HOOFDSTUK 6

 

 

 

Gelukkig stelde Jules geen vragen meer. Hij sloeg troostend zijn arm om haar schouders. ‘Natuurlijk breng ik je thuis. Waarom heb je me niet eerder verteld dat je je niet goed voelde?’

Omdat ze zich pas ellendig was gaan voelen, nadat ze Elliott in het restaurant had ontdekt! Maar dat kon ze Jules natuurlijk moeilijk uitleggen.

Ze drukte haar hand even tegen het verhitte voorhoofd. Waarom had ze zich toch weer zo door Elliott van haar stuk laten brengen? Tenslotte was hij toch maar een gewone man, net zoals alle anderen die ze kende. Wat had hij dan toch dat zodra ze hem maar zag, haar hart begon te bonzen en het bloed sneller door haar aderen leek te stromen? Jules had hem ervan beschuldigd dat hij zich gedroeg of hij God was, maar die avond was hij eerder een vorst van de duisternis geweest, een duivel die naar haar toe was gezonden om haar in verleiding te brengen en wat was hij makkelijk geslaagd in die missie!

‘Kunnen we het restaurant niet uit zonder door de eetzaal te gaan? Ik kan niet tegen die drukte daar,’ beweerde ze wanhopig om nog een ontmoeting met Elliott te voorkomen.

‘Maar natuurlijk, meisje, er is ook een zij-uitgang. Ik heb al afgerekend en we kunnen dus onopgemerkt wegglippen. Kun je wel lopen of zal ik je naar de auto dragen?’

Ze probeerde vaag te lachen om zijn overdreven bezorgdheid. ‘Ik heb alleen maar hoofdpijn, Jules. Ik val niet flauw of iets dergelijks!’ Toch was ze blij dat hij haar ondersteunde toen ze langzaam door het houten poortje in de tuinmuur naar de parkeerplaats daarachter liepen. Jules hielp haar instappen en besteedde zoveel aandacht aan haar dat ze hem het liefst had willen toeroepen dat hij haar met rust moest laten. Ze beheerste zich echter en glimlachte gedwongen tegen hem. Tenslotte kon hij het ook niet helpen dat ze zo uit haar doen was geraakt.

Hij reed langzaam naar de binnenstad terug alsof hij eieren vervoerde. Cassie kreeg het gevoel dat er nooit een eind aan de rit zou komen, hoewel die toch niet langer dan tien minuten kon hebben geduurd. Toen ze voor het huis stopten, hielp Jules haar uitstappen en hij stond erop de voordeur voor haar open te maken.

‘Kun je je wel redden, Cassie?’ informeerde hij bezorgd. ‘Is er soms nog iets dat ik voor je kan doen?’

Ze schudde het hoofd. ‘Nee, dank je, Jules. Het spijt me dat ik jouw avond op deze manier heb bedorven.’

‘Helemaal niet,’ protesteerde hij. ‘Ik vond het een fijne avond. Ik heb juist medelijden met jou, maar we doen het nog wel eens over, niet?’

‘Ja, natuurlijk,’ gaf ze snel toe.

‘En nu moetje maar gauw naar bed gaan.’ Hij boog het hoofd en gaf haar voorzichtig een kus op de wang. ‘Tot morgen, meisje.’

‘Ja, tot morgen, Jules.’

Zodra hij weer naar de auto ging, sloot ze de deur achter zich en sleepte zich de trap op die ze eerder op de avond zo vol verwachting was afgekomen. Ze zou niet zo vrolijk zijn uitgegaan als ze had kunnen vermoeden wat haar te wachten stond. Ze dankte de hemel dat Madame Martin het niet in haar hoofd had gehaald om haar op te wachten en te informeren of ze een prettige avond had gehad. Dat zou echt de druppel zijn geweest die de emmer had doen overlopen.

Ze opende de deur en liep meteen door naar de badkamer om een paar aspirines en een glas water te halen. Die verzonnen hoofdpijn begon nu werkelijkheid te worden. Dat was haar verdiende loon voor al haar leugens. Ze nam aspirines in en dronk een paar slokjes water, waarbij ze onwillekeurig in de spiegel keek. Het lange haar was nog steeds in de war, ook al had ze geprobeerd het uit te kammen. Haar gezicht was bleek maar ze had twee felle blosjes op de wangen die een onnatuurlijke indruk maakten. Iedereen die haar zag, moest wel denken, dat ze vol overgave had staan vrijen en kussen. Hoe was het dan mogelijk dat Jules dat niet had opgemerkt en dat hij haar leugens meteen had geloofd?

