HOOFDSTUK 9
Cassie werd de volgende morgen wakker van de heldere zon die door de open luiken op haar gezicht scheen. Even keek ze versuft om zich heen in de vreemde slaapkamer met de zware houten meubelen en ze vroeg zich af, hoe ze in vredesnaam hier verzeild was geraakt. Toen begon ze zich alles weer langzaam te herinneren en er verscheen een voldane glimlach om haar mond. Ze keerde zich om, maar hoewel het kussen naast het hare nog de indruk van zijn hoofd vertoonde, was Elliott nergens te bekennen. Ze zuchtte spijtig.
Ze zou hem dadelijk wel gaan zoeken, maar nu wilde ze nog even denken over alles wat er was gebeurd. Het was eigenaardig dat zo’n vreemd verwarrende dag als gisteren zo fantastisch was geëindigd. Ze bloosde bij de gedachte aan de vorige avond. Ze rekte zich eens uit en keek met een dromerige blik naar het plafond. Het was verrukkelijk geweest. Waarom hadden ze zich door haar dwaze trots ervan laten weerhouden eerder naar haar man terug te gaan? Waarom had ze zoveel ? Natuurlijk, bedacht ze, als er twee kijven, hebben er ook twee schuld en Elliott had best de eerste stap kunnen doen, maar dat deed er nu allemaal niet meer toe.
De vorige avond had hij haar met zijn sterke armen van de bank getild en haar teder naar de slaapkamer gedragen waar hij haar op het ouderwetse bed had neergelegd. Hij had haar langzaam en met strelende handen uitgekleed en toen hij zijn eigen kleren heel wat sneller had uitgetrokken, was hij naar het bed toegekomen waar ze haar armen al naar hem had uitgestrekt.
Hij had haar hartstochtelijk gekust terwijl zijn handen strelend over haar lichaam waren gedwaald tot ze het gevoel had dat ze in vuur en vlam stond.
Ze had hem duidelijk laten merken dat ze genoot van zijn liefkozingen, maar ze herinnerde zich dat hij zich was blijven beheersen tot ze de woorden had gezegd die hij zo lange tijd niet meer had gehoord.
‘Zeg me datje van me houdt, Cassandra.'
‘Ja, o ja!’ had ze verrukt gezegd.
‘Nee, zeg het,’ had hij aangedrongen. ‘Ik wil je horen zeggen dat je alleen van mij en van niemand anders houdt.’
‘Ik hou van je,’ antwoordde ze gehoorzaam. ‘Ik hou van jou, Elliott en van niemand anders.’ En ze had elk woord gemeend van die verklaring waartoe hij haar had gedwongen.
Zijn mond had voldaan geglimlacht.
Later had ze gelukkig in zijn armen gelegen met haar hoofd tegen zijn borst. Het leek wel alsof ze hem voortdurend moest voelen en hij scheen ook die behoefte te hebben, want hij drukte haar steeds maar tegen zich aan, alsof hij telkens weer moest beseffen dat ze bij hem was. Nog lang nadat hij al in slaap was gevallen, had ze stil liggen luisteren naar het geluid van zijn ademhaling en ze had zich afgevraagd, hoe het toch kwam dat hij zo werd voortgedreven op zijn weg waarbij hij dan iedereen die hem maar een voet dwarszette, eenvoudig vertrapte.
Was het allemaal slechts een houding van hem? Was hij onder dat masker van keiharde berekening misschien even kwetsbaar als ieder ander?
‘Cassandra?’
Ze had zich weer tegen hem aangedrukt en hem op zijn schouder gekust. ‘Ja...?’ vroeg ze slaperig.
‘Zeg het nog eens!’
‘Waarom?’ vroeg ze voor ze zijn sterke bruine hals kuste.
‘Omdat ik het je zo graag hoor zeggen.’
Ze zuchtte verrukt. ‘Ik hou van je, Elliott Grant,’ zei ze. ‘Ben je nu tevreden?’
‘Volmaakt,’ antwoordde hij voor hij haar teder kuste. Ze had op dat ogenblik alle misverstanden kunnen vergeten.
