HOOFDSTUK 10
Vijf dagen later kwam Sara op de gewone tijd om negen uur op Njangola aan en merkte dat Sadie druk bezig was in de keuken, terwijl ze anders op dat uur het ontbijt voor Irma klaarmaakte opdat Sara het meteen naar haar zuster kon brengen.
‘Heeft mijn zuster al ontbeten?’ vroeg Sara verbaasd.
‘Toen ik tien minuten geleden bij haar aanklopte, sliep ze nog,’ antwoordde Sadie.
Met een angstig voorgevoel vloog Sara de gang door en ging zonder kloppen de kamer van haar zuster binnen. Ze zuchtte van opluchting toen ze Irma rechtop in bed zag zitten. ‘Ben je net wakker?’ vroeg ze.
Irma zei glimlachend dat ze zich die ochtend had verslapen. ‘En ik had niet eens een slaaptablet genomen, dus je hoeft niet zo streng te kijken,’ voegde ze er lachend aan toe.
Sara fronste verwonderd haar wenkbrauwen. ‘Heb je zonder tabletten kunnen slapen?’ Het leek onmogelijk.
‘Ja, heus!’ Irma zweeg even. ‘Ik moetje ook nog iets anders vertellen: Ik wil niet meer doodgaan.’
‘Daar ben ik blij om.’ Sara wist zich te beheersen en liet niet merken hoe opgelucht ze was. ‘Hoe komt het dat je zo anders bent gaan denken?’
‘Door Bernard,’ antwoordde Irma en nu schrok Sara toch even want ze ontdekte een eigenaardige blik in de ogen van haar zuster.
‘Ja?’ drong ze aan.
‘Ik houd van hem... en hij houdt van mij.’ Ze zei het heel kalm en nuchter, maar Sara hoorde aan de stem van haar zuster wel dat ze gelukkig was. Sara staarde haar aan omdat ze bang was dat ze de problemen die nu zouden ontstaan, niet meer zou kunnen verwerken. ‘Ga mijn ontbijt maar halen, Sara, dan zal ik je er alles over vertellen.’
Verbluft ging Sara naar de keuken terug. Sadie had de zusters al horen praten en intussen het dienblad met het ontbijt voor Irma klaargemaakt. ‘Alles is al klaar,’ zei Sadie trots.
Even later stond Sara naast het bed van haar zuster en luisterde naar alles wat Irma haar had te vertellen. Ze hoorde dat Bernard de vorige avond zijn liefde voor Irma had verklaard. Hij was vier uur bij haar gebleven omdat Ray een avond naar de club in Glenview had willen gaan.
‘Die verklaring van Bernard was eigenlijk geen verrassing voor me,’ ging Irma door. ‘Ik had al gemerkt dat hij verliefd op me was. Daardoor had ik tenminste iets waaraan ik kon denken als ik hier ’s avonds alleen lag en omdat ik steeds aan Bernard moest denken, is het beeld van Ray eigenlijk helemaal gaan vervagen.’ Ze zweeg even. ‘Ik heb al een tijdje geweten dat Ray niet meer van me hield. Nu, ik houd ook niet meer van hem... dus je mag hem hebben, Sara!’
‘Bedankt!’ viel Sara boos uit. Ze had een kleur van woede gekregen en keek haar zuster met fonkelende ogen aan. ‘Ik heb Ray niet nodig, want toevallig houd ik van mijn eigen man!’
Er viel een diepe stilte en Irma keek haar zuster met een eigenaardige blik aan. ‘Hield je ook van hem toen je met hem trouwde?’ wilde ze weten.
‘Ik houd nu van hem en dat is het enige wat van belang is. ’
‘Ik dacht dat je maar met hem was getrouwd om de aandacht af te leiden van jou en Ray. Dat heb ik ook al tegen Ray gezegd en hij dreigde me dat aan jou te vertellen. Heeft hij dat gedaan?’
‘Dat deed hij zeker!’ viel Sara uit. ‘Ik begrijp niet hoe je je zulke gemene dingen in je hoofd hebt kunnen halen!’
‘Het spijt me dat ik je verkeerd heb beoordeeld. Ik wist echter dat je verliefd op Ray was geweest. Waarom ben je eigenlijk met Carl getrouwd, Sara?’
Weer bleef het stil. Sara was woedend en het kostte haar moeite zich te beheersen en de vraag van haar zuster te beantwoorden. ‘Als je dat dan met alle geweld wilt weten: ik ben met Carl getrouwd om jou gerust te stellen, ik ben met hem getrouwd hoewel ik toen niet van hem hield.’
