HOOFDSTUK 1
‘Nee, dit wordt het zeker niet. Eigenlijk is het niets bijzonders, gezien de prijs die u ervoor vraagt. Het is in feite heel gewoon en het is helemaal niet wat we zoeken.’
Cassie zuchtte vermoeid en streek met een ongeduldig gebaar de lok haar naar achteren die haar telkens in de ogen viel. Ze begon te vermoeden dat het dagje huizen bekijken voor Mr. en Mrs. Clarke een plezierritje was. Dit was al het zevende huis waar ze het echtpaar heen had gebracht en hoewel elk huis langdurig was bekeken, werd het om het een of andere voorwendsel ongeschikt bevonden. Mr. Thompson had haar al gewaarschuwd voor mensen die hun vakantie graag besteedden aan het bekijken van huizen die ze helemaal niet wilden kopen. Misschien vonden die mensen het dan wel leuk om in de hitte van de Provence van het ene huis naar het andere te trekken, Cassie dacht daar wel anders over en het kostte haar werkelijk moeite om te blijven glimlachen en te vragen, of haar kliënten misschien nog een ander huis zouden willen zien.
‘Nee, dat denk ik niet.’ Mrs. Clarke was een vrouw die er nogal verlept uitzag, maar ondanks haar onopvallende uiterlijk wist ze de aandacht op zich te vestigen door haar schrille stem die altijd een klagende klank had. ‘Kom mee, Harry, ik geloof dat we wel genoeg hebben gezien.’ Ze liep al naar de geparkeerde auto terwijl Cassie de deur nog moest sluiten. Ze volgde het echtpaar en ving de woorden van de vrouw op. ‘Het was belachelijk om zo’n jong meisje met ons mee te sturen. Wat weet zo’n kind uiteindelijk?’ Toen Cassie zich bij het echtpaar voegde, keek de vrouw scherp naar de handen van het meisje dat geen ring droeg. ‘Als u getrouwd was,’ zei ze op neerbuigende toon, ‘zou u misschien wat meer begrijpen van het soort huis dat een echtpaar nodig heeft.’
‘Misschien wel,’ antwoordde Cassie rustig ook al kostte het haar moeite om haar zelfbeheersing te bewaren. Met een gedwongen glimlach hielp ze het echtpaar instappen, ging achter het stuur zitten en reed Mr. en Mrs. Clarke weer in de richting van hun gerieflijke hotel.
Als u getrouwd was... Ze moesten eens weten, dacht Cassie. Als ze het echtpaar vertelde dat ze vijf jaar geleden al was getrouwd, zou Mrs. Clarke zich dan voor haar opmerking verontschuldigen? Waarschijnlijk niet. Wat had het trouwens voor nut om te zeggen dat je een getrouwde vrouw was, terwijl je huwelijk kennelijk was mislukt en je binnenkort, als je er de moed toe had verzameld, naar de rechter ging om officieel te scheiden omdat je de grootste vergissing van je leven hebt gemaakt? Daarna zou ze dan weer met een schone lei kunnen beginnen...
Dat was echter maar een illusie, dacht ze terwijl ze voortreed over de kronkelende weg die naar Arles leidde. Je kon nu eenmaal de herinneringen niet uitwissen en een nieuw leven beginnen zonder veranderd te zijn door alles watje had meegemaakt. En hoe moest je de gedachte verdringen aan de gelukkige tijd, voor alles was misgelopen?
Ze glimlachte spijtig. Trouwens, Elliot was niet bepaald een man die je gemakkelijk kon vergeten. Zelfs al was ze nu al een hele tijd niet meer bij hem, ze kon zich zijn gezicht zo duidelijk voor de geest halen alsof hij naast haar zat. Ze dacht aan die vastberaden uitdrukking van zijn gezicht met de gitzwarte ogen die geheimzinnig konden glanzen maar ook hartstochtelijk konden fonkelen en de wat wrede mond die zó verleidelijk kon glimlachen, dat Cassie er nooit weerstand aan had kunnen bieden.
Ze had al beseft dat ze zich tot hem aangetrokken voelde, toen ze hem die allereerste keer had gezien op de ontvangst bij Sir John Stephens, een zakenvriend van haar vader. Cassie was er met tegenzin heen gegaan omdat ze een hekel had aan de oppervlakkige mensen die je bij zulke gelegenheden ontmoette en de gedwongen babbeltjes die je dan moest maken. Ze had echter netjes geglimlacht en gepraat met de mensen die ze kende, maar intussen vroeg ze zich af hoe lang het nog zou duren voor ze weg kon gaan zonder onbeleefd te lijken.
