Hoofdstuk 6

 

 

 

In de dagen na Niks confrontatie met koning Idas namen de spanningen verder toe. De koning van Carnelia hield een reeks militaire oefeningen voor de kust van Carnelia. Zowel de bevolking van Akathinia als die van Carnelia moest geschrokken constateren dat de twee landen een confrontatie nabij waren.

Het was het waarschuwingsteken dat Nik nodig had. Sofía had gelijk. Hij liet zijn verstand door zijn verdriet overheersen. Daar was hij misschien mee weggekomen in Manhattan, maar niet nu, als koning van dit land.

Het deed er niet toe dat hij dit niet had gewild – een heel volk was nu afhankelijk van zijn juiste keuzes in misschien de meest cruciale periode in zijn geschiedenis. Hij moest álle meningen aanhoren en overwegen. En dan moest hij kiezen. Hij kon de rol op zich nemen die hem gegeven was en alles wat daarbij hoorde, werkelijk accepteren en doorgaan, of hij kon zich ertegen blijven verzetten. Het was duidelijk welk pad hij moest volgen. Hij wilde zijn gemoedsrust terug.

Een verbond met Aristos Nicolades in ruil voor Niks steun tegen een vergunning voor een casino voor de miljardair. Nik was naar Carnelia gegaan, het domein van zijn vijand, om diplomatie te betrachten met een door de overheid goedgekeurd plan in zijn hand. Hoewel hij ervan overtuigd was dat de regering een foute inschatting maakte als ze dacht dat Idas alleen maar blufte over agressie in de toekomst, wilde hij het plan een kans geven. Hij wist dat hij een versterkte defensie achter de hand had.

Nu hij uitkeek over het idyllische bergachtige achterland van Carnelia, wachtend op de komst van de koning, werd hij overvallen door allerlei emoties.

In die bergen was Athamos omgekomen, nadat zijn auto van de rotsen was gestort. Het moest een verschrikkelijke dood zijn geweest. Damokles, hun overgrootvader, had een eeuw geleden gevochten voor Akathinia’s onafhankelijkheid op de Ionische Zee die hij nu kon zien glinsteren vanuit de salon van de koning. Toen had het land zijn recht op zelfbestuur gewonnen.

Dat kon het zich niet laten ontnemen.

Achter hem ging een deur open. Hij draaide zich om naar de koning die in zijn eentje de ruimte betrad. Blijkbaar stond zijn verbazing op zijn gezicht te lezen, want Idas nam hem bijna geamuseerd op.

‘Jij bent ook alleen gekomen, Nikandros. Ik neem aan dat je gekomen bent voor een openhartig gesprek.’

‘Ja.’

Idas gebaarde naar een stoel en ging zitten. ‘Sta me toe mijn condoleances uit te spreken voor de dood van je broer. Daar had ik tijdens onze vorige bijeenkomst geen gelegenheid voor.’

Nik trok een wenkbrauw op. ‘Kan Kostas me dat niet persoonlijk zeggen?’

De ogen van de koning flikkerden. ‘Mijn zoon is diep geraakt door de dood van Athamos. Ze waren inderdaad rivalen, maar ze hebben een lange geschiedenis, vol wederzijds respect, zoals je weet.’

‘Ging de ruzie om een vrouw?’ De vraag liet hem niet los.

Idas schudde zijn hoofd. ‘Ik ben bang dat ik die vraag niet kan beantwoorden. Misschien zal de toekomst het leren.’

Hij kreeg het gevoel dat Idas de waarheid sprak.

De oude man liet zijn blik op Nik rusten. ‘Gefeliciteerd met je verloving met de mooie Amerikaanse. Het schitterende verlovingsfeest is toch vanavond? Is dat misschien een boodschap aan de wereld, Nikandros? Dat de internationale gemeenschap achter je staat?’

‘Wat ook het geval is,’ zei Nik. ‘De wereld zal niet lijdzaam toezien dat u dit doet.’

