Hoofdstuk 12

 

 

 

De ruimte tussen haar schouderbladen deed pijn van vermoeidheid. Keely trok haar schouders zo ver mogelijk op tot onder haar oren, hield ze daar even en liet ze weer vallen. Ze sloot de ogen en rolde haar hoofd rond op haar nek.

In de kamer was het veel te vol, veel te druk en veel te warm. Rond de kristallen kroonluchters hing een waas van sigarettenrook. De lange receptieruimte van de Amerikaanse ambassade in Parijs leek vandaag op iedere andere formele salon. Mannen zonder jas, ongeschoren en grimmig, leunden tegen de muren, vormden groepjes en praatten op gedempte toon. Met tussenpozen werd er als op bevel gehergroepeerd.

Journalisten controleerden keer op keer hun apparatuur. Fotografen speelden met filmrollen en flitsapparaten. Televisieteams hielden hun monitoren in de gaten om zeker te weten dat ze zo nodig voldoende stroom zouden hebben.

Alleen de militairen in hun keurige uniformen leken niet verlept en landerig. Ze kwamen en gingen van tijd tot tijd voor officiële bezigheden waarvan niemand iets begreep. Keely had geraden dat hun geloop niet werkelijk nodig was, maar dat ze de schijn ophielden om de indruk te wekken dat de boel niet stagneerde.

Zij en Betty zaten naast elkaar op een kleine bank. Urenlang zaten ze hier al op bericht te wachten, wat voor bericht dan ook, over de mannen die inmiddels, zoals het gerucht ging, in een ander deel van de ambassade waren ondergebracht. Er waren al meer geruchten rondgegaan, waarvan sommige juist en andere onjuist waren gebleken. Keely twijfelde aan de geloofwaardigheid van wat ze ook maar hoorde.

Vijftien uur lang, sinds de autocolonne vanaf de luchthaven Charles de Gaulle door de straten van Parijs naar de ambassade was gereden en daar de officiële delegatie had afgezet, hadden ze al in deze kamer gezeten.

Alles wat zowel privé als publiekelijk kon worden vermeld, was al gezegd. Het enige dat ze nu konden doen, was wachten. Van lezen was geen sprake, want de woorden hadden geen betekenis. Het uitzicht op Avenue Gabriel vanuit de ramen was niet langer boeiend. Praten was te inspannend, denken was onmogelijk, dus zaten ze maar stilletjes in het niets te staren en staken ze onbewust schietgebedjes af. Ze wachtten.

De vlucht over de Atlantische Oceaan was een kwelling geweest. Keely was geïnterviewd door talloze journalisten, die allemaal jaloers om haar tijd streden. Afgevaardigde Parker, die als lid van de delegatie mee was gevraagd vanwege het voorzitterschap tijdens de recente subcommissie-hoorzitting, was haar uiteindelijk te hulp geschoten en had de journalisten gevraagd haar nu eens een tijdje met rust te laten. Met een vaderlijk gebaar had hij haar op de schouder geklopt en erop aangedrongen dat ze zou proberen een dutje te doen.

Slapen was echter onmogelijk geweest vanwege de aanwezigheid van twee andere passagiers in het vliegtuig. Eén daarvan was Dax Devereaux, de andere was Al van Dorf.

Een televisieverslaggever had haar net een vraag gesteld toen Keely Dax zag binnenkomen. Ze was over haar antwoord op de vraag gestruikeld en had de daarop volgende niet gehoord vanwege het bonzen in haar oren. Ze had de verslaggever moeten vragen zijn woorden te herhalen.

Dax's ogen hadden slechts even de hare gezocht, maar in die ene seconde wel een boekwerk vol informatie overgebracht. Ze vertelden haar dat hij even verbijsterd was als zij. Ze vertelden haar dat hij heen en weer werd getrokken tussen de hoop dat Mark een van de mannen was die levend Cambodja hadden gehaald en verwarring in de wetenschap wat zijn plotselinge verschijnen nu voor hen zou betekenen. Zijn ogen wensten haar alle geluk en bekenden tegelijkertijd egoïstisch dat hij dat geluk met haar wilde delen. Ze vertelden haar dat hij aanwezig moest zijn, al wilde hij dat eigenlijk niet. Hij kon zich niet afzijdig houden om op berichten te wachten en niet onmiddellijk te weten of de naam Mark Williams op de zo belangrijke lijst voorkwam. De meest belangrijke boodschap in zijn ogen was echter dat hij haar in zijn armen wilde houden.

Dat alles werd overgebracht met één blik. Ze had niet meer naar hem durven kijken tijdens de rest van de vlucht, en evenmin sinds ze deze ruimte waren binnengedreven en ten onrechte te horen gekregen hadden dat de woordvoerder van het leger weldra bij hen zou komen.

