18

Jack schrok wakker. Zijn hart bonkte hevig. Hij zat midden in een gewelddadige droom. De beelden leken zo echt dat ze moeilijk af te schudden waren. Benny’s vader, meneer Hogan, stond bovenaan de steengroeve de zwarte Morris Minor van dokter Foley over de rand te duwen.

Meneer Hogan had roodgloeiende kolen waar zijn ogen zouden moeten zitten. Hij lachte terwijl de auto naar beneden tuimelde en met een klap op de bodem van de groeve sloeg.

De klap had Jack gewekt.

Hij lag te hijgen.

Naast hem lag Nan in alle onschuld te slapen, haar handen gevouwen onder haar gezicht, een glimlachje om de lippen.

Ze sliepen in het huisje van Eve, waar hij vlak na Kerstmis al eens op een feestje was geweest.

Ze hadden een plek nodig om heen te kunnen gaan, had Nan gezegd. Dit was een volmaakt veilige plek. Er kwam bijna nooit iemand langs. De sleutel lag verstopt bij het muurtje.

Nan was geweldig geweest. Zo nuchter en praktisch. Ze zei dat ze een spiritusbrander mee moesten nemen en misschien hun eigen lakens en handdoeken.

Jack zou daar nooit aan gedacht hebben. Ze zei dat ze de gordijnen stijf dicht moesten houden en dat ze de auto niet open en bloot op het plein konden zetten, omdat iemand hem zou kunnen herkennen. Er was een goed plekje achter de bushalte, waar hij vrijwel niet opviel.

Ze moest van nature heel oplettend zijn.

Ze zei dat ze nooit had gedacht dat ze zo hevig naar iemand zou kunnen verlangen.

Hij had zich natuurlijk nogal zorgen gemaakt, maar volgens haar zou het allemaal wel goed komen. De andere keuze was om gewoon door te gaan met elkaar op te vrijen en het daarbij te laten. Nee, zij wilde hem helemaal en oprecht liefhebben. Het was zo heerlijk geweest vergeleken met dat meisje in Wales, met wie het zo haastig en klungelig en onbevredigend ging. Het was magie om Nans prachtige lichaam in zijn armen te houden. Ze leek alles even lekker te vinden als hij.

De eerste keer moest voor haar toch vreselijk zijn geweest, maar ze had niet geklaagd. Wat hem nog het meeste opwond, was haar onbewogen uiterlijk als ze elkaar bij een college tegenkwamen. De afstandelijke Nan Mahon die er zo fris en onbedorven uitzag, was dezelfde die zich ’s nachts aan hem vastklampte en hem in een extase bracht zoals hij zich in zijn stoutste dromen nog niet had kunnen voorstellen.

Het was deze week al hun derde bezoek aan het huisje. Hij had nog steeds niets tegen Benny gezegd. Hij wist ook echt niet wat hij moest zeggen.

Er zou op school een passiespel worden opgevoerd. Heather wilde eraan meedoen.

‘We hebben je broer beloofd dat we jou buiten het godsdienstonderwijs zouden houden,’ legde moeder Francis uit.

‘Maar dit is geen godsdienst. Dit is kunst. Het is gewoon een toneelstuk,’ smeekte Heather.

Het was een oefening in spiritualiteit, bedoeld om de kinderen een idee van de paasboodschap te geven door het Lijden van de Heer na te spelen. Moeder Francis zuchtte.

‘Goed, wie gaat het uitleggen aan je broer? Doe jij dat of moet ik het doen?’

‘Ik denk niet dat we hem daarmee moeten lastig vallen. Hij heeft er het liefst zo min mogelijk mee te maken. Mag ik Hitler zijn, alstublieft, moeder, alstublieft!’

‘Wie wil je zijn?’

‘Eh... Pontius Pilatus. Ik was in de war...’

‘Dat zien we nog wel. Maar ik moet er toch echt eerst met meneer Westward over spreken.’

‘Daar is het te laat voor,’ zei Heather triomfantelijk. ‘Hij is vandaag naar Engeland vertrokken. Naar Hampshire. Om een vrouw te zoeken.’

Mossy Rooney was achter de winkel van Hogan aan het opruimen en wist de verwaarloosde achterplaats het aanzien te geven alsof hier altijd al een tuin was gepland. Benny en haar moeder kwamen eenstemmig tot de conclusie dat hier bloemen en heesters moesten komen.

Mossy zei dat ze er misschien een soort terrasje konden maken. De tuin lag heerlijk rustig en beschut.

Patsy had gezegd dat als mevrouw ook maar een greintje verstand had, ze hun huis verkocht en boven de winkel ging wonen. Er was daar ruimte zat en waarom zou ze in haar eentje blijven rommelen in een huis dat veel te groot voor haar was geworden?

Als ze boven de winkel woonde, kon Patsy met gemak langskomen en de dagelijkse klusjes doen. Het zou veel minder zwaar en tijdrovend zijn dan werken in een groot huis waar niemand woonde. Annabel Hogan had het tegenover zichzelf eerder nog niet toegegeven, maar terwijl ze met Benny de fuchsia’s water stond te geven – Eve had erop aangedrongen dat ze die planten weghaalden bij haar huisje – begon ze te onderkennen dat het wellicht de verstandigste beslissing was.

