijn ondergeschikte geërgerd aan. Met andere woorden: Gildern was in naam van de veiligheid bereid tot ketterij, en onderhandelen met de vijand was hem ook niet te min. Beddle had er een heleboel op kunnen zeggen, maar dit was er niet het moment en de plaats voor. Er waren zaken die dringend moesten worden afgehandeld. Hij zei niets, maar volgde zijn hoofd beveiligingsdienst door een tussendeur naar een leeg veldkantoor.

De kamer was volkomen kaal en uiterst sober. Er stond niets persoonlijks. Geen fotokubus van familieleden, geen versiering, niets wat de kleinste aanwijzing over Gilderns persoonlijkheid gaf. Het was het kantoor van iemand die hier kampeerde, niet van iemand die hier woonde.

Het klopt, dacht Beddle, Gilderns kantoor in het hoofdkwartier van de IJzerkoppen was niet minder Spartaans. Een slordig kantoor met rommel was geen veilig kantoor.

De kamer was leeg, op een tafel en twee stoelen na, die er naar de meeste normen comfortabel uitzagen, maar naar die van Beddle Spartaans waren.

'Ik heb de kamer een uur geleden persoonlijk op afluistermicrofoons doorzocht,' zei Gildern. 'Hier kunnen we veilig over de andere kwestie praten.'

' "De andere kwestie",' herhaalde Beddle. 'Als we hier zo veilig zijn, zie ik geen reden tijd te verdoen aan eufemismen. Laten we de dingen bij hun naam noemen en het over de vernietiging van de nieuwwetrobots hebben.'

Als er iets was wat de IJzerkoppen als een gevaar zagen, was dat het bestaan van de nieuwwetrobots. Robots die niet de echte Drie Wetten ingebouwd hadden, vormden een groter ketters gegeven dan het gebruik van Blijvermachines of contact hebben met de Blijvers zelf. Blijvers waren buitenlanders, vreemdelingen, de vijand. Zelfs als iemand als Gildern met hen onderhandelde, was hij zich bewust van de gevaren en de risico's die dat met zich meebracht. Maar robots werden verondersteld het bolwerk van de Ruimtermanier van leven te zijn, de hoeksteen van de filosofie van de IJzerkoppen. Als de mensen van Inferno ook maar enigszins gewend zouden raken aan robots die zichzelf niet onvoorwaardelijk in gevaar brachten en opofferden voor het welzijn van een mens, als ze zouden wennen aan robots die over een opdracht zouden discussieren, of hun eigen gang zouden gaan, dan was het einde zoek. Daar twijfelde Beddle niet aan. Als de mensen robots niet absoluut konden vertrouwen, konden ze hen helemaal niet vertrouwen. Robots waren tenslotte sterker, sneller en moeilijker te verwonden dan mensen. Sommige robots waren in veel opzichten veel intelligenter. Zonder de barrière en de bescherming van de Drie Wetten, hadden de mensen goede redenen om bang voor robots te zijn. Zo luidde de officiële reden om de nieuwwetrobots kwijt te willen.

Maar voor Beddle was er nog een andere, meer persoonlijke reden. De nieuwwetrobots vormden domweg een bedreiging voor de macht van de IJzerkoppen. De doctrine van meer en betere robots werd in gevaar gebracht zodra er iemand met een alternatief kwam.

Maar als er geen nieuwwetrobots waren, zou er ook geen nieuwwetrobotprobleem zijn. Met dat doel voor ogen zochten Gildern en zijn mensen al een hele tijd naar Walhalla, de stad van de nieuwwetrobots. Al heel lang voordat iemand van de komeet Grieg had gehoord. Hun inspanningen had nooit iets opgeleverd.

Maar nu... nu stonden de zaken er anders voor. En Beddle wilde graag weten hoe anders. 'Goed,' zei hij tegen Gildern. 'Wat heb je voor me?'

'Meer stukjes van de puzzel, meneer. Zoals u weet, is een openlijke speurtocht naar Walhalla steeds onmogelijk geweest. Zodra iemand aan het zoeken ging, sloten de nieuwwetrobots gewoon alles af of vlogen langs ontwijkende routes. Bovendien versleutelen de nieuwwetrobots hun lange-afstandshyperbandverkeer, en we zijn er nog steeds niet in geslaagd hun codes te breken. Hyperbandsignalen zijn ook moeilijk met enige nauwkeurigheid te meten. Maar als je genoeg signalen hebt, kun je een statistische analyse doen. En er is de afgelopen dagen genoeg verkeer geweest om ons aan het werk te houden. En er vond ook meer fysiek verkeer plaats. De nieuwwetrobots werken net zo hard als iedereen om op tijd te kunnen evacueren. Dat betekent meer radioverkeer, meer lucht- en landwagens en meer transporters onderweg. En ze zijn minder voorzichtig. Het is niet meer zo noodzakelijk een verborgen stad te verbergen die op het punt staat te worden vernietigd.

