11 Achterdocht

 

Kethol volgde zwijgend.

Morray ging hem voor de trap op en de gang door naar zijn kamers en suite. Eenmaal door de deur beduidde hij Kethol plaats te nemen. Ze zaten in de ruimte die om een of andere reden de zitkamer werd genoemd, hoewel in alle kamers van baron Morrays suite stoelen stonden waar je op kon zitten. Morray nam plaats aan de andere kant van de tafel en trok aan het schellekoord aan zijn rechterzijde.  

'Ik voel de behoefte aan een glas wijn,' zei hij. 'Of verscheidene glazen, wellicht.'

Nauwelijks had Morray het schellekoord losgelaten, of Emma, de dochter van huisknecht Ereven, stond al in de deuropening.

'Ja, mijn heer?' vroeg ze glimlachend.

'Een fles goede rode, alsjeblieft, en twee glazen - tenzij u ook honger hebt, kapitein Kethol?'

Kethol schudde zijn hoofd. 'Ik heb al gegeten.' De ponden paardenvlees lagen nog steeds zwaar op zijn maag - net zoals het bepalen hoe hij Pirojil en Durine moest uitleggen wat hij had gedaan om de strijdende partijen af te leiden, zwaar drukte op zijn schouders, en de vraag of hij niet gewoon zijn mond moest houden zwaar drukte op zijn geweten, voor zover hij dat had.  

'Dan alleen de wijn, alsjeblieft,' zei Morray, vriendelijk naar het meisje glimlachend.

'Terstond, mijn heer.'

Zo snel ze kon, verliet ze de kamer. Zoals gewoonlijk kreeg de adel veel betere bediening dan het gewone volk. Knappere bediening bovendien, ondanks het feit dat het meisje lang genoeg zwanger was dat ze eerder de kamer uit waggelde dan liep.  

Morray keek Kethol bedachtzaam aan, alsof hij zocht naar iets op zijn gezicht, al had Kethol geen idee wat dat zou kunnen zijn. Hij hoopte maar dat de baron niet zocht naar een aanwijzing dat Kethol dit hele gerucht over die Tsuranese verkenner zelf had gefabriceerd met behulp van wat gejatte wapenrustingstukken, een dood paard, een paar brezeneden en de behoefte om de plaatselijke partijen af te leiden van moord en doodslag. Kethol begon zich af te vragen of het achteraf wel zo'n slim idee was geweest, alles bij elkaar genomen, nu er werd gesproken over de mogelijkheid dat de Tsurani hun gewoonten drastisch hadden gewijzigd en over de noodzaak om de Koninkrijkse strategie daarop aan te passen.  

Eén niet bestaande, maar voor waar aangenomen winterse Tsuranese verkenner in LaReu kon de edellieden in Yabon toch zeker niet bewegen om hun strategie serieus te herzien, wel?

Hij hoopte van niet, dacht van niet, maar...

Maar dat was eigenlijk niet zijn probleem. Als de dooi inzette, waren Durine, Pirojil en hij allang vertrokken naar rustiger oorden en tijden elders - waar dan ook, als er maar geen Tsurani en Torren zaten - en wat er gebeurde met het Koninkrijk in het algemeen en LaReu in het bijzonder was dan hun zorg niet meer. En al voelde hij zich een beetje schuldig - hoewel dat gevoel hem niet echt vertrouwd was - hij was gokker genoeg om dat niet op zijn gezicht te laten zien.

'Er is iets wat ik met je moet bespreken.' Met een somber gezicht haalde de baron een stukje papier uit zijn buidel. 'Dit is vanavond gearriveerd, per postduif uit Mondegreen. Baron Mondegreen is de vorige nacht overleden.' Zijn stem klonk vlak, alsof hij een opmerking maakte over het weer. 'Hetgeen te verwachten was, hoewel.' Hij schudde zijn hoofd, alsof het een hele taak was de juiste woorden te vinden. Na een korte stilte herhaalde hij: 'Hetgeen te verwachten was.'

Kethol knikte. 'Hij verwachtte het zelf in ieder geval, en hij zag het dapper en waardig tegemoet.' Het leek hem het beste om te zeggen; dat het waar was, deed er haast niet toe. 'Ik heb hem maar één keer ontmoet, maar het leek me een vriendelijk man.'

Morray knikte. 'Dat was hij zeker. We hadden onze geschillen, hij en ik, maar daar ging hij altijd beschaafd mee om, en ik twijfel er niet aan dat hij zich op dezelfde manier zou hebben gedragen als Carla met mij was getrouwd in plaats van met hem.'

