-1-
Voor de spiegel van de toiletruimte in een trendy café in Amsterdam-Zuid spreek ik mezelf moed in, want eerlijk gezegd ben ik meer dan nerveus. Het is bijna vijf uur op deze voor mij zo bijzondere donderdagmiddag. Zo da-delijk zullen mijn collega’s afscheid van me nemen en sluit ik een werkzame periode van drie jaar bij de bank af, zonder te weten wat de toekomst mij gaat brengen.
Uit mijn handtas pak ik een flesje parfum en spuit de frisse geur overvloedig in mijn hals. Dan haal ik nog een keer diep adem, trek het jasje van mijn donkerblauwe mantelpakje recht en werp met een vloeiende beweging mijn lange blonde haren in mijn nek. Mijn zwarte tas bungelt nonchalant aan mijn schouder en met een kordate pas loop ik de toiletruimte uit naar het café, waar zo dadelijk het feestje kan beginnen.
Bij de bar staan de eerste collega’s al. De begroeting is uitbundig, alsof we elkaar een jaar niet hebben gezien.
We zijn allemaal jong, ambitieus en energiek, met een hoofd vol dromen. Maar die buitenkant is voor mij schijn. Dikwijls vraag ik me af waar ik nu eigenlijk mee bezig ben.
Hoe meer ik aan de buitenkant toon wat een leuke ambitieuze jonge vrouw ik ben, hoe leger en futlozer ik me van binnen voel.
Liz, mijn directe collega, komt met een glas witte wijn in haar hand naast me staan.
‘Cheers Eva, ik ga je missen,’ zegt ze, met een zwaar Engels accent. Haar woorden klinken hol en gekunsteld in mijn oren. Liz is vorig jaar bij onze bank komen werken. Ze kwam rechtstreeks uit het ‘financial district’ in Londen, waar ze bij de Bank of England als handelaar op de beurs werkte.
‘Ik jou ook, Liz,’ antwoord ik poeslief, terwijl een stemmetje in mijn achterhoofd fluistert: blij dat ik van je af ben.
‘We keep in touch,’ zegt Liz en ze geeft me een overdreven knuffel waarna het hoog tijd is voor haar om verder te netwerken.
De verbazing van mijn collega’s was groot geweest toen ik drie weken geleden mijn ontslag aankondigde. Het was de uitkomst van een knallende ruzie met mijn baas Harold die niet geheel onverwachts was ontstaan. De afgelopen jaren waren uitputtend geweest en ik had het gevoel tegen een burnout aan te zitten. Futloos bracht ik de avonden op de bank door, zappend van het ene naar het andere tv-kanaal. Of ik vluchtte in de fantasiewereld van een mooi boek, met naast mij nog de resten van de verorberde magnetron-maaltijd. Als je alleen bent, is elke maaltijd smakeloos. In ieder geval ontbreekt me de energie om uitgebreid en lekker voor mezelf te koken.
Meer dan eens had ik me vertwijfeld afgevraagd wat er van mijn mooie dromen terecht was gekomen. Ergens tijdens mijn studie rechten was ik mijn onbevangenheid kwijtgeraakt. De wereld veranderde in een serieus theater waar het draait om bezit, macht en status. Het was een toneelstuk geworden met mijzelf in de hoofdrol, waarin ik langzaam geestelijk werd gekneveld. Wat was er van die leuke, spontane Eva overgebleven?
Niet meer dan een vastgelopen vrouw, verstrikt in het web van het heilige moeten, verplichtingen, status en carrière. Waar was dat elf jaar oude meisje gebleven dat in de zomer huppelend door een maïsveld struinde met haar hoofd in de wolken? Haar onbevangenheid heeft plaatsgemaakt voor een ongekende werkdruk van presteren, presteren en nog eens presteren. Maar dat heeft een prijs. Langzaam maar zeker verdween mijn kracht en energie. Zou mijn moeder trots zijn geweest op wie ik was geworden? Een bitsige jonge vrouw, die probeert stand te houden in de harde mannenwereld van carrière, geld en status. Een carrièremaakster die zich eenzaam voelt in andermans gezelschap en waar het stil is in huis. Ik dacht er vaak aan dat er niemand was die deze koude lege wereld achter mijn succesvolle façade kende.
Door alles heen is mijn zus Paula een helder lichtpunt in mijn leven geweest, en ze is dat nog. Hoewel ze twee jaar jonger is, luister ik altijd naar haar raad. Ze heeft me al voor het nodige ongeluk behoed. Paula lijkt niet op mij, met haar donkere springerige haar. Ze is mijn meest dierbare vriendin. We zijn samen door onze oma opgevoed na het overlijden van mijn moeder, nu zevenentwintig jaar geleden. Haar plotselinge dood herinner ik me levendig als de dag van gisteren. Ik begreep het niet, toen ik in mijn zondagse kleren naast de kist stond en dacht dat mijn moeder sliep en weer snel wakker zou worden. In de jaren die volgden, drong langzaam het besef door dat ik haar nooit meer zou terugzien. Mijn vader zwolg in zijn verdriet en richtte zich helemaal op zijn werk als gemeenteambtenaar in Ouderkerk aan de Amstel. Hij kon het niet bolwerken en al snel was het in huis een rommeltje.
