Hoofdstuk 13

 

 

 

Nik stond de volgende ochtend vroeg op. Zijn vergadering over het conflict met Carnelia zou om acht uur beginnen en tot laat op de dag duren. In de ochtendschemering kleedde hij zich aan.

Zijn hoofd bonkte van de whisky die hij had gedronken; zijn lichaam deed pijn van slaapgebrek. Door een paar uur zijn ogen te sluiten, had hij gehoopt niet langer te worden gekweld door beelden van de vijf dode bemanningsleden die van het geredde schip werden gedragen, maar ze stonden op zijn netvlies gebrand.

Hij voelde een druk op zijn borst. Zijn blik dwaalde naar Sofía die slapend in hun bed lag. Hij was weer een beetje bij zinnen gekomen omdat hij de baby had voelen schoppen.

Hij moest haar en zijn kind beschermen. Hij moest Akathinia beschermen. Alles hing nu af van zijn volgende stap.

Terwijl hij met Sofía in de zon had gespeeld, had Idas zijn volgende zet beraamd. Was hem te slim af geweest. Daarom waren er nu vijf levens te betreuren.

Misschien had zijn vader gelijk gehad. Misschien bestond er geen middenweg voor een leider. Of je moest je volledig op je taak richten, zoals zijn vader, je niets aantrekken van de mensen om je heen, of je liet je afleiden en vernietigen.

Hij pakte een jasje uit de kast en trok het aan. Hij liet zich te veel leiden door zijn emoties en moest Sofía tijdens deze crisis op afstand houden. Met de emoties die hij bij haar gewaarwerd, kon hij nu niet omgaan.

Het was niet moeilijk. De bijeenkomst duurde zoals verwacht tot laat op de avond. Toen hij thuiskwam, sliep Sofía al. Dit patroon zette zich de volgende twee weken voort, terwijl hij in de Raad debatteerde over de kwestie Carnelia. Hij sprak met degenen die Carnelia ter waarschuwing een slag wilden toebrengen, en met diegenen die, net als hij, wisten dat diplomatie de enige oplossing was. De laatste groep was echter in de minderheid. Er was geen middenweg, betoogde hij tegen de voorstanders van de waarschuwing. Die zou Akathinia meeslepen in een oorlog die ze niet wilden en zouden verliezen vanwege hun beperkte krijgsmacht.

Op de vijftiende ochtend van een bitter bevochten debat gebruikte hij zijn veto om een militaire actie van tafel te vegen. Hij kondigde een internationale vredestop aan, die over twee weken zou plaatsvinden om de kwestie Carnelia te bespreken. Idas zou uitgenodigd worden, maar de top ging door, met of zonder hem. Nik rekende erop dat de internationale gemeenschap hem zou steunen.

Hij hief de vergadering op en ging naar huis. Er was genoeg gepraat.

 

Het diner met Niks familie verliep pijnlijk stroef. Het was de zoveelste dag zonder Nik aan tafel. Stella had een afspraakje, en daarom zat Sofía alleen met de koning en koningin aan tafel. Na het dessert trok ze zich terug op haar kamer, uitgeput en ellendig.

Ze wist dat ze moest proberen te slapen. Ze had rust nodig. Toch ging ze naar haar studio om te werken.

De jurk waar ze aan werkte – een chic blauwzijden, knielang ontwerp – wenkte haar vanaf de tafel. Toch voelde ze zich niet geïnspireerd.

Hoe kon ze geïnspireerd zijn, nu haar relatie met Nik op instorten stond? Nu hij haar de afgelopen twee weken had ontlopen en nauwelijks een woord met haar had gewisseld? Slechts één nacht had hij haar wakker gemaakt om met haar te vrijen. Zodra hij zijn frustratie op haar had uitgeleefd, was hij weer in slaap gevallen.

Verder hield hij zowel emotioneel als fysiek afstand. Ze begreep dat hij onder grote druk stond, maar het brak haar hart dat alles waar ze aan hadden gewerkt voor hun ogen afbrokkelde. Wat stelde hun zogenaamde partnerschap eigenlijk voor, als hij zich niet tot haar wendde in de hoogste nood? En als hij er niet voor háár was?

Ze knipperde haar tranen weg. Ze wist dat hij Akathinia door de zwaarste tijden loodste. Dat ze niet van hem kon verwachten dat het nu volmaakt was. Toch wist ze ook dat na deze kwestie weer een nieuwe kwestie zou volgen. Dat er áltijd een nieuwe kwestie zou zijn. Dat hij haar steeds zou buitensluiten.

Het was niet meer genoeg, besefte ze. Ze kon geen genoegen nemen met een partnerschap. Ze wilde meer. Ze wilde hem helemaal. Ze wilde niet langer afwachten tot hij besloot dat hij om haar gaf. Zoals ze haar hele leven met haar moeder gedaan. Dat ging ze niet met hem doen.

‘Waarom lig je nog niet in bed?’

Bij het geluid van Niks diepe stem draaide ze zich met een ruk om. Hij stond in de deuropening tegen de deurpost geleund, zijn jas over zijn schouder geslagen.