Kethol beheerste zijn geschoktheid. Voor zover hij wist, was vrouwe Mondegreen altijd vrouwe Mondegreen geweest. Het idee dat ze als jong meisje een affaire had gehad met iemand anders dan haar echtgenoot was... zeer aannemelijk en tegelijkertijd volstrekt belachelijk, hoewel hij er, als hij erop terugkeek, sporen van had gezien. Morray was geen nieuwe verovering, geen troost voor een vrouwe die door ziekte was beroofd van de vitaliteit van haar man, nee, hij was eerder een oude minnaar geweest, misschien zelfs degene die haar hart had veroverd terwijl haar vader haar hand aan Mondegreen beloofde.  

'Zijn vrouwe weet het al,' zei Morray. 'Ze is in haar kamers, en pater Finty heeft haar een drankje gegeven waar ze misschien van kan slapen, ondanks haar protest.' Even klemde hij zijn kaken op elkaar. 'Pater Kelly's bericht was kort.'

Kethol begreep de beperking van wat een duif kon vervoeren.

'Maar hij schreef dat er een lange brief volgt, gedicteerd door de baron zelf, en ik heb mijn verwachtingen omtrent de inhoud, gezien de vorige brieven die hij naar LaReu heeft gestuurd.'

Emma kwam terug met een fles wijn en een paar glazen op een dienblad dat ze onhandig voor haar dikke buik hield. 'Zal ik inschenken, mijn heer?' vroeg ze toen ze het dienblad op de tafel had gezet.

Hij schudde zijn hoofd. 'Nee, dat doe ik wel.' Hij keek naar haar op, en even later forceerde ze een glimlachje en knikte.

'Belt u gerust als u mij nodig heeft, mijn heer.'

'Doe ik,' zei hij, haar wegsturend. Hij ontkurkte de fles en schonk de wijn in, eerst een glas voor zichzelf en vervolgens een voor Kethol. 'Op George, baron Mondegreen,' zei Morray, zijn glas heffend. 'Dat hij nog lang zal worden herinnerd om zijn vriendelijkheid, wijsheid en eer, met waardering en dankbaarheid.'

Hij wachtte.

De heildronken die Kethol, Pirojil en Durine op hun dode kameraden uitbrachten, waren korter en geenszins geschikt voor beleefd gezelschap. Kethol zocht naar de juiste woorden, aangezien de gebruikelijke naar alle waarschijnlijkheid niet erg goed zouden overkomen. 'De arme donder,' leek hem niet op zijn plaats, noch 'En wij hebben zijn beurs!' of 'En als niemand anders hem begraaft, kan hij verrotten waar hij ligt.'  

'Baron Mondegreen,' zei hij uiteindelijk.

Ze dronken.

'Nu dan... over tot andere zaken, die eventueel betrekking op jou hebben.' Hij hield zijn hoofd schuin en keek Kethol aan. 'Ik moet het vragen: wat heb je allemaal tegen baron Mondegreen gezegd toen je hem ontmoette?'

Kethol schokschouderde. 'Niet zo verschrikkelijk veel, mijn heer. Voornamelijk: "Ja, mijn heer" en "natuurlijk, mijn heer", en de gebruikelijke dingen die je tegen een edelman zegt.'  

'Vreemd.' De baron leek voor een raadsel te staan, al was dat raadsel kennelijk niet van bijzonder groot belang. 'Je hebt duidelijk indruk op hem gemaakt, en hij is... was niet zo gauw onder de indruk. Is er niets gezegd over een groepje eiken? Dat je hem of zijn zoon daar hoopte te ontmoeten, over een jaar of twintig?'

Eiken? Het enige gesprek dat Kethol over eiken had gevoerd, was met...  

O.

'Niet dat ik kan zeggen, heer.' Zijn gesprek over een groepje eiken had betrekking op vrouwe Mondegreen, niet op haar man of haar kind. Hoe en waarom dat verhaal was veranderd, kon hij zich niet voorstellen, al had hij wel degelijk enig idee over een van de mensen die daarbij betrokken waren geweest.

Morray keek nors. 'Ik weet niet of ik nu onder de indruk moet zijn van jouw eer of kwaad omdat je een geheim bewaart terwijl dat helemaal niet nodig is.' Hij haalde zijn schouders op. 'Maar hoe dan ook, ik zag graag dat jullie, alle drie of één van jullie, bij mij in dienst traden om ervoor te zorgen dat baron Mondegreens zoon - als het een zoon is - oud genoeg wordt om dat groepje eiken over twintig jaar te kunnen zien.'  

