Hoofdstuk 9
Sofía had twee dagen met haar moeder en Benetio doorgebracht, voordat het stel naar New York terugvloog. Met gemengde gevoelens begeleidde ze hen nu naar de helikopter op het gazon van het paleis voor hun reis naar Athene. Ze had haar moeder verteld dat ze een baby verwachtte. Daarop was haar moeder in huilen uitgebarsten. Het was een stap in de goede richting naar herstel van hun relatie. Ze had haar moeder uitgenodigd vóór de bruiloft nog eens een paar dagen in haar eentje terug te komen.
‘Dank je,’ zei haar moeder, en ze omhelsde haar. ‘Ik vind het zo fijn om je gelukkig te zien, lieverd.’ Toen ze weer rechtop stond, zag ze voor het eerst de twijfel in haar dochters ogen. ‘Je bent toch wel gelukkig? Nik is zo’n geweldige man.’
Sofía beet op haar lip. Ze wilde haar moeder niet ongerust maken, zo vlak voor haar eigen bruiloft. ‘Ja, mama,’ verzekerde ze haar. ‘Ik ben gelukkig. Bel me zodra u weer veilig thuis bent.’
De volgende dag wikkelde Nik zijn zaken af.
Daarna vlogen ze per helikopter naar het eiland Evangelina, naar het zomerhuis dat koning Damokles voor zijn vrouw, Evangeline, had gebouwd, een paar kilometer voor de kust van Akathinia.
Het maagdelijke privé-eiland had fantastische witte zandstranden en was omgeven door een azuurblauwe zee. Sofía vond de benaming ‘zomerhuis’ voor de paleisachtige villa bijna lachwekkend. De villa was ooit het toevluchtsoord van Niks overgrootvader geweest, een plek waar hij en zijn familie zich terug hadden kunnen trekken van hun dagelijkse verplichtingen.
Nik gaf haar een rondleiding door de achttien kamers tellende villa, gebouwd door een beroemde Italiaanse architect.
‘Wat indrukwekkend,’ zei ze toen ze weer in de grote foyer was teruggekomen met zijn spectaculaire trap en kostbare schilderijen uit de renaissance.
Nik zette zijn zonnebril af. ‘Het is weer wat koeler, laten we nog wat gaan wandelen en zwemmen voor het eten.’
Ze keek hem aan. ‘Ga je dan echt niet meer werken?’
‘Aan ons? Ja. Aan officiële zaken? Nee.’
Haar hart maakte een sprongetje. Ze wist hoezeer hij haar begeerde en hoe moeilijk het voor hem was geweest dat ze hem sinds de nacht van hun verlovingsfeest twee keer had afgewezen. Wat zou er gebeuren als hun hartstocht vrij spel zou krijgen? Wel wist ze dat het de regels van het spel opnieuw zou veranderen. Al wist ze niet precies hoe.
Toch had ze geen keus. Dit moest lukken. ‘Dan ga ik me omkleden,’ zei ze schor. ‘Wil je me onze kamer laten zien?’
Hij leidde haar naar de schitterende blauwe slaapkamer met uitzicht over een wit zandstrand en een eindeloos blauwe zee. Donker meubilair contrasteerde met de luchtige sfeer in de kamer. Een massief hemelbed was zo geplaatst, dat optimaal van het spectaculaire uitzicht kon worden genoten.
Vanuit dat bed zou een trage zonsopgang of zonsondergang ongelooflijk zijn, dacht ze. Meteen verwierp ze die gedachte weer. Eerst moest ze zeker weten dat Nik bereid was zich open te stellen voor haar.
Haar kleren bleken al in een prachtig bewerkte kast te hangen. Ze trok een witte bikini aan en schoot er een kort zonnejurkje over aan. Nik wachtte haar al in de slaapkamer op; hij droeg slechts een laag op zijn heupen zittende zwarte zwembroek.
Lieve help. Haar ogen dronken de aanblik in. Het was al zo moeilijk om niet naar hem te verlangen, maar met zo veel gebruinde, olijfkleurige huid in zicht werd het nog moeilijker. Hij was een toonbeeld van volmaaktheid, bijna om van te kwijlen. Bijna om aan te raken.
‘Wil je de wandeling overslaan, glykeia mou?’ Hij richtte zijn verzengende blik op haar, een en al op hol geslagen testosteron. ‘Ik heb wel zin in een ochtendslaapje.’