In zekere zin zou het prettig zijn om alleen de trap op te hoeven lopen om thuis te zijn. Of om tussendoor even op de sofa te kunnen gaan liggen.

Gelukkig had ze nog tijd genoeg om daarover na te denken. Voor het moment had ze al zoveel om handen.

Benny had ervoor gewaakt dat de eerste verdieping, de opslagruimte waar ze het geld in de naaimachine hadden gevonden, niet een plek werd waar ze niet wilden komen. Beetje bij beetje gooide ze weg wat weg kon. Heel geleidelijk begon ze spullen van hun eigen huis over te brengen. Stilletjes waren Patsy en zij bezig die grote ruimte te veranderen in een zitkamer waar het beslist prettig zou zijn om de avond door te brengen. Ze namen een radio mee en behielden een paar oude stoelen waar de springveren niet uitstaken. Ze poetsten een verwaarloosde oude tafel op en legden er een kleedje over. Al snel aten ze er tussen de middag. Shep was vaker langs het paadje achter de winkel aan het snuffelen en aan het rollen in de achtertuin, die hij als zijn eigen domein beschouwde, en zat vaker in de winkel dan dat hij zich ophield in het verlaten huis van zijn oude baas.

Al snel begon iedereen zich thuis te voelen boven de winkel.

Het zou nu niet lang meer duren voor Benny zich vrijer kon opstellen tegenover Knockglen en haar moeder.

Dekko Moore informeerde bij dokter Johnson of hij iets wist van de kans dat mevrouw Hogan afstand van haar huis wilde doen.

Er kwamen bij Dekko zo vaak klanten – mensen uit grotere plaatsen die bulkten van het geld – met de vraag of er huizen in een bepaalde stijl te koop waren of op afzienbare termijn te koop zouden worden aangeboden.

‘Gun haar nog een paar maanden de tijd,’ zei dokter Johnson. ‘Ik verwacht dat ze tegen het eind van de zomer hun intrek wel boven de winkel hebben genomen, maar je kunt Annabel Hogan beter niet opjagen.’ Dekko zei dat het buitengewoon was wat er al aan veranderingen had plaatsgevonden. Hij was onlangs in de winkel geweest om een paar sokken te kopen, maar hij had er handenvol geld uitgegeven.

Nan en Jack renden over het pad langs de steengroeve terug naar het plein. De Morris Minor stond verdekt opgesteld achter de bushalte. Opnieuw smaakten ze het geluk dat er niemand in de buurt was. Het was pas half zeven ’s morgens. De auto startte vlekkeloos en daar gingen ze weer op weg naar Dublin.

‘Er komt een ochtend datie niet start en dan zijn we erbij,’ zei Jack. Hij streelde haar hand.

‘We zijn erg voorzichtig. Wij worden heus niet betrapt,’ zei ze. Ze keek uit het raam, naar de akkers en boerderijen die voorbijgleden.

Hij zuchtte en overdacht de nachten en vroege ochtenden die ze tot nu toe in Eve Malone’s kleine bed hadden doorgebracht.

Maar een deel van hem voelde zich bijna ziek bij de gedachte aan het risico dat ze namen. Eve zou hen vermoorden als ze merkte waar haar huisje voor werd gebruikt. Knockglen was een dorp. Iemand moest hen vroeg of laat zien. En Knockglen was meer dan zomaar een dorp. Het was de woonplaats van Benny.

Benny.

Hij probeerde haar uit zijn gedachten te bannen. Het was hem gelukt haar de afgelopen weken alleen in het gezelschap van anderen tegen te komen, sinds die stormachtige affaire met Nan was begonnen. Hij geloofde niet dat Benny er iets van had gemerkt. Hij zorgde steeds dat hij met Bill, Aidan of Johnny was of desnoods vroeg hij mensen die hij nauwelijks kende of ze erbij kwamen zitten.

Ze gingen nooit met zijn tweeën naar de film. Op de hardbevochten avonden dat Benny in Dublin kon blijven, zorgde hij ervoor dat ze met een groepje waren. Hij probeerde Nan daarbuiten te houden, maar soms nam Benny haar mee.

Nan had gezegd dat ze precies begreep wat hij bedoelde met zijn opmerking dat wat er tussen hen gebeurde niets te maken had met Benny en Jack. Het waren twee gescheiden werelden.

Ja, dat had hij gezegd in het vuur van het liefdesspel, maar wanneer hij Benny’s vertrouwde gezicht zag en moest lachen om haar grapjes, wanneer ze op een ijskoude middag langskwam om naar hem te kijken op de training, wanneer ze Carmel aanbood om met de sandwiches te helpen, wanneer hij besefte dat hij eigenlijk met haar alleen wilde zijn en haar wilde aanraken op de manier waarop hij Nan aanraakte, dan raakte hij in de war.

Het was makkelijk gezegd dat er twee gescheiden werelden bestonden. Maar in het echte leven kon je twee werelden helemaal niet zo makkelijk gescheiden houden.

Nan moest veel volwassener zijn dan andere meisjes als ze kon accepteren dat wat Jack voor haar voelde enkel een enorme, haast overweldigende hartstocht was. Dat gevoel had alles te maken met begeerte en weinig met iets samen delen. Ze praatten weinig in de auto, terwijl hij met Benny altijd honderduit sprak.

Jack voelde zich steeds nerveuzer worden. Naarmate ze Dublin naderden werd het verkeer op de weg drukker. Nan vertelde hem nooit iets over haar familie.

