15 Antwoorden

 

Het was stil in de zaal.

Te stil.

Dat vond Steven Argent tenminste, al hield hij zijn gedachten voor zich, zoals gewoonlijk.

'Ik vraag u allen plaats te nemen aan de tafel, mijne heren,' sprak Pirojil. 'Er volgt straks nog een verzoek, en ik vraag of iedereen naar mij wil luisteren.'

'Als je iets weet, hou dan op met dat gedraal en zeg wat je te zeggen hebt,' snauwde Viztria, met een snelle stap in Pirojils richting.

Steven Argent ging voor de baron staan. 'Ik denk, baron Viztria, dat het het verstandigst is om allemaal te doen waar kapitein Pirojil om verzoekt - al was het alleen maar omdat zijn verzoek momenteel mijn bevel is, en zolang graaf Vandros nog niet terug is, is mijn wil wet in dit kasteel.'

Viztria keek alsof hij iets terug wilde zeggen, en Steven Argent had nog niet besloten hoe hij daarmee om zou gaan, maar zover kwam het niet, want het mannetje met het spitse gezicht hield zijn mond en ging zitten.

Het enige wat de stilte verbrak, was het knetteren van de houtblokken in de haard en het schuiven van de stoelen waarop de verzamelde edellieden plaats namen aan de lange tafel, zoals Pirojil had gevraagd.  

Steven Argent keek van de een naar de ander, zichzelf in stilte bespottend om het idee dat er misschien bij een van hen een teken van schuld te bespeuren viel.  

Pirojil nam plaats aan het hoofd van de tafel en beduidde de zwaardmeester de stoel rechts van hem te nemen. Baron Langahan schoof al links van Pirojil aan, maar die schudde zijn lelijke hoofd. 'Ik heb liever dat u wat verderop zit, mijn heer. Als u het niet erg vindt.'  

Behalve Pirojil en de edellieden was er verder niemand in de ridderzaal. Zijn metgezellen waren elders - daar was Pirojil vaag over geweest - en de dwerg en de huurling met de waterige ogen die door Pirojil waren geronseld, bevonden zich in de kerker bij de kapiteins en de soldaten van de wacht van het kasteel zelf. Alleen de schildwachten op de muren had hij op hun post gelaten. Zelfs de bedienden waren naar de keukens gestuurd, en de huisknecht had de opdracht om hen daar te houden tot ze werden geroepen.  

Steven Argent wist niet precies wat Pirojil van plan was, maar wat het ook was, het leek hem het beste dat er buiten deze zaal geen woord van bekend raakte tot hij de kans had gekregen om te besluiten wat er moest worden gezegd, en tegen wie.

'Het volgende onderwerp ... ' Pirojil wendde zich tot Steven Argent. 'Zwaardmeester, als u zo vriendelijk wilt zijn, trek uw zwaard, alstublieft. Ik vrees dat er een poging kan worden ondernomen om mij te onderbreken, en ik vertrouw op uw gezag en uw vaardigheden om te besluiten of dat kan worden getolereerd en hoe ermee om te gaan.'  

'Het is vast -' begon Viztria, maar Steven Argent onderbrak hem.

'Het is vast duidelijk voor iedereen dat ik in staat ben om met alle vormen van onderbreking om te gaan.' Hij stond op en trok zijn rapier. 'En als iemand zo dom is om uit zijn stoel te komen en kapitein Pirojil te belagen, zal ik hem ook vast wel hebben neergemaaid voordat hij drie stappen heeft kunnen nemen.'

'Interessante woordkeuze, "neermaaien",' zei Pirojil. 'Niet zo makkelijk te doen met een rapier - al heb ik nooit een beter zwaardvechter gezien dan u, zwaardmeester, en ik twijfel er niet aan dat u iedereen in deze zaal aan uw kling kunt rijgen voordat hij één stap heeft kunnen zetten.'  

Argent knikte bevestigend.

'Dank u, zwaardmeester.' Hij richtte zich weer tot de verzamelde baronnen. 'We zitten hier nog wel even, en ik had graag dat iedereen het zich gemakkelijk maakt, al geloof ik dat één van de aanwezigen niet erg op zijn gemak zal zitten, en om die reden zou ik me een stuk gemakkelijker voelen als ieder van u zijn zwaardriem afdoet en voor u op de tafel legt. Nu meteen, als u het goed vindt - en als u het niet goed vindt ook.'  