Zelfs als ze geneigd was geweest naar Dax te kijken of tegen alle gezond verstand in met hem te praten, zouden de arendsogen van Al van Dorf haar wel hebben tegengehouden. Hij bekeek haar zoals een geleerde een cel onder een microscoop bekijkt. Keely wist dat elk gebaar en elk woord van haar zorgvuldig door hem werd opgetekend. Ze had een afschuw gekregen van dat groene schrijfblok en dat altijd nijvere potlood. Ondanks al zijn heimelijke blikken benaderde hij haar slechts éénmaal.

Hij liep met een slentergangetje op de bank toe waarop zij en Betty zaten. Hij bleef voor haar staan en dwong haar daardoor als een smekeling naar hem op te kijken. 'Mrs. Williams, denkt u dat uw man één van de zesentwintig zal zijn?' Zonder inleiding vuurde hij de vraag op haar af.

'Ik probeer niet al te optimistisch te zijn,' antwoordde ze.

'U hoopt dat hij er wel bij is?'

Ze hief met een ruk haar hoofd en keek de journalist met een stormachtig groen licht in haar ogen aan. 'Of u bent onvoorstelbaar dom, Mr. Van Dorf, of de vraag is ver beneden uw stand. Hoe dan ook, ik weiger antwoord te geven.' Ze voelde Betty's verbaasde blik, maar beantwoordde die niet. In plaats daarvan keek ze naar Van Dorf. Ze won; hij sloeg zijn ogen neer naar dat akelige schrijfblok van hem om een notitie te maken, die bedoeld was om haar bang te maken.

Betty schraapte diplomatiek haar keel. 'Mr. Van Dorf, ik ben bang dat Mrs. Williams en ik te druk bezig zijn met onze eigen gedachten om uw vragen te beantwoorden. Neemt u ons niet kwalijk.'

Van Dorf maakte een buiginkje. 'Nog één vraag voor Mrs. Williams.' Hij wendde zich weer tot haar en vroeg: 'Wist u dat afgevaardigde Devereaux op deze reis meeging?'

'Nee, ik zag hem pas aan boord van het vliegtuig.' Dat was tenminste een eerlijk antwoord.

Van Dorf grinnikte op de hem eigen, sluwe manier en vroeg suggestief: 'Waarom denkt u dat hij er is?'

Keely wist dat de vraag bedoeld was om haar zelfbeheersing te doorbreken. Ze keek effen naar hem op en antwoordde: 'Dat had u beter aan afgevaardigde Parker kunnen vragen. Hij heeft me verteld dat hij zelf Mr. Devereaux heeft uitgenodigd.'

'Vreemd,' peinsde Van Dorf hardop. 'Dat hij uit alle congresleden in Washington juist Devereaux kiest.'

'Helemaal niet,' zei Betty. Ze stond aan Keely's kant, al wist ze niet eens welk spel er werd gespeeld. 'Afgevaardigde Devereaux had ook zitting in de subcommissie. Dat weet u heel goed, Mr. Van Dorf. Hij steunde onze zaak en stemde tegen het wetsontwerp, bovendien is hij Vietnamveteraan. Ik begrijp dan ook niet waarom u zo verbaasd bent. Als u nu klaar bent, Keely en ik hebben geen zin in praten.'

Van Dorf had een huid als een olifant, maar liep nu toch weg, nadat hij Keely nog éénmaal met dodelijke ogen vanachter bedriegelijk milde brilleglazen had bekeken.

'Dank je,' zei ze tegen Betty zodra hij buiten gehoorsafstand was.

'Wat is dat met jullie? Waarom blijft hij jou maar ondervragen over Devereaux?'

'Dat weet ik niet.'

'Echt niet?'

Ze keek Betty snel aan, maar wendde even snel haar blik weer af. Een antwoord werd haar bespaard, want een bij de ambassade gestationeerde marinier kwam op Betty toe.

'Mrs. Allway?'

'Ja.'

'Wilt u met mij meegaan op verzoek van generaal Vanderslice.'

Betty keek vragend naar Keely, die haar schouders ophaalde, stond op en liet zich door de man in uniform meetronen naar de van ingewikkeld lofwerk voorziene deuren.