Er kroop een vurige blos naar haar wangen. ‘Ik ga liever wandelen.’ Ze pakte haar hoed en stoof langs hem heen de deur uit.
Zacht vloekend liep hij achter haar aan.
Ze glimlachte. Het was voor de verandering weleens leuk om macht over hem te hebben.
Samen wandelden ze over het maagdelijke, verblindend witte zandstrand, waar een volmaakt verkoelend zeebriesje waaide. Nik pakte haar hand en vlocht zijn vingers door die van haar.
Ze protesteerde niet tegen deze zo gewone intimiteit, omdat het zo vertrouwd voelde, zo juist, maar keek genietend uit over de volmaakte blauwe zee. Het water was niet turquoise, niet grijsblauw zoals in de haven van New York, maar het was een puur, levendig saffierblauw dat haar de adem benam. Haar gedachten gingen uit naar Athamos, wiens lichaam nog steeds ergens daar moest zijn. ‘Zullen ze hem ooit vinden?’
Nik keek op haar neer, zijn ogen nu onzichtbaar achter de donkere zonnebril. ‘Athamos?’
‘Ja.’
Hij schudde zijn hoofd. ‘De stromingen zijn te sterk. De duikers hebben wekenlang gezocht. Meer kunnen we niet van ze vragen.’
‘Dat was nog het moeilijkst,’ zei ze. ‘Dat we nooit afscheid hebben kunnen nemen van mijn vader. Gelukkig is zijn lichaam gevonden. Sommige families hadden minder geluk.’
Hij keek weer uit over het water. ‘Na mijn bijeenkomst met Idas ben ik naar de plek van het ongeluk gegaan. Toen pas ontdekte ik dat ik de vreemde hoop had gekoesterd dat het misschien allemaal een grote vergissing was geweest en dat Athamos gewoon nog ergens leefde. Dat hij door een visser was opgepikt en nu aan geheugenverlies leed. Of dat hij op een van de vele onbewoonde eilandjes terecht was gekomen en dat we hem alleen nog maar moesten vinden.’ De grimmige lijnen om zijn mond werden dieper. ‘Dat was uiteraard valse hoop, want niemand overleeft zo’n val.’
Met wild kloppend hart kneep ze in zijn hand. ‘Kon Idas je meer vertellen over hoe het gebeurd is?’
‘Niets meer dan dat het een persoonlijke kwestie was tussen hen tweeën. Dat denk ik nu ook. Kostas schijnt het er moeilijk mee te hebben.’
‘Dat geloof ik graag. Ondanks de ruzie moet het moeilijk zijn dat hij het als enige heeft overleefd.’
‘Als hij zich schuldig voelt, ja.’
Ze ging er verder niet op in. Even was er alleen maar het geluid van het kabbelende water en de krijsende meeuwen.
‘Athamos en Kostas hadden een ingewikkelde relatie,’ zei hij na een moment. ‘Ze waren elkaars rivalen, maar hadden veel respect voor elkaar. Ze hebben samen op de militaire academie gezeten. Wie weet wat er tussen hen is voorgevallen.’
Ze dacht terug aan zijn vaders scherpe woorden, die avond tijdens het eten. Als Athamos hier geweest was, was dit nooit gebeurd. Dan zou er een verdrag zijn geweest met de familie Agiero. ‘Hebben jij en je vader vaak meningsverschillen?’
‘Altijd.’
‘Dat was vast heel moeilijk,’ zei ze behoedzaam. Ze wist dat dit gevoelig lag, maar ze begreep ook dat dit de sleutel was tot dieper begrip van haar aanstaande echtgenoot. ‘Dat je vader en je broer zo’n hechte band hadden. En dat jullie zo anders dachten over leiderschap.’
Vanachter zijn donkere zonnebril keek hij haar aan. ‘Is dit een kruisverhoor, Sofía?’
Ze snoof. ‘We praten toch alleen maar.’
Hij bukte zich om een schelp op te rapen, bekeek hem en gooide hem in zee. ‘Het heeft me beschadigd en gevormd tot de gesloten, waakzame man die ik ben. Wil je me dat horen zeggen? Dat hun relatie een pijnlijke wig tussen de koning en mij heeft gedreven?’
