HOOFDSTUK 3
Mr. Thompson was allang naar huis gegaan om te bekomen van de voor hem zo onaangename dag. Jules zat echter wat bezorgd op Cassie te wachten.
‘Alles in orde? Ik begon me al af te vragen wat hij daar eigenlijk met je van plan was!’
Ze lachte even. ‘Dat had je niet hoeven doen. Ik kan je wel verzekeren dat hij een paar keer eerder aan moord dan aan verleiding heeft gedacht.’
‘Ik veronderstelde dat jij hem misschien aardig vond.’
‘Vergeet dat maar! Ik heb zelden iemand ontmoet aan wie ik zo’n hekel heb als aan hem.’ Ze pakte haar tas en liep naar de deur. ‘Kom, laten we gauw weggaan voor hij op het idee komt dat hij me te vlug heeft laten ontsnappen.’
‘Ik breng je wel thuis,’ stelde Jules voor en bij wijze van uitzondering verzette Cassie zich niet. Na de schok van het weerzien met Elliott, had ze behoefte aan vriendelijk gezelschap.
Ze verlieten het kantoor en liepen het plein over. Jules had destijds verbaasd opgekeken toen ze geen eigen flat had willen zoeken, maar liever bij de vriendelijke Madame Martin bleef, die in een oud huis bij de kathedraal woonde. Hij had haar sentimenteel genoemd omdat ze in het oude deel van de stad wilde wonen, maar ze had hem alleen maar uitgelachen. Ze was niet van plan, nu ze haar eigen leven ging leiden, zich door wie dan ook te laten beïnvloeden. ‘De sfeer van de oude stad doet me juist wat. Besef je wel dat hier tweeduizend jaar geleden ook al gewone mensen woonden die net als jij en ik moesten werken voor hun brood?’
Jules snoof eens minachtend. ‘Als je dat zo geweldig vindt, zou je net als die mensen ook in een hut moeten gaan wonen.’
‘Dat bewijst alleen maar dat je er niets van afweet,’ antwoordde ze. ‘De Romeinen hebben hier prachtige gebouwen neergezet, denk maar eens aan het openluchttheater in Arles waar twaalfduizend plaatsen waren en...’
‘Hou alsjeblieft op!’ riep Jules verschrikt uit. ‘Ik weet alleen dat het nu een ruïne is waar niemand iets aan heeft. Het wordt tijd dat de brokstukken worden afgebroken en dat er iets anders op die grond wordt gebouwd.’
‘Vakantiehuizen soms?’
'Waarom niet? Daar hebben de mensen tenminste iets aan!’ antwoordde hij.
Ze had haar pogingen om hem te overtuigen lachend opgegeven. Het had geen nut je kwaad te maken op Jules. Hij vatte alles als een grap op en misschien was dat wel de reden, waarom ze ondanks haar opvliegendheid goed met hem kon opschieten.
De toekomst zag er echter minder gunstig uit, besefte ze. Als Elliott van plan was om twee maanden hier te blijven, dan zou ze niet meer zo prettig kunnen werken als voorheen.
Jules scheen haar gedachten te raden. ‘Jij staat dus ook al niet bij Elliott Grant in de gunst, hè?’
‘Nee, zeker niet!’
‘En ik dacht nog wel dat je hem met jouw charme voor je zou innemen. Is die man soms blind?’
‘Misschien bevalt de kleur van mijn haar hem niet.’ Ze trok een spijtig gezicht en vroeg zich af, wat Jules wel zou zeggen als ze hem vertelde, dat hun nieuwe baas haar eens trouw had beloofd tot de dood. ‘Ik denk dat we de volgende weken voorzichtig zullen moeten zijn.’
‘Hij is driftig en bazig, dat heb ik wel kunnen vaststellen,’ zei Jules. ‘Maar vriendelijkheid verdrijft de boosheid, zoals er ergens in de bijbel staat. Misschien kunnen we daar iets mee beginnen.’
Daar bereiken we niets mee, dacht Cassie toen ze afscheid van Jules nam en de voordeur van haar hospita opende, voor ze de trap naar haar kamers op de zolderverdieping opging. De luiken voor de ramen waren gesloten en het was aangenaam koel in het zitkamertje. Ze ging naar het aangrenzende keukentje en schonk een glas koel vruchtensap in, voor ze zich in de zitkamer in een gemakkelijke stoel liet vallen om eens rustig over de netelige toestand na te denken.
