HOOFDSTUK 6
Het was al een week geleden dat Lars naar Zweden was teruggekeerd. De dag na zijn ruzie met Neil kondigde hij aan dat het tijd werd dat hij weer eens een poosje naar huis ging. Volgens Mrs. Handley kwam en ging hij heel regelmatig en de ruzie kon dus nauwelijks van invloed zijn geweest.
Lars had Rachel voor hij wegging beloofd dat hij spoedig terug zou komen en ze had geen reden aan zijn belofte te twijfelen. Het was een vreemde zaak, maar ze was ervan overtuigd dat de twee neven, ondanks hun verschillen en de spanning die er tussen hen hing, erg op elkaar gesteld waren.
Zelfs de tragedie van Lynns vroegtijdige dood scheen een band te vormen en Rachel had zich meer dan eens afgevraagd of de immer aanwezige schaduw van Lynns overlijden misschien de reden kon zijn waarom Lars zo dikwijls kwam. Hij was natuurlijk ook erg dol op Nicky en dat zou eveneens een reden voor zijn herhaalde bezoeken kunnen zijn. Daarenboven was hij een overtuigd anglofiel.
Tot dusver had Rachel niets over Lars’ affaire met Lynn gehoord. De zaak boeide haar, te meer daar Lars en Neil haar met Lynn schenen te vergelijken.
Het zou niet erg diplomatiek zijn om Mrs. Handley naar de privéaangelegenheden van de familie te vragen. Ze was er zeker van dat de vrouw het wist, maar ze was erg loyaal jegens haar werkgever. Misschien was ze wat betreft Lars wat minder mededeelzaam, maar het was niet erg waarschijnlijk dat ze bereid zou zijn over hem te roddelen. Rachel was tot onwetendheid veroordeeld, terwijl het lieve, innemende gezichtje van Lynn haar steeds voor de geest kwam.
Hoewel hij tevreden was met het gezelschap van zijn oom, miste Nicky Lars toch. Rachel voelde dat de liefde voor Neil bij hem veel dieper zat dan de wat oppervlakkige genegenheid die hij voor Lars koesterde. Lars amuseerde hem, liet hem lachen en was tolerant op het punt van toegeven. Met Neil zat hij ’s avonds bij het vuur een boek te lezen of te babbelen over de dingen van de dag. De beslotenheid van dat samenzijn ’s avonds gaf Rachel soms een vreemd gevoel van geborgenheid. Een sensatie die ze moeilijk kon omschrijven.
Haar gevoeligheid ten opzichte van haar werkgever en zijn neef was zelfs nog moeilijker te analyseren. Lars was amusant en charmant en maakte dat ze zich jong voelde en vooral om die reden miste ze hem. Neil trok haar op een heel andere manier aan.
Steeds als ze samen met hem in de kamer was, bleek ze zich heel duidelijk bewust te zijn van zijn aanwezigheid. Daar was dan de onmogelijkheid zijn eigen mannelijkheid te negeren, zodat ze soms bang werd voor haar eigen reacties. Of Neil haar afwezigheid gemerkt zou hebben viel nog te bezien, maar ze was er wel zeker van dat Seaways heel wat minder aantrekkelijk zou zijn zonder hem.
Haastig dwong ze zich naar de werkelijkheid terug te keren toen ze Nicky over het gras naar haar toe zag rennen. Met zijn schrille kinderstemmetje riep hij haar naam. Zijn gezichtje stond angstig onzeker toen hij de armpjes om haar benen sloeg en zich dicht tegen haar aandrukte.
Rachel zocht naar een reden voor zijn plotselinge vlucht, maar kon in de laan met de kale eiken niets ontdekken. Even later kwam er een man in zicht, die over het gras naar hen toe kwam lopen. Ze nam Nicky’s hand stevig in de hare en keek nieuwsgierig naar de naderende gestalte. Even laaide er wantrouwen in haar op.
Waarschijnlijk was hij een automobilist die de weg was kwijtgeraakt; niettemin kwam het gevoel van wantrouwen terug. Toen de man dichterbij kwam zag ze dat hij knap was, hoewel ze hem onder andere omstandigheden geen tweede blik waardig zou hebben gekeurd.