Ze perste haar lippen opeen. ‘Alleen als het waar is.’ Hoewel hij haar aanstaarde, was het een mysterie wat er achter die donkere bril gebeurde.
‘Ik ben als beste afgestudeerd op Harvard. Summa cum laude. Ik mocht spreken tijden de afsluitceremonie. Dat was voor mijn vader geen reden die bij te wonen. Hij vond het niet belangrijk genoeg. Terwijl hij wél bij het afstuderen van mijn broer in Oxford was, die overigens niet met lof afstudeerde. Dat zegt wel iets over de familieverhoudingen.’
Ze voelde een brok in haar keel. ‘Is de band met je moeder beter?’
‘Mijn moeder bezit geen greintje moederinstinct. Ze liet onze opvoeding aan kindermeisjes over. En na de ontrouw van mijn vader stortte ze zich meer en meer op haar liefdadigheidswerk.’
Ze fronste haar voorhoofd. ‘Hoe ging je ermee om? Waar haalde je de kracht vandaan?’
‘Athamos en ik hadden een hechte band, ondanks onze meningsverschillen. Net als Stella en ik.’ Hij haalde een schouder op. ‘Ik ging mijn eigen gang. Ik ben geslaagd in het leven en hoefde alleen mezelf iets te bewijzen.’
Maar niet aan zijn vader. Ook al had hij successen behaald en erkenning in de wereld afgedwongen, dat nam nooit die pijn weg. Ze bestudeerde zijn harde, onbuigzame profiel. Nu wist ze wat ten grondslag lag aan Niks pijn… Een vader voor wie niets goed genoeg was geweest, die alleen in de troonopvolger geïnteresseerd was. ‘Heb jij ooit koning willen worden?’
Er verscheen een frons in zijn voorhoofd. ‘Dat is nooit een optie geweest.’
‘Je hebt er toch weleens over nagedacht.’
‘Nee,’ zei hij vlak. ‘Dat heb ik niet gedaan. Ik hield van mijn leven in New York. Soms voelde ik me meer Amerikaan dan Akathiniaan. Koning zijn was wel het laatste wat ik wilde.’
‘Toch was je rusteloos. Je was toe aan een uitdaging, Nik. Ik zeg niet dat iemand hierom gevraagd heeft. Ik zeg alleen dat dit misschien een reden heeft. Misschien was jij wel voorbestemd om over Akathinia te heersen, niet Athamos.’
De namiddagzon verwarmde hun huid toen ze naar de andere kant van het eiland liepen.
Hij was lang stil. ‘Ik betreur het dat ik geen tijd heb gehad om zaken tussen hem en mij op te helderen,’ zei hij uiteindelijk met een afwezige blik in zijn ogen. ‘Dat vind ik nog het ergste.’
Zijn opmerking sneed haar door het hart. ‘Hij heeft het vast geweten. Bij mijn vader was het net zo. Ik had hem nog zo veel willen vertellen, maar ik moest geloven dat hij het allemaal al wist. Dat onze band zo sterk was.’
Zijn gezicht bleef ondoorgrondelijk.
Ze liepen het hele eiland rond. Toen ze bijna een uur later terugkwamen, stroomde het zweet over Sofía’s rug. Ze trok haar zonnejurkje uit, pakte de hand die Nik haar bood en waadde de verbijsterend warme zee in.
Het water was net koel genoeg om verrukkelijk te zijn. Het streelde haar als een duizelingwekkende liefkozing toen ze verder in zee waadde. Nik trok haar naar zich toe. Ze sloeg haar armen om zijn nek en haar benen om zijn middel en liet hem haar anker zijn in de lichte golven. Zijn ogen waren intens blauw terwijl hij haar vasthield, met zijn handen plat tegen haar rug.
‘Heb ik me nu voldoende opengesteld, Sofía? Heb ik nu het recht op jou verdiend?’
Ze wist dat ze op het punt stond een beslissing te nemen die alles zou veranderen. Die hem macht over haar zou geven. Toch had hij haar een glimp van zijn hart laten zien. Ze had het gevoel dat hij de dingen die hij haar zojuist had verteld, nog nooit aan iemand anders had verteld. Ze wilde geloven dat hij gelijk had, dat ze samen verder moesten en vertrouwen in elkaar moesten hebben. ‘Was het zo moeilijk?’ vroeg ze kalm, haar blik strak op zijn ogen gericht. ‘Jij leert mij risico’s nemen, Nik. Dat maakt me bang. Mijn hele leven maakt me momenteel bang.’