‘Hoe komt het dat je de hele nacht weg mag blijven?’ vroeg hij.

‘Hoe komt het dat ze dat bij jou thuis goedvinden?’ was haar tegenvraag.

Het antwoord was simpel. Omdat hij een jongen was. Hem kon niets ergs overkomen, zoals zwanger worden.

Maar dat zei hij niet. Dat durfde hij niet – uit beleefdheid en uit bijgeloof.

Nan zag het boerenland overgaan in industrieterreinen en vervolgens in buitenwijken. Ze waren bijna thuis. Ze zou hem vragen haar op de hoek van Maple Gardens af te zetten. Zodra zijn auto uit het zicht was verdwenen, zou ze de bus pakken.

In alle vroegte kwam ze dan op de universiteit aan, om zich voor te bereiden op de colleges.

Niet dat ze daar zin in had. Maar ze kon niet naar huis. Haar vader verkeerde in de veronderstelling dat ze bij Eve Malone in Dunlaoghaire logeerde in plaats van stiekem in Eves huisje in Knockglen de nacht door te brengen.

Haar moeder zou in de war raken en zich grote zorgen maken. Laat Jack maar gewoon naar huis gaan, waar een warm bad en schone overhemden op hem wachtten en waar een lichtelijk verbaasde moeder en dienstmeid hem een ontbijt van bacon en gebakken eieren zouden voorzetten. Voor hem was de wereld zorgenvrij, met een minnares en een geduldige liefhebbende vriendin. Als je de boeken mocht geloven, was dat waar alle mannen van droomden.

Nan knauwde op haar onderlip tijdens het zwijgzame laatste deel van hun rit. Ze zou het hem binnenkort moeten vertellen. Ze zag geen andere oplossing.

Diezelfde avond lag ze in bed de verschillende mogelijkheden af te wegen. Dit was de enige die misschien iets op kon leveren.

Ze wilde niet over Benny nadenken. Jack had gezegd dat Benny zijn zaak was. Ze stond volledig buiten wat er tussen hen beiden gebeurde. Nan geloofde dat maar half. Maar hij had gezegd dat het zijn taak was om dat af te handelen. Ze had al genoeg om zich zorgen over te maken. Er was niemand die ze in vertrouwen kon nemen, want niemand zou goedkeuren wat ze van plan was. Voor de tweede keer binnen een maand zou ze een man gaan vertellen dat ze zwanger was. Het gaat nu eenmaal oneerlijk toe in het leven, maar de tweede, die geen morele verplichting had of verantwoordelijk was, zou naar alle waarschijnlijkheid doen wat de eerste had nagelaten.

De moeder van Mossy zei dat mei een goede maand was om te trouwen. Paccy Moore zei dat ze de ruimte achter zijn winkel mochten gebruiken voor de receptie. Zijn zuster Bee was immers bruidsmeisje en Patsy had zelf geen huis.

Zo had Patsy het zich niet voorgesteld. Dat de gasten door de winkel van de schoenlapper binnen moesten komen. Maar het was of dat of meteen maar toegeven dat ze zelf totaal niets had in te brengen en iedereen in het huis van haar schoonmoeder te vragen.

Ze had het liefst de gasten in huize Hogan willen ontvangen, maar daar zag het niet naar uit. Meneer was pas vier maanden geleden gestorven. Mevrouw en Benny waren zo druk in de weer boven de winkel dat er weinig tijd en energie voor Patsy overbleef. Ze had haar bruidsjapon besteld bij Peggy Pine. Ze was al vanaf Kerstmis bezig met afbetalen.

Clodagh vertelde Benny over wat Patsy het liefst wilde. ‘Het is misschien onmogelijk en ik wil helemaal niet zeggen dat jullie het moeten doen, maar het is alleen dat je het nu weet en het niet pas achteraf hoort.’

Benny was erg blij dat ze het te horen had gekregen. Het was niet erg aardig van hen dat ze er zelf niet op waren gekomen. Ze hadden aangenomen dat alles door de familie van Mossy werd bedisseld en de gedachte was niet opgekomen om zelf ook iets voor te stellen.

Patsy’s vreugde kende geen grenzen. Zo, die kon Mossy’s moeder in haar zak steken! Met graagte ging ze de uitnodigingen laten drukken. ‘Hoe staat het met jouw liefde?’ informeerde Clodagh. ‘Ik dacht dat hij hier gistermorgen was.’

‘God, ik wou dat het waar was. Het lijkt me dat het goed gaat. Hij zoekt me altijd op en stelt het een of ander voor, maar er zitten altijd honderden mensen bij.’

‘Nou ja, dat betekent niets dan goeds. Hij wil je zijn vrienden laten zien. En hij heeft tenminste vrienden. Die halvegare aan de overkant heeft niet eens vrienden, behalve dan de lui die hem flipperkasten en jukeboxen willen verkopen. Toch zou ik zweren dat ik hem bij Dessie Burns heb zien tanken.’

‘Wie? Fonsie?’

‘Nee, die kerel van jou. Laten we maar aannemen dat er in de wereld heel wat knappe studenten zijn die hun Morris Minor vol laten gooien.’

‘Meneer Flood is niet de enige meer die visioenen heeft,’ zei Ben ny de volgende dag tegen Jack. ‘Clodagh denkt dat ze jou laatst zag tanken in Knockglen.’