Het was op dat ogenblik geweest dat ze de lange gestalte van Elliot naast de deur had ontdekt. Hij was onberispelijk gekleed in een grijs pak dat zijn donkere uiterlijk leek te onderstrepen en hij stond wat apart van de andere gasten, alsof hij zich op de ontvangst niet op zijn plaats voelde. Hij verveelde zich kennelijk net zo erg als zij, maar hij deed minder moeite om dat niet te laten merken. Aan zijn donkere gezicht was duidelijk te zien dat hij het liefst meteen weg wilde gaan. Hij was kennelijk een man die liever zelf iets deed dan geduldig met onbekende mensen over onbenulligheden te staan praten.
‘Wie is dat?’ vroeg Cassie aan een vriendin. Tania mocht je dan wel eens ergeren met haar eeuwige geroddel over iedereen, maar als iemand zou weten wie die donkere onbekende was, dan moest zij het wel zijn.
‘Fantastische man, hé?’ zuchtte Tania. ‘Dat is Elliott Grant, de man die volgens iedereen een grote naam zal krijgen in de zakenwereld. Hij is begonnen als een heel pientere beschermeling van Sir John Stephens, vandaar dat hij nu hier is, maar hij zal het best zelf ver weten te brengen.’
‘Alleen?’ informeerde Cassie.
‘Hou maar op met vissen,’ lachte Tania. ‘Ja, hij is nog vrijgezel hoewel hij de vrouwen maar voor het kiezen heeft. Als je het mij vraagt is hij te kieskeurig, al moet ik toegeven dat hij met dat uiterlijk en zijn stel hersenen wel eisen kan stellen. Wil jij je geluk soms bij hem beproeven?’
‘Misschien,’ antwoordde Cassie vaag, hoewel ze al zeker wist dat ze dat van plan was.
‘Kijk dan maar uit! Hij is gevaarlijk en dat weet hij zelf ook wel. Als je hem niet bevalt, kun je wel meteen inpakken. Hij houdt er niet van zijn tijd te verspillen.’
‘Het lijkt wel alsof je uit eigen ervaring spreekt.’
Haar vriendin haalde haar schouders op. ‘Hij zag niets in me ... dan heeft hij pech gehad. Er zijn mannen genoeg op de wereld, zelfs al zijn ze minder rijk bedeeld dan hij. Succes!’ Tania slenterde naar een ander groepje en liet Cassie alleen.
‘Hallo, ik ben Cassandra Russell, maar door mijn vrienden word ik Cassie genoemd.’ Zelfs in haar eigen oren klonk het allemaal nogal gedwongen.
Dat scheen Elliott Grant ook te vinden, want hij keek haar onverschillig en verveeld aan. Cassie deed maar alsof ze dat niet merkte en praatte door, omdat ze op de een of ander manier het gevoel kreeg dat deze man iets in haar leven zou gaan betekenen.
Ze voelde dat hij haar met onderzoekende blik opnam en besloot dat ze toch de moeite wel waard was. Ze wist dat ze aantrekkelijk was, want van andere bewonderaars had ze vaak genoeg gehoord dat haar bleke fijngetekende gezicht met de opvallend grote ogen zelfs de nuchterste man wel van zijn stuk moest brengen.
Hij dacht kennelijk eerst dat ze even waardeloos was als de rest, daar was ze wel zeker van. Ze deed dan ook erg haar best om hem te overtuigen van de onjuistheid van die eerste indruk en het deed haar goed, toen ze hem na een gesprek over een politieke kwestie hoorde toegeven: ‘Je bent dus niet alleen een knap snoetje.’
‘Zelfs dat ben ik niet eens,’ antwoordde ze lachend. ‘Niet iedereen vindt dat sluike haar van me mooi.’
Hij strekte zijn hand uit en liet die even over haar zachte haar glijden. ‘Ik wel,’ zei hij en dat vage kompliment deed Cassie al goed. Hij keek ongeduldig om zich heen. ‘Ik heb er genoeg van,’ zei hij. ‘Laten we weg gaan en een rustiger plekje zoeken.’