Cassie bewoog zich even onrustig bij de herinnering aan de afgelopen nacht. Nu zou hij haar toch zeker niet meer kunnen zeggen dat hij de voorkeur aan een andere vrouw gaf! Ze had aan alles kunnen merken dat ze hem gelukkig had gemaakt. Wat Michèle op dat gebied presteerde wist Cassie niet, maar ze betwijfelde wel of ze Elliott zoveel voldoening had kunnen geven. Ja, ze vreesde dat het wel een ontnuchtering voor Madame Durand zou worden, als ze moest ontdekken dat een gewoon Engels meisje haar uit de gunst van Elliott had verdrongen.
Ze vroeg zich af wat er nu verder zou gaan gebeuren. Ze veronderstelde dat dit het eind van haar baan bij het makelaarskantoor betekende. De vrouw van de baas kon toch niet gewoon op kantoor blijven werken! Ze zou als de vrouw van Elliott aan het hoofd van zijn rijk in Engeland moeten tronen. Cassie trok een lelijk gezicht bij dat vooruitzicht. Ze had, nu ze op eigen benen had gestaan, de vrijheid geproefd en ze wist dat ze haar onafhankelijkheid niet zou kunnen opofferen om een pion in het schaakspel van haar man te worden, vriendelijk glimlachend bij recepties naast hem te staan en misschien genoegen te nemen met het organiseren van bazars voor het een of andere liefdadige doel. Toen ze nog bij haar ouders woonde, had ze zulke vrouwen vaak genoeg meegemaakt en ze had destijds al geweten dat zo een leven niets voor haar zou zijn. Een intelligente vrouw moest tegenwoordig toch echt iets nuttigs kunnen doen.
De vrouwen van de generatie van haar moeder zouden natuurlijk meteen zeggen, dat er geen mooiere taak voor een vrouw bestond dan te zorgen voor haar man en hun kinderen, als ze die zouden krijgen. En misschien was dat ook wel waar, maar Elliott had altijd bewezen dat hij heel goed voor zichzelf kon zorgen en op het ogenblik hoefde ze nog niet aan kinderen te denken. Hoewel... na de afgelopen nacht was het mogelijk dat ze daar over negen maanden wel rekening mee zou moeten houden. Misschien had ze dan een dochtertje met de grote zwarte ogen en de bruine krullen van Elliott. Of een zoon die de eerzucht en koppigheid van zijn vader zou hebben geërfd. Ze moest in elk geval hopen dat de baby niet de opvliegendheid van zijn ouders zou erven.
De flat zou te klein zijn als ze kinderen kregen, peinsde ze. Dat betekende ze dat ze een groter huis moesten zoeken, ergens buiten de stad, zodat de kinderen frisse lucht kregen en een tuin hadden waarin ze konden spelen. Het moest echter ook weer niet ver van de stad af zijn, want Elliott zou heen en weer moeten rijden. Ze wilde voortaan haar man vaker bij zich hebben; hem niet ’s morgens zien weggaan en hem zien terugkomen als de kinderen allang in bed lagen. Ze lachte zacht. Wat was ze toch dwaas om zich zo door haar verbeelding te laten meeslepen. Het stond nog niet eens vast dat Elliott en zij weer bij eIkaar zouden gaan wonen, hoewel ze daar eigenlijk al niet meer aan twijfelde. Ze zouden alles eens rustig moeten bepraten.
Ze was zeker weer in slaap gevallen, want toen ze uiteindelijk wakker schrok en op de klok keek, was het al laat. De halve ochtend was al om en Elliott en zij hadden nog heel wat te bespreken. Waar was Elliott eigenlijk? Ze hief luisterend het hoofd op, maar ze hoorde niemand in de flat rondlopen. Wat voerde hij toch uit? Ze veronderstelde dat hij haar met opzet had laten uitslapen, omdat ze de afgelopen nacht niet veel slaap had gekregen, maar hij moest toch weten, dat ze het niet erg zou hebben gevonden als hij haar was komen wekken!
Ze ging rechtop zitten en keek waar haar kleren waren gebleven. Haar jurk zou nog wel in de zitkamer op de grond liggen, dacht ze. De vorige avond had ze wel andere dingen aan haar hoofd gehad dan de vraag, wat ze vandaag zou moeten aantrekken. Haar badmantel zat nog in de tas die ze in de auto had achtergelaten. Ze keek eens rond of ze ergens soms een badmantel van Elliott zag hangen, maar ze zag niets.