Er verstreek nog een uur, dat Keely in haar eentje doorbracht. Ze wist op ieder moment wat Dax aan het doen was, al zochten haar ogen hem nooit. Hij haalde vermoeid een hand langs zijn nek, wurmde zich uit zijn jasje en drapeerde dat over een stoel. Hij knoopte zijn vest open, hij keek naar haar, hij kuchte drie keer, liep naar de tafel waar ijs en frisdranken klaarstonden, schonk een cola in een plastic bekertje, nam er een slok van en liet het op tafel staan. Hij keek naar haar. Hij vouwde zijn vingers boven zijn hoofd en rekte zich uitgebreid uit. Hij praatte gedempt met Parker. Beiden keken naar de deur waarachter Betty met de marinier was verdwenen, en praatten vervolgens verder.

De deur achter het podium werd geopend door twee mariniers, die amper de tijd hadden de ruimte vrij te maken en in de houding te springen voor generaal Vanderslice binnenkwam. Geen enkele van zijn zilvergrijze haren zat scheef. Zijn uniformjasje sloot als maatwerk rond zijn solide tors. Zijn ogen gleden door de kamer en taxeerden de situatie terwijl hij naar de microfoon liep. Zijn optreden kwam regelrecht uit het handboek voor volmaakte militaire houding.

Iedereen in het grote vertrek klapte als op bevel zijn mond dicht. Aller ogen richtten zich op de gezaghebbende gestalte van de generaal, die wat papieren op de lessenaar legde.

'Dames en heren, u bent bijzonder geduldig geweest. Ik weet hoe bezorgd u moet zijn en ik besef dat deze ruimte een beperkt comfort biedt. Ik weet ook dat u sinds de vlucht geen rust hebt kunnen nemen. Mijn verontschuldigingen voor het oponthoud dat inherent schijnt aan een dermate belangrijke gelegenheid.' Zijn spraak was even precies en beheerst als zijn lichaamstaal.

Hij schraapte zijn keel en keek naar de papieren onder de microfoon. Keely staarde naar haar ineengeklemde handen, haar hart hamerde tegen haar ribben. Haar speekselklieren weigerden iets af te geven en haar tong, toen ze probeerde te slikken, kleefde aan haar gehemelte.

'Ik wil iemand aan u voorstellen. Vaak in mijn militaire carrière heb ik eer betoond aan mannen die door anderen voor helden werden gehouden. Om welke reden dan ook, deze mannen hebben ondenkbare moed opgebracht.' Hij wachtte even en haalde diep adem. 'William Daniël Allway is zestien jaar geleden als majoor naar Vietnam vertrokken. Vanmorgen is hij bevorderd tot de rang van luitenant-kolonel.'

Keely sloeg een hand voor haar mond om de kreet van vreugde te smoren. Bill Allway, Betty's man. De tranen stroomden ongehinderd langs haar wangen, maar ze merkte het niet eens. Ze keek naar de deur achter het podium en zag een lange, magere man in een slecht passend uniform aan Betty's steunende arm.

Generaal Vanderslice wendde zich naar het paar om en zei vriendelijk: 'Kolonel Allway, willen u en Mrs. Allway naar voren komen, alstublieft.'

Het kabaal dat door de kamer golfde, was maar een klein deel van de heksenketel die losbrak. Camera's leken wel voor vuurwerk te zorgen. Het applaus en hoerageroep waren oorverdovend. Velen, meegesleept door het enthousiasme van het moment en zonder zich iets aan te trekken van het decorum, sprongen op stoelen en gaven Bill Allway het welkom van een ware held.

Keely applaudisseerde in tranen voor de veilige terugkeer van de man van haar vriendin. Eén ding was zeker: Mark Williams was niet bij de groep. Als hij er was geweest, zou ze zijn geroepen voor een hereniging onder vier ogen, zoals Betty.

Toen de feestvreugde eindelijk afnam, liep Bill Allway op de microfoon toe. Hij was mager, op het uitgemergelde af. Het weinige haar dat hij nog bezat, was wit. Zijn wangen waren hol, zijn neus scherp. Onder zijn ogen lagen donkere kringen, Niettemin drukte hij stralend zijn vrouw tegen zich aan.

Generaal Vanderslice probeerde zich verstaanbaar te maken boven het kabaal. 'Zoals de meesten van u weten, heeft Mrs. Allway de lange scheiding van haar man met dezelfde onbedwingbare moed onder ogen gezien als hij. Ik kan het weten, want ik heb meer dan eens met haar overhoop gelegen.' Er ging een lach door de zaal. 'Ik kan u niet zeggen hoe blij ik was dat Bill Allway één bleek te zijn van de terugkerende mannen en dat Mrs. Allway, vanwege haar bemoeienis met proof, hier ook aanwezig is. Kolonel Allway, als hoofdofficier en leider van de terugkerende vermisten heeft verzocht hen zelf aan u te mogen voorstellen. Het woord is aan Kolonel Allway.'