‘Ik neem aan dat ik op verboden terrein ben,’ zei hij voor Rachel een woord kon uitbrengen. Bij het geluid van zijn stem voelde ze zich wat ontspannen.
De stem klonk beschaafd en aangenaam donker en had slechts een vleugje noordelijk accent. Het klonk alsof hij lange tijd in het zuiden had doorgebracht en daardoor het noordelijk accent een beetje had verwaarloosd. Rachel knikte en bleef Nicky’s handje vasthouden. Ze was zich ervan bewust dat het jongetje de vreemdeling stond aan te staren en zich door haar aanwezigheid veilig voelde.
‘ ‘Ik ben ook bang dat u op verboden terrein bent,’ zei ze. ‘Bent u verdwaald? Kan ik u misschien helpen?’
‘Oh, nee, ik ben niet verdwaald, dank u.’ Hoofdschuddend keek de man naar het punt waar door de bladerloze bomen een stukje van Seaways was te zien. ‘Ik zag de naam op het hek en zag een stukje van het huis vanaf de weg,’ legde hij uit. ‘Het is behoorlijk oud, nietwaar?’ Begrijpend glimlachte Rachel. ‘Ik geloof dat het uit de Victoriaanse tijd stamt,’ vertelde ze hem. ‘Meer kan ik er u ook niet over vertellen. Heeft u belangstelling voor oude huizen?’
‘Voor sommige!’ Hij had ogen waarvan de juiste kleur haar ontging. Ze dacht dat het ergens tussen grijs en blauw in lag. Zijn ogen werden kleiner toen hij weer naar het huis keek. ‘Is het uw eigendom?’ vroeg hij.
Lachend ontkende Rachel het. ‘Was het maar waar,’ zei ze. ‘Ik woon en werk hier alleen maar - ik zorg voor Nicky.’
Ze keek op Nicky neer die nog steeds dicht tegen haar aangedrukt stond. De vreemdeling scheen voor het eerst het jongetje op te merken. Hij boog zich wat voorover en zei: ‘Hallo. Jij bent dus Nicky, nietwaar?’ Nicky knikte bevestigend. Nog dichter drong hij zich tegen Rachel aan. ‘Jij hebt zeker je tong verloren,’ plaagde de man. Angstig keek Nicky haar aan.
‘Hij is een beetje verlegen,’ legde Rachel uit. ‘We zien hier niet veel vreemdelingen.’
‘Nee, dat geloof ik best.’ De man bleef met een nieuwsgierige blik in de ogen naar Nicky kijken. ‘Ben jij nog niet op school?’ vroeg hij en Nicky schudde het hoofd. Rachel moest voor hem antwoorden.
‘Hij is nog niet oud genoeg,’ zei ze, ‘hij wordt in juni vijf jaar, nietwaar Nicky?’
‘Juni, hè?’ Om de een of andere reden scheen de man de informatie interessant te vinden; misschien was hij ook wel beleefd nieuwsgierig. Hij ging op de hurken zitten en haalde goedmoedig de schouders op toen Nicky zijn hand weigerde. ‘En je mama heeft een kindermeisje om voor je te zorgen, hè?’
Het was een donderslag die ze niet had kunnen voorkomen, bedacht Rachel later. Ze trok Nicky dicht tegen zich aan en legde een hand op zijn hoofd. Ze wist dat ze het de man niet kwalijk kon nemen, maar verwijtend zei ze: ‘Nicky... heeft vorig jaar zijn moeder verloren. Zijn oom zorgt nu voor hem.’
‘Oh, dat spijt me!’ Weer keek hij naar het jongetje, maar Rachel voelde dat zijn uitdrukking zowel speculatie als medelijden inhield. Dat verwonderde haar.
‘Waarom ga je niet weer spelen, Nicky,’ stelde ze rustig voor. ‘Maar blijf daar waar ik je zien kan. Denk eraan, lieverd?’
Na een korte aarzeling knikte Nicky en ging er zó snel vandoor, dat het bijna op een vlucht leek. Even later deed hij weer het geluid van een vliegtuig na, wat op dat moment zijn meest geliefde spelletje was. De man staarde hem na en trok een lelijk gezicht toen hij zijn aandacht weer op Rachel richtte.
