HOOFDSTUK 9
Irma lag achterover in bed en keek naar haar zuster die de kamer stofte. Sadie was al drie dagen ziek en Sara had het daardoor nog drukker dan anders. Ze vond dat niet erg, want ze kwam toch elke morgen al om negen uur naar Njangola toe.
‘Ik ben nog steeds verbluft dat jij met Carl bent getrouwd,’ zei Irma opeens. ‘Ik lig er maar over na te denken en ik kan het niet begrijpen.’
‘Waarom niet?’ vroeg Sara glimlachend.
‘Je had een hekel aan hem toen je op vakantie ging.’
‘Nee, ik mocht hem niet, dat geef ik toe, maar ik had geen hekel aan hem,’ legde Sara uit.
‘De ene week mocht je hem niet en nog geen week later was je met hem getrouwd.’
‘Zo vlug ging het nu ook weer niet,’ antwoordde Sara lachend. ‘We zijn zelfs tien dagen verloofd geweest!’
‘Tien dagen!’ herhaalde Irma spottend.
‘Veel langer zijn jij en Ray ook niet verloofd geweest,’ stelde Sara vast.
‘Houd je van hem?’ vroeg Irma nieuwsgierig.
Sara boog het hoofd en begon de kaptafel af te stoffen. ‘Natuurlijk! Ik ben geen meisje om zonder liefde te trouwen,’ zei ze.
‘Maar je hield van Ray... misschien zelfs nu nog,’ hield Irma vol.
Sara slikte eens. Alles kon toch niet voor niets zijn geweest?
Die avond sprak ze er met Carl over. Ze zag hem die dag voor het eerst want Carl was al aan het werk gegaan voor Sara was opgestaan en hij was nog weg toen ze om zes uur op Ravenspark terugkwam.
‘Vroeg ze je echt of je van me hield?’ informeerde Carl ongelovig. ‘Dan zal ze daarvan overtuigd moeten worden. Ik was gisteren bij haar en ze leek me erg neerslachtig. Ik heb het idee dat Ray tekortschiet.’ Zijn stem klonk streng en zijn blik was boos. ‘Ik zal morgen eens met Ray gaan praten.’
‘Maar hoe moeten we Irma overtuigen?’ vroeg Sara.
‘Dat zou niet nodig moeten zijn,’ antwoordde hij kortaf. ‘Het feit dat we met elkaar getrouwd zijn, moest bewijs genoeg zijn dat we van elkaar houden.’ Hij zei het zo nuchter alsof hij over het weer sprak. Sara, die nu drie weken met hem was getrouwd, besefte soms dat ze zich het leven van een jonge bruid wel anders had voorgesteld. Ze had dan wel een prachtig huis en een knappe man die op zaterdagavond in de club met haar ging dansen, maar... Carl scheen voldaan en dus moest zij ook tevreden zijn. Alles leek dus in orde, tenzij Irma bleef geloven dat Sara nog steeds van Ray hield.
‘Wat moeten we doen?’ vroeg Sara zacht. ‘Irma was vandaag ook depressief.’
Haar man zuchtte. ‘Ik zou het niet weten... Of misschien zou je in het bijzijn van Irma wat verliefder tegen me kunnen doen?’
‘Als dat echt nodig is...’ gaf ze aarzelend toe.
‘Als je het zo afschuwelijk vindt, hoeft het niet!’
Sara zei maar niets meer en Carl voelde er ook al weinig voor het gesprek voort te zetten.
De volgende middag kwam Carl naar Njangola toe. Sara was in de kamer van Irma en zag hem aankomen. Hij liet zich uit het zadel glijden en ging naar een schuur toe die Ray aan het schilderen was. Wat zou Carl nu tegen haar zwager zeggen, vroeg Sara zich af. Ze keerde zich om want Irma informeerde waar ze naar keek.
‘Carl is gekomen. Hij staat met Ray te praten.’
‘Carl... je man,’ zei Irma peinzend. ‘Vertel me eens, is het niet heerlijk in zo’n weelderig huis als Ravenspark te wonen?’
‘Ik vind het er heerlijk,’ bekende Sara. ‘De tuin is schitterend en het huis ken je, dus je weet hoe gerieflijk het is.’
‘Ja, we zijn er eens op een feestje geweest toen we pas hier waren. Ik heb toen geen dans overgeslagen en ik heb in de tuin gewandeld. Dat kon ik toen nog!’
