Hoofdstuk 10

 

 

 

Niks strelende hand verstilde in haar haren. ‘Over wie heb je het?’

Op haar elleboog steunend keek ze hem aan. ‘De vrouw die je zo wantrouwig heeft gemaakt. Stella heeft me over haar verteld, maar ze wilde geen details geven.’

Zijn gezicht stond gereserveerd. ‘Ze betekende niets.’

‘Als ze niets voor je betekende, kun je het mij vertellen.’

‘Waarom zou ik oude koeien uit de sloot halen?’

‘Omdat daar je wantrouwen ten opzichte van vrouwen vandaan komt. Ik moet weten waarom.’

Hij tilde haar van zich af en ging rechtop zitten. ‘Er valt weinig te vertellen. Toen ik begin twintig was, had ik een vriendin. Ik was destijds nog argeloos en deelde dingen met haar die ik niet had moeten delen. Toen ze aanvoelde dat onze relatie op zijn eind liep, gebruikte ze een paar van de dingen die ik haar had verteld tegen mij en mijn familie.’

Ze fronste haar voorhoofd. ‘Hoe dan?’

‘Ze verkocht een interview aan de pers over onze relatie. Daarin onthulde ze intieme details over mijn familie.’

‘Welke details?’

‘Indiscrete dingen over mijn vader.’

De moed zonk haar in de schoenen. Lieve help. Geen wonder dat Nik geen vrouw durfde te vertrouwen.

Ze schudde haar hoofd. ‘Dat is maar één vrouw, Nik. Eén vrouw uit velen die nooit zo wraakzuchtig, zo rancuneus zouden zijn om je zoiets aan te doen. Je snapt toch wel dat zij een uitzondering is?’

‘Is dat zo?’ Een donkere wenkbrauw vloog omhoog. ‘Ik ken geen vrouw die niets van me wil, Sofía. Bepaalde vrouwen lijken wel machtswellustelingen. Het is blijkbaar heel aantrekkelijk om aan de arm van een prins te lopen. Zoals het ook prettig is om in een stad als New York van mijn fortuin te kunnen profiteren. Hun bedoelingen zijn misschien niet zo wraakzuchtig als die van Charlotte, maar ze wilden allemaal iets van me. Zo werkt het blijkbaar bij vrouwen.’

Haar schouders verstijfden. ‘Niet bij mij.’

Hij zei niets.

Haar hoofd bonkte. Hij zou haar nooit geloven. Hij zou haar altijd volgens diezelfde norm beoordelen.

Ze gleed van het bed. ‘Ik ga me douchen.’

‘Sofía…’

Ze reageerde niet en liep door naar de badkamer. Ze was er bijna toen hij haar inhaalde. Zijn vingers drongen in haar bovenarm toen hij haar met een ruk omdraaide. ‘Thee mou, wat ben je toch een kruidje-roer-mij-niet.’

‘Kruidje-roer-mij-niet? Zijn alle vrouwen voor jou kinderen, Nik?’

Hij legde een hand tegen haar achterhoofd, zijn ogen spoten vuur. ‘Wat wil je dat ik zeg?’

‘Ik wil dat je zegt dat je weet dat ik anders ben. Dat je weet dat ik die zwangerschap niet gepland kan hebben. Dat dit niet in me zit.’ Ze hief haar kin. ‘Heb ik je ooit in onze relatie aanleiding gegeven om te denken dat ik me langer aan je vast wilde klampen dan onze vervaldatum? Dat ik me niet aan de regels hield?’

‘Die laatste nacht,’ zei hij afgemeten. ‘Je was anders. Ik denk dat je te veel aan me gehecht was geraakt. Je maakte het uit omdat je bang was om gekwetst te worden.’

Ze staarde hem aan. Hij sloeg de spijker op de kop. ‘Goed, Nik, je hebt gelijk,’ zei ze. Een van hen moest deze vicieuze cirkel doorbreken. ‘Ik heb het die nacht uitgemaakt omdat ik voor je was gevallen. Ook al hield ik mezelf voor dat het onverstandig was, dat ik de regels kende. Ik dacht dat we iets speciaals met elkaar hadden. Dat het meer was dan seks alleen. Dat we anders waren. Er is geen sprake van voorbedachten rade. Ik heb je niet het huwelijk in willen lokken met een zwangerschap. Dát is de waarheid.’

Heel lang zei hij niets. Sofía zag zijn ogen donkerder worden. ‘Wat is er aan de hand?’ daagde ze hem uit. ‘Schrik je ervan dat ik dingen voor je voel? Dat ik denk dat jij en ik speciaal zijn? Dat het tussen ons iets kan worden?’

