HOOFDSTUK 4
Hij mocht denken wat hij wilde van haar gedrag, het kon haar niets meer schelen. Ze leunde hijgend tegen de stevige houten deur aan en sloot vermoeid haar ogen. Hij scheen haar gelukkig niet te volgen. Ze slikte een krampachtig omdat ze voelde dat ze tranen in haar ogen kreeg. Ze leek wel mal om zich telkens zo door Elliott van streek te laten maken, dacht ze. Wat deed het ertoe dat hij haar kennelijk minachtte?
Toch deed het haar pijn. Hij kon haar nog steeds krenken. Ze veronderstelde dat hij het zelfs prettig vond haar te grieven. Met al zijn kritiek op haar probeerde hij zich wellicht voor zijn eigen tekortkomingen te verontschuldigen.
Eén ding stond echter wel vast: ze moest proberen hem zoveel mogelijk te ontlopen. Buiten kantoortijd was dat geen probleem en ze dacht wel dat tijdens het werk Jules en Mr. Thompson hem genoeg zouden afschrikken om haar niet al te duidelijk aan te vallen. Maar bij gelegenheden zoals vandaag? Als ze zich alleen zou moeten redden?
Ze glimlachte wrang. Waar maakte ze zich druk over? Na de aanmerkingen die Elliott op haar verkoopmethode had gemaakt, was het niet eens zeker of ze haar baan wel zou houden! Hij was meedogenloos genoeg om haar te ontslaan, daar was ze wel zeker van.
Ze hoorde voetstappen de houten trap afkomen en zette de gedachte aan Elliott van zich af. Ze had kliënten aan wie ze haar aandacht moest wijden.
‘Ik kwam juist kijken of u alles al had gezien,’ zei ze glimlachend tegen het echtpaar. ‘Dit soort boerderijen had vroeger maar één verdieping, maar u heeft wel gemerkt dat de eigenaar de zolder in een grote slaapkamer heeft verbouwd. Hij heeft een raam in het dak laten zetten en op een heldere dag als vandaag is het uitzicht over de moerassen met het riet prachtig.’
‘Ja, ik zou niet ver hoeven zoeken naar de dieren in de moerassen,’ lachte Mr. Cox.
Ze verlieten het huis weer en gingen terug naar de auto. Elliott stond kalm te wachten en zijn boosheid scheen verdwenen te zijn. Hij negeerde Cassie en wijdde zijn aandacht beleefd aan hun kliënten.
Ze reden verder in de richting van de kust en genoten van het landschap met moerasland, bomen en allerlei soorten riet.
‘Het is wel wat triest,’ merkte Mrs. Cox op, hoewel haar man dat niet met haar eens scheen te zijn. Ze klaarde echter op toen ze het vriendelijke vissersplaatsje naderden waar ze twee huizen zouden moeten bekijken.
Elliott hield zich op de achtergrond toen Cassie het echtpaar naar het eerste huis leidde. ‘Het is wel erg klein,’ zei Mrs. Cox kortaf toen ze alles hadden bekeken en weer buiten stonden.
Cassie sprak haar niet tegen, wat ze wellicht wel zou hebben gedaan als ze niet had geweten dat Elliott naar elk woord van haar luisterde. Hij fronste een paar keer zijn wenkbrauwen toen ze vragen van het echtpaar beantwoordde. Hij zei niets, maar toen ze naar het tweede huis liepen, nam hij beslist de leiding en dat was al kritiek genoeg op Cassie.
‘Geeft u mij de sleutels maar, Miss Russell,’ zei hij kalm op een toon die geen tegenspraak duldde. ‘Ditmaal zal ik onze kliënten wel rondleiden.’
Cassie gehoorzaamde zwijgend. Moest hij haar in het bijzijn van het echtpaar vernederen door duidelijk te maken dat hij niet tevreden over haar was?
Hij opende de deur en liet het echtpaar binnen. Cassie wilde al volgen maar Elliott keek haar koeltjes aan. ‘We redden het wel alleen,’ zei hij nog voor hij de deur praktisch voor haar neus weer sloot. Ze had geen keus. Ze moest wel buiten blijven.
Ze veronderstelde dat hij erg zijn best zou doen om het huis te verkopen. Het was een aantrekkelijk huis met stenen muren en een rieten dak, maar Cassie veronderstelde dat het echtpaar er niet bepaald rustig zou wonen als het vissersplaatsje in de zomer overstroomd zou worden door de toeristen.