Het noodlot vond zeker dat het haar te goed was gegaan, veronderstelde ze. Die ochtend was ze onbezorgd naar haar werk gegaan en nu zat ze tot haar nek toe in de moeilijkheden.
Het maakte haar kwaad dat Elliott de troeven in handen scheen te hebben. Ze vroeg zich af, wat er in hem was omgegaan toen hij besefte dat hij zijn vrouw zou terugzien. Hij had niet de indruk gemaakt van een man die niet wist hoe hij zich zou moeten gedragen. Integendeel, dacht ze. Hij had geen ogenblik geaarzeld haar te tonen, op welke manier hij haar onder de duim kon houden.
Cassie herinnerde zich hoe hij haar met gemak in bedwang had gehouden toen ze zich tegen hem had verzet. Hij had het natuurlijk alleen gedaan om haar te bewijzen dat hij haar nog steeds de baas was.
Ze klemde haar lippen op elkaar. Als Elliott soms dacht dat ze over zich liet lopen, dan had hij zich toch wel deerlijk vergist! Ditmaal had hij haar overrompeld, maar nu was ze tenminste gewaarschuwd. Ze zette de gedachte van zich af, dat ze in de verleiding was gekomen om haar verzet op te geven. Dat moest ze zich hebben verbeeld! Hoe kon een vrouw ooit aanvaarden dat ze zo ruw werd behandeld als Elliott dat had gedaan?
De volgende twee dagen kreeg ze hem zelden te zien en daar kon ze alleen maar blij om zijn, vond ze. Op de ochtend van de derde dag kwam hij echter het kantoor in en gaf Jules op gebiedende toon aanwijzingen om iets te doen aan een zaak waar meer aandacht aan besteed had moeten worden.
Intussen kreeg Cassie de kans Elliott eens goed op te nemen omdat ze zich niet kon voorstellen dat de man van wie ze eens veel had gehouden, zo volkomen was veranderd. Destijds had hij haar liefde beantwoord, maar nu zou er wel een andere vrouw zijn die hij kuste en streelde. Ze mocht hem houden, dacht Cassie voor ze haar aandacht weer wijdde aan de papieren die voor haar op het bureau lagen.
Opeens merkte ze dat hij naast haar was komen staan. Ze rook zelfs de kruidige geur van de lotion die hij gebruikte. Het was hetzelfde merk dat Cassie eens met kerstmis voor hem had gekocht. Ze vroeg zich af of hij zich nog herinnerde, hoe hij de lotion had uitgepakt en wat verwonderd naar haar geschenk had gekeken. Ze had zich niet langer kunnen beheersen en was in de lach geschoten, waarna ze hem haar eigenlijke geschenk had gegeven: een werk van een schilder die hij erg bewonderde.
‘Ik was in zijn atelier om iets uit te zoeken,’ had ze hem uitgelegd, ‘maar hij stond erop een portret van me te schilderen. Ik veronderstel dat ik me gevleid moest voelen, want meestal schildert hij geen portretten.’
‘Ik begrijp echter wel waarom hij een uitzondering wilde maken,’
antwoordde Elliott.
‘Hoe vind je het?’ had Cassie gevraagd.
‘Het is schitterend. Je bent het helemaal, maar...’
‘Maar?’
Hij had haar naar zich toegetrokken en heftig gekust. ‘Maar ik ben toch maar blij dat ik het origineel heb van dat portret,’ had hij nog gezegd voor hij haar had opgetild en naar de slaapkamer had gedragen. Het waren de laatste verstaanbare woorden geweest die er toen waren gezegd.
Ze vroeg zich nu af waar dat portret gebleven zou zijn. Hing het nog op de ereplaats in zijn kantoor of had hij het ergens op zolder opgeborgen ... of misschien wel weggegooid? Ze zou het nooit te weten komen. Elliott had haar wel duidelijk gemaakt dat ze uitsluitend zakelijk met elkaar zouden omgaan.
‘Bezig?’ vroeg hij nu terloops.
‘Ja, ik heb het nogal druk,’ antwoordde ze zonder op te zien.