‘Zou ik naar Knockglen komen zonder jou op te zoeken?’ vroeg hij.

Wat een belachelijke vraag. Daar hoefde hij toch geen antwoord op te geven? Ze had het alleen gezegd om hem te laten merken dat hij zelfs in haar dorp al iemand was, dat ze hem kenden.

Hij schepte adem en dacht aan de schok die Nan en hij hadden gekregen toen ze zagen dat de benzinemeter op nul stond. Ze hadden daar ter plekke moeten tanken. Ergens anders was zo vroeg op de morgen niets open.

Daar waren ze toch bijna gesnapt. Hij zou het Nan niet vertellen en hoopte maar dat Benny dat ook niet deed.

Sean Walsh maakte zijn vroege-ochtendwandeling. Hij werd vergezeld door de twee onooglijke terriërs waar hij voortaan het huis mee zou delen. Ze waren minder kefferig en vervelend als ze tijdens een zware ochtendexercitie werden afgemat.

Hij keek niet langer met afgunst en verlangen naar de huisjes die hij passeerde.

Het was allemaal veel beter afgelopen dan hij had durven dromen. Dorothy was een vrouw uit duizenden.

Uit het huisje van Eve Malone zag hij twee figuren tevoorschijn komen. Het felle ochtendlicht scheen in zijn ogen en hij kon niet zien wie het waren.

Ze liepen hand in hand, bijna op een holletje, het pad af dat naar het plein leidde. Hij keek hen na. Ze kwamen hem ergens bekend voor. Of verbeeldde hij zich dat maar? Het zouden wel mensen uit Dublin zijn die het huisje hadden geleend of gehuurd.

Maar waar gingen ze heen?

Het was veel te vroeg voor de bus en op het plein stonden geen auto’s geparkeerd.

Het was raadselachtig en dat was iets waar Sean Walsh helemaal niet van hield.

Lilly Foley onderhield haar man over Jack.

‘Drie nachten in de afgelopen week en deze week weer drie, John. Je zult er iets van moeten zeggen.’

‘Hij is een volwassen vent.’

‘Hij is twintig. Dat is niet volwassen.’

‘Hoe dan ook, hij is geen kind meer. Laat hem toch. Als hij niet wordt opgesteld in het team of zakt voor een tentamen, dan wordt het tijd om hem aan te spreken.’

‘Maar met wie gaat hij eigenlijk om? Is het steeds hetzelfde meisje of telkens een ander?’

‘Wat voor meisje het ook mag zijn, aan de kilometerteller te zien is het in ieder geval niet in de buurt.’ Jacks vader lachte ondeugend.

Hij had een benzinebonnetje uit Knockglen gevonden. Het moest die forse meid zijn, die Benny Hogan. Dat wist hij eigenlijk wel zeker. Maar waar gingen ze in godsnaam naar toe? Haar vader was overleden, maar haar moeder was zwaar op de hand. Die zou Jack nooit ’s nachts bij haar over de vloer laten.

Heather belde Eve op. ‘Wanneer kom je naar huis? Ik mis je.’ Eve voelde zich gevleid.

Ze zei dat ze gauw naar huis zou komen, volgend weekend of het weekend daarop.

‘Het hoeft toch niet per se in een weekend te zijn.’

Tja, daar had Heather best gelijk in. Dat hoefde helemaal niet.

Ze kon elke middag gaan en staan waar ze wou. Ze kon samen met Benny de bus nemen. Dan zou ze bij moeder Francis en de zusters thee kunnen gaan drinken en daarna met Heather naar het huisje gaan. Ze zou uit de eerste hand kunnen horen hoe het met het passiespel stond. Ze kon Benny’s moeder opzoeken en de veranderingen bij Hogan’s Herenmode bewonderen. Tot ’s avonds laat kon ze bij Mario zitten. Er was de laatste tijd van alles te doen in Knockglen. Misschien kon ze morgen gaan, maar dan zou ze eerst aan Benny vragen of zij niet toevallig die avond in de stad bleef. Het was niet leuk om haar mis te lopen. Benny zei dat ze niet naar het laatste college ging, zodat ze de bus van drie uur konden nemen. Dan hadden ze wat meer tijd. Ze aten een broodje ineen tent waar de jongens graag kwamen, omdat ze het er niet zo nauw namen met het ‘heilige uur’.

Aidan, Jack en Bill waren er. Rosemary was langsgekomen om geld te lenen. Ze ging haar haar laten doen bij een dure kapper. Tom, de student medicijnen die ze op het oog had, was moeilijker te veroveren dan ze had verwacht. Het werd tijd om zwaardere middelen in de strijd te gooien, zoals nieuwe kapsels.

Niemand had zin om naar college te gaan, maar Eve en Benny sloegen het aanbod af om te gaan flipperen in de speelhal.

‘Ik moet de bus halen,’ zei Benny.

‘Vaarwel, Assepoester.’ Jack wierp haar een kushandje toe. Hij keek haar met een warme blik aan. Ze moest wel gek zijn om zich ongerust over hem te maken.

Benny en Eve gingen de kroeg uit.

Aidan zei dat volgens hem die twee de hele avond aan de zwier zouden gaan en tot zonsopgang bij Mario gingen swingen.

‘Wat?’ Jack verslikte zich.

