11
'Het is weg, gouverneur,' zei Davlo Lentrall. 'Alles waaraan ik heb gewerkt, is weg.' Hij was blij dat de verbinding waarover hij met de gouverneur sprak, alleen geluid doorgaf. Kresh had om een audioverbinding gevraagd, omdat die gemakkelijker te beschermen was, maar dat interesseerde Davlo niet. Hij was gewoon blij dat hij zijn gezicht niet hoefde te laten zien. Het was al erg genoeg dat Kresh de paniek in zijn stem kon horen. Hij wilde niet dat iemand hem zo zou zien. Davlo Lentrall liep zenuwachtig heen en weer voor zijn commcentrum. 'Al mijn hoofdbestanden, alle backups, alles.'
'Rustig maar, Lentrall. Rustig. Er moet een manier zijn alles terug te halen. Ik dacht dat het systeem opgezet was om het onmogelijk te maken iets definitief kwijt te raken.'
Davlo probeerde kalm te blijven. Kresh had gebeld van... waar hij was, net toen Davlo met zekerheid had geconstateerd dat alles verdwenen was. Het was niet eenvoudig om met de leider van de planeet te praten nu zijn stemming zich op een dieptepunt bevond. 'Normaal gesproken wel, meneer. Maar dit was geen ongeluk. Dit was sabotage. Vijf minuten nadat ik ontdekte dat mijn bestanden waren verdwenen, werd ik door de veiligheidsdienst van de universiteit gebeld. Iemand had daar in mijn kantoor ingebroken en er een brandbom naar binnen gegooid. Ze vermoeden dat er zelfs twee keer, onafhankelijk van elkaar, is ingebroken. Na de tweede inbraak is alles wat niet gestolen was, verbrand. Ze zeggen dat er niets over is. Helemaal niets. Al mijn notities en mijn werk, inclusief de gegevens over de komeet. De coördinaten, de baangegevens, de omloopprojecties... alles.'
'Brandende sterren,' riep Kresh half fluisterend uit. 'Misschien was die hele drukte bij de Regeringstoren gewoon een afleidingsmanoeuvre.'
Davlo lachte bitter. 'Net doen alsof ze me wilden ontvoeren, misschien zelfs vermoorden, alleen als afleidingsmanoeuvre om mijn levenswerk te stelen?'
'Ik wil niet bot klinken, Lentrall, maar het is mogelijk. Precies zoals ik het zeg. Ik moet toegeven dat u er anders over zult denken, maar voor de rest van de wereld is uw levenswerk veel waardevoller dan uw leven. Weet u zeker dat alles weg is? Voorgoed verloren?'
'Alles.'
'Ik begrijp het.'
'Gouverneur Kresh, wie heeft dit gedaan? Waren het de Blijvers?'
'Waarschijnlijk wel,' zei Kresh. 'Maar het kan iedereen zijn geweest, iemand die wilde voorkomen dat de komeet hier neerstort. Maar dat doet er nu niet toe. We moeten eerst de situatie zien op te lossen, zonder ons erover druk te maken hoe het zover is gekomen.'
'Dat zal niet eenvoudig zijn, meneer. Ik zal het proberen.'
Even was het stil op de lijn. 'Goed dan. Uw computerbestanden met uw plannen zijn weg. We moeten meteen aan de slag gaan om ze terug te krijgen, of in elk geval het belangrijkste deel ervan. Ik heb genoeg van de kracht van het dubbele controlesysteem gezien om er zeker van te zijn dat ze, uitgaande van de basisideeën van uw plannen, opnieuw zou kunnen beginnen en ze zou kunnen reconstrueren. En waarschijnlijk nauwkeuriger dan u hebt gedaan.'
'Vriendelijk van u dat u het zo zegt,' mompelde Davlo.
'Ik wil uw werk niet bekritiseren,' zei Kresh. 'Maar de controlesystemen zijn voor dit soort werk ontworpen, en ze kunnen het klimaat van een complete planeet overzien. Natuurlijk kunnen ze veel gedetailleerdere voorspellingen doen dan één alleen werkend mens, hoe begaafd hij ook is. Vooral wanneer die man buiten zijn eigen terrein aan de slag moet. En ik wil eraan toevoegen dat geen enkele robot, computer of controlesysteem die komeet heeft gevonden en inzag wat hij voor deze planeet zou kunnen betekenen.'
Davlo liet zich onderuitzakken in de stoel bij zijn commpaneel, vouwde zijn armen voor zijn borst en staarde naar de vloer. 'U vleit me,' zei hij. 'U probeert me te troosten, me op te monteren.'
'Ja, dat probeer ik,' gaf Kresh met een zachte, kalme stem toe. 'Omdat ik u nodig heb, en wel nu meteen. Zoals ik al wilde zeggen, de controlesystemen kunnen uw plan om de komeet te richten reconstrueren en verfijnen. Maar we hebben daarbij uw kennis en ervaring op uw vakgebied nodig.'
'Meneer? Ik begrijp het niet.'
'Lentrall, u moet weer achter uw telescoop kruipen en die planeet terugvinden. En snel ook.'
Davlo haalde diep adem, schudde zijn hoofd en staarde naar de vloer. 'Meneer, ik heb die komeet helemaal niet gevonden.'
'Wat! Bedoelt u dat dit allemaal nep is? Oplichterij?'
'Nee! Nee, meneer. Dat is het niet. Zo bedoelde ik het niet. Ik bedoel dat de computers de komeet hebben gevonden. Automatische telescopen hebben hem gevonden toen ze voorgeprogrammeerde scans uitvoerden. Ik heb zelf in mijn hele leven nog nooit door een telescoop gekeken.'
Weer was het stil op de lijn. Maar nu sprak Davlo als eerste. 'Alle gegevens zijn weg, meneer. Zonder mijn computerbestanden, zonder mijn aantekeningen, zonder de logboeken kan ik die komeet nooit op tijd vinden.'
'Maar hij is kilometers in doorsnede! En hij komt bijna recht op de planeet af. Hoe moeilijk kan het zijn hem te vinden?'