Irma werd bleek. ‘O Sara, dat wist ik niet. Vergeef het me, alsjeblieft, zeg dat je het me vergeeft!’
‘Ik vergeef het je graag, en wel om de eenvoudige reden dat ik nu wel van Carl houd.’
Weer bleef het een tijdlang stil. ‘Wat heb je een groot offer voor me gebracht,’ stelde ze toen verwonderd vast. ‘Je trouwde met een andere man opdat ik me niet langer ongerust zou hoeven maken over Ray. Het hielp helemaal niet want ik piekerde nog meer dan vroeger, ik verdacht je van de ergste dingen...’ Irma zweeg even. ‘Ik heb me tegenover jou schandalig gedragen, Sara. Je moet weten dat ik altijd wel besefte dat ik Ray van jou had afgenomen ...’
‘Dat heb je niet gedaan. Ik ben verliefd op hem geweest, ja, maar hij voelde niets voor mij en je hebt hem dus niet van me afgenomen.’ ‘Later is hij wel van je gaan houden. Dat heb ik heus wel gemerkt, al probeerde hij het voor me verborgen te houden.’ Irma fronste haar wenkbrauwen, alsof ze liever niet meer over haar man wilde praten. ‘Je zei dat je niet van Carl hield toen je met hem trouwde,’ zei ze. ‘Maar hield hij van jou? Hij moet wel van je hebben gehouden, anders zou hij je geen aanzoek hebben gedaan, hè?’
Sara nam het dienblad met het ontbijt van het bed. ‘We hebben een afspraak met elkaar gemaakt. We hielden niet van elkaar, maar ik ben niet bereid je meer te vertellen over de afspraak tussen Carl en mij.’ Ze wilde het liefst een eind aan het gesprek maken en Njangola verlaten. Ze wilde naar huis naar de vredige sfeer van Ravenspark. ‘Kan ik soms nog iets voor je doen?’ vroeg Sara. ‘Wil je iets drinken?’
• Irma knikte en zei dat ze graag een kopje koffie wilde hebben. Ze zweeg weer, maar begon al snel opnieuw te praten.
‘Bernard en ik zijn van plan ergens te gaan samenwonen...’ De stem van Irma klonk wrang toen ze verder ging. ‘Niemand zal ons onder de gegeven omstandigheden van onzedelijk gedrag kunnen beschuldigen, wel? We zouden het ons trouwens niet aantrekken, als dat wel het geval zou zijn.’ Irma staarde dromerig voor zich uit. Sara had die blik in de ogen van haar zuster al eens eerder gezien, in de tijd toen ze met Ray verloofd was.
‘Ergens, zei je?’ vroeg Sara geschrokken. Ze schudde het hoofd. Alles scheen alleen nog maar ingewikkelder te worden, maar tegelijkertijd herinnerde Sara zich dat Irma vroeger best in staat was geweest om een eigen leven te leiden en het leek er opeens veel op, dat ze dat nu weer zou kunnen doen.
‘We gaan weg uit Afrika,’ kondigde Irma kalm aan. ‘We gaan terug naar Engeland. Bernard heeft daar familie op het platteland. Hij is van plan zelf een boerderijtje te kopen en dat langzamerhand steeds uit te breiden tot een groter bedrijf.’
Sara schudde ongelovig het hoofd. ‘Jullie schijnen alles al heel grondig te hebben besproken,’ merkte ze op.
‘Zeg dat wel! En ik ben niet van plan een blok aan het been van Bernard te worden. Ik wil nu ook zo’n rolstoel hebben en ik zal hem leren gebruiken ook! Ik hoop dat ik op die manier zelfs eens in staat zal zijn om mijn eigen boodschappen te doen. Er zijn heel veel mensen zoals ik die hebben geleerd hoe ze verder moesten leven en dat ga ik nu ook doen.’ In de blik van haar zuster las Sara zowel geluk als moed.
‘Ik geloof nog steeds dat je eens weer zult kunnen lopen,’ merkte Sara op.
‘Het is gek, maar dat geloof ik nu eindelijk ook. Je hebt het zo vaak gezegd, Sara, maar het is waar. Tegenwoordig gaat de wetenschap met grote stappen vooruit.’
‘Irma, ik kan nog steeds niet geloven dat je opeens zo volkomen bent veranderd. Ik ben ontzettend blij voor je!’ Alle boosheid en wrevel waren verdwenen, evenals de angst dat Irma ooit zelfmoord zou kunnen plegen. ‘Ik kan je nu wel vertellen, dat Bernard me al had gezegd dat hij verliefd op je was geworden.’ Irma antwoordde niet en Sara vroeg voorzichtig: ‘Weet Ray al iets... over jullie plannen, bedoel ik?’