Hij had niet begrepen dat Eve naar haar huisje ging. Hij had om zes uur met Nan afgesproken in de haven. Ze planden een reis naar precies dezelfde plek.

Nan Mahon stapte stevig door op weg naar de rivier. Haar weekendtas bevatte de gebruikelijke lakens, slopen, kandelaars en etenswaar voor ’s avonds en ’s ochtends. Jack nam alleen de primus en iets te drinken mee.

Nan had ditmaal zelf ook maar een fles wijn ingepakt. Daar zouden ze wel behoefte aan hebben. Vanavond ging ze het hem vertellen.

Heather was dolblij om Eve te zien. Toen Eve de aula binnenkwam, begon Heather opgewonden te roepen. Er was een repetitie van het passiespel aan de gang en ze droeg een laken. Heather Westward speelde Simon van Cyrene, de man die Christus het kruis hielp dragen.

Een paar weken terug zou zoiets in Knockglen nog voor volmaakt onmogelijk zijn gehouden.

‘Kom je me toejuichen als het echt wordt opgevoerd?’ wilde Heather weten.

‘Ik denk niet dat toejuichen precies is wat moeder Francis in gedachten heeft.’

‘Maar ik ben een van de goeien. Ik help Hem. Ik kom naar voren om Zijn last te verlichten,’ zei Heather.

‘Goed. Ik kom je beslist aanmoedigen.’

‘Mooi zo. Want ik heb hier veel minder familie dan de an deren.’

Eve beloofde nogmaals erbij te zullen zijn als het passiespel werd opgevoerd. Ze zou Aidan misschien wel meebrengen, dan had Heather twee fans in de zaal. Eve Malone wist maar al te goed wat het betekende om het enige meisje van de school te zijn dat niemand heeft die speciaal voor jou komt applaudisseren bij toneeluitvoeringen. Dat was al die jaren haar eigen lot toen ze op St. Mary zat.

Ze liet Heather achter bij de repetitie en zei dat ze haar straks in het huisje zou zien. Het werd tijd om met moeder Francis te gaan praten. Eve zei dat ze koffie wilde gaan drinken in Healy’s Hotel, om Dorothy en Sean, het liefdespaar van de eeuw, eens van dichtbij te bekijken. Moeder Francis vond het niet gepast om daar grapjes over te maken. Iedereen hield zich in en Eve moest maar hetzelfde doen.

Het was toch vele malen beter afgelopen dan iemand had durven hopen, zei moeder Francis streng. Eve begreep dat de non iets moest weten of in ieder geval vermoeden van het geheim dat Benny aan haar had toevertrouwd, over het geld dat ontvreemd was en de verschrikkelijke confrontatie die daarop volgde.

Maar daarover konden ze natuurlijk niet praten zonder Benny’s vertrouwen te schaden.

Eve zat in haar huisje wat rond te kijken en te wachten tot Heather het pad op kwam rennen.

Er was hier iets veranderd. En dat was niet alleen de manier waarop de dingen waren neergezet. Moeder Francis kwam hier vaak, om te poetsen en stof af te nemen. Soms zette ze dingen niet precies op dezelfde manier neer. Maar dit was iets anders.

Eve kon niet zeggen wat er mis was. Ze had gewoon het gevoel dat hier iemand anders binnen was geweest. Iemand die hier gelogeerd, hier gekookt had. In haar bed had geslapen. Ze gleed met haar hand langs het fornuis. Het leek niet gebruikt. Haar bed was opgemaakt op de manier zoals ze het op school had geleerd.

Eve huiverde. Ze begon zich dingen in te beelden. De spookverhalen die in het dorp de ronde deden over haar huis moesten vat op haar hebben gekregen. Belachelijk, op een lichte middag in april.

Ze vermande zich en ging het vuur aanmaken. Heather zou binnen vijf minuten na aankomst al om eten beginnen te zeuren.

Aan het begin van de avond zag Eve in Healy’s Hotel toch Sean Walsh. Hij droeg een donker pak.

‘Mag ik de eerste zijn om je te feliciteren?’ zei ze.

‘Dat is buiten gewoon attent van je, Eve.’

Eve informeerde beleefd wanneer ze van plan waren om te trouwen. Met alle voorkomendheid betoonde ze zich geïnteresseerd in de uitbreidingsplannen voor het hotel en in de huwelijksreis, die onder meer naar het Vaticaan en de Italiaanse meren zou leiden. Ze vroeg of mevrouw Healy in de buurt was, zodat ze haar persoonlijk kon gelukwensen.

‘Dorothy ligt te rusten. De vooravond is daar voor haar het aan gewezen uur voor,’ zei Sean op een toon alsof hij in het museum de leefgewoonten beschreef van een reeds lang uitgestorven dier.

Eve hield haar hand voor haar mond om opkomende proestgeluiden tegen te houden.

‘Ik zag dat je je bezit te gelde maakt,’ zei Sean. Eve keek hem niet-begrijpend aan.

‘Dat je je huisje aan mensen verhuurt.’

‘Dat doe ik helemaal niet,’ zei ze.

‘O, neem me niet kwalijk.’

Ze vermoedde dat hij probeerde het gesprek in zo’n richting te sturen dat hij kon vragen of ze het aan hem wilde verhuren of aan iemand die hij kende.