Ze vroeg zich af hoe Elliott zich zou weten te redden, omdat hij als financier toch de termen die in de makelaardij gebruikelijk waren, niet kende. Het zou zijn verdiende loon zijn als hij met de mond vol tanden kwam de staan.
Toen hij echter weer naar buiten kwam, zag ze aan zijn voldane glimlach meteen dat ze die hoop wel kon laten varen.
Mrs. Cox bleek verrukt te zijn over het huis. ‘Het is gewoon volmaakt,’ zei ze geestdriftig. ‘De indeling is ideaal en het is precies wat ik zocht.’
Cassie probeerde ook even geestdriftig te reageren, al wist ze dat Elliott spottend naar haar keek. Hij voelde zich blijkbaar voldaan nu hij had bewezen dat zelfs een minder geschikt huis makkelijk verkocht kon worden, als het maar op de juiste manier werd aangepakt.
Ze vroeg zich af hoe hij het echtpaar Cox zo ver had weten te krijgen. Ze besefte wel dat hij Mrs. Cox zo charmant mogelijk op alle voordelen van het huis gewezen moest hebben.
Ze wendde zich tot Mr. Cox die niets had gezegd maar zijn vrouw aan het woord had gelaten. ‘En bent u ook echt gelukkig met dit huis, Mr. Cox?’ vroeg ze. ‘U moet niet denken dat we u willen dwingen om iets te kopen waar u niet helemaal voldaan mee bent.’
Elliott fronste zijn wenkbrauwen weer. ‘Ik geloof dat onze kliënten echt wel zelf weten wat ze willen, Miss Russell,’ stelde hij vast en hij keek haar waarschuwend aan.
Ze besefte echter dat hij haar onder deze omstandigheden moeilijk het zwijgen kon opleggen. ‘Mr. Grant komt van het hoofdkantoor,’ legde ze uit. ‘Hij gaat maar zelden mee als we iemand huizen tonen en hij beseft natuurlijk niet dat...’
‘Het is jammer dat hij niet voor uw kantoor kan blijven werken,’ viel Mr. Cox haar in de rede. ‘Hij is een eersteklas verkoper.’ De oude man had haar bedoeling kennelijk verkeerd begrepen. ‘U hoeft het niet erg te vinden dat u ons niet zelf kon rondleiden. Mr. Grant heeft het uitstekend gedaan en in onze gedachten konden we dit huis echt als ons toekomstig thuis zien.’
‘Dat geloof ik graag,’ antwoordde Cassie beleefd.
‘Als u hier alles heeft gezien,’ begon Elliott tegen Mr. Cox, ‘kunnen we misschien beter terugrijden naar de stad.’ Hij keek op zijn horloge. ‘Het loopt al tegen etenstijd.’
‘Misschien zou u hier ergens wat met ons willen eten, om de koop van het huis te vieren?’ stelde Mrs. Cox wat aarzelend voor.
‘Dat is een goed idee,’ knikte haar man. ‘We zijn u erg dankbaar dat u precies het huis voor ons heeft gevonden dat we zochten en we zouden het leuk vinden als u mee ging eten.’
‘Het is natuurlijk erg vriendelijk van u, maar...’ Elliott scheen de uitnodiging niet te willen aannemen en dat was voor Cassie al reden genoeg om hem de voet dwars te zetten.
‘O, wat enig!’ riep ze uit. ‘We willen maar al te graag met u gaan lunchen, niet, Mr. Grant?’ Ze glimlachte stralend en keek hem uitdagend aan.
Er kwam een woedende glans in zijn blik die hij echter snel voor het echtpaar verborg. ‘Eigenlijk moesten we terug naar kantoor, maar...’ Hij haalde even zijn schouders op.
‘Een dame mogen we niets weigeren, hè?’ vroeg Mr. Cox.
‘Krijgt een dame niet bijna altijd haar zin?’ vroeg Elliott op zijn beurt. ‘Zullen we dan maar een restaurant zoeken voor het overal te druk begint te worden?’
Hij liet het echtpaar Cox vooruit lopen door de smalle straat die naar de hoofdstraat van het plaatsje leidde. Hij nam Cassie bij de elleboog en ook al verzette ze zich, hij hield haar stevig vast.