Bill en Betty, die zich zonder enige schaamte aan elkaar vastklemden, namen de positie van de generaal achter de lessenaar in. Hij keek op haar neer en gaf haar een kus. Weer werden de aanwezigen uitzinnig van vreugde.

Betty zag er zo mooi uit. De liefde straalde van haar af, haar ogen bleven voortdurend gericht op haar man. Eindelijk sloeg hij zijn vermoeide ogen op naar de menigte en sprak hij hen toe.

'Wat... wat heerlijk weer Amerikaanse gezichten te zien.' Zijn stem brak af, verlegen boog hij zijn hoofd. Hij had zich niet hoeven schamen voor zijn tranen. Vele ogen waren vochtig van emotie.

'U zult allemaal wel nieuwsgierig zijn om te weten hoe we eruit zijn gekomen, waar we zijn geweest en hoe we daar zijn beland. Ik beloof u dat u tot in detail zult worden ingelicht.' Hij glimlachte met een hartbrekend vertrekken van zijn magere gezicht. 'Het zal dagen, zelfs weken duren om u op de hoogte te brengen van alle details die in mijn geval veertien jaar omvatten. U zult begrijpen dat de strijdkrachten de door ons meegebrachte informatie zullen moeten analyseren voordat die aan het publiek bekend kan worden gemaakt.'

Generaal Vanderslice kwam er even tussen. 'Zodra alle mannen zijn geïdentificeerd, volgt er een persconferentie.' Hij deed een stap achteruit en Bill Allway had weer het woord.

'De namen worden alfabetisch opgelezen samen met de stad van herkomst van de soldaat en de datum waarop hij als vermist is opgegeven.'

Televisiecamera's uit alle delen van de wereld werden gericht op Bill Allway en op de deuropening waardoor de militairen zouden binnenkomen.

'Luitenant Christopher David Cass, Phoenix, Arizona, 17 juni 1969. Luitenant George Robert Dickins, Gainesville, Florida, 23 april 1970.'

Voor elk van hen werd geapplaudisseerd. Keely, zoals ieder ander in de kamer, barstte bijna van blijdschap voor ieder van de uitgeputte mannen die verlegen binnenkwamen. Ze hadden jaren ontbering, ziekte, honger, marteling en oorlog achter de rug. En ze leken bang voor de lichten, de mensen, de camera's, de aandacht. Van allemaal was pas het haar geknipt. Hun uniformen waren nieuw, maar veel te wijd. Hun gezichten droegen sporen van hun ervaringen, als waren het identiteitsplaatjes.

Na het oplezen van de namen stonden de twintig mannen plechtig voor in de kamer. Bil! Allway zei: 'Vijf mannen kunnen hier niet worden voorgesteld. Twee van hen zijn ernstig ziek. We houden hun namen nog een paar uur achter, tot ze zijn onderzocht en er meer duidelijkheid is over hun toestand.' Hij trok Betty dicht tegen zich aan en vervolgde: 'Ik ben geen veldprediker, maar als aalmoezenier Weems het me toestaat, zou ik graag bidden.'

Zelfs de meest doorgewinterde atheïst zou tegen een dergelijk verzoek niets inbrengen. Alle hoofden in de kamer werden gebogen, behalve die van de fotografen met hun camera's. Er viel stilte. Bills stem kraakte, maar zelfs een beroemd redenaar had zich geen aandachtiger gehoor kunnen wensen.

'Vader, met vreugde in het hart komen wij tot U uit dankbaarheid voor het leven en de vrijheid. Wij bidden voor de talloze mannen die nog worstelen om te overleven. Ze zijn naamloos en hebben geen gezicht. Toch kent U hen. Maak hen van U bewust. Diegenen onder ons die in de hel zijn geweest, weten dat Uw aanwezigheid ook daar voelbaar kan zijn. Wij, die het tegen alle verwachting in hebben overleefd, bidden nu dat ons leven in dienst mag staan van U. Amen.'

Als er nog droge ogen in de kamer over waren geweest, dan nu niet meer. Een ingetogen generaal Vanderslice naderde de microfoon, terwijl Bill Allway zijn vrouw van het podium hielp. 'Wij vragen u om geduld. Het voorstel is dat over twee uur in deze ruimte de persconferentie zal plaatsvinden. U kunt de hoognodige pauze nemen en deze mannen krijgen de kans hun gedachten te ordenen. U zult zich hun verbijstering wel kunnen indenken.' Na een blik op zijn horloge voegde hij eraan toe: 'De persconferentie begint om drie uur.

Dank u wel.'