Walging steeg in haar keel omhoog. Ze vond dat dit in de kiem moest worden gesmoord. Sean Walsh mocht geen enkele hoop koesteren dat haar huisje te huur was, voor wie dan ook.

‘Het spijt me dat ik me zo scherp moet uitdrukken, Sean. Verhuur ligt totaal niet in mijn plannen. Ik hou dat huisje voor mijzelf en voor mijn vrienden.’

‘Je vrienden. Precies,’ zei hij.

Ineens wist hij wie bij Eves huisje waren geweest. Die ene was dat blonde meisje dat hij een paar keer eerder had gezien. Hij was haar laatst in Dublin nog tegen het lijf gelopen toen ze uit de bus naar Knockglen stapte.

En de man. Natuurlijk herinnerde hij zich wie dat was. Dat was Benny’s vriend. De dokterszoon.

Dus die romance had niet lang geduurd. Er was opvallend weinig gesproken over het feit dat het afgelopen was.

Hij glimlachte traag. Er school iets in waardoor Eve zich heel onprettig voelde. Dat was de tweede keer vandaag dat ze kippenvel kreeg. De zenuwen namen kennelijk bezit van haar. Aidan had gelijk. Eve Malone was een neurotisch wezen. Ze voelde een overweldigende aandrang om zo snel mogelijk uit de buurt te komen van Sean Walsh.

Ze sprong op en haastte zich naar buiten.

‘Breng mijn gelukwensen maar over aan mevrouw Healy.’ Ze had Dorothy willen zeggen, maar dat woord wilde niet over haar lippen komen.

Het verkeer zat vast bij de haven. Jack zag Nan staan, maar slaagde er niet in haar aandacht te trekken. Ze stond tegen een muur geleund en tuurde over de rivier de Liffey. Ze leek mijlenver verwijderd.

Uiteindelijk lukte het hem door toeteren en roepen om tot haar door te dringen. Ze manoeuvreerde handig tussen de vastgelopen auto’s door. Wat was ze mooi en wat was het moeilijk om die nachten met haar te weerstaan. Vanavond moest hij evenwel weerstand zien te bieden. Zijn hart stond zowat stil bij de gedachte hoe dicht ze bij ontmaskering waren geweest. In de toekomst moesten ze iedere keer tot op het bot nagaan of Eve niet toevallig doordeweeks een keer naar huis ging.

Het was beangstigend genoeg geweest toen ze een tijdje terug die man met zijn terriërs hadden gezien, die lange magere vent aan wie Benny zo’n hekel had en om wie zoveel te doen was geweest om hem uit de winkel te krijgen.

Nan wipte snel de auto in en zette haar weekendtas op de achter bank. ‘Er is iets tussengekomen,’ zei hij. ‘Laten we iets gaan drinken en erover praten.’

Dat was altijd iets waar Benny om moest glimlachen, om die zin. Nan hoorde hem voor het eerst.

‘Hoezo?’

‘Omdat we er niet heen kunnen. Eve is thuis.’

‘Verdomme!’ Ze reageerde buitengewoon geïrriteerd.

‘Het is een geluk dat we het ontdekt hebben.’ Hij wilde gefeliciteerd worden met het wonderbaarlijke toeval dat Aidan het tegen hem had gezegd.

‘Het is dikke pech dat ze uitgerekend vanavond moest uitkiezen om erheen te gaan.’

Het viel Jack op dat Nan haar vriendin Eve nooit bij naam noemde. ‘Nou, het is anders haar huis,’ zei hij lachend.

Nan vond het niet grappig.

‘Ik wilde er vanavond per se heen,’ zei ze. Zelfs met een boos hoofd zag ze er mooi uit.

Toen klaarde haar gezicht op. Ze stelde een alleraardigst hotelletje in Wicklow voor. Het was echt schitterend. Erg stil en de mensen lieten je met rust. Dat was precies de plek die ze nodig hadden.

Jack kende de naam. Het was een tent waar zijn ouders soms gingen eten. Het was er schreeuwend duur. Hij kon zich daar geen verblijf veroorloven en dat vertelde hij haar ook.

‘Heb je een chequeboek?’

‘Ja, maar niet genoeg geld op de bank.’

‘Dat geld regelen we morgen wel. Of ik regel het. Laten we gaan.’

‘En het slapen dan? Nan, we zijn niet getrouwd. Dat gaat niet.’ Hij keek paniekerig.

‘Ze vragen je niet om je trouwboekje.’

Hij keek haar verbaasd aan. Ze veranderde snel van toon.

‘Dat heb ik gehoord van mensen die er wel eens hebben gelo-geerd. Geen enkel probleem.’

Toen ze langs Dunlaoghaire zuidwaarts reden, zagen ze het huis waar Eve en Kit Hegarty woonden.

‘Waarom kon ze in godsnaam vanavond niet daar blijven?’ zei Nan.

Jack bedacht dat de avond dan in elk geval een stuk goedkoper was geweest.

Hij zag er nogal tegenop om een ongedekte cheque uit te schrijven in dat hotel. Hoe moest hij zijn vader en moeder onder ogen komen als het uitkwam?

Hij wenste dat Nan inzag dat ze het vannacht maar beter niet konden doen. Benny zou veel meegaander en begripvoller zijn geweest.

Hij wou dat hij op dit soort momenten niet steeds aan Benny hoefde te denken. Dat was zo verrotte schijnheilig.

