Roodkapje en de wolf
Gelukkig is Pietje geen jongen die dagen loopt te piekeren. Zeker niet als er van alles gaat gebeuren. De dag na het bezoek aan Sproets vader in de gevangenis, gaat hij naar het politiebureau. Daar zullen ze toch zeker wel naar hem luisteren?
Ongeduldig zit hij op een bankje in de gang te wachten. Hij speelt met Jans briefje in zijn hand. Agenten lopen heen en weer, maar niemand besteedt enige aandacht aan Pietje Bell. Ach, ik kan ook maar beter met de hoogste baas spreken, houdt hij zichzelf voor.
Op dat moment komt inspecteur Fuik de gang in lopen samen met een andere man. „Als je nog drie mannen kan regelen voor het transport van die kroon, dan zijn we rond," hoort Pietje hem zeggen voor de twee elkaar gedag zeggen.
Pietje veert op. Als Fuik de hoogste baas is, is het dan wel zo verstandig om met hem te praten? De inspecteur en de gevangenisdirecteur hadden hem immers samen opgesloten voor iets wat hij niet had gedaan. Is inspecteur Fuik wel te vertrouwen? Maar Pietje móét iets doen!
Pietje gaat midden in de gang staan. „Inspecteur Struik?"
Nu heeft de inspecteur hem in de gaten. „Fflfuik, Pietje Bell, de naam is Fflfuik. Wat kom jij hier doen?" wil hij bars weten.
Pietje bedenkt zich en haalt zijn schouders op. „Niks eigenlijk." Hij maakt dat hij wegkomt.
Nog nahijgend van zijn vlucht uit het politiebureau, komt Pietje door de draaideur in het gebouw van Het Laatste Nieuws. In de hal vraagt hij aan een mevrouw of hij de kranten van de laatste maanden mag bekijken.
„Maar dat is toch oud nieuws, Pietje?"
„Daar hou ik wel van," antwoordt hij. „Dat verandert niet meer de hele tijd."
De vrouw schiet in de lach. „Misschien vind jij dat wel fijn, maar zonder nieuw nieuws kunnen wij geen krant meer maken."
„Dat snap ik. Maar dan lees ik het gewoon een paar dagen later."
Hoofdschuddend komt de vrouw achter haar bureau vandaan en loopt met Pietje mee naar het krantenarchief. Daar bladert hij de ene na de andere krant door. Als hij een groot artikel op een voorpagina vindt over het vervoer van de tsarenkroon met een grote foto ernaast, leest hij het aandachtig twee keer door.
Zodra Pietje weer buiten loopt, probeert hij te bedenken wat de route zal zijn van de vrachtwagen met de tsarenkroon. Opeens weet hij het: de smalle staalbrug op weg naar de haven! Pietje besluit er een kijkje te gaan nemen.
Vanaf de brug loopt Pietje naar het rovershol. Hij scheurt een paar bladzijden uit het grote boek van Sproet en begint de route te tekenen. Hij zet een kruisje waar hij wachtposten moet neerzetten.
Pietje kijkt om zich heen. Er is verder niemand in het hol van de Zwarte Hand. Het dringt nu goed tot hem door: wat hij ook verzint om Paul te helpen en Stark tegen te werken, hij zal het niet in zijn eentje kunnen klaarspelen.
Mevrouw Ster schikt een vers boeket bloemen in de vaas naast het bed van de meester. Pietje zit aan het bed en speelt wat met de poppen van Roodkapje en de wolf.
„Pietje," zegt meester Ster heel zacht. „We hebben nooit meer ons poppenspel afkunnen maken..." „Dat geeft niet, meester."
„Toch lag ik vannacht te denken... hoe zou het verhaal aflopen?"
„Het zou goed aflopen, meester."
„Ja, het moet altijd goed aflopen..."
Pietje kijkt naar de poppen in zijn hand en begint er dan langzaam mee te bewegen. „Roodkapje komt aan het bed van haar grootmoeder en vindt dat ze er wel heel raar uitziet. Ze zegt: 'Grootmoeder, wat hebt u een grote oren!' 'Ja, kind,' zegt de wolf, 'dat komt vanwege het luisteren naar de radio'."
Meester Ster glimlacht zwak en sluit even later zijn ogen.
„'En grootmoeder'," gaat Pietje verder, ,,'wat hebt u een grote ogen!' 'Ja kind, dat komt vanwege het films kijken in de bioscoop.' 'Grootmoeder, wat hebt u een grote neus!' 'Ja kind, dat komt omdat ik hem overal insteek.' 'Grootmoeder, wat hebt u een grote mond!' 'Ja, kind dan kan ik je beter opeten!' En de wolf springt uit het bed en vreet Roodkapje in een klap op. Dood."
Pietje kijkt op naar meester Ster. Hij ligt heel stil, met een glimlach om zijn mond.
De zaalarts, die bij het bed was blijven staan om naar het verhaal van Pietje te luisteren, komt dichterbij. Hij voelt de pols van meester Ster.
Dan keert hij zich om naar mevrouw Ster. „Mevrouw, het spijt me heel erg. Uw man is overleden."
Pietje kijkt verslagen van de arts naar meester Ster. Dan wordt het hem te veel. Hij laat de twee poppen uit zijn handen op het bed vallen en vlucht de ziekenzaal uit.
Buiten komt de regen met bakken tegelijk uit de lucht. Pietje voelt het niet. Op zijn wangen mengen regendruppels en tranen zich met elkaar. Hij leunt met zijn hoofd tegen het hek van het ziekenhuis.
Iemand legt een hand op elk van zijn schouders en draait hem om. Door zijn tranen heen herkent Pietje zijn vader. „Pap! Meester Ster is dood."
„Ik heb 't gehoord, jongen."
Pietje balt zijn vuisten. „Konden we nu maar de buik van de wolf opensnijden."
„Zodat hij weer levend tevoorschijn komt?"
„Ja, het loopt nu niet goed af."
„Ik weet het, Pietje en ik ga je ook niet vertellen dat je er maar om moet lachen. Want om sommige dingen in het leven kun je alleen maar huilen. En dat moeten we dan ook maar gewoon doen." Troostend slaat vader Bell zijn armen om Pietje heen.
De begrafenis van meester Ster is een indrukwekkende gebeurtenis. Heel veel mensen zijn naar de begraafplaats gekomen, waaronder de klas van Pietje. Zwijgend staan ze om het graf.
Pietje ziet Sofie, de kleindochter van meester Ster. Haar ogen zijn rood van het huilen. Zo zal ik er zelf ook wel uitzien, bedenkt hij, terwijl hij de tranen van zijn wang veegt.
Wanneer de kist in het graf verdwenen is en alle mensen bloemen hebben neergelegd, begint iedereen de begraafplaats te verlaten.
Pietje blijft als een van de laatsten achter. Als hij ziet dat Sofie en haar moeder ook weglopen, loopt hij snel achter haar aan. „Sofie?"
Ze blijft staan en kijkt hem aan. „Ja?"
„Je wou toch zo graag bij de Zwarte Hand? Nou, dat kan niet meer. De Zwarte Hand is dood."
Sofie kijkt Pietje geschokt aan. „Dood?"
„Ja, dood." Pietje staart over zijn schouder naar het graf van de meester. „En juist nu zou ik willen dat-ie springlevend is, want het is tijd voor actie. Maar ja, zo zit het effe niet in elkaar." En zonder
Sofie verder aan te kijken of te groeten loopt Pietje de begraafplaats af.