Kortom, we hebben heel wat meer gegevens en we kwamen dichter in de buurt dan in het verleden. We kunnen apparatuur en robots hierheen halen, pal onder hun neus.'

'Met wat voor resultaat?' vroeg Beddle.

'Het best mogelijke resultaat,' antwoordde Gildern. 'Absolute zekerheid dat Walhalla ergens binnen het primaire inslaggebied van het eerste en grootste komeetdeel ligt. De stad zal volkomen worden vernietigd.'

'Maar daar waren we al zeker van. En aangezien de nieuwwetters zich duidelijk opmaken te evacueren, wat maakt het dan uit dat de komeet de stad vernietigt als ze allemaal weg zijn?'

'Niet veel. Maar kijk eens om je heen, Neem Depot.'

'Wat is daarmee?'

'Depot wordt ook geëvacueerd, en er zijn hier nog nooit zoveel mensen geweest. Ze weten allemaal dat deze stad zal worden weggevaagd, maar nu dreigt er nog geen gevaar. Er moet wel een heleboel werk worden verricht, waarvoor allerlei soorten mensen werden aangetrokken!'

'Waar doel je op?'

'Ik wil daarmee zeggen dat onze bronnen bevestigen dat de nieuwwetrobots uit die plaatsen verdwijnen waar ze meestal te vinden zijn. Ze kopen hun arbeidscontracten af en sluiten de winkels die ze in de kleinere nederzettingen hebben. We hebben er een heleboel via Depot zien vertrekken en we schatten dat negentig procent van alle nieuwwetrobots zich hier in de buurt bevindt.'

'En dus denk je dat ze zich nu naar huis, naar Walhalla haasten, om te redden wat er te redden valt. Nou en? Ze zijn er weg vóór de komeet inslaat.'

'Klopt. Maar we hoeven Walhalla alleen maar te vinden voordat de komeet inslaat en de stad te vernietigen als ze er nog allemaal zijn. En ik denk dat de kans om dit voornemen met succes uit te voeren, groter is dan u zult vermoeden. En ik geloof ook dat er slechts één man voor nodig is.

'Hoe?' vroeg Beddle op eisende toon. In dat ene, kleine woord klonk een wereld van enthousiasme en ambitie.

'Wat de aanloop betreft, het vinden van Walhalla, dat kunnen we voor een groot deel aan de hand van het toegenomen lucht-, grond- en hyperbandverkeer hiernaartoe voor elkaar krijgen. Maar onze mogelijkheden om driehoekmetingen uit te voeren, zijn uiterst beperkt. Als we een mobiel volgstation zouden hebben, uitgerust met de juiste meetapparatuur, zouden we snel alle opzettelijk aangebrachte valse sporen en niet terzake doende signalen kunnen uitfilteren.'

'Hoe kom ik aan een mobiel volgstation?'

Gildern leunde met een vurige blik in zijn ogen naar voren. 'Heel simpel. We hebben de juiste volgapparatuur in mijn lange-afstandsluchtwagen geïnstalleerd. Ik kan u robots meegeven die zijn opgeleid om de apparatuur te bedienen en weten hoe ze de bevindingen met het basisstation moeten coördineren. Kortom, we zeggen u waar u met uw luchtwagen naartoe moet gaan, op die positie voert uw wagen metingen uit, en dan gaat u naar de volgende positie. U was van plan tijdens deze reis verschillende kleine, ver uiteen liggende nederzettingen te bezoeken. Dat komt ons uitstekend uit. Land op een plek, en houd een toespraak, terwijl uw robots de metingen uitvoeren. Daarna vliegt u naar de volgende plek, en zo verder en zo verder. Zo verzamelen we al gauw voldoende gegevens om de ligging van Walhalla goed te kunnen bepalen. Als we genoeg gegevens hebben, denk ik dat we de stad binnen een gebied van slechts vijf tot acht vierkante kilometer moeten kunnen vinden. En dat moet voldoende zijn.'

'Voldoende waarvoor?' vroeg Beddle.

Gildern wilde net antwoorden, toen de grond plotseling kort en hevig trilde. Het gebouw rammelde en schudde zo hard, dat het leek of het zichzelf wilde opvouwen. De luchthingvol met stof, dat uit het niets leek opgeworpen. Er klonk een vaag gerommel en een gedempt gedreun, die van heel ver afkomstig waren.

Gildern maakte een geruststellend gebaar. 'Er is geen gevaar,' zei hij. ' Kijk maar, geen van onze robots maakt aanstalten ons te komen redden. Maar om uw vraag te beantwoorden: goed genoeg voor een graafbom, een seismisch schietlood.'

'Een graafbom?'