Davlo Lentrall slaakte een vermoeide zucht. De man had gelijk. Het zou helemaal niet moeilijk moeten zijn. Hoe kon hij uitleggen dat het vrijwel onmogelijk was? 'Hij is uiterst moeilijk te vinden, meneer. Hij komt inderdaad recht op ons af, maar dat is nu juist een deel van het probleem. Normaal vinden we een komeet doordat we hem ten opzichte van de achtergrond zien bewegen. De komeet Grieg lijkt bijna stil te staan. Niet helemaal, maar wel bijna. En hoewel hij vrij groot is, is zelfs een grote komeet heel klein op tientallen miljoenen kilometers afstand. En hij is ook erg donker.'
'Bedoelt u dat hij te donker is om te zien? Maar u hebt hem al eerder gevonden, dat wil zeggen: de computers en de telescopen.'
'Het is niet onmogelijk om hem waar te nemen, maar hij is heel vaag en klein, en ver weg, en hij heeft een heel lage hoeksnelheid. En het is niet gewoon een kwestie van hem zien. We moeten zijn positie en traject verscheidene keren nauwkeurig meten, voordat we zijn baan kunnen reconstrueren.'
'Maar als hij dichterbij komt? Krijgt hij dan geen staart en zo? Dan is hij toch gemakkelijker te zien.'
'Tegen die tijd is het te laat. Grieg is een donker-lichaamkomeet. De komeet is dan te dichtbij. En als hij een staart krijgt, betekent dat dat hij aan het smelten is. Als hij te warm wordt en te veel smelt, wordt hij te zwak om tijdens koerscorrecties intact te blijven. Het gedeelte van de plannen dat ik nog niet had uitgewerkt, betrof de vraag hoe ik hem tegen de zon moest beschermen. Ik wilde een soort parasol bouwen, een scherm om het zonlicht te weren.'
'Maar er is een kans,' zei Kresh. 'Er is in elk geval een kleine kans dat we de komeet terugvinden, als we ons best doen.' Even was het stil, tot de gouverneur vervolgde met: 'We doen het volgende. We gaan door met de voorbereidingen, ervan uitgaande dat we de komeet terugvinden en dat we besluiten zijn koers aan te passen en hem te laten inslaan. We moeten zo veel mogelijk zo snel mogelijk doen, en ik zet u ook aan het werk.
Om te beginnen wil ik dat u zo nauwkeurig mogelijke schattingen geeft van de massa, omvang, positie en baan van de komeet Grieg. Zelfs ruwe getallen zullen ons enig idee geven van waar we met de voorbereidingen voor de inslag moeten beginnen. Stuur die informatie meteen naar mijn elektronische brievenbus. En dan begint u onmiddellijk aan het opzetten van een systeem om komeet Grieg terug te vinden. Ik zal uw meerderen opdracht geven dat ze u alle middelen en al het personeel moeten geven die u nodig mocht hebben. Vertel hun zo veel u kunt over de komeet. Maar laat iemand anders de werkzaamheden uitvoeren! Want ik wil dat u probeert uw computerbestanden terug te vinden. Misschien zijn ze minder grondig gewist dan we denken. Er moet ergens iets te vinden zijn, genoeg om als leidraad te dienen voor het team dat de telescopen bedient. Is dat duidelijk?'
'Ja, meneer. Meneer... mag ik u iets vragen?'
'Ja, natuurlijk, doctor Lentrall.'
'Ik krijg de indruk dat u er nu meer van overtuigd bent dat het plan zou kunnen werken.'
'Dat klopt, doctor Lentrall. Ik heb hier het een en ander gezien en gehoord over uw plan. Genoeg om me te laten geloven dat we niet zonder kunnen. Was er nog meer?'
'Voorlopig niet, meneer. Ik houd contact.'
'Dat zult u zeker,' antwoordde de gouverneur met een tikje humor in zijn stem. 'Kresh uit.'
De verbinding werd verbroken.
Dat had het teken voor hem moeten zijn in actie te komen, maar in plaats daarvan staarde Davlo met een uitdrukkingsloos gezicht naar de luidspreker. Na eindeloos lang nietsdoen kwam hij eindelijk in actie. Hij schreef alles op wat hij zich van de komeet kon herinneren. Zo nauwkeurig mogelijk. Al wist hij dat het foutpercentage in de meeste van zijn getallen ze vrijwel onbruikbaar zou maken. Hij stuurde een kopie ervan naar Kresh' postbus en nog een naar het hoofd van de astronomische faculteit, waarbij hij om alle hulp vroeg die hij kon krijgen. Davlo wist natuurlijk heel goed dat het hoofd van de faculteit absoluut weigerde op oproepen na kantoortijd te reageren. Ze zou het bericht pas de volgende ochtend ontvangen. Maar toch kon hij het maar beter achter de rug hebben.
De opdrachten waren eenvoudig genoeg, maar ze leken hem ongewoon veel tijd te vergen. En een heleboel energie. Na een dag als vandaag kon hij niet veel meer hebben. Toen hij de boodschappen eindelijk afhad, stond hij niet op. Hij bleef doodstil zitten. Hij moest nog een heleboel doen, maar Davlo Lentrall kon zich er niet toe zetten in beweging te komen. Nog niet.
Davlo had altijd gedacht dat hij sterk genoeg was alles en iedereen aan te kunnen, maar de gedachte aan vijanden die zo ver wilden gaan als hij nu had meegemaakt, had toch iets beangstigends.
Het was het uur van de nacht waarop rationele gedachten zeer onredelijk lijken te zijn, waarop onredelijke angst soms uiterst logisch lijkt, en rampen heel echt. Davlo dacht aan zijn naamloze, gezichtloze, enorm machtige vijanden. Ze waren al kwaad genoeg op hem. Hij wist niet of hij nog wel iets wilde doen - zoals uit zijn stoel opstaan - dat hen nog kwader zou kunnen maken.
Iets in Davlo Lentrall herkende de kwetsbaarheid van zijn persoon op dat moment in de tijd. Iets in hem zag dat het spel voorbij was. Iets in hem wist dat hij zich heel lang had voorgedaan als iets dat en iemand die hij niet was. Hij had zichzelf slimmer, moediger en beter gevonden dan ieder ander. En waarom niet, in een heelal waarin robots iedereen tegen de gevolgen van zijn daden beschermden, waarin robots al het zware werk deden en de mens met de eer lieten strijken? Hij had altijd gedacht dat hij immuun was voor angst en onkwetsbaar was. Het was heel eenvoudig zulke ideeën te koesteren, wanneer robots elk gevaar uit de buurt hielden.