‘Ik ben bang dat ik iets verkeerds heb gezegd,’ zei hij. Vreemd genoeg klonk het niet erg verontschuldigend, wat Rachel opnieuw verwonderde.
‘Dat kon u ook niet weten,’ zei ze. ‘Nicky is er nu eenmaal erg gevoelig voor.’
‘Dat is te begrijpen.’ Hij keek weer over het gras naar het huis, alsof hij alle belangstelling voor het kind had verloren. ‘Ik durf te wedden dat er in dat huis genoeg ruimte voor kinderen is om rond te rennen,’ merkte hij op.
‘Het is van binnen schitterend,’ zei Rachel, zonder over de afmetingen uit te wijden. ‘Van buiten zou je dat niet zo zeggen.’
Nieuwsgierig bleef de blik van de man een ogenblik op haar gevestigd. ‘U praat alsof u het hier naar uw zin hebt,’ merkte hij op.
Rachel knikte. ‘Dat doe ik ook,’ gaf ze toe. ‘Ik vind het hier heerlijk.’
Nogmaals werden zijn ogen op haar gevestigd, alsof hij gokte naar de reden van haar enthousiasme. ‘Goede baas?’ informeerde hij. Rachel zag geen reden het te ontkennen.
‘Ja,’ zei ze zonder te aarzelen. ‘Hij is erg goed voor me.’
‘En kennelijk ook erg rijk,’ giste de man verder. ‘Ik krijg zulke huizen alleen te zien als ik twee kwartjes betaal voor de bezichtiging.’
‘Oh, maar ik ben bang dat Seaways niet voor het publiek is opengesteld,’ zei Rachel vlug. De man lachte en het geluid van die lach klonk heel anders dan zijn stem.
‘Nee, ik geloof niet dat Neil Brett er heil in zou zien het huis voor bezichtiging open te stellen,’ verklaarde hij. Even keek Rachel hem verbaasd aan, want ze was er zeker van dat ze geen enkele keer de naam van Neil had genoemd.
‘Kent... kent u Mr. Brett dan?’ vroeg ze.
Opnieuw lachte de man. ‘Dat zou je wel kunnen zeggen... in zekere zin,’ beaamde hij.
‘Ik begrijp niet...’ begon ze, maar zweeg toen ze de man ongeduldig het hoofd zag schudden.
‘Nee, dat begrijp ik,’ zei hij kortaf, ‘maar het doet er niet toe... vergeet het liever.’
‘Bent u gekomen om te zien...’
Weer werd ze door zijn gelach onderbroken. ‘Ik ben nergens voor gekomen, ook niet om iemand te bezoeken,’ zei hij scherp. ‘Ik... nou ja, laten we zeggen dat ik nieuwsgierig was.’
‘Naar Seaways?’ Rachel vond het moeilijk zo maar weg te lopen en deze vreemde conversatie af te breken. Ergens boeide deze man haar en ze probeerde te begrijpen wat hem naar Seaways had gevoerd, als hij Neil of iemand van het personeel niet wilde spreken.
Glimlachend keek hij haar aan, haalde de schouders op en zei: ‘Nieuwsgierigheid is m’n zwakke punt, liefje.’ Zonder een bepaalde reden lachte hij schamper.
‘Als u...’
Zich plotseling bewust van een dramatische verandering in zijn manier van doen, onderbrak Rachel zichzelf en volgde zijn blik. Nicky speelde nog steeds links van hen, maar het kind had zijn belangstelling niet. Terwijl ze er nog over nadacht verscheen plotseling het blonde hoofd van Neil. Het was net zichtbaar boven de rododendronstruiken.
De vreemdeling zei niets doch volgde met de ogen Neil op zijn weg naar het huis. Rachel voelde zich niet erg op haar gemak. De man had gezegd Neil niet goed te kennen, en toch was het wel duidelijk dat hij raadde wie Neil was. En dat terwijl ze er zeker van was dat ze zijn naam niet had genoemd.
Neil had er zelf kennelijk geen notie van dat hij werd gadegeslagen, want hij keek geen moment in hun richting. Na een ogenblik te hebben toegekeken, draaide de man zich om. ‘Is dat uw baas?’ vroeg hij. Rachel knikte en voelde zich ongerust omdat ze zoveel vragen moest beantwoorden.