Benny en Eve ontmoetten elkaar de volgende ochtend op het plein. Ze zaten in het bushokje te wachten tot Mikey met de bus zou aankomen. ‘Waarom noemen we dit een plein?’ vroeg Eve. ‘Het is eigenlijk niet meer dan een stukje braakland.’

‘Tot die twee jonge tijgers het in handen krijgen. Dan zou het volgende week al een schaatsbaan kunnen zijn,’ lachte Benny.

Het was een waar ding dat Clodagh en Fonsie onvermoeibaar waren in hun pogingen om Knockglen te veranderen. Ze hadden zelfs andere mensen aangepraat dat hun winkels moesten worden verbeterd.

Fonsie was naar Flood gestapt en had gezegd dat hij de letters op de pui in goud zou laten overschilderen als hij zo’n pui had. Meneer Flood, bang dat hij op een of andere manier buiten-spel zou komen te staan als hij achterbleef, had de schilders al de volgende dag laten komen. Clodagh had in de vieze kruidenierswinkel van mevrouw Carroll staan babbelen over de Keuringsdienst van Waren die overal winkels liet sluiten. Het was verbazingwekkend hoe je de dienst om de tuin kon leiden met een likje verf en een grote schoonmaak. Ze deed de hele tijd alsof ze in het algemeen sprak, maar ze durfde er haar hoofd onder te verwedden dat Mossy Rooney morgen al zou worden ingeschakeld, wat inderdaad het geval was.

Clodagh fluisterde Mossy in dat hij ongevraagd haken en hengsels moest aanbrengen voor een luifel. Dessie Burns was luifels van verschillende kleuren canvas aan het inslaan. Clodagh en Fonsie wilden voor elkaar krijgen dat hun dorp er als een regen-boog uitzag als ze klaar waren.

‘Ik denk dat ze gaan trouwen,’ zei Eve.

‘Clodagh zegt van niet. Er zijn al te veel bruiloften op komst, zegt ze. Volgens haar komen die feesten ons binnenkort nog wel de strot uit. Mevrouw Healy met Sean Walsh, Patsy met Mossy. Zelfs Maire Carroll is al met een verloofde uit Dublin komen aanzetten. Wij tweetjes hobbelen overal weer achteraan, zo te zien.’

Al giechelend stapten ze in de bus. Er was niet veel veranderd sinds hun schooltijd.

Rosemary glimlachte de hele tijd. Het nieuwe kapsel had zijn vruchten afgeworpen, zei ze. Benny had haar wat kleingeld geleend. Ze zou het tot op de cent terugkrijgen. Tom was zeer onder de indruk geweest.

‘Het ziet er een beetje geplet uit,’ zei Benny nadat ze het kapsel van alle kanten had bekeken.

‘Ja, goed he?’ zei Rosemary verrukt. ‘Ik moet Jack ook nog wat geld teruggeven. Wil jij dat voor me doen?’

Benny zei dat ze dat zou doen. Ze zag hem toch zo dadelijk in de Annexe.

Sean en Carmel hadden een tafeltje. Benny ging erbij zitten en hield het geld van Rosemary stevig vast, zodat ze niet zou vergeten om het hem terug te geven.

‘Jack heeft je vanmorgen overal lopen zoeken,’ zei Sean. Benny was blij om het te horen.

‘Hij heeft een heel college Latijn voor de deur staan wachten. Hij dacht dat je binnen zat, maar het was een college voor beginners.’

‘Ik ben toch zeker geen beginner,’ zei Benny trots. Zij had een zwaarder programma. Alle letterenstudenten moesten in het eerste jaar Latijn doen. Moeder Francis zou het haar zeer kwalijk hebben genomen als ze wat dat betreft het gemakkelijkste program ma had gekozen.

Bill Dunne kwam bij hen zitten.

‘Ik moest van Jack zeggen dat hij je om één uur bij de hoofdingang ziet,’ zei Bill. ‘Maar als je het mij vraagt, kun je beter niet te dicht bij hem in de buurt komen. Hij heeft zich niet geschoren en ziet eruit als een beer met barstende koppijn. Hij is jou niet waard.’

Benny lachte. Ze voelde zich de koning te rijk als Bill Dunne zulke dingen zei waar iedereen bij was. Het bevestigde op de een of andere manier dat zij Jacks vriendin was.

‘Hij komt dus niet hierheen?’ Ze had naar de deur zitten kijken.

‘Hij ergens heen komen? Ik vroeg zo’n beetje of hij auto’s en dergelijke had geregeld voor het uitstapje naar Knockglen na Pasen. Toen zei-ie dat ik mijn bek moest houden over auto’s, uitstapjes en Knockglen, want anders zou hij hem dichttimmeren.’

Benny wist dat Bill het allemaal overdreef, zodat hij zichzelf de rol van keurige beschaafde figuur kon toebedelen en Jack de rol van schurk.

Omdat dit zo afweek van de werkelijkheid, wist iedereen dat het een grap was. Ze lachte Bill teder toe. Ze wist dat Jack met smart uitkeek naar een geweldig weekend in Knockglen. Het zou nog beter worden dan met Kerstmis.

Iedereen had er al tijden plannen voor zitten maken. Sean had geld opgehaald, een pond hier, een pond daar. Het fonds groeide.