Dat begreep Kethol niet, en dat zei hij ook.

'Dan zal ik het simpeler verwoorden. Vrouwe Mondegreen is in verwachting. Het is het kind van wijlen haar man - is dat goed begrepen?'

'Ja, mijn heer.'

'Als het een jongen is, wat ik hoop, dan heeft dat kind een wettelijke voogd nodig tot hij meerderjarig is en daadwerkelijk baron Mondegreen kan worden.' Hij tikte met zijn duim tegen zijn borst, dronk in één teug zijn glas leeg en schonk zich nog wat in. 'Die voogd word ik.' Hij zweeg even, haalde zijn schouders op en sprak verder: 'En het heeft geen zin om geheim te houden wat eerder vroeg dan laat toch alom bekend zal worden: ik trek me terug als kandidaat voor het Graafschap van LaReu als Vandros hertog van Yabon wordt, en ik steun de keus van Luke Verheyen als graaf. Al blijft het natuurlijk aan hertog Vandros om zijn opvolger aan te wijzen, maar als Verheyen mijn steun heeft behalve die van zijn factie, zou Vandros wel gek zijn om iemand anders dan Verheyen te kiezen, en hij is niet gek.' Weer klemde hij even zijn kaken opeen. 'In ruil heeft Verheyen ermee ingestemd om, als baron en als graaf, mijn voogdij over de baronie Mondegreen te steunen - bij de graaf én als de graaf - en mij te steunen in... andere zaken.'  

'Uw huwelijk met de vrouwe?'

'Ja.' Morray knikte. 'Uiteraard wachten we een gepaste periode, maar... Baron Mondegreens zoon, als het een zoon is, ontvangt zijn ambt in moeilijke tijden, en ik wil dat zijn zoon - zijn zoon, hoor je? - alles aan zal kunnen wat op zijn pad komt. Baron Mondegreen was onder de indruk van jullie alle drie, en jullie gaan de jongen alle krijgszaken bijbrengen en als zijn lijfwacht fungeren. Hij moet kunnen vechten als een woeste beer - en, indien nodig, zonder aarzeling of spijt de vijand de keel af kunnen snijden en hem dan in het gezicht kunnen spugen uit boosheid omdat het bloed zijn laarzen heeft vuil gemaakt.' Zijn gezicht verzachtte. 'En eerlijk gezegd, als het een meisje is, kan het ook geen kwaad als ze leert vechten, in tijden als deze.' Morray speurde Kethols neutrale gezicht af. 'Een traditioneel zwaardmeester als Steven Argent kan een edelmanszoon opleiden tot officier, om duels uit te vechten en om in de strijd het bevel te voeren. Dat is zijn taak voor die jongen. Maar ik wil ook iemand bij het kind die hem leert omgaan met een dolk in een steeg of... met het verraad van een vriend.'  

Hij zweeg even om over zijn woorden na te denken. 'Jullie hebben verder geen plaatselijke bindingen. De mannen van Mondegreen zullen trouw zijn aan het kind, omdat hij de volgende baron Mondegreen wordt. Ik wil meer. Ik wil dat jullie zweren het leven van het kind te beschermen - niet slechts met zwaard en lichaam, maar ook met jullie voorzorg - en zweren iedereen te doden die het kind te na komt. Snap je?'

Kethol begreep niet helemaal wat er aan de hand was, maar hij wist wel dat beide ideeën hem niet aanstonden: voor het leven in dienst treden bij de baron of botweg weigeren, om nog maar te zwijgen over het feit dat hij niet voor Durine en Pirojil kon spreken, wat Morray daar ook over dacht.

Er zat maar één ding op: tijd rekken, tot hij het Pirojil kon laten overdenken.

'Ik voel me gevleid en geëerd, mijn heer.'

'Dus je gaat akkoord?'

'Ik zal eerst de anderen moeten spreken voordat ik een afspraak voor hen kan maken - of voor mezelf. Lange tijd geleden hebben we al afgesproken dat we samen beslissen waar we naar toe gaan en wat we gaan doen, en ik kan hen niet binden met mijn belofte, noch iets voor mezelf beloven zonder dat van te voren met hen te bespreken.'

In werkelijkheid, mijn heer, dacht hij, wil ik de absolute zekerheid creëren dat ik nooit een minuut langer dan strikt noodzakelijk hoef door te brengen in de grillige, listige politiek van LaReu, laat staan daar tot aan mijn neusgaten in verzeild raken terwijl het nog eb is.  

Maar er zat nog een andere kant aan.