De koning vouwde zijn armen voor zijn borst. ‘De internationale gemeenschap lijkt anders te denken over gebieden met historische banden. Vooral wanneer bepaalde bevolkingsgroepen een voorkeur hebben voor een terugkeer naar de oude grenzen. Dan wordt het opeens gezien als een intern probleem. Probleemgebieden, waar ze hun handen niet aan vuil willen maken.’

‘Niet Akathinia. Het is een voormalige kolonie. Internationaal gewaardeerd. Het zou ongehoord zijn.’

‘Ik heb niets tegen ongehoord.’

Niks vingers drongen in zijn eigen dijen. ‘We zitten niet te wachten op hulp van de wereld, Idas. We kunnen dit uit laten lopen op een zeer bloedige en kostbare oorlog wanneer u ervoor kiest een stap in de verkeerde richting te zetten.’

‘Hoe?’ vroeg de koning schamper. ‘Je strijdmacht stelt niets voor, vergeleken bij de onze.’

‘Uw informatie is gedateerd. Uw spionnen zouden beter geïnformeerd moeten zijn.’

De koning nam hem zwijgend en sceptisch op.

Nik schoof naar voren op zijn stoel. ‘Het is algemeen bekend dat Carnelia het moeilijk heeft. Vandaar dat u Akathinia’s bloeiende toerisme en natuurlijke hulpbronnen goed zou kunnen gebruiken. We staan open voor het idee om de handelsgesprekken met uw land uit te breiden. Om u onze expertise te lenen om daar uw voordeel mee te doen. Maar,’ benadrukte hij, ‘dan moet er een eind komen aan uw strijdlustige retoriek in de media. Willen we de gesprekken voortzetten, dan moet u ermee instemmen de soevereiniteit van Akathinia te respecteren.’

Allerlei emoties trokken over het gezicht van de koning. Hebzucht, een flinke dosis scepsis en… belangstelling. ‘Dat is een intrigerend voorstel.’

‘Nieuwe inkomstenbronnen zijn de oplossing, Idas,’ benadrukte Nik nog eens. ‘Dat is een impopulaire oorlog niet.’

Er volgde een stilte. ‘We hebben tijd nodig om dit voorstel in overweging te nemen.’

‘Die krijgt u. Mits ik uw woord heb dat u gedurende de onderhandelingen geen militaire acties onderneemt tegen Akathinia.’

De koning stond op, waarna hij naar de openslaande deuren liep.

Toen hij zich na een langdurige stilte omdraaide, wist Nik dat hij het pleit gewonnen had.

Ze schudden elkaar de hand. Nik liep het paleis uit de stralende zon in naar de wachtende helikopter. Hij was niet zo onnozel om te denken dat het gevaar nu geweken was. Maar het was een begin. Een succes waarmee hij zijn critici kon confronteren en waarop hij voort kon borduren.

Hij haalde diep adem toen de slanke zwarte vogel opsteeg. Voor het eerst in weken had hij het gevoel dat hij weer kon ademen.

Het paleis, omgeven door het bergachtige landschap van Carnelia, werd een stipje op de grond naarmate de helikopter steeds verder opsteeg. Hij ging zitten en richtte zijn gedachten op zijn verloofde. Zijn andere nijpende probleem dat hij maar niet leek op te kunnen lossen! Ze bleef maar volhouden dat ze deze zwangerschap niet gepland had en bleef eisen dat hij haar moest vertrouwen.

Het was niets voor de onafhankelijke Sofía die hij uit New York kende, om zich te laten bezwangeren met als doel een man aan zich te binden. Dat moest hij toegeven. En ze gedroeg zich evenmin als een vrouw die haar zin had gekregen. Integendeel, het leek wel alsof zij zich in het nauw gedreven voelde. Misschien had ze impulsief gehandeld en had ze er nu spijt van. Misschien had ze zich niet eens gerealiseerd waar ze mee bezig was geweest.

