Hoofdstuk 5
Nik was voor dag en dauw opgestaan voor zijn reis naar het naburige eiland Cabeirius voor een ontmoeting op neutraal terrein met koning Idas. Daar wilden ze proberen een eind te maken aan de spanningen tussen de twee landen. Meer dan honderd jaar geleden had Akathinia gekozen voor democratie en onafhankelijkheid, dat moest het leidende principe blijven.
Tijdens de vergadering was Idas provocerend als altijd, en veel van zijn verklaringen waren gebaseerd op bedrog en misleidende informatie. Nik zou alles effectiever hebben kunnen weerspreken als zijn adviseurs zich beter hadden voorbereid op de betreffende kwesties en hem beter hadden geïnstrueerd. Hij had zich te lang niet bemoeid met de politiek van Akathinia om alle feiten op een rij te hebben.
Het ging van kwaad tot erger. Tegen het eind van de vergadering, nadat hij te vaak een antwoord schuldig had moeten blijven, werd Nik woedend. ‘Uw opmerkingen zijn opruiend en onwaar,’ viel hij uit. Met een klap zette hij zijn koffiekop op tafel. ‘U zorgt voor onrust – bij de mensen en op de markt. Als u zo doorgaat, laat u me geen andere keus dan u het zwijgen op te leggen, Idas.’
De witharige gerimpelde koning keek hem onaangedaan aan. ‘Wat een temperament, Nikandros. Je broer was ten minste nog voor rede vatbaar. Je maakt je reputatie van heethoofdige waaghals helemaal waar. Ik vraag me af wat er van Akathinia over zal zijn wanneer jij ermee klaar bent.’
Verblind door woede stond Nik op en richtte zijn blik op Idas. ‘Laat me weten wanneer u bereid bent u als een redelijk man te gedragen.’
Hij beefde nog steeds van woede toen de militaire helikopter opsteeg van Cabeirius. Pas halverwege de terugweg naar Akathinia kon hij weer helder denken. Hij had zich door Idas laten verlokken tot uitspraken die hij niet had willen doen. Tot het uiten van dreigementen die hij niet had willen uiten. Misschien kon hij de koning van Carnelia beter aan wanneer hij Aristos Nicolades in zijn achterzak had en de strijdmachten had versterkt.
Het maakte zijn sombere stemming, nog verergerd door Sofía’s opstandigheid, er niet beter op, dacht hij, starend naar een eindeloos blauwe hemel. Ze gedroeg zich als een vrouw die onrecht was aangedaan. Ze bleef bij haar verhaal dat haar zwangerschap ongepland was. Hoewel hij ontroerd was geraakt door het verslag van haar vaders dood, en nu beter begreep waar haar kwetsbaarheid vandaan kwam, moest ze instemmen met dit huwelijk. Hij wilde dit onderwerp van zijn lijstje kunnen schrappen.
Had ze achteraf spijt van haar gok om zwanger te raken toen duidelijk was geworden dat dit voor hem slechts een verstandshuwelijk zou worden? Dat hij haar nooit dat deel van zichzelf zou kunnen geven waar ze, vermoedde hij, naar begon te verlangen? Zijn hart – al wist hij niet eens meer of hij dat nog wel bezat.
Of had ze zich gerealiseerd hoe verstrekkend de consequenties van haar acties waren en deinsde ze ervoor terug om koningin te worden?
Wat het ook was, dacht hij grimmig, het deed er niet toe waarom Sofía zich gedroeg zoals ze zich nu gedroeg. Hij hoefde haar schuldgevoel niet te analyseren. Ze moest haar situatie accepteren voor het explosieve nieuws van een koninklijke erfgenaam naar buiten zou komen en nog meer onzekerheid bij het volk zou veroorzaken. Deze monarchie kon niet veel klappen meer verdragen.
Sofía stond na een slapeloze nacht voor de deur van Niks kantoor. Ze wist wat haar te doen stond.
Ze klopte aan, zoals Abram haar had geleerd, en hield haar adem in. Toen Nik reageerde, liep ze naar binnen. Hij keek met een afgeleid, enigszins sombere blik op van zijn bureau. Toen hij haar zag, legde hij zijn pen neer en schoot overeind.