Iets in Davlo Lentrall voelde hoe alles weggleed. Nog een paar klappen, een paar rampen, en dan zou hij instorten. Wat moest hij doen als het masker van zijn gezicht viel, en het gezicht eronder leeg was? Hij wist nu dat hij niet de persoon was die hij beweerde te zijn. Maar wie was hij dan wel?
Davlo Lentrall zat op de stoel in zijn kantoor, nog steeds als een uitgeschakelde robot, en probeerde zich ertoe te zetten in beweging te komen.
Het kon een minuut later zijn geweest, of een uur, toen Kaelor de kamer binnenkwam. 'Kom mee, meneer,' zei de robot. 'U moet rusten. Vannacht kunt u toch niets meer doen.'
Lentrall liet zich meenemen, liet Kaelor zijn kleren uittrekken, hem naar de verfrisser brengen en hem in bed stoppen. Hij sliep al bijna voordat hij goed en wel tussen de dekens lag. Het laatste dat hij zag toen zijn hoofd het kussen raakte, was Kaelor, die over hem heen gebogen stond en de dekens rondom hem instopte.
En het eerste waaraan hij de volgende ochtend dacht toen hij wakker werd, was waar hij misschien een deel van zijn verloren gegevens zou kunnen terugvinden.
Donald 111 stond er even onbeweeglijk bij als Lentrall eerder, maar hij was allesbehalve inactief. Donald stond in zijn nis in de muur van Alvar Kresh' kantoor thuis en was druk bezig op de hyperband. Iemand die hem zag, zou zeggen dat Donald er volkomen doods bijstond, alsof hij was uitgeschakeld. Maar hij stond daarentegen in verbinding met een half dozijn databases en was met verscheidene robots op de afdeling Onderhoud van de stad Hades, op het Ministerie van Openbare Veiligheid, op het kantoor voor Rampenbestrijding, op dat van de Combinatie van Infernale Politie-eenheden en op een half dozijn andere kantoren tegelijk verbonden. Niemand wist precies wat er zou gebeuren als de komeet zou inslaan, maar er waren wel vaste voorzorgsmaatregelen die konden worden genomen, en Donald kon daar in elk geval een begin mee maken.
Het was te verwachten dat er na de inslag aardbevingen en naschokken zouden plaatsvinden, zelfs in Hades, halverwege de andere kant van de planeet. Dat betekende dat er een heleboel werk moest worden verricht. Gebouwen moesten worden versterkt en misschien was het verstandig om sommige oude, ongebruikte gebouwen maar helemaal te demonteren. Kostbare en kwetsbare objecten zouden op veilige plaatsen moeten worden opgeborgen.
En dan waren er natuurlijk de mensen. De robots zouden enorme schuilplaatsen moeten bouwen, waarin de aardbevingen veilig konden worden afgewacht.
Alle computervoorspellingen maakten duidelijk dat de komeetinslag grote hoeveelheden stof, gas en waterdamp de atmosfeer zou injagen. Theoretisch zou het stof het klimaat op de lange duur juist goed doen en de pogingen ondersteunen om het planetaire broeikaseffect te corrigeren. Maar het betekende ook dat er een lange periode van slecht weer zou volgen. De robots van Inferno moesten daar ook voorbereidingen voor treffen.
Er waren tientallen, honderden, duizenden details die moesten worden uitgewerkt, er moest met onvoorziene gebeurtenissen rekening worden gehouden, schaarse middelen moesten worden verdeeld.
Donald had drie uur nadat hij aan het werk was
begonnen een statusverslag naar de gouverneur gestuurd, zoals
opgedragen, hoewel er op dat moment nog niet veel nieuwe informatie
was. Alles bevond zich nog in een beginstadium.
Het werk dat zijn meester hem had opgedragen, was enorm omvangrijk, zo enorm dat Donald er bijna van overtuigd was dat het ver buiten zijn kunnen viel. Het was duidelijk dat hij onmogelijk de hele planeet in zijn eentje op de komeetinslag kon voorbereiden. Maar zijn meester, gouverneur Alvar Kresh, moest dat ook beseffen. Daarom moest hij zijn bevelen niet verkeerd opvatten. Donald zou zo lang mogelijk zo goed mogelijk zijn best doen, maar er zou een moment komen waarop het voor Donald inefficiënt zou worden om alles zelf te doen, in plaats van onderdelen over te laten aan uit mensen en robots bestaande ploegen die het werk beter aankonden. Maar zolang de gouverneur nog niet het bevel daartoe had gegeven, zou Donald het werk zo goed mogelijk doen.
De beginfase van het werk viel nog ruim binnen Donalds mogelijkheden. Later zou hij beslissingen moeten nemen die hij niet zelf aankon, maar voorlopig had hij zelfs nog enige capaciteit over, genoeg bijvoorbeeld om de nieuwskanalen af te luisteren. Dat was een vast onderdeel bij een grootschalige mobilisatie-opdracht als deze. Je moest alle onbeheersbare variabelen die van invloed op de situatie waren, in de gaten houden. Vanuit de operationele, voorbereidende kant van de zaak gezien, waren ongunstige nieuwsverslagen even onbeheersbaar en onvoorspelbaar als slecht weer, epidemieën of economische crashes. En het ging nog niet eens om het nieuws zelf. De manier waarop het werd gebracht, was net zo belangrijk. De stemming van de journalist, de dingen die hij wel of juist niet zei, en of de feiten, zoals hij ze vermeldde, overeenkwamen met de werkelijkheid... Allemaal zaken die van belang waren.
En Donald had het menselijk gedrag grondig genoeg bestudeerd om te weten dat een juiste inschatting van het verslag waaraan op dit moment in de nachtelijke nieuwsuitzending werd begonnen, ver buiten zijn beoordelingsvermogen viel. Het enige wat hij zeker wist, was dat het gevolgen zou hebben, en dat het de zaak compliceerde.
Daarom deed hij wat elke robot onder zulke omstandigheden zou doen: hij ging op zoek naar een mens die het probleem kon afhandelen.
