HOOFDSTUK 10
De nacht had Rachel eindeloos geleken. Ze had in het donker gelegen en zowel haar lichaam als haar geest weigerde de slaap die ze zo nodig had. Zelfs de maan weigerde haar te troosten; weggekropen achter de wolken liet hij de kamer in het donker, terwijl ze naar de neerstromende regen lag te luisteren.
Zelfs het grijze winterlicht dat langs de loodgrijze wolken begon te kruipen, vond haar nog wakker. Woelend in haar bed werd ze achtervolgd door gebeurtenissen die ze niet kon veranderen. Iedere keer dat ze de ogen sloot, kwam het gezicht van Neil haar voor de geest - koel, boos en onbarmhartig. Zijn hardvochtige woorden klonken nog na in haar geweten.
Ze moest steeds aan Nicky denken, die nu ergens alleen was en waarschijnlijk huilde omdat er niets bekends om hem heen was. Ook zou hij niet begrijpen waarom Neil niet kwam om hem mee naar huis te nemen. Hij had de vreemdeling, die zijn vader was, op het eerste gezicht al niet gemogen. Ze herinnerde zich hoe hij die dag op het terrein naar haar was komen terughollen, toen Michael Browlett zo onverwacht verscheen.
Zowel Nicky als Neil had erop vertrouwd dat zij het kind tegen het onbekende zou beschermen. Haar hart kreunde toen ze zich bewust werd dat ze hen allebei had beschaamd. Op de plaats waar hij verborgen werd gehouden zou Nicky verward en bang zijn. De hemel mocht bovendien weten door wat voor een hel Neil ging, als hij aan hem dacht. Zich omkerend begroef ze het gezicht in het kussen en smoorde een wanhopige kreet die in haar opkwam. Slechts in tranen vond ze wat opluchting.
Er scheen geen enkel geluid in het huis te zijn toen ze het hoofd weer optilde. Toch was er iets dat haar uit haar half bewusteloze toestand had gewekt. Door de ramen, waarvan de gordijnen nog openstonden, drong het nog steeds sterker wordende licht naar binnen. Het was nog grijs en kil en werd tegengehouden door de wolken, die werden voortgejaagd door een oostenwind, scherp als een mes. Haar ogen waren gezwollen en vermoeid van het huilen en ze kon geen troost vinden in het onordelijke bed waarin ze de hele nacht had liggen draaien en woelen... Ze kon veel beter opstaan.
Als in een droom baadde en kleedde ze zich. Ze had geen idee van tijd en trok zich er niets van aan of het al dan niet te vroeg was om reeds op te zijn. In de staat waarin ze verkeerde kon ze niemand op Seaways onder ogen komen. Zorgvuldig vermeed ze het in Nicky’s kamer te kijken, zoals ze iedere ochtend deed. Hij zou er niet zijn en ze kon het niet verdragen het bedje leeg te zien.
Duizelig van het gebrek aan slaap ging ze naar beneden. Pas eenmaal beneden in de hal realiseerde ze zich dat ze een mantel had aangetrokken. Het leek wel of ze zich instinctief had gekleed om uit te gaan, om te wandelen teneinde de beproeving van het ontbijt met Lars en Neil te ontlopen. Misschien wilde ze haar vermoeide ledematen wel wat beweging geven. Er was niemand aanwezig toen ze de voordeur opende. Zich er niet van bewust dat ze vanuit de keukendeur werd gadegeslagen, trok ze de deur zacht achter zich dicht.
Rachel nam de langere straatweg naar de kust. Zelfs in haar verdoofde staat begreep ze dat het onmogelijk zou zijn door de zware klei van de pas geploegde akkers te lopen. De zware regenval van die nacht zou ze onbegaanbaar hebben gemaakt. Meer dan eens werd er een nieuwsgierige blik op haar geworpen door een vroege landarbeider. Ze liep voort over de nauwe, bochtige weggetjes in de richting van de zee.
De dag was nog nauwelijks begonnen en toch voorzag ze nu al dat hij weinig goeds zou brengen. Ongeduldig veegde ze de tranen uit haar ogen toen die haar het zicht dreigden te benemen. Ze voelde zich hulpeloos want er was zo weinig dat ze kon bijdragen in het vinden van Nicky... Mensen met ervaring en met de beste opleiding in het terugvinden van vermiste personen, deden reeds hun uiterste best.