Misschien kon ze maar beter niet langer over kleren piekeren en Elliott gaan zoeken. Hij was tenslotte haar man en hij had haar vaker naakt gezien. Het had haar wel altijd een beetje verlegen gemaakt. Ze hadden er echter samen om kunnen lachen, herinnerde Cassie zich met een vage glimlach.
‘Elliott, waar ben je?’ riep ze, opeens ongeduldig.
Ze kreeg geen antwoord en ze zuchtte gelaten. De zware houten deur van de slaapkamer smoorde kennelijk elk geluid. Dan zou ze dus wel moeten opstaan om hem te zoeken. Ze trok een laken van het bed en drapeerde dat als een toga om zich heen voor ze de deur opende.
‘Elliott?’
‘Ik ben hier!’ riep hij vanuit de zitkamer en ze liep gretig die kant uit.
‘Ik voel iets voor ontbijt in bed...’ Ze zweeg verbijsterd toen ze de zitkamer inliep en Elliott ontdekte, want hij bleek niet alleen te zijn. Als aan de grond genageld bleef ze staan toen ze het verblufte gezicht van Jules zag.
Ze keek zwijgend van de een naar de ander en voelde tot haar verbijstering dat het laken begon af te zakken.
‘Cassandra!’ riep Jules ontzet uit.
Ze kon zich wel voorstellen dat hij ontdaan was. Het moest een schok voor hem zijn om op zondagmorgen naar de flat van zijn baas te gaan en daar met eigen ogen het meisje te zien, waaraan hij de laatste tijd nogal veel aandacht had besteed. Ze begon bijna hysterisch te lachen bij het idee, dat ze eerst van plan was geweest naakt naar Elliott toe te gaan. De schok zou dan helemaal erg zijn geweest voor Jules.
Cassie wist niet wat ze van Elliott kon verwachten. Zou hij in verlegenheid raken of medelijden met haar krijgen en haar helpen? Ze kwam echter met beide benen op de grond terecht toen ze haar blik van Jules naar Elliott liet dwalen en op diens gezicht een uitdrukking van voldoening en triomf ontdekte. Ze werd opeens achterdochtig. Elliott had deze hele ontmoeting met Jules met opzet zo geënsceneerd. Als ze niet net op dit ogenblik wakker was geworden, zou hij wel een andere manier hebben bedacht om ervoor te zorgen dat Jules haar te zien kreeg. Maar waarom? Wat werd hij daar nu wijzer van?
Zoals altijd bleef hij de toestand volkomen meester. Ze stelde afwezig vast dat hij zich nog niet had geschoren, maar dat hij er aantrekkelijk uitzag in een nauwe, lange broek en wit T-shirt. Hij was nu eenmaal gewend om mensen te manipuleren en ook ditmaal was hem dat uitstekend gelukt, dacht ze bitter. Ze was gewoon niet in staat om weg te vluchten of brutaal verder de kamer in te gaan en de mannen te begroeten alsof er niets aan de hand was.
‘Ga zitten, Cassandra,’ kommandeerde Elliott en het kwam eenvoudig niet in haar hoofd op om hem niet te gehoorzamen. Ze liet zich dankbaar in een van de grote leunstoelen zakken, want ze geloofde niet dat haar benen haar nog veel langer hadden kunnen dragen.
Elliott negeerde haar uiterlijk en deed alsof er niets aan de hand was. ‘Monsieur Pinot en ik bespraken net zijn succes van gisteren,’ merkte hij gemoedelijk op. ‘Het leek een lastige opdracht maar hij heeft zich goed van zijn taak gekweten.’ Zijn blik dwaalde even over de gestalte van Cassie die door het dunne laken nauwelijks werd bedekt. 'Hij maakte zich nogal bezorgd omdat hij jou zo onverwacht aan je lot moest overlaten toen hij voor zaken weg moest maar ik heb al geprobeerd hem op dat punt gerust te stellen. Misschien kun jij hem beter overtuigen dan ik. Je hebt toch een prettige dag met me gehad, niet?’
