Het inpakken
Het grote nadenken, wegstrepen, passen, toch maar toevoegen en de wurgende afweging tussen een extra tas erbij of juist eentje minder. Het is een noodzakelijke fase, die ik meestal ruim voor vertrek start, als in twee of drie dagen van tevoren. Ik bedoel dus niet het achteloos bedenken van ‘oh ja, niet vergeten’ en het dan ergens neerkrabbelen of (mooier!) aan de checklist toevoegen. Ik bedoel daadwerkelijk bundeltjes kleren peinzend van de ene naar de andere kant van het bed verplaatsen, nog iets kleiner opvouwen en op de hand het gewichtsverschil schatten tussen een trui van wol en een van fleece. Ook al weet ik de uitkomst. Mijn leidraad: strak ingepakte tassen, maar nog wel wat ruimte voor souvenirs, en alles wat ik onderweg nodig kan hebben bovenin voor het grijpen.
Dat wikken en wegen is overigens ook een manier om een heel andere stem, die altijd voor het begin van een voorgenomen reis opspeelt, tot zwijgen te brengen. De stem die vraagt; waarom? Waarom? Waarom blijf je niet gewoon lekker thuis? Na alle opgetogen plannenmakerij is dit een soort ongevraagde ontnuchtering nog vóór de dronkenschap. Kijk eens naar je lekkere bedje, je gezellige huis, je lieve vrouw, je keuken waar je tegen heel schappelijke bedragen veel betere biefstukken bakt dan je onderweg voor veel geld op je bordje geschoven zult krijgen. En dan de risico’s. Het slechte weer, de lekke banden, de plotseling afslaande vrachtwagens en de criminelen die het voorzien hebben op bagage, fiets, geld en goede eer.
De stem komt steevast en heeft niets te maken met echte risico’s of nadelen. Nepal of de Afsluitdijk, het zijn op zo’n moment even duistere oorden. En er is maar één manier om het nadenken daarover te stoppen: inpakken en wegwezen. Omdat de stem al komt lang voor ik weg kan wezen, is inpakken en nog eens opnieuw inpakken de beste remedie. Bijkomend voordeel: ik kan daardoor érg goed inpakken.
Onderdeel van het inpakritueel is het zeer on-boeddhistisch maltraiteren van mijn kaarten. Ik ben daar ooit op de motorfiets mee begonnen, gedwongen door het nietige formaat van het doorzichtige hoesje op mijn tanktas en de opvlammende wanhoop wanneer ik moet kiezen tussen drie afslagen waarvan ik er niet één op mijn stukje kaart kan vinden. Dus had ik meestal én een doorrijkaart van de ANWB, én een gedetailleerde wegenkaart én een briefje met plaatsnamen die ik persoonlijk op de borden zou vermelden (een overweging waar wegbeheerders zich zelden iets van aan blijken te trekken, maar dat terzijde). Al deze papieren hulpmiddelen moesten in een vakje van zeg vijftien bij dertig centimeter en dan ook nog zo ingestoken dat ik ze met een snelle blik in de juiste volgorde kon raadplegen. Dit vraagt nogal wat vouwvermogen van kaarten en op basis van ruime praktijkervaring kan ik melden dat de Michelinkaarten bij die proef het beste uit die bus komen. Voorwaarde is wel dat de hardkartonnen omslag er eerst is afgescheurd, maar dat gaat verbazingwekkend makkelijk, plus alle delen waar je toch niet heen wilt eraf zijn geknipt. Dat doet aanvankelijk even pijn, maar blijkt gewoon een kwestie van doorzetten.