‘Ja,’ zei ze, ‘dat is Mr. Brett.’
‘Is hij degene die voor de jongen zorgt?’
Rachels hart klopte onrustig en wantrouwend keek ze hem een ogenblik aan. ‘Wilde... wilde u Mr. Brett spreken?’ vroeg ze. Aan de uitdrukking op zijn gezicht zag ze dat hij voelde, beleefd doch netjes op zijn nummer gezet te zijn.
Ze wilde dat Neil hen kon zien, want hij zou zeker weten wat hij met die man aan moest. Toen Neil uit het gezicht verdwenen was, keerde de man zich weer om en keek haar aan. Er speelde een zuur lachje om zijn mond en onwillekeurig huiverde Rachel.
‘Nee, dank je, liefje,’ zei hij, ‘ik hoef hem niet te spreken... dat zou op dit ogenblik geen enkele zin hebben.’ Hij boog het hoofd iets naar voren. ‘Bedankt voor het praatje... ’t Was me aangenaam u te mogen ontmoeten.’
Té verbaasd om antwoord te geven knikte Rachel slechts. Daarop keek de man langs haar heen. Hij sloeg Nicky gade, die met uitgestrekte armen vliegtuigje speelde. De man haalde de schouders op en liep in de richting van de oprijlaan. Een paar minuten nadat hij was vertrokken hoorde Rachel een motor starten. Een ogenblik staarde ze diep in gedachten de eikenlaan af.
‘Nicky! ’ In een plotselinge vlaag van bezorgdheid riep ze hem bij zich en samen gingen ze naar het huis. Het gezicht van de nieuwsgierige vreemdeling bleef haar voor de geest.
Het was Nicky die, dezelfde avond tijdens het diner, voor het eerst over de man sprak. Rachel wenste dat ze het zelf had verteld, want Neil keek haar wantrouwend aan. Het leek erop of ze met opzet over de ontmoeting had gezwegen. Niet dat Nicky veel zei, maar het simpele feit dat Rachel had staan praten met een vreemde man, was ruim voldoende om Neils argwaan te wekken.
‘Ben je iemand op het terrein tegengekomen?’ vroeg hij.
Rachel schudde het hoofd. ‘Niet met opzet, als je dat bedoelt,’ ontkende ze. ‘Hij kwam plotseling tussen de bomen te voorschijn... waarschijnlijk had hij een eindje verderop een auto staan, want ik hoorde een motor starten, net nadat hij was vertrokken.’
‘Kende je hem niet?’
Rachel schudde het hoofd. ‘Ik dacht eerst dat het een verdwaalde automobilist was,’ legde ze uit, getroffen door de blik van Neil.
‘Dat is hoogst onwaarschijnlijk,’ mompelde hij. ‘Er komen hier niet veel automobilisten.’
Rachel voelde de neiging hem te vertellen dat de man hem kennelijk van naam kende, maar toen ze erover nadacht vond ze het toch niet zo’n goed idee. Ze wist niet veel over Neils verleden en misschien was het wel een man die hij niet meer wilde ontmoeten. De houding van de man en zijn manier van spreken hadden niet de indruk gegeven dat er een vriendschap bestond.
‘Misschien was hij tóch wel verdwaald en wilde hij het niet toegeven,’ opperde ze. Neil echter was met zo’n eenvoudige oplossing niet tevreden.
‘Je zei dat je eerst dacht dat hij verdwaald was,’ hielp hij haar herinneren. ‘Waarom veranderde je van gedachten, Rachel?’
Het was moeilijk alles in de aanwezigheid van Nicky uit te leggen. Daarom knikte ze ongemerkt naar het kind. Hij ging er niet verder op in, maar de blik in zijn ogen was voldoende om er zeker van te zijn dat het slechts een tijdelijk uitstel betrof.
Nadat ze Nicky naar bed had gebracht en Neil in de hal tegenkwam, zei hij: ‘Ik zou graag willen dat je bij me kwam zitten.’ Met tegenzin knikte Rachel. De hemel wist wat hij verwachtte dat ze hem zou gaan vertellen.