‘Ik heb hem alles verteld toen hij gisteravond thuiskwam. Bernard had me dat aangeraden omdat we niet van plan zijn alles nog lang uit te stellen. Zodra Kerstmis achter de rug is, willen we vertrekken. Bernard zegt dat we wel zo lang bij zijn familie kunnen wonen. Hij heeft meteen naar Engeland geschreven óm alles te vertellen. Hij heeft hen ook gevraagd of ze vast eens rond willen kijken naar een boerderijtje dat geschikt voor ons is. Ik heb trouwens ook het huis nog dat oom me heeft nagelaten. Ik wilde het destijds niet verkopen onder de prijs die ik in gedachten had en daar ben ik nu blij om, anders zou Ray al het geld toch maar in Njangola hebben gestoken. Nu kan ik het huis zelf zo goed mogelijk verkopen en met de opbrengst en het spaargeld van Bernard moet er toch wel ergens een aardig boerderijtje te krijgen zijn, in dezelfde buurt waar zijn familie woont.’ Irma staarde weer dromerig voor zich uit.
‘Het klinkt allemaal zo eenvoudig!’ riep Sara uit. ‘Toen je me net vertelde dat je van Bernard was gaan houden, dacht ik dat alles alleen nog maar ingewikkelder zou worden, maar nu ik al jullie plannen hoor, is alles even simpel!’
‘Dat is het ook, Sara. Als je van elkaar houdt, is nu eenmaal niets onmogelijk!’
Sara zuchtte even. Het leek er veel op dat Irma opnieuw gelukkig zou worden en zij weer onbemind zou blijven. Maar goed, ze had op die avond laatst al bedacht dat er toch nog een sprankje hoop was, zodat ze wellicht niet altijd een onbeminde vrouw zou blijven. Voor het ogenblik moest ze op de eerste plaats aan het geluk van Irma denken. Dit was eigenlijk een wonder en het was een verbijsterende gedachte dat Bernard in enkele weken had klaargespeeld, wat Sara al maanden vergeefs had getracht te bereiken, Irma wilde nu tenminste weer leven!
Sara stond even peinzend naar haar zuster te kijken en weer besefte ze hoe mooi Irma was. Uiteindelijk vroeg ze hoe Ray op de toekomstplannen van zijn vrouw had gereageerd. ‘Alles was natuurlijk wel een opluchting voor hem.’ Irma zweeg even onzeker. ‘Sara... hij zal jou vragen...’ Ze zocht naar de juiste woorden. ‘Om eerlijk te zijn,’ vervolgde ze beslist, ‘hij denkt dat hij het je alleen maar hoeft te vragen en je zult Carl op slag verlaten en hem in de armen vliegen.’
Sara kreeg een kleur van woede. ‘Tja,’ antwoordde ze gesmoord, ‘dan zal hij nog vreemd staan te kijken!’
"Dat geloof ik ook. Sara, hij is een vrouw als jij niet waard.’ Irma aarzelde even. ‘Weet je wel zeker dat Carl niet van je houdt.’
Sara knikte. ‘Ja, heel zeker, Irma.’
‘Vroeg of laat zal hij toch wel van je gaan houden. Dat kan gewoon niet anders.’
‘Misschien,’ mompelde Sara en ze wist niet dat ze even ook een dromerige blik in haar ogen kreeg. ‘Ik hoop het maar,’ voegde ze er aan toe. Ze begon echter liever over iets anders. Ze informeerde of ze soms iets voor Irma kon doen.
‘We hoeven alles alleen maar in te pakken, veel meer hoeft er niet te worden gedaan. Ik kan alles met een gerust hart aan Bernard overlaten. Hij zal ook in verband met de reis alles bespreken.’ Irma zweeg weer even. ‘Sara... ik heb me af en toe afschuwelijk tegenover je gedragen, maar dat heb je me nooit kwalijk genomen. Ik sta versteld over je geduld en al ben ik nooit erg dankbaar geweest, toch moet je niet denken dat ik niet weet wat je allemaal voor me hebt gedaan. Dat besef ik heel goed, Sara en ik dank je voor alles.’ De laatste woorden klonken zacht maar oprecht en Sara glimlachte gelukkig.
‘Je hoeft me echt niet te bedanken, Irma. Ik weet dat jij hetzelfde voor me had gedaan als de rollen omgekeerd geweest zouden zijn.’