‘Nee,’ zei hij na een lang moment, en hij verviel in stilzwijgen.

‘Wat nu?’

Met zijn handen streek hij over zijn slapen. ‘Misschien heb ik me vergist.’

‘Waarin?’

‘In jou. In dat je op deze zwangerschap hebt aangestuurd. Ik heb die beschuldiging geuit op basis van ervaringen, van situaties waaruit ik de lering heb getrokken dat mensen niet te vertrouwen zijn, Sofía. Dat ik het me niet kan veroorloven mensen te vertrouwen. Toen ik ontdekte dat je zwanger was, ging ik er als vanzelf van uit dat je de zwangerschap gepland had. We waren zo voorzichtig geweest tot die tijd. Misschien niet de juiste veronderstelling, maar ik ben geconditioneerd om zo te denken.’

Ze sloeg haar armen over elkaar en keek hem opstandig aan. ‘Anticonceptie is niet honderd procent waterdicht, Nik. Ik had geen idee dat de medicatie die ik gebruikte de pil kon beïnvloeden, anders had ik dat voorstel nooit gedaan.’

‘Het was ook mijn verantwoordelijkheid,’ gaf hij toe. ‘Ik had een condoom kunnen gebruiken. Dat heb ik niet gedaan.’

Ze beet op haar lip. ‘Vanwaar deze onverwachte wending? Waarom nu?’

Hij schudde zijn hoofd. ‘Omdat het niet aan jou ligt, Sofía. Na de dood van mijn broer kon ik niet meer helder denken. Door alles wat me voor de voeten werd geworpen. Toen ik weer bij mijn verstand was gekomen, leek het me gewoon niets voor jou. Je bent goudeerlijk en zo intens onafhankelijk. Je hebt je er zo tegen verzet. Maar ik kon er nog niet bij en ik wilde het niet weer verkeerd hebben en iemand vertrouwen die het niet verdiende.’

Ze tuitte haar lippen. ‘Dus nu heb je tijd gehad om dit te verwerken?’

‘Ja.’

Behalve argwaan voelde ze de wanhopige behoefte aan zijn vertrouwen. Ze schudde haar hoofd. ‘Je moet me geloven, Nik. Je voor me openstellen. Weten dat ik anders ben.’

Zijn lippen werden een smalle streep. ‘Ik vertelde je toch net over die gebeurtenis die bijna een breuk veroorzaakte in mijn familie? Ik heb je al over mijn vader verteld. We praten toch, Sofía? Ik kan niet beloven dat het me altijd goed zal afgaan, maar ik zal mijn uiterste best doen.’

Haar hart werd week. Hij had een poging gedaan. Heel geleidelijk had hij zich opengesteld. Diep vanbinnen wist ze nu dat ze het samen konden redden. Als ook zij zich voor hem open kon blijven stellen. Ze deed een stap in zijn richting. ‘Beloof je me dat je morgenochtend bij het wakker worden niet weer aan me twijfelt?’

‘Dat beloof ik.’ Hij sloeg een arm om haar middel en trok haar naar zich toe. ‘Lypamai. Het spijt me zo. Het spijt me dat mijn argwaan het ons zo moeilijk heeft gemaakt.’

Ze bleef hem aankijken. ‘Alles is voor mij nu gebaseerd op vertrouwen, Nik. Ik moet weten of ik op je kan bouwen. Dat je er voor me zult zijn.’

Hij drukte zijn mond op haar mond.

Het was een vlinderlichte liefkozing, en alle achtergebleven woede in haar smolt als sneeuw voor de zon.

‘Spring maar,’ fluisterde hij. ‘Ik vang je op. Je hebt gelijk, Sofía. We kunnen een goed team zijn. Dat beloof ik je.’

 

Dat de man met wie ze ging trouwen, in dit verband het woord ‘team’ gebruikte, zou ze niet mogen vergeten. De man die haar zojuist wel had beloofd om een relatie met haar op te bouwen, die haar leuk en begeerlijk vond, maar die nooit van haar zou houden. Dat was niet veranderd. Hij trouwde met haar… om zijn erfgenaam veilig te stellen.

Ze bezwoer zichzelf dat niet te vergeten toen hij haar weer kuste. Deze keer volgde er geen vertwijfelde vrijpartij, maar een lome ontdekkingsreis, een soort bezegeling van een belofte die ze elkaar hadden gedaan: om dit samen te doen.

Met een zucht nam ze zijn gezicht tussen haar handen. Hij drong een knie tussen haar dijen en kwam dichterbij. Zijn erectie was nog steeds intact. Ze voelde dat hij nog stijver werd van het contact, kloppend van verlangen naar haar.

