Hoofdstuk 2
De vlammen die oplaaiden in Niks blik, deden zijn gebruikelijke reserve wegsmelten. Ze herkende die blik, die altijd vooraf was gegaan aan extreem genot.
Hij kuste haar. Deze keer moedigde hij haar bepaald niet teder aan haar lippen voor hem te openen… Nee, hij stond er duidelijk op dat ze zwichtte voor de chemie tussen hen. Hoewel ze beter wist, wilde ze dit. Ze gaf zich over aan de kus, stond zichzelf toe om de weelderige diepten van zijn mond te proeven. Het was zijn vertrouwde, bedwelmende smaak, nog versterkt door de wijn, waardoor ze zich in hem verloor, zoals altijd. Ze sloeg haar armen om zijn middel. Zijn hand omvatte haar achterhoofd, en haar hele lichaam werd vloeibaar bij de sensatie weer terug te zijn in zijn armen.
Zijn lippen streken met vlinderlichte kusjes langs haar kaaklijn. Ze kromde haar hals, zuchtend toen hij het uiterst gevoelige plekje tussen nek en schouder vond. Zijn vingers vonden de rits van haar jurk en trokken die omlaag, toen glipten zijn handen onder de stof. De warmte van zijn vingers op haar huid waren een brandmerk waar ze naar smachtte.
Ze drukte zich dichter tegen hem aan, terwijl hij haar heupen tegen zich aan drukte. Zijn tegen haar buik priemende geslacht riep een zoet, kwellend verlangen op, diep in haar onderbuik. ‘Nik…’
Hij ging rechtop staan en maakte zijn strikje los. ‘Trek die jurk uit.’
Ze keek hem aan. ‘Commandeer je me?’
‘Wat denk je?’
Ze kon niet ontkennen dat zijn woorden en dwingende toon haar opwonden. Macht en zijn waanzinnige aantrekkingskracht vormden een fatale combinatie.
Ze zwichtte, schoof de bandjes van haar jurk van haar schouders en liet hem op de grond vallen. Nik begon zijn overhemd los te knopen en bleef haar aankijken terwijl hij de knopenrij methodisch afwerkte.
Ze stapte uit de jurk.
Met slechts één vinger wenkte hij haar. ‘Kom hier,’ zei hij bruusk.
‘Ik houd wel van die bevelen.’ Ze dichtte de afstand tussen hen. ‘Leuk, zoals jij de prins speelt.’
Een van zijn mondhoeken trok omhoog. Hij sloot zijn vingers om die van haar en leidde ze naar zijn open geknoopte overhemd. ‘Trek het verder uit.’
Ze schoof het overhemd van zijn brede schouders. Een vreemde spanning maakte zich van haar meester bij het vooruitzicht al die mannelijke kracht te mogen onderzoeken. Haar adem stokte in haar keel toen het overhemd op de vloer viel. Hij was zo mooi: met krachtige biceps en onderarmen – elke ochtend getraind in een sportschool in Manhattan met een bokser van wereldklasse als sparringpartner. Zijn borst was een kunstwerk van gespierde richels. Haar blik werd als vanzelf getrokken naar de sexy V op zijn onderbuik en naar de bobbel die tegen zijn broek spande.
Haar maag balde samen bij de intensiteit van zijn blik toen ze zijn broek openmaakte en de rits van zijn gulp opentrok. Slikkend van koortsachtige verwachting wrong ze haar vingers onder zijn broekband en trok zijn broek over zijn heupen omlaag. Ze zat nu geknield voor hem, onmiskenbaar provocerend. Alsof haar was geboden de verlangens van de prins te bevredigen.
Ze vond het opgerichte bewijs van zijn verlangen naar haar en bevrijdde het uit zijn strakke zwarte boxer. Zijn geslacht was even zijdezacht als hard toen ze het in haar handen nam en streelde.
Hij begroef zijn handen in haar haar. ‘In je mond, Sofía. Neem me in je mond.’