Het bleef even stil. ‘Misschien,’gaf Irma toe, ‘maar ik ben nu eenmaal anders dan jij, Sara. Je gaf een goede baan op om hier voor niets te komen werken. Ik weet waarachtig niet of ik ook mijn hele leven wel voor iemand anders zou kunnen opofferen.’
Sara antwoordde niet. ‘Ik ga handdoeken en water voor je halen,’ kondigde ze aan en ze ging met het dienblad de kamer uit. Nog geen vijf minuten later zat Irma zich in bed te wassen en dat was een taak die ze tot dan toe aan Sara had overgelaten. Toen ze klaar was, maakte Sara het bed voor haar op en uiteindelijk zat Irma fris en mooi in de kussens te lezen, terwijl Sara naar de keuken terugging.
Sadie had alles al klaar gezet om jam te gaan maken. Ze ging nu met een mand aan de arm de keuken uit om fruit te plukken. Sara waste de ontbijtspullen van Irma af, maar plotseling hoorde ze bekende voetstappen naderen. Ze keerde zich snel om.
‘Ray, ben je niet aan het werk?’ vroeg ze wat onzeker, omdat hij haar met een eigenaardige blik aankeek.
‘Ik moet met je praten, Sara. Je weet waar het over gaat, want Irma zal je alles wel hebben verteld. Dat had ze al tegen me gezegd. Ga mee naar buiten en...’ Hij zweeg opeens toen Sara het hoofd schudde.
‘We hebben niets meer te bepraten, Ray,’ antwoordde ze kalm.
‘Toch wel, Sara! We houden van elkaar. O, ik weet wel dat je getrouwd bent, maar dat...’ Weer werd hij onderbroken, ditmaal omdat Sadie de keuken weer inkwam. ‘Kom mee,’ drong Ray aan, ‘hier kunnen we niet praten.’
‘Ik wil ook helemaal niet met je praten,’ begon Sara, maar toen zweeg ze want ze bedacht dat ze toch in elk geval tegen hem zou moeten zeggen dat ze niet meer van hem hield. ‘Goed,’ zei ze en ze droogde haar handen af. ‘Ik ga wel mee.’
Zodra ze in de schaduw van een bosje waren, vertelde ze dat haar gevoelens voor hem waren veranderd en dat ze nu echt van haar man hield. Ray staarde haar verbijsterd aan en het was wel duidelijk dat de slag hem hard had getroffen. Hij balde krampachtig zijn vuisten, alsof hij een ondraaglijke innerlijke spanning probeerde te verwerken.
‘Ik geloof je niet,’ zei hij tenslotte hees. ‘Het is niet waar! Je houdt van mij, dat weten we allebei. Je hoeft nu niet meer aan Irma te denken, want zij heeft haar eigen toekomstplannen al gemaakt. Wat je huwelijk betreft, over dat probleem komen we op de een of andere manier ook wel heen...’
‘Ray,’ begon Sara vriendelijk, ‘zeg dat niet nog eens. Ik houd erg veel van mijn man. Geloof me, wat ik ooit voor jou heb gevoeld valt daar niet eens mee te vergelijken.’ Ze had medelijden met hem. Hij was volkomen verslagen en zijn gezicht was bleek en vertrokken. Het was wel duidelijk dat hij werkelijk had geloofd dat ze alles zomaar voor hem in de steek zou laten. ‘Ik houd werkelijk van Carl,’ herhaalde ze, ‘al zie ik dat je me nog steeds niet gelooft...’
‘Nee, ik geloof je zeker niet. Je houdt van mij, maar je bent in de war geraakt doordat je nu getrouwd bent. Als dit voor je huwelijk was
gebeurd, zou je geen ogenblik hebben geaarzeld! Wat doet het er echter toe! We kunnen dat huwelijk gewoon vergeten en ergens samen gaan wonen, of jij kunt echtscheiding aanvragen!’ Hij praatte maar door en wist in zijn teleurstelling niet eens meer wat hij zei. ‘Ik zag wel dat je niet uit liefde met Carl was getrouwd en Irma had dat trouwens ook al gezien.’
Sara zuchtte eens. Ze wilde dit nutteloze gesprek liever niet voortzetten. Ray gedroeg zich als een kind en toen ze naar zijn verwrongen gezicht keek, vroeg ze zich af, waarom ze niet eerder had beseft hoe zwak hij eigenlijk was.
‘Ik moet nu gaan,’ zei ze en ze deed een stap achteruit.
‘Nee, je gaat niet weg voor we het eens zijn geworden. Je bent koppig, Sara. Zoals ik al zei: je bent heus niet uit liefde met Carl getrouwd. Ik zal nooit geloven dat je van hem houdt.’