Cassie kleedde zich uit, ging naar bed en deed het licht uit, maar toen ze in het donker naar het plafond lag te staren, wist ze dat de gebeurtenissen van die avond haar nog lang wakker zouden houden. Ze probeerde nog eens over het verloop van de avond na te denken, maar toen ze bij het ogenblik was gekomen, waarop Elliott met haar was gaan dansen, viel ze abrupt in slaap.

Het zou misschien beter zijn geweest als ze wakker was gebleven, want ze sliep erg slecht en kreeg de ene nachtmerrie na de andere, zodat ze tenslotte moe en huiverend wakker werd. De dekens lagen in een verwarde hoop op de grond, haar kussen was weggegleden en haar voeten waren verward geraakt in het laken. Ze keek wild om zich heen alsof ze verwachtte dat haar man onverwachts zou komen opdagen.

Toen schudde ze beslist het hoofd en stond op om thee te zetten. Ze dronk meestal ’s morgens koffie, maar die dag had ze echt behoefte aan een kop sterke thee. Toen ze langzaam de warme thee dronk, voelde Cassie zich inderdaad wat beter.

Ze bedacht hoe eigenaardig het was dat alle problemen ’s nachts groter leken dan ze in werkelijkheid misschien waren. Nu de zon weer scheen, leken de moeilijkheden van de vorige dag wat kleiner geworden. In elk geval hoopte ze er een oplossing voor te vinden. Ze schonk haar kopje nog eens vol en ging naar de zitkamer om te proberen de toestand eens rustig te overzien.

De narigheid was dat het gedrag van Elliott de onbekende faktor was. Jules wist niet wat er de vorige avond in de tuin was gebeurd en Cassie was niet van plan hem dat te vertellen. Maar zou Elliott er ook over zwijgen, of was hij in staat er met Jules over te beginnen? Er bestond geen enkele reden voor hem om dat te doen. Iemand in zijn positie moest het toch beneden zijn waardigheid vinden om zich te bemoeien met de persoonlijke zaken van zijn personeel. Ja, onder normale omstandigheden was dat natuurlijk wel zo, maar de omstandigheden waren nu eenmaal niet normaal, ook al wist Jules dat niet. Wat hem betrof, kon Elliott zich alleen op kantoor met hem bemoeien. Hij zou zich beslist verzetten als Elliott zich met zijn privéleven probeerde te bemoeien. Maar als Elliott nu eens zou uitleggen, waarom hij dat deed? Als hij vertelde dat Cassie zijn vrouw was?

Ze hoopte dat er geen enkele reden bestond waarom Elliott dat uit de doeken zou doen. Hij had het feit aanvaard dat ze haar meisjesnaam weer had aangenomen en ze veronderstelde dat hij het ook maar makkelijk vond om te vergeten dat hij nog steeds wettelijk met haar was getrouwd.

‘Nee, Elliott zou zijn mond wel houden, dacht Cassie en ze voelde zich wat opgewekter toen ze een douche nam en zich aankleedde. Ze koos een gebloemd jurkje dat haar goed stond. Ze zag eruit als een braaf schoolmeisje en ze knikte voldaan toen ze in de spiegel keek. Als Elliott haar zo zag, zou hij misschien wel geloven dat ze haar leven wilde beteren.

Het was vreemd, maar ze dacht niet na over de manier waarop Jules zou reageren. Als ze een beetje over de schrik heen was, kon ze wellicht nuchter over alles denken. Nu was het de hoofdzaak dat ze Elliott die ochtend koel en waardig onder de ogen kwam. Ze maakte zich op en werkte de donkere schaduwen onder haar ogen handig weg.

Toen ze op het kantoor kwam, was Elliott nergens te bekennen. Ze had zo uitdagend en met opgeheven hoofd gelopen, dat ze bijna teleurgesteld was nu Elliott dat niet had gezien.

‘Voel je je nu wat beter?’ vroeg Jules die meteen opstond en naar haar toekwam.

‘Veel beter,’ verzekerde ze hem. ‘Ik weet gewoon niet wat me gisteravond opeens bezielde.’

Hij haalde even zijn schouders op. ‘Tja, zulke dingen gebeuren nu eenmaal. We gaan binnenkort gewoon nog een keer naar dat restaurant en ik beloof je dat je dan wel een prettige avond zult hebben.’