Er zouden festiviteiten zijn in het huisje van Eve, in de winkel van Clodagh en zeer waarschijnlijk ook in enkele vertrekken boven Hogan’s Herenmode. De kamers waren zo groot en met hun hoge zoldering schreeuwden ze werkelijk om een feest. Benny had haar moeder lopen bewerken. De voortekenen leken gunstig.

Ze was blij dat Jack naar haar zocht.

De afgelopen weken hadden ze elkaar alleen in gezelschap gezien. Benny hoopte dat hij samen met haar wilde lunchen, alleen zij tweeën zoals die ene keer, heel lang geleden, bij Carlo’s.

Misschien moest ze hém trakteren op een etentje daar. Ze kon beter eerst afwachten in wat voor stemming hij was. Ze wilde hem niet te veel het vuur aan de schenen leggen.

Bill had gelijk. Jack zag er echt heel slecht uit. Bleek en uitgeput, alsof hij de hele nacht niet had geslapen. Zijn verschijning was nog even knap, misschien zelfs nog knapper dan anders. Hij leek minder een traditionele studentenbink en meer op de hoofdrolspeler in een of andere film of toneelstuk.

Ja, Jack Foley zag er niet uit alsof hij in een reële situatie zat.

Hij praatte ook niet alsof hij werkelijk deel had aan zijn eigen situatie. ‘Benny, ik moet je spreken. Waar kunnen we rustig zitten. Zonder al deze mensen om ons heen?’

Ze lachte hem welgemutst toe.

‘Hé, jij wou zonodig om één uur bij de hoofdingang afspreken. Ik heb dat niet bedacht. Had je verwacht dat alleen wij tweeën hier zouden staan?’

De menigte zwermde links en rechts langs hen heen, naar binnen en naar buiten. Overal stonden groepjes studenten, hun winterjassen over de arm, hun dassen los. Het werd te warm voor het wintertenue, maar aan die kleren kon je juist zo goed zien dat ze studenten waren. De meesten lieten ze niet graag thuis.

‘Toe nou,’ zei hij.

‘Goed. Wil je naar Carlo? je weet wel, die leuke tent waar we…’

‘Nee!’ Hij schreeuwde het bijna.

Overal elders zou het vol zitten met mensen die ze kenden. Zelfs als ze naar het park gingen, zou daar de halve universiteit voorbijkomen op weg naar Grafton Street.

Benny wist niets, maar de knoop moest worden doorgehakt. Jack keurde alle voorstellen af.

‘Misschien kunnen we bij het kanaal gaan zitten?’ stelde ze voor. ‘We kunnen appels meenemen voor onszelf en oud brood voor de zwanen,’ zei ze om het hem naar de zin te maken.

Maar hij leek daar alleen maar erger overstuur van te raken.

‘Christus, Benny,’ zei hij en trok haar naar zich toe. Angst vlamde even in haar op. Ze voelde dat er iets mis was, maar ze had dat gevoel wel vaker en meestal was er niets aan de hand.

Er was een plek bij een van de sluizen waar ze wel vaker zaten. De grond was er een beetje opgehoogd.

Benny trok haar jas uit en legde hem neer, zodat ze erop konden zitten. ‘Nee, nee, dan verpesten we hem.’

‘Het is maar zand. Dat borstel je er zo af. Je bent al net zo erg als Nan,’ plaagde ze hem.

‘Het gaat om Nan,’ zei hij.

‘Wat is er met Nan?’

‘Ze is zwanger. Daar is ze gisteren achter gekomen.’

Benny voelde een schok van medelijden voor haar vriendin. Tegelijkertijd was ze verbaasd dat uitgerekend Nan ‘het’ had gedaan met Simon Westward. Nan. Die zo nuchter en afstandelijk was. Hoe had zij alles toe kunnen laten? Benny had gedacht dat Nan de laatste was die het zover zou laten komen.

‘Arme Nan,’ zei ze. ‘Is ze erg overstuur?’

‘Ze wordt er gek van,’ zei hij.

Ze zwegen.

Benny liep in gedachten de hele verschrikking langs. Een universitaire studie naar de knoppen, een kind op haar twintigste. En waarschijnlijk, te oordelen naar de gepijnigde uitdrukking op het gezicht van Jack, moeilijkheden met Simon Westward.

Eve zou wel gelijk hebben gekregen.

Simon zou nooit trouwen met Nan Mahon uit Dublin-Noord, de dochter van een aannemer. Hoe mooi ze ook was. Door het feit dat ze zich aan hem had gegeven, zou hij zijn respect voor haar hebben verloren.

‘Wat is ze van plan? Ik neem aan dat ze niet gaat trouwen?’

Ze keek naar Jack.

Zijn gezicht trilde van emotie. Hij leek naar woorden te zoeken.

‘Ze gaat wel trouwen.’

Benny keek hem verschrikt aan. Hij praatte niet normaal.

Hij nam haar hand en drukte die tegen zijn gezicht. Er stroomden tranen over zijn wangen. Jack Foley huilde.

‘Ze gaat trouwen met mij,’ zei hij.

Ze keek hem vol ongeloof aan.

Ze kon geen woord uitbrengen. Ze wist dat haar mond openstond en dat haar gezicht wit was weggetrokken.

Hij hield nog steeds haar hand tegen zijn gezicht.

Zijn lichaam schokte van het huilen.

‘We moeten wel trouwen, Benny,’ zei hij. ‘Het is mijn kind.’