Ze zag dat hij zijn gebruinde hand uitstak en het blad oppakte dat voor haar had gelegen. ‘U zou meer tijd hebben, als u niet alles twee keer overlas,’ stelde hij vast. ‘U zit al vijf minuten naar deze beschrijving te staren.’
Natuurlijk had hij dat weer gemerkt, bedacht ze wrevelig. ‘Haastige spoed is zelden goed,’ antwoordde ze wrevelig.
‘Met traagheid maakt u op niemand indruk, zeker niet op onze kliënten, die alleen vlotheid en bekwaamheid verwachten.’
‘Kent u de fabel van de haas en de schildpad?’ informeerde ze.
‘Sprookjes zijn voor kinderen, Miss Russell,’ lachte hij. ‘Daar geloof ik niet in. Morgen krijgt u echter de kans om me te overtuigen van de juistheid van uw theorie. Ik heb besloten met u mee te gaan om te zien hoe u de praktische kant van de zaken aanpakt.’
Ze opende haar mond al om te protesteren, maar bedacht zich. Hij had het recht om met haar mee te gaan en zij had het recht niet hem dat te weigeren.
Hij moest aan haar gezicht hebben gezien wat er in haar omging, want hij keek haar vermaakt aan. ‘U hoeft u niet ongerust te maken.
Monsieur Pinot heeft het ook overleefd dat ik met hem ben meegegaan. Als u goed bent voor uw werk, is er geen enkel probleem.’
‘En wat gebeurt er als u vindt dat ik hier mijn salaris niet waard ben?’
‘Dan zal er iets moeten veranderen,’ antwoordde hij kalm. ‘Als dat het geval mocht zijn, vinden we wel een plek waar u van meer nut kunt zijn met de talenten, die u ongetwijfeld bezit.’
‘Ik ben niet gewend om een proeve van bekwaamheid af te leggen, Mr. Grant. Misschien merkt u wel dat u iets door de vingers zult moeten zien.’
‘Ik meen u toch al eerder te hebben gezegd dat ik van mijn personeel niets door de vingers zie, ook al wordt er beweerd dat ik een zwak voor vrouwen zou hebben.’
‘O ja?’ vroeg ze onschuldig. ‘En is dat waar?’
Hij nam haar met onverschillige blik op. ‘Dat hangt er maar vanaf wat een bepaalde vrouw me te bieden heeft,’ antwoordde hij met een spottende glimlach.
‘Wat dat betreft, zal ik u misschien moeten teleurstellen.’
‘U weet maar nooit. Miss Russell. Ik zal u niets verwijten als u maar uw best blijft doen.’ Na die woorden keerde hij zich om en verliet het kantoor.
‘Waar ging dat allemaal over?’ vroeg Jules die het gesprek aandachtig had gevolgd.
‘Dat heb je toch gehoord,’ antwoordde Cassie.
‘Ja, maar ik begreep het toch niet helemaal. Ik verga van nieuwsgierigheid. Deed hij soms toenaderingspogingen?’
‘Natuurlijk niet,’ snauwde ze. ‘Doe niet zo mal! Die man is hier nog geen twee minuten geweest!’
‘Soms heb je er niet lang voor nodig om te beseffen dat je je tot iemand aangetrokken voelt.’
Cassie lachte schril. ‘Als hij onder de indruk is geraakt van mijn charme, dan heeft hij wel een eigenaardige manier om dat te tonen. Hij kan echt niet bij me in de gunst komen door een spelletje van kat en muis met me te spelen en ervoor te zorgen dat ik me ongerust maak over mijn baan.’
‘Misschien is dat wel een soort taktiek van hem,’ opperde Jules. ‘Vrouwen willen vaak een man die de baas speelt. Hij toonde alleen maar zijn macht.’
‘Als hij dacht met die taktiek indruk op me te maken, dan heeft hij zich toch lelijk vergist,’ antwoordde Cassie koppig. ‘Trouwens, aan wiens kant sta jij eigenlijk?’
‘Dat hoefje toch niet te vragen! Ik kies altijd partij voor jou, meisje. Waarschuw me echter wel wanneer de oorlog tussen jullie wordt verklaard dan zorg ik dat ik niet in de vuurlijn kom!’
‘Lafaard!’ plaagde ze hem. ‘Ik had gedacht dat ik op jouw hulp had kunnen rekenen.’
‘Natuurlijk,’ verzekerde Jules, ‘maar weetje wel zeker datje hulp nodig hebt? Je wist net aardig van je af te bijten.’