Fredda Leving sloeg haar ogen open en zag Donalds kalme, uitdrukkingsloze blik op haar neerkijken. Als er iemand was die daar niet van zou moeten schrikken, was zij het wel. Ze had Donald tenslotte zelf gebouwd en ze kende hem even goed als ze ieder ander in haar leven kende. Zij wist hoe vast verankerd de bescherming van de Drie Wetten lag en hoe volkomen betrouwbaar Donald was. Maar toch... Het was een lange, vermoeiende dag geweest en het was toch even schrikken wanneer je wakker werd en een blauw robotgezicht op je neer zag kijken. 'Donald,' zei ze met een slaperige stem. 'Wat is er?'
'Doctor Leving, ik heb zojuist op een audiokanaal een nieuwsverslag van Inferno Networks opgevangen, dat betrekking heeft op het incident van vandaag op het plein bij de Regeringstoren.'
'Dat verbaast me niets,' zei Fredda. 'Wat moeten ze anders in het nieuws brengen?'
'Dat is waar, doctor, maar dit verslag verbaast me nogal. Ik geloof dat u het beter zelf kunt beluisteren.'
Zuchtend ging Fredda rechtop in bed zitten. 'Vooruit dan maar, Donald. Speel het maar voor me af.'
De koele, professionele stem van een vrouwelijke nieuwslezeres klonk door het rooster van Donalds luidspreker. 'Bronnen bij het onderzoeksbureau hebben een gerucht onthuld dat al de hele dag de ronde doet. Het incident bij de Regeringstoren zou eigenlijk een staatsgreep zijn geweest, een poging om de macht van de regering over te nemen.'
Plotseling was Fredda klaarwakker. Waar had die vrouw het in duivelsnaam over? Er was geen sprake van een staatsgreep geweest.
'Wat nog opvallender is, is de reden die voor de staatsgreep wordt opgegeven,' vervolgde de nieuwslezeres. 'De poging zou hebben plaatsgevonden om te voorkomen dat de regering een komeet op de planeet zou laten inslaan. Volgens dezelfde bron is de regering in het geheim actief betrokken bij zo'n project, omdat men veronderstelt dat de komeetinslag het milieu op de planeet zal verbeteren. Pogingen om contact op te nemen met gouverneur Kresh en hem om commentaar te vragen, zijn mislukt. We zullen natuurlijk meer details over deze kwestie brengen wanneer meer gegevens bekend zijn.'
De opname stopte en Donald sprak met nu zijn eigen stem. 'Dat was de kern van het verhaal over de staatsgreep,' zei Donald, vooruitlopend op Fredda's eerste vraag. 'Ik wil eraan toevoegen dat Inferno Networks bekendstaat om zijn sensationele verslagen en dat het meer dan eens is voorgekomen dat groeperingen binnen de Blijverorganisatie, en de IJzerkoppen, evenals de regering zelf, dit kanaal hebben gebruikt om zaken te laten uitlekken.'
'Het bericht zou dus overal vandaan kunnen komen. Wanneer vond die uitzending plaats?' vroeg Fredda, terwijl ze probeerde na te denken.
'Een paar minuten geleden, om 0312 uur lokale tijd hier in Hades.'
'Midden in de nacht, een tijdstip waarop er niet veel luisteraars zullen zijn. Interessant. Zeer, zeer interessant. Heeft iemand van de nieuwsdiensten geprobeerd Alvar... eh, de gouverneur te bereiken?'
'Niet via de toegangspunten of commlinks die ik beheer,' antwoordde Donald.
'Met andere woorden: of ze hebben helemaal niet geprobeerd hem te bereiken, of ze hebben niet erg hun best gedaan,' zei Fredda half tegen zichzelf. Ze dacht even na. 'Ze proberen ons uit te dagen,' zei ze ten slotte. 'Ons uit de tent te lokken. Dat moet het zijn.'
'Ik ben bang dat ik het niet begrijp,' zei Donald. 'Wie zijn "ze"?'
'Ik denk dezelfde mensen als degenen die hebben geprobeerd Davlo Lentrall te ontvoeren,' zei Fredda. 'Dat betekent dat ze ons proberen te dwingen toe te geven dat er een plan bestaat een komeet neer te laten komen, en dat ze proberen het plan op een zo ongunstig mogelijke manier naar buiten te brengen. Ze willen het komeetplan als zoiets waanzinnigs afschilderen, dat de mensen eerder geweld en onlusten zullen riskeren, dan dat ze zullen toestaan dat het zal plaatsvinden. En des te beter werkt hun opzet als ze het komeetplan als een soort duivelse, geheime samenzwering laten overkomen. Dat zal de regering - Alvar - alleen maar verder onder druk zetten om het terug te draaien en het zo snel mogelijk te vergeten.'
'Ik begrijp het,' zei Donald met een stem die duidelijk maakte dat dat niet waar was. 'Ik moet toegeven dat de subtiliteiten van de menselijke politiek me geheel ontgaan. Mag ik vragen waarom degene die hiervoor verantwoordelijk is het op deze tijd van de nacht heeft laten uitzenden?'
'Ze geven een signaal,' zei Fredda. 'Ze geven ons tot de ochtend de tijd om het bericht te ontkennen, of het in elk geval toe te lichten.'
'En als u dat niet doet?'
Fredda wees naar het rooster voor Donalds luidspreker, vaag de opgenomen menselijke stem aanduidend die eerder daaruit had geklonken. 'Dan zullen ze alle nieuwskanalen gebruiken die ze krijgen kunnen om het bekend te maken. Ze zullen zo veel mogelijk herrie proberen te schoppen. Misschien proberen ze wel Alvar te laten aftreden.'
'Wat moeten we doen?' vroeg Donald.
Fredda dacht even na. Eigenlijk zou ze Alvar moeten oproepen om het met hem te bespreken. Het probleem was dat ze niet wist waar hij was. Hij had het haar niet verteld. Als ze wilde, zou ze hem ongetwijfeld vinden. Waarschijnlijk zou ze het alleen aan Donald hoeven te vragen. Die zou het weten, of kon er in elk geval achter komen. Maar ze had vaag de indruk dat Alvar alleen wilde zijn. En Donald was naar haar toe gekomen, niet naar Alvar. Dat wees er sterk op dat Donald geen contact met Alvar wilde opnemen. Had Alvar expliciete bevelen bij Donald achtergelaten? Of werkte Donald volgens bepaalde indirecte bevelen? Zou ze hem met een nadrukkelijk commando zover krijgen dat hij dat bevel negeerde en haar hielp contact met haar echtgenoot op te nemen? Of wist hij waar Alvar was, maar wilde hij zijn meester gewoon tegen politieke schade beschermen door Fredda met het probleem op te zadelen?