Naar enige troost zoekend vertelde ze zichzelf dat zowel Nicky als zijn vader knap genoeg waren om de aandacht te trekken. Als Nicky ongelukkig was - en ze wist zeker dat dit gebeurde - zouden zijn tranen zeker de aandacht trekken. Het vooruitzicht dat hij niet gevonden zou worden kon ze niet verdragen. Op dit moment nam haar eigen misère haar minstens net zo in beslag als het verdwijnen van Nicky.
Ze zou het in de toekomst zonder Neil moeten stellen, dat was wel zeker. De gedachte dat ze hem nooit meer zou zien als ze Seaways eenmaal achter zich had gelaten, deed haar in snikken uitbarsten. Was ze er maar eerder achter gekomen hoeveel ze van hem hield, dan zou ze zich heel anders hebben gedragen. Nu zag ze wel in dat Neil haar iets heel kostbaars had aangeboden in de weken dat Lars in Zweden was geweest. Ze was ziende blind geweest.
Ze schudde het hoofd en veegde met een ongeduldig gebaar de tranen weg. Wanhopig probeerde ze het beeld dat steeds voor haar geest opdoemde weg te duwen. Er was niets meer aan te doen. Even brak de bewolking en kon ze de staalblauwe lucht boven de grijze wolken zien... Zag haar toekomst er maar zo rooskleurig uit, dan zou ze zich veel gelukkiger voelen.
Dichter bij de kust werd de wind sterker en kouder. Huiverend keek ze over de donkere aarde van de akkers en volgde de keurige voren, die de ploeg erin had getrokken. Boven haar dook een zwerm krijsende zeemeeuwen naar beneden. Ze schrokken de rustige kieviten af, die in de vers geploegde akkers ook op zoek naar voedsel waren. Hun schrille roep kwam boven het gekrijs van de zeemeeuwen uit.
De hemel wist waarom ze juist deze weg had genomen; misschien kwam dat doordat ze zo intens aan Lynn Browlett had gedacht. Ergens voelde ze dat de grijze woelige stemming van de zee bij haar eigen melancholie paste. De wind was veel kouder dan ze had verwacht en huiverend liep ze naar de top van het klif. Haar haren woeien naar achteren en het zout prikkelde haar op de wangen.
Onder haar lag de nauwe strook zand waarop ze had gewandeld. Ze huiverde bij de gedachte dat ze daar in het ijskoude water had gelegen en dat ze zich wanhopig aan de smalle richel had moeten vastklemmen, tot Neil haar kwam redden. Op dat moment had ze zich niet gerealiseerd hoe pijnlijk het voor hem moest zijn geweest haar vanuit dat hongerig grijpende tij te moeten redden, dat eens zijn zuster had gedood.
Arme Neil. Hij had de laatste jaren zoveel moeten doormaken en nu had zij hem weer een klap bezorgd. Ze had van Lars gehoord dat Neils vader, kort nadat Lynn met Michael Browlett was weggelopen, was overleden. Toen haar man haar in de steek had gelaten, had Neil zijn zuster en haar kind onderdak verschaft..
Hij had haar aan het verstand weten te brengen dat een romance met haar neef in een kwetsing van een van beiden zou eindigen. Toen Lynn op zo’n dramatische manier een eind aan haar leven had gemaakt, was het wéér Neil geweest die de touwtjes in handen nam en Nicky bij zich een thuis bood. Het was geen wonder dat hij haar op die koude, boze manier had veroordeeld toen zij alles wat hij in deze wereld bezat, verloren deed gaan.
Omdat ze van hem hield, voelde ze zich net zo getroffen als hij. Nu niemand haar kon zien, liet ze de tranen ongecontroleerd over de wangen rollen, maar zelfs dat bracht geen opluchting. Neil zou haar nooit meer vertrouwen en ze zag niet in hoe ze het moest overleven, hem te moeten verlaten.