'Ze hebben er verschillende hier in de omgeving tot ontploffing gebracht. De geleerden willen de onderliggende geologie van dit gebied zo goed mogelijk in kaart brengen, voordat de inslag plaatsvindt, zodat ze de gevolgen ervan beter kunnen interpreteren. De explosies veroorzaken seismische schokgolven. De bommen zijn zorgvuldig afgesteld. Ze begraven zich diep in de aarde en komen op een vooraf vastgesteld tijdstip en op vooraf vastgestelde diepte tot ontploffing. Door de trillingen die de explosies veroorzaken op verschillende punten te meten, kunnen de geleerden bepalen door wat voor geologische lagen de trillingen heen zijn gegaan. Het is een ongewoon destructieve manier om geologie te bedrijven, maar het levert snel resultaat op, en wat maakt het uit als de komeet hier toch alles vernietigt? We zijn er vrijwel zeker van dat Walhalla onder de grond ligt. Als we een graafbom dicht genoeg in de buurt van Walhalla tot ontploffing brengen, zullen de schokgolven de hele stad doen instorten.

Er zijn vier of vijf onderzoeksbureaus die deze apparaten gebruiken. Ik heb stappen ondernomen ze zelf in handen te krijgen. Alles heeft hier zo'n enorme haast nu de komeet nadert, dat het heel eenvoudig was om alle benodigde vergunningen te krijgen. Onze eigen mensen hebben er al drie tot ontploffing gebracht, en elke proefneming hebben we keurig op tijd vooraf gemeld en geregistreerd. Maar uw explosie zullen we pas een uur of twee tevoren melden. En ik wil eraan toevoegen dat u geen enkele wet zult overtreden.'

'Hoe is dat mogelijk?'

'De nieuwwetrobots hebben geen juridische status. Technisch gezien zijn ze in de steek gelaten eigendommen, en zelf mogen ze geen eigendommen bezitten. Ze hebben Walhalla nooit laten registreren, maar hoe konden ze ook, als niemand weet waar het ligt?'

Beddle knikte ongeduldig. De argumenten klonken hem allemaal als te bekend in de oren. 'Ja, ja, je hoeft mij nergens van te overtuigen. Maar wees niet zo naïef. Die juridische argumenten zijn nooit bekrachtigd. Sommige rechtbanken hebben bepaald dat ze wel land mogen bezitten. En zelfs als de wet in ons voordeel is, hoeft iets nog niet illegaal te zijn om er last mee te krijgen.' Beddle pauzeerde even en glimlachte. 'Maar als het de vernietiging van vrijwel alle nieuwwetrobots betekent, ben ik bereid een heleboel last te riskeren. De prijs zal hoog zijn, maar dan nog is het een koopje.' Beddle leunde achterover in zijn stoel en dacht even na. 'En jij denkt dat het haalbaar is? Dat er een redelijke kans op succes is?'

'Ja, meneer. Ik wil uw intelligentie niet beledigen door te beweren dat succes verzekerd is, maar ik denk dat het mogelijk is.'

Simcor Beddle keek zijn tweede man bedachtzaam aan. Het was een riskant plan, daar bestond geen twijfel over. Het was vrijwel zeker dat zij als de daders zouden worden aangewezen.

Maar zou dat zo erg zijn? Er waren genoeg mensen, in de politieke wereld, die opgelucht zouden reageren als de nieuwwetrobots uit de weg werden geruimd. Zelfs al werden de IJzerkoppen ervoor gestraft, ze zouden ook eer opstrijken.

Hoe kon hij zo'n kans trouwens voorbij laten gaan? Dit was de kans van zijn leven. Gildern bood hem vervulling van zijn levenswens op een presenteerblaadje aan. Hoe kon hij weigeren? Waarom zou hij nee zeggen?

Hij leunde over de tafel heen naar voren en keek Gildern glimlachend aan. 'Het is niet alleen mogelijk, Gildern, het zal gebeuren ook. Reken maar.'

 

Norlan Fiyle glimlachte terwijl hij achter de dunne scheidingswand stond te luisteren. Jadelo Gildern maakte zelden fouten, maar als hij er onverhoopt een maakte, was het meteen een grote. De kamer aan de andere kant van de scheidingswand was een uur geleden op elektronische afluisterapparatuur afgezocht, maar dat was zinloos geweest. Niet met een ondergeschikte met twee goede oren en redenen om gevoelens van wrok te koesteren aan de andere kant van een wand die eerder was gemaakt om verplaatsbaar te zijn dan geluiddicht.

Hij had alles gehoord. En hij was iemand die meer redenen had om zijn mond open te doen en in actie te komen, dan te zwijgen.

Simcor Beddle vertrok de volgende ochtend. De twee volgende dagen legde hij vier bezoeken aan vier kleine stadjes af, en arriveerde precies op tijd in elk stadje.

Maar in het vijfde kwam hij nooit aan.