Enkele baronnen keken naar Steven Argent, maar de meesten waren hun gordels al aan het losgespen, en een paar tellen later lagen er twaalf zwaardriemen op het ruwe blad van de oude eikenhouten tafel.

'Dank u,' zei Pirojil. 'Ik heb wat tijd nodig voor mijn verhaal - u zult al gauw begrijpen waarom - en het gaat allemaal een stuk vlotter als ik niet wordt onderbroken, hoewel uiteraard de zwaardmeester hier de leiding heeft en ik mijn voordracht houd met zijn toestemming.'

Even zweeg hij. 'Laten we beginnen aan het eind en vervolgens een sprong maken naar het begin. Het eind: afgelopen nacht, de moord op baron Morray en vrouwe Mondegreen. Het begin: iets meer dan een week geleden, na enkele merkwaardige ongelukken waarin een argwanend man een reeks mislukte moordaanslagen kon zien. Graaf Vandros van LaReu stelde drie huurlingen aan - ikzelf en mijn oude metgezellen Durine en Kethol - om te waken over de veiligheid van baron Morray. Hetgeen we deden, zonder dat er iets ongebruikelijks gebeurde - met uitzondering van de hinderlaag in Mondegreen. Ik denk dat de vermoedens van kwade opzet op zich niet onjuist waren, maar de kwade opzet bleek in dit geval niet veel gevolgen te hebben. In de oorlog heeft baron Morray veel tijd in LaReu doorgebracht, en het lijkt me dat iemand die uit was op zijn dood hem al lang zou kunnen hebben vermoord. Ik geloof niet in een samenzwering tegen de baron. Wat die zogenaamde mislukte aanslagen betreft: een bloempot die uit een raam valt, dat kan zijn veroorzaakt door de wind; ijs op de trap, dat is niet ongewoon in de winter; het doorslijten van zijn zadelriem evenmin - net als een Tsuranese hinderlaag. Derhalve is mijn conclusie dat de hinderlaag er niets mee te maken had en dat de ongelukken, wel, slechts ongelukken waren. Die dingen gebeuren nu eenmaal. Hoewel de ongelukken, en de vermoedens die ze opriepen, kennelijk wel iemand op een idee brachten. Iemand die erg slim en erg snel is.'  

'Hou toch op, man. Als je iets te zeggen hebt, doe dat dan gewoon.' Met bleke lippen boog Verheyen zich naar voren. .

Voordat Steven Argent iets kon zeggen, knikte Pirojil. 'O, ik heb een heleboel te zeggen, mijn heer, en daar kom ik vanzelf aan toe als ik niet wordt onderbroken. Hoe het ook zij, in deze zaal wemelt het van de slimme mensen, van wie er velen iets opschieten met de dood van baron Morray.' Hij keek naar baron Folson. 'Zoals u, mijn heer, bijvoorbeeld. Een van uw kapiteins - kapitein Ben Kelly is geloof ik in uw dienst? -vindt dat u het heel goed zou doen als Graaf van LaReu, als graaf Vandros hertog wordt, en totdat baron Morray en baron Verheyen gisteravond vrede sloten, zat er nog steeds een kans voor u in.' Hij hief een hand op om een eventueel protest te smoren, hoewel Folson gewoon bleef zitten, zonder iets te zeggen. 'Hetgeen ook opgaat voor baron Benteen en de andere plaatselijke landbaronnen, van wie een ieder, naar ik veronderstel, vindt dat zijn edele achterste de zetel van de graaf goed zou sieren - en in veel gevallen misschien met goede reden.'  

'Dat maakt van mij nog geen moordenaar,' wierp Benteen tegen.

'Nee, mijn heer, natuurlijk niet. Het kan u echter wel maken tot de begunstigde van een moord, en waar veel van de aanwezigen een reden voor moord hadden zonder dat in daden om te zetten, lijkt het mij niet onredelijk om te stellen dat de moordenaar zeker zijn reden had en niet zomaar midden in de nacht wakker werd en besloot een paar kelen af te snijden omdat hij daar toevallig zin in had. Als ik verder kan gaan?'  

Toen niemand bezwaar maakte, vervolgde Pirojil: 'Baron Verheyen lijkt de enige der plaatselijke baronnen die geen motief heeft - althans, niet meer. Zoals we allen weten, hebben baron Morray en hij tenslotte gisteravond een schikking getroffen, en ik persoonlijk denk dat baron Morray een man van zijn woord was en zijn gewezen vijand zijn volledige steun zou hebben verleend, zoals hij had gezworen.'  