Sara begon langzamerhand haar geduld te verliezen. Het leek wel alsof Ray vastbesloten was zich niet te laten overtuigen.
‘Het kan me niet schelen wat je al dan niet gelooft,’ zei ze nogal kortaf. ‘Je hebt zelf toegegeven...’ Verder kwam ze niet. Omdat ze er helemaal niet op verdacht was, verzette ze zich niet toen Ray haar in zijn armen greep en haar hartstochtelijk kuste. Ze was volkomen verbijsterd en het duurde even voor ze besefte wat haar overkwam. Ze begreep dat ze hem van zich af moest duwen, maar net op dat ogenblik werd ze hard aan het haar weggetrokken. Ze slaakte een kreet van pijn toen ze letterlijk werd weggesleurd en tegen het gespierde lichaam van haar man aan werd getrokken.
‘O... Carl!’ fluisterde ze verstikt.
‘Kom hier!’ siste hij en zijn ogen fonkelden van woede. ‘In de auto... en meteen!’
‘Carl,’ protesteerde Ray, ‘laat haar met rust.’
‘Met jou reken ik later wel af...’
‘Maar luister nu toch...’ begon Sara, maar ze zweeg omdat Carl haar hardhandig bij de schouders greep en in de richting van de geparkeerde auto duwde. Hij rukte het portier open, duwde Sara naar binnen en smeet het portier weer dicht. Sara ging rechtop zitten en drukte beide handen angstig tegen haar hart, omdat het angstwekkend bonsde. Ze had haar man nog nooit zo razend gezien en ze had nooit kunnen geloven dat de man, die anders zo beheerst en onverschillig was, zo heftig kon optreden.
Ze hield haar hand tegen haar wang en vroeg zich af of ze zo doodsbleek was als ze zich voelde. Ze beefde over haar hele lichaam en had hevige hoofdpijn op de plek waar Carl haar aan het haar had getrokken. Ze voelde op haar schouders nog de plekken waar Carl haar meedogenloos had vastgegrepen. Ze kreeg tranen in haar ogen en ze kon zich niet langer beheersen. Ze snikte dan ook onbedaarlijk toen haar man met een gezicht als een donderwolk, weer terugkwam naar de auto. Hij zag er echt dreigend uit.
‘Hij is er niet ongeschonden vanaf gekomen,’ siste hij toen hij achter het stuur ging zitten. ‘En met jou heb ik ook nog een appeltje te schillen!’
‘Carl...’ stamelde ze, ‘je g-gelooft toch niet... d-dat ik...’ Ze kon niet uit haar woorden komen omdat ze ineen kromp van angst.
‘Ik wist wel dat je verliefd op hem was toen je met mij trouwde, maar ik had nooit kunnen denken dat jij je tot zulk achterbaks gedoe zou verlagen... een verhouding met je zwager!’ viel hij minachtend uit. De auto reed snel weg en Sara begon nu echt bang te worden. ‘Met de man van je eigen zuster!’
‘Carl,’ viel Sara hem in de rede. ‘Het bestaat toch niet dat je zulke dingen van me denkt!’
‘Ik weet wat ik met eigen ogen gezien heb!’ beet hij haar toe.
Sara leunde achterover en sloot haar ogen. Als hij van haar hield, was het heel gemakkelijk geweest om alles uit te leggen. Ze was verbijsterd bij de gedachte dat hij haar zonder meer kon veroordelen, dat hij haar werkelijk tot zulke schandalige dingen in staat achtte. Hoe langer ze erover nadacht, des te meer begon haar angst plaats te maken voor een verschrikkelijke woede. Hoe durfde hij haar eigenlijk te veroordelen zonder zelfs naar haar te willen luisteren? En wat zijn dreigementen betrof, hij moest het eens wagen haar ook maar met één vinger aan te raken!’
‘Uitstappen!’ De auto was gestopt en met een gebiedend gebaar wees Carl naar het huis. Onzeker stapte Sara uit. Razend liep haar man voor haar uit. Hij had zijn lippen opeengeperst tot zijn mond één smalle streep was geworden. Ondanks haar woede beefde Sara van angst. Wat zou hij haar aandoen? Ze voelde zich volkomen weerloos en besefte dat hij haar helemaal in zijn macht had.
‘Naar binnen!’ kommandeerde hij bars. ‘Naar je kamer! Ik wil niet dat het personeel iets hoort van alles wat ik je heb te zeggen!’
Sara gehoorzaamde, maar ze wilde niets liever dan wegvluchten. Ze besefte echter dat ze niet ver zou komen.