‘Hoe gaat het ermee?’ vroeg ze voorzichtig.
‘Kala. Goed. Heb je een besluit genomen?’
‘Ja.’ Ze schoof haar handen in de zakken van de capribroek die ze in de kast had gevonden en ging voor zijn bureau staan. ‘Je had gelijk, Nik, dat ik mijn kind nooit in de steek zal laten of aan te veel spanning zal blootstellen. Daarom wil ik het laatste woord hebben over elke keuze die ons kind betreft. Ik wil ook in de praktijk moeder zijn, niet dat kindermeisjes mijn relatie met mijn kind overnemen. Ik bepaal het schema.’
‘Dat komt tegen die tijd wel.’
‘Nee.’ Ze stak haar kin vooruit. ‘Dat is mijn voorwaarde om hiermee in te stemmen, Nik. Verder wil ik regelmatig naar New York terug kunnen vliegen om te zien hoe het met mijn bedrijf gaat, zoals je hebt beloofd. Ik wil erbij betrokken blijven.’
Hij knikte.
‘Ik wil ook kleding blijven ontwerpen, dus ik zou het waarderen als je daarvoor een ruimte voor me zou kunnen vinden in het paleis. Een stille ruimte met veel ramen en goed licht.’
‘Afgesproken.’
‘Wat ons betreft, ik zal in het openbaar de vereiste rol van je echtgenote spelen, maar tot we meer begrip voor elkaar hebben leren opbrengen, kan er geen sprake meer zijn van intimiteit tussen ons.’
‘Omschrijf “begrip” eens?’
‘Je moet me geloven als ik zeg dat ik niet op deze zwangerschap heb aangestuurd. Om dit te kunnen doen, moeten we elkaar kunnen vertrouwen.’
Hij hield zijn hoofd scheef. ‘Hoe moet ik geloven dat je niet aan een zwangerschap dacht toen je voorstelde om geen condoom te gebruiken, en je opeens zwanger bleek te zijn?’
Er verschenen rode vlekken in haar hals. ‘Ik weet niet wat me destijds bezielde om dat te zeggen. Ik weet het niet, ik wilde die intimiteit tussen ons. Maar de zwangerschap was niet gepland. De dokter is er redelijk zeker van dat mijn hoofdpijnpillen invloed hebben gehad op de effectiviteit van de pil. Ik had geen idee dat zoiets kon gebeuren.’
‘Juist, ja.’ Hij keek haar aan alsof hij wilde zeggen dat hij niet van gisteren was.
Haar bloed kookte.
‘Wat maakt het nu nog uit?’ vroeg hij bars. ‘Het staat vast dat we dit kind laten komen.’
‘Ja, het doet ertoe. Jij wilt me indelen bij al die andere vrouwen die je vertrouwen hebben geschaad. En dat zal ik niet doen, Nik.’
Hij staarde haar heel lang aan. ‘Celibatair leven is voor mij geen optie.’
‘Dan hebben we een meningsverschil, waar we uit moeten zien te komen.’
‘Zeg dat wel.’ Hij toetste de intercom in om Abram binnen te roepen. ‘Dan kan het balletje gaan rollen. Hoe eerder de verloving wordt aangekondigd, hoe beter.’
‘En over de baby?’
Zijn mond vertrok spottend. ‘We zullen deze tijd eerst benutten om het volk van Akathinia ervan te overtuigen dat hun koning een impulsief besluit heeft genomen om zijn geluk na te streven. Een huwelijk uit liefde. We zullen de zwangerschap pas over een paar weken bekendmaken. Abram heeft stappen ondernomen om er zeker van te zijn dat je arts in New York zich aan zijn zwijgplicht houdt.’
De moed zonk haar in de schoenen. Hij had overal aan gedacht. Hij had alles onder controle. En waar was zij? Volkomen overgeleverd aan zijn genade. Volkomen overgeleverd aan deze paleismachine die haar, zodra deze aankondiging naar buiten ging, zou beroven van het leven dat ze had opgebouwd.
Van nu af aan zou haar leven nooit meer hetzelfde zijn.