Verheyen leunde achterover in zijn stoel en knikte. 'Ja, hij hield zich altijd aan zijn woord, en dat zal niemand in twijfel trekken.'

Pirojil glimlachte. 'Hetgeen u wellicht eerder uit eigenbelang zegt dan uit edelmoedigheid, mijn heer. Want als u dacht dat baron Morray de graaf iets anders in het oor zou fluisteren dan wat hij in het openbaar verkondigde ... wel, dan zou dat u in een wat lastig parket brengen, mijn heer. En als u wellicht dacht dat vrouwe Mondegreen haar toekomstige echtgenoot een betere keus vond -laten we alstublieft niet verzwijgen dat het háár bed was waarin de baron dood werd aangetroffen - dan zou ze haar zeer aanzienlijke overredingskracht misschien hebben uitgeoefend op graaf Vandros, en niet in uw voordeel.' Hij tuitte even de lippen. 'Ik denk dat we het er allemaal wel over eens kunnen zijn dat vrouwe Mondegreen uiterst overtuigend kon zijn.'  

Steven Argent hoopte dat zijn oren er niet zo roodgloeiend uitzagen als ze aanvoelden, maar gelukkig waren alle ogen op Pirojil gericht en niet op hem.

'Laten we u daarom nog niet buiten beschouwing laten, mijn heer Verheyen, terwijl we ons wenden tot de hofbaronnen, de heren Viztria en Langahan. Of zullen we eerst de zwaardmeester behandelen?' Hij knikte en wendde zich tot Steven Argent. 'Laten we dat maar doen. U kent allen de geruchten dat Steven Argent een verhouding met vrouwe Mondegreen had, en ik zal de zwaardmeester niet in verlegenheid brengen door te vragen of die geruchten juist waren. Een ontkenning wordt mogelijk niet geloofd, gezien de omstandigheden, aangezien we van een moordenaar kunnen verwachten dat hij liegt, en een bevestiging zou alleen maar gênant voor hem zijn. Naar ik heb begrepen, spreekt een heer niet over dergelijke zaken.'  

'Als jij gelooft dat de zwaardmeester het heeft gedaan, ben je behalve een pretentieuze kluns ook nog eens een grote idioot,' gniffelde Viztria. 'Als jij denkt dat Steven Argent de moordenaar is, ben je een ezel om hem als enige in de zaal zijn wapen te laten houden.'

Pirojil haalde zijn schouders op. 'Of anders daag ik hem uit mij aan te vallen om daarmee zijn schuld te bewijzen. Ik ben heel goed tot dat soort listigheid in staat, en dat hij als enige in de zaal een wapen heeft, is volgens mij niet waar.'

Waar het vandaan kwam, kon Steven Argent niet zeggen, maar plotseling hield Pirojil een mes in zijn handen, en zo te zien was het een werpmes.  

'Maar hoe dan ook,' zei hij, naar het mes kijkend terwijl hij met de punt zijn duimnagel schoonmaakte, 'laten we ons daar niet door afleiden en ons wenden tot de baronnen Viztria en Langahan, die alle reden hebben om alle baronnen in LaReu in diskrediet te brengen - en de graaf zelf ook, overigens - ter bevordering van de invloed en het gezag van de onderkoning, Gys van Bas- Tyra, ten koste van de Hertog van Yabon, die in de ogen van de onderkoning veel te nauwe betrekkingen onderhoudt met hertog Borric van Schreiborg, met wie Gys van Bas-Tyra, zoals bekend, op niet al te beste voet staat. Als een van graaf Vandros' baronnen wordt vermoord door een andere baron, onder zijn eigen dak, en de moordenaar wordt nooit achterhaald, zegt dat dan niet dat hij niet bekwaam genoeg is om hertog te worden, ongeacht met wie hij trouwt? Het is niet ongekend dat een hertog een onbekwaam baron uit zijn ambt ontzet, en al weet ik dat een prins of diens onderkoning niet zal staan te trappelen om een hertog af te zetten, het is bij lange na niet uitgesloten dat Gys van Bas-Tyra verbiedt dat graaf Vandros van LaReu ooit hertog Vandros van Yabon zal worden, als een van zijn ondergeschikte baronnen ongestraft een moord heeft kunnen plegen, wel?'