Vertelde Sofía de waarheid? En zat hij dus fout? Mogelijk had de medicatie inderdaad invloed gehad op haar anticonceptiepil. Kon hij nog geloven dat ze die eerlijke, andere vrouw was die hij in New York maar met moeite had kunnen laten gaan? Hij liet zich niet nog een keer voor schut zetten. Niet na zijn laatste vergissing met een vrouw die een schandaal en opschudding in zijn hele familie had veroorzaakt. Niet op een moment dat hij het hoofd koel moest houden.

Ze hadden een frisse start nodig, besloot hij. Alleen zo konden ze de gezonde relatie ontwikkelen waarover zij het had gehad. Dat was mogelijk. Hij mocht haar. Hij bewonderde haar kracht, haar overlevingsdrang. Hij waardeerde haar kwetsbaarheid, haar zachte kant, die van haar een goede moeder zou maken. Ze hadden het goed gehad, samen in New York. Met dat als uitgangspunt zouden ze een geweldig team kunnen worden.

Vanavond, besloot hij grimmig, ging hij deze impasse doorbreken.

De helikopter volgde de kustlijn naar Akathinia. Opeens kreeg hij een ingeving. Hij leunde naar voren en bracht een instructie over naar de piloot. De piloot knikte en veranderde van richting. Een kwartier later landden ze op een vlak stuk groen halverwege de zuidelijke bergketen van Carnelia.

Nik stapte de helikopter uit, liep over het veld en wandelde bijna een kilometer verder omlaag naar de verraderlijk bochtige weg met daaronder de puntige rotsen en de zee.

De plek van het ongeluk van zijn broer was gemarkeerd door massa’s verwelkte bloemen langs de kant van de weg.

Nog even, en er zou niets meer van over zijn.

Voor het eerst sinds het nieuws van het ongeluk drong het tot hem door dat zijn broer niet meer zou terugkomen. Nooit meer. Dat dit niet slechts een verschrikkelijke nachtmerrie was, maar de nuchtere werkelijkheid. Al was het lichaam van zijn broer niet geborgen, toch was hij dood.

Hete tranen gleden over zijn wangen. Gun jezelf tijd om te rouwen. Dat had hij niet gedaan. In die donkere tunnel durfde hij zich niet te wagen.

Het gezicht van Athamos tijdens hun ruzies, zijn brede grijns wanneer ze het weer hadden goedgemaakt.

Nu kon hij hem nooit meer zijn ware gevoelens opbiechten. De kloof overwinnen die tussen hen was ontstaan. Zijn broer vragen wat hem had bezield om die nacht in zijn auto tegen Kostas te racen. Antwoorden die hij nooit zou krijgen.

Turend in de grijze, stormachtige branding onder zich, moest hij geloven dat er een reden achter deze gebeurtenissen zat. Dat het ergens zin moest hebben.

 

Naarmate de minuten voor Sofía’s en Niks eerste gezamenlijke officiële optreden in het openbaar verstreken, maakte haar verdoving plaats voor een koppige opstandigheid. Ze zou zich niets aantrekken van die hele mediahype. ‘Het maakt niet uit wat ik draag,’ zei ze tegen Stella, die haar hielp. ‘Ze wilden een gravin. Ze nagelen me toch aan het kruis, wat ik ook aantrek.’

‘Gun ze wat tijd,’ zei Stella sussend. Ze streek een verdwaalde lok van Sofía’s haar in de ingewikkelde wrong die ze had gemaakt. ‘Als ze je eenmaal leren kennen, gaan ze vanzelf van je houden.’

Genegenheid? Die kende ze al in New York. Haar vrienden waardeerden haar. Haar cliënten waardeerden haar. Toch werd haar in haar eerste openbare optreden, een bezoek aan een liefdadigheidsbijeenkomst, gebrek aan charisma verweten. Stroefheid.