Sofía had nog steeds een knoop in haar maag toen ze zich omkleedde voor het diner met de koninklijke familie. Morgen gingen ook de uitnodigingen de deur uit aan de crème de la crème van de Akathiniaanse bevolking om samen met hen over twee weken de koninklijke verloving te vieren.
Ze was geschrokken van het strakke tijdschema, maar Abram had haar op bijna vernederende wijze gekalmeerd. In het paleis liep alles als een geoliede machine. Zij hoefde alleen maar de oogverblindende aanstaande koningin te zijn.
Duizend vlinders vlogen op in haar binnenste toen ze de prachtige lichtpaarse jurk gladstreek die ze uit de garderobe in de kast had uitgezocht. Volgende week werd haar favoriete ontwerper ingevlogen met een tiental jurken om uit te kiezen voor het verlovingsfeest. Het leek misschien een beetje te veel van het goede, maar wanneer je door de hele wereld werd gefotografeerd, en je jurk deeltje voor deeltje ontleed zou worden door de modemedia, moest je ervoor zorgen dat je de goede keuze had gemaakt.
Haar moeder had extatisch geklonken toen ze haar had gebeld. De vrouw was te veel in beslag genomen door haar eigen verloving om de reserve in haar dochters stem te horen.
Het feit dat haar moeder en zij emotioneel nog zo ver van elkaar af stonden, bracht een bekende pijn terug. Weerzin tegen een moeder die er nooit echt voor haar was geweest tijdens alle grote gebeurtenissen in haar leven, omdat ze zo in zichzelf opging.
Sommige dingen veranderden blijkbaar nooit.
Met getuite lippen begon ze haar haren op te steken. Het had geen zin je druk te maken over dingen waar je toch niets aan kon veranderen.
Nik doemde op in de spiegel achter haar, slank als een gevaarlijke zwarte panter in een zwart pak. Haar polsslag versnelde onder zijn onderzoekende blauwe blik.
‘Draag het los.’
Ze keek weer naar haar eigen spiegelbeeld. ‘Als ik het opsteek, lijk ik net Grace Kelly.’
Zijn mondhoeken krulden omhoog. ‘Er zit geen Grace Kelly in jou, Sofía. Jij bent een en al vuur, met een beetje ijs erin om het interessant te houden. Probeer jezelf te zijn.’
Ze pakte een haarspeld en stak de krullen op in een losse wrong.
Niks ogen glinsterden toen hij haar naar zich toe draaide. ‘Als ik je nu eens vertel dat je er ongelooflijk uitziet in die jurk,’ zei hij langzaam, ‘zou je dan iets anders aantrekken?’
‘Dat zou goed kunnen,’ was haar weerwoord. ‘Dus beheers je, alsjeblieft. We hebben geen tijd meer.’
Ze liep langs hem heen om haar schoenen te zoeken. Nik ving haar hand in die van hem. Er ging een elektrische schok door haar heen, alsof ze een onder stroom staande draad had vastgepakt. Haar hart begon heftig te bonzen. Verdraaid. Ze moest hier overheen zien te komen. Over hem.
Met zijn andere hand hield hij haar een schitterende roze saffieren ring voor. ‘Dit zou een mooi accessoire kunnen zijn.’
De adem stokte haar in de keel. De schoonheid van de lichtroze steen, omgeven door een dubbele rij witte diamantjes, werd nog eens benadrukt door de in pavé gezette diamanten over de hele ring. Het was een verbijsterend sieraad. Volmaakt.
‘Vind je hem mooi?’ drong Nik aan.
Ze beet op haar onderlip. Toen Nik en zij ooit na het eten over Madison Avenue hadden geslenterd, waren ze langs een Zwitserse juwelier gekomen – van de soort waar je alleen op afspraak kon komen. Voor de grap had ze tegen Nik gezegd dat als iets haar ooit zou kunnen overhalen om te trouwen, dat het die roze saffier in de etalage zou zijn.
Hij had het onthouden. Ze onderdrukte de neiging hem te zeggen dat ze die ring niet aan haar vinger kon doen, en of hij hem misschien voor een andere kon ruilen. ‘Met die ring zou je het hele Akathiniaanse leger kunnen financieren,’ zei ze schor.