‘Irma, je moet niet zo verbitterd zijn. Alles wordt heus wel weer beter!’
‘O ja?’ smaalde Irma. ‘Daar geloof ik niets van. Ik ben niet van plan op deze manier verder te leven, Sara!’
Verslagen wendde Sara zich weer naar het raam. Ze zag dat Ray en Carl een eindje voortslenterden, waarschijnlijk omdat ze niet wilden dat iemand iets van hun gesprek kon opvangen.
‘We hadden het over Ravenspark,’ merkte Irma op. ‘Vertel me eens wat meer. Ik heb destijds maar twee kamers gezien.’
‘Carl heeft een eigen werkkamer die echt zijn domein is. Er is nog een kleine zitkamer die we bijna altijd ’s avonds gebruiken. De slaapkamers zijn beeldig. Ik heb je toch verteld dat de moeder van Carl alles zo kunstzinnig heeft ingericht?’ Irma knikte. Sara ging door, omdat ze blij was dat haar zuster tenminste voor iets een beetje belangstelling toonde. ‘De ene logeerkamer is helemaal in blauwe tinten met wit gehouden en de andere is groen met goud...’ Ze beheerste zich nog net op tijd. Ze had bijna verklapt dat Carl en zij ieder een eigen kamer hadden!
‘En verder?’ drong Irma aan. ‘Onze kamer is in een zachte perzikkleur ingericht... de gordijnen en de sprei.’ Sara beschreef de meubelen en de wandversiering uitvoerig.
‘Voor een man lijkt me dat een afschuwelijke slaapkamer,’ merkte Irma op. ‘Veel te verfijnd voor iemand als Carl.’
Sara gaf daar maar geen antwoord op. Ze had twee boeken van Carl meegebracht en vroeg of ze Irma een stukje zou voorlezen. ‘Nee, ik ga liever slapen,’ antwoordde haar zuster. ‘Geef me maar een paar tabletten.’
‘Dat zou ik beter niet kunnen doen...’ begon Sara aarzelend.
‘Doe liever wat ik zeg, Sara,’ viel Irma uit. ‘Ik weet tenslotte beter dan jij hoe ik me voel.’
Met een zucht van berusting ging Sara de tabletten en een glas water halen. Even later stond ze naast het bed van Irma en zag hoe haar oogleden al dicht begonnen te vallen.
Sara liep naar buiten om Ray te vertellen dat Irma haar weer had gedwongen haar slaaptabletten te geven. Tot haar grote verbazing haalde Ray zijn schouders op. ‘Ik spreek haar niet eens meer tegen,’ zei hij ontmoedigd. ‘Als ze haar hele leven wil verslapen, waarom zouden wij dan proberen haar dat te beletten?’
‘Ray, hoe kun je zo onverschillig doen? Blijf je ’s avonds na je werk wel bij Irma zitten?’
‘Begin jij nu ook al? Carl heeft me net...’ Hij zweeg en scheen van zijn stuk te raken. ‘Sara, ik ben zo blind geweest! Ik heb de grootste vergissing van mijn leven begaan!’ Hij keek haar aan met een blik die maakte dat Sara opeens de adem inhield. Ze sloeg onwillekeurig de hand voor haar mond. ‘Zeg het niet,’ fluisterde ze maar hij kon zich al niet meer beheersen. ‘Jij bent de vrouw van wie ik houd. Ik besefte niet, voor ze me vertelde dat jij van me hield, dat jij op de avond van onze eerste ontmoeting al verliefd op me was geworden..Hij wendde zich van Sara af en ze zag dat hij even met de schouder schokte alsof hij huilde. Ze kon hem onmogelijk troosten en dat was een beproeving voor haar, want het liefst had ze nu zijn hoofd tegen zich aangetrokken en hem zacht over het haar gestreeld. In plaats daarvan zei ze dat hij maar beter naar binnen kon gaan. Hij knikte zwijgend. Korte tijd later zaten ze tegenover elkaar op de veranda, waar ze tenminste niet door de werklui gezien konden worden.
‘Het verbaast me dat Irma je die dingen heeft verteld,’ begon Sara. Het was eigenaardig dat ze zo kalm kon blijven, hoewel Ray wist dat ze van hem hield. Opeens begreep ze de reden: ze was nu getrouwd!
