Hoofdstuk 8
De volgende ochtend vroeg namen Nik en Sofía op de grote trap voor het paleis afscheid van hun laatste gasten. Sofía stond naast Nik, zo star onder de hand die hij om haar middel had geslagen, dat hij wist dat hij die avond nog een hele strijd zou moeten leveren. Dat bleek ook uit elke vijandige blik die ze de afgelopen uren op hem had geworpen.
Zijn verloofde was niet gelukkig. Beslist niet. Hoewel hij het haar niet kwalijk kon nemen, gezien de ontvangst die ze van de Akathinianen had gekregen. Toch had hij gedacht dat ze er beter tegen opgewassen zou zijn. Sofía was altijd stoer geweest, een van de redenen waarom hij zich tot haar aangetrokken voelde.
Na een knikje naar zijn bedienden maakte hij aanstalten om zich met Sofía terug te trekken. Hij leidde haar het paleis in, op weg naar hun kamers. Op de trap veegde ze zijn hand weg en liep ze met rood aangelopen wangen door. Ze was op dat moment de aantrekkelijkste vrouw ter wereld, temperamentvol als een helder brandende rode vlam. Een vrouw naar wie iedere man smachtte.
Inclusief Aristos Nicolades.
Sofía gooide de deuren naar hun suite open en liep recht op het bed af. Ze ging op het bed zitten, trok haar schoenen uit en smeet ze in de richting van de kast.
Nik trok zijn jasje uit en maakte zijn stropdas los. ‘Dus ze hebben het je moeilijk gemaakt. Je wist dat dit zou gebeuren. Daar hebben we je op voorbereid. Waarom trek je het je zo aan?’
Haar ogen werden donkerder. ‘Het was meer dan moeilijk. Het was een bloedbad. Ze hebben me gewogen en te min bevonden, Nik. Ik ben vernederd. Nee,’ zei ze, hem wegwuivend, ‘het was alsof ze me wilden neerhalen.’
Hij keek haar met vernauwde ogen aan. ‘Je overdrijft.’
‘Overdrijf ik? Ik heb bij iedereen mijn best gedaan, ondanks hun neerbuigendheid. Ik lachte om hun snobistische grapjes, deed net alsof ik van cricket hield en een eindeloze high tea, maar ik liep steeds tegen een muur op. Ik had niet eens mijn best hoeven doen. Ik hoef me niet aan te passen, dat moeten zij doen.’
‘Kalmeer nou eens een beetje,’ zei hij kalm. Hij was bang dat ze een paniekaanval zou krijgen. ‘Niet iedereen was even afstandelijk. Sommige hoogwaardigheidsbekleders waren juist heel hartelijk.’
‘Ik kan ze op één hand tellen.’ Ze trok de spelden uit haar haren en gooide die op het bed.
‘Zo is het wel genoeg, Sofía,’ beet hij haar toe. ‘Ze trekken wel bij.’
Vol minachting keek ze hem aan. ‘Weet je wat ze tegen me zei, die gravin van je? Ze zei dat het Akathiniaanse volk me nooit zou accepteren omdat ik hier niet vandaan kom. Dat je een vrouw had moeten kiezen die begrijpt met welke complexe politieke situatie je te stellen hebt, geen vrouw die je impopulair maakt.’
Hij fronste zijn voorhoofd. ‘Heeft ze dat gezegd?’
‘Niet alleen dat. Ze zei dat ik niet jouw belangen voor ogen heb gehad toen ik je met een baby een huwelijk in lokte. Dat je je vergissing om je aan een onbeduidende vrouw als ik te binden op een gegeven moment wel zou inzien.’
Hij klemde zijn kaken opeen. ‘Thee mou, Sofía, dat zijn de woorden van een vrouw die zelf tot op het bot vernederd is. De familie Agiero heeft een naam op te houden. Ik keur het niet goed dat ze je zo aanvalt, maar je kunt haar toch wel vergeven dat ze even uit de bocht vliegt.’