Hij sloeg zijn ogen met de donkere wimpers neer. ‘Ik kan mijn gevoelens niet zo gemakkelijk verwoorden. Zo ben ik niet opgevoed. Ik moest mijn emoties juist onderdrukken. Maar ik beloof je dat ik me aan de belofte van de nacht van ons verlovingsfeest zal houden. Ik zal mijn best doen om me voor je open te stellen.’
Toen kuste hij haar teder en intens. Ze nam zijn gezicht tussen haar handen en opende haar mond. Wanneer ze, zoals nu, de intensiteit van hun band voelde, sterker dan alles wat ze ooit in haar leven had ervaren, geloofde ze dat ze samen de hele wereld aankonden.
Ze wisselden kus na kus uit, en ze had durven zweren dat de temperatuur van het water om hen heen steeg. Hij was hard, klaar voor haar, en zijn erectie prikte onophoudelijk tegen haar buik. Terwijl de zon meedogenloos op hen neer scheen, was ze als was in zijn handen.
Opeens keek hij haar aan met een vurige blik. ‘Ik wil een bed onder ons, kardia mou, al zal er van slapen weinig komen.’
De zon ging even na zessen onder. Nik droeg de kok op iets te eten voor hen achter te laten en stuurde hem en het overige personeel naar huis.
Hij smachtte naar zijn verloofde en wilde niet gestoord worden.
Op het zwart-witte marmeren terras dat uitkeek op zee wachtte Nik op Sofía. De zon, een oranje vuurbal, zonk langzaam weg in de eindeloos blauwe horizon. Terwijl hij genoot van de spectaculaire aanblik overdacht hij wat Sofía eerder had gezegd. Over zijn wens om koning te worden. Over wat hem vaak zo rusteloos maakte… Wat dreef hem eigenlijk?
Hij wist dat het antwoord hier lag, in de erfenis waarvan hij zich in New York had geprobeerd te distantiëren. Hoe hij in zijn vaders aanwezigheid steeds maar weer het zwarte schaap werd dat hij altijd al was geweest.
Hield hij werkelijk zó van zijn leven in New York? Of had hij besloten dat hij geen koning wilde worden omdat dat gemakkelijker was dan de wetenschap de op een na beste te zijn? In Manhattan had hij zijn eigen lot kunnen bepalen, wat kon een man zich meer wensen? Nu vroeg hij zich af of hij op de vlucht was geweest voor dat ene wat hij onder ogen moest zien. Hij moest bewijzen niet de op een na beste te zijn. Dat zijn vader zich in hem had vergist.
Had hij zich daarom de afgelopen tijd zo ongedurig gevoeld in New York? Onzeker over zijn toekomst? Omdat hij nooit vrede zou vinden tenzij hij deze strijd tegemoet trad?
Hij was de grillige Idas te slim af geweest. Hij had een oplossing gevonden waar beide landen profijt van konden trekken. Zo had hij een lange en bloedige oorlog weten te voorkomen. Hij had zich niets van zijn vader aangetrokken en slechts gekeken naar wat het land nu nodig had. Het ging er niet om Idas te verslaan, het ging om leiderschap.
‘Niet aan je werk denken.’
Sofía’s sensuele stem beroerde zijn zintuigen. Langzaam draaide hij zich naar haar om. Haar donkere golvende haar hing los om haar schouders, haar olijfgroene jurk was eenvoudig, en ze liep op blote voeten.
Nog nooit had hij zo naar haar verlangd.
‘Ik dacht niet aan het werk,’ zei hij zacht. ‘Ik had iets heel anders in gedachten.’
Ze slikte. Hij stak een hand uit. Ze liep op hem af en liet haar hand in zijn hand glijden. ‘Mag ik weten wat?’
‘Ik zou het je willen laten zien, maar eerst moeten we een toast uitbrengen. En iets eten voor je flauwvalt.’
‘Een toast?’ wilde ze weten.
Hij gaf haar een glas gekoelde alcoholvrije champagne. ‘Op ons. Op een nieuw begin.’
Ze keek hem met haar donkere blik aan, waarna ze haar glas hief. ‘Op een nieuw begin.’