Ja, dit hele aanbod rook naar een samenzwering - niet slechts tussen de baronnen Morray en Verheyen, die Morrays kans op het graafschap inruilden tegen Verheyens steun bij zijn huwelijk met Mondegreens weduwe - maar het wees er ook op dat er iets vreemds aan de hand was geweest tussen baron Mondegreen en zijn vrouwe, en Kethol liet het liever aan Pirojil over om dat uit te vogelen, aangezien Kethol daar alleen maar hoofdpijn van kreeg.

Hij was per slot van rekening een simpeler mens.

En Kethol herinnerde zich een vriendelijke, stervende man, reutelend op zijn sterfbed in zijn stinkende kamer. Nooit zou hij vergeten dat deze stervende man de veiligheid van zijn vrouw aan Kethol had toevertrouwd. Kethol wist niet of hij het verzoek wel kon afslaan, want het was niet zomaar afkomstig van baron Morray, maar van die vriendelijke stervende man die hem - en dat was zo iets onbelangrijks dat hij niet helemaal kon begrijpen waarom het zo veel voor hem betekende - een kop thee had aangeboden en hem met vertrouwen had aangekeken.  

Vertrouwen was iets waar Kethol net zo min aan gewend was als aan schuldgevoelens - met uitzondering van het vertrouwen van Durine en Pirojil. Hij wist er niet goed mee om te gaan. Het was er, het zat in zijn borst, of in zijn keel, of misschien in zijn maag. Maar het zat van binnen, en het herinnerde hem steeds aan die oude man. Hoe graag hij ook wilde dat het er niet zat, hij kon niet doen alsof dat vertrouwen er nooit was geweest, net zo min als hij het voor zichzelf kon afdoen als indigestie.

Morray knikte. 'Morgenochtend, dan.'

Hij schonk hun beider glazen vol, en ze dronken als twee kooplieden die zojuist een koop hadden gesloten.

 

'Wat heeft hij gezegd?' De nadruk op dat eerste woord was het enige waaruit bleek dat Durine furieus was. Ze waren met zijn drieën naar buiten gegaan en stonden op de aangestampte sneeuw van het exercitieterrein, waar ze met elkaar konden overleggen zonder bang te hoeven zijn dat ze werden afgeluisterd. De adem uit zijn neusgaten veranderde in de koude avondlucht in stoom, maar het leek eerder dat Durine zo kwaad was dat hij plotseling rook uitademde, iets wat zijn zichtbare ongenoegen om wat hij zojuist van Kethol had gehoord alleen maar benadrukte.  

'En wat heb jij gezegd?' Vol afkeer schudde Pirojil zijn hoofd en schopte met de punt van zijn schoen in de sneeuw. 'Zeg me alsjeblieft dat je me alleen maar in de maling neemt, dat je gewoon hebt gezegd: "Het spijt me, mijn heer, maar we hebben een dringende afspraak elders, waar dat dan ook mag zijn.'"  

Kethol herhaalde wat de baron hem had verteld en dat hij had beloofd het met Pirojil en Durine te bespreken, waarna hij hem de volgende ochtend een antwoord zou geven.  

Pirojil vloekte zachtjes, zowel op Kethol als op zichzelf, en probeerde zich toen te beheersen. Het was belangrijk je doel voor ogen te houden, en als Kethol dat blijkbaar niet kon, was het van des te groter belang dat iemand anders het zicht op dat doel vasthield - of überhaupt zijn hersens gebruikte, aangezien Kethol dat duidelijk niet deed - voor hen alle drie.  

Ze moesten zich van LaReu zien los te maken en ervandoor gaan. Dat was Pirojils uitgangspunt. Als je niet wist wat je wilde of waarheen je wilde, had je geen kans dat te doen of er te komen.

Begin dus bij het begin: ze moesten hier weg.

Wat ze eigenlijk moesten doen, nu meteen, was hun wedde - die nog steeds in de kluis van de kasteelkelder lag, wachtend op het naderende besluit van de baronnenraad, waarna de uitbetaling prompt zou volgen, hoopte Pirojil - in hun mantels naaien, of in de muntvesten die ze onder hun tunieken droegen, ter voorbereiding op het vertrek zodra dat mogelijk werd.

Goed Dat is op dit moment onmogelijk, dus zet dat maar even uit je hoofd. En zet ook maar uit je hoofd dat je nu LaReu uit komt.

Al had Pirojil die gelegenheid, als die zich voordeed, onmiddellijk zou hebben gegrepen, ook zonder het geld.

Dat zei hij ook.