‘Ik heb hem zelf gekocht. En nee, ik denk niet dat dat gaat lukken.’
Hij deed de ring, een verblindend roze vuur, om haar vinger.
‘Hij is prachtig,’ zei ze stijfjes, maar haar hart brak. Ze maakte zich van hem los en liep de kamer door om haar schoenen te pakken.
Niks blauwe ogen volgden haar nauwlettend. ‘Gaat het een beetje?’
‘Prima.’ Ze bukte zich voor haar schoenen.
‘Begroet eerst mijn vader,’ zei hij. ‘Niet buigen, daar heeft hij een hekel aan, en wacht tot hij de eerste stap zet. Mijn moeder is ook niet zo op formaliteiten gesteld.’
‘En Stella?’
‘Stella gaat formaliteiten zoveel mogelijk uit de weg,’ zei hij met een glimlach.
Hij pakte haar arm en begeleidde haar naar de salon waar Niks familie bijeen was om iets te drinken voor het diner.
Haar eerste indruk van koning Gregorios in zijn hoge stoel vlak bij de ramen, was er een van flitsende blauwe ogen. Ze hadden dezelfde tint aquamarijn als die van Nik. De koning had een kop vol dunnend wit haar en een getekend gezicht dat het kleurrijke verhaal leek te vertellen van een regeerperiode van nagenoeg vier decennia.
Nik legde zijn hand tegen haar rug en leidde haar naar zijn vaders stoel. Koning Gregorios kwam overeind toen zijn zoon hem aan Sofía voorstelde.
Zijn levendige blauwe ogen inspecteerden haar van top tot teen. ‘Ms. Ramirez,’ zei de koning met een lichte hoofdbuiging. ‘We hadden verwacht een gravin in onze familie te verwelkomen, maar soms neemt het leven een onverwachte wending, niet?’
Stella hield haar adem in. Niks hand verkrampte tegen haar rug.
‘Gedraag u, vader,’ zei Nik.
Alleen aan het roder worden van Sofía’s wangen was te zien dat de steek onder water van de koning was aangekomen.
Koningin Amara stapte naar voren om Sofía’s handen te pakken. Ze was even elegant in het echt als op de foto. Ze droeg haar zilvergrijze haar in een knot laag in haar nek; haar donkerbruine ogen waren opmerkzaam onder scherp gebogen wenkbrauwen. ‘Sofía,’ mompelde ze, waarna ze een kus op haar beide wangen drukte, ‘wat fijn je te ontmoeten.’ Toen glimlachte ze wrang. ‘Let maar niet op mijn echtgenoot. De mannen in deze familie zeggen vaak alles wat hun voor de mond komt, zoals je ongetwijfeld al bij Nik is opgevallen.’
Sofía glimlachte geforceerd. ‘Enigszins. Het is een eer u te ontmoeten, Koninklijke Hoogheid.’
‘Amara, alsjeblieft. Je wordt uiteindelijk mijn schoondochter.’
Het was allemaal zo onwerkelijk. De volgende Constantinides die naar voren stapte, was Stella. De koele, blauwogige blondine met die kenmerkende Constantinidis-ogen was eerder opvallend dan mooi. Ze nam Sofía met onverholen nieuwsgierigheid op.
‘Leuk je te ontmoeten,’ mompelde Stella. Ze drukte een vluchtige kus op haar beide wangen. ‘Let maar niet op mijn vader,’ zei ze zacht terwijl ze Sofía naar de overdadig bewerkte bar aan de andere kant van de ruimte leidde. ‘Hij is wie hij is.’
Sofía wendde haar blik opzettelijk af van koning Gregorios. ‘Ik ben ook blij jou te ontmoeten. Nik vertelde me hoe goed jullie het met elkaar kunnen vinden.’
‘Hij noemde me zeker een afvallige prinses?’ Stella trok een wenkbrauw op boven een stel pretogen. ‘En jij bent de schandalige Amerikaanse geliefde door wie een verbintenis is afgeketst…’ Ze schonk Sofía een glas limonade in. ‘Misschien beurt dit je op,’ mompelde ze. ‘Ik kan de gravin niet uitstaan. Ze is een koude vis en zou Nik diep ongelukkig hebben gemaakt.’