De bedoeling van Elliott was wel duidelijk en de handen van Cassie jeukten om hem een klap in zijn gezicht te geven. Jules had ook al zo’n woeste blik in zijn ogen, al wist ze niet of hij Elliott dan wel haar zou willen slaan.
Elliott stond op, kwam naast haar stoel staan en legde zijn hand op haar blote schouder. Ze probeerde zich los te rukken maar dat lukte haar niet.
‘Misschien is Cassandra te verlegen om te vertellen, hoe ze gisteren heeft genoten,’ zei hij zacht maar uitdagend. ‘Ik kan u echter wel verzekeren dat ze haar dankbaarheid voor de prettige dag wel duidelijk heeft getoond.’
‘Schoft!’ siste ze. Hoe durfde hij haar in het bijzijn van Jules zo te vernederen!
Als Elliott had gehoopt de Fransman kwaad te maken, dan werd hij wel teleurgesteld. Jules had zich kennelijk bedacht en wilde niemand meer slaan. Misschien had hij wel begrepen dat hij het in een vechtpartij tegen Elliott zou moeten afleggen. Hij mocht dan veel jonger zijn, maar Elliott was sterker en leniger.
‘Ik begrijp het,’ zei Jules stijfjes. ‘Goed, Cassandra is een vrij mens, ze kan doen en laten wat ze wil.’ Ook al zei hij dat beslist, er was toch een afkeurende klank in zijn stem.
‘Is dat alles wat u heeft te zeggen?’ vroeg Elliott op minachtende toon.
Jules haalde zijn schouders op. ‘Wat valt er dan nog meer te zeggen?’
‘Heel wat!’ Met een ruk wist Cassie zich te bevrijden van de hand van Elliott en ze stond snel op. Ze zweeg even terwijl ze zich afvroeg hoe ze de toestand het beste kon uitleggen en besloot toen dat ze de waarheid wel moest vertellen. ‘De kwestie is namelijk, Jules, dat Elliott mijn man is.’
‘Wat dapper van je om dat te vertellen. Ik vroeg me al af of je daartoe zou komen,’ zei Elliott spottend.
Ze negeerde zijn opmerking. ‘We zijn al jaren geleden uit elkaar gegaan en toen ik ging werken, heb ik mijn meisjesnaam weer aangenomen. Het was wel een beetje vervelend toen hij bij ons op kantoor kwam opdagen. We besloten dat het voor iedereen beter zou zijn als we de twee maanden van zijn verblijf in de Provence maar verzwegen dat we waren getrouwd.’
‘Zelf was je ons huwelijk al veel langer vergeten,’ stelde haar man vast.
‘Tja, en nu is ons geheim dan toch uitgelekt,’ zei ze koeltjes. Ze begreep wel dat ze eigenlijk veel meer had moeten uitleggen, maar ze wilde niet meer loslaten alleen om de nieuwsgierigheid van Jules te bevredigen.
‘En jullie hebben je dus verzoend?’ vroeg hij nu verwonderd terwijl hij zich kennelijk nog steeds afvroeg waarom ze in dat laken rondliep en waarom Elliott dan zo hatelijk tegen haar deed.
‘Ja!’
‘Nee,’ sprak ze Elliott tegen nadat hij die vraag van Jules had beantwoord. Ze keek hem minachtend aan. Na dit laatste staaltje van zijn berekendheid, had ze het gevoel dat ze hem liever nooit meer wilde zien. ‘Officieel zijn we nog getrouwd, maar we gaan zo gauw mogelijk scheiden.’
‘Wees daar maar niet zo zeker van!’ viel Elliott uit.
Jules stond snel op voor het meningsverschil in een echte ruzie zou ontaarden. ‘Ik merk wel dat jullie nog heel wat met elkaar moeten bepraten,’ zei hij, ‘en daarbij ben ik overbodig. Ik ga dus maar.’
‘Die man heeft niet alleen takt maar ook een sterke drang tot zelfbehoud,’ stelde Elliott vast. ‘Misschien heb ik u toch onderschat, Pinot. Met die kwaliteiten kunt u het in de zakenwereld nog ver brengen!’ ‘Dat hoop ik,’ antwoordde Jules voor hij zich tot Cassie wendde. ‘Je weet mijn telefoonnummer, als je soms hulp nodig mocht hebben, hè? Bel me maar gerust als je eens met iemand wilt praten.’