Cassie had het gevoel dat het beter zou zijn als ze dat restaurant nooit meer zag, maar die reaktie zou wel overgaan, veronderstelde ze. ‘Dat is dan afgesproken,’ antwoordde ze en ze deed haar best om haar stem opgewekt te laten klinken.

Van Mr. Thompson hoorden ze dat Elliott de hele ochtend afwezig zou zijn.

‘Ik heb begrepen dat hij naar Madame Durand is om met haar de verkoop van haar huis te bespreken,’ had hij gezegd.

‘Daar zal hij geen problemen mee hebben,’ mompelde Jules zacht. ‘Ik vraag me af of hij er vanmorgen is heengereden of gewoon laat ontbeten heeft met de dame, omdat hij er toch al was.’

Die gedachte was ook al bij Cassie opgekomen, maar ze zette hem snel van zich af. Ze vond het geen prettig idee dat Elliott de afgelopen nacht wellicht bij die vrouw was gebleven.

Mr. Thompson was kennelijk blij een paar uur door de grote baas met rust te worden gelaten en hij trok zich in zijn kantoor terug.

Jules rekte zich ook glimlachend uit. ‘We zijn tenminste een paar uur veilig. Het is weer net zoals vroeger, hè? Ik kan me bijna niet voorstellen dat die man hier pas een paar dagen is. Ik heb het gevoel alsof we intussen allemaal wel twintig jaar ouder zijn geworden.’

‘Die arme Mr. Thompson heeft het nog moeilijker dan wij,’ zei Cassie. ‘Hij moet de grote man de hele dag om zich heen velen in zijn kantoor. Ik veronderstel dat hij dan harder moet werken dan hij ooit heeft gedaan.’

‘Zijn vrienden in de Coq d’Or zullen zich wel afvragen wat er toch met hem aan de hand is,’ knikte Jules. ‘Tegenwoordig kan hij niet meer alle tijd voor zijn lunch nemen. Maar goed, ik veronderstel dat we het wel zullen overleven.’

‘Dat klink nogal onzeker,’ plaagde Cassie hem.

‘Misschien wordt hij mettertijd minder streng.’

‘Je bent een optimist,’ lachte ze. ‘Als ik jou was, zou ik daar maar niet op rekenen.’

Toen Elliott na de lunch op kantoor verscheen, bleek Cassie gelijk te krijgen met haar veronderstelling dat hij niet in een beste bui zou zijn. Het begon al met de voordeur die hij achter zich dicht smeet. Jules keek verschrikt op en wilde al iets zeggen, maar hij bedacht zich toen hij het strakke gezicht van Elliott zag, die hem en Cassie negeerde en doorliep naar het andere kantoor.

Jules keek Cassie veelzeggend aan maar zei niets. Onder de gegeven omstandigheden konden ze zich maar beter rustig houden en afwachten tot de storm weer was bedaard. Cassie die ook het hoofd over haar werk gebogen had gehouden, was blij dat Elliott zijn woede niet op haar had afgereageerd. Ze vroeg zich af of hij zich nog ergerde over de vorige avond of dat hij zich over iets anders had kwaad gemaakt.

Mr. Thompson werd door Elliott weggestuurd om een jong echtpaar een flat aan de kust te laten zien. Hij opende de deur van het kantoor en omdat hij de opdracht kennelijk beneden zijn waardigheid als direkteur van het makelaarskantoor vond, protesteerde hij dan ook tegen Elliott.

‘Zulke dingen laat ik meestal door Monsieur Pinot of Miss Russell doen. Ik heb hen allebei zelf opgeleid en ik ben steeds tevreden geweest over hun werk.’

‘Die mening kan ik niet met u delen nadat ik die twee op pad ben geweest,’ antwoordde Elliott kalm. ‘Misschien wordt het tijd dat u uw eigen verkooptechniek weer eens wat opfrist, Thompson.’ Cassie zag opeens een eigenaardige blik in zijn ogen en ze vroeg zich af wat er nu zou volgen. ‘Neem Pinot maar mee,’ voegde Elliott er sarkastisch aan toe. ‘Samen moeten jullie toch wel iets kunnen verkopen!’

‘Ja, natuurlijk.’ De oudere man zou het met alles eens zijn geweest en Jules leek ook al blij om te kunnen ontsnappen.

Toen de deur achter de mannen dichtviel, besefte Cassie pas waar ze aan toe was. Ze was alleen met Elliott achtergebleven. Ze huiverde even toen ze buiten de Citroen weg hoorde rijden. Had Elliott dit met opzet zo geregeld? Ze boog zich weer over de lijst die ze tikte en hoopte dat Elliott weer naar het andere kantoor zou gaan, maar ze hoorde de deur niet achter zich sluiten. Ze hief dan ook het hoofd op en keek om.