Langahans gezicht verried niets. 'Op een later tijdstip, kapitein Pirojil, vinden u en ik misschien een gelegenheid om wat na te praten over uw gebrek aan respect voor de onderkoning, die iets dergelijks nimmer zou goedkeuren.'  

Pirojil haalde zijn schouders op, met zijn blik nog altijd gericht op de punt van zijn mes, waarmee hij een voor een zijn vingers afwerkte. 'Misschien niet. Als hij ervan wist. Maar hij zou wel een heel vreemd heerser zijn als hij een dergelijke gelegenheid niet aangreep, toch?' Hij haalde even zijn neus op. 'Zo. Dus we weten dat iedereen in deze zaal minstens één reden heeft om te vinden dat hij beter af is met de dood van baron Morray. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de mogelijkheid dat vrouwe Mondegreen het beoogde slachtoffer was, omdat een van haar minnaars - als ze inderdaad andere minnaars had -tot de slotsom was gekomen dat hij haar liever dood zag dan warm en levend in andermans bed, hè?'  

Argent zei niets, deed niets.

Ja, zijn verhouding met Carla had intense ogenblikken gekend, maar hij had altijd geweten dat hij niet de enige was, en hoe dierbaar ze hem ook was, hij had geen reden tot wrok omdat zij voor Morray had gekozen, zoals hij van te voren al had geweten. Hij was er niet eens zo zeker van geweest dat hun relatie wel zou zijn opgehouden wanneer ze trouwde met Morray. Carla Mondegreen had een bijzonder oosterse visie op het huwelijk als zijnde eerder een richtsnoer dan een beperking.  

En ook al had hij haar moeten missen, ook al had hij nooit meer haar parfum geroken terwijl ze in zijn armen lag, ook al werd hij geplaagd door het beeld van haar in het bed van een andere man (wat niet zo was), zou hij haar daarom hebben vermoord?

Nooit.

'Laten we daarom verder gaan en stilstaan bij de gelegenheidsvraag: stelt u zich het hypothetische geval voor dat het de zwaardmeester zelf was die besloot hen beiden te vermoorden en die vanuit zijn verblijf in het Arendsnest naar beneden sloop, met een mes verborgen op zijn persoon en moordlust in zijn hart. Het zou toch wel een vreemd toeval zijn als hij de schildwacht slapend aantrof, nietwaar? Tenzij hij het natuurlijk had geregeld met de schildwacht en het verhaal dat Erlic in slaap viel slechts een samenzwering tussen hen beiden betrof. Hetgeen niet zo was.' Pirojil schudde zijn hoofd. 'Mijn vriend Durine kan op zijn manier ook erg overtuigend zijn, en hij weet zeker dat Erlic, die nu in de kerker opgesloten zit, evenzeer geschokt is door deze dubbele moord als ieder ander. Nee, het was de slapende schildwacht die de wens veranderde in de gelegenheid, en de moordenaar moest in een positie verkeren om die slapende schildwacht te zien en snel - heel snel, daar kom ik straks op terug - die zeldzame gelegenheid aan te grijpen.'  

Hij bracht het mes naar zijn andere hand en begon aan de nog onbehandelde nagels. 'Steven Argent, misschien? Zolang graaf Vandros weg is, heeft hij de leiding over het kasteel en het gehele graafschap, maar dat zegt nog niet dat hij niet vreselijk zou opvallen wanneer hij buiten de gastenverblijven door de gang zwierf, om welke reden dan ook, laat staan om te wachten op de uiterst zeldzame kans om de schildwacht slapend aan te treffen. Baron Viztria had groot gelijk: ik weet dat het de zwaardmeester niet was, en het doet me inderdaad meer dan een beetje deugd dat hij behalve ik de enige andere in de zaal is met een wapen in de hand. Nee, de moordenaar was een van u baronnen, die in de gastenvleugel logeert, iemand wiens aanwezigheid op zich geen aandacht trok, domweg omdat hij, zoals u allen, daar thuishoorde.'

Hij knikte. 'In mijn eigen beroep heb ik het altijd belangrijk gevonden om onverwachte gelegenheden te baat te nemen, en in zekere zin heb ik bewondering voor de manier waarop de moordenaar dat heeft gedaan. Let wel, hij wist niet zeker of de slapende schildwacht wel zou blijven slapen, dus moest hij bereid zijn om ook hem te vermoorden -en snel, voordat er iemand op zijn kreet kon afkomen, om vervolgens in zijn eigen kamer te verdwijnen en weer te voorschijn te komen samen met de andere baronnen, ogenschijnlijk even verrast .als de anderen.'  