Even later stond ze in haar slaapkamer. Ze probeerde de man te herkennen die ze zo goed kende, de knappe Carl op wie ze verliefd was geworden. Ze zag echter een monster, een wezen dat ze niet kende. Ze staarde hem aan toen hij voor haar stond, met de rug tegen de gesloten deur geleund en met een gezicht dat vertrokken was van woede.
Ze snikte gesmoord en om de een of andere reden was dat geluid het sein waarop de woede van haar man losbarstte. Voor ze wist wat haar overkwam, had hij haar vastgegrepen en schudde haar meedogenloos door elkaar zonder zich iets van haar smeekbeden aan te trekken. De tranen rolden haar over de wangen en toen hij haar eindelijk weer losliet, snikte ze onbedaarlijk. Ze wankelde naar het bed, ging op de rand zitten en sloeg de handen voor haar gezicht. Ze huilde alsof haar hart zou breken.
Ze had nu al zo lang de problemen van andere mensen moeten dragen, de ene moeilijkheid na de andere moeten oplossen en nu ze dan zelf in moeilijkheden was, bleek er niemand te zijn die ook maar een vinger uitstak om haar te helpen. Het was verder stil in de kamer en toen ze eindelijk weer opkeek, zag ze dat haar man met een bleek gezicht op haar neer stond te kijken. Hij balde zijn vuisten maar bleef roerloos staan. Sara kon haar drift niet beheersen. Ze keek hem razend aan en zei dat hij uit haar kamer moest verdwijnen.
‘Ik haat je,’ zei ze met bevende stem. ‘Mijn kamer uit!’
‘Jouw kamer?’ herhaalde hij op zachte en dreigende toon. ‘Jouw kamer, zei je?’
Ze was opeens verbijsterd en werd opnieuw doodsbang. Ze werd lijkwit toen ze begreep wat hij misschien kon bedoelen.
‘Carl,’ fluisterde ze, ‘je hebt niet naar me willen luisteren.’ Ze was opeens niet kwaad meer en haar stem klonk smekend. ‘Je hebt me veroordeeld zonder eerst naar mij te luisteren.’ Ze stond onzeker op en sloot even haar ogen, omdat haar hoofdpijn steeds erger werd. Ze stak smekend haar handen naar hem uit om te voorkomen dat hij iets zou doen, waarvan hij later alleen maar spijt zou krijgen. ‘Je hebt niet eens gevraagd of ik alles misschien kon uitleggen.’ Weer sloot ze haar ogen om dat onverbiddelijke gezicht maar niet te hoeven zien. ‘Ik ben je niet ontrouw geweest...’
‘Wil je me soms wijsmaken dat ik niet weet wat ik met mijn eigen ogen zie?’ riep hij en hij kwam weer een stap naar haar toe. ‘Hij kuste je hartstochtelijk en jij verzette je bepaald niet...’
‘Dat is niet waar!’
‘Was dat soms alleen nog maar het voorspel?’
Al haar goede bedoelingen werden bijna weggevaagd door haar razernij , maar ze besefte dat ze voor haar toekomst vocht en ze probeerde hem weer te overtuigen.
‘Ik zal je alles vertellen, Carl.’
‘Ik ben niet in een bui om naar leugens te luisteren!'
Ze keek hem recht aan. ‘Ik verspil geen tijd aan leugens, Carl,’ antwoordde ze zo waardig mogelijk.
Hij keek haar aan en het volgende ogenblik zuchtte Sara van opluchting. Ze begreep dat ze het pleit had gewonnen. Haar eerlijke houding had zijn aandacht getrokken en hij was bereid om naar haar te luisteren. Het was echter belachelijk, maar dat gevoel van opluchting maakte haar zo doodop dat ze weer in tranen uitbarstte.
‘Sara!’ Zijn stem klonk nu heel anders en het volgende moment was hij al bij haar, nam haar in zijn armen en drukte haar tegen zich aan. Hij merkte wel dat ze niets van hem begreep, maar ze huilde opeens niet meer en toen ze ten slotte vragend naar hem opkeek, was zijn gezicht niet hard en meedogenloos meer. Ze slaakte een ongelovige kreet toen ze de blik in zijn ogen zag.
Ze klampte zich aan hem vast en vergat zelfs even dat hij nu een verklaring van haar verwachtte. Eén heerlijk ogenblik lang wist ze dat hij van haar hield! Ze had zijn liefde zelf gezien in de blik van die ogen, die haar eerst doodsbang hadden gemaakt.
‘Carl, ik houd van je...’
Het bleef lang stil. Sara voelde dat het hart van haar man opeens sneller scheen te kloppen.