‘Uit de bocht vliegt? Ze achtervolgde me. Ik heb haar de hele avond ontweken.’
Dat verbaasde hem. Zuchtend haalde hij een hand door zijn haar. ‘Het spijt me. Echt. Ik had het ook liever anders gezien. Maar het zal steeds gemakkelijker worden, dat beloof ik je.’
Ze haalde de laatste spelden uit haar haar. De lange, zijdezachte lokken vielen als een waterval over haar schouders. Ze keek hem fel aan. ‘Wat wil je van me, Nik? Ik heb ingestemd met dit huwelijk. Ik heb mijn leven opgegeven. Toch vraag je steeds meer.’
‘Ik wil alleen maar dat je je niet verzet tegen dingen die je toch niet kunt veranderen. Je maakt het jezelf alleen maar moeilijker.’
‘Terwijl jij alles wilt.’ Ze keek hem dreigend aan. ‘Weet je hoeveel moeite het me heeft gekost een punt achter mijn verleden te zetten? Hoe graag ik zou willen vergeten dat ik het meisje was dat in een flatgebouw woonde waar mijn vriendinnen niet mochten komen omdat er zo veel nare dingen gebeurden? Nu rakelt de pers mijn lage afkomst op. Ze citeren een klasgenoot van de modeacademie, die me altijd “dat meisje met de beurs” noemde. Ze liet destijds geen gelegenheid voorbijgaan om me eraan te herinneren dat ik niet tot haar hogere kringen behoorde, ze weigerde mijn talent te erkennen. Nu doet ze net alsof we de beste vriendinnen waren, alleen om er haar voordeel mee te doen.’
Hij staarde haar heel lang aan. De ellende die ze vroeger had meegemaakt, trof hem als een mokerslag. ‘Ze hebben je ongelukkig afgeschilderd, Sofía, maar als je je op deze manier klein laat krijgen, hebben zij de macht, niet jij. Je moet erboven staan.’
Met opgeheven hoofd zei ze: ‘Ik sta er ook boven.’
‘Goed zo,’ stemde hij in. Hij kwam naast haar op het bed zitten. ‘Je hebt zo veel kracht, benut die nu. Leg iedereen het zwijgen op door de beste kledinglijn ooit te ontwerpen. Wees de ontwerper die je altijd hebt willen zijn. Je wint vanzelf ieders respect wanneer je ze laat zien wie je bent.’
Ze staarde hem zwijgend aan. ‘Dat kun jij gemakkelijk zeggen, Nik,’ zei ze ten slotte. ‘Ik ben bang. Ik voel me verloren. Stuurloos. Uit mijn evenwicht. Ik weet niet of ik dit kan. En dan hebben we nog niets over het kind gezegd.’
‘Besef je wel hoe ik me voel, Sofía? Ik probeer mijn eigen weg te vinden. Terwijl de pers constant vergelijkingen trekt tussen mij en mijn broer, en al mijn vergissingen opsomt. In deze situatie moet ik in mezelf geloven. Ik moet geloven dat ik dit land kan leiden, dat ik dit volk de juiste richting op kan sturen. Er is geen ruimte voor twijfel.’
Ze boog haar hoofd. ‘Mag ik niet van je vragen of je me een beetje steunt?’
‘Dat moet je doen, maar zeg dan ook wanneer je bang bent. Wanneer je je overweldigd voelt. Ik kan geen gedachten lezen.’
Haar ogen spoten vuur. ‘Dat is allemaal leuk en aardig, maar sinds je me een paar weken geleden die belofte hebt gedaan, Nik, zie ik je dagelijks ongeveer één uur, meestal tijdens het eten met je familie. Moet ik soms een afspraak met je plannen?’
‘Dat is belachelijk.’
‘Is dat zo?’ Ze keek hem vernietigend aan. ‘Aristos had de indruk dat je ervan zou genieten me te kneden. Me mijn plaats te wijzen.’