Hij haalde een keer diep adem. 'Stelt u het zich eens voor, mijne heren, zoals ik deze middag heb gedaan. De moordenaar hoort Morray in de gang en gluurt door het kiertje van de deur naar buiten. Hij ziet de baron de kamer van de barones binnen gaan. Hij overweegt zijn mogelijkheden. Ze zijn alleen en kwetsbaar. Hij wacht. Later die nacht kijkt hij de gang weer in en ziet dat de schildwacht in slaap is gevallen. Het moment aangrijpend, kleedt hij zich vlug aan -'  

'Kleedt hij zich aan?'

Pirojil knikte. 'Hij kan niet in zijn nachtgoed de gang op met een mes in de ene hand en een zwaard in de andere. Het zwaard heeft hij per slot van rekening misschien nodig om de schildwacht te doden als hij teruggaat naar zijn kamer, mocht die weer wakker zijn of worden. Als hij vóór de moord in zulke vreemde omstandigheden wordt gezien, zou het meteen duidelijk zijn dat hij slechte bedoelingen heeft, al is het misschien niet helemaal duidelijk zijn wat die bedoelingen zijn. En waarom zou je zo'n risico nemen? Het mag dan een gemeen stuk vreten zijn, als u me de uitdrukking niet kwalijk neemt, maar hij is niet gek. Dus zoals ik al zei, hij kleedt zich aan en grijpt de gelegenheid om naar vrouwe Mondegreens kamer te gaan, misschien eerst aan de deur te luisteren of hij iemand hoort snurken of wel, andere geluiden hoort. En dan doet hij de deur open, ziet hen slapend in het bed, stapt naar binnen en doet de deur achter zich dicht. Vanaf dat moment kan hij niet meer terug, en al is hij snel met een mes - hij staat op het punt dat te demonstreren, staande bij het bed - hij kan niet eerst de een de keel afsnijden en vervolgens de ander zonder het risico te lopen dat de stuiptrekkingen van zijn eerste slachtoffer zijn tweede wakker maken. Dus hij trekt zijn zwaard en houdt het omhoog, misschien met de punt boven het oog van zijn tweede slachtoffer, klaar om de punt van dat zwaard in de hersenen te steken om zijn tweede slachtoffer het zwijgen op te leggen als de dood van het eerste iets gewelddadiger en dramatischer verloopt dan hij hoopt. Maar hij heeft geluk, en hij is snel en goed in wat hij doet, en zijn mes is erg scherp en zijn hand erg vast, en een paar tellen later spuit het bloed uit de kelen van zowel baron Morray als vrouwe Mondegreen.'  

Even zweeg Pirojil. 'En nu heeft hij haast, en zijn hart gaat tekeer in zijn borst. Hij heeft zijn daad gepleegd, en nu moet hij de kamer uit en terug naar zijn eigen kamer. Hij blaast de lantaren uit - als iemand iets heeft gehoord en komt kijken, moet hij duisternis zien in plaats van zijn zwaardpunt. Trouwens, hij wil dat het in de kamer donker is als hij de deur opendoet, om redenen die duidelijk zullen zijn - en hij staat alweer bij de deur, trekt hem op een kiertje om te zien of de schildwacht nog slaapt, en dat is zo. Dus hij gaat de gang op, met zijn zwaard al getrokken - denk eraan, de schildwacht kan zo wakker worden, ook van een zachte voetstap - en snelt terug naar zijn kamer.'

Pas nu hield Pirojil op met het schoonmaken van zijn vingernagels en keek hij op. 'Maar ik heb iets weggelaten, nietwaar?' vroeg hij glimlachend. Hij wendde zich tot baron Langahan. 'Neemt u mij niet kwalijk, mijn heer, maar wilt u zo vriendelijk zijn om uw zwaardriem naar mij toe te schuiven?'

Dat deed Langahan, met niet meer dan een uiterst geringe aarzeling en een zweem van een boze blik.

'Wat heb je dan weggelaten, Pirojil?' vroeg Steven Argent.