Ze balde de vuisten in de zakken van haar mantel en keek rusteloos over het grijze oppervlak van de zee. Ze schudde het hoofd toen de koude wind haar haren naar achteren blies en als ijs in haar huid beet. In ieder geval kon ze zich nu vereenzelvigen met Lynn: ze wist precies hoe ze zich gevoeld moest hebben toen ze hier op de top van het klif had gestaan. Ze had te veel van Lars gehouden om zonder hem verder door het leven te kunnen gaan.
Het boze grijze water dat tegen de voet van het klif uiteenspatte bood een einde aan de kwelling van een leven zonder Neil... aan de bittere angst die haar lichaam staande hield tegen de ijskoude wind.
Rachel was zó koud geworden dat haar ledematen gevoelloos en stijf aanvoelden. Na lange tijd bewoog ze zich, haalde diep adem en veegde met een hand over haar koude wangen waar de tranen op de zachte huid waren opgedroogd. Haar huid voelde strak en droog aan. Ze had geen horloge bij zich, maar aan het getij onder zich zag ze dat ze een hele tijd daar gestaan moest hebben. Ze had daarboven op het klif . gestaan, starend naar de boze grijze zee en denkend aan Neil.
Haar voeten waren vochtig en deden pijn van de kou, evenals haar handen. Ondanks de redelijke warmte van haar mantelzakken waren haar handen stijf en weigerden dienst toen ze de kraag van haar mantel wat dichter om het gezicht probeerde te trekken. Als iemand haar op Seaways gemist zou hebben, zouden ze waarschijnlijk denken dat ze nog sliep. Sliep ze nog maar! Ze zou er bijna alles voor overhebben om voldoende gevoel in Neil wakker te maken zodat hij haar zou komen zoeken, zoals hij dat eerder had gedaan.
Ze sloeg een laatste blik op de zee die tegen de rotsen in een wolk wit schuim brak, keerde zich om en liep over het klif terug. Ze had de wind nu gedeeltelijk achter. Haar haren werden haar in het gezicht geblazen toen ze verder wandelde; ieder ogenblik moest ze ze wegduwen om te kunnen zien waar ze liep.
Toen ze opnieuw de lange lokken uit het gezicht duwde werd ze zich er ineens van bewust dat iemand haar tegemoetkwam. Hij worstelde tegen de sterke wind in en haar hart bleef bijna stilstaan toen ze hem herkende.
Er kon geen misverstand bestaan over de grote, boze voetstappen, die hem steeds dichterbij brachten, of het dikke blonde haar dat net zo verward was als het hare, of het als uit gouden graniet gesneden gezicht boven de kraag van een jas van schapenbont, die zoals altijd losjes open hing. Een grote, vreesaanjagende maar toch ook troostende figuur, die rechtstreeks op haar toe kwam. Haar benen weigerden verdere dienst en met grote ogen van angst in een lijkbleek gezichtje bleef ze staan.
Ze probeerde uit te vinden of hij door boosheid gedreven zo hard liep, maar van die afstand was dat onmogelijk te zien. Op dat moment zou zelfs boosheid welkom zijn geweest, als hij er maar was. Trillend sloeg ze hem gade toen hij naderbij kwam en ze zag de harde trek om zijn mond veranderen in een zachte glimlach.
Aanvankelijk zei hij niets. Toen werd ze in zijn armen getrokken en dicht tegen zijn warme, sterke lichaam gedrukt. Van pure gelukzaligheid sloot ze de ogen. Zijn handen, sterk en teder tegelijk, troostten haar en waren ongelooflijk opwindend toen ze onder haar mantel verdwenen en de slippen van zijn dikke jas om haar heen vouwden, zoals ze dat al eerder hadden gedaan. Het beeld van de dansende boot op de ruwe zee kwam haar weer voor de geest.
Hij begroef het gezicht in haar door de wind verwarde haren en zachtjes fluisterde hij hees in haar oor: ‘Hij is terug, Rachel!’ Even moest ze zich realiseren dat hij het over Nicky had.
Ze hief het gezicht op en keek hem met grote ogen weifelend aan. Ze durfde niet te geloven dat zijn woorden waarheid waren. Ze likte aan haar gebarsten lippen, die zout smaakten. ‘Nicky?’ fluisterde ze. ‘Is Nicky terug?’