‘Ik ben dan ook niet van plan over me te laten lopen, als je dat soms bedoelt,’ zei Cassie uitdagend. ‘Hij mag dan aanmatigend, zelfzuchtig en bazig zijn, maar geloof me, dat soort mannen kan ik wel aan!’
‘O ja?’ vroeg een koele stem achter Cassie en ze besefte verschrikt dat Elliott het kantoor weer was binnengekomen. Hoe lang had hij daar al gestaan en wat had hij van het gesprek opgevangen?
‘Ik...’ begon ze vaag en ze zocht wanhopig naar woorden.
Jules kwam haar te hulp. ‘We hadden het over een kliënt,’ beweerde hij.
‘O ja?’ vroeg Elliott weer en hij trok spottend een wenkbrauw op. Even vroeg Cassie zich af of hij op het onderwerp door zou gaan, maar hij bedacht zich blijkbaar en wendde zich naar haar toe. ‘Mr. Thompson en ik bestuderen de omzet van het laatste halfjaar. Kunt u me de map geven met de gegevens van alle huizen die in de buurt van Arles zijn verkocht?’
Cassie stond zwijgend op, zocht de bedoelde map die ze daarna aan Elliott gaf. Zonder haar te bedanken liep hij weer naar de deur, maar daar keerde hij zich om en zei met bedrieglijke vriendelijkheid: ‘Miss Russell, ik zou het op prijs stellen als u voortaan uw mening over onze kliënten of anderen voor u zou houden. Niet iedereen is zo verdraagzaam als ik en u zou weleens last kunnen krijgen als iemand zich misschien eens aan die openhartigheid van u mocht ergeren.’
‘Denkt u dan dat die kans bestaat?’
‘U verkondigde uw mening wel heel overtuigend. Het verbaast me dat u er tot nu toe geen last mee heeft gekregen.’
‘O, ik heb het allemaal weten te overleven.’
‘Dat is een hele opluchting voor me,’ zei hij. ‘Dan kan ik dat morgen ook eens meemaken. Het zal een verhelderende ervaring zijn.’
‘Ik ben blij dat u er zo over denkt,’ antwoordde ze nog voor hij de deur achter zich sloot. Ze was zo nijdig geworden dat ze een boek van haar bureau oppakte en het heftig tegen de muur smeet.
‘Ik geloof dat deze ronde door hem is gewonnen,’ zei Jules en hij moest lachen om het woedende gezicht van Cassie. ‘Het heeft geen nut je kwaad te maken op die man, meisje. Of je dat nu al dan niet prettig vindt, het is een man die zijn zelfbeheersing niet verliest, ook al doe je nog zo je best om hem uit te dagen.’
‘Dacht je dat?’ Ze kende Elliott wel beter! Ze wist dat hij bliksemsnel zijn zelfbeheersing kwijt kon raken en ze had zelfs al aan den lijve ondervonden wat het gevolg was als ze hem kwaad maakte.
‘Wees maar liever voorzichtig, kind, als je je vingers niet wilt branden. Als je hem teveel uitdaagt, is hij tot lelijke streken in staat, veronderstel ik.’
‘Maak je maar niet ongerust, Jules, daar krijgt hij de kans niet toe. Morgen zal ik het toonbeeld zijn van een hardwerkende, vriendelijke en nederige jongedame met groot ontzag voor haar baas.’
‘Dat hou je geen vijf minuten vol,’ zei Jules skeptisch.
‘Je zult het zien,’ antwoordde ze overtuigd.
De volgende dag voelde ze zich echter niet meer zo zelfverzekerd toen ze achter het stuur van de Citroën plaats nam en Elliott naast haar kwam zitten. Hij raakte haar even aan toen hij wat heen en weer schoof tot hij makkelijk zat en ze week werktuiglijk terug. Natuurlijk merkte hij dat weer. Er was niet veel dat hem ontging. Hij zei echter niets en daar was ze alleen maar dankbaar voor.
‘Je had wel zelf kunnen rijden,’ zei ze abrupt en zodra ze dat had gezegd, besefte ze dat het een dwaze opmerking was. Als hij had willen rijden, was hij wel meteen achter het stuur gaan zitten.