Hij nam aan dat ze het met hem eens was, haalde haar mantel en bracht haar naar een Italiaans restaurant waar hij blijkbaar goed bekend was. Ze aten samen en bleven nog lang bij de koffie napraten over allerlei verschillende onderwerpen. Daarna had hij haar in zijn zwarte Porsche thuisgebracht en haar zo ervaren gekust dat ze meteen had geweten dat er voor haar geen andere man meer kon bestaan.
Het had er veel op geleken dat hij ook snel had geweten, dat hij de grote stap met haar wel durfde wagen. Twee maanden na die eerste ontmoeting had hij haar een aanzoek gedaan en ze had geen ogenblik met haar antwoord geaarzeld. Haar ouders waren minder opgetogen geweest over haar keus. Cassie was hun enig kind en ze hadden haar altijd zo beschermd en vertroeteld, dat ze nauwelijks konden geloven dat hun dochter van twintig goed wist wat ze deed en haar ouders wilde verlaten voor een man als Elliott.
‘Wat weet je van hem of zijn achtergrond af?’ had Mrs. Russell voorzichtig gevraagd. ‘Je bent nog zo jong, Cassie. Hij is zo heel anders dan de jongelui waarmee je tot nog toe bent omgegaan, kind.’
‘Je zou dus liever zien dat ik trouwde met een van die jongelui die jullie steeds maar hebben voorgesteld sinds ik van school kwam?’ vroeg Cassie.
‘Ja, eerlijk gezegd wel. Geloof me, ik ken de mannen van zijn soort,’ had haar vader daarop gezegd. ‘Je weet niet waar je aan begint. Een man zoals hij kun jij nooit houden, Cassie. Wat heb je zo’n ervaren man nog te bieden behalve je jeugd en je onschuld? Binnen het jaar zul je hem gaan vervelen.’
‘Dat geloof ik niet,’ antwoordde Cassie uitdagend. ‘Hij houdt van me en hij geeft toe, dat hij dat nog nooit tegen een vrouw heeft gezegd. En andere vrouwen heeft hij ook nooit een aanzoek gedaan!’
Uiteindelijk hadden de heftige verzekeringen van Cassie en haar geloof in Elliott het pleit gewonnen en haar ouders hadden aarzelend hun toestemming gegeven voor het huwelijk. Ze was met Elliott getrouwd, maar toen waren de problemen begonnen. Eerst had ze het heerlijk gevonden om het huishouden te doen in de kleine flat die Elliott in een keurige buurt in Londen had gekocht. Ze bracht de tijd door met het smetteloos schoonhouden van de kamers en het proberen van nieuwe recepten, waarmee ze Elliott kon verrassen als hij van zijn kantoor in de binnenstad thuiskwam. Hij kon haar met zijn hartstochtelijke liefde volkomen gelukkig maken. Toen Elliott echter in de zakenwereld naam begon te maken, wat steeds meer van zijn tijd en zijn energie eiste, begon het leven moeilijker voor Cassie te worden en toen waren de ruzies begonnen. Cassie was gewend geweest dat haar ouders haar meestal haar zin hadden gegeven en het was een volkomen nieuwe ervaring voor haar dat ze nu te maken kreeg met iemand die haar niet toegaf.
‘Mijn werk is nu eenmaal belangrijk voor me,’ had Elliott beslist gezegd. ‘Ik kan niet alles zo maar laten vallen en naar huis komen omdat jij je verveelt en je niet een paar uur alleen kunt vermaken. Zoek dan een baan, als je tijd teveel hebt. Ik weet wel dat je ouders het niet goed vonden dat je ging werken, maar ik heb er geen bezwaar tegen, als je je dan wat gelukkiger zou voelen.’
‘Ik heb helemaal geen opleiding gehad.’
‘Goed, ga dan iets leren. Het wordt tijd dat je het werkelijke leven leert kennen en beseft dat je, als je echt iets wilt, er ook wat voor zult moeten doen.’
‘Ik wil geen baan,’ antwoordde ze.
‘Wat wil je dan? Weet je dat eigenlijk zelf wel?’ had hij wanhopig gevraagd.
‘Je doet net alsof ik een verwend kind ben, dat niet weet wat ze wil,’ protesteerde ze.
‘Is dat soms niet zo?’ vroeg hij grof. ‘Het lijkt er anders verdacht veel op. Ik heb je van te voren gewaarschuwd. Je wist waar je aan begon toen je met mij trouwde. Om eerlijk te zijn... je ouders betwijfelden of ons huwelijk een succes zou worden, maar desondanks ben je met me getrouwd.’