Neil knikte en de blik in zijn blauwe ogen was voldoende om haar ervan te overtuigen dat het waar was. ‘Ze zijn vannacht in een hotel in Londen gevonden,’ vertelde hij haar. ‘De politie heeft hem vanmorgen thuisgebracht en hij slaapt al.’
‘De hemel zij dank!’ Ze sloot de ogen en even leek ze in zijn armen weg te zweven. De opluchting maakte dat ze zich ongelooflijk zwak voelde. Toch was ineens niets meer onmogelijk.
Neil trok haar dichter tegen zich aan en begroef het gezicht in haar haren. Met verstikte stem zei hij: ‘Nauwelijks ben ik de ene schok te boven of je geeft me de andere alweer. Ik wilde je vertellen dat ze Nicky thuis hadden gebracht, ik kon niet wachten tot je beneden kwam en...’ Hij lachte met een stem die verraadde dat hij erg dicht bij tranen was geweest. ‘Mrs. Handley zei dat je er niet was!’
‘Oh, Neil!’
Hij drukte de lippen op haar wang en die korte, angstige lach klonk weer toen hij haar stevig vastgreep. ‘Je was er niet, Rachel... Hoe heb je me dat kunnen aandoen?’
Rachel zweeg. Haar vingers, stijf en koud als ze waren, drukten veel duidelijker haar diepe berouw uit dan woorden ooit hadden kunnen doen. Zijn trui was zacht onder haar handen en haar vingers betastten de zachte huid eronder. De aanraking ervan riep een warm, wellustig gevoel bij haar op en steviger drukte ze zich tegen hem aan.
‘Mrs. Handley zag je het huis verlaten,’ zei hij. Nog steeds was er die verstikte klank in zijn stem, alsof de angst hem nog pas had verlaten. ‘Ik kon het eerst niet geloven... ik dacht dat je nog sliep.’
‘Ik sliep niet.’ Ze keek naar hem op. Toen hij de donkere kringen van vermoeidheid onder haar ogen zag, boog hij zich voorover en kuste zachtjes haar oogleden.
‘Ik heb Nicky niet horen thuiskomen,’ zei ze nieuwsgierig. ‘Hoe kan dat, Neil, als hij in de kamer naast de mijne ligt?’
‘Hij was bang om alleen te zijn,’ zei Neil zachtjes. ‘Ik heb hem in mijn bed gelegd en ben bij hem gebleven tot hij sliep... Ik dacht dat jij ook nog sliep, maar ik zou je wakker hebben gemaakt om je te vertellen dat hij weer thuis was. Maar toen zei Mrs. Handley dat je uit was gegaan...’
‘Wist je waar je me zoeken moest?’ vroeg Rachel. Hij schudde het hoofd en knelde haar nog steviger in zijn armen.
‘Ze had angstige voorgevoelens toen ze je zó vroeg zag uitgaan,’ zei hij hees, ‘ze is naar boven gegaan om te kijken welke weg je nam, maar ze was niet zo verstandig me dat te vertellen. Ze heeft niemand verteld dat je de weg naar zee had genomen... mijn hemel, ik had haar kunnen slaan!’
‘Neil!’
Ze fluisterde zijn naam en drukte het gezicht tegen zijn brede, warme borst. Neil kuste haar hals met een onbegrijpelijke tederheid. ‘Ik was zó bang,’ bekende hij fluisterend, ‘ik was zó vreselijk bang voor wat ik zou aantreffen, m’n liefste!’
M’n liefste! Rachel hief het hoofd opnieuw op. Met grote, warme ogen keek ze hem aan. ‘Ik heb er niet bij nagedacht,’ bekende ze. ‘Ik dacht dat het je niets zou kunnen schelen wat ik deed.’
Neil keek op haar neer. Nog nooit hadden zijn ogen zó ijskoud gestaan als nu, maar er speelde een glimlach om zijn mond, die Rachel de kus gaf waar ze zo waanzinnig naar verlangde. Daarna bestudeerde hij ieder lijntje van haar blozende gezicht. Zijn blik bleef gericht op haar trillende mond en ze voelde dat ze rilde.