Hij haalde zijn schouders op. ‘Je bent een van de weinige mensen die ik ken die behoorlijk kunnen rijden,’ antwoordde hij. ‘Ik heb er geen bezwaar tegen me bij wijze van uitzondering te laten rijden.’
Waarschijnlijk, omdat hijzelf haar had leren autorijden, bedacht ze.
‘Ik ben blij dat ik tenminste nog iets goed doe,’ zei ze vinnig.
Hij negeerde die opmerking. ‘Trouwens, ik ga vandaag alleen als toeschouwer mee. Ik wil precies weten hoe je alles doet. Van mij hoef je je niets aan te trekken.’
‘Dat ben ik al gewend, maar bedankt voor de waarschuwing. Het rijden in het Franse verkeer was zeker de eerste horde die ik moest nemen?’ vroeg ze.
'Misschien,’ antwoordde hij onverschillig.
Hij leek die ochtend niet erg spraakzaam. Cassie keek hem eens van opzij aan en vroeg zich af wat hem nu weer hinderde. Gedroeg hij zich altijd zo ais hij met iemand van het personeel onderweg was, of had het feit dat deze medewerkster zijn vrouw was soms iets met zijn slechte bui te maken?
‘Ik moet onze kliënt, Mr. Cox van zijn hotel afhalen,’ zei ze. ‘Ik veronderstel dat zijn vrouw ook wel zal meegaan. Ze zoeken een klein huis omdat ze hun oude dag hier in de buurt willen doorbrengen. Het moet niet al te ver van de bewoonde wereld afliggen, maar aan de andere kant moet het ook echt buiten zijn. Mr. Cox houdt van het buitenleven en hij wil het dierenleven op de moerasgrond gaan bestuderen. Zijn vrouw houdt echter van het stadsleven en ze wil dus ook af en toe eens gaan winkelen.’
‘En natuurlijk wordt er op de eerste plaats rekening gehouden met haar wensen,’ merkte hij spottend op.
‘We hopen iets te vinden dat ze allebei als een geschikt huis beschouwen,’ antwoordde Cassie scherp. ‘Mr. Cox is een erg goedhartige man die op de eerste plaats aan het geluk van zijn vrouw denkt.
‘Dat is dan erg dwaas van hem. Als die man binnenkort met pensioen gaat, zou je toch denken dat hij langzamerhand wel wijzer was geworden.’
‘Niet iedereen denkt over het huwelijk zoals jij viel ze tegen hem uit. ‘Als er meer mensen een les trokken uit mijn ervaring, zouden er minder echtscheidingen worden uitgesproken.’
‘O ja? Het verbaast me dat jij jezelf zo deskundig vindt met je eigen mislukte huwelijk!’
‘Ik heb er in elk geval wel van geleerd dat ik me wel duizend keer zou bedenken voor ik zo iets nog eens zou doen.’
‘Daar kun je me tenminste dankbaar voor zijn,’ antwoordde ze bitter. ‘O, geloof me maar gerust, dat ben ik ook, Miss Russell!’
Ze fronste haar wenkbrauwen. ‘Zo hoefje me niet te noemen als we alleen zijn.’
‘Wat heb je dan liever?’ vroeg hij spottend. ‘Moet ik je Mrs. Grant of gewoon “lieveling” noemen? Neem me niet kwalijk, maar ik voel me niet, zoals jij, echt thuis in die zogenaamde beschaafde kringen, waar van elkaar vervreemde paren de beste vrienden blijven. Moet ik alles maar vergeten en net doen alsof ons huwelijk een dwaas avontuurtje van jongelui was, dat maar het beste vergeten kan worden?’
‘Jij moet nodig over vergeten van een huwelijk praten!’ stoof ze op. ‘Wat bedoel je daarmee?’
‘Als je dat niet eens meer weet, zal ik mijn tijd niet verspillen aan het je nogeens uitleggen. Je bent wel kort van memorie, vind ik.’
‘En neem je me dat kwalijk?’ vroeg hij en hij keek haar aan. ‘Als je een klap te verwerken hebt gekregen, kun je maar het beste proberen te vergeten wat de oorzaak daarvan is geweest.’