De deur ging achter de teruggekeerde soldaten dicht. Het felle licht werd uitgedaan, de camera's werden opgeborgen. Sigaretten werden opgestoken, jassen werden gepakt. De luchthartige, jubelende en triomfantelijke stemming bleef hangen onder de leden van de pers, hoogwaardigheidsbekleders en adviseurs, die zich een weg baanden naar de dubbele deuren.

Keely, niet langer het middelpunt van de aandacht, liet zich op een bank vallen en keek afwezig naar het tapijt. Pas toen een ander paar schoenen, zwarte, in beeld kwam, werd ze zich bewust van de omgeving. Ze sloeg langzaam haar ogen op, langs lange benen, langs een riem met een gouden gesp, met daarin het kenteken van het congres, langs een allang losgetrokken das naar het gezicht waarvan ze hield.

De donkere ogen smeekten om vergeving, vergeving voor de opluchting dat Mark Williams niet was binnengekomen. Haar ogen vertelden hem dat ze zijn opluchting begreep. Haar lippen produceerden iets dat bijna een glimlach werd.

'Het spijt me. Geloof je me?' vroeg hij zacht, zodat alleen zij hem verstond.

'Ja.'

Hij stak zijn handen in zijn zakken en keek over haar hoofd naar het schilderij aan de muur waarop Washington de Delaware oversteekt. 'Wat ga je nu doen?'

Ze liet haar hoofd hangen en zag een koffievlek op haar rok. Waarschijnlijk zag ze er niet uit. Wanneer had ze voor het laatst gedoucht, geslapen, zich opgemaakt, gegeten? Ze kon het zich niet herinneren.

'Dat weet ik niet,' antwoordde ze hoofdschuddend. 'Voorlopig denk ik niet verder dan een bad en een paar uur slaap.'

'Ik had het ook niet moeten vragen.'

Ze keek hem weer aan. 'Nee, inderdaad niet.'

De meesten waren verdwenen, maar ze merkten het niet. Hij zag aan haar gezicht dat ze leed en vervloekte zijn onvermogen haar te troosten. Ik wil je vasthouden, Keely. 'Ga je naar het hotel voor de persconferentie?'

Dax, ik heb je nodig. 'Ja, ik denk van wel.'

Hij deed een stap terzijde omdat ze opstond en haar spullen verzamelde. Je ziet er zo hulpeloos uit. 'Heb je alles?'

Ik voel me ook hulpeloos. Ik heb jouw kracht nodig. 'Ja, ik heb gehoord dat onze bagage al naar het hotel is gebracht.'

'Mooi zo.' Wil je dat ik je in mijn armen neem?

Ja. 'Ja.'

'Weet je in welk hotel je bent ondergebracht? Ik heb begrepen dat we verspreid zitten vanwege het toeristenseizoen.' Was je maar in mijn kamer!

'Er is me verteld dat ik naar het Crillon zou gaan.' Kon ik maar met jou meegaan. Ik ben bang als jij niet bij me bent.

Gelukkig maar, dan kan ik een oogje op je houden. 'Ik ook.'

Gelukkig, dan ben je niet zo ver weg. 'Fijn.'

Ze waren inmiddels bij de voorkant van het gebouw aangekomen, waar delegatieleden in wachtende limousines werden gelaten. Lopen zou bijna gemakkelijker zijn geweest omdat de hotels dichtbij lagen. Maar aangezien het als hoffelijk gebaar werd aangeboden, sloeg niemand het af.

'Er kan er nog één meer mee naar het Crillon,' zei een attaché. Mrs. Williams?'

Ze draaide zich om en keek smekend naar Dax. Ze wilde hem niet alleen laten. 'Je kunt beter gaan en je tijd goed benutten,' zei hij vriendelijk, denkend dat hij het niet zou overleven als hij haar niet binnenkort in zijn armen kon nemen.

'Ik wacht wel, ik heb niet... nogmaals bedankt voor uw bezorgdheid, Mr. Devereaux, ik geef de hoop niet op.'

Uit de plotselinge verandering van toon en dialoog maakte hij op dat Van Dorf in de buurt rondhing. Een snelle blik over zijn schouder bevestigde het.

'Ik houd de anderen op. Tot ziens.' Ze gaf Dax een hand en liep het bordes af naar de limousine.

Dax bleef alleen staan en keek de zwarte wagen na. 'Ze lijkt van streek,' merkte Van Dorf naast hem op.

Dax schonk hem een neerbuigende blik. 'Zou jij dat niet zijn, Van Dorf? Ze had een glimpje hoop dat haar man misschien nog in leven was. Niet alleen was hij er niet bij, maar bovendien weet ze nu nog niet waar ze aan toe is.'

'Verbazingwekkend,' zei Van Dorf langs zijn neus weg.