Haar bloed kookte bij het rasperige geluid van zijn stem. Hij had het altijd heerlijk gevonden als ze dit voor hem deed. Het maakte hem gek. Wanhopig. Toch gaf ze hem niet meteen wat hij wilde. Eerst plaagde ze hem met haar tong, streek ermee over de kloppende aderen die zich duidelijk op zijn roede aftekenden. Pas toen hij een gesmoorde verwensing slaakte, nam ze hem diep in de warmte van haar mond; steeds opnieuw tot zijn vuisten zich strak in haar haren balden en zijn geduld op was.
‘Genoeg.’ Hij trok haar bij haar pols overeind.
Een intense tevredenheid nam bezit van haar toen hij een arm onder haar knieën legde, haar optilde en naar zijn slaapkamer droeg. De donkere en mannelijk ingerichte kamer werd gedomineerd door een enorm hemelbed. Ze belandde op de fluweelzachte beddensprei. Nik trok zijn boxershort uit en strekte zich naast haar uit.
Op een elleboog steunend streek hij met een vinger over haar onderlip. ‘Ik smacht al wekenlang naar die ondeugende mond. Op me, onder me…’
Haar hart bonkte in haar borst. Ze stak haar armen naar hem uit en legde haar handen tegen zijn gespierde torso. Hij ving haar mond in een kus vol pure verleiding: zijn tong streek met lange, lome strelingen over die van haar, en ze huiverde nu. Toen zijn duimen over haar tepels streken, huiverde ze nog meer. Ze stonden al stijf van verlangen naar hem, maar richtten zich onder zijn vaardige aanraking nog meer op. Het kloppende verlangen diep in haar buik nam toe. Het was te lang geleden dat ze hem had gehad, haar lichaam schreeuwde om bevrediging.
Om haar beha los te maken verbrak hij de kus.
Onder zijn vurige blik op haar gezwollen huid beefde ze.
Hij boog zich over haar heen om haar borsten te strelen. ‘Deze heb ik ook gemist, glykeia mou.’
Ze sloot haar ogen toen hij het opgerichte puntje in zijn mond nam. Met zijn tong en tanden bewerkte hij haar tepel, en de zoete pijn nam toe door zijn harde gezuig. Ze kreunde toen hij zijn aandacht verlegde naar haar andere tepel. Zijn duim plaagde het vochtige kloppende topje.
Het was te veel. Te veel. ‘Nik…’
Met zijn mond nog steeds op haar borst drong hij haar benen uiteen. Zijn hand gleed strelend over haar dij. Ze beefde van verwachting om het genot dat alleen hij haar kon geven, en ze spreidde haar benen wijd voor hem. Hij mompelde iets goedkeurends. Ze was vochtig, klaar voor hem toen hij haar slipje opzij schoof en langs de omtrekken van haar intiemste lichaamsdeel streek.
Lieve help. Ze drukte haar hoofd tegen het bed toen hij zijn duim naar haar harde knopje bracht en tegelijk één van zijn lange mannelijke vingers in haar liet glijden. Haar lichaam spande zich om hem heen, verlangend naar zijn aanraking. Nik wist hoe hij een vrouw zo moest bewerken tot ze erom smeekte; hij zorgde er altijd voor dat ze waanzinnig opgewonden was voor hij haar nam. Dat ze wild was.
Zijn blik brandde op haar gezicht. Hij volgde al haar reacties, absorbeerde elk geluidje dat ze van genot maakte. Langzaam en weloverwogen voerde hij haar hoger, tot haar heupen tegen zijn hand kronkelden. Toen voegde hij er nog een vinger aan toe en vulde haar zo verrukkelijk, dat de tranen haar in de ogen sprongen. Toen het genot zover toenam dat ze er bijna in verdronk, klampte ze zich met haar handen vast aan de sprei.
Met glinsterende ogen drukte hij zijn mond op haar lippen zodat hun adem zich vermengde. ‘Kom voor me klaar, Sofía. Nú.’
Zijn sexy bevel duwde haar over de rand. Door het onophoudelijke gestreel van zijn duim over haar van de spanning strak staande zenuwtoppen, kwam ze sidderend klaar. Alleen Nik kon haar zo intens bevredigen.
Zijn mond sloot zich over haar lippen, en hij kuste haar elke verdovende seconde die het duurde, intussen schorre aanmoedigingen tegen haar lippen aan mompelend. Huiverend zocht ze houvast bij zijn machtige biceps terwijl de naschokken door haar heen trokken.