‘Mijn Sara...’ mompelde hij zacht. ‘Liefje, wat heb ik allemaal tegen je gezegd?’
‘Dat doet er niet toe.’ Ze klampte zich nog steeds aan hem vast en wilde niets liever dan dat ze altijd zo veilig en dichtbij hem zou kunnen blijven. ‘Ik weet wel dat je jaloers was... en... ik ben blij dat je jaloers kunt zijn.’
‘Ik had het recht niet je zo te veroordelen, lieveling. Ik had toch beter moeten weten.’
Ze wilde niets liever horen, dan dat hij haar vertrouwde, zelfs voor hij haar verklaring had gehoord. Ze aarzelde niet langer, maar vertelde hem alles, beschut in zijn armen. Ze liet niets achterwege en af en toe slaakte hij een ongelovige kreet of stelde een vraag. Sara keek naar zijn gezicht dat telkens weer andere uitdrukkingen vertoonde: woede, toen hij hoorde hoe Ray zich aan Sara had opgedrongen en vertedering, toen ze vertelde hoe ze Ray had gezegd dat ze van haar man hield.
‘Lieveling,’ fluisterde Carl toen ze ten slotte was uitgesproken, ‘kun je me ooit vergeven dat ik zulke verschrikkelijke dingen tegen je heb gezegd?’
‘Het is nu allemaal verleden tijd en, zoals ik al zei, ik weet dat je alleen zo woedend was omdat je jaloers was.’
‘Liefste, wanneer heb je ontdekt dat je van me hield?’
Ze schudde vaag het hoofd. ‘Ik wist het pas heel zeker op die avond toen we samen in de tuin waren, maar ik heb het vage vermoeden dat ik al veel eerder van je ben gaan houden.’
‘Die avond,’ herhaalde hij op eigenaardige toon en hij keek haar recht aan. ‘Weet je wel, Sara, dat ik je bijna...’ Hij zweeg toen hij zag dat ze bloosde. ‘Je ziet er aanbiddelijk uit als je bloost, liefje,’ zei hij vermaakt. Hij trok haar dicht tegen zich aan en toen was er niets anders meer dan zijn kus. Uiteindelijk liet hij haar weer los, maar nu bloosde ze niet meer en haar verlegenheid was ook verdwenen.
‘Die avond verlangde ik erg naar je, Carl, dus als je het me toen had gevraagd, dan zou ik... zou ik...’ Nu wist ze het toch echt niet verder en haar man moest vertederd haar zin afmaken.
‘Dan zou je gewillig met me mee zijn gegaan?’
‘Ja,’ antwoordde ze beslist voor ze haar hoofd tegen zijn schouder liet rusten. Een tijdlang zwegen ze allebei. Het was Carl die ten slotte de stilte verbrak. Hij begon over Irma en Bernard en zei te hopen, dat alles uiteindelijk in orde zou komen.
‘Je weet dat ik me erg ongerust over haar heb gemaakt,’ ging hij door. ‘Je moet weten, liefje, dat ik niet wilde dat haar zelfmoord een blijvende schaduw op jouw leven zou werpen.’ Hij keek neer op het stralende gezicht van zijn vrouw. ‘Nu weet ik dat ik toen al van je gehouden moet hebben, want waarom had ik je anders in bescherming willen nemen?’
‘Ik dacht dat je het alleen omwille van Irma deed... Oh, niet dat je verliefd op haar was,’ ging ze snel door, ‘maar je was altijd echt bezorgd voor haar.’
Carl gaf daar geen antwoord op en ging verder over Ray.
‘Volgens mij zou hij hier maar beter vandaan kunnen gaan. Veel vrienden heeft hij hier niet gekregen en als Irma vertrekt, zal hij hier niemand meer hebben.’ Carl wilde natuurlijk zeggen dat hij nooit meer naar Njangola zou gaan, evenmin als hij zou toestaan dat Sara nog naar de farm ging, wat ze trouwens niet eens meer zou willen, als Irma eenmaal vertrokken zou zijn.
‘Het is maar goed dat Irma weggaat,’ voegde Carl er nog aan toe, alsof hij de gedachte van zijn vrouw had kunnen lezen, 'want nu we dan
eindelijk een heel gewoon huwelijk gaan leiden, is jouw plaats hier. Je zult je eigen huishouden moeten gaan doen en niet urenlang bij een ander moeten werken. Ik wilde trouwens allang niet dat alles op deze manier door zou gaan. Je had je zuster nog kunnen opzoeken, maar ik wilde niet datje daar nog langer hielp en werkte.’ Zijn stem klonk zo streng, dat Sara er niet aan hoefde te twijfelen, dat ze gedwongen zou zijn geweest hem te gehoorzamen. Ja, dacht ze, het was maar goed dat haar zuster Njangola verliet om ergens anders een nieuw leven op te bouwen.