Sofía’s ogen werden groot. Ze legde haar vingers om het glas.
‘Wat is dat?’ vroeg Stella scherp. Ze pakte Sofía’s pols en draaide hem zo dat ze de saffier kon zien. ‘Ik kan niet geloven dat Nik met de traditie gebroken heeft.’
‘Traditie?’
‘Alle Akathiniaanse koninklijke verlovingen worden gevierd met een zeldzaam soort Tanzaniaanse saffier. Jij draagt als eerste geen Akathiniaanse saffier. Nou ja, op koningin Flora’s dochter na.’
‘Wat droeg zij dan?’
‘Haar oudste dochter, Terese, weigerde een Akathiniaanse saffier te dragen. Ze was nog geen twee jaar getrouwd toen zij en haar man een grote ruzie kregen. Terese stapte in de auto en kreeg een ongeluk. De koningin was ervan overtuigd dat het door de ring kwam. Omdat zij gebroken had met de traditie. Ze was erg bijgelovig.’
Juist. Weer iets wat Nik en zij tegen hadden.
‘Volgens de legende, dus.’ Stella lachte. ‘Het is onzin. Ik ben zo blij dat Nik niet bijgelovig is. Als ik ooit ga trouwen, zal ik de saffier ook niet dragen. Ik ben meer het type meisje voor een gele diamant.’
Koningin Amara kwam aangelopen om de ring te bekijken. ‘Nik is altijd al onconventioneel geweest. Zijn kroningsplechtigheid was heel eenvoudig, niet traditioneel. Ik hoop dat hij ons niet te veel tradities rond jullie huwelijk onthoudt. Ze zijn zo mooi.’
Nik kwam bij hen staan. ‘Nu we het daar toch over hebben, we zouden ons verlovingsfeest graag in de tuin houden.’
De koningin straalde. ‘Wat een mooi plan. Wanneer is het feest?’
‘Over twee weken.’
Zijn moeder leek ontzet. ‘Twee weken?’
‘Dat is goed voor het moreel van het volk.’
‘Ja, dat is waar, maar zo snel. Hoe krijg ik dat allemaal voor elkaar?’
‘U hoeft zich nergens druk om te maken.’
Stella klapte opgetogen in haar handen. ‘Ik neem de organisatie wel op me. Ik zal Sofía helpen met het protocol en alles wat daarbij komt kijken.’
Nik trok een wenkbrauw op. ‘Jij leert Sofía het protocol?’
Stella keek haar broer verwijtend aan. ‘Ik ben de volmaakte lerares. Ik zal haar leren wat ouderwetse onzin is en waar ze allemaal op moet letten.’
Zo ontdekte Sofía dat Stella altijd haar zin kreeg.
Na het diner begaven ze zich naar hun suite. Daar viel er tussen hen een beladen stilte. Nik ging met een glas whisky op het terras staan en keek in het maanlicht uit over de tuinen.
Alles aan zijn houding, zijn rechte schouders, zijn kaarsrechte ruggengraat, zijn explosieve intensiteit, waarschuwde haar uit zijn buurt te blijven. Eigenlijk wilde ze een bad nemen, maar haar bezorgdheid om hem woog zwaarder dan haar gezonde verstand.
Ze trok haar schoenen uit en ging naast hem staan op het terras. Steunend op de reling naast hem keek ze op naar de maan: een lichtgevende schijf hoog in de lucht.
‘Het spijt me dat mijn vader zo onbeschoft tegen je was,’ zei hij. ‘Het was onacceptabel. De dood van mijn broer heeft hem diep geraakt.’
Ze knikte en zei toen: ‘Het spijt me van de familie Agiero. Het spijt me dat het zo’n puinhoop is.’
Zijdelings keek hij haar aan. ‘Gedane zaken nemen geen keer.’
Ze wilde opstuiven, maar dit was het moment niet. ‘Wat is er vandaag gebeurd, Nik?’
Hij keek haar aan, zijn gezicht een gesloten boek. ‘Zullen we het over iets anders hebben?’
Ze keek hem zwijgend en afwachtend aan.