Meestal bracht ze de avonden door bij Mr. en Mrs. Handley in hun gezellige zitkamertje of ze ging naar de kleine zitkamer, achter in het huis, om brieven te schrijven. Heel zelden hield ze Neil in de grote zitkamer gezelschap. Ze vond zijn nabijheid storend en zeker als ze met zijn tweeën waren.
De wind blies een paar takken tegen het raam en de regen kletterde tegen de ruiten. In de kamer was het warm en behaaglijk - een gezellig, uitnodigend toneeltje met een brandend haardvuur waarin eiken blokken wolken vonken rondstrooiden.
De enige verlichting bestond uit enkele staande lampen die een kleine cirkel eromheen gedempt verlichtten. Neil liet haar plaats nemen in een van de teer uitziende leunstoeltjes en ging toen, aan de andere kant van de haard, tegenover haar zitten.
Het zachte licht van een van de lampen wierp vreemde schaduwen op zijn gegroefde gezicht en deden hem er streng uitzien. Hij zag eruit alsof hij uit brons gegoten was, welke indruk nog werd versterkt door de diepbruine handen en polsen die uit de donkere trui staken.
De hele omgeving was zo warm en zó vol intimiteit en de man tegenover haar prikkelde haar gevoelens zó, dat Rachel voelde hoe snel haar hart ging kloppen. Tegelijkertijd onderging ze een emotie die ze niet kende. Er was zo’n vertrouwenwekkende sfeer rondom Neil Brett. Toch was hij niet veel meer dan een vreemdeling voor haar. Haar gevoel vertelde haar niettemin dat ze hem beter kende dan ze zelf wel wist. Er moest een andere man achter deze ijzige façade schuilgaan.
In de paar seconden dat ze daar bij het vuur zat, was ze zó in gedachten verzonken dat ze schrok toen hij zei: ‘Je begrijpt wel waarover ik met je praten wil?’ Een ogenblik dacht Rachel na over wat hij wel kon bedoelen. Doordat ze zo met haar gedachten bij Neil was geweest, was ze het bestaan van de man op het terrein totaal vergeten.
Knikkend kwam ze tot zichzelf. ‘Ik... ik denk het wel,’ zei ze aarzelend. ‘Het gaat natuurlijk over die man die ik... vanmorgen ben tegengekomen.’
Hij knikte kortaf. ‘Heb je hem vandaag voor het eerst gezien?’ Rachel knipperde met de ogen. ‘Oh, ja, natuurlijk was het de eerste keer,’ stotterde ze.
Neil keek haar vragend aan. ‘Ben je daar zeker van?’ Niet-begrijpend waar hij naar toe wilde, fronste ze het voorhoofd. ‘Natuurlijk ben ik daar zeker van, Neil,’ zei ze. ‘Als je denkt dat...’ ‘Ik weet niet wat ik ervan denken moet,’ onderbrak Neil haar kortaf. Hij keek haar even heel strak aan. De uitdrukking verraadde zowel bezorgdheid als argwaan. ‘Ik ken je nog niet goed genoeg, Rachel,’ ging hij even later verder. ‘Ik weet niet of het mogelijk is dat een geliefde heeft uitgevonden waar je verblijft en je is gevolgd.’
Rachel keek hem even aan en bloosde. Er kwam een uitdrukking in haar ogen alsof ze er moeite mee had zijn bedoeling te begrijpen. Een geliefde, had hij gezegd. Ze moest er bijna om lachen omdat Lars deze rol eens aan Neil had toebedeeld.
‘Een geliefde?’ vroeg ze hees. ‘Dacht je dat een geliefde me naar hier zou volgen?’
Een ogenblik gleed zijn blik over haar gezicht en haar figuur, dan knikte hij en heel ernstig zei hij: ‘Ja, dat dacht ik.’
Met bonzend hart keek Rachel vlug een andere kant op. ‘Ik heb geen geliefde,’ zei ze hem op dezelfde hese toon. ‘Ik heb er ook niets mee te maken, Neil.’
‘Wie dan wel?’
Hij zei de woorden zó zachtjes dat het leek alsof hij in zichzelf sprak.