Vaak waren mijn kleren niet echt schoon en kwam ik te laat op school met mijn boterham nog in de hand. Gelukkig sprong mijn oma als reddende engel in het gapende gat dat mijn moeder had achtergelaten. Zij zette het huishouden weer op de rails en ze deed nog meer. Oma heeft ons een gevoel voor spiritualiteit bijgebracht, en ze liet ons zien hoe je het in je dagelijkse leven kunt inpassen. Bij een heldere hemel nam ze ons mee naar buiten om naar de sterren te kijken. Ze heeft me als klein meisje, devoot geknield voor mijn bed, geleerd om te bidden.
Maar hoe oma ook haar best deed, mijn moeder vervangen kon ze niet. Paula en ik trokken naar elkaar toe en we kregen een sterke band. Zielsmaatjes voor de eeuwigheid is een goede typering van onze relatie.
Na drie jaar keihard werken, liep ik vast. Als junior investment banker bij de grote bank in Amsterdam maakte ik niet zelden werkweken van zeventig tot tachtig uur. Maar eerlijk gezegd was het harde werken een logisch gevolg van mijn eerder gemaakte keuzes. Direct na de universiteit begon ik in het management trainee-klasje van de meest gerenommeerde bank van Nederland. Toen ik het grote nieuws aan mijn vader vertelde, glom hij van trots en knuffelde me langdurig. Een mooie opleiding en een prachtige opstap naar de top, zo leek het. De trainees waren jong, en we hadden allemaal dezelfde droom om ooit een plaatsje te bemachtigen in de raad van bestuur van onze bank. Tot mijn eigen verrassing kreeg ik na de opleiding, als een van de weinigen, de felbegeerde plaats bij Fusies & Overnames, divisie Zakenbankieren.
Ik vermoed dat naast mijn intellectuele capaciteiten zeker ook mijn uiterlijk daarbij een rol heeft gespeeld.
Ik had dat tijdens het sollicitatiegesprek al gezien in de ogen van Harold, mijn latere baas. Een opgeblazen vijftiger met teveel geld. Harold was een man van standing met veel macht en aanzien binnen de bank en hij had een onevenredig aantal mooie intelligente jonge vrouwen in zijn team verzameld. Kenmerkend voor hem was dat hij altijd heel dicht tegen je aan kwam staan om iets uit te leggen of iets te vragen. Iedereen wist het en maakte er in het geniep grapjes over, maar niemand greep in.
Bij de afdeling Fusies & Overnames had ik ervaren dat de weg naar de top niet over rozenblaadjes gaat maar een pad is met harde pijnlijke doornen. Het werk was zwaar en uitputtend, zeker in een periode van opnieuw een miljoenendeal. Bijna continue voelde ik een druk op mijn borst en meer dan eens hyperventileerde ik. Vaak zat ik tot diep in de nacht te werken en probeerde ik met korte hazenslaapjes op het toilet mijn chronische slaaptekort in te halen. Als junior werd je als slaaf gebruikt door de ervaren investment bankers die daar hun hand niet voor omdraaiden.
Aan de andere kant hield ik mezelf voor dat ik in elk geval goed geld verdiende en was mijn vader Jan zo trots als een pauw op mijn bereikte positie. Dit was de zoete beloning voor het verblijf in de harteloze slangenkuil.
Succes heeft een prijs, hield ik mij voor. Maar diep van binnen raakte ik opgebrand en was ik uitgekeken op deze kille gevoelloze machowereld, waar alles draait om geld, geld en nog eens geld. Elke afgesloten ‘deal’ leverde een volgende plexiglas trofee met bijbehorende bonus voor de investment bankers op.
En als er ergens op de wereld wordt bewezen dat geld niet echt gelukkig maakt, dan is het wel op onze afdeling.
Ik las het op de chagrijnige gezichten van mijn collega’s en merkte het aan de vele politieke spelletjes die worden gespeeld.
De afmattende jaren bij de bank brachten me op het randje van een burnout. Niet zelden stond ik ’s ochtends al duizelig op en vroeg ik me af waar ik in hemelsnaam mee bezig was. Zo raakte ik in een identiteitscrisis en zoemden de vragen onophoudelijk door mijn hoofd: wie ben ik nu werkelijk en waar ben ik in hemelsnaam mee bezig?