Verdomme! De situatie was al zorgwekkend genoeg zonder dat ze zich in allerlei bochten moest wringen vanwege indirecte commando's en hypothetische Eerste Wet-kwesties.
Zo ver was Fredda met haar redenatie, toen Donald zei: 'Pardon, doctor Leving, maar er komt een oproep voor u binnen van de Hades News Reporting Service.'
'Voor mij?' Waarom zouden ze in duivelsnaam mij bellen? Tenzij ze al hadden geprobeerd Alvar te bereiken. Of misschien... 'Ach, wat kan mij het schelen,' zei ze hardop, en ze stond op. Ze was te moe voor nog meer raadspelletjes. 'Alleen audio. Ik moet er vreselijk uitzien. Verbind het gesprek door naar het commpaneel in de slaapkamer, Donald. En neem het ook maar op.' Ze begon heen en weer te benen, als uitlaatklep voor haar spanningen.
'Ja, mevrouw,' zei Donald. 'De beller kan u... nu horen.'
Verstandig van Donald om het gesprek op die manier door te verbinden. Meer dan eens gebeurde het dat mensen zich voor gek zetten door tegen een audiobeller te praten die er niet was, of, erger nog, indiscrete uitspraken deden zonder te weten dat de beller al was doorverbonden. 'Met Fredda Leving,' zei ze tegen de lucht. 'Met wie spreek ik?'
'Goedenavond, doctor Leving.' In de kamer klonk een heel gladde, professionele, mannelijke stem. 'Ik ben Hilyar Lews, Hades News Reporting.'
Fredda had de man op televisie gezien en gehoord, en ze mocht hem niet. Bovendien ergerde het haar dat iemand om deze tijd van de nacht zo gladjes en beschaafd kon klinken. 'Zei u goedenavond?' vroeg Fredda. 'Zou goedemorgen niet correcter zijn, meneer Lews? En mag ik daaraan toevoegen dat het gebruikelijk is je te verontschuldigen als je iemand om deze tijd belt,' zei ze, hopend de man van zijn à propos te brengen.
'Eh, ja, mevrouw. Mijn excuses.' Aan de klank van zijn stem was duidelijk te horen dat hij precies wist hoe onbenullig hij klonk. Mooi zo.
'Nou, nu u me wakker hebt gemaakt, meneer Lews, kunt u me misschien zeggen waarom u me hebt gebeld. Of was u gewoon uit op een gezellig gesprek?' Ze moest de knaap zo neerbuigend mogelijk behandelen.
'Eh, nee, mevrouw. Het gaat om een ernstige zaak. We hebben geprobeerd de gouverneur te spreken te krijgen over de beschuldigingen die door Inferno Networks News zijn gedaan. Eh... hebt u het nieuws op IN gehoord?'
'Inderdaad,' zei Fredda. 'En ik spreek namens mijn man, zonder dat ik hem om deze tijd hoef te storen. Er heeft absoluut geen poging tot een staatsgreep plaatsgevonden. De regering is geen enkel moment in gevaar geweest.'
'Maar hoe zit het dan met...'
'Ik kan geen commentaar geven op de details van een onderzoek dat nog aan de gang is.' Fredda negeerde volkomen wat Lews had willen vragen en was blij dat ze een dergelijke uitspraak zomaar bij de hand had.
'Goed, mevrouw. Maar hoe zit het met die komeet? Zit er een kern van waarheid in dat verhaal? Het lijkt me te fantastisch om zomaar uit de lucht gegrepen te zijn.'
Fredda stond stil en ging op de rand van het bed zitten. Waarom moest een crisis in duivelsnaam altijd midden in de nacht toeslaan, als ze sliep? Ze was nauwelijks wakker, maar ze moest nadenken, en snel ook Het had geen zin het verhaal te ontkennen. Het was per slot van rekening waar en het zou toch binnen niet al te lange tijd opnieuw uitlekken. Maar ze kon het ook niet zomaar bevestigen. Ze had geen idee hoe groot de kans was dat het komeetplan zou worden uitgevoerd. Alvar was ergens heen gegaan om het te bestuderen. Stel dat hij intussen had geconcludeerd dat het uiteindelijk toch waanzin was? Ze mocht hem niet belasteren. Maar ze kon het ook niet afwimpelen met een bot 'geen commentaar'. Dan zou de geruchtenmolen alleen maar nog harder gaan draaien.
Kortom, met alles wat ze zei, zou ze ernstige schade kunnen aanrichten. Ze had dit telefoontje nooit moeten aannemen. Maar het was nu te laat. Ze zou iets moeten zeggen. Ze haalde diep adem en sprak langzaam en behoedzaam. 'Er is een komeet,' zei ze. 'De gouverneur is op de hoogte van... studies... die van de komeet zijn gemaakt.' Plotseling kreeg Fredda een idee. Ze kon iets zeggen wat volkomen waar was, en toch geheel misleidend. Iets wat de geruchten lang genoeg zou temperen om wat tijd te winnen. 'Ik ken niet alle details, maar ik geloof dat het project iets met operatie Sneeuwbal te maken heeft. Ik neem aan dat u Sneeuwbal kent?'
'Eh, ja, zo'n beetje, mevrouw.' Er volgde een vrij lange stilte. Vermoedelijkzocht Lews Sneeuwbal in een soort informatiesysteem op. Fredda glimlachte. Het was haar volkomen duidelijk dat Lews helemaal niet zo glad en goed voorbereid was als hij zich had voorgedaan. Dat was ook mooi. 'Het is een project om ijs van kometen te delven en in de atmosfeer te laten vallen,' zei Lews met een stem die duidelijk maakte dat hij de tekst van een scherm oplas.