‘Dat is maar makkelijk! Wat ben je toch schijnheilig, Elliott! Is het een prettig gevoel mij de schuld van alles in de schoenen te schuiven?’ Ze zag dat hij zijn vuisten balde. Het kostte hem moeite om zich te beheersen. Hij haalde eens diep adem en ontspande zich weer. ‘Het heeft geen nut om oude koeien uit de sloot te halen,’ zei hij kortaf. ‘Ons huwelijk is verleden tijd, dat weten we allebei. Het was van beide kanten een vergissing, zoals we die allemaal wel eens maken.’
‘Ik ben blij dat je dat tenminste toegeeft. Ik begon al te denken dat je jezelf tegenwoordig onfeilbaar vond.’
‘Van één ding kun je wel zeker zijn, Cassandra,’ antwoordde hij. ‘Ik leer tenminste van mijn vergissingen en ik maak nooit twee keer dezelfde fout.’
Ze haalde haar schouders op. ‘Dat is een hele opluchting voor me. Ik zou het vervelend vinden als ik steeds last met je zou krijgen. Ik heb weleens gehoord dat een man vervelend kan doen als hij zijn vrouw met een ander ziet.’
‘Daar zul je mij niet op betrappen. Wat mij betreft, kun je gerust je gang gaan. Dat doe ik hier tenslotte zelf ook.’
Het hart van Cassie deed even zeer bij de gedachte dat Elliott een andere vrouw zou zoeken om haar op te volgen. Het was natuurlijk een dwaas idee van haar. Ze kom moeilijk verwachten dat hij de afgelopen vijfjaar als een monnik zou heb ben geleefd. Hij had zelf toegegeven dat hij zich bepaald niet had verveeld. Toch was het een onaangename gedachte dat ze Elliott misschien met eigen ogen met een andere vrouw zou zien.
‘Zullen we ons maar weer tot de zaken bepalen?’ stelde hij voor. ‘Ik geniet ervan met jou te kibbelen, Cassandra, maar we hebben een afspraak met een kliënt en de dag is nog lang.’
‘Inderdaad,’ antwoordde ze. ‘Ik zou het op prijs stellen als we onze gesprekken voortaan puur zakelijk kunnen houden.’
‘Dat kunnen we wel regelen,’ antwoordde hij. ‘Het vergt in elk geval minder van onze zenuwen.’
Even later stopte ze voor het kleine hotel aan de boulevard waar het echtpaar Cox al zat te wachten. Iedereen werd voorgesteld en even later stapte het echtpaar in. Mrs. Cox, een aardige vrouw die wat jonger was dan haar man, kwam naast Cassie zitten terwijl Mr. Cox en Elliott op de achterbank plaats namen.
Ze reden weg over de brug over de Rhóne en zwenkten af naar het Zuiden waar de moerassen en heidevelden zich tot aan de kust uitstrekten. Het moderne toerisme was ook tot in deze streek doorgedrongen, want overal waren hotels en boerderijen gebouwd voor de toeristen die tijdens hun vakantie vaak wilden paardrijden, terwijl ze in de dichtstbijzijnde stad bovendien van het nachtleven konden genieten.
‘Ik kan u drie huizen laten zien die misschien aan uw eisen beantwoorden,’ zei Cassie tegen het echtpaar. ‘Ze zijn allemaal ongeveer even groot. Het eerste, waar we nu heenrijden, is een witgekalkte boerderij, zoals u die onderweg overal heeft kunnen zien. De eigenaar heeft hem verbouwd om het in de vakantie te kunnen verhuren, maar hij wordt wat ouder en hij heeft geen zin meer in al die drukte, dus nu wil hij alles maar liever verkopen.’
‘En die andere huizen?' vroeg Mrs. Cox.
‘Die liggen in Les Saintes-Maries-de-la-Mer of Li Santo, zoals het hier in het dialekt van de streek wordt genoemd. Het was vroeger een rustig vissersplaatsje, maar het is nu door de toeristen ontdekt en veel drukker geworden. U zult zich daar minder afgezonderd voelen dan in een afgelegen huis op het platteland.’
Ze stopten voor de boerderij en stapten uit, terwijl het echtpaar goedkeurend vaststelde hoe aardig het witte gebouw tegen de helderblauwe lucht afstak. Het was nog vroeg, maar de zon scheen al fel. Het was weliswaar warm, maar nog niet ondraaglijk heet.