‘Laat me los, je doet me pijn!’ siste ze zacht.
‘Goed,’ zei hij met nauwelijks bedwongen woede. ‘Je zou een flink pak slaag hebben verdiend!’
Ze lachte dapper. ‘Je zei toch dat je alleen maar als toeschouwer mee zou gaan? Dan kun je het me niet kwalijk nemen dat ik op de uitnodiging van het echtpaar inging.’ Ze keek hem van opzij aan. ‘Wil jij je eerste verkoop dan niet vieren?’ vroeg ze uitdagend. ‘Of is het beneden je waardigheid als eigenaar van de onderneming om ook verkoper te zijn?’
Hij kneep zijn ogen halfdicht. ‘Wees voorzichtig, Cassandra. Als ik mijn geduld verlies, krijg je er nog spijt van!’
Ze hoefde hem geen antwoord meer te geven want het echtpaar Cox had een aardig terras gevonden en bleef nu staan wachten. Ze zochten een tafeltje in de schaduw en Cassie stelde voor de streekgerechten van de Provence te bestellen.
Mr. Cox was vol lof over de manier waarop Cassie hem met het menu hielp en over het vloeiende frans waarmee ze de bestelling opgaf. Ze begonnen met tapenade, een voorgerecht van olijven, vis en kappertjes, opdiend met knapperig stokbrood. Daarna volgde varkensvlees dat in wijn en knoflook en kruiden was gemarineerd en waarbij rijst werd opgediend.
‘U zou uw tijd niet moeten verspillen met het verkopen van huizen aan oude mensen zoals wij,’ zei Mr. Cox hartelijk tegen Cassie. ‘U zou moeten trouwen en al uw tijd aan man en kinderen wijden,’ voegde hij er aan toe nadat hij had vastgesteld dat ze geen trouwring droeg.
‘Brian!’ waarschuwde zijn vrouw. ‘Hou toch op. Je brengt het arme meisjes in verlegenheid.’
‘Het spijt me. Ik bedoelde alleen dat ik me niet kan voorstellen, waarom een knappe jonge vrouw als Miss Russell alleen zou blijven.’
‘O, maar er is meer dan een knap gezichtje nodig om een man gelukkig te maken,’ merkte Elliott op. ‘Ik veronderstel echter dat hij dat ook wel weet, niet, Cassandra?’
Cassie voelde wel dat hij haar wilde uitdagen, maar ze wist zich te beheersen. ‘Dat is volkomen juist,’ gaf ze toe. ‘Een man is nu eenmaal niet gauw tevreden. Wij, arme vrouwen, kunnen er nog zo volmaakt uitzien, een man heeft toch altijd reden tot klagen.’
‘Ik kan me niet voorstellen dat u een man niet zou bevallen,’ zei Mr. Cox hoffelijk.
‘Ik heb dan ook begrepen dat haar bewonderaars bij haar in de rij staan,’ zei Elliott met een onvriendelijke klank in zijn stem.
Cassie liet zich niet op stang jagen. ‘Dat klopt,’ gaf ze luchtig toe. ‘Maar tenslotte ben ik maar één keer jong, vind ik en daar kan ik dus maar beter van genieten. Is het zo erg om meer dan één pijl op de boog te hebben?’
Iedereen lachte om die opmerking, maar Cassie zag wel dat Elliott zijn vuisten even balde. Ze begreep niet waarom. Was het soms omdat ze zich niet op de kast liet jagen? Of zat er meer achter? Elliott kan toch niet jaloers zijn op haar zogenaamde bewonderaars? Dat idee kon ze wel meteen uit haar hoofd zetten. Ze vroeg zich af hoe hij zou reageren als ze hem de waarheid vertelde en bekende, dat ze sinds haar huwelijk alleen maar met hemzelf intiem was omgegaan.
Nu begon Mrs. Cox haar te plagen. ‘En was erbij al die bewonderaars niet één goed genoeg om mee te trouwen?’
‘Ik ben nogal kieskeurig,’ lachte Cassie. ‘Ik wacht rustig af, maar als ik trouw, stuur ik u wel een uitnodiging voor de bruiloft,’ voegde ze er ondeugend aan toe. Daar kon Elliott van denken wat hij wilde!
Na de maaltijd dronken ze koffie met cognac en keken naar de voorbijgangers.