'Wel, het mes, mijn heer,' antwoordde Pirojil, het mes uit de schede aan Langahans gordel trekkend. Het was een gewoon mes, het gelaagde houten heft iets te veel versierd naar Argents zin, en het aan één kant geslepen lemmet glom dat het een lieve lust was. 'Als je iemand de keel afsnijdt - en ik kan u vertellen dat ik er in mijn leven heel wat heb afgesneden - bloedt het niet zomaar een beetje. Het spuit eruit. Het zou een geluk zijn als het hele lemmet niet onder het bloed kwam te zitten, of zelfs zijn hele hand. Hij kon het wel vergeten om de gang op te gaan met een mes waar het bloed vanaf droop, toch? Dus als hij geen haast maakte, kon hij een poosje de tijd hebben genomen om het mes zorgvuldig schoon te maken - misschien met het beddenlaken, of met een stuk dat hij daarvan af scheurde, hoewel dat lawaai zou hebben gemaakt. Maar mijn vriend Kethol heeft de kamer aan een nauwkeurig onderzoek onderworpen, en volgens zijn rapport lagen er nergens lappen met bloed - alleen wat plekken op het laken, waar hij misschien vlug zijn lemmet heeft afgeveegd, zo goed als hij kon in een paar tellen. Is hij in het licht van de olielamp gaan staan om het mes grondig schoon te maken, tot in alle groefjes, en heeft hij de lap toen met zich meegenomen?' Pirojil schudde zijn hoofd. 'Dat denk ik niet. Ik denk ook niet dat hij de gang door is gegaan met het mes achter zijn rug, en ook niet met het mes onder zijn arm, aangezien dat onuitwisbare bloedvlekken zou achterlaten op zijn kleren. Nee, als hij de gang door liep, met zijn zwaard in zijn rechterhand, dan zou hij zijn linkerhand vrij willen hebben. Ik denk dat hij gewoon twee keer vlug met het mes over het laken heeft geveegd, in het donker, en daarna het mes in de schede heeft gestopt om het later in zijn eigen kamer grondig - erg grondig, mijne heren -schoon te maken tot het kleinste bloedvlekje was verdwenen. Misschien heeft hij vervolgens de lappen verbrand, of anders gewoon water gebruikt en het vuile water door de latrine gespoeld - of misschien zelfs opgedronken, hoe walgelijk het ook klinkt, om geen bewijsmateriaal achter te laten. Bloed is zo... zo smerig, mijne heren.'  

Steven Argent schudde zijn hoofd. 'Maar...'

Pirojil pakte het mes en begon de schede open te snijden. 'Neemt u mij niet kwalijk, baron Langahan, dat ik uw schede kapotmaak.' Hij rolde het leer open. 'Als het baron Langahan was geweest, zouden we hier de sporen van het bloed kunnen zien. Kijken we namelijk naar deze bruine vlekken hier -'

'Dat is een oude vlek,' wierp Langahan tegen. 'Iedereen steekt toch wel eens een mes weg als het nog niet schoon is?' Hij haalde zijn schouders op. 'Ik weet nog dat ik op jacht was met de onderkoning, jaren geleden, toen we een zwijn schoten, en -'  

'Ja, mijn heer, dit is inderdaad oud bloed, of in ieder geval oud, wat het ook mag zijn.' Pirojil wendde zich tot Viztria. 'Ik denk dat ik uw schede als volgende kapotmaak, mijn heer. Als u geen bezwaar hebt?' Ditmaal was Viztria zowaar sprakeloos, en hij schoof zijn zwaardriem over de tafel naar Pirojil, die het proces herhaalde.  

'Geen vlekken hier, mijn heer. Baron Verheyen als volgende, denk ik.'

Verheyen schoof snuivend zijn zwaardriem over de tafel, en Pirojil sneed ook zijn messchede open.

'Interessant, baron Verheyen,' zei hij toen hij het leer voor ieders ogen openrolde. 'Deze vlekken lijken me nogal... vers.' Pirojils dikke lippen krulden zich tot een grijns. 'Moorddadig zwijn.'

Verheyen sprong overeind en griste het zwaard uit Folsons schede. 'Je liegt dat je barst -'

'Verroer je niet, Verheyen,' commandeerde Steven Argent. je staat onder arrest, in naam van de Graaf van LaReu.'

Verheyen schudde zijn hoofd, zijn gezicht rood van razernij. 'Ik ben onschuldig!' brulde hij. 'Ik weet niet wat dat mannetje van jou in zijn schild voert, Argent, maar daar kom ik wel achter nadat ik hem een paar keer heb geprikt!'

