Dag 1 - zaterdag 14 augustus - droog, zonnig, veel wind

 

De dag van vertrek begint niet goed. Wanneer ik in de schuur mijn bidon in zijn houder wil schuiven, helt mijn fiets opzij en neemt met zijn stuur de aluminium ladder mee die veel te wankel (al honderd keer tegen mezelf gezegd: doe daar toch eens iets aan) tegen de muur staat. Ik kan hem nog net tegenhouden, maar terwijl ik dat doe rolt de bidon kletterend over de grond, gevolgd door het stuurtasje dat ik in mijn andere hand heb. De klep daarvan zit nog niet dichtgeklikt zodat mijn portemonnee, telefoon en GPS samen met de bidon in een stoffige hoek van de schuur landen. Goed. Opnieuw. Bij die tweede poging gebeurt precies hetzelfde (nee, hè - hoe stom kun je wezen?) nog eens.

 

Wanneer dan uiteindelijk de ladder weer netjes tegen de muur staat en ik op de fiets Delft uitrij, raak ik onmiddellijk, nog in de Delftse Hout, de weg kwijt. Tegen beter weten in want ik kén het fietspad naar Zoetermeer, gewoon rechtdoor langs het water. Maar de GPS zegt rechtsaf, dus ga ik rechtsaf. Na nog een verkeerde afslag, die me naar een modderig wandelpad brengt dat ik natuurlijk ook nog een stuk af rijd, is het rond tien uur. Ik ben dan drie kwartier onderweg en nog steeds op tien minuten, nou oké dan vijftien, loopafstand van huis en, erger, verder weg van het begin van de LF-route ten noorden van Zoetermeer dan toen ik vanmorgen voor de deur van onze flat stond. En ik ben er nog niet, want wanneer ik dan toch eindelijk bij de fietsonderdoorgang onder de A12 beland, blijkt deze met ondoordringbare betonblokken en hekken afgesloten. Op dat moment overweeg ik serieus om de hele tocht af te blazen. Gewoon weer terug naar huis, krantje lezen, vanavond lekker uit eten... Maar ik fiets door.

 

De omleiding door een wijk die volgens mij de nacht ervoor is gebouwd blijkt wat afstand betreft mee te vallen, maar levert me wel een luid toeterende automobilist op die vanachter het stuur duidelijk probeert te maken dat ik een gaatje in mijn hoofd heb en dat hij ergens bij mij iets diep naar binnen wil steken. Fijn. Even later zie ik het fietspad waar ik blijkbaar had moeten rijden en stuur daarheen. “Bedankt hè”, mompel ik. Ondertussen vind ik het lijntje op de GPS weer en ontmoet ik zowaar bij Stompwijk de eerste geruststellende LF-bordjes.

 

Het wordt nu ook warmer. Ik doe mijn trui uit en kijk naar een futenfamilie, ronddobberend op het water dat de sloot langs het fietspad tot de rand toe vult. Vader fuut, of moeder fuut (kun je dat zien?), duikt, komt boven met een tegenspartelende vis en slikt die, snavel in de lucht, in één keer naar binnen. De drie kinderfuutjes met snaveltjes nog niet de helft van pa, of moe, kijken toe. Verbijsterd lijkt wel, zicht afvragend of ze dat ooit onder de knie zullen krijgen.

 

Ik vraag me datzelfde af over met plezier onderweg zijn. Tot nu toe wil dat alles behalve. De wind is stevig en, in tegenstelling tot de voorspellingen, uit het noordoosten. Tegen dus. Het landschap is vooral de aankondiging van alweer een dorp of stad en mijn tempo is zo laag dat een groepje slingerende kinderen me zonder moeite voorbij stuift. Langs de weg wil iedereen overal vanaf lijkt het wel. Aardappelen, uien, honing, struiken, huizen en boten. Gratis desnoods. Maar koffie zie ik nergens. Mijn rechterknie meldt al een tijdje dat ik beter een pauze kan nemen, maar bankjes doen ze hier niet aan en alle hekken die ik tegenkom hebben een venijnig randje prikkeldraad aan de bovenkant. Wanneer ik uiteindelijk toch iets gevonden heb, een soort stalen boeien in de weg om auto’s te weren, ga ik zitten en haal even diep adem. En nog een keer.