Elliott keek haar met een uitdagende glimlach aan, alsof hij besefte alle troeven in handen te hebben. Cassie werd plotseling bang. Vijf jaar geleden had ze gedacht dat ze haar man door en door kende, maar eigenlijk had ze hem nooit goed begrepen en hoewel ze hem uiterlijk herkende, was het nu net alsof hij een volkomen vreemde was.

‘Het spijt me dat ik je van je werk moet houden,’ merkte hij op, ‘maar jij en ik moeten eens met elkaar praten.’

‘O ja?’ vroeg ze. ‘Daar was ik me niet van bewust.’

‘Jij dacht dat het voorval van gisteravond achter de rug en voorgoed vergeten was?’

‘Het is voorbij,’ zei ze beslist, ‘en ik probeer in elk geval een deel van de avond te vergeten.’

‘De tijd die je met Pinot doorbracht of de tijd met mij?’

Ze keek hem recht aan en haar drift verjoeg haar angst. ‘Wat dacht je?’ vroeg ze op haar beurt.

Hij kneep zijn ogen halfdicht. ‘Ik heb niet gezien dat je op zijn toenaderingspogingen even heftig reageerde als op de mijne, of deed je dat later wel toen hij je thuis had gebracht? Vertel eens, zijn jullie naar zijn huis gegaan of naar het jouwe?’

Ze zag dat zijn mond vertrokken was en ze kreeg de indruk dat hij haar met opzet kwaad probeerde te maken. Ze liet zich echter niet door hem op stang jagen. ‘Doet dat er iets toe?’ vroeg ze koel. ‘Als je met de juiste man bent, is de plaats niet van belang.’

‘En is Jules Pinot de ware Jacob voor je? Laat me niet lachen,’ antwoordde hij woest. ‘Hij zou je nog in geen duizend jaar onder de duim kunnen krijgen!’

‘En jij wel, dacht je? En hoe had je je dat dan voorgesteld? Toen je met me trouwde dacht je ook dat ik een jong en naïef kind was datje wel naar je hand kon zetten. Dat viel lelijk tegen, hè? Ik ben nu beslist niet meegaander dan destijds!’

Hij balde zijn vuisten en even vroeg Cassie zich af of Mr. Thompson en Jules straks haar lijk zouden vinden. Elliott zag eruit alsof hij best een moord zou kunnen begaan.

‘Ik dacht dat ik je gisteravond wel had bewezen dat ik wist hoe ik je moest aanpakken,’ antwoordde hij gespannen.

Ze haalde onverschillig de schouders op. ‘Je bent een aantrekkelijke man, dat heb ik nooit ontkend. Als je wilt, kan ik wel toegeven dat het van mijn kant een tijdelijke inzinking is geweest.’

‘Ik begrijp het. En je bent dus volkomen voldaan en gelukkig met dat vriendje van je?’

‘Gaat jou dat wat aan?’ vroeg ze scherp.

‘Als ik dat wil weten, gaat me dat iets aan. Je mag dan nog zo onafhankelijk zijn en onder je meisjesnaam leven, je bent nog steeds in naam met me getrouwd, Cassandra.’

‘In de afgelopen vijf jaar schijnt dat feit voor jou anders erg weinig te hebben betekend,’ antwoordde ze. ‘Je hebt je niet bepaald aan me opgedrongen!’

‘Beter laat dan nooit!’

‘Dacht je dat werkelijk? Ik begon al te geloven dat ik je nooit meer zou zien.’

‘En wilde je dat echt?’ vroeg hij.

Ze zweeg even voor ze hem antwoordde. Ze keek Elliott aan en besefte dat hij nog een knappe en zelfverzekerde man was, maar de bittere ervaring had haar wel geleerd dat lichamelijke aantrekkingskracht niet voldoende was als basis voor een gelukkig huwelijk. ‘Je had het toch veel te druk met je carrière om aan mij te denken,’ antwoordde ze met een verbitterde klank in haar stem. ‘Ik had zo verstandig moeten zijn dat van mijn ouders te leren, maar het is jammer dat ik daar niet aan dacht toen ik met jou trouwde. De zaken gaan nu eenmaal altijd voor het meisje, niet?’

‘Soms,’ gaf hij toe. ‘Dat hangt van de konkurrentie af.’