Even snakte ze naar adem bij het gevoel van zijn opgerichte geslacht tegen de tere huid tussen haar benen.

‘Beurs?’ vroeg hij.

‘Ja.’

Hij begroef zijn mond in de holte van haar hals. ‘Ik zal voorzichtig zijn.’

‘Ja.’

Hij drong in haar. Haar lichaam nam hem in zich. Hij wiegde tegen haar aan en bleef haar aankijken terwijl ze één werden. Langzaam, oneindig teder nam hij haar. Hoger, dieper, tot haar overgevoelige lichaam weer tot leven kwam.

De strijd die ze in zijn ogen zag, gaf haar hoop. Hij wilde niet zo intens naar haar verlangen. Hij verzette zich tegen hun band. Verzette zich tegen wat er altijd tussen hen was geweest en wat groter leek dan hen beiden. Buiten hun controle.

Het maakte háár ook bang, doodsbang. Maar hierin moest hij haar anker zijn. Ze wist dat hij dat ook zou zijn, als hij nooit van haar zou houden. Dat moest voldoende zijn.

Steeds opnieuw drong hij met doelbewuste precisie in haar; de wrijving van zijn lichaam tegen haar huid was pijnlijk aangenaam. Ze kwam klaar op een verrukkelijk lange golf van genot. Nik kreunde, en zijn prachtige gezicht vertrok toen het genot ook hem verteerde.

Hun ademhaling werd rustiger. Haar benen gleden naar de vloer. De waas van hartstocht bleef haar bij tijdens de warme douche waar Nik haar onder zette. Ook nadat hij haar had ingestopt in het grote, luxe bed. Toen ze in slaap doezelde, vlijde ze zich tegen zijn borst aan.

Ze wilde niet denken aan de sprong die ze net had gemaakt. Ze speelde hoog spel. Als ze deze keer viel, viel ze dieper dan de vorige keer.

 

Twee zonovergoten dagen later was Sofía’s hoop voor het welslagen van haar relatie met Nik gegroeid. Ze hadden de heerlijkste dingen gegeten, gespeeld in zee en zich overgegeven aan eindeloze vrijpartijen die haar ervan hadden overtuigd dat haar verloofde het uithoudingsvermogen van vier mannen had.

Het was een periode geweest waarin ze zich volledig op elkaar hadden kunnen richten, zonder druk vanbuitenaf. Het had alle verschil van de wereld gemaakt. Geleidelijk had Nik zich voor haar opengesteld, al was hij nog altijd op zijn hoede. Het was alsof hij de regels van een spel leerde dat hij nog nooit had gespeeld. Aan de andere kant had dat ook voor haar gegolden. Zo bezien waren ze voor elkaar gemaakt.

Wat haar zorgen baarde, overdacht Sofía terwijl ze Nik in de zeilboot zag naderen tijdens hun laatste dag op Evangelina, was dat ze morgen weer terug moesten naar hun gestreste levens. Een leven waarin Nik de verantwoordelijk voor een natie op de schouders droeg. Waarin zij zich staande moest houden.

Daar kwam nog bij dat ze wist dat ze verliefd was geworden op Nik, waardoor ze zich kwetsbaar en rauw voelde. Toch zou ze dit nieuwe leven omarmen. Ze was sterk, zoals Nik haar de avond van hun verlovingsfeest had voorgehouden. Ze kon het opbrengen in het belang van haar kind. Misschien, heel misschien kwam ze er zelfs nog sterker uit.

Ze keek naar haar schetsblok en bestudeerde haar laatste tekening. Nog steeds niet goed. Met een grimas verscheurde ze het blad en maakte er een prop van.

Verdraaid. Waarom lukte het haar toch niet? Al die ideeën in haar hoofd lieten zich niet vertalen naar het tekenblad. Ze pakte haar glas koele citroenlimonade op en probeerde rustig te worden.

Zodra Nik de boot had aangemeerd, liep hij het strand op en plofte neer op de stoel naast haar. Hij pakte het glas uit haar hand en dronk de inhoud leeg. Ze glimlachte. ‘Is er iets wat je niet als van jou beschouwt?’

Zijn ogen glinsterden in het zonlicht. ‘Nee. Heb ik dat vannacht niet bewezen? Heb je behoefte aan een geheugensteuntje?’

Hij pakte een prop op. ‘Mag ik?’

‘Als je maar eerlijk bent.’

Hij trok een wenkbrauw op alsof hij daarmee wilde zeggen dat hij dat altijd was.

‘Toe dan maar. Ik probeer een kledinglijn voor zwangere vrouwen te maken.’

Hij vouwde een van de tekeningen uit, vervolgens nog een. Totdat hij ze allemaal bekeken had. Twee keer. Er verscheen een geconcentreerde frons in zijn voorhoofd.