Durine knikte. 'Ja, dat zou ik ook doen. Als het kon. Als het schip zinkt, is het tijd om overboord te gaan zonder je druk te maken over alles wat je in het ruim hebt gestouwd, hè? Maar momenteel zitten we zelf vast in het ruim, dus laten we maar hopen dat de bemanning de boel drijvende houdt tot we de deur in kunnen rammen om over de reling te duiken.'

'En vlug ook.'

Kethol deed niet wat hij had moeten doen, namelijk krachtig en beamend knikken. In plaats daarvan bleef hij stil staan en haalde tenslotte zijn schouders op. 'Ach, het maakt niet veel uit wat we willen, niet op het moment, tenzij je onze wedde wilt achterlaten en je denkt dat we als drie Natalse Vrijschutters dwars door hoge sneeuw kunnen waden.'  

'Wat we dus niet kunnen,' merkte Pirojil op.

'Ach, al konden we het wel, dan is er nog de kwestie van het geld; dat laat ik niet graag zomaar liggen.' Kethol spreidde zijn handen. 'Dus voorlopig gaan we hoe dan ook nergens naar toe ... '

'Kethol, jongen, je hebt een scherp oog voor zonneklare zaken,' schamperde Pirojil.

'...en dat betekent dat we minstens over Morrays aanbod kunnen nadenken, toch?'

'Wat valt erover na te denken? Hoe ver je ons al langs dit pad hebt gevoerd zonder dat we het wisten?' Pirojil trachtte zichzelf te kalmeren. Eigenlijk hoorden ze zich van deze oorlog te distantiëren. In plaats daarvan leken ze ieder moment dieper verstrikt te raken in plaatselijke aangelegenheden die met het werk van een huursoldaat niets te maken hadden en waar ze zich dus verre van moesten houden.

Eerst moesten ze Morray beschermen tegen de dreiging van die kennelijk fictieve moordenaar, toen werden ze er door de zwaardmeester op uitgestuurd om de vrede tussen de ruziënde partijen te bewaren, en nu ...  

'Nee.' Pirojil schudde zijn hoofd. 'Aan me nooit niet. Ik zal het je nu meteen vertellen: mijn antwoord is nee.'

Durine knikte. 'Het mijne ook. Ik weet helemaal niet of die Tsuranese verkenner de voorbode is van een Tsuranees offensief op het oosten, laat staan eentje tijdens de winter, maar als dat zo is, kunnen ze met hun aantallen en met het aantal LaReuen dat hun in de weg staat, dwars door LaReu stormen en pas ophouden als ze in Loriél zijn.'  

'Of in het Schemerwoud,' zei Pirojil. Waarschijnlijk was dat overdreven, maar niet veel. Zo veel lag er niet tussen Lorièl en het Schemerwoud.

'Bovendien maakt het niet uit wat voor een luizenbaantje je voor ons hebt versierd als dat luizenbaantje wordt verpletterd onder Tsuranese sandalen - met ons erbij, hè?' Met gefronste wenkbrauwen schudde Durine het hoofd.

'Willen jullie er niet alsjeblieft toch even over nadenken?' smeekte Kethol. 'Alsjeblieft?'

'Dat stomme idee van jou -'

'Hé.' Kethol stak een hand op. 'Het was niet mijn idee. Ik zou het onderwerp nooit ter sprake hebben gebracht, zeker niet zonder het met jullie te bespreken -'

'Dan wordt het tijd dat je eens leert je kop te houden en beter je best te doen om onzichtbaar te blijven op andere momenten dan wanneer we ons in een bos verstoppen, ja?' Pirojil rilde. Misschien werd het een beetje warmer - nee, dat was eigenlijk wel zeker, het was warmer aan het worden - maar dat maakte het buiten nog niet behaaglijk.

'Ik weet niet wat jullie denken dat ik heb gedaan,' zei Kethol, 'behalve niet meteen nee tegen de baron zeggen. Ik heb alleen maar beloofd -'

'Je had moeten zeggen: ''Bedankt, mijn heer, voor uw bijzonder edelmoedige aanbod, maar nee, nee, en nog eens nee," zonder dat hij ging denken dat we zijn aanbod alsnog aannemen als de prijs hoog genoeg is of als er genoeg druk wordt uitgeoefend. En misschien schroeft hij wel de prijs en de druk op, hè?' Pirojil was niet van zins excuses te aanvaarden. 'En Tith-Onanka mag weten wat je verder nog hebt uitgevreten. Kennelijk heb je de barones zelfs het hof gemaakt.'  

Dat was niet eerlijk, maar Pirojil had momenteel weinig zin om eerlijk te zijn.