Wat hadden ze dan verwacht? Vanaf dag één hadden ze haar als een vreemde eend in de bijt beschouwd, als iemand die de nuances van de normen en waarden van de Akathiniaanse gemeenschap niet kon begrijpen. Bovendien ging het gerucht dat Niks nieuwste verovering zwanger was. Ze was bepaald niet de invloedrijke gravin die het volk eerst was voorgehouden.

Hoe kon ze ook schitteren onder al die kritiek? Het liefst ging ze terug naar haar boetiek, waar de zaken steeds beter gingen dankzij haar nieuwe status. Het enige positieve wat dit had opgeleverd!

Stella keek haar via de spiegel aan. ‘Ik stond aanvankelijk ook sceptisch tegenover je, net als iedereen. Vrouwen beschouwen Nik al zo lang als een hoofdprijs dat we het allemaal een beetje zat zijn. Maar ik zie dat je om hem geeft. Dat je oprecht bent, Sofía, in alles wat je doet. Dat is precies wat Nik nu nodig heeft na die lastpak met wie hij omging.’

Sofía fronste haar voorhoofd. ‘Wat bedoel je?’

‘Een vrouw, natuurlijk. Een lastpak die hij liever kwijt dan rijk was.’ Stella vertrok haar gezicht. ‘Ik wil Niks woede niet riskeren, dus ik laat het hier maar bij. Laat ik alleen nog zeggen dat hij voldoende redenen heeft om zo cynisch te zijn als hij is. Geef hem wat tijd, hij is het waard.’

Ze sloot haar ogen toen Stella haar kapsel bespoot met hairspray. Kon ze haar schoonzusje maar in vertrouwen nemen. Dat Nik en zij nauwelijks met elkaar praatten. Dat zijn wantrouwen haar nekte. Maar hoe warm de relatie tussen haar en Stella ook was geworden, ze bleef Niks zus en daarom hield ze zich in.

Omdat Katharine de winkel niet alleen kon laten, waren haar enige gasten haar moeder en Benetio, haar verloofde.

‘Niet zo fronsen,’ mompelde Stella, druk in de weer met een laatste verdwaalde krul. ‘Daar krijg je rimpels van.’

Rimpels waren momenteel wel haar laatste zorg. Haar eerste zorg was dat ze voor het oog van de wereld moest simuleren dat zij en Nik dolgelukkig waren. De enige reden waarom ze niet in zelfmedelijden zwolg, was de wetenschap dat Nik zich vandaag op vijandelijk gebied had gewaagd in een poging een diplomatieke oplossing met Carnelia te bewerkstelligen. Haar maag draaide om in haar lijf bij de gedachte dat hij een ontmoeting had met die idioot.

Stel dat Idas hem een loer draaide? Ze was er pas gerust op wanneer Nik weer veilig en wel voor haar stond.

Met een goedkeurend geluid stapte Stella achteruit. ‘Oriste. Je ziet er spectaculair uit.’

‘Zeg dat wel.’

Bij het geluid van Niks diepe, sonore stem draaiden ze zich allebei met een ruk om. Sofía’s hart begon sneller te slaan. Hij droeg niet alleen een waanzinnig mooi pak, hij had ook een triomfantelijke glinstering in zijn ogen. Hij was omgeven door een aura van macht, wat een vreemde uitwerking op haar had.

‘Hoe is het afgelopen?’ vroeg Stella.

Nik hing zijn jasje over een stoel. ‘Idas heeft ermee ingestemd zich gedeisd te houden in ruil voor besprekingen over een economisch hervormingsplan voor Carnelia dat Akathinia zal helpen faciliteren.’

‘Je neemt me in de maling.’

‘Ik hoop het niet,’ zei hij droog. ‘Ik kijk ernaar uit de regering goed nieuws te kunnen brengen.’

Stella vloog hem om de hals. ‘Wat had ik graag bij die bijeenkomst willen zijn.’