Gelaten haalde hij een schouder op. ‘De man zocht ruzie. De helft van zijn beweringen waren onwaar, toch kon ik ze niet goed ontkrachten omdat mijn adviseurs de informatie niet hadden. Niet voorbereid waren.’
‘Je hebt het verknald?’
‘Heb je naar het nieuws gekeken?’
‘Ja.’
Nik keek weer uit over de tuinen. ‘Hij drukte bij mij precies op de goede knoppen. Het was beschamend.’
Het werd stil. Ze bestudeerde de harde lijnen van zijn gezicht in het maanlicht. ‘Ik denk niet dat je vader de enige is die de dood van je broer nog niet heeft verwerkt,’ zei ze kalm. ‘Het was een grote schok. Gun jezelf de tijd om te rouwen, Nik.’
Hij keek haar onbewogen aan. ‘Ik heb geen raadgever nodig, Sofía.’
‘Je bent anders net een kruitvat, dat bij de geringste provocatie kan ontploffen.’
Hij klemde zijn kaken opeen. ‘Ik heb mijn buik vol van vandaag. Het was een vergissing. We begaan allemaal vergissingen.’
‘Ja,’ beaamde ze. ‘Dat is waar.’ Ze legde haar handen op de reling. ‘Waarom staan je vader en jij lijnrecht tegenover elkaar?’
‘We zijn het nooit met elkaar eens.’
‘Je broer en hij wel?’
Woedend wendde hij zich weer tot haar. ‘Ik zei dat ik klaar was met dit onderwerp.’
Ze keek hem onaangedaan aan. ‘Je kunt wel klappen uitdelen, maar niet incasseren?’
‘Signomi?’
‘Je had kritiek op me die avond in New York, Nik. Je verweet me dat ik niet naar mezelf durfde te kijken. Hoe zit het met jou?’
‘Ik durf heel goed naar mezelf te kijken,’ zei hij koeltjes. ‘Vandaag liet ik me meeslepen door mijn woede. Vergeef me dat ik het even niet aankon dat me voor de zoveelste keer voor de voeten werd geworpen wat mijn broer allemaal gedaan zou hebben in mijn plaats.’
Ze hield haar hoofd scheef. ‘Dacht je broer zo anders over de dingen dan jij?’
Zijn mond verstrakte. ‘Mijn ideeën over het leven, over hoe dit land geregeerd moet worden, zijn pragmatisch, progressief. Hebben een internationaal perspectief. Mijn vader en Athamos bleven liever in het verleden steken, betoverd door tradities en idealen die allang geen hout meer snijden. Athamos zag niet altijd dat hij zijn eigen weg moest gaan.’
Hoe moeilijk moet dat zijn geweest? Dat Niks broer en vader op een totaal ander spoor zaten dan hij? Om je buitengesloten te voelen?
Nu had hij een rol op zich genomen die hij vermoedelijk nooit zou hebben gekozen, dacht ze, kijkend naar de diepe lijnen op zijn gezicht, de donkere kringen onder zijn ogen. Met een vader die vastzat in zijn verdriet en niemand die hem kon helpen. Een man in het oog van een storm. ‘Je vond me die avond in New York filosofisch,’ zei ze, ‘toen we over mijn vader spraken. Ik ben ook kwaad geweest, Nik. Heel lang. Ik begreep niet waarom hij me was ontnomen. Het heeft lang geduurd voor ik ermee kon omgaan. Jij hebt ook tijd nodig.’
‘De dood van je vader was een tragisch ongeluk, Sofía. De dood van Athamos was zinloos. Egocentrisch. Hij stapte in die auto en verspeelde zijn leven voor een vrouw.’
‘Die luchtvaartmaatschappij had mijn vaders vliegtuig beter moeten onderhouden. Als ik mijn hele leven steeds anderen de schuld had gegeven, was ik boos en verbitterd gebleven. Doe dat jezelf niet aan.’
‘Dat is niet hetzelfde.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat hij ergens mee speelde wat niet van hem was.’ Hij schreeuwde nu bijna. ‘Hij was de troonopvolger. Hij heeft mijn land in een crisis geworpen, zonder aan de consequenties te denken.’
‘En hij heeft je in die positie gemanoeuvreerd.’