Durine trok zijn brede schouders op. 'Zo dramatisch had dat anders niet hoeven uitpakken. Maar aan de andere kant, een klein sneetje in je nek stelt ook niet veel voor, maar als je de halsslagader raakt, spuit het bloed eruit tot je dood op de grond ligt! Kleine dingen kunnen een grote uitwerking hebben.'

'Denk er nou gewoon eens over na,' drong Kethol aan. 'Ik heb gezegd dat we dat zouden doen.'

'Ik kan niet eens aan iets anders denken,' sputterde Pirojil, zijn hersens pijnigend.  

'Nou dan,' knikte Kethol opgewekt.

'Hij zei dat hij erover nadacht, niet dat hij het serieus overwoog,' verduidelijkte Durine.

Aangenomen dat Kethol de waarheid vertelde over zijn korte onderhoud met baron Mondegreen, en Pirojil had geen redenen om daaraan te twijfelen - zelfs Kethol kon niet zo dom zijn om tegen hem te liegen, niet hierover - geloofde Pirojil geen moment dat dit idee afkomstig was van een der baronnen, Morray of Mondegreen.  

Hier zat duidelijk vrouwe Mondegreen achter, en alles wees erop dat ze levensgevaarlijk was.

Alle wegen leidden naar haar - van haar man, die een opgeblazen kijk op hun vermogens als krijgers voorgeschoteld had gekregen, tot aan Morray die zijn campagne voor het graafschap zomaar opgaf. Het zou Pirojil niet eens verbazen als het idee om hen drieën te bevorderen om de vrede in de stad te handhaven van haar afkomstig was, en dat Steven Argent niet eens in de gaten had dat zij de zaden van dat plan in zijn gedachten had gezaaid - misschien toen hij bezig was de zaden van wat officieel Mondegreens zoon was in haar buik te planten, hoewel, als zij de zwaardmeester had gemanipuleerd, zou ze vast wel wat subtieler zijn geweest dan hem iets toe te fluisteren terwijl ze 's nachts lagen te paren.

Nee, dat klopte niet. Ze was toen al een tijdje zwanger - dat bleek duidelijk uit het reisje naar Mondegreen: om nog één nacht met haar man door te brengen en de vaderschap van het kind vast te leggen. Maar de rest van het idee hield stand, en er was geen reden te geloven dat ze haar kennelijk doeltreffende avontuurtjes had gestaakt toen ze terugkwam naar LaReu, en des te meer redenen om van het tegenovergestelde uit te gaan.  

Het zag ernaar uit dat ze enkele betrouwbare buitenstaanders wilde laten waken over de opvoeding van het kind dat ze droeg, het kind dat vermoedelijk in haar buik was geplant door een van de edellieden met wie ze haar stervende echtgenoot had bedrogen, waarschijnlijk zelfs met medeweten en de zegen van haar man. En dat hield in dat ze niemand vertrouwde, zelfs Morray niet, ook al was hij vroeger blijkbaar haar liefje geweest; of dat ze gewend was uit voorzichtigheid alle risico's te spreiden.  

Of allebei, natuurlijk.

Dat ze onbarmhartig kon zijn, verraste Pirojil niet, nu hij erover nadacht. Ze was tenslotte met Mondegreen getrouwd en niet met Morray, en het was duidelijk dat ze tussen hen had kunnen kiezen.  

Was dat omdat ze de vrouw van de Graaf van LaReu wilde worden en haar wagentje had vastgehaakt aan Mondegreens rijzende ster? Uiteraard had ze geweten dat Vandros niet beschikbaar was vanwege zijn langdurige verbintenis met Felina en zijn waarschijnlijke benoeming tot hertog. Dus was het logisch om haar zinnen niet op de jongere graaf te zetten. Als ze in LaReu wilde heersen, moest dat zijn als vrouw van de man die de jonge Vandros opvolgde.  

Had ze dat werkelijk allemaal uitgewerkt - beredeneerd dat baron Mondegreen de volgende graaf zou worden - voordat iemand anders op dat idee was gekomen?

Of had ze gewoon verwacht Mondegreen te overleven en haar oog op beide baronieën laten vallen?

Het kon zelfs zijn dat ze de man die ze had gekozen prefereerde boven de man die ze had afgeslagen. Noem het maar genegenheid, of liefde, wat dan ook. Het had haar niet belet om andere baronnen en soldaten te manipuleren met een gemak en een vaardigheid waar Pirojil de koude rillingen van kreeg, en hij zag zichzelf niet als iemand die snel bang kon worden gemaakt.