‘Het is nog niet eens middernacht,’ zei ze. Ze hoorde hoe verbitterd ze klonk. ‘Zijn alle gesprekspartners aan tafel soms omgevallen?’

Hij gooide zijn jasje op een tafel en liep op haar af. ‘Ik heb over twee weken in Akathinia een top uitgeroepen met internationale leiders. Er komt geen militaire actie.’

‘Heb je je vetorecht gebruikt?’

‘Ja.’

‘Mooi zo.’ Ze wond een lok haar om haar vingers toen hij voor haar bleef staan. ‘Ik weet zeker dat de internationale gemeenschap zich achter je zal scharen.’

‘Daar is onze hoop op gevestigd.’

Het werd stil. Hij stak zijn hand uit en streelde haar wang. Ze draaide haar hoofd weg.

Er lichtte ergernis op in zijn ogen, maar hij onderdrukte die. ‘Je ziet er doodmoe uit, agapi mou. Komt het door de baby?’

Woede borrelde in haar op. Ze schudde haar hoofd.

Nik vernauwde zijn blik. ‘Wat is er?’

Ze haalde diep adem in een poging haar kalmte te bewaren, maar opeens kwam alles eruit. ‘Je hebt me twee weken lang genegeerd alsof ik niet besta, terwijl ik hier doodsangsten uitsta. Dan kom je opeens binnen walsen en vraag je me waarom ik er zo moe uitzie? Waarom ik mezelf niet ben? Heb je er ooit bij stilgestaan wat dit met mij doet, Nik? Kan het je zelfs iets schelen?’

Hij verstarde. ‘Ik heb gezegd dat dit me helemaal op zou slokken. Dat ik niet veel thuis zou zijn.’

‘Opslokken? Je hebt nog geen tien zinnen tegen me gezegd. Je hebt me buitengesloten alsof ik een onnodige complicatie ben en niet je partner.’

‘Had je dan liever gezien dat ik je midden in de nacht wakker maakte om je bij te praten?’

‘Ja. Dan had ik in elk geval geweten dat het goed met je ging. Nu was ik helemaal afhankelijk van wat Abram me over mijn verloofde wist te vertellen.’

Er flikkerde opnieuw iets in zijn ogen.

‘Tenzij,’ voegde ze eraan toe, ‘het de paar kruimels waren die je me toewierp voor je je frustratie op me uitleefde.’

Nu spoten zijn ogen vuur. ‘Daar was je anders zelf bij, Sofía.’

‘Ja. Dat was ik. Ik wilde je troosten, Nik. Ik had er alles voor over om te zorgen dat je je beter zou voelen. Ik vond het niet erg me door jou te laten gebruiken voor seks.’

Hij ging met gebalde handen voor haar staan. ‘Ik heb je niet misbruikt.

‘Wat was het dan? Mijn manier om jou te troosten?’

Hij sloeg zijn ogen neer. ‘Ik heb je verteld dat er moeilijke periodes zouden zijn. Periodes die we samen door moeten zien te komen.’

‘Samen, ja. Nu weet ik hoe je dat aanpakt. Hoe je me toelaat wanneer je dat uitkomt, en me vervolgens buitensluit wanneer je vindt dat ik te dichtbij kom.’ Ze rechtte haar schouders. ‘Je hebt me nooit echte intimiteit geboden, hè? Ik was te stom om dat in te zien.’

‘Ik héb je toegelaten.’

‘Dat denk je maar. Je denkt vast dat je je best hebt gedaan. Maar omdat je jezelf zo probeert te bewijzen, je vader wil laten zien dat hij zich in jou heeft vergist, blijft er maar bitter weinig voor mij over.’

Zijn gezicht verstrakte. ‘Ik probeer de vrijheid van dit land te behouden. Daar heeft mijn vader niets mee te maken.’

‘Zou je denken?’ Ze schudde haar hoofd. ‘Denk er nog maar eens beter over na. Want ik zie dat je met de dag meer op hem gaat lijken. Je wordt net zo dictatoriaal, net zo geobsedeerd door het einddoel. Verder kan iedereen naar de maan lopen.’

Hij klemde zijn kaken opeen. ‘Ik kan jou net zo goed verwijten dat je egocentrisch bent, Sofía. Juist nu zou je me moeten steunen, nu het land in de grootste crisis van zijn geschiedenis verkeert. En wat doe jij? Je beklaagt je dat ik je niet genoeg aandacht geef.’

Een verwrongen kreet ontsnapte aan haar keel. Ze gooide haar handen in de lucht. ‘Wat gebeurt er dan bij de volgende crisis? En de volgende? Voor ons wordt het leven nooit eenvoudig. Dat heb je zelf gezegd. Je hebt me ook gevraagd je terzijde te staan, dit samen te doen. Dat heb ik gedaan, Nik. Ik heb tot in het oneindige de aanstaande koningin gespeeld. Maar als jij me buitensluit, als ik het helemaal in mijn eentje moet doen, gaat het niet lukken. Ik begin niet aan een huwelijk, aan een leven met een man die niet bereid is dingen te delen.’