Dax hapte tegen beter weten in. 'Wat is verbazingwekkend?'

'Haar schijnbare bezorgdheid om haar man.'

Dax' bloed was tegen het kookpunt. 'Waarom is dat verbazingwekkend?'

Van Dorf lachte schamper, een akelig geluid. 'Ach, hou toch op, Mr. Devereaux. U bent een man van de wereld. Ze is een pittig grietje. Hoe lang denkt u dat zo'n type zonder man kan. Eén maand? Twee?' Hij lachte weer. 'Toch zeker geen twaalf jaar!'

Het Franse temperament dat met iedere hartslag door Dax Devereaux' lichaam werd gepompt, was nog nooit zo uitgedaagd. Zijn handen balden zich tot vuisten langs zijn zijden om hem ervan te weerhouden ze om Van Dorfs keel te leggen.

'In jouw geval, Van Dorf, is onwetendheid geen zegen, maar een vloek. Je onderkent eergevoel en fatsoen niet in anderen, omdat je er zelf geen schijntje van hebt meegekregen.'

Dax beende weg, verbaasd dat hij de man niet ter plekke de nek had omgedraaid. Van Dorf keek hem met een genietende glimlach na.

Keely nam een bad, waste haar haren en maakte haar gezicht schoon voordat ze zich op het bed liet vallen. Een uur later werd ze wakker van de wekker. Ze ging zitten, nog half slapend en danig in de war. Het dutje had haar waarschijnlijk meer kwaad dan goed gedaan.

Terwijl ze zich uit bed sleepte, overdacht ze of ze de persconferentie maar niet zou overslaan. Onmiddellijk besloot ze tot het tegenovergestelde. Ze moest wel gaan. Haar afwezigheid zou onbeschaamd lijken en er zou ongetwijfeld melding van worden gemaakt in de kranteartikelen, zeker in dat van Van Dorf. Ze had Betty nog niet eens gesproken en ze wilde Bill leren kennen.

Haar japon was er één van rechte snit met een gouden ceintuurtje. De groene kleur deed aan het voorjaar denken, maar de lange mouwen met manchetten hielden haar warm. Ze borstelde haar haren en nam niet de moeite er krullers in te maken. De natuurlijke golf was voorlopig voldoende, want die werd benadrukt door de vochtigheid van het vroege voorjaar in Parijs.

Weer terug bij de ambassade merkte ze dat de ontvangstruimte was opgeruimd, schoongemaakt en gelucht. In plaats van de enkele lessenaar van die ochtend, stond er nu een rij tafels met microfoons.

Ze nam plaats op de laatste rij stoelen en beantwoordde de vele blijken van medeleven, verzekerde de omstanders dat ze dankbaar was voor de veilige terugkeer van de mannen die het hadden gered. Officieel zei ze: 'Dit benadrukt alleen dat de poging van de regering om de informatiekanalen open te houden, niet mogen worden opgegeven. De mogelijkheid is reëel dat er in Vietnam en Cambodja nog veel meer overlevenden aanwezig zijn. Hopelijk zullen we van de overlevenden van vandaag iets horen dat een nieuw licht op het probleem werpt.'

Ze zag Dax binnenkomen en naast Parker op de rij stoelen voor de ramen plaats nemen. Hij knikte vrijwel onmerkbaar en uit dat kleine gebaar putte ze kracht.

Zoals beloofd begon generaal Vanderslice op tijd. De teruggekeerden namen plaats achter de tafel. Bill Allway in het midden, Betty op een extra stoel schuin achter hem.

Het spervuur van vragen begon; de daaropvolgende twee uur werden de mannen in een dozijn talen ondervraagd. Men kwam te weten dat tien van hen gezamelijk uit een krijgsgevangenkamp waren ontsnapt en de andere zestien hadden opgepikt over een periode van een jaar. In de daaropvolgende paar maanden waren drie van de orginele groep overleden. Hun namen werden voorgelezen en plichtsgetrouw genoteerd. De verhalen die ze vertelden, waren ongelooflijk. Wat ze hadden overleefd, ging ieder begrip te boven. Hoe meer de toehoorders te weten kwamen, hoe geschokter ze werden.

Voor hij een eind maakte aan de persconferentie, kondigde generaal Vanderslice aan dat de mannen hadden toegestemd in nog een interview de volgende ochtend. Iedereen stond op. De soldaten verlieten het vertrek onder applaus.

Keely wachtte tot de menigte wat was uitgedund voordat ze op stond om weg te gaan. Net toen ze haar lichte regenjas aantrok, kwam Parker op haar toe. Dax liep naast hem. 'Mrs. Williams, wilt u Mr. Devereaux en mij het plezier doen van uw gezelschap aan het diner?' vroeg hij beleefd.