Pirojil gaf er altijd de voorkeur aan een hoge dunk van de tegenpartij te koesteren, ook al lag het doorgaans voor de hand die mening voor zich te houden. Hij moest nu wel bewondering voor de vijand hebben, want de vijand was duidelijk vrouwe Mondegreen, en ze was goed in wat ze deed, en in staat tot het uitbroeden van plannen waarvan de uitwerking jaren in beslag nam, en tot het aanpassen van haar tactiek aan veranderende omstandigheden - gezien het onvermogen van haar man om haar zwanger te maken en de slopende ziekte die hem tenslotte fataal was geworden.  

Pirojil dacht dat hij groot respect had voor de politieke vermogens van de Koninkrijkse adel, maar deze vrouw... Zonde dat ze niet als man was geboren, want dan wist Pirojil wel wie er nu de leiding had over de stafvergadering in Yabon, zo niet wie er voorzat aan de tafel van de onderkoning te Krondor.

Waarschijnlijk was ze in andere dingen ook goed. Ze had Morray weten over te halen om het op een akkoordje te gooien met zijn vijand, Verheyen, met haarzelf en de aanstelling als voogd over de baronie Mondegreen als enige betaling voor Morray als hij zijn aanspraak op het graafschap opgaf.

Was dat al die tijd al het plan geweest? Dat leek waarschijnlijk, hoewel je dat nooit zeker kon weten.

Morray leek hem niet het type om een kleine winst als zekerheid te prefereren boven een grote speculatieve, en men zei dat hij een boven-gemiddelde kans had gemaakt om de volgende Graaf van LaReu te worden. En toch had hij daar in een paar uur tijd van afgezien. Pirojil knikte. Erg knap gedaan, vrouwe Mondegreen, dacht hij. Uit Kethols woorden viel duidelijk op te maken dat hij van plan was vrouwe Mondegreens kind op te voeden als het kind van haar pas overleden echtgenoot, ook al bleek duidelijk dat hij ervan overtuigd was dat het kind van hem was.  

En misschien was het dat ook wel.

Hij kon het de zwaardmeester ook kwalijk nemen, nu hij erover nadacht. Kennelijk had Steven Argent, zij het vermoedelijk onbedoeld, vrouwe Mondegreens slinkse brein attent gemaakt op het belang van lijfwachten van buiten die alles te verliezen hadden als er iets gebeurde met degene die ze geacht werden te beschermen. Dan was het ook niet zo verrassend dat ze precies zulke lijfwachten - of precies dezelfde lijfwachten - voor haar eigen kind wilde.

En trouwens, hij kon het zichzelf en Durine en Kethol ook kwalijk nemen, vanwege de snelle en doeltreffende manier waarop ze baron Morray hadden beschermd tijdens de Tsuranese hinderlaag die nog maar enkele dagen geleden had plaatsgevonden, al leek het wel een eeuwigheid. Dat had kennelijk diepe indruk gemaakt op vrouwe Mondegreen, voor wie gewapende strijd iets neveligs was geweest tot de Tsurani haar er eentje voor hadden geschoteld.  

Dus daar kon Pirojil hen drieën de schuld van geven. Hij grinnikte in zichzelf. Als hij toch bezig was iemand de schuld te geven, dan kon hij net zo goed de Tsurani, de koning, de prins en de goden zelf noemen, en daar misschien nog gelijk in hebben ook.

Niet dat het iets zou uithalen.

'Wel,' zei hij uiteindelijk, 'mijn zorgvuldig overwogen en doordachte antwoord luidt hetzelfde als mijn ondoordachte, onwillekeurige, intuïtieve antwoord: nee.' Hij schudde zijn hoofd. 'Ik zie de dingen graag een pietsie duidelijker dan ze hier zijn, en die vrouwe Mondegreen jaagt me de stuipen op het lijf.'  

'Vrouwe Mondegreen?'

Kethol was daar dus nog niet achter. Pirojil moest het hem later nog maar eens uitleggen. Langzaam. Met hele makkelijke woorden. Eén tegelijk. Stuk. Voor. Stuk.

'Ja, zij,' knikte Durine. 'Juist. Die heb ik liever als vriend dan als vijand, maar...'

'Stik, ja. Ik vecht liever een duel op leven en dood met Steven Argent dan dat. Bij de zwaardmeester heb je tenminste nog de kans dat je het zwaard ziet aankomen.'

Durine knikte weer. 'Of ervoor weg te rennen, zonder dat je meteen op een ander zwaard loopt, daar geplaatst vanwege die mogelijkheid.'

'Kans genoeg als je een vriend bent, hè?'

'Precies.'