Het idee om een sabbatical te nemen kwam als een duveltje uit een doosje tijdens een televisiedocumentaire over het leven in een ashram in India. Ik wilde tijd om na te denken over mezelf en de vragen die me kwelden. India was niet nieuw voor me en ik had er al meerdere boeken over gelezen. Ik was gefascineerd geraakt door heilige mannen en vrouwen met een rode stip op hun voorhoofd. Deze Sadhu’s verkondigden het woord van liefde, en het land had iets mystiek en ongrijpbaars wat me onweer-staanbaar aantrok. Na de documentaire zat India in mijn hoofd en leek dit land als bij toeval veelvuldig op mijn pad te komen.
Op de cover van mijn lievelingsmagazine had de Taj Mahal gestaan. In een reisboekenwinkel die ik bezocht, bleek India het land van de maand, en ik had voor de winter een kleurige Indiase rok gekocht, naar de laatste mode. Zelfs op mijn werk was ik in aanraking gekomen met India door een opdracht van een grote klant, die een fabriek in Calcutta wilde financieren. Het idee om een sabbatical aan te vragen werd steeds sterker en nam een vaste vorm aan.
De komende maanden zou ik gaan gebruiken om mezelf te hervinden en antwoorden te krijgen op mijn levensvragen.
Na wekenlang twijfelen was ik uiteindelijk op een maandagmorgen in augustus naar mijn baas Harold gestapt. Hij had meteen geprobeerd mij van het idee van een sabbatical af te brengen, maar ik hield voet bij stuk. Uiteindelijk was het uitgedraaid op een flinke ruzie, die volledig escaleerde.
Harold had gezegd: ‘Als je ons team in de komende hectische najaarsperiode in de steek wilt laten, lijkt het mij beter dat je hier helemaal weggaat.’ Daarna had hij demonstratief twee keer op zijn horloge gekeken ten teken dat het hoog tijd was voor zijn volgende afspraak. Het hoofdstuk Eva Sprong was voor hem blijkbaar gesloten en personeelszaken zou de ontslagprocedure verder af-handelen. Ik was verbaasd en verslagen afgedropen en hoopte op een oplossing. Maar ook het beklag bij de afdeling personeelszaken werd niet gehonoreerd. Mijn aanvraag voor een sabbatical draaide uiteindelijk uit op een ontslagprocedure. De wereld van zakenbankieren is keihard en elke tegenspraak wordt ‘afgekocht’ met een ontslagregeling.
De frustratie drong door tot in elke vezel van mijn lichaam, en de riante vergoeding veranderde daar niets aan.
Een paar dagen later waren de spullen van mijn bureau ingepakt en had ik voor de laatste keer met mijn collega’s geluncht. Thuis was ik huilend op de bank geploft, vechtend tegen een gevoel van twijfel en onzekerheid. Wat had ik in hemelsnaam gedaan?
Maar het gevoel van onzekerheid maakte al snel plaats voor nieuwsgierigheid en het gevoel van vrijheid. Met de ontslagvergoeding zou ik mij de komende maanden over geld geen zorgen hoeven maken. In mijn hoofd verschenen nieuwe ideeën als bloemkoolwolken aan de horizon van een diepblauwe hemel.
En nu is dus mijn afscheidsborrel aan de gang. Langzaam loopt het café vol. Niet dat ik de meest populaire collega van de afdeling ben, maar een gratis borrel en de gelegenheid om bij Harold ‘in de picture’ te komen, is aantrekkelijk voor mijn collega’s. Aan de bar ben ik omringd door de mensen die dagelijks op de beurs met tientallen miljoenen guldens spelen in de bizarre wereld van het grote geld. De meest gestelde vraag is wat ik ga doen. Op mijn antwoord dat ik met een rugzak in India ga rondtrekken, variëren de reacties van ‘leuk’ en ‘boeiend’ tot ‘goed dat je jezelf gaat ontdekken’. Maar in werkelijkheid verklaren ze me voor gek. Het hippie-tijdperk hebben we toch al jaren geleden achter ons gelaten! Hoe kan ik op zoek gaan naar mezelf, terwijl ik bij de bank al aan zo’n bloeiende carrière begonnen was? Maar voor mij is het de vraag wanneer je beter af bent. Als je keihard moet werken, vliegt het leven ongemerkt voorbij. Je rent van de ene deal naar de andere en in de spaarzame vrije tijd die resteert, probeer je zo luxe en gemakkelijk mogelijk te leven. Een kunstmatig leven in de vorm van een ratrace waarin vele collega’s met hulp van sloten koffie of drank op de been proberen te blijven.