Langzaam schudde Rachel het hoofd. Het was duidelijk dat, nu hij het uitgesloten achtte dat het een bekende van haar was geweest, hij zich net zoveel zorgen maakte over die vreemdeling als zij. De hemel mocht weten waarom. Een passerende automobilist zou niet zo’n paniek veroorzaakt hebben. De man zelf had haar wantrouwen opgewekt en dat had ze nu op Neil overgebracht.
‘Neil.’ Ze aarzelde en hij keek haar aan. Zijn ogen waren in de schijn van het vuur heel donkerblauw geworden. ‘Ik heb me over hem verwonderd,’ legde ze vaag uit, zodat Neil haar fronsend aankeek.
‘Heb je je verwonderd?’ herhaalde hij. Rachel haalde de schouders op.
‘Ik heb hem gevraagd of hij jou soms wilde spreken,’ legde ze uit, ‘maar hij... hij zei dat het op dit ogenblik geen zin zou hebben.’
Peinzend, alsof hij probeerde haar gedachtengang te volgen, bleef hij haar aankijken. ‘Heb je hem gevraagd of hij mij wilde spreken,’ vroeg hij eindelijk, ‘waarom?’
Het was moeilijk uit te leggen hoe ze zich had gevoeld toen die vreemdeling zo langs zijn neus weg zijn naam had genoemd. Zich niet op haar gemak voelend, haalde ze weer de schouders op. ‘Ik weet het echt niet,’ biechtte ze op, ‘behalve dan... oh, ik weet het eigenlijk niet, er was iets aan die man! Hij had het over het huis en eerst dacht ik dat hij de weg kwijt was en de richting kwam vragen. Toen zei hij dat hij belangstelling had voor oude huizen.’
‘En?’ Neils stem klonk ongeduldig.
‘Ik heb hem verteld dat Seaways niet voor het publiek open was,’ vertelde ze, ‘maar dat wist hij al. Ook...’ Ze aarzelde en bij het zien van Neils vragende blik ging ze vlug verder, ‘wist hij je naam.’ Neils ogen vernauwden zich.
‘Dat heb je me nog niet verteld,’ zei hij kortaf. ‘Waarom niet?’
Rachel haalde de schouders op. ‘Ik... ik weet het niet... ik maakte me er zorgen over, maar...’
‘Ik geloof dat het beter is dat je me alles vertelt,’ onderbrak Neil haar. ‘Waar was hij precies?’
‘Hij kwam tussen de bomen langs de oprijlaan vandaan,’ vertelde ze.
‘Nicky kwam aanhollen...’
‘Nicky?’ Bijna schreeuwde hij de naam uit. Rachel knipperde met de ogen. ‘Heeft hij ook met Nicky gesproken?’
‘Eh... ja,’ bekende ze. ‘Nicky kwam naar me toe rennen toen hij hem zag aankomen.’
Ineens was hij erg gespannen, iets dat ze nog nooit bij hem had gezien. Met kloppend hart keek Rachel hem bezorgd aan. Hij had zijn grote handen in elkaar geslagen terwijl hij voorover in de stoel leunde. De ellebogen lagen op de knieën en de donkere blik in zijn ogen riep vele vragen bij haar op.
‘Neil,’ begon ze, ‘denk je...’
‘Beschrijf hem eens,’ vroeg Neil haar kortaf. ‘Hoe zag hij eruit, Rachel?’
‘Hij was knap.’ Ze dacht diep na over de details en verwonderde zich intussen over zijn aandringen. ‘Hij was niet zo lang als jij, meer de lengte van Lars... bruin haar, tamelijk donker en... ik weet niet zeker wat voor kleur zijn ogen hadden, ze waren blauw of grijs.’
Neil streek door zijn dikke blonde haar. Zijn mond stond strak en de blik waarmee hij haar aankeek deed haar de rillingen langs de rug lopen. ‘Browlett!’ fluisterde hij hees. Onthutst keek Rachel hem aan. ‘Michael Browlett!’
Ademloos probeerde ze het kloppen van haar hart tegen te gaan. Ongelovig keek ze naar het donkere, ondoorgrondelijke gezicht van Neil. ‘Browlett,’ herhaalde ze als in een droom. ‘Dat is...’