‘Ze denkt dat Carl en jij alleen maar met elkaar zijn getrouwd om de aandacht af te leiden, zodat jij en ik een verhouding met elkaar konden beginnen...’
Sara kon geen woord uitbrengen. Ze begreep niet hoe Irma zo iets gemeens in haar hoofd had kunnen halen. ‘Wat bezielt haar toch, Ray?’
‘Dat weet ik ook niet, maar ik ben het wel met haar eens dat jij niet uit liefde met Carl bent getrouwd. Ik was verbluft toen je terugkwam van je vakantie en verloofd bleek te zijn met een man die je niet eens aardig had gevonden.’ Ray zuchtte eens en scheen zich te schamen omdat hij zijn zelfbeheersing niet had kunnen bewaren.
‘Ik praat er maar liever niet meer over, Ray,’ zei Sara scherper dan haar bedoeling was. Om de een of andere onverklaarbare reden ergerde ze zich omdat Ray zo overtuigd had vastgesteld dat ze niet van Carl zou houden. ‘We moeten bespreken wat we met Irma moeten beginnen. Ze mag niet zoveel slaaptabletten innemen en bovendien moeten we iets verzinnen, waardoor het leven voor haar weer de moeite waard wordt...’
‘En wat zou jij dan voorstellen?’ vroeg Ray bijna sarkastisch. ‘Ik heb haar al aangeraden te leren schilderen en ik heb zelfs al een dame gevonden die haar les zou willen geven, maar Irma wilde niet eens met die vrouw praten!’
‘Ze houdt erg veel van je, Ray, en volgens mij zou jij haar het beste kunnen helpen, als je dat wilde. Ik vroeg je al of je s' avonds bij Irma blijft? Doen jullie iets met die spelletjes die ik laatst heb gekocht?’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Ik houd niet van haar, Sara ‘Dat doe je wel!’ riep ze wanhopig uit. ‘Je bent pas zeven maanden met haar getrouwd, dus je moet wel van haar houden...’ Ze zweeg toen ze zag dat hij weer het hoofd schudde.
‘Ik dacht dat ik van haar hield, maar ik weet nu wel dat het maar een bevlieging is geweest. Als we niet zo overhaast hadden moeten vertrekken, zouden we nooit zijn getrouwd. Sinds ik hier aankwam besefte ik, dat ik tijdens mijn werk meer aan jou dan aan Irma dacht, maar ik begreep pas dat ik van je hield, toen Irma me vertelde dat jij van mij hield...’
‘Hou op!’ Sara hield haar handen voor haar oren. ‘Ik wil er geen woord meer over horen. Je houdt van Irma, dat weet ik wel zeker!’ ‘Sara, je bent erg lief, vriendelijk en goed. Ik moest wel van jou gaan houden, ook al was ik in het begin verliefd op Irma. Bovendien... wat heb ik voor een toekomst met een vrouw als Irma?’
De ogen van Sara fonkelden boos. Hij dacht alleen aan zichzelf en trok zich niets van het ongeluk van zijn vrouw aan.
‘Vergeet niet dat je over mijn zuster praat! Hoe durf je zulke dingen te zeggen?’
‘Neem het me maar niet kwalijk, ik weet nauwelijks wat ik zeg. Vergeef het me, alsjeblieft, Sara, en zeg dat je altijd van me zult blijven houden.’
Sara sloot haar ogen. Waarom had Irma hem dat in vredesnaam verteld? Ze moest wel erg wanhopig zijn geweest! ‘Je bent met Irma getrouwd,’ stelde ze vast toen ze haar stem weer meester was. ‘Je hebt haar trouw beloofd, in goede en...’
‘O hou op! Ik wist wel dat je dat zou zeggen, Sara, maar begrijp je dan niet dat ik nog geen dertig ben? Moet ik dan de rest van mijn leven blijven luisteren naar het zelfbeklag van mijn vrouw?’
Er viel een geladen stilte. Sara had tranen in haar ogen gekregen en keek ontgoocheld naar Ray. Hij mocht dan een knappe man zijn, maar wat was er onder dat masker te vinden? Trouw, plichtsbesef en liefde, alles waarop zijn vrouw recht had? Ze stond zwijgend op en ging naar de kamer van Irma. Het gezicht op het kussen was erg bleek en de wimpers waren vochtig, alsof Irma had gehuild voor ze in slaap was gevallen.