Hij werd stil. De ijzige boosheid in zijn blauwe ogen maakte plaats voor een withete woede. ‘Ik neem de rol op die me is toebedeeld, Sofía. Daar heb ik geen spijt van.’
Ze hield haar adem in. ‘Dat suggereer ik ook niet. Ik wil alleen maar zeggen dat het begrijpelijk is dat je rancuneus bent omdat je leven op zijn kop is gezet. Dat je dit allemaal over je heen hebt gekregen.’
Hij kwam een stap dichterbij.
De rokerige geur van whisky vulde haar neusgaten toen hij zijn glinsterende blauwe ogen in die van haar boorde.
‘Ik zit niet op je begrip te wachten. Wat ik wel wil, is…’ Zijn ogen gleden waarderend over haar gezicht. ‘We hebben het toch heel fijn gehad, samen? Op die manier wil ik wel getroost worden. Als je me dat niet kunt geven, ga dan maar naar bed.’
Haar mond viel open. Ze drong haar nagels in haar handen en keek hem aan. Het leed geen twijfel dat hij verdriet had. Dat hij werd ingehaald door het verleden. Maar dát ging niet gebeuren.
Ze draaide zich met een ruk om en beende naar binnen.
Nik liet zijn ingehouden adem langzaam los. Zijn handen hielden de reling omklemd, en hij strekte zijn armen. Sofía die hem de les las over hoe hij moest omgaan met de maalstroom aan emoties die hem na deze dag was overvallen, was hem te veel geworden. Veel te veel.
Gun jezelf tijd om te rouwen. Wanneer was er tijd om te rouwen als hij elk moment van de dag probeerde te bedenken hoe hij aan deze hel die hem ten deel was gevallen, kon ontsnappen? Natuurlijk was hij kwaad op Athamos. Woedend was hij op zijn broer! Athamos had niet alleen met zijn eigen leven, maar ook met Niks leven gespeeld. Hij had Nik met een strijd opgezadeld, die niet de zijne was. Dat had zijn vader Nik heel duidelijk gemaakt. Het domein van Athamos. Athamos, de geboren diplomaat.
Misschien had zijn vader wel gelijk. Was hij vandaag niet regelrecht in de val van Idas gelopen? Had hij zich niet precies zo gedragen als men had voorspeld? Als de onverantwoordelijke, rebelse prins die koning was geworden? Hadden ze niet allemaal gelijk gekregen?
Hij zou zijn vergissing rechtzetten; daar was hij zeker van. Hij was vooral boos op zichzelf dat hij zich zo door zijn emoties had laten leiden. Zijn zwakte. Zijn achilleshiel, zoals zijn vader het noemde.
Gespannen dronk hij het laatste restje whisky op. Het had niet het gebruikelijke effect. Hij was te nerveus. Als het zo met hem gesteld was, als een glas sterkedrank de waanzin in zijn hoofd niet kon verdrijven, kon hij slechts met één oplossing worden geholpen. En die oplossing had zich zojuist op haar hakken omgedraaid. Had hem duidelijk gemaakt dat er geen sprake kon zijn van seks, voordat ze begrip voor elkaar zouden kunnen opbrengen.
Nou, dat had ze dan mis. Dit huwelijk was hem dan misschien opgedrongen, tegelijk met al het andere wat hij de afgelopen maand had vergaard. Maar hoe zat het dan met het fysieke aspect van zijn relatie met Sofía? Met het onderdeel waar ze samen zo goed in waren?
Hij draaide zich om en beende naar binnen. Sofía stond voor de spiegel haar haren te borstelen. Het viel als een donker, zijden gordijn omlaag, in contrast met haar honingkleurige huid, haar Chileense erfenis.
De vlammen sloegen hem uit. Ze was zo mooi, zo begerenswaardig. Ondanks het feit dat ze op een zwangerschap had aangestuurd, verlangde hij naar haar. Misschien nu zelfs meer dan ooit.
Resoluut zette hij zijn glas op de koffietafel. Sofía’s ogen boorden zich via de spiegel in die van hem toen hij achter haar kwam staan en zijn handen op haar heupen legde. ‘Dit staat je fantastisch, glykeia mou.’