‘In mijn geval heb je je nooit van je zaken laten afleiden. Ik ben een dwaas en goedgelovig kind geweest! Ik besefte niet dat andere vrouwen jou wel van je zaken zouden kunnen afhouden.’

‘Dat heb je alleen aan jezelf te wijten.’

‘Bedoel je omdat ik niet terug vocht? Wat zou ik daarmee hebben bereikt?’

Elliott fronste zijn wenkbrauwen en bleef zwijgen.

‘Heb je soms geen andere uitvluchten meer?’ vroeg ze uitdagend.

Hij keek haar onderzoekend aan. ‘Zou jij het op prijs hebben gesteld, Cassandra als ik je tegemoet gekomen was voor een verzoeningspoging?’

Ze keek hem verwonderd aan. Was die gedachte destijds ooit bij hem opgekomen? Ze dacht van niet. Ze herinnerde zich de slapeloze nachten thuis bij haar ouders, toen ze had verlangd naar zijn omhelzingen.

Als hij toen naar haar toe was gekomen, zou ze hem zijn ontrouw dan hebben vergeven? Ze wist het niet en het was nu te laat om daarover na te denken. Ze had een eigen leven opgebouwd en ze had Elliott niet meer nodig omdat ze wel op eigen benen kon staan.

‘Nee,’ antwoordde ze en ze keek hem aan.

Ze had hem niet weten te overtuigen. ‘Weet je dat wel zeker, Cassandra?’ Zijn blik dwaalde over haar slanke lichaam. Herinnerde hij zich hoe ze de vorige avond op zijn liefkozingen had gereageerd?

Ze lachte even. ‘Wat is er, Elliott? Kun je het niet hebben dat je wordt afgewezen?’

‘Neem me niet kwalijk,’ antwoordde hij spottend, ‘als ik het me goed herinner, deed je gisteravond bepaald niet zo afwijzend.’

Dat kon ze moeilijk ontkennen. ‘Je gedrag van gisteravond heeft me er slechts van overtuigd, dat het goed is geweest je te verlaten. Het spijt me dat je mannelijke trots dat feit niet kan aanvaarden, maar ik ben bang dat zelfs jij af en toe in je leven een nederlaag zult moeten slikken.’ Ze huiverde even toen hij bijna wreed glimlachte. ‘Waarom denk je dat ik wat jou betreft een streep onder het verleden zou hebben gezet?’ ‘Moet ik soms dankbaar zijn dat je weer aandacht aan me besteedt? Moet ik het verleden maar vergeten en weer een liefhebbende vrouw worden die haar leven met jou deelt?’

‘Ik heb op het ogenblik geen vrouw nodig,’ antwoordde hij kalm. ‘Je bedoelt zeker dat ik in de rij op mijn beurt zou moeten wachten!’ viel ze uit.

‘Misschien,’ antwoordde hij, ‘en dan zou je wel merken dat je daar niet eens het geduld voor op zou kunnen brengen.’

‘Wellicht vind ik het niet de moeite waard om te wachten,’ merkte Cassie luchtig op. ‘Je bent tenslotte niet de enige man op de wereld.’ Hij glimlachte geamuseerd. ‘En jij bent beslist niet de enige vrouw. Dat moet je niet vergeten!’ Hij keerde zich om en het haar alleen.

De volgende dagen merkte ze dat hij overal in de stad met Michèle Durand werd gezien. Ze zag het paar enkele keren zelf in de auto langsrijden en toen ze op zaterdagmorgen met een zware tas vol boodschappen naar huis liep door de drukte, botste ze zelfs bijna tegen hen aan. Elliott en Michèle voerden blijkbaar een levendig gesprek en ze keken niet goed uit waar ze liepen tot het bijna te laat was. Toen sloeg Elliott met een beschermend gebaar snel zijn arm om het middel van Michèle en voorkwam dat ze tegen Cassie met haar zware tas aan botste.

Cassie zag hoe goedverzorgd de andere vrouw was en ze besefte dat ze er zelf niet op haar voordeligst uitzag in haar oude spijkerbroek en een T-shirt dat ook betere dagen had gekend. Ze had zich niet opgemaakt en omdat het warm was, had ze het haar in een knot op het hoofd opgestoken. Ze merkte dat Elliott van de een naar de ander keek en ze voelde wel dat hij de twee vrouwen met elkaar vergeleek. Michèle zag eruit als een goedverzorgde vrouw op wie elke man trots zou kunnen zijn, naast haar leek Cassie wel een onverzorgd sloofje.