Harold komt pontificaal binnenwandelen en meteen lopen er een paar collega’s op hem af. Borrels zijn de momenten waarop je jezelf kunt profileren en positioneren voor een nieuwe baan. Harold beoordeelt en bepaalt uiteindelijk wie promotie maakt, en dat is de basis van zijn machtspositie. Er druppelen nog wat oude traineegenoten binnen en de tafel waarop ik mijn afscheidscadeaus neerleg, wordt steeds voller. Dan gaat Harold op een tafel staan. Hij maakt de barman met een kort gebaar duidelijk de muziek uit te zetten. Harold heeft zijn jasje uitgetrokken en staat met zijn rode bretels op zijn spierwitte hemd en met een beginnend buikje als een soort God op de berg, klaar voor zijn preek.
Het geroezemoes valt stil.
‘Eva,’ begint hij plechtig te spreken, terwijl hij een gerichte pauze laat vallen. ‘Toen jij drie jaar geleden bij ons binnenkwam, zag ik meteen al dat je een talentvolle dame was. En ik heb weer eens gelijk gekregen. Je hebt onze bank laten zien dat je slim bent. Daarom heb ik je meerdere interessante deals toegeschoven. Ik vis er even twee uit mijn geheugen: de management buy-out van Hyers Shipyards en de obligatie-emissie op United Media Corporation. Kortom, je hebt veel geld voor onze bank verdiend, en daarvoor: chapeau! Maar mijn belangrijkste les is dat jij door je optreden hebt laten zien dat blond niet altijd dom hoeft te zijn.’
Harold begint breeduit te lachen en kijkt rond wie er meedoet. Het zijn vooral mijn mannelijke collega’s die hartelijk lachen om deze grap. Voor de beleefdheid laat ook ik mijn mondhoeken opkrullen, maar in feite minacht ik deze man.
‘Eva, we zijn met de pet voor je rondgegaan,’ blaat Harold verder. ‘Om ook in India bij de tijd te blijven, hebben we een prachtig klokje voor je gekocht. Het gaat je goed meid, proost!’
Harold springt van de tafel en overhandigt mij een witte kartonnen doos. Daarbij pakt hij me net even te stevig vast en geeft me drie kussen op mijn wang, terwijl ik een rilling van afkeuring maar nauwelijks kan onderdrukken.
In mijn dankwoord vertel ik hoe fantastisch de tijd bij de bank is geweest en hoe ik mijn collega’s zal gaan missen. Met geen woord rep ik over de ruzie met Harold die tot mijn ontslag heeft geleid. Over de harde waarheid wordt gezwegen, is het credo binnen het zakenbankieren.
Rond half negen nemen de laatste collega’s afscheid en ga ik met twee volle tassen cadeaus naar huis. Mijn carrière bij de bank is definitief finito. Mijn veilige positie heb ik opgegeven om mezelf te vinden. Dat klinkt stoer, maar het voelt tegelijkertijd ook erg onzeker en eenzaam.
Thuis in mijn kleine appartement in het centrum van Amsterdam, trek ik mijn zakelijke kleding uit en schiet in een vale spijkerbroek en een wit T-shirt. Mijn mantelpakje hang ik netjes in de kast. Vervolgens loop ik naar de keuken en pak de telefoon om Paula te bellen. Ze is niet thuis, jammer genoeg, en ik probeer vervolgens de ene vriendin na de andere te verleiden om uit eten te gaan, maar ze hebben of geen tijd of al gegeten. Ten slotte leg ik dan maar een diepvriespizza in de oven en trek een fles witte wijn open. Opnieuw overvalt me een gevoel van eenzaamheid, terwijl de stem van de presentator van een spelprogramma op televisie de stilte in huis verdrijft.
Met stilte heb ik altijd al een probleem gehad. Ook nu grijpt hij me naar de keel. Vooral de zondagen zijn vaak lastig omdat er dan voor even geen werk op kantoor is en ik gedwongen alleen in het stille huis ben.
Kijkend naar het nietszeggende spelprogramma eet ik van de opgewarmde diepvriespizza. Juist deze avond heb ik behoefte aan een partner om mijn verhaal te delen.
Al zo lang ben ik op zoek, maar de ware heb ik nooit gevonden. Ik ben nu eenmaal best kritisch en geef me niet zo maar over aan de eerste beste vent die mijn pad kruist. Toch heb ik altijd die zoekende blik naar ‘de ridder op het paard’, wat me een permanent gevoel van onrust geeft.
‘Ik heb helemaal geen tijd voor een vaste relatie,’ roep ik stoer naar iedereen die het maar wil horen. Ook op dit vlak is mijn binnenwereld een andere dan wat de buitenwereld ziet.
Die nacht val ik met een weemoedige gevoel in slaap. Het afscheid bij de bank was zwaar en mijn toekomst is onzeker. Aan de andere kant voel ik de nieuwsgierigheid en ondernemingslust opborrelen. Morgen begin ik met de voorbereidingen voor mijn reis naar India en ga ik een ticket kopen naar New Dehli.