Ze dronken, kijkend naar de zonsondergang die de hemel wazig roze kleurde. Toen het laatste schijfje van de zon in de oceaan dook, ter afsluiting van een spectaculaire voorstelling, richtte Nik zich tot Sofía. ‘Heb je al trek?’
Ze ging op haar tenen staan, bracht haar mond naar zijn oor en maakte hem onomwonden duidelijk waar ze nu zin in had. Daar kwam niets eetbaars aan te pas.
Zijn bloed kookte. ‘Beloof je me dat je niet flauwvalt?’
‘Dat hang ervan af wat je met me gaat doen.’
Hij tilde haar op in zijn armen en droeg haar met een wild bonkend hart naar de villa. Pas boven op hun kamer zette hij haar op de grond. Toen begon hij zijn overhemd los te knopen.
Sofía liep naar het raam om naar de roze hemel te kijken die de zonsondergang had achtergelaten. ‘Ik kan me geen spectaculairder uitzicht voorstellen dan dit.’
‘Ik wel,’ zei hij na een grom. Gefrustreerd smeet hij zijn overhemd aan de kant.
Met een geamuseerde glimlach om haar mond draaide ze zich om. ‘Heb ik je lang genoeg laten wachten, koning Nikandros?’
Bij wijze van antwoord tilde hij haar opnieuw op en droeg haar naar het bed. Toen hij haar op het zijden dekbed had neergelegd, trok hij de rits van haar jurk met een ruk omlaag om haar roomblanke huid te ontbloten.
Hij schoof de jurk van haar schouders en trok die omlaag tot op haar middel. Haar borsten waren gezwollen en barstten bijna uit de kanten cups van haar beha. Bij die regelrechte herinnering aan het kind dat ze samen hadden verwekt, verstijfde hij opeens. De herinnering benam hem de adem. De erfgenaam van dit land, ja, maar ook hún kind. Het product van die bedwelmende sensuele nacht die ze met elkaar hadden beleefd.
De afgelopen weken had hij er nauwelijks bij stilgestaan. Nu hij oog in oog stond met het bewijs dat hij op korte termijn vader ging worden, werd het opeens verbijsterend echt.
Ze legde haar vingers op haar buik die een lichte bolling vertoonde.
‘Je bent zo mooi,’ zei hij schor, zich naar haar toe buigend om haar te kussen. ‘Ik verlang alleen maar nog meer naar je.’ Hij verslond haar met een kus die elke centimeter van haar prachtige lippen plunderde.
Ze legde haar hoofd in haar nek om nog meer te genieten van de warmte van zijn mond op haar hals. Hij nam haar volle borsten in zijn handen, en ze snakte naar adem toen zijn duimen over haar tepels streken.
‘Gevoelig?’
Ze knikte, haar ebbenhouten ogen dronken van een duistere begeerte. Hij boog zijn hoofd en nam een met kant bedekte tepel in zijn mond. Haar zachte kreun trof hem als een stomp in de maag. Vastbesloten het onverzadigbare verlangen om haar nú te nemen de baas te blijven, streek hij met zijn duim over haar andere tepel en zoog er hard aan. Hij bewerkte haar met zijn tanden en tong tot ze haar vingers in zijn haar drong en er hard aan trok. Vervolgens bewerkte hij haar andere tepel, met hetzelfde effect.
Zacht kreunend fluisterde Sofía zijn naam. Tevreden constateerde hij dat ze zich helemaal overgaf. ‘Wat wil je?’ vroeg hij ruw. ‘Zeg het me.’
Haar vingers trokken een provocerend pad over zijn borst, toen ving ze zijn hand en leidde die naar de binnenkant van haar dij.
Hij legde zijn vingers op haar zijdezachte huid. ‘Zeg het me.’
‘Ik wil je handen op me voelen. Hier.’
Dit beviel hem. Heel goed. Want hij vond het heerlijk om haar daar aan te raken. Te voelen hoe ze hem begeerde. Het te proeven.
Hij drong zijn knie op het bed tussen haar dijen en schoof haar jurk verder omhoog tot zijn vingers in contact kwamen met het randje van haar zijden slipje.
Haar adem siste tussen haar tanden door.
‘Hier?’ vroeg hij, en hij gleed met zijn vingers langs het zijden randje.