Michèle fronste geprikkeld haar wenkbrauwen. ‘Kunt u niet beter uitkijken?’ vroeg ze in het Frans. ‘U liep me bijna omver!’

‘Miss Russell als altijd nogal onnadenkend,’ merkte Elliott op. ‘Maar er is ditmaal gelukkig niets gebeurd.’

‘Miss Russell?’ herhaalde Michèle nieuwsgierig. ‘Ken je dit meisje, Elliott?’ De vraag klonk net alsof Michèle niet kon geloven dat Elliott zich met zo’n sloofje zou afgeven.

‘Zo zou je het wel kunnen noemen.’ Zijn blik bleef op het verhitte gezicht van Cassie rusten. ‘Jullie zijn nooit aan elkaar voorgesteld, hè? Michèle, dit is Cassandra Russell van mijn kantoor. Cassandra, dit is Madame Durand met wie je me een paar dagen geleden in dat restaurant hebt gezien.’

‘Is dit... dit het meisje dat laatst in het restaurant was?’ vroeg Michèle en ze liet duidelijk blijken dat ze Cassie in haar dagelijkse kleren niet had herkend.

Ze gaven elkaar aarzelend een hand. Zijn vrouw en zijn vriendin, besefte Cassie. Niemand anders dan Elliott zou die twee beleefd aan elkaar kunnen voorstellen! Michèle wist echter niet dat Cassie rechten kon doen gelden op haar metgezel en ze glimlachte dan ook neerbuigend tegen Cassie.

‘Ik vind het prettig kennis met u te maken, Miss Russell,’ zei ze met een lange hese stem die mannen ongetwijfeld aantrekkelijk zouden vinden.

Cassie glimlachte stijfjes. ‘Ik heb net boodschappen gedaan,’ legde ze vaag uit.

‘Ja,’ knikte Michèle verveeld. Ze legde haar hand op de arm van Elliott. ‘Dan zullen we u niet ophouden. Zullen we gaan, chéri? We hebben een tafel voor de lunch gereserveerd en we zijn al laat!’

‘We zouden op tijd zijn geweest als het niet zo lang had geduurd voor jij aangekleed was,’ antwoordde hij kalm.

Cassie begreep de bedoeling van die opmerking precies. Hij keek glimlachend op Michèle neer. ‘Goed, laten we dan maar gaan,’ zei hij nog en hij knikte even onverschillig tegen Cassie voor ze doorliepen en in de drukte verdwenen.

Somber liep Cassie door naar huis, waar ze haar tas met boodschappen op de keukentafel smeet. Ze had die tas liever Michèle naar het hoofd gegooid.

‘Goed, als ze zo dol was op Elliott, dan mocht ze hem gerust hebben. Ze vroeg zich af of hij met Michèle zou willen trouwen. Zou hij haar iets over zijn eerste huwelijk hebben verteld? Misschien hadden ze het tot nu toe te druk met elkaar gehad om daarover te praten.

Zou hij zelf zeggen dat hij wilde scheiden of zou ze gewoon een onpersoonlijke brief van een advocaat krijgen, vroeg Cassie zich af. Ze veronderstelde dat ze Michèle eigenlijk dankbaar zou moeten zijn, want als Elliott trouwplannen koesterde, zou Cassie haar vrijheid terugkrijgen. Hoe dacht ze daar eigenlijk over?

Hoe kwam het dat hij nog steeds dezelfde aantrekkingskracht had die destijds had gemaakt dat ze zo snel met hem had willen trouwen. De afgelopen nachten had ze uren in bed wakker gelegen omdat ze piekerde over haar eigen reakties tijdens het voorval in de tuin van het restaurant. Ze begreep niet waarom elke vezel van haar lichaam nog steeds reageerde zodra Elliott haar maar aanraakte.

Als ze ooit weer aan een man zou beginnen, gaf ze liever de voorkeur aan iemand die haar kameraadschap en tederheid kon geven, dacht ze, want daar zou ze gelukkiger mee worden dan met de hartstocht die ze met Elliott had gekend.

Ze stond in haar keukentje en opeens besefte ze de ware toestand. Er kon geen andere man in haar leven komen voor ze zich had weten te bevrijden van die vreemde macht die Elliott nog steeds over haar scheen te hebben. En ze mocht dan nog zo hard protesteren, eigenlijk wilde ze niet dat hij weer uit haar leven zou verdwijnen.

Op dat ogenblik moest ze de waarheid wel bekennen. Ze hield nog steeds van Elliott Grant!