Ze keek naar Carl op en vroeg na een korte stilte: ‘Stuurde je me soms naar je moeder toe om te proberen Ray en Irma weer nader tot elkaar te brengen!!'
Hij knikte. ‘Ja, dat was de bedoeling, maar achteraf bekeken, Sara, ben ik ervan overtuigd dat ik me ook ongerust over jou begon te maken. Zie je, in die tijd begon ik dingen op te merken die me tot dan toe waren ontgaan. Het moet toen zijn geweest, dat mijn minachting plaats maakte voor bewondering. Ja,’ voegde hij er peinzend aan toe, ‘misschien was het onbewust, maar toch scheen ik te voelen dat je rust nodig had.’
Sara had hem nog meer vragen willen stellen, want er waren nog andere dingen die opgehelderd moesten worden, maar Carl vond, dat er wel betere en prettigere manieren waren om het laatste halfuur voor de lunch door te brengen. Hij pakte haar hand vast en samen liepen ze de veranda op, waar ze stil bleven staan genieten van de prachtige tuin van hun huis. Sara zuchtte eens voldaan en ze besefte niet eens dat ze hardop dacht.
‘Eindelijk rust, de vrede waar ik al naar heb verlangd sinds ik hier aankwam.’ Ze keerde zich naar haar man toe. ‘Denk je dat Irma gelukkig zal worden?’
‘Zo gelukkig als dat onder de gegeven omstandigheden maar mogelijk is,’ antwoordde hij. ‘Trouwens, ik heb net zoals jij het gevoel, dat ze vroeg of laat toch weer zelf zal kunnen lopen.’
‘Meen je dat, Carl? O, dat hoop ik maar!’
‘Heb je haar al iets over die rolstoel gezegd?’
‘Nee... en ik heb er al over gepiekerd. Komt die stoel nog wel op tijd voor haar vertrek?’
‘Ik zal proberen de aflevering te verhaasten,’ beloofde Carl.
‘Dat bespaart Bernard de moeite een stoel voor haar te moeten kopen. Ze zullen al hun geld trouwens hard nodig hebben voor de boerderij die ze willen kopen.’ Sara zweeg even en fronste haar wenkbrauwen. ‘Ik hoop maar dat ze zullen vinden wat ze zoeken...’ Ze zweeg opeens omdat ze zag hoe haar man haar aankeek.
‘Sara, je zei net dat je eindelijk de vredige rust had gevonden waarnaar je had gesnakt, weet je nog? Ik wil niet dat je nu nog langer over Irma piekert, begrepen?’
Ze slikte eens en knikte.
‘Ja, Carl,’ antwoordde ze zacht, ‘ik heb het begrepen.’
De strenge uitdrukking verdween op slag van zijn gezicht en hij keek haar aan met een blik die haar mooie ogen deed stralen van geluk. Ze keek naar hem op en haar lippen trilden. Haar mond zag er zo verleidelijk uit dat haar man daar geen weerstand aan kon bieden. Hij boog zijn hoofd en kuste haar zo hartstochtelijk dat Sara beefde van opwinding. Hij liefkoosde haar tot ze niets anders wilde dan zich door hem te laten veroveren. Ze voelde zich zwak en klein maar aan de andere kant gaf het haar een grote voldoening dat een man als Carl haar boven alle andere vrouwen had verkozen om de rest van zijn leven te delen.
‘Mijn liefste vrouw...’ De stem van Carl klonk hees alsof hij moeite moest doen zijn zelfbeheersing te bewaren. ‘Waar heb ik het geluk toch aan te danken dat ik een schat als jij mocht vinden?’
Ze lachte wat onzeker om het niet te laten merken, wat er op dat ogenblik allemaal in haar omging.
‘Ik bedacht net dat ik degene was, die van geluk mocht spreken! Ik zal nooit kunnen begrijpen, waarom je mij net hebt uitgekozen...’ De rest van haar woorden ging verloren, omdat haar man haar weer kuste.
Het duurde trouwens een hele tijd voor ze weer de kans kreeg om ook maar iets te zeggen en toen haar man uiteindelijk zijn hoofd weer ophief, had ze helemaal geen behoefte meer om iets te zeggen.
Ze nestelde zich voldaan in zijn armen en voelde niets anders dan een onuitsprekelijk geluk in haar hart.