'Precies. Ze laten een komeet met een paar kilogram tegelijk op de planeet neerkomen. Sneeuwbal is al een tijdje aan de gang en het is het enige officieel goedkeurde project dat iets met kometen te maken heeft, voor zover ik weet.' Die uitspraak was waar, zij het uiterst misleidend. Het plan met komeet Grieg was tenslotte niet goedgekeurd. 'Ik neem aan dat ik daarmee uw vraag heb beantwoord, meneer Lews?'
'Ja, dat denk ik wel,' antwoordde Lews.
Je denkt maar wat je wilt, dacht Fredda. Zolang ik mijn sporen maar voldoende heb uitgewist om jou te misleiden. 'In dat geval ga ik nu weer naar bed. Goedenavond, of -morgen, meneer Lews.' Fredda maakt een gebaar naar Donald of ze haar keel doorsneed, waarna hij de verbinding verbrak. 'Ik hoop dat ik het zo goed heb gedaan,' zei ze meer tegen zichzelf dan tegen Donald. 'Zorg ervoor dat een kopie van de oorspronkelijke uitzending en een kopie van dat gesprek in de mailbox van de gouverneur terechtkomen. Als hij terugkomt, zal hij moeten weten wat er aan de hand is.'
'Ik heb al kopieën in zijn mailbox achtergelaten, doctor.'
'Uitstekend.' Fredda liet zich achterover op het bed vallen, met haar voeten nog over de rand bungelend. Dat had geen zin. Het was onnodig om in deze ongemakkelijke houding weg te doezelen, terwijl het zo eenvoudig was om weer onder de dekens te kruipen. Ze stond op, liep om het bed heen en kroop erin, zich afvragend of er iets op tegen was lekker weg te kruipen. Het zou haar niet verbazen als ze de slaap niet zou kunnen vatten. Ze had genoeg aan haar hoofd om haar de rest van de nacht naar het plafond te laten staren. Waar was Alvar? Wat was hij met de komeet van plan? Had ze het goed gedaan, of had ze het er alleen maar erger op gemaakt? Dat kon ze nu nog niet weten. Pas als het te laat was.
Dat was de rode draad in alles wat er de afgelopen dagen was gebeurd. Ze gaapte, sloot haar ogen, rolde op haar zij en deed moedig een poging in slaap te vallen.
Fredda Leving sloeg haar ogen weer open en zag Donald opnieuw op haar neerkijken.
'Neemt u me niet kwalijk, doctor Leving, maar er is een dringende oproep voor u. De pseudo-robot Caliban zegt dat hij u onmiddellijk moet spreken.'
Fredda zuchtte. Ze wist dat ze het gesprek moest aannemen, en dat Caliban haar alleen belde als het echt belangrijk was. Maar op deze manier werd het een lange nacht. 'Hoe laat is het nu?' vroeg ze.
'Het is 0429 uur,' zei Donald.
'Niet te geloven,' mompelde ze. 'Goed, op de slaapkamercomm maar weer. Alleen audio.' Misschien zou het haar niets moeten uitmaken hoe ze er voor een robot uitzag, maar dat deed het toch.
'Goed, doctor Leving. Caliban kan u... nu horen.'
'Caliban, hallo,' zei Fredda, die haar best deed niet te gapen. 'Wat is er?'
'Doctor Leving, neemt u me alstublieft niet kwalijk dat ik u op dit uur stoor, maar ik vond het belangrijk iets met u te bespreken. Prospero en ik vertrekken nu uit de stad en zijn op weg naar Depot. We hebben via onze eigen bronnen vernomen wat onze stad wellicht te wachten staat.'
Fredda knipperde verbaasd met haar ogen. Ze had altijd geweten dat Caliban en de nieuwwetrobots goede inlichtingenbronnen hadden, maar niet dat ze zó goed waren. En dan de manier waarop Caliban zich uitdrukte. De nieuwe stad 'te wachten staat'. Een subtiele woordspeling die heel weinig zei voor iemand die niet wist wat er aan de hand was. Voor haar betekende het dat Caliban behoedzaam was en van haar verwachtte dat ze dat ook zou zijn. Was hij bang te worden afgeluisterd, dat er bemoeizuchtige robots op de loer lagen, op zoek naar bepaalde trefwoorden? Of ging hij er gewoon vanuit dat Alvar aanwezig was en kon meeluisteren? 'Dat is verstandig van je,' zei ze. 'De zaken ontwikkelen zich heel snel en ik denk niet dat ze gemakkelijk in de hand te houden zijn.'
'Dat ben ik met u eens,' zei Caliban. 'We moeten meteen aan de slag om onze burgers voor te bereiden op de komende gebeurtenissen. Misschien dat we onze vrienden om hulp zullen vragen.'
'Je kunt mij altijd vragen,' zei Fredda. 'Ik zal doen wat ik kan.' Ze aarzelde even. Het was tenslotte een nogal radicale belofte. Waarschijnlijk zou heel Utopia moeten worden geëvacueerd, en dat zou de transport- en andere middelen onder enorme druk zetten. Slechts weinig mensen zouden zich erom bekommeren of de nieuwwetrobots wel een eerlijk deel aan hulp kregen. 'Maar er zullen waarschijnlijk grenzen zijn, zeer strakke grenzen, aan wat ik kan doen.'
'Dat begrijp ik,' zei Caliban. 'We hebben er altijd alleen voor gestaan. Maar zelfs bijkomende hulp zou van wezenlijk belang kunnen zijn.'
Fredda voelde zich schuldig. Het was al erg genoeg als je zo weinig voor je eigen scheppingen kon doen. Des te erger als ze nog minder van je verwachtten. 'Neem contact met me op wanneer jullie er zijn,' zei ze. 'Laat me weten wat jullie nodig hebben, dan zal ik mijn uiterste best doen ervoor te zorgen.'
Even bleef het stil op de lijn. 'Wat we nodig hebben,' zei Caliban, 'is een plek waar we met rust worden gelaten. We dachten die te hebben, tot nu toe. Caliban uit.'
De verbinding werd verbroken en Fredda vervloekte zichzelf. Fel en langdurig. Het deugde niet. Ze had er niet om gevraagd, zelfs niet overwogen, te worden opgezadeld met de last van de verplichtingen die ze zichzelf had opgelegd toen ze de nieuwwetrobots had ontworpen. Ze was de driewetrobots die ze had gebouwd niets verschuldigd. Maar Caliban en de nieuwwetrobots was ze iets verplicht, eenvoudigweg vanwege het feit dat ze hen had ontworpen.