Ze had hun geen enkel kwaad gedaan - alleen maar steeds dieper betrokken in de plaatselijke politiek. En politiek was een gevaarlijk spelletje waar Pirojil niet van hield.  

Jezelf beschermen was één ding. Maar het was heel iets anders om twintig jaar lang te passen op een baron, en niet zomaar een baron en niet zomaar tijdens een patrouille, maar een heel klein baronnetje, en net zo lang tot hij volwassen was. En de wetenschap dat jij was gekozen omdat je geen plaatselijke bindingen had, en dat het hoe dan ook jouw schuld zou zijn als er ooit iets gebeurde met het kind, de jongen, de man, zou de gek die daarmee instemde er zeker toe dwingen verschrikkelijk goed te letten op het kind, de jongen, de man. .

Maar zo gek was Pirojil niet, en de komende twintig jaar wilde hij toch echt rustig kunnen slapen, en bovendien beter dan het geval was in een één-op-drie-roulatie.

'Dus,' zei Pirojil, 'we moeten beslissen. Ja of nee? Laten we ons de LaReuse samenzwering goed smaken en vragen we om nog een portie, met een flinke schep intrige erbovenop? Of doen we wat ieder verstandig mens zou doen en knijpen we ertussenuit zodra we kunnen? Ook al betekent dat dat we onze wedde moeten achterlaten?'  

Durine grinnikte. 'Ik geloof dat jouw standpunt in deze duidelijk is. Net als het mijne.'

'Maar -'

'Hou je kop, Kethol, het is mijn beurt om te spreken.' Durine schudde zijn hoofd. 'Ik zal duidelijk zijn over mijn keus: ik ga weg. Met jullie allebei of met maar één van jullie, dat maakt me niet uit. Als jij wilt blijven om hier dienst te nemen, Kethol, dan wens ik je het beste, neem ik afscheid en zorg ik dat het goud fatsoenlijk is verdeeld voordat ik ga. Ik hou niet van ingewikkeldheid, en hoe verder we bij deze noordelijke adel betrokken raken, des te ingewikkelder wordt de boel. Mij niet gezien.'  

Pirojil knikte. 'Mee eens. Twee van ons zeggen nee tegen het vriendelijke aanbod van de baron. Als jij ja wilt zeggen, sta je alleen.'  

Een tijdlang bleef Kethol zwijgend staan, en toen zakten zijn schouders. 'Jullie zullen wel gelijk hebben. Ik wilde er alleen eerst over nadenken.'  

'Hebben we gedaan. We hebben erover gepraat. Neem een besluit.'

Bij wijze van overgave hief Kethol zijn handen op. 'Ach, laat ook maar. Ik doe met jullie mee.' Hij zuchtte. 'En als jullie mij voor gek uitmaken omdat ik heb overwogen om te blijven, dan doe je dat maar.'

Pirojil gaf Kethol een klap op de schouder. 'Ach, waar het mij om gaat, is dat ik me door niemand anders dan jij rugdekking wil laten geven, als je dat maar weet. Dus we zijn het eens?'

'Heb ik al gezegd.'

'Mooi,' knikte Durine.

Er schoot Pirojil iets te binnen, maar hij wuifde het weg, of probeerde dat althans.  

Manipulatie was tot daaraan toe, maar moord...

Het was niet erg waarschijnlijk dat vrouwe Mondegreen haar man had vergiftigd om met haar minnaar te kunnen trouwen. Toch? De priester van Astalon die de baron behandelde, zou vast de aanwezigheid van het gif wel hebben kunnen vaststellen, zij het niet per se een geneesmiddel hebben kunnen vinden.  

Nee, besloot hij, ze had haar man niet vermoord. Als ze bereid was lijken op haar pad naar de top achter te laten, had ze zo lang niet hoeven wachten om zich te ontdoen van een lastige echtgenoot, en dan was het spoor van lijken langer geweest. Trouwens, Pirojil had genoeg koelbloedige moordenaars ontmoet, en met zijn twintig jaar ervaring durfde hij er wel op te vertrouwen dat zij er geen was.

Hoe dan ook, het zat er bijna op.

Het werd warmer weer, er was vrede gesloten tussen de twee vijandigste baronnen, en ze hoefden alleen maar het edelmoedige aanbod van baron Morray en vrouwe Mondegreen beleefd af te slaan, hun betaling te innen en zo snel mogelijk naar het zuiden te vertrekken. Vooropgesteld dat ze hun geld konden krijgen voordat ze weg moesten.  

Hij huiverde.

Het mocht buiten dan warmer zijn dan eerst, maar hij had het kouder.