Hij richtte zich op om een condoom te pakken.
De omvang van zijn geslacht in volledige staat van opwinding was indrukwekkend. Onbeschrijflijk. ‘Nee,’ zei ze, verlangend, bijna smachtend naar de intimiteit van hen samen, alleen zij, deze laatste nacht. ‘Ik ben veilig. Dat weet je. Kan het niet zonder?’
Hij aarzelde, zijn hand al op weg naar het nachtkastje. Toen ging hij weer op haar liggen en nestelde hij zijn harde lichaam tussen haar dijen. ‘Nai,’ mompelde hij, en hij drukte zijn mond op haar mond. ‘Dat wil ik ook.’
Waar dan ook: in bed of erbuiten of in de lift naar zijn penthouse… het ontbrak hun bij het liefdesspel niet aan creativiteit. Maar vanavond dwong hij haar haar dijen om zijn middel te slaan voor het meest traditionele standje.
‘Dan kan ik je gezicht zien,’ mompelde hij, haar gedachten radend. ‘Ik wil je zien terwijl ik geen spaan van je heel laat, Sofía.’
Te zien aan de donkere emotie in zijn ogen was hij kwaad. Kwaad dat zij hun relatie had beëindigd, niet hij. Hij ging ervoor zorgen dat ze in de toekomst aan niets anders meer zou kunnen denken dan aan dit. Ze wist dat hij gelijk zou hebben.
Hij vond haar vochtige opening en drong haar verwelkomende lichaam binnen. Ze snakte naar adem toen hij zich diep in haar begroef. Met open mond drukte hij een kus tegen haar hals en bleef tegelijk bewegingloos diep in haar. Ze voelde hem overal, hij prikkelde al haar zenuwtoppen en maakte dat haar hele lichaam zinderde.
Hij trok zich terug en nam haar opnieuw, steeds weer. De zijdezachte sensatie van zijn lichaam langs dat van haar was verrukkelijk. Nee, ze zou hem nooit meer vergeten. Nik fluisterde in haar oor hoe sexy ze was, hoe fijn ze voelde, en hij stelde zijn eigen hoogtepunt uit tot ze tegelijk met hem klaarkwam.
Toen ze het tegen zijn mond aan uitschreeuwde, en hij verstijfde en zich door haar mee liet voeren in een intens orgasme, had ze nog nooit zoiets ontzagwekkends intiems meegemaakt als dit moment waarop Nik zich zonder voorbehoud met haar verenigde.
Met gesloten ogen probeerde ze op adem te komen. Nik streelde haar haren. Lange momenten verstreken, maar het was alsof de tijd stilstond. Ze moest gaan, hield ze zichzelf voor toen hun ademhaling weer gelijkmatiger werd in de schaduwen van de stille kamer. Dit was geen avond om te blijven plakken. Niet nu het leek alsof Nik haar de regie had ontnomen.
Ze glipte uit bed, nam de prachtige champagnekleurige jurk, kleedde zich aan en vond haar schoenen in de salon. Nik volgde haar en keek zwijgend toe, leunend tegen de muur in de hal, slechts gekleed in zijn boxershort. Ze trok haar schoenen aan en probeerde haar haren te fatsoeneren.
‘Spijt?’ vroeg Nik toen ze voor hem ging staan.
‘Nee.’ Ze ging op haar tenen staan om een kus op zijn wang te drukken. ‘Geen spijt.’
Carlos wachtte haar beneden op, dezelfde vriendelijke glimlach op zijn gezicht gepleisterd als eerder op de avond. Ze ging op de achterbank zitten, niet in staat Carlos’ glimlach te beantwoorden, en legde haar hoofd tegen de hoofdsteun.
De chauffeur stapte in en startte de wagen.
Een rauwe pijn nam bezit van haar. Ze sloeg haar armen om haar borst om de pijn af te wenden. Ze had tegen Nik gelogen, misschien om haar gezicht te redden. Want als het zo voelde om risico’s te nemen, bedankte ze daar hartelijk voor. Ze voelde zich liever leeg dan zo gewond.
Na het vertrek van Sofía kon Nik de slaap niet vatten. Hij trok een short en een verbleekt Harvard T-shirt aan en liep met een glas prosecco de salon in.