Misschien was dat het verschil tussen het scheppen van een ras van gewillige slaven en een ras van wezens dat vrij wilde zijn.
Fredda kroop weer in bed. Verdomme, zo viel ze nooit in slaap.
De eerste tekenen van de dageraad waren een fluistering in de lucht ten oosten van Hades, toen Caliban, Prospero en Fiyle in Prospero's luchtwagen uit een van de tunnels van de stad naar buiten kwamen. Fiyle was duidelijk uitgeput en gaapte onophoudelijk. Hij was de hele nacht op geweest en Prospero had al die tijd geprobeerd de kleinste brokjes informatie die hij misschien over de komeetplannen had, uit hem te persen.
Caliban bekeek de man met iets wat veel op sympathie leek. Misschien was Fiyle weinig beter dan een overloper die zichzelf aan alles en iedereen verkocht, maar toch bezat de man een zweem van eergevoel. Iets in hem had grenzen gesteld aan zijn onbeduidende verraad en het kopen en verkopen van vertrouwen. Iets had het overleven van de nieuwwetrobots boven de verlokkingen van het geld geplaatst. Dat moest je respecteren, zelfs bij deze verachtelijke man.
En die drang tot fatsoen had Norlan Fiyle ten slotte in gevaar gebracht. Dat betekende dat hij maar het beste snel kon maken dat hij de stad uit kwam. En het was duidelijk dat de twee robots hun eigen redenen hadden om te gaan. Ze moesten Walhalla waarschuwen.
Caliban keek van Fiyle naar Prospero, en toen naar de stad zelf. Hij nam afscheid van Hades, maar niet met al te veel spijt. Misschien zou hij eens naar de stad terugkeren, maar alles gebeurde te snel. Iets in hem zei dat de stad die hij hier vandaag zag, binnenkort onherkenbaar zou veranderen, zelfs al bleven de gebouwen en straten dezelfde. Want de levens van de mensen zouden volkomen veranderd zijn en de wereld rondom de stad zou een nieuwe zijn.
Tenzij, natuurlijk, de stad, de mensen en de wereld gewoon werden platgewalst. Totale vernietiging was ook een vorm van verandering.
De luchtwagen steeg op naar de hemel, en koerste op de dageraad af.
Alvar Kresh schakelde de verbinding met zijn mailbox uit en verbaasde zich over zijn gevoel van opluchting. Hij zat aan de console voor Dom en Dee, en het leek alsof hij daar enkele jaren had gezeten, in plaats van slechts het grootste deel van de nacht en de ochtend. Hij probeerde over de situatie na te denken. Het afgelopen half uur was de dagploeg van het terravormingscentrum binnen komen druppelen en iedereen was uiterst verbaasd gouverneur Kresh achter de knoppen aan te treffen. Kresh besteedde zo min mogelijk aandacht aan hen. Doctor Soggdon was ook nog steeds in het centrum aanwezig, al begreep Kresh niet precies waarom. Misschien hield een gevoel van plichtsbesef haar hier, om de eer van Eenheid Dee tegen de buitenstaander te beschermen. Als dat zo was, deed ze haar werk niet erg effectief. Ze zat achter haar bureau, haar hoofd steunde op haar over elkaar gevouwen armen, en ze verkeerde in diepe rust.
Kresh richtte zijn aandacht weer op het nieuws dat hij zojuist had ontvangen. De mensen die probeerden het komeetplan om zeep te helpen, hadden hem een grote dienst bewezen, al wisten ze dat nog niet. Kresh had met angst en beven het moment tegemoet gezien waarop hij de wereld uiteindelijk van het komeetproject op de hoogte zou moeten stellen. Vroeg of laat zou Inferno het moeten weten, maar hij had genoeg te doen om ook nog eens de onvermijdelijke publieke onrust de kop in te moeten drukken.
Door de informatie te laten uitlekken, had de oppositie Kresh ontslagen van de noodzaak zich voor de camera's en de journalisten te begeven. En Fredda had precies op de goede manier gereageerd en het publiek gekalmeerd zonder het verhaal echt te ontkennen. De ruimte zij dank dat hij niet thuis was geweest om dat gesprek zelf aan te nemen.
Toen hij gouverneur werd, had Kresh meteen alle kantoren opgedoekt die vol zaten gepakt met perswoordvoerders, verbindingsofficieren en allerlei andere mensen met functies die bedoeld waren journalisten een flink eind uit de buurt van de gouverneur te houden. Hij had de pers juist vrijwel onbeperkte toegang tot hem gegeven. Vaak genoeg had hij spijt gehad van die politiek en nu dankte hij het lot dat hij de pers vandaag had kunnen ontlopen. Het was misschien geen slecht idee hier te blijven, zich een tijdje onbereikbaar te houden en zo min mogelijk direct contact met de buitenwereld te onderhouden. Hier kon hij zijn aandacht op het project zelf richten. Als hij terug naar Hades ging, was het onvermijdelijk dat hij meer over het project zou moeten praten dan er daadwerkelijk mee bezig te zijn.
Goed, nu wist de wereld van de komeet, en hij was niet degene geweest die het nieuws bekend had gemaakt. Des te beter. Maar nu was er een ander probleem. Het meest logische was, dat hij de openbare discussie erover in banen zou leiden naar een punt waarop hij het bestaan van het komeetplan zou bevestigen aan een bevolking die bereid was het idee te aanvaarden. Maar hoe kon hij dat in duivelsnaam doen als hij gedwongen werd te bekennen - hoe belachelijk het ook zou klinken - dat ze de komeet waren kwijtgeraakt?
De beste oplossing voor dat probleem was natuurlijk de komeet zo snel mogelijk terug te vinden. Maar voorlopig had Kresh al het mogelijke gedaan. Soms bestond het werk van een leider er slechts uit dingen in beweging te zetten en op anderen te vertrouwen dat die verder werden uitgevoerd. In dit geval kon hij zich niet terugtrekken en moest hij aan andere punten van het project blijven werken, en wel ervan uitgaande dat ze de komeet op tijd zouden vinden. Weer aan de slag, zei hij tegen zichzelf.