Nik trok zijn stropdas los. ‘Dat betekent niet dat het gevaar geweken is. Idas is gevaarlijk. Maar dit geeft ons meer tijd om onze strijdkrachten te versterken mochten de onderhandelingen stuklopen.’

Stella knikte. Toen keek ze op haar horloge. ‘Lieve help, het is al bijna zes uur. Ik moet me omkleden.’

Niks zus vloog de kamer uit met de belofte hen over een uur beneden in de hal te treffen. Met slappe knieën van opluchting kwam Sofía overeind. ‘Gefeliciteerd. Er is zeker een last van je schouders gevallen.’

‘Voorlopig.’ Hij kwam vlak voor haar staan.

Zo dicht hadden ze niet meer bij elkaar gestaan sinds de avond van hun uitbarsting. Haar hart klopte in haar keel.

‘Bedankt voor wat je tegen me zei, die avond op het terras,’ zei hij kalm. ‘Het was precies wat ik nodig had.’

Nu miste haar hart een slag. ‘Dat moeten we voor elkaar doen als we een team zijn.’

Hij bleef haar aankijken. ‘Ja, zo zou het moeten zijn. Laten we een nieuwe start maken, Sofía. We moeten uit die impasse tussen ons komen. We moeten een succes maken van deze relatie, in ons belang en in dat van ons kind. We zijn misschien niet onder de meest ideale omstandigheden begonnen, maar vanaf hier beslissen wij welke kant deze relatie opgaat. Ik ben voor een goede relatie.’

Ze tuitte haar lippen. ‘Geloof je nog steeds niet wat ik over de zwangerschap zei?’

‘Laat het los, Sofía,’ zei hij bruusk. ‘We moeten verder. Jij vindt dat ik me meer voor je moet openstellen, beter moet leren functioneren in een relatie. Daar ben ik toe bereid. Ik ben bereid me open te stellen voor jou. We moeten leren elkaar te vertrouwen.’

‘Tot op zekere hoogte,’ zei ze koeltjes. ‘Maar dat ene zal altijd tussen ons in blijven staan.’ Ze sloeg haar armen over elkaar en keek hem aan. ‘Waarom wil je dit, Nik? Denk je me met een natte vinger te lijmen zodat je met gewichtiger zaken door kunt gaan?’

Zijn gezicht betrok. ‘Ik bied je een olijftak. Het zou fijn zijn als je die aanneemt.’

‘Vanwaar die plotselinge ommekeer?’

‘Mijn ouders hadden een gearrangeerd huwelijk op grond van politieke motieven. Aanvankelijk hadden ze respect voor elkaar. Mijn moeder kwam uit een aristocratische familie – ze kende haar rol. Het enige waar ze niet mee om kon gaan, waren de affaires van mijn vader. Die waren niet ongebruikelijk voor een vorst, maar mijn moeder is een trotse vrouw. Die te verbreken, was haar enige voorwaarde. En hij deed dat.’

Er viel een stilte.

‘Hun huwelijk was slecht,’ ging hij verder. ‘Ze vochten als kemphanen. Onder onze ogen. Zoiets wens ik mijn kind niet toe. Ons kind.’

‘Maar vertrouw je me? Kun je me écht vertrouwen?’ Ze keek hem doordringend aan. ‘Dat gaat boven alles, willen we dit laten slagen, Nik.’

Hij sloeg zijn oogleden neer. ‘Ik zal eraan werken.’

De moed zonk haar in de schoenen. Misschien vertrouwde hij haar wel nooit. Kon hij het nooit loslaten. Toch moest ze blijven proberen. Ze draaide zich om naar haar kast om haar schoenen te pakken. ‘Zorg dat je zo klaar bent.’

‘Sofía –’

‘Niet nu, Nik.’ Ze draaide zich om en keek hem aan, handen op haar heupen. ‘Iedere verslaggever in Akathinia wacht tot ik die balzaal betreed om me van alle kanten te kunnen analyseren. Om nog meer minpunten bloot te leggen en me af te serveren. Dus laten we het snel afhandelen.’