 

Ik tuur over lange rechte wegen die niets verborgen houden. Twee jongens van een jaar of tien, fietsen achter hun vader aan. Vader met een fietskar vol bagage, de jongens elk met een slaapzak achterop.

“Hoeveel kilometer hebben we al gedaan?” hoor ik de ene vragen. Er klinkt ontzag uit de manier waarop hij het woord ‘kilometer’ uitspreekt.

“Hoeveel moeten we nog?” gooit de ander daar direct zijn persoonlijke reistroefkaart overheen.

De vader weet het misschien, maar hoort het niet. Of doet alsof.

 

Pas ter hoogte van Reeuwijk wordt de omgeving iets vriendelijker. Er komen bochten in het pad dat zich langs een brede vaart slingert, met oude schepen en romantische huisjes langs de kant. Het pad is alleen voor fietsers, en de enkele gelukkige uit zo’n romantisch huisje. Het fietsen gaat nu iets soepeler. De wind is nog steeds tegen, maar lijkt er niet meer zo’n punt van te maken mij dwars te zitten. Ik stap even af om over het water te turen en zie dan op een fietsbordje langs het pad dat Woerden, waar ik voor vannacht een B&B heb geboekt, nog maar vijf kilometer is. Vijf kilometer! Dat is twintig minuten fietsen, hooguit, en het is pas één uur. Ik heb die overnachting expres redelijk dichtbij besproken omdat ik weet dat ik mijn knieën de tijd moet geven aan het fietsritme te wennen. Eenmaal geforceerd, weet ik van een pijnlijk verlopen IJsselmeertocht, dan is er geen weg meer terug. Of eigenlijk alleen maar, namelijk met opgezwollen knieën de trein naar huis nemen. Langzaam opbouwen dus, maar dit is wel héél langzaam. Wat moet een mens in godsnaam een halve dag in Woerden?

 

Ik fiets zo rustig mogelijk verder, maar hoe ik het ook organiseer: met een kwartiertje ben ik er. Ik fiets op rij langs de Hema, Xenos en Het Kruidvat, sla daarna rechtsaf en sta vrijwel direct bij mijn B&B voor de deur. Waar vervolgens dus nog niemand aanwezig is. Ik spreek een berichtje in op het antwoordapparaat en probeer de tijd klein te krijgen door het stadje rond te fietsen. Dat valt niet mee, want speciaal vandaag is het feest in Woerden. Groot feest. Inderdaad, met een braderie, drumbands en een groots opgezet live optreden van een André Hazes soundalike. Een mens kan het maar treffen.

 

De eerlijkheid gebiedt: eenmaal toegang tot mijn kamer voor die nacht, bleek hij ruim, schoon, vriendelijk ingericht en zelfs voorzien van een binnenplaatsje met uitzicht op de kerktoren van Woerden. De André Hazes soundalike valt er met enige moeite te negeren en het eten, later die dag, bij ‘Bij Petrus’ is uitstekend. Voor de goede orde: alle genoemde instellingen kunnen vrijelijk omkoopsommen of andere blijken van waardering voor een gunstige vermelding aan mij beschikbaar stellen.

 

Die nacht zingt de Hazes-imitator tot ruim na middernacht en uit volle borst. Ik had deze fietstocht gepland om de herrie van de studentenintroductie in Delft te ontlopen. Maar zoals Pfeijffer al opmerkte: tussen plan en werkelijkheid wil nog wel eens wat licht gloren. Rond één uur, na diverse hartverscheurende afscheidsspeeches, stopt de zanger er gelukkig mee. Om plaats te maken voor een groot vuurwerk. Helemaal geweldig, Woerden.