Cassie was ontroerd door het voorstel, want ze wist dat ze hem niet bepaald netjes had behandeld. ‘Dank je, Jules, ik zal er aan denken,’ antwoordde ze dankbaar.
‘Cassandra heeft uw raad voortaan niet meer nodig. Ze heeft nu een man tot wie ze zich kan wenden,’ zei Elliott terwijl hij de andere man beslist naar de deur leidde.
Cassie haalde eens diep adem omdat ze even alleen was, maar toen pakte ze snel haar jurk van de grond op en liep naar de slaapkamer terug.
‘Waar ga jij heen?’ vroeg Elliott die haar bij de deur staande hield. ‘Ik geloof dat het tijd wordt dat we eens openhartig met elkaar praten.’ ‘Dat is wel mogelijk,’ antwoordde ze kil, ‘maar dat gesprek kan wel wachten tot ik een douche heb genomen en me heb aangekleed. Zo kan ik niet naar huis gaan.’
‘Je gaat niet naar huis en voor mij hoef je je niet aan te kleden.’ ‘Daar twijfel ik niet aan, maar toch kleed ik me liever aan.’
‘Het kan me weinig schelen wat jij al dan niet liever zou doen.’
Ze rukte zich los en liep zwijgend door naar de slaapkamer. Hij volgde haar en toen ze met haar armen vol kleren en schoenen naar de badkamer wilde gaan, versperde hij haar de weg. Ze keek hem met fonkelende ogen uitdagend aan, waarna hij onverschillig zijn schouders ophaalde en een stap opzij deed.
‘Goed, kleed je dan maar aan als je dat liever wilt, maar je moet niet denken dat je hier het huis uitgaat, voor ik van je te horen heb gekregen wat je allemaal hebt uitgehaald sinds je me hebt verlaten.’
Ze lachte even. ‘Je zou me toch niet geloven, Elliott Grant? Je zou alles toch zo verdraaien dat het jou in je kraam te pas zou komen.’ Ze wachtte niet op een antwoord, liep de badkamer in en smeet de deur hard achter zich dicht.
Even bleef ze angstig staan luisteren of hij haar soms volgde, maar ze hoorde dat hij terugging naar de zitkamer. Ze knikte mat en draaide de kraan open. Even later kon ze onder de warme waterstralen een beetje bekomen van de spanning.
Het liefst was ze voorgoed in de badkamer gebleven maar ze wist dat Elliott weer ongeduldig zou worden als ze niet snel verscheen en misschien was het ook beter om met hem te praten, zo lang hij nog redelijk kon zijn. Ze droogde zich af, kleedde zich aan en schudde peinzend haar hoofd.
Wat was ze toch dwaas geweest om zich de vorige avond door de taktiek van Elliott te laten verleiden! Omdat ze nu eenmaal van hem hield en bovendien aan tafel teveel wijn had gedronken was ze in een milde bui geraakt en ze had al zijn mooie praatjes echt geloofd toen hij had verteld dat hij een nieuw leven wilde beginnen en dat ze dan meer tijd voor elkaar zouden krijgen. Wat een goedgelovig dwaas kind was ze geweest om dat allemaal te slikken!
Die ochtend was wel gebleken dat de afgelopen nacht helemaal niets voor hem had betekend. Ze zag nog dat triomfantelijke gezicht van hem toen hij haar zogenaamd in het bijzijn van Jules had ontmaskerd. De vorige avond had ze geloofd dat zijn hartstocht wel had bewezen dat hij van haar hield, maar nu besefte ze dat ze zich lelijk had vergist.
Cassie zuchtte eens. Ze voelde zich opeens erg oud. Ze ging even op de rand van het bad zitten om over de toestand na te denken. Tot nu toe had Elliott het spel in handen. Had het wel nut zich nog langer tegen hem te verzetten?
‘Cassandra!' riep Elliott ongeduldig. ‘Als je niet meteen hier komt, dan kom ik je halen!’
Ze antwoordde niet. Ze wist dat hij elk woord meende. Ze stond op, haalde eens diep adem en liep met opgeheven hoofd de zitkamer in.