‘Heb je met Aristos over mij gesproken?’
‘Hij bracht het ter sprake, niet ik. Hij vindt het verbazingwekkend hoe je er steeds weer in slaagt om de zaken naar je hand te zetten. Doe je dat, Nik? Zeg je maar gewoon wat ik wil horen om jouw probleem op te lossen, voor het uit de hand loopt?’
‘Ik meende wat ik zei.’ Zijn blik gleed over haar heen. ‘Je voelt je tot hem aangetrokken.’
‘Was dat maar zo. Aristos is een open boek. Dat kun je van jou niet zeggen.’
Zijn bloed begon te koken. Frustratie en jaloezie vermengden zich tot een verraderlijke combinatie. Nu was het genoeg! Hij trok haar op zijn knie en keek haar recht in de ogen. Haar wulpse billen maakten intiem contact met zijn harde dijen. ‘Het lijkt me verstandig,’ beet hij haar toe, ‘om het nooit meer met Aristos over mij te hebben. Of,’ voegde hij er scherp aan toe, ‘net zo openlijk met hem te flirten als vanavond.’
Ze sloeg geen acht op zijn waarschuwing. In tegendeel, haar ogen werden nog donkerder. ‘Ik dacht anders dat dat traditie was in Akathinia… Om van het andere geslacht te genieten voor je voor altijd een verbintenis sluit.’
De adrenaline joeg door zijn aderen. ‘Ja,’ beaamde hij. ‘Het is ook traditie dat de aanstaande bruid in het bed van de aanstaande bruidegom eindigt. Om hem te behagen.’
Ze ving haar lip tussen haar tanden. ‘Déze aanstaande bruid niet.’
De opwinding in haar ogen sprak een andere taal. Hij boog zijn hoofd en zette zijn tanden in haar onderlip. Ze deed een halfslachtige poging hem weg te duwen, maar haar protest werd gesmoord door haar veel te snelle ademhaling. Ze was onweerstaanbaar met dat weelderige lichaam van haar in die sensationele rode jurk.
Hij beet zacht in haar lip. ‘Je zou beter moeten weten dan me in de val te lokken, Sofía mou. Of was het je daar juist om te doen?’
‘Alsof ik –’
Hij onderbrak haar gesputter en eiste agressief haar mond op. Hij had haar precies waar hij haar de afgelopen twee weken had willen hebben: onder hem.
Haar nagels drongen bestraffend in zijn biceps. Diep uit haar keel steeg een zacht geluid op toen ze haar mond onder zijn mond opende. Hij maakte er misbruik van, begroef zijn vingers in haar dikke haar en liet zijn tong in haar mond glippen om haar te proeven, te strelen. Een nieuwe kreun ontsnapte haar terwijl haar vingers hem vastgrepen.
Toen hij haar achterover op het bed duwde, schoof haar sexy rode jurk verder over haar dijen omhoog. Zijn handen schoven de jurk nog verder omhoog, met als enige doel in haar te zijn. Haar ogen waren als gesmolten vuur, maar hij las er ook besluiteloosheid in. Hij vloekte zacht voor zich uit. ‘Zeg me niet dat je dit niet wilt,’ mompelde hij. ‘Gun ons wat we allebei willen.’
‘Ik heb tijd nodig om na te denken.’
‘Waarover?’
Ze ging weer rechtop zitten. ‘Over of ik jou wel die macht over mij wil geven.’
Zijn opgewonden lichaam protesteerde. ‘Ik heb je iets beloofd, Sofía. Ik heb me voorgenomen hier een succes van te maken.’
‘Bewijs het dan.’ Ze schoof naar de zijkant van het bed en gleed eraf.
De zijden rode jurk bedekte weer haar verrukkelijke dijen.
Een donkerbruine wenkbrauw schoot vragend omhoog toen ze zich tot hem wendde. ‘We hebben toch nog het hele weekend?’