‘Ik had je gemakkelijk kunnen vergeven wat er was gebeurd,’ zei Neil rustig, ‘als je maar niet met Lars samen was geweest. Dat heeft me meer gekwetst dan je ooit zult kunnen begrijpen!’
Rachel schudde het hoofd en streek met de vingers over de zachte wol van zijn trui. Haar hand bleef aarzelend liggen op de plaats waar de regelmatige klop van zijn hartslag voelbaar was.
‘Je wilde niet geloven dat ik verliefd op je was en niet op Lars,’ verweet ze hem. Neil drukte een zachte kus op haar mond, vóór hij antwoord gaf.
'Ik wist niet wat ik geloven moest, Rachel,’ zei hij zachtjes. ‘Ik had het allemaal al eens eerder meegemaakt en...’ Hij zweeg en schudde het hoofd. ‘Ik was zo onzeker en ik weet hoe... invloedrijk Lars kan zijn. Je hebt toch zelf toegegeven dat je hem aantrekkelijk vindt.’ Met een vinger volgde Rachel het patroon van zijn trui. Haar neergeslagen oogleden verborgen de ogen voor hem. ‘Hij... hij wilde dat ik met hem meeging naar Zweden,’ bekende ze. Ze sloeg de ogen naar hem op en er sprak een zekere uitdaging uit haar blik. ‘Hij wist best dat ik dat niet zou doen,’ zei ze met een klein stemmetje. Neil boog zich snel voorover en drukte zijn mond stevig op de hare. Zo dicht hield hij haar tegen zich aan, dat ze bijna geen adem kon halen. Teder gleden haar handen over zijn brede borst.
In de zevende hemel, gaf Rachel zich aan hem over en iedere zenuw in haar lichaam beantwoordde zijn sterke, zachte aandrang. De wind kon dan nóg zo koud zijn, nog nooit had ze zich zo gloeiend warm gevoeld. Haar hart klopte wild en beantwoordde de nieuwe sensatie van het verlangen, die in haar opwelde. Nooit had ze gedacht daartoe in staat te zijn.
Nog steeds hield Neil haar dicht tegen zich aan en zijn ogen keken weer naar haar gezicht, alsof hij er nooit genoeg van zou krijgen. Hij bleef echter zwijgen. Eindelijk zei hij: ‘Ik heb vannacht alleen aan jou kunnen denken.’ Zijn zachte, donkere stem deed haar emoties hoog oplaaien.
‘Je witte gezichtje met die grote ogen... Ik moet krankzinnig zijn geweest je zó te behandelen en je toen zó te laten gaan. Ik had je moeten troosten, in plaats van boos te worden. Maar ik was ziedend omdat ik wist dat je met Lars was, toen Nicky werd meegenomen. Ik had niet verwacht te kunnen slapen vannacht, maar het was niet Nicky die me achtervolgde, nee, jij! En toen je vanmorgen weg was.,.’ Hij rilde en de kracht van die rilling ging op haar over, zodat ze onbeheerst trilde. ‘Kun je het me ooit vergeven, Rachel?’
‘Je vergeven...?’ Ze stak een hand uit en raakte zijn sterke, ruwe kaak met een zachte vinger aan. ‘Ik houd van je en het feit dat je hier bent maakt al het andere onbelangrijk.’ Ze hief het hoofd op en kuste hem teder op de mond. ‘Ik heb je gekwetst,’ zei ze zachtjes, ‘maar dat bedoelde ik niet zo. Ik heb je nooit op dezelfde manier gekwetst als je zuster dat heeft gedaan, Neil, dat moet je goed beseffen.’
‘Dat weet ik nu,’ beaamde hij. ‘Jij zult nooit zo dom doen als Lynn.’ Nu Lynn ter sprake was gebracht, bleek het gemakkelijker over haar te spreken. Nadenkend keek ze hem aan en zocht naar enige gelijkenis met de foto, die ze op het nachtkastje van Lars had zien staan. ‘Op... op een dag toen de deur van z’n slaapkamer openstond... heb ik haar foto in Lars’ slaapkamer gezien,’ zei ze. ‘Ze... jullie lijken niet erg op elkaar, nietwaar?’