‘Het is hier in de zomer erg druk door de toeristen,’ merkte Cassie op, ‘en in het voorjaar komt dat ook een keer voor als alle zigeuners in mei hierheen komen. Hun beschermheilige ligt hier in de kerk begraven en één keer per jaar komen de zigeuners dan ook van alle kanten hierheen om haar eer te bewijzen.’
‘Dat klinkt interessant,’ zei Mrs. Cox. ‘Goed, dat kunnen we volgend jaar dan met eigen ogen zien.’
‘Als we alles tenminste voor u hebben kunnen regelen,’ merkte Elliott op die het hoog tijd scheen te vinden om weer over zaken te praten. ‘Dit is een heel prettig uurtje geweest, maar ik vrees dat we weer aan het werk moeten gaan.’
‘Ik zou nog graag een poosje hier blijven rondkijken,’ zei Mrs. Cox. ‘Is het mogelijk dat we het huis nog eens op ons gemak bekijken? Ik hoopte eigenlijk de hele middag hier te kunnen blijven.’
‘We nemen later wel een taxi terug,’ knikte haar man. ‘We kunnen niet verwachten dat u nog meer tijd aan ons besteedt dan u al heeft gedaan. Misschien kunnen we alle papieren tekenen als we de sleutels terugbrengen?’
‘Uitstekend,’ knikte Elliott en hij gaf de sleutels van het huis aan Mr. Cox. ‘Dan zien we u vanmiddag wel weer. Klaar, Cassandra?’ Hij keek haar met een strak gezicht aan.
Ze vond het geen verleidelijk vooruitzicht alleen met hem terug te moeten rijden. Tot nu toe had ze hem onderweg kunnen negeren, maar dat zou op de terugrit wel onmogelijk zijn.
Ze namen afscheid van het vriendelijke echtpaar dat nog eens wuifde voor het in de drukte verdween. Cassie bleef alleen achter met Elliott en ze wilde nu maar dat ze niet zoveel wijn had gedronken. Ze wist dat ze nu voortdurend op haar hoede zou moeten zijn.
Natuurlijk had Elliott het gemerkt dat ze nogal wat had gedronken. Toen ze bij de geparkeerde auto kwamen keek hij haar hooghartig aan. ‘Ik zal wel rijden. Ik heb tenminste niet zoveel gedronken als jij.’
‘Wil je soms beweren dat ik dronken ben?’ vroeg ze.
Hij keek haar vernietigend aan. ‘Als je dat nog niet bent, dan ben je toch wel een heel eind op weg. Je kunt in elk geval niet rijden.’ Hij nam haar de sleutels af en duwde haar nogal hardhandig in de auto. ‘Spreek me niet langer tegen,’ zei hij ongeduldig. Je bent vandaag al lastig genoeg geweest.’
Ze haalde onverschillig haar schouders op en zweeg maar liever. Ze staarde wrevelig voor zich uit toen Elliott wegreed. Hij keek een paar keer naar haar, maar zei niets.
Het bleef wel een kwartier stil en Cassie begon al de hoop te koesteren dat ze de hele rit zwijgend zouden afleggen.
‘Je hoeft niet zo te mokken, Cassandra,’ merkte hij plotseling op.
‘Ik mok niet,’ antwoordde ze, zonder hem aan te zien.
‘Het lijkt er anders verdacht veel op. Je bent nog geen woord gezegd sinds we het dorp hebben verlaten.’
‘Spreken is zilver...’ antwoordde ze vaag. ‘Wat verwachtte je trouwens van me te horen?' Een kompliment over je fantastische verkoopmethode?’
‘Ik moest wel ingrijpen,’ merkte hij rustig op. Het begon er veel op te lijken dat je niets zou verkopen en het kantoor moet toch iets verdienen!’
Ze haalde haar schouders op. ‘Ik hou er niet van mensen overhaast tot kopen te dwingen. Ik vind het oneerlijk om op die manier huizen te verkopen.’
‘Wat was er dan deze keer voor oneerlijks?’ vroeg hij kalm, maar Cassie zag wel dat zijn handen het stuur opeens steviger vastgrepen alsof hij zich moest beheersen. ‘Het echtpaar bekeek het huis en het beviel in elk opzicht. Ze besloten het te kopen en volgens mij, was dat alles.’