‘Ja.’
Met een hand schoof hij de zachte stof opzij, en hij raakte haar warme huid. Onbeheerst drukte ze zich tegen hem aan; haar overgevoelige reactie deed zijn bloed koken. Zijn vingers gleden langs de vochtige, warme huid. Zijn geslacht kwam kloppend tot leven bij zo veel openlijk vertoon van haar verlangen naar hem.
Met open mond kuste hij haar lippen, en tegelijk liet hij zijn vingers voorzichtig in haar verzinken. Hij had grote handen, en ze kreunde in zijn mond toen hij haar vulde. Ze moest in alle staten zijn, even vertwijfeld als hij al die weken was geweest.
‘Nik… alsjeblieft…’
Hij drong zijn vingers dieper in haar. ‘Zeg het me, glykeia mou.’
‘Meer,’ zei ze met een snik. ‘Alsjeblieft, meer…’
Hij ving haar lip met zijn tanden. ‘Wil je mijn mond op je voelen?’
‘Ja.’
Hij duwde haar achterover op het bed en trok haar jurk tot haar middel op, overspoeld door het verlangen haar te proeven, haar op te eisen. Zoals ze daar lag, haar prachtige haar uitgewaaierd op het bed, haar donkere ogen vurig van begeerte, was ze alles wat hij zich kon wensen. De enige vrouw die zijn zelfbeheersing kon vernietigen met haar exotische, sensuele schoonheid.
‘Geef je aan me,’ gebood hij haar.
Ze kende dat bevel en spreidde haar benen voor hem, op die half onbekommerde, half verlegen manier die hem tot waanzin dreef. Haar ogen boorden zich brandend in die van hem terwijl hij haar bewerkte. Zijn brein werd wazig toen haar geur de gedachten in zijn hoofd verdreef. Hij onderging alleen nog maar de sensatie van de zachte, zoete huid tussen haar benen onder zijn mond, haar ronde billen die hij met zijn handen omvatte en leidde waar hij haar wilde hebben, en de zachte kreten die hij haar met zijn tong ontlokte. Steeds opnieuw kronkelde ze onder hem, hem smekend haar klaar te laten komen.
Zijn tong gleed over haar knopje, vederlicht eerst. Maar toen haar vingers aan zijn haar trokken, hem aanspoorden door te gaan, bewerkte hij haar met doelbewuste strelingen van zijn tong om haar daarheen te voeren waar hij haar wilde hebben. Ze was er zo dichtbij, zo dichtbij. Hij drong zijn vingers in haar, en haar kreet weergalmde in de nacht.
‘O, in vredesnaam.’ Ze drukte haar handen tegen haar gezicht, haar lichaam uitgeblust onder zijn lichaam. Haar borst ging zwoegend op en neer.
Hij kroop over haar lichaam omhoog, trok haar handen weg van haar gezicht en begon haar te kussen. Even later onderbrak hij de kus om haar aan te kijken. ‘Nu moet je het beest in me temmen.’
Ze opende haar mond. ‘Hoe zou ik dat moeten doen?’
Zijn vinger gleed strelend over haar wang. ‘Je moet op me komen zitten en me berijden tot ik nergens meer ben. Daarna,’ voegde hij er resoluut aan toe, ‘mag je weer van vooraf aan beginnen.’
Zo opgewonden had Sofía zich nog nooit gevoeld. Nik was als een uit zijn kooi ontsnapte leeuw: hij moest haar bezitten. Ze voelde zich klein, vrouwelijk en o zo opgejaagd.
Ze gleed met haar vinger langs zijn onderlip. Hij sloot er zijn tanden omheen en beet zacht. Ze glimlachte. ‘Dan moet je veel uithoudingsvermogen hebben. Is de koning er wel klaar voor?’
Hij pakte haar hand, leidde die naar zijn kruis en sloot haar vingers om zijn forse erectie. ‘Wat denk je zelf?’
De vlammen sloegen haar uit. Hij was zo groot, zo mannelijk. De gedachte hem na al die weken in haar te hebben, was ondraaglijk opwindend.
Ze duwde tegen zijn borst. Gehoorzaam rolde hij van haar af. Hij volgde haar met zijn blik toen ze uit bed glipte en met een snelle beweging van haar schouders haar jurk op de grond liet vallen. Ze beefde bij de blik op Niks gezicht, alsof hij haar levend wilde verslinden.