‘En?’ vroeg ze gespannen. ‘Wat vind je ervan?’

Hij keek op. ‘Nu heb ik natuurlijk geen verstand van mode, maar ook ik heb het gevoel dat er iets aan ontbreekt.’

‘Inspiratie,’ mompelde ze. ‘Er valt me niets in.’

Hij ging rechtop zitten en strekte zijn lange benen voor zich uit. ‘Nu ben je typisch Sofía. Je gaat voor de veilige keuzes – wat je denkt dat mensen mooi zullen vinden, goedkeuren. Je geeft je niet voor de volle honderd procent. Waarom laat je de teugels niet vieren en laat je je verbeelding werken?’

‘Dat doe ik wel,’ zei ze protesterend. ‘Ik heb er hard aan gewerkt.’

Hij keek haar veelbetekenend aan. ‘Teken iets voor jezelf. Iets geks, iets waardoor je creatieve sappen stromen.’

Ze keek hem aan. ‘Sinds wanneer ben jij een expert in creativiteit?’

‘Je zou er nog van staan te kijken hoeveel creativiteit het kost om een deal van tien miljoen dollar rond te krijgen, agapi mou.’ Hij hees zichzelf overeind uit de stoel. ‘Probeer het maar eens.’

Ze kauwde op het potlood toen hij zich ging douchen. Keek om zich heen en bedacht hoe de overdadige schoonheid van het eiland, de intensiteit van de kleuren, de geuren, haar inspireerden. Ze begon te tekenen en ze stopte pas toen Nik haar kwam halen voor het eten.

‘Lukt het nu beter?’

‘Ja,’ zei ze, waarna ze het tekenblok dichtsloeg.

‘Krijg ik er iets van te zien?’

‘Nog niet. Ze zijn nog niet af, maar ik ben er blij mee. Volgens mij is dit de richting die ik in wil.’

‘Mooi zo.’ Hij wees naar de villa. ‘Dan krijg ik dus je onverdeelde aandacht tijdens het eten.’

Níks onverdeelde aandacht bleek even fascinerend en duizelingwekkend als altijd, maar haar gedachten dwaalden steeds af naar de komende tijd.

Nik wees met zijn wijnglas naar haar toen de borden van het voorgerecht werden weggehaald. ‘Waar zit je met je hoofd?’

‘Ik heb geen zin om terug te gaan,’ zei ze zuchtend. ‘Konden we hier maar blijven. De druk ontvluchten.’

‘Je trouwt niet met een gewone man, Sofía. Je trouwt met een koning.’

Ze zuchtte. ‘Ik weet het. Ik droom maar wat.’

‘Laat me je tekeningen nu eens zien.’

Ze keek hem scherp aan. ‘Ik zei toch dat ze nog niet af waren.’

‘Ik zal je ervoor belonen.’

Even deed ze of ze daarover nadacht. Maar de verleiding was te groot. Ze schoof haar stoel achteruit, pakte haar tekenblok en liep om de tafel heen. Nik trok haar op zijn knie en drukte haar tegen zich aan. ‘Eerlijk zijn,’ hielp ze hem herinneren. Toen sloeg ze het tekenblok open en liet hem de reeks schetsen zien. Ze moesten nog uitgewerkt worden, maar het was een begin. Bij elke tekening vertelde ze hem wat ze had gedaan, wat haar eraan beviel. Nik was vol aandacht.

‘Ik vind ze mooi. Ze zijn elegant. Anders.’

Ze kauwde op haar lip. ‘Vind je ze echt mooi? Probeer je niet alleen aardig te zijn?’

‘Je bent toch al van mij,’ mompelde hij. ‘Waarom zou ik aardig zijn?’

Haar mond viel open. Ze wilde hem net slaan toen ze de glinstering in zijn ogen zag. ‘Je bent verschrikkelijk.’

Hij snuffelde aan haar wang. ‘Ik vind ze geweldig.’

Ze legde haar hoofd tegen zijn borst en absorbeerde zijn warmte.

Met een hand streek hij over haar haren. ‘Soms lopen dingen nu eenmaal uit de hand, Sofía. Wanneer dat gebeurt en het aanvoelt alsof we de regie verliezen, moet je jezelf maar voorhouden dat we ook dit aankunnen.’

Bevreemd zei ze: ‘Zo klinkt het heel eenvoudig.’

‘Dat zal het niet zijn, maar je kunt de uitdaging aan, agapimeni. Daar twijfel ik niet aan.’

Dat hoopte ze maar. Wie weet waar ze toe in staat was? Ze zou het vanzelf merken.