‘Ik kan me niet herinneren dat jij daar bezwaar tegen had,’ viel Cassie uit.
‘Ik wil jou hebben,’ zei hij wreed. ‘Ik heb geen andere vrouw zo fel begeerd als jou. Als je echter met me bent getrouwd met het idee datje me wel kon veranderen en me naar jouw hand kon zetten, dan heb je je toch lelijk vergist. Je bent getrouwd met een man die ook een eigen wil heeft, Cassandra. Ik ben niet van plan mijn leven te veranderen omdat jij het wilt. Ik kan mijn zaken niet verwaarlozen omdat jij behoefte aan mijn gezelschap zou hebben. Als je een rijke man had willen hebben die jou in alles je zin zou geven, dan had je met een ander moeten trouwen.’
‘Ik zou bijna willen dat ik dat maar had gedaan!’ stoof ze op en hij was de flat uitgelopen en had de deur hard achter zich dichtgeslagen.
Ze merkte al gauw dat Elliott even driftig was als zijzelf en naarmate de tijd verstreek en ze steeds vaker van mening verschilden, probeerde hij steeds minder zich te beheersen. Soms vroeg ze zich af of hij spijt van zijn huwelijk had gekregen en liever weer vrij wilde zijn. Hij had zich al die jaren bepaald niet verveeld. Misschien vond hij het wel moeiliik om steeds met een en dezelfde vrouw te moeten omgaan.
Cassie deed erg haar best om zich aan te passen en een tijdlang vergaten ze hun onenigheden. Ze volgde een typekursus, leerde steno en zocht daarna een baan, maar haar geestdrift werd wel in de kiem gesmoord toen ze haar hart eens bij haar moeder had uitgestort. ‘Een pasgetrouwde vrouw gaat toch zo in het leven met haar man op dat ze geen baan gaat zoeken als dat niet nodig is?’ had Mrs. Russell wat vermaakt gevraagd. ‘Er is toch niets mis tussen jullie?’
‘O nee, nee!’ ontkende Cassie snel. ‘Alles is in orde!’
Weer kregen ze herhaaldelijk ruzie, vaak over kleinigheden. In het begin legden ze alles snel bij, meestal omdat Elliott genoeg kreeg van de ruzie en haar naar de slaapkamer droeg. Hij had haar van een gretige leerlinge tot een hartstochtelijke vrouw weten te maken, maar zelfs op dat gebied scheen hij nu kritiek op haar te krijgen.
‘Je moet heus niet denken dat jij de enige bent met wie ik naar bed kan gaan,’ treiterde hij tijdens hun laatste heftige ruzie.
‘In dat geval zul je me dus niet missen als ik wegga, hè?’ had ze nog uitgeroepen toen ze de kamer uitholde, een koffer van de kast nam en er slordig haar kleren insmeet. ‘Ik heb er genoeg van, Elliott. Ik ga weg en...’
‘Wil je weer naar je mams?’ vroeg hij smalend. ‘Echt iets voor jou! Zodra je je zin niet krijgt, geef je de strijd op en je verbergt je achter de rokken van je moeder. Wanneer word je eindelijk eens volwassen?’ ‘Jij bent nooit op mijn ouders gesteld geweest, hè? Ik veronderstel dat jij het niet kunt hebben dat ik in een goede, veilige omgeving ben opgegroeid, terwijl jij...’ Ze had opeens gezwegen omdat ze besefte dat haar opmerking een slag onder de gordel was.
‘Vooruit, zeg het maar!’ had hij ruw aangedrongen. ‘Ik vroeg me al af wanneer dat ooit ter sprake zou komen. Zeg maar gerust waar het op staat: jij bent een dochter van rijke liefhebbende ouders die aan elke gril van jou hebben toegegeven en ik ben in een weeshuis opgegroeid omdat mijn moeder, nadat ze door mijn vader in de steek was gelaten, het niet aan kon alleen een kind groot te brengen. Ze wilde me niet laten adopteren en ik bleef dus in het weeshuis tot ik groot genoeg was om mijn eigen brood te verdienen.’
‘Je doet net alsof dat mijn schuld is geweest!’ snauwde Cassie woedend. ‘Je hebt een akelige jeugd gehad en dat spijt me voor jou, maar als ik zeg dat het me spijt, dan verandert dat toch niets meer aan de feiten!’