Nik kwam bij haar staan en trok zijn broek en boxershort uit. Toen strekte hij zich op het bed uit, een feest voor haar alleen. Zijn indrukwekkende erectie was niet te negeren en leek onverzadigbaar.
Ze klom op bed en ging schrijlings op hem zitten. Haar haren streken over zijn gespierde borst toen ze haar mond op de zijne drukte. Ze kuste hem, leefde zich op hem uit tot hij een handvol lokken pakte en haar hoofd bij haar haren omhoogtrok.
Zijn blauwe ogen brandden koortsachtig. Hij ging verliggen en drukte zijn erectie tegen haar warme, vochtige huid. Alleen al bij die aanraking sidderde ze van genot. Ze verhief haar heupen om hem in haar te nemen, naar adem snakkend toen hij haar handen tegen haar billen legde en zijn heupen verhief. Vervolgens drong zijn harde geslacht in één snelle beweging in haar.
Met gesloten ogen liet ze de overweldigende sensatie tot zich doordringen. Toen opende ze haar ogen. ‘Je bent vanavond een beest.’
‘Het is te lang geleden,’ zei hij grommend. ‘Veel te lang geleden.’
Zijn vingers hielden haar heupen omklemd. Hij tilde haar een beetje op en trok haar vervolgens weer op hem om haar opnieuw te bezitten. Het enige wat nog voor haar bestond, was de sensatie door hem bezeten te worden, met lichaam en ziel. Want zo was het – of ze het nou wel of niet wilden erkennen – dit ging veel verder dan seks alleen.
Ze kreunde. Hij trok haar weer omlaag, nog eens, en gebood haar ruw om hem nog dieper te nemen, bijna dierlijk. Haar lichaam leek opnieuw tot leven te komen. Hij was zo groot, zo krachtig in deze houding! Onbeschrijflijk.
Hij legde een krachtige hand tegen haar kaak en keek haar intens aan. In zijn ogen zag ze een verlangen dat zo diep ging, dat ze het tot in haar tenen voelde: hij wilde haar, hij had haar nodig. Maar er was meer… Een diepe emotie die hij niet kon verhullen.
Gewaagde gedachten kwamen in haar op. De gedachte dat hij misschien ooit zijn gebrek aan vertrouwen te boven zou komen. Van haar zou kunnen gaan houden. Want helaas was dat zo langzamerhand haar diepste wens geworden.
Zijn tong streek langs haar onderlip. Ze opende haar mond voor hem, en zijn tong drong haar mondholte binnen en begon de bewegingen van zijn lichaam na te bootsen. Ze werd zachter, smolt om hem heen, en schonk hem alles waar hij haar om vroeg. Hij vervolgde zijn meedogenloze aanval, en zijn ademhaling versnelde; zijn grote lichaam spande zich toen hij het hoogtepunt naderde.
Toen liet hij zijn hand tussen hen in glippen. Zijn ruwe duim vond haar intiemste middelpunt en begon cirkelvormige bewegingen te maken. Zijn adem was warm tegen haar wang toen hij naar lucht hapte. Sofía kreunde diep en vertwijfeld.
‘Dat is het, agapimeni,’ maande hij haar aan. ‘Kom tegelijk met mij.’
Zijn vaardige handen, zijn zwoegende lichaam dat haar met elke stoot dichter bij het hoogtepunt bracht, maakten dat ze in een verrukkelijke, diepe ontlading tuimelde die haar als een machtig getij overspoelde. Ze slaakte een verwrongen kreet.
Nik eiste haar mond op en bewoog tegen haar aan. Door de wrijving leek haar orgasme zich nog langer uit te strekken.
Het was haar verkrampende lichaam dat hem over de rand duwde. Met een laatste stoot ontlaadde hij zich in haar. Ze sloeg haar benen steviger om hem heen om zijn zaad te ontvangen.
Toen ze weer rustiger ademden, trok Nik haar tegen zijn borst aan. Ze vleide haar hoofd tegen zijn wild bonzende hart, en hij streelde haar haren.
Geleidelijk nam zijn hartslag af tot een gelijkmatig ritme onder haar oor. Hun band voelde zo volmaakt, dat de vraag haar ontglipte. ‘Wie was ze, Nikandros?’