Ze bleef met ritmische slagen haar haren borstelen. ‘Ik heb het nachthemd aangedaan omdat het meisje mijn T-shirt heeft meegenomen. Ik heb me niet bedacht, Nik. Weg met die handen.’
‘Nee.’ Hij drukte zijn mond op haar blote schouder, schraapte met zijn tanden over haar zachte huid. Hij glimlachte toen ze onwillekeurig rilde. ‘Je lichaam zegt ja.’
‘En ik zeg nee.’ Ze keek hem waarschuwend aan via de spiegel. ‘Je hebt me ervan beschuldigd dat ik je in dit huwelijk heb gelokt, Nik. Je hebt gedreigd me mijn kind af te nemen. Alsof je me niet kent. Tot ons vertrouwen in elkaar weer is hersteld, gaat dit niet gebeuren.’
Zijn ogen spoten vuur. ‘Waarom zouden we dit uitstellen?’
Ze gooide de borstel op de kaptafel en draaide zich met een ruk om. ‘Het enige waaraan ik schuldig ben, is dat ik die nacht dichter bij je wilde zijn, Nik. Ik wist niet dat ik een risico liep. Als je me echt over wilt halen, moet je je inzetten voor een open relatie. We moeten oprecht kunnen communiceren. Alleen zo kunnen we dit aangaan.’
Zijn blik werd somber. ‘Wat wil je dan van zo’n echte relatie, Sofía? Laten we alle kaarten op tafel leggen. Zou je willen praten, zoals we vanavond hebben gedaan? Zoek je misschien liefde? Of is dat onmogelijk door je onvermogen je kwetsbaar op te stellen?’
‘Dat geldt dan ook voor jou,’ beet ze hem toe. ‘Een relatie moet gaan over respect en waardering voor elkaar. Elkaar kénnen, zodat we elkaar kunnen steunen. Het is zo klaar als een klontje dat je me niet kent. Dus moeten we elkaar leren hoe we onze waakzaamheid kunnen laten varen, hoe we elkaar kunnen toelaten – anders wordt dit nooit iets.’
Hij vernauwde zijn ogen. ‘Seks is een wezenlijk onderdeel van een relatie. Seks ís intimiteit.’
‘Het is een bepaald niveau van intimiteit,’ wierp ze tegen. ‘Als ik nu toegeef, als ik seks een wapen laat zijn tussen ons, als een manier om onze problemen uit de weg te gaan, zullen we ze nooit het hoofd bieden.’
Somber keek hij haar aan. ‘Liefde is een fantasie waar mensen graag in geloven. In de echte wereld is daar geen plek voor. We zouden allemaal beter af zijn als we dat toegaven, en relaties zagen als de wederzijds bevredigende transacties die het zijn.’
‘Transacties?’ Ze trok een wenkbrauw op. ‘Ik ben beslist geen expert op dat gebied, maar mijn ouders hielden van elkaar, Nik. De liefde voor mijn vader bracht mijn moeder in die neerwaartse spiraal. Zo veel hield ze van hem.’
‘Streven we dan naar dat soort afhankelijkheid?’
‘Ik weet het niet,’ zei ze. ‘Ik weet het werkelijk niet. Ik weet wel dat dit niet werkt. Nooit zal werken. Dus bedenk maar of je dit wilt laten slagen. En hoe je dat aan wilt pakken.’
Hij slaakte een verwensing. Wat moest hij nog zeggen?
‘Wat je in New York zei over ontdekken wat er gebeurt als winnen niet meer genoeg is… Ik denk dat dit onze kans is om tot die kern te komen. Anders blijf je de bom die op ontploffen staat. Daar is niemand bij gebaat.’
Ze draaide zich om en verdween in de badkamer. Hij keek haar na, zijn handen tot vuisten langs zijn zijden gebald. Waarom gaf ze niet gewoon toe wat ze had gedaan? Waarom kon ze hem niet toegenegen zijn? Hij wilde maar al te graag. Hij was toch alleszins redelijk.
Diavole. Ze moesten dit oplossen. Afgelopen, uit! Hij kon niet op meerdere fronten tegelijk oorlog voeren.