Zijn ogen werden groot. ‘De pers trekt wel bij. Je moet geduld hebben en je niet zo druk maken om wat de mensen van je denken. Ik las over die liefdadigheidsbijeenkomst. Je was jezelf niet. Je moet niet in je schulp kruipen, maar de mensen juist laten zien wie je bent.’

‘Zodat ze hun klauwen nog dieper in me kunnen slaan?’ Ze rolde met haar ogen. ‘Nee, bedankt.’

‘Dat zou ik niet meer doen als ik jou was.’

‘Wat doen?’

‘Met je ogen rollen.’

‘Hoezo? Omdat jij een koning bent?’

‘Omdat het niet van respect getuigt.’ Hij liep op haar af. ‘Wat zit je nou werkelijk dwars?’

Ze liet haar kin zakken. ‘Dat heb ik je net verteld.’

‘Heb je vandaag nog mooie ontwerpen getekend?’

‘Nee. Het lukte niet. Ik heb alles weggegooid.’

Hij schudde zijn hoofd. ‘Je kunt het niet afdwingen. Zo snel gaan die dingen niet. Gun jezelf wat tijd. Gelukkig heb ik wat tijd voor ons vrijgemaakt. Jij en ik gaan een weekendje weg, dan kunnen we het over al deze dingen hebben, Sofía. Ik kan geen oorlog voeren op twee fronten.’

Dus daar was het hem om te doen. Hij gaf niet om haar. Ze nam hem nu slechts te veel in beslag. Verontwaardigd hief ze haar kin. ‘Ik heb geen tijd. Ik ben bezig met de voorbereidingen van een huwelijk.’

‘Je ziet toe op de voorbereidingen,’ verbeterde hij haar. Hij begon de knoopjes van zijn overhemd open te knopen. ‘Bovendien gaan we niet ver. Alleen maar naar het zomerhuis.’

Het zomerhuis op het privé-eiland voor de kust van Akathinia, dat Stella haar op hun rondleiding had aangewezen? Haar hart maakte een sprongetje. ‘Dat hoeft helemaal niet. We kunnen onze problemen ook hier oplossen.’

‘Zoals alle voorgaande keren?’ Hij trok een wenkbrauw op en trok het overhemd uit. ‘We zijn goed samen, Sofía. We kunnen een geweldig team zijn als we dit conflict uit de wereld helpen.’

‘Als dat mogelijk is.’

‘O, mogelijk is het zeker.’ Hij gooide zijn overhemd op de stoel en liep langs haar heen naar de badkamer. ‘De enige variabele is hoeveel tijd je nodig hebt om de waarheid te erkennen. En hoe ik je daartoe overhaal.’

Haar adem stokte in haar keel. ‘Heb ik je ooit gemogen?’ vroeg ze onverwacht.

Hij bleef opeens staan. Zijn mondhoeken trokken omhoog. ‘Er was een tijd dat je me aanbad, glykeia mou. Ik weet zeker dat je dat gevoel weer boven kunt halen.’

‘Wegwezen.’ Ze staarde hem na toen hij in de badkamer verdween. Haar verlovingsring glinsterde in het licht toen ze een grof gebaar maakte naar zijn rug. De vervloekte ring. ‘Heb je ons al niet verdoemd met deze ring?’

Hij draaide zich om, de glimlach op zijn gezicht verflauwde. ‘Ik heb die ring gekocht omdat je hem mooi vond. Omdat we geen geluk nodig hebben. We kunnen dit, Sofía. Als je maar wilt.’

Ze stond daar met haar schoenen in haar handen terwijl hij in de badkamer verdween. Ze hoorde dat hij de douche aanzette. Die verdraaide man. Zo had ze niet willen beginnen aan de nacht. Uit het lood geslagen en opeens onzeker over alles.