Hij dook naar Pirojil, die van zijn stoel naar de andere kant van de tafel sprong.

Steven Argent stapte tussen hen in en sloeg het wapen van de baron opzij met zijn eigen rapier.

Pirojil zag de beide mannen zich tegenover elkaar opstellen en wachtte op een gelegenheid om naar de deur te rennen - niet uit angst, maar uit voorzichtigheid, want hij had Durine horen vertellen over het oefenpartijtje tussen Argent en Verheyen en wist dat de zwaardmeester blij mocht zijn als hij levend uit deze strijd te voorschijn kwam. Eenmaal bij de deur kon Pirojil naar de wachters schreeuwen om de furieuze baron te overmeesteren.

De enige moeilijkheid met dit plan was dat er verscheidene baronnen op een kluitje tussen Pirojil en de deur stonden. Om langs hen heen te komen, moest hij zich binnen het bereik van Verheyens zwaard begeven.  

Terwijl hij zijn volgende zet overwoog, ging de strijd van start. Pirojil was onder de indruk. Hij had veel gevechten gezien, in kroegen en op de kantelen en met alle voorstelbare wapens, maar baron Verheyen was misschien wel de snelste zwaardvechter die hij ooit had aanschouwd. Had hij tegenover de baron gestaan, dan lag hij nu allang dood op de vloer van de ridderzaal. Hij wist niet eens zeker of hij het wel tegen hem kon redden met Durine en Kethol achter zich met hun zwaarden in de aanslag.  

Argent en Verheyen wisselden hun slagen nu sneller uit dan Pirojil voor mogelijk had gehouden. De concentratie op het gezicht van de zwaardmeester gaf blijk van het feit dat hij in de baron zijn meerdere erkende. Toch gaf hij niet op. Hij mocht dan niet zo snel of zo behendig met de kling zijn als de baron, maar hij had veel meer geoefend, en ervaring telde zwaar als het op leven en dood ging.

Over en weer vielen ze naar elkaar uit, en toch kwamen ze nauwelijks van hun aanvangsposities, hooguit een stap of twee naar weerszijden, terwijl Pirojil bleef uitkijken naar een geschikt moment om de wachters te gaan halen.

Drie hoge aanvallen van Verheyen werden geweerd door Argent, die tweemaal riposteerde en zijn tegenstander paraat trof. Toen opende de zwaardmeester een schijnbaar verwoede aanvalspoging van zichzelf, die werd verijdeld door het vlotte voetenwerk van de baron.

Toen bespeurde Pirojil een verandering in Argent.

De zwaardmeester leek iets te hebben gezien wat Pirojil was ontgaan. Er dook een patroon op, en de wacht plotseling vergetend bleef Pirojil gefascineerd staan kijken naar het grootse vertoon van schermkunst.

Beide mannen dropen van het zweet, ondanks de kou, en het enige wat klonk in de zaal was het stampen van leren laarzen op de koude stenen vloer, het galmen van staal op staal en het hijgen van de twee strijders. Slag, parade, riposte, parade; de strijd ging door.

Toen zag Pirojil het. Argent was een val aan het opstellen. Telkens wanneer de beide mannen de zwaarden kruisten, bleven de klingen een ietsje langer met elkaar in contact, met een beetje meer druk op het zwaard van de tegenstander. Bijna verviel Argent tot een patroon van drie hoge slagen en een lage, om Verheyen uit te dagen een gelegenheid te zoeken. Hij veranderde het in twee slagen, toen terug naar drie, waardoor de baron aarzelde met zijn riposte.

Toen bood de zwaardmeester Verheyen de kling. Hij blokkeerde en drukte door, en heel even hield Verheyen de kling vast, tegendruk gevend. Argent stapte naar links en liet zijn zwaard wegvallen, en Verheyen was net iets te laat met het herstellen van zijn evenwicht, zodat hij zich blootgaf.  

Een tel later boog Steven Argent zich over een dode en liep Verheyens bloed langs zijn zwaard omlaag. De zwaardmeester keek naar de dode baron, en heel langzaam, heel weloverwogen, haalde hij een zakdoek uit zijn tuniek en veegde de kling heel zorgvuldig schoon alvorens het wapen terug in de schede te stoppen.  

'Je dacht al dat het zo zou uitpakken, Pirojil,' zei Argent.