‘Ik vroeg niet om medeleven,’ had hij geantwoord. ‘Als ik dat deed, hoefde ik van jou trouwens weinig te verwachten. Maak je niet ongerust, ik heb altijd al geweten waar ik aan toe was. Ik besefte heel goed dat ik te min was om met die rijke Cassandra Russell te trouwen.’
‘Ik kan het niet helpen dat jij een wrok koestert over je moeilijke jeugd. Het heeft mij nooit iets kunnen schelen,’ zei Cassie en dat meende ze echt.
‘In het begin misschien niet, maar ik vroeg me al af hoe lang het zou duren voor je ging weifelen en je moeder heeft die twijfels alleen maar aangemoedigd.’
‘Wat bedoel je?’ informeerde Cassie.
Hij had even gelachen. ‘Zodra ik kennis maakte met je moeder, liet ze me al duidelijk blijken dat ze me niet de geschikte man voor jou vond. Jij wilde echter niemand anders en je moeder was nu eenmaal niet gewend je ooit iets te weigeren, hè?’
Cassie kromp ineen toen ze de wrede klank in zijn stem hoorde. ‘Ik hoef niet meer naar je te luisteren, Elliott en dat ben ik dan ook niet meer van plan. Ons huwelijk is een vergissing geweest, daar zijn we het tenminste over eens. Meer valt er niet te zeggen.’
Hij leunde tegen de deurpost en leek kalm, hoewel hij op dat ogenblik even bewogen was als zij. Ze keek eens naar hem en een stem in haar binnenste waarschuwde haar, dat ze haar verstand moest gebruiken voor het te laat zou zijn. Hij sprak echter weer en Cassie besefte dat het nu al te laat was.
‘Als je me in de steek laat, moet je niet verwachten dat ik je zal smeken om bij me terug te komen. Ik vind makkelijk genoeg een ander.’
Die woorden kwamen hard aan en Cassie keek hem woedend aan. ‘Dat is dan weer eens iets anders. Tot nog toe ben ik degene geweest die behoefte had aan gezelschap.’
Zijn gezicht werd argwanend toen hij dreigend een stap naar haar toekwam. ‘En wat bedoel je daar precies mee?’
Cassie was door het dolle heen. Ze lachte schril. ‘Is dat niet duidelijk genoeg? Jij was er nooit als ik behoefte aan gezelschap had, hè? Je moest steeds overwerken! Dan is het toch niet verbazingwekkend dat ik elders gezelschap zocht?’
Ze had misschien vergeefs gehoopt hem jaloers te maken.
‘Ik begrijp het. Dan valt er niets meer te zeggen, wel?’ Zijn mond was strak vertrokken. ‘Ik zal je niet ophouden bij het pakken.’ Hij keerde zich om en liet haar alleen. Aan de geluiden vanuit de zitkamer hoorde ze, dat hij iets te drinken inschonk.
Toen haar koffer was gepakt, had Cassie besluiteloos geaarzeld. Hoe had ze zulke dingen kunnen zeggen, vroeg ze zich af. Ze had zich door haar drift laten meeslepen. Haar boosheid was nu echter gezakt en wat aarzelend ging ze naar de zitkamer.
Elliott zat op zijn gemak met een glas in de hand in een leunstoel. ‘Klaar om te vertrekken?’ vroeg hij. ‘Zal ik een taxi voor je bellen of wil je mams vragen of ze je door de chauffeur kan laten ophalen?’
Hij was kennelijk niet van plan om vrede te sluiten, besefte Cassie. Waarom zou zij dan de eerste stap doen? Ze schudde koeltjes het hoofd. ‘Ik loop liever, Elliott,’ zei ze uiterlijk kalm. Na de sfeer hier heb ik wel behoefte aan een beetje frisse lucht.’
‘Zoals je wilt.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Het beste dan maar, Cassandra!’
Hij noemde haar nooit Cassie omdat haar volle naam uitstekend bij haar paste, had hij eens gezegd. Cassie negeerde zijn uitgestoken hand en pakte haar koffer op. ‘Ik heb niet alles kunnen meenemen...’ zei ze aarzelend.
‘De rest kun je later wel ophalen,’ had hij kortaf gezegd.
‘Goed,’ antwoordde ze slechts.
‘Als je weg wilt, moetje nu gaan.’