Zuchtend draaide hij zich om naar het raam. Toen hij haar weer aankeek, waren zijn ogen glazig van vermoeidheid. ‘Je bent onredelijk. Ga slapen, we praten morgen wel verder.’

Ze beet op haar lip en probeerde vertwijfeld de hete tranen terug te dringen. ‘Ik ben genoeg alleen geweest in mijn leven, Nik. Smachtend naar liefde die ik nooit kreeg. Dat doe ik niet weer. Ik stel ons kind niet bloot aan een ongelukkig huwelijk, aan een verdrietige moeder. Je kunt niets eens een relatie met mij aan, laat staan met een kind.’ Een traan rolde over haar wang.

Zijn mond vertrok, en met een vloek veegde hij de traan weg. Zijn ogen stonden vol verwarring en bezorgdheid. ‘Sofía –’

‘Ja, inderdaad,’ onderbrak ze hem. ‘Ik ben verliefd op je geworden, Nik. Dat besefte ik al op Evangelina. Jij wist het. Je hebt er handig gebruik van gemaakt om te krijgen wat je wilt.’ Ze zag hoe hij zijn blik afwendde, en haar hart brak bij die onuitgesproken bekentenis. Hij had het geweten. Op de een of andere manier maakte dat het nog erger. ‘Neem een besluit,’ zei ze kalm. ‘Bedenk of je werkelijk een hart hebt, Nik, en of daarin plaats is voor mij. Of laat me gaan. Aan jou de keus.’

Ze liet hem staan en ging naar bed. Het voelde goed om een eind aan de ellende te maken. Te weten dat die niet door zou gaan. Als hij haar nu afwees, was het duidelijk hoe hij tegenover haar stond en zou ze zichzelf levenslange pijn besparen. Veel pijnlijker dan dit kon het niet worden. Toch?

 

Nik ontweek de whiskyfles die hem de afgelopen tijd iets te veel had gelokt, zijn hoofd nog vol van zijn confrontatie met Sofía. In plaats daarvan zocht hij de frisse buitenlucht op. De paleistuinen waren stil en vredig, de avondlucht fris en schoon. Het zeebriesje liet de bladeren aan de bomen ritselen.

Aan de rand van de tuinen stond een bankje dat uitkeek op zee, waar Stella en hij als kinderen altijd kwamen om aan hun vaders woede te ontkomen. Hij liep erheen, ging op het vermolmde hout zitten en strekte zijn lange benen voor zich uit.

Hij legde zijn hoofd tegen de rug van de bank en sloot zijn ogen, maar voelde zich verre van vredig. Hij kon niet ontkennen dat elk woord van Sofía waar was geweest. Dat hij had geweten dat ze verliefd op hem was geworden en dat hij die kennis voor zijn eigen doel had aangewend. Hij was er niet trots op.

Toen hij echter vanavond had gezien hoe ellendig ze zich voelde, terwijl ze een paar weken lang zo gelukkig was geweest, had hij zich verscheurd gevoeld. Hij wilde haar gelukkig zien. Hij had haar beloofd er voor haar te zijn, had beloofd haar gelukkig te maken. Vervolgens had de crisis met Carnelia roet in het eten gegooid.

Dat was een leugen. Hij wist het zodra de gedachte in zijn hoofd opkwam. Idas, die het schip had veroverd, op hun verdrag was teruggekomen, had bewerkstelligd dat hij weer aan alles was gaan twijfelen. Hij twijfelde aan zichzelf, aan de leider die hij was geworden, of hij de juiste keuzes had gemaakt, of hij wel uit het goede hout was gesneden voor het koningschap. Maar al daarvoor had hij de beslissing genomen afstand te nemen van Sofía. Toen ze te dichtbij was gekomen. Toen zijn gevoelens voor haar te sterk waren geworden.

Want door zichzelf kwetsbaar te maken, zich helemaal voor haar open te stellen, moest hij zijn verdediging laten varen. Hij wist niet of hij zonder wel functioneerde. En zou Sofía dat wat overbleef wel willen? Als er tenminste wat overbleef…

Hij staarde niets ziend naar de donkere schaduwen van het water terwijl de ironische waarheid tot hem doordrong. Hij was bang geweest. Hij had zich door angst laten regeren, terwijl de moedige Sofía elke sprong had genomen die hij haar had gevraagd te maken. Een vrouw op wie hij, vreesde hij, al een hele tijd verliefd was.

Hij smachtte naar de rust die ze hem kon geven. Wist dat alleen zij zijn innerlijke wonden kon genezen. Zoals ze dat de afgelopen weken steeds had gedaan door voor hem de duisternis te verlichten en hem ervan te overtuigen zijn hart te volgen. Maar eerst moest hij zijn land van de afgrond redden en deze kwestie met Idas oplossen. Pas daarna kon hij aan de slag met zijn relatie met Sofía.

De vraag was of hij het in zich had om zichzelf helemaal aan haar te geven. Of maakte hij haar kapot door haar te dwingen te blijven?