Cassie liep vooruit en maakte de voordeur open. ‘Het huis is leeg,’ zei ze tegen het echtpaar dat gevolgd werd door de lange gestalte van Elliott. ‘Wilt u dat ik u rondleid of kijkt u liever alleen een beetje rond?’
Het echtpaar zag van een rondleiding af. ‘Dat lijkt me echt beter,’ zei Mrs. Cox verontschuldigend. ‘Als je wordt rondgeleid, moet je zo aandachtig naar alles luisteren, dat je niet de kans krijgt alles goed te bekijken.’
‘Dat begrijp ik best,’ antwoordde Cassie lachend. Ze had er spijt van het echtpaar dat voorstel te hebben gedaan, want ze besefte nu dat ze intussen alleen met Elliot zou achterblijven.
‘Jij gelooft dus niet aan opdringerige verkoopmethoden?’ informeerde hij.
Ze aarzelde geen ogenblik. ‘Nee, dat doe ik zeker niet,’ antwoordde ze meteen. ‘Ik wil de mensen geen huis opdringen dat wij aan de man moeten brengen. Ik wil dat ze echt voldaan zijn over het huis dat ze kiezen en niet, dat ze uiteindelijk een huis kopen dat ze eigenlijk niet willen hebben, maar dat het slechts door een handige verkoper is opgedrongen.’
Hij leunde onverschillig tegen de muur van het huis en stak een sigaret op. Toen knikte hij pas. ‘Ik begrijp het, maar verkoop je op jouw manier wel veel?’ informeerde hij.
‘Over het algemeen genomen slaag ik er in mensen een huis te verkopen, waar ze nog heel lang gelukkig mee zijn.’
‘Maar daarmee heb je mijn vraag nog niet beantwoord, hé?’
‘Ik heb nooit klachten over mijn verkoopmethode gehad,’ zei ze. ‘Denk je soms dat jij het beter kan dan ik?’
‘Misschien niet, maar ik kan dan ook niet bogen op jouw charme,’ zei hij en hij liet zijn blik langzaam van haar gezicht over haar lichaam dwalen, alsof hij nog duidelijker wilde maken wat hij precies bedoelde.
‘Mensen kopen echt geen huis omdat het wordt verkocht door iemand met een aantrekkelijk gezicht of een goed figuur,’ sprak ze hem tegen. ‘Als je dat echt denkt, dan bewijs je hoe weinig je van dit werk afweet.’
‘Mensen doen dat misschien niet, maar mannen wel,’ hield hij hardnekkig vol. ‘Ik wed dat je al het mogelijke doet om ze maar aan te moedigen.’
‘Terwijl hun vrouwen er ook bij zijn? Kom nu toch, Elliott, dan zou ik toch wel erg geraffineerd moeten zijn. Je zult het waarschijnlijk niet geloven, maar Mr. Thompson heeft me, zodra ik hier kwam werken, al gewaarschuwd dat ik me maar beter niet met de kliënten kon inlaten en die goede raad heb ik dan ook opgevolgd.’
‘Dat kan ik me best voorstellen. Had hij soms zelf belangstelling voor je? Ik vraag me af wat hij wel moest hebben gedacht toen je hem voor die jongen op kantoor in de steek liet.’
‘Nee maar!’ Ze was zo razend dat ze wanhopig naar woorden moest zoeken.
‘Wil je me soms weer slaan?’ vroeg hij. ‘Het is toch eigenaardig dat je de waarheid niet kunt horen. Weet je nog wat er de vorige keer met je is gebeurd? Als ik jou was, zou ik maar wat voorzichtiger zijn.’
Het kostte haar moeite om hem niet woedend aan te vliegen, maar ze wist zich met moeite te beheersen. ‘Ben je echt zo grof en wreed geworden of was de dat altijd al en heb je het destijds alleen goed weten te verbergen?’ informeerde ze koel.
‘Wat denk jij?’
‘Ik vind je een afschuwelijke man, Elliott Grant!’
‘Ik voel me gevleid,’ antwoordde hij spottend en hij kwam al een stap dichter naar haar toe.
Ze wist niet wat hij van plan was, maar gezien het verloop van hun eerste weerzien, kon ze dat wel raden. Ze wist hem nog net snel te ontglippen. ‘Ik zal eens zien hoe het echtpaar Cox het maakt,’ zei ze nog over haar schouder voor ze het huis invluchtte en de voordeur hard achter zich dichtsloeg.