Het was goed dat de relatie met Sofía beëindigd was. Ze waren te veel aan elkaar gehecht geraakt. Hij kon de tekenen zien; ze waren onmiskenbaar voor een man die al zijn hele leven verbintenissen uit de weg ging. Misschien had hij het al te lang door laten gaan. Hoe had hij kunnen weten dat Sofía anders was dan de oppervlakkige vrouwen met wie hij gewoonlijk omging?
Zijn maag balde samen. Zijn regel om geen enkele vrouw te dichtbij te laten komen, niemand te vertrouwen, was gebaseerd op ervaring. Hij was een doelwit voor golddiggers. Charlotte, zijn ex-vriendin, was daar een goed voorbeeld van. Ze had haar verhaal aan de sensatiebladen verkocht en daarmee de naam van zijn familie door het slijk gehaald.
Niet dat Sofía in die categorie paste. Haar vertrouwde hij wel: ze was speciaal. Stoer met een uiterst kwetsbaar randje… En nu had hij haar vanavond gekwetst. Misschien omdat hij kwaad was geworden. Kwaad omdat zij hun vriendschap had verbroken. Kwaad omdat hij had gedacht dat hun relatie nog sprankelde – in elk geval wat de seks betrof. Het was de eerste keer in zijn leven dat een vrouw het initiatief had genomen om een wederzijds bevredigende relatie te beëindigen. Hij kon niet ontkennen dat het stak.
Er verscheen een wrevelige trek op zijn gezicht. Misschien werd het eens tijd.
Hij haalde zijn laptop tevoorschijn en besloot wat e-mails door te nemen. Zijn persoonlijke assistent, Abram, die waarschijnlijk nog licht had zien branden, klopte aan en kwam binnen via de aangrenzende personeelsverblijven.
Abram, zowel zijn vriend als zijn butler, was erop getraind al zijn problemen op te lossen. Hij kon stug zijn, terughoudend, maar nooit geagiteerd. Toch leek hij nu, midden in de nacht, beslist in alle staten.
‘Wat is er aan de hand?’ vroeg Nik. ‘Vertel me niet dat koning Idas mijn broer weer een streek heeft geleverd.’
Abram richtte zijn groene ogen op hem.
Niks hart sloeg een slag over bij de ontsteltenis die hij erin las.
‘Kroonprins Athamos heeft een ongeluk gehad, Koninklijke Hoogheid. Hij is dood.’
De kamer leek voor Nik opeens in een mist te verdwijnen. Zijn hoofd tolde. ‘Dat is onmogelijk. Ik heb Athamos gisterenavond nog gesproken.’
Abram boog zijn hoofd. ‘Het spijt me vreselijk, sir. Het is gisterenavond gebeurd in Carnelia. Het duurde even voor alle berichten gecontroleerd waren.’
De schrik deed hem het bloed in de aderen stollen. Zijn gedachten raceten in een poging te bevatten wat zijn bediende hem zojuist had verteld. Gisterenavond had zijn broer zich woedend uitgelaten over Akathinia’s zustereiland, Carnelia. Koning Idas van Carnelia wilde Akathinia weer inlijven bij de Cathariaanse eilanden, waartoe het langer dan een eeuw geleden had behoord. Waanzin in dit democratische tijdperk.
Nik had zijn broer geprobeerd te sussen. Wat was er in vredesnaam daarna gebeurd? ‘Wat deed hij op Carnelia?
‘Er is momenteel nog weinig bekend. Er was een ruzie om een vrouw. Prins Athamos en kroonprins Kostas van Carnelia besloten die te beslechten met een autorace door de bergen, dezelfde route van de eeuwenoude paardenrace.’ Zijn bediende pauzeerde. ‘Volgens een toeschouwer nam prins Athamos een bocht te scherp. Zijn auto stortte van een klif in zee.’
Ruzie? Om een vrouw? Zo hartstochtelijk en roekeloos als Nik was, zo nuchter was zijn broer. Toch was Athamos in zijn auto gestapt om zijn aartsvijand Kostas eruit te rijden over de levensgevaarlijke kliffen van Carnelia? Het domein van zijn vijand? Een man die bekendstond om zijn lichte ontvlambaarheid, net als zijn opvliegende, tirannieke vader…
‘Weten ze zeker –’
‘Dat hij dood is?’ Abram knikte. ‘Het spijt me, sir. Volgens getuigen kan niemand zo’n val hebben overleefd. Ze proberen nu het lichaam te bergen.’