‘Nicky’s vader!’ bevestigde Neil hees. Nog steeds ongelovig keek Rachel hem aan.
Een poosje bleef ze peinzend voor zich uit zitten staren. Bij alle mogelijkheden die door haar hoofd hadden gespeeld om een verklaring voor de aanwezigheid van de man te vinden, was het niet bij haar opgekomen dat het Nicky’s vader weleens zou kunnen zijn. Er waren diverse redenen voor aan te voeren waarom Neil en niet Nicky’s vader voogd over het jongetje was. Wat haar vooral bezighield was de vraag waarom Neil zo verstoord bleek dat de man zijn zoontje wilde zien.
‘Ik... ik had er geen idee van,’ zei ze eindelijk. ‘Als hij gezegd had wie hij was, zou ik...’
‘Je hebt er erg goed aan gedaan om regelrecht naar het huis terug te komen,’ prees Neil haar. ‘Ik hoop dat je net zo verstandig zult handelen als een dergelijk voorval zich ooit nog eens voordoet.’
Niet op haar gemak keek Rachel hem aan. Ze was er niet zeker van of hij bedoelde dat zijn instemming met haar gedrag inhield, dat hij een hernieuwde ontmoeting verbood. ‘ Zit het erin dat hij terugkomt? ’ vroeg ze.
Neil haalde de schouders op. ‘Dat zit er wel in,’ zei hij. ‘Het is beter dat je met Nicky in de omgeving van het huis blijft, Rachel, tenzij ikzelf of Handley erbij is. Ik zal eerst eens wat informaties gaan inwinnen. Heb je dat begrepen?’
‘Het is nogal duidelijk, dacht ik zo,’ zei Rachel. Nu ze de identiteit van de man kende, begon ze een en ander in een ander licht te zien. ‘Maar als hij Nicky’s vader is...’
Ze zweeg toen ze de schittering in Neils ogen zag. ‘Ik neem aan,’ zei hij effen, ‘dat het toch niet te veel gevraagd is om te doen wat je gezegd wordt, en dat zonder verdere vragen te stellen?’
Rachel wrong de handen ineen. Ze was er niet zeker van dat het netjes was een man de ontmoeting met zijn zoontje te ontzeggen. ‘Wil je... wil je niet dat hij Nicky te zien krijgt?’ vroeg ze. Waarschuwend fronste Neil de wenkbrauwen.
‘Rachel, bemoei je niet met dingen die je niet aangaan!’
‘Maar heb je daartoe wel het recht?’ drong Rachel verder aan. ‘Hij is zijn vader, Neil, en je kunt toch niet...’
Rachel slaakte een kreet van angst, toen Neil opveerde. Snel stond ze op en ging tegenover hem bij de haard staan. Een klein figuurtje met bezorgde, grote ogen, dat hem angstig aankeek.
‘Je weet niets van de omstandigheden af,’ zei hij. Zijn stem klonk hard en koel en was in volledige tegenstelling tot de glinstering in de ogen. ‘Doe alleen wat je gezegd wordt, Rachel, en probeer niet om de dingen te veranderen als je de gevolgen ervan niet kent.’
‘Wil je daarmee zeggen dat ik Nicky niet meer mee de tuin in mag nemen?’ waagde ze te vragen. Ongeduldig schudde hij het hoofd.
‘Ik zeg je alleen dat je in de buurt van het huis moet blijven, tenzij Handley of ik in de buurt zijn,’ zei hij. ‘Natuurlijk mag hij in de tuin spelen, als er maar iemand in de buurt is. ’
‘Ik begrijp het.’ Rachel probeerde het oppervlakkig te laten klinken, maar dat was onder de gegeven omstandigheden niet zo eenvoudig. ‘Het zal niet zo gemakkelijk zijn het hem uit te leggen,’ zei ze. ‘Hoe moet ik het hem vertellen?’
Neils mond verstrakte alsof hij verwachtte dat ze argumenten aan het zoeken was. ‘Zeg maar tegen hem dat hij niet zo ver moet weglopen, zoals hij steeds doet. Hij is gehoorzaam genoeg om te doen wat je zegt.’
‘Dat is hij zeker,’ gaf Rachel toe, ‘maar...’