'Ben je er nog, Dee?' vroeg Kresh.
'Ja, meneer. Ik ben er,' antwoordde Eenheid Dee. 'Zat er iets interessants in uw mailbox?'
'Nogal,' zei hij. 'Maar niets waar jij je druk over hoeft te maken. Ik heb een nieuwe opdracht voor je.'
'Ik ben u graag verder van dienst.'
'Goed,' zei Kresh met een opzettelijk bruusk klinkende stem. Hij had iets tegen de hoffelijke manieren van een robot die hem op zijn zenuwen werkte. 'Mijn privé-robot, Donald in, werkt aan de voorlopige voorbereidingen voor de komeetinslag. Beveiligingsplannen, evacuatieplannen, dergelijke dingen. Ik wil contact met hem opnemen en hem die opdracht aan jou laten overdragen. Jij bent duidelijk beter geschikt dat te doen, dan hij. Ik had de opdracht al meteen aan jou moeten geven. Geef mijn bevel daartoe door en draag Donald vervolgens op zo snel mogelijk naar mij toe te komen, zonder mijn verblijfplaats te onthullen.'
'Ik zal meteen contact met hem opnemen,' zei Dee.
'Goed,' zei Kresh. 'Ik ga even naar buiten om een hap frisse lucht te nemen. Als ik terug ben, gaan we aan de slag om het doelgebied voor de inslagen nader te bepalen.'
'Ik denk niet dat we nog veel kunnen doen met de uiterst ruwe gegevens die we van doctor Lentrall hebben ontvangen.'
'Dat moet,' zei Kresh. 'We kunnen in elk geval een aantal scenario's en onvoorziene gebeurtenissen doornemen, zodat we beter zijn voorbereid wanneer het zover is. We zullen een paar honderd ruwe, mogelijke banen uitwerken, waarna we Eenheid Dom iets te doen kunnen geven.'
Dee reageerde niet op het kleine grapje, maar sprak met haar gebruikelijke hoffelijke beschaafdheid: 'Heel goed, meneer. Ik ga door met mijn andere taken terwijl ik op uw terugkeer wacht.'
'Ik ben er zo weer,' zei Kresh, en hij stond op. Hij rekte zich uit, gaapte, en negeerde de starende blikken van het personeel in het centrum, toen hij met zijn handen over zijn vermoeide gezicht streek. Laat hen zich maar afvragen wat hun gouverneur hier doet. Alvar liep de enorme, gepantserde deur van kamer 103 door, de gang van het terravormingscentrum in en de dubbele deuren door naar buiten, de ochtend in.
Het was lang geleden dat hij de hele nacht had doorgewerkt. Hij was bijna uitgeput, maar na een nacht hard werken de ochtend in te gaan, dat had iets versterkends. Op de een of andere manier meende Kresh de schoonheid van de ochtend te hebben verdiend na een hele tijd in duisternis te hebben gewerkt.
Het was gestopt met regenen en de wereld was fris, helder en schoongeboend. De lucht was helderblauw en keurig bespikkeld met witte wolken, die scherp afstaken tegen de donkere, azuurblauwe hemel. Ze rook zoet en lekker. Alvar Kresh keek naar het westen, in de richting van de winterresidentie van de gouverneur. Hij herinnerde zich een andere ochtend als deze, waarop alles fris en helder was geweest en al het goede mogelijk. Een ochtend die hij met Fredda had doorgebracht, vlak nadat hij het ambt van gouverneur had geaccepteerd. Die ochtend was een goed voorteken geweest. Misschien gold dat ook voor deze ochtend.
En misschien werd het tijd om naar de winterresidentie te verhuizen. Dan kon hij op het eiland blijven. Hoe meer hij erover nadacht, hoe beter het hem leek zich voorlopig buiten de publiciteit te houden. Maar dat kon wachten. Hij liep naar zijn luchtwagen, die midden op een parkeerterrein was geland dat nu half vol met luchtwagens stond. Oberon zag hem door het raam van de cockpit en de deur van het voertuig zwaaide al open toen hij erheen liep. Kresh ging aan boord, waarna Oberon hem tegemoet kwam.
'Gaan we naar huis, meneer?' vroeg Oberon met zijn trage, zwaarwichtig klinkende stem.
'Jij wel, maar ik niet. Vlieg met de luchtwagen terug en doe mijn vrouw de groeten. Zeg haar dat ik de opnamen heb gehoord en dat ze de situatie precies goed heeft ingeschat. Zeg haar waar ik ben en dat ze me hier kan bereiken, als ze dat wil, maar alleen als het haar lukt het onopgemerkt te doen. Ik stel prijs op haar mening. Je moet haar duidelijk maken dat ik mijn verblijfplaats voorlopig zo goed mogelijk geheim wil houden. Ik heb tijd nodig om na te denken en te werken, zonder dat de wereld me aan mijn mouw trekt.'
'En de mensen die hier werken, meneer?' vroeg Oberon. 'Zij weten waar u bent.'
'Dat is waar, en vroeg of laat zal iemand zijn mond opendoen. Met een beetje geluk zo laat mogelijk. Maar zorg ervoor dat jij niet degene bent die zijn mond opendoet. Vlieg langs een andere route terug, zodat het lijkt dat je ergens anders vandaan naar Hades vliegt.'
'Goed, meneer. Als er verder niets is, zal ik nu meteen vertrekken.'
'Verder is er niets,' zei Kresh. 'Ga nu.' Hij draaide zich om en stapte het luik uit, waarna hij naar het gebouw terugliep en Oberon de ruimte gaf op te stijgen. Binnen enkele seconden vertrok de luchtwagen. Langzaam en soepel steeg hij op. Kresh was alleen, of hij kon althans doen alsof hij alleen was. Hij was tenslotte de gouverneur. Hij kon elk vervoermiddel of communicatiemiddel oproepen, wanneer hij wilde. Maar zonder de luchtwagen hier voor de deur, was hij net dat kleine beetje meer afgesneden, net dat kleine beetje meer geïsoleerd.
Hij had weinig tijd.
Beschikte hij maar over de baan en de coördinaten van de komeet, dan zou alles misschien toch nog op zijn pootjes terechtkomen. Misschien.