Zou ze? De oudere afgevaardigde wist niet dat hij dienst zou doen als chaperon, dat zijn aanwezigheid Dax en haar zou beschermen tegen speculaties en wantrouwen.

Net wilde ze de uitnodiging aannemen, toen een marinier op hen toekwam en salueerde. 'Neem me niet kwalijk, Mrs. Williams. Mrs. Allway vraagt naar u. Ze wil met u praten over de mannen die nog in het ziekenhuis liggen.'

Keely's hart maakte een sprongetje. Zou het nu gebeuren? Was het een schot in het donker? Wist Betty...

'Ik kom eraan,' stamelde ze tegen de marinier. Zich weer tot Dax en Parker wendend, zei ze: 'Neem me niet kwalijk, maar...'

'U hoeft zich niet te verontschuldigen, Mrs. Williams. Misschien betekent het nieuws over uw man,' zei Parker.

Ze vermeed Dax' ogen en volgde de marinier de kamer uit en een sombere gang door naar een verlaten kantoor. Aanvankelijk was ze onder de indruk van de stilte. De hele dag hadden haar oren zich aangepast aan lawaai; de stilte die haar oren nu streelde, was welkom. Haar begeleider liet haar alleen.

Aan de andere kant van het lege kantoor ging de deur open. Betty en haar man kwamen binnen. Ze keken elkaar even aan, over de bureau's heen. Het volgende moment rende Keely op hen toe en sloeg ze haar armen om Betty heen.

'Ik ben zo vreselijk blij voor je, Betty.'

'Keely, Keely,' zei Betty in haar oor. 'Het spijt me, ik zou niet zo gelukkig mogen zijn...'

'Natuurlijk wel.' Keely maakte zich iets los en keek in het bezorgde gezicht van de oudere vrouw. 'Je moet in de wolken zijn en dat ben je ook, heb ik vandaag gezien.' Ze wendde zich tot de hologige man naast Betty.'Dag, Bill,' zei ze. 'Ik heb al zoveel over je gehoord. Welkom thuis.' Ze stak haar hand naar hem uit, maar op het laatste moment sloeg ze impulsief haar armen om hem heen. Hij nam er geen aanstoot aan. Ze voelde dat zijn magere armen zich om haar heen sloten.

'Betty heeft me over je verteld en over je werk voor de vermisten. Ik wilde wel dat je man bij ons was.'

Keely herinnerde zich waarom ze was gehaald. Zei zocht hun gezichten af, maar zag geen goed nieuws achter het medeleven.

'De mannen in het ziekenhuis...' Ze liet de vraag open.

Betty schudde triest haar hoofd en nam Keely's handen in de hare. 'Het spijt me, Keely, nee, Mark is niet één van hen. Daarom heb ik je laten roepen, zodat Bill en ik even rustig met je konden praten. Ik wist niet of je nog hoop had en wilde je vals optimisme besparen.'

'Keely?' Ze keek zonder iets te zien naar Bill Allway, die haar met zijn kraakstem bij de naam noemde. 'Nadat Betty me over Mark had verteld, hebben we onmiddellijk de anderen ondervraagd of zij iets wisten over een helikopterpiloot met die naam. Daarbij hebben we de datum genoemd waarop hij is neergestort en elk ander detail dat zou kunnen helpen. Niemand wist iets. De soldaten die in het ziekenhuis liggen, zijn natuurlijk nog niet ondervraagd.'

Keely wendde hen de rug toe, liep naar het raam en keek uit over de contouren van Parijs, die in de schemering werden verlicht. 'Dank je. Ik vind het bijzonder attent van jullie. Gezien het feit dat jullie elkaar in geen vijftien jaar hebben gezien, stemt het me nederig dat jullie in die paar uur samen zoveel tijd hebben besteed aan Mark en mij. Dank je,' herhaalde ze.

'Keely...'

Niet in staat nog meer sympathie te verdragen draaide ze zich om en onderbrak ze Betty voor deze verder kon gaan. 'Ik red me wel, echt. Jullie hebben tijd samen nodig, vooruit. Ik red me echt wel, hoe dan ook...' Ze deed een moedige poging het onverschillig te laten klinken. Afgevaardigde Parker heeft me voor het diner uitgenodigd.' Ze vertrok haar lippen in wat hopelijk een glimlach was. In het vervagende licht van het kantoor moest ze er de Allway's mee voor de gek kunnen houden.

'Als je zeker weet...' zei Betty aarzelend.

'Heel zeker. Ga nu maar.'

'We zien je morgen wel weer,' zei Bill.