‘Ik vraag me af of ze even geestdriftig zouden zijn geweest als jij er niet op had gestaan ze rond te leiden en ze te wijzen op alle voordelen van het huis en over de nadelen heen te praten.’
‘Ik moest huizen verkopen en het is mijn taak niet de mensen op de nadelen van een huis te wijzen. Ze worden op de voordelen gewezen en de nadelen moeten ze zelf ontdekken.’
‘Jij verkoopt geen huizen. Het is nog een wonder datje van je troon bent afgedaald om eens te zien hoe je ondergeschikten moeten werken.’
‘Als ze allemaal zo overgevoelig waren als jij, geloof ik niet dat ik lang op die troon zou zitten,’ merkte hij droogweg op.
‘Waarom denk je trouwens dat het echtpaar het huis niet zou hebben gekocht als ik het had rondgeleid? Je overschat jezelf nogal,’ snauwde ze. ‘Ik had echt geen hulp van jou nodig.’
‘O nee? Je weet best datje vanmorgen niets zou hebben verkocht als ik niet had ingegrepen. Je mist alleen de moed om dat toe te geven.’
Er vloog een vogel vlak voor de auto laag over de weg en Elliott moest even uitwijken. ‘Kijk uit watje doet!’ zei Cassie wrevelig. ‘Ik zou graag heelhuids thuiskomen!’
‘In dat geval zal ik maar niet proberen om twee dingen tegelijkertijd te doen, antwoordde Elliott en hij zwenkte de wagen naar de rand van de weg waar hij in de berm stopte.
‘Wat doe je nu?’ vroeg Cassie zenuwachtg.
Hij zette de motor af en keerde zich naar haar toe. Hij legde zijn ene arm over de rugleuning van haar stoel. ‘Sinds ik hier ben gekomen, zoek je al ruzie met me, niet? Goed, dan krijg je nu je kans, Cassandra. Hier worden we tenminste niet gestoord en het duurt nog wel een uur of twee, voor ze zich op kantoor gaan afvragen, waar we toch blijven. Begin dus maar!’
Ze staarde hem verbluft aan. Als Elliott zo kalm leek, was dat meestal de stilte voor de storm, herinnerde ze zich.
‘En ik dacht dat het werk zo belangrijk was dat het niet langer kon wachten?’ vroeg ze.
‘Ik heb het nooit als tijdverspilling beschouwd iemand van mijn personeel wat beter te leren kennen.’
‘Ik kan me nauwelijks voorstellen dat je mij beter wilt leren kennen. Ik ben tenslotte je vrouw.’
‘Dat was je,’ verbeterde hij haar. Ze wendde haar hoofd af en keek naar buiten. ‘Kijk me aan, Cassandra,’ vervolgde hij maar ze negeerde die opmerking.
Hij legde zijn hand onder haar kin en keerde haar gezicht naar zich toe.
‘Ik heb altijd gedacht dat je een erg aantrekkelijke vrouw zou zijn als je niet meer die kinderachtige kuren zou hebben,’ zei hij.
‘En ik had altijd gehoopt dat jij veel aardiger zou zijn, als je eenmaal besefte dat je geen heer en meester van de hele wereld was,’ antwoordde ze. ‘Het lijkt er veel op dat we allebei teleurgesteld worden in onze verwachtingen. ’
‘Dat zou ik niet durven beweren.’
Zijn hand gleed langs haar hals en hij liet zijn duim liefkozend over haar huid strelen. Cassie besefte dat haar hart bonsde bij zijn aanraking.
‘Begin je soms anders te denken over mijn talenten?’ vroeg ze.
‘Aan jouw talenten heb ik nooit getwijfeld,’ zei hij en trok haar naar zich toe.
Hij kuste haar en ze kon eenvoudig niets anders doen dan reageren op zijn kus. Ze vergat alles om zich heen toen ze zijn armen om zich heen voelde en ze besefte slechts dat hij zich blijkbaar nog steeds tot haar aangetrokken voelde.
Ze voelde weer de bekende opwinding die hij altijd bij haar wist te wekken en ze protesteerde dan ook maar vaag toen hij haar in haar hals kuste.
Ze merkte dat hij een paar knopen van haar dunne blouse losmaakte en ze probeerde niet meer hem tegen te houden. Ze liet zich meeslepen door haar gevoelens en dacht niet aan de mogelijke gevolgen. Ze wist alleen dat ze hoopte dat er geen eind aan zijn liefkozingen zou komen.