‘En Kostas,’ mompelde Nik. ‘Heeft hij het overleefd?’
Abram knikte. ‘Hij reed vlak achter hem. Hij heeft het allemaal zien gebeuren.’
Nik stond op en liep blindelings naar de ramen waar de spectaculaire horizon van Manhattan zich voor hem ontvouwde. Achter hem klonk het geluid van kristal. Abram kwam naast hem staan en duwde hem een glas whisky in de hand. Nik bracht het naar zijn mond en nam een flinke slok.
Toen het glas half leeg was, schraapte zijn bediende zijn keel. ‘Er is nog meer.’
Meer? Hoe kon er meer zijn?
‘Het nieuws van het ongeluk is hard aangekomen bij uw vader. Hij heeft een zware hartaanval gehad. De artsen hopen dat hij het zal overleven, maar het spant erom.’
Een gevoel van onwerkelijkheid overviel hem. Stevig omklemde hij het glas. ‘Hoe is zijn toestand nu?’
‘Hij wordt momenteel geopereerd. Over een paar uur weten we meer.’
Nik bracht het glas naar zijn lippen en dronk de inhoud in een teug leeg. Ondanks het vuur waarmee de sterkedrank zijn ingewanden verlichtte, was de realiteit van het verlies van zijn vader en broer op één dag niet te bevatten. Daar was zijn vader te sterk, te krachtig voor. Het kon niet waar zijn… Niet terwijl hun verwijdering aan hem vrat als een slopende ziekte. Hij keek naar zijn bediende. ‘Staat het vliegtuig klaar?’
Abram knikte. ‘Carlos wacht beneden om u naar het vliegveld te rijden. Ik dacht dat u misschien uw spullen wilde pakken. Ik zal achterblijven om wat lopende zaken af te wikkelen, daarna reis ik ook af naar Akathinia.’
Nik knikte zwijgend, en Abram versmolt met de schaduwen.
Alleen bij het raam keek Nik uit over Manhattan. In zijn hoofd weerklonk weer de stem van zijn broer, kristalhelder aan de telefoon de avond daarvoor. Athamos had vitaal geklonken, strijdlustig. Levendig. Ondanks hun meningsverschillen, ondanks de vele wiggen die de afgelopen jaren tussen hen waren gedreven tijdens Athamos’ voorbereidingen op de overname van de troon, hielden ze intens van elkaar.
Zijn dood was niet te bevatten.
Het gevoel van onwerkelijkheid was als een dikke deken van mist, waardoorheen slechts één gedachte doordrong: hij was nu de troonopvolger. Nik zou koning worden.
Hij had zich nooit op die rol voorbereid, die hij nooit had gewild. Hij was maar al te blij dat Athamos een rol in de schijnwerpers ambieerde; hijzelf nam genoegen met zijn aandeel in de schaduwen. Vanuit New York probeerde hij ervoor te zorgen dat Akathinia het welvarende, succesvolle land bleef dat het was. Hij was blij afstand te kunnen bewaren tot de wonden uit het verleden.
Maar het lot had andere plannen met hem en zijn broer…
Verdriet en woede overspoelden hem als de onvermijdelijke rukwinden van de meltemia die de kusten van Akathinia zonder waarschuwing of mededogen konden geselen. Zijn hand verstrakte om het glas, en hij zag nog slechts een rood waas voor zijn ogen.
Abrams ontstelde kreet spleet de lucht. Hij volgde de blik van zijn bediende omlaag naar zijn bebloede hand. De scherven van het glas lagen verspreid over het tapijt. De donkere druppel die op het dikke tapijt sijpelde, leek op de plek in zijn hart die nooit meer weg zou gaan.
De volgende dag om twaalf uur ’s middags stond Nik naast het bed van zijn vader. Uitgeput door de nachtelijke reis waarin Nik geen oog dicht had gedaan uit bezorgdheid om zijn vader, schoof hij een stoel bij naast het bed van de koning in de steriele witte ziekenhuiskamer. Hij sloot de vingers van zijn niet-verbonden hand om de rimpelige hand van zijn vader.