Een poosje zweeg hij. Toen drukte hij haar weer stevig tegen zich aan en samen liepen ze naar de rotsen terug. ‘Lynn was m’n halfzuster,’ zei hij. Zijn stem klonk rustig en vast. Eindelijk kreeg ze dan het vertrouwen waarop ze zo had gehoopt.
‘Ze was een dom, mooi wezentje, maar ik hield van haar. Ze was pas zeventien toen ze met Browlett wegliep. Ik neem aan dat we haar hadden kunnen tegenhouden, maar...’ Hij maakte een hulpeloos gebaar met zijn vrije arm. ‘M’n vader verafgoodde Lynn en het was altijd erg moeilijk boos op haar te worden. Nicky lijkt erg op haar.’ ‘Dat dacht ik al,’ gaf Rachel rustig toe. Neil keek even met een nieuwsgierige, raadselachtige blik op haar neer.
‘Weet je van Lars en haar?’ vroeg hij. Het was wel duidelijk dat het hem moeilijk viel erover te praten.
Rachel knikte en drukte zich dichter tegen hem aan, alsof ze hem wilde laten weten dat ze het wel begreep. ‘Ik weet het,’ zei ze. ‘Je hebt het gedeeltelijk zelf verteld toen je met Lars een woordenwisseling in de stal had en je ging verder op de dag dat Lars en jij...’
‘Toen ik hem waarschuwde jou niet net zo te kwetsen als hij het Lynn had gedaan! ’ zei hij kortaf. Weer was er even die ijskoude klank in zijn stem. ‘Als hij dat gedaan had, zou ik het hem nooit vergeven hebben.’
‘Toch heb je hem vergeven wat hij Lynn heeft aangedaan,’ stelde ze rustig vast. Er kwam iets in zijn blauwe ogen, dat een reactie in iedere zenuw van Rachels lichaam opriep.
‘Ik heb hem vergeven wat hij Lynn heeft aangedaan,’ stemde hij rustig in, ‘omdat wat er is gebeurd gedeeltelijk Lynns schuld was. Ik heb haar gewaarschuwd, maar ze wilde niet luisteren. Zelfs niet toen m’n vader haar voor Michael Browlett waarschuwde. Lynn was jong en raakte gemakkelijk in allerlei situaties verwikkeld. En toch was ze niet zo... zo kwetsbaar als jij bent, m’n lieveling.’
‘Neil!’ Ze keerde zich om en keek hem aan. Toen werd ze opnieuw in de warmte van zijn omhelzing getrokken. Zijn warme, mannelijke kracht omvatte haar en ze kreeg het gevoel dat er een brand in haar lichaam woedde.
In zijn ogen zag ze een glinsterende warmte, die ze nog nooit tevoren had gezien. Ze strekte de armen uit en sloeg ze om zijn hals. Zachtjes streek ze met de vingertoppen door het dikke haar dat boven de kraag van zijn jas krulde.
‘Ik houd van je,’ zei hij zachtjes. ‘Als ik je aan Lars verloren had of aan...’ Even staarde hij naar de grijze vloed onder aan het klif en schudde het hoofd. ‘Dat zou ik niet hebben kunnen verdragen, Rachel, zelfs als Nicky terug was gekomen, zou ik het niet hebben kunnen verdragen.’
Rachel leunde tegen hem aan en haar grijze ogen waren groter dan ooit terwijl ze hem aankeek. Ze werd het niet moe naar dat lieve, bekende gezicht met de sterke, koppige mond en de staalblauwe ogen te kijken. Opeens zei ze glimlachend: ‘Ik geloof nooit dat ik zou hebben kunnen weggaan. Ik zou er wel iets op gevonden hebben om in je buurt te blijven... Trouwens, je hebt toch iemand nodig om voor Nicky te zorgen.’
‘Van nu af aan zal ik voor jullie allebei zorgen,’ zei Neil. Op het moment dat er een klein stukje blauwe lucht achter de wolken zichtbaar werd, trok hij haar dicht tegen zich aan en kuste haar teder.