Even later kwam ze met een schok tot de werkelijkheid terug toen er luid toeterend een auto passeerde. Elliott liet haar met een gesmoorde verwensing los. Vaag zag Cassie een kleine Fiat passeren waarvan de bestuurder lachend de hand op de claxon hield en de passagiers, vier jonge mannen, lachend omkeken naar de geparkeerde auto.
Elliott lachte even, hoewel ze het gevoel had dat hij de toestand bepaald niet grappig vond. ‘Zouden ze jaloers zijn of verwelkomden ze me in de club?’ vroeg hij.
Cassie kreeg het gevoel alsof hij haar in haar gezicht had geslagen. De spottende klank van zijn stem had de korte betovering verbroken. Ze ging zo ver mogelijk in haar eigen hoekje zitten en knoopte met trillende vingers haar blouse dicht.
‘Ik ben niet van plan je mijn verontschuldigingen aan te bieden,’ zei hij op minachtende toon.
‘Heb ik daar dan om gevraagd?’
‘Ik weet wel zeker dat je dat van plan was, als je eenmaal tot de werkelijkheid terug was gekomen.’
Cassie besefte dat de betovering die zo ruw was verbroken, voor hem niets had betekend. Hij scheen te weten wat er in haar omging en hij keek haar spottend aan. ‘Daar heb je de hele dag al om gevraagd. Nee, ontken het maar niet,’ zei hij toen ze haar mond al opende om hem een verontwaardigd antwoord te geven. ‘Je wilde het net zo graag als ikzelf!’
‘Misschien wilde ik alleen maar vergelijken,’ zei ze heftig, ‘en jou de kans geven om dat ook te doen. Je geeft dus toe dat je me nog steeds min of meer aantrekkelijk vindt?’
Hij nam haar langzaam en onderzoekend op. ‘Verwacht je dat ik dat zal ontkennen? In ons huwelijk hebben we op verschillende punten meningsverschillen gehad... maar op dat gebied pasten we tenminste goed bij elkaar.’ Hij bleef naar haar kijken, alsof hij wilde zien of ze sinds die tijd uiterlijk was veranderd. ‘Aan de andere kant hebben we nauwelijks de tijd gehad om genoeg van elkaar te krijgen, niet? Je liet me al in de steek voor er kans op was dat zo iets kon gebeuren.’
‘En ik veronderstel dat je de verspilde tijd nu wilt inhalen?’
‘Zo zou je het kunnen noemen,’ antwoordde hij langzaam. ‘Je bent tenslotte een heel mooie vrouw zodat elke man zich wel tot je aangetrokken moet voelen. Hoewel mijn verstand me zegt dat ik je slechts moet minachten om alles wat je hebt gedaan, spreekt mijn gevoel een heel andere taal. Ik wil je nog steeds hebben,’ gaf hij grof toe. ‘Tevreden?’
Cassie haalde eens diep adem en ze moest haar uiterste best doen om hem niet te laten merken, hoe diep hij haar had gekwetst. Als hij dan zo’n lange dunk van haar had, zou ze hem maar niet teleurstellen.
‘Ik heb alleen maar bewezen dat ik gelijk had, Elliott. Je bent al precies zoals de rest... jullie worden echt kwetsbaar zodra er een interessante vrouw in de buurt komt. En vroeger dacht ik nog wel dat jij daar bestand tegen was.’
‘Geen enkele vrouw heeft me ooit kunnen dwingen tot iets dat ik niet zelf wilde. Vergeet dat vooral niet,’ zei hij spottend. ‘De laatste ronde heb jij destijds toch ook verloren, niet?'
Dat zou ze nooit kunnen vergeten. Toen ze had beseft dat ze niet in staat was geweest zijn liefde te behouden, was die vernederende gedachte een harde slag voor haar geweest. Nu wist ze wat ze voor Elliott betekende: ze was alleen een mooie en begerenswaardige vrouw tot wie hij zich als man aangetrokken voelde. Ze voelde zich opeens ellendig.
‘Tegenwoordig geef ik niet gauw een nederlaag toe,’ merkte ze trots op.
‘Misschien zul je nog eens beseffen dat je dat in verband met mij wel zult moeten doen,’ antwoordde hij aanmatigend.
‘Dat zullen we dan maar afwachten, Elliott,’ was het enige dat ze daarop zei.