Ze hield de adem in toen een sterke hand naar haar werd uitgestoken en haar pols greep. De vingers grepen haar vast met de kracht van een bankschroef. Door de onweerstaanbare greep dichter naar hem toe getrokken, stond ze nu voor het vuur. Ze keek hem aan met grote ogen, die donker leken door de schaduwen in de duistere kamer.
‘Je hebt de keus, Rachel,’ zei hij kalm. Ieder woord werd duidelijk uitgesproken. ‘Of je doet wat ik zeg en blijft vlak bij het huis, tenzij er iemand bij je is, of je kunt gaan... nu direct! De keus is aan jou. Ik weet dat Nicky je erg zou missen, maar als je niet kunt doen wat er wordt gezegd, is dat de enige oplossing. Je kunt zelf kiezen!’
Het ultimatum deed Rachel wreed aan; ze kon geen woorden vinden om iets terug te zeggen. Met grote ogen waarin de tranen op welden keek ze naar de vuist die haar pols vasthield. Ze wist dat hij meende wat hij zei. Zonder spijt zou hij haar laten gaan en dat deed haar het meeste pijn.
‘Zou je dat liever hebben?’ vroeg ze met onzekere stem. Neil zweeg even.
Daarop schudde hij langzaam het hoofd en ze zag dat de boosheid uit zijn ogen verdween. ‘Je weet best dat dit onzin is,’ zei hij. ‘Je kunt erg goed met Nicky overweg en hij mag jou graag. Bovendien heb ik er een hekel aan om aan nieuw personeel te moeten wennen.’
Het waren stuk voor stuk goede redenen, moest Rachel bekennen, maar ze waren zo ijzig zakelijk dat ze zich een moment diep teleurgesteld voelde. Als hij zijn redenen een beetje persoonlijker had gesteld, wat vriendelijker. Hij zag er zó angstaanjagend uit in dat flakkerende licht, dat ze haar hart voelde kloppen zodra ze naar hem keek.
Verdrietig bedacht ze dat Lars ongetwijfeld zijn spijt zou hebben uitgedrukt als ze besluiten zou weg te gaan. Alsof hij haar gedachten geraden had, schudde Neil plotseling het hoofd en met een brede glimlach om de mond voegde hij eraan toe: ‘Ik zou het ook tegen Lars moeten opnemen als hij terugkomt, ’t Zou er een beetje vreemd uitzien, als jij er niet meer zou zijn.’
‘Natuurlijk.’
Rachel voelde hoe haar hartslag sneller werd toen zijn duim zachtjes de binnenzijde van haar arm begon te strelen. De streling was uiterst wellustig en ze kon niet geloven dat het Neil was die haar vasthield, hoewel Lars eens had gezegd dat er meer achter zijn neef stak dan zij wel wist.
‘Natuurlijk,’ herhaalde hij zachtjes.
Rachel boog het hoofd vanwege een aanval van onzekerheid. Hij lachte en schudde vervolgens het hoofd. Overtuigd dat hij haar uitlachte, trok ze haar arm uit zijn greep. Met grote, verwijtende ogen keek ze hem aan. ‘Ik heb nog het een en ander te doen,’ zei ze zachtjes met onzekere stem. ‘Wil je me excuseren?’
Tot ze de deur naar de hal opende zei hij niets. Toen riep hij haar terug. Met onzekerheid en angst in haar ogen gehoorzaamde ze. ‘Je hebt nog niet gezegd of je bereid bent te gehoorzamen en dus blijft, of dat je besloten hebt weg te gaan. Wat gaat het worden, Rachel?’ vroeg hij.
Even keek Rachel hem aan en ze zag de onmiskenbare uitdaging in zijn ogen. Instinctief wierp ze het hoofd in de nek. ‘Ik blijf,’ zei ze, ‘maar alleen voor Nicky.’
Ze slaakte een doordringende kreet toen hij zich vooroverboog en zonder waarschuwing zijn lippen op de hare drukte. De aanraking was zacht en teder en zorgde ervoor dat ze in vuur en vlam stond. ‘Goed! ’ zei hij zachtjes. Met glinsterende ogen keek hij haar na toen ze de kamer uitrende.