'Natuurlijk. Dag.'

Ze verdwenen door de deur waardoor ze waren binnen gekomen. Keely was weer alleen, meer dan ze ooit in haar leven was geweest.

Ze had het gevoel bezig te zijn op een emotionele trampoline, en dat haatte ze. Ze wilde gelukkig zijn voor de Allway's. Dat was ze ook, maar tegelijkertijd was ze jaloers dat Betty's vonnis erop zat.

Was dat trouwens wel zo? Hoe zou het huwelijk van de Allway's nu zijn? Konden ze, na veertien jaar scheiding, doorgaan waar ze gebleven waren? Nu ze hen samen had gezien, achtte Keely hun kansen hoog.

Maar hoe zat het met haar en Mark? Hoe zou zij zich vandaag hebben gevoeld als ze was opgeroepen om een man te ontmoeten, een man die ze niet kende, een man aan wie ze wettelijk door een huwelijk was verbonden maar met wie ze geen binding meer had. Zouden bij de eerste aanblik al haar gevoelens van liefde zijn teruggekomen? Zou ze zich in zijn armen hebben geworpen? Of zou het haar bang hebben gemaakt dat deze vreemde haar man was - deze vreemde die ze niet herkende omdat alle sporen van jeugd en uitbundigheid waren weggesneden, als door het mes van een chirurg. Betty was jaren in het voordeel. Had haar man als man leren kennen voordat hij de oorlog inging. Kende zijn karakter door en door. Haar en Mark was die luxe niet gegund geweest.

De muren van het kantoor leken op haar af te komen. Ze verliet het, meed de menigte in de hal en ging weg door een andere deur. Ze keek rond om te zien waar ze was en liep in de richting van de Champs Elysées. Het was hier een getoeter van jewelste vanwege het eeuwige spitsuur; de trottoirs waren overvol. Keely zocht zich een weg door de menigte en nam er aanstoot aan dat dit gewoon een werkdag was geweest voor zoveel mensen. Sommigen hadden geen andere zorg dan wat ze die avond zouden eten en of ze vanavond nog of pas morgenochtend naar de stomerij zouden gaan.

De Place de la Concorde was vol lachende toeristen en Parijzenaars die daar niet tegen konden. Al duwend vroeg ze zich af hoe vaak de ingang van de Tuilerieën was gefotografeerd. Het wereldberoemde plein met de obelisk in het midden trok echter slechts even haar aandacht. Haar gedachten waren elders.

De Pont de la Concorde bracht haar over de Seine naar de linkeroever. Tijdens het oversteken gleed één van de rondvaartboten onder de brug door. Ze zag hem niet eens, ze liep maar.

Op de boulevard Saint-Germain bleef ze op een kruising staan om te wachten op een opening in de verkeersstroom. Ze kreeg het er benauwd van dat de man naast haar haar fascinerend bleek te vinden en haar gebrek aan kennis van het Frans dat hij in haar oor fluisterde, niet ontmoedigend vond. Hij kwam dichterbij, zodat hij haar bijna van het trottoirband duwde. Ze hervond haar evenwicht en schonk hem een geërgerde blik, die hij glimlachend opvatte als een uitdaging.

Met dom vertoon van dapperheid rende ze vlak voor een touringcar de straat over. Eenmaal aan de andere kant was ze er dankbaar voor dat ze zowel aan een plotselinge dood als aan de amoureuze attenties van de Fransman was ontsnapt. Een paar blokken verderop deed eindelijk de opgekropte vermoeidheid zich gelden. Ze ging op een bank op het trottoir zitten en keek zonder iets te zien verslagen voor zich uit. Ze wilde met rust gelaten worden, onzichtbaar zijn, in rook opgaan. Ze was alle problemen beu.

De opdringerige stem drong weer door; ditmaal ging haar vurige achtervolger zelfs vlak naast haar op de bank zitten. Ze was blij dat haar kennis van de taal beperkt was. Zijn toon was suggestief. Ze schudde heftig haar hoofd en probeerde weg te schuiven, maar zonder succes.

Een tweede stem, in het Frans en dit keer brommerig en dreigend, klonk achter haar. De opdringerige man sprong overeind, maakte een sussend gebaar met zijn handen en vluchtte alsof de duivel hem op de hielen zat.

Ze keek op en zag Dax achter zich staan. Hij zei niets, liep om de bank heen en kwam naast haar zitten. De glimlach vol begrip, de zwarte ogen die zoveel zeiden, de zekerheid die hij vertegenwoordigde, waren haar te veel.

Ze viel tegen hem aan. Zijn armen openden zich om haar te ontvangen en haar hoofd tegen zijn borst te drukken.