Als? Dacht hij soms dat ze alles niet echt meende? Dat hij zo onweerstaanbaar was, dat ze alles maar van hem slikte?
‘Dag, Elliott,’ zei ze gesmoord en toen liep ze de deur uit zonder ook maar één keer om te kijken.
Haar moeder had het heerlijk gevonden toen Cassie weer thuiskwam. Ze leek helemaal niet verbaasd toen haar dochter opeens voor de deur stond. Ze zei niet dat ze deze gang van zaken wel had verwacht, maar troostte haar dochter, al zei ze evenmin dat alles wel weer in orde zou komen.
‘Je hebt hem dus verlaten,’ zei ze voldaan. ‘Ik vroeg me al af wanneer dat zou gebeuren. Je vader en ik wisten wel dat hij geen man voor jou was, maar je wilde met alle geweld met hem trouwen.’
‘Ik hield van hem,’ protesteerde Cassie. Ondanks alles kon ze zich niet voorstellen dat Elliott haar zo makkelijk zou kunnen loslaten.
‘Hield hij ook echt van jou, kind, of was dat maar een bevlieging?’ vroeg haar moeder en voor het eerst weifelde Cassie.
‘Het kan niet voorbij zijn,’ sprak Cassie haar tegen. ‘Dat kan gewoon niet.’
Maar toen de tijd verstreek en Elliott niets van zich liet zien of horen, zoals ze eigenlijk had verwacht, begon het erop te lijken dat haar moeder gelijk kreeg. Misschien kon het hem inderdaad niets schelen dat ze was vertrokken en had hij al een ander in haar plaats gevonden. Cassie moest wel aanvaarden dat Elliott niet van plan was om de eerste stap te doen. Als ze hem terug wilde hebben, zou zijzelf iets moeten doen...
‘Ik geloof dat je nu een fout maakt, meisje,’ had Mrs. Russell gezegd toen Cassie naar de flat wilde gaan, zogenaamd om de rest van haar kleren te halen, maar eigenlijk om alles met haar man uit te praten. ‘Ik zal je echter niet tegenhouden.’
Cassie ging dus naar de flat op een tijd, waarvan ze zeker wist dat Elliott thuis zou zijn. Haar hart bonsde toen ze de trap opging en ze haalde even diep adem voor ze aanbelde. Ze hoopte dat ze de juiste woorden zou weten te vinden om de kloof tussen haar en Elliott te overbruggen. Toen de deur echter met een ruk werd geopend en ze hem voor zich zag, aarzelde ze echter toch voor ze iets zei.
‘Cassandra!’ zei hij verbluft.
‘Ja, ik...’
‘Ik dacht dat je niet meer terug zou komen.’
Hij heette haar niet bepaald hartelijk welkom. ‘Ik moetje spreken, Elliott. Kunnen we niet opnieuw beginnen? Ik denk dat alles misschien wel lukt, als we allebei echt ons best doen.’
Ze kwam nooit te weten wat hij daarop had willen zeggen. Ze meende even een wat vriendelijker glans in zijn ogen te zien, maar op dat ogenblik hoorde ze een vreemde stem achter hem.
‘Elliott, lieverd, ik kan geen...’ De stem zweeg opeens. In de hal was een aantrekkelijk blondje verschenen dat slechts een kort badjasje droeg. ‘Neem me niet kwalijk!’ riep ze uit toen ze besefte dat de voordeur open stond. Ze vluchtte meteen naar de slaapkamer.
‘Liz!’ riep Elliott verschrikt uit voor hij zich weer tot Cassie wendde.
‘Ik zie dat je je tijd niet hebt verspild,’ merkte ze bitter op.
‘Cassandra, het is helemaal niet wat jij denkt...’
‘O nee?’ vroeg ze. ‘Ik ben echt niet achterlijk, Elliott. Je had me gewaarschuwd dat dit zou gebeuren. Ik ben een beetje verrast dat je al zo gauw een opvolgster voor me hebt gevonden, maar dat is natuurlijk dwaas van me. Je hebt altijd al succes bij de vrouwen gehad, niet?’
‘Maar zie je dan niet in...’
‘Ik heb al meer dan genoeg gezien,’ viel ze hem kil in de rede. Ze keerde zich om en holde de trap weer af. Ze hoorde nog dat hij haar riep, maar daar trok ze zich niets van aan.