De lelijke man knikte. 'Het leek me een goede mogelijkheid. Een in een hoek gedreven rat zet het op een vechten. En ik wilde deze rat in een hoek drijven, mijn heer, dat verdiende hij. En ik sta liever niet bekend als iemand die een edelman heeft gedood, ongeacht de reden. Baron Verheyen heeft relaties, en hij heeft wat vrienden, is me verteld, en sommigen van hen zullen het mij beslist even kwalijk nemen dat ik hem heb ontmaskerd als ze hem de moorden kwalijk nemen.'

'En daarom liet je mij liever het gevaar lopen om jezelf van vergelding te vrijwaren?'  

Pirojil schudde zijn hoofd. 'Om u de waarheid te zeggen, gingen mijn gedachten helemaal niet zo ver, mijn heer.' Hij haalde zijn schouders op. 'En wat betreft waarom, wel, op het slagveld nemen mijn vrienden en ik het op tegen vrijwel iedereen - dat hebben we vaak genoeg gedaan -maar in een duel kan ik niet op tegen een edelman, en u was de enige hier met een kans het van de baron te winnen.' Neerkijkend op het lijk op de vloer voegde hij eraan toe: 'En ik vind het helemaal niet erg dat een moordenaar zijn verdiende loon krijgt.'  

Ook heer Viztria keek neer op Verheyens roerloze gedaante, waaruit het bloed in het dikke tapijt op de koude stenen sijpelde. 'Maar waarom?'

'Mijn heer?' vroeg Pirojil.

'Waarom moesten Morray en vrouwe Mondegreen dood? Morray had ingestemd om zijn plaats af te staan ten gunste van Verheyen.'

Pirojil haalde zijn schouder op. 'Als baron Morray iets zegt, wil dat nog niet zeggen dat het waar is. Zijn alle afspraken die de baronnen hier hebben gemaakt bindend voor de graaf? Of voor de hertog van Yabon? Of voor de koning?'

'Nou, nee,' gaf heer Viztria toe, 'maar het leek me logisch.'

'Een samengevoegd Mondegreen en Morray zou de machtigste baronie van het hertogdom worden,' begreep Argent. 'En de onzelfzuchtige daad om een stap terug te doen voor het grotere goed had graaf Vandros er best eens toe kunnen bewegen om Morray als zijn opvolger bij de hertog aan te bevelen.'  

'Zonder een reden om een rivaal uit de weg te ruimen, kon Verheyen ervoor zorgen dat Morray met zekerheid geen aanspraak meer op het graafschap kon maken,' legde Pirojil uit. 'Hij had geen motief, dus niemand zou denken dat hij het had gedaan.'  

'Het klinkt zo simpel,' zei Steven Argent.

Pirojil trok een wenkbrauw op. 'Zwaardmeester, mag ik?'

'Mag je wat?'

'De baronnen nog één keer toespreken, even maar?'

Steven Argent knikte. 'Ga je gang.'

Pirojil wendde zich tot de anderen. 'Ik wilde u nog even vriendelijk bedanken voor uw aandacht en u allen vaarwel wensen. Zoals ik al zei, ik ben er niet helemaal zeker van dat het mijn vrienden en mij niet kwalijk zal worden genomen dat we de moordenaar hebben ontmaskerd, en daarom nemen we ontslag uit de dienst aan de Graaf van LaReu. We vertrekken morgenochtend.'  

'Door de sneeuw?' vroeg heer Viztria met zijn gebruikelijke sneer en opgetrokken wenkbrauwen.

'Sneeuw smelt, mijn heer Viztria. We redden ons wel.' Hij richtte zich weer tot de zwaardmeester. 'Mogen we vannacht onze kamer in de kazerne nog gebruiken, mijn heer? Of moeten we een ruimte in de stad gaan zoeken?'

Steven Argent begreep er niets van. Hoezo? Deze mannen hadden zich dubbel en dwars bewezen, onder de zwaarste omstandigheden, en hij had hun een permanente aanstelling willen aanbieden, na bevestiging van de graaf. Misschien waren ze niet precies uit officiershout gesneden, maar bekwaamheid en trouw dienden te worden beloond.

Maar in het bijzijn van de baronnen, met een dode Verheyen op de vloer, wist hij niet precies wat hij moest zeggen, dus zei hij niets en knikte slechts.

'Een goede dag allemaal,' zei de zeldzaam lelijke man. Hij draaide zich om op de ballen van zijn voeten en liep de zaal uit.

Hij keek niet om.