Het witte haar van de koning vormde een levendig contrast met zijn olijfkleurige huid, maar hij zag veel te bleek naar Niks zin. ‘Pateras.’
Een paar lichtblauwe ogen gingen open. ‘Nikandros.’
Hij kneep in zijn vaders hand, terwijl de koning zijn mond opende en weer sloot. Een traan ontsnapte aan zijn vaders ogen en gleed over diens verweerde wang. Het gewicht van duizenden meningsverschillen, van duizend keer berouw, drukte op Niks hart. Hij boog zich over zijn vader heen en drukte zijn lippen op diens leerachtige wang. ‘Ik weet het.’
Koning Gregorios sloot zijn ogen. Toen hij ze weer opende, brandde er een intense vastberadenheid in hun diepten. ‘Idas zal nooit zijn zin krijgen.’
Woede welde in Nik op. ‘Hij zal Akathinia nooit veroveren. Maar als hij achter de dood van Athamos zit, zal hij daarvoor boeten.’
‘Het was geen ongeluk,’ viel zijn vader uit. ‘Idas en zijn zoon willen ons bij een conflict betrekken en dat als excuus gebruiken om ons te verzwelgen en daarmee hun eigen onvolkomenheden te verdoezelen.’
Nik wist maar al te goed waarom Carnelia het op Akathinia had gemunt, maar hij probeerde het rationeel te benaderen. ‘De wrok tussen Athamos en Kostas speelt al jaren. We hebben feiten nodig.’
De mond van de koning krulde op. ‘Kostas is zijn vaders boodschappenjongen.’
Nik haalde een hand door zijn haar. ‘De strijdmacht van Carnelia is twee keer zo groot als die van ons. Akathinia is welvarend, maar wat zij hebben opgebouwd is niet te evenaren, zelfs niet om onszelf te verdedigen.’
Zijn vader knikte. ‘We hebben een economisch verdrag gesloten met de familie Agiero om ons te verzekeren van de benodigde middelen. Athamos zou met de gravin van Agiero trouwen om de twee families te verenigen. De aankondiging was ophanden.’
Niks hoofd tolde. Er was een huwelijk gearrangeerd terwijl Athamos een relatie had met een andere vrouw? Waarom had zijn broer daar niets over gezegd?
Zijn vader richtte zijn staalblauwe ogen op hem. ‘Ik zal nooit meer regeren. Zodra je tot koning bent gekroond, trouw jíj met de gravin. Om de verbintenis te smeden.’
Het was te veel om te bevatten.
Zijn vader nam hem aandachtig op. ‘Jij moet nu een leider zijn, Nikandros. Even sterk zijn als je broer was. Het is tijd om je verantwoordelijkheid te nemen.’
Zijn verantwoordelijkheid? Had hij met zijn werk in New York zijn land niet financieel zeker gesteld? Was Akathinia door hem niet het gesprek van de mediterrane wereld geworden – de plek om te bezoeken – waar bijna alle inwoners werk hadden? In enkele zinnen was zijn vader al vergelijkingen gaan trekken tussen hem en zijn broer. Ongunstige vergelijkingen.
Zijn vader en Athamos hadden altijd op één lijn gezeten; hun levensfilosofie stond lijnrecht tegenover die van hem. Hij was progressief, geworteld in zijn buitenlandse ervaringen; zij zaten vast in het verleden, klampten zich vast aan tradities.
Nik telde niet. De prins in New York, die kalm ’s lands fortuin had opgebouwd, terwijl zijn vader en broer daar de lof voor hadden geoogst.
Zijn verlangen om zich met zijn vader te verzoenen liep stuk op tegenstellingen. Zo was het altijd geweest.
Het apparaat naast het bed begon te piepen. ‘U moet rusten,’ zei Nik tegen zijn vader. ‘U bent zwak. U moet herstellen.’
Zijn vader zonk terug in de kussens en sloot zijn ogen.
Nik liet de hand van zijn vader los en stond op. De vijand bestrijden was één ding. De degens kruisen met zijn vader was een heel andere kwestie. Dat laatste kon weleens uitlopen op een hardnekkiger, eindeloze machtsstrijd.