Ze nam een taxi naar huis en in de kamer waarin ze haar jeugd had doorgebracht, barstte ze in snikken uit. Daar vond haar moeder haar uren later.
‘Hij is je tranen niet waard, Cassie,’ zei ze toen ze het behuilde gezicht van haar dochter zag. ‘Ik hoop dat je voortaan wat meer naar je vader en mij zult luisteren. Geloof me, wij weten het beste wat goed voor je is. Je bent pas twintig, kind! Je hebt je hele leven nog voor je en Elliott Grant zul je gauw genoeg vergeten.’
Cassie had er zich in haar verslagenheid toe laten verleiden zich weer te laten beschermen en verwennen. Van Elliott hoorde ze niets meer en toen op zekere dag de rest van haar kleren werd bezorgd, zonder dat er een briefje van hem bij was, wist ze dat ze hem zou moeten vergeten.
Haar moeder had al jaren een rondreis door Europa willen maken, maar haar man had zijn zaken nooit voor lange tijd in de steek willen laten. Nu kreeg ze dan de kans om die reis met haar dochter te gaan maken en als ze soms merkte dat de gedachten van Cassie afdwaalden, was ze wel zo verstandig daar niets van te zeggen.
Een halfjaar later keerde Cassie gebruind en met veel nieuwe kleren naar Engeland terug, maar na al die tijd besefte ze toch dat ze nog steeds aan Elliott moest denken. Ze had geen belangstelling voor de jongelui die haar moeder op feestjes uitnodigde, omdat ze elke jongeman meteen met Elliott vergeleek.
Ze veronderstelde dat ze vroeg of laat wel van hem zou moeten scheiden. Ze kon zelf een eis indienen op grond van het overspel van Elliott met die onbekende Liz, maar ze schrok terug van de gedachte dat ze hem misschien in de rechtszaal zou moeten zien. Ze deed dus niets, ook omdat ze toch niet van plan was na haar mislukte huwelijk iets met een andere man te beginnen. Het was beter om de tijd een kans te geven en alle wonden te laten genezen.
De beste oplossing zou zijn dat ze de een of andere baan in het buitenland zocht, dacht ze, dan bestond er tenminste geen kans dat ze Elliott ergens in Londen tegen zou komen. Een volkomen nieuwe omgeving zou haar misschien het mislukte huwelijk wel doen vergeten. Cassie verwachtte eigenlijk dat haar moeder zich tegen haar plannen zou verzetten, maar dat gebeurde niet. Ze bleek zelfs een relatie te hebben die iemand zocht voor een baan in Frankrijk.
‘Serena Davenport werkt bij een makelaarskantoor in Londen, dat vakantiehuizen door heel Europa verkoopt,’ vertelde ze Cassie zodra ze iets over de plannen van haar dochter hoorde. ‘Ik zal eens met haar praten, want die kans kun je beter niet voorbij laten gaan, omdat je met jouw opleiding niet gemakkelijk wat anders vindt.’
Dat had Cassie moeten toegeven. Ze was in Zwitserland op kostschool geweest en had daar wel geleerd hoe ze zich onder alle omstandigheden moest gedragen, maar niet hoe ze haar eigen brood moest verdienen. Eigenlijk was ze wel verwend, zoals Elliott ook al had gezegd, besefte ze.
Ze had inderdaad bij het makelaarskantoor gesolliciteerd en op grond van het feit dat ze in Zwitserland vloeiend Frans had leren spreken, had ze de baan gekregen. Na een korte opleiding in Londen, was ze naar de Provence uitgezonden en daar was ze nu al meer dan vier jaar. Ze was echt van het land gaan houden en had er met plezier gewerkt. Meestal tenminste, bedacht Cassie en ze kwam met een schok tot de werkelijkheid terug toen de scherpe stem van Mrs. Clarke opmerkte dat ze nu toch rechtsaf moest slaan als ze naar hun hotel wilde rijden.
Ze had de afgelopen jaren veel vrienden en kennissen gekregen en hoewel veel mannen zich tot haar aangetrokken hadden gevoeld, was er niemand geweest op wie ze zo gesteld had kunnen raken als op Elliott. In het begin van haar verblijf in Frankrijk had ze een eenzaam leven geleid, maar nu nam ze wel weer eens een uitnodiging aan zodat ze weer onder de mensen begon te komen. Het onzekere meisje dat na haar mislukte huwelijk besloten had op eigen benen te gaan staan, was intussen volwassen geworden.