Sara schudde verbijsterd het hoofd en verliet de boerderij om naar huis, naar haar man toe te gaan.
Hij bleek nog niet thuis te zijn. Ze zou op hem moeten wachten. Trouwens... waarom wilde ze met hem praten? Het antwoord op die vraag wist ze niet. Ze besefte alleen maar dat ze niets anders wenste dan dat Carl nu bij haar zou zijn... om haar te troosten.
Ze slenterde een poosje door de tuin, maar besloot toen met de auto naar de stad te rijden. Ze hoefde geen boodschappen te doen, maar ze wist niet wat ze anders moest beginnen. Ze was nu eenmaal vroeger dan anders teruggekomen van Njangola. Ze kreeg opeens een gevoel van dankbaarheid tegenover Carl. Hij had haar toch maar de kans gegeven om weg te gaan van Njangola, hij had haar een thuis geschonken dat een veilige haven was waarheen ze kon vluchten als ze vrede en rust zocht.
Ze werd wat kalmer toen ze naar Paulsville reed en het was een troost voor haar, dat ze Bernard zag zodra ze de wagen had geparkeerd. Hij begroette haar opgewekt en informeerde naar Irma. Het leek wel alsof zijn stem en zijn houding meteen veranderden. Sara keek hem wat verwonderd aan, maar vertelde hem dat ze Njangola wat vroeger dan anders had verlaten omdat Irma toch sliep.
‘Ik hoefde dus niet langer te blijven,’ merkte ze op. ‘Als ze wakker wordt, zal Ray wel voor haar zorgen.’
’Zou hij dat wel doen?’
‘Natuurlijk,’ antwoordde Sara die dat maar een vreemde vraag vond.
‘Moet je boodschappen doen? Zal ik meegaan om je pakjes te dragen?’ vroeg Bernard.
‘Eigenlijk hoef ik geen boodschappen te doen. Om eerlijk te zijn had ik alleen maar behoefte aan gezelschap, Bernard, en ik ben dus blij dat ik jou heb ontmoet.’
‘Een jong bruidje met behoefte aan gezelschap?’ Bernard trok zijn wenkbrauwen op. ‘Hebben jullie soms voor het eerst gekibbeld?’
‘O nee, Carl en ik kibbelen nooit,’ antwoordde Sara met een gedwongen lach.
‘Daar hebben jullie nog niet veel kans toe gekregen, hè?’ merkte Bernard op. ‘Jullie hebben het allemaal goed geheim gehouden hoor! Wat zei de moeder van Carl wel toen ze van jullie trouwplannen hoorde?’
‘Natuurlijk was ze ook verrast, maar ze vond het geweldig.’ Mrs. van der Linden was meer dan verrast geweest en ze konden wel aannemen, dat ze begreep dat er heel wat voor haar verborgen werd gehouden. Ze had de feiten echter met haar gewone zelfbeheersing aanvaard en helemaal geen vragen gesteld.
Sara en Bernard waren doorgelopen, maar bleven bij de boekenwinkel staan. Sara vertelde dat haar man een flinke bibliotheek had en dat ze popelde om al zijn boeken te kunnen lezen.
‘Onder de gegeven omstandigheden heb je daar natuurlijk geen tijd voor, omdat je het al druk genoeg hebt met de verzorging van Irma,’ merkte Bernard op.
‘Ja, maar dat vind ik niet erg...’ Sara keek naar de etalage van de boekhandel en merkte op dat de eigenaar de kerstversiering al had aangebracht.
‘Over drie weken is het kerstmis,’ voegde ze er aan toe. ‘Ik had nooit kunnen denken dat ik dit jaar het kerstfeest in mijn eigen huis zou vieren!’
‘Het moet geweldig zijn om de vrouw des huizes van Ravenspark te zijn,’ merkte Bernard op. ‘En om verliefd te zijn...’
Sara had al een kerstgeschenk voor Irma. Het was een antieke gouden armband die Sara een paar jaar tevoren had gekocht en die Irma altijd zo had bewonderd. Het sieraad was in elk geval beter dan iets wat ze in Paulsville zou kunnen kopen. Wat Carl betrof, vond Sara, dat ze hem onder de gegeven omstandigheden geen kostbaar geschenk kon geven en ze had dus een boek voor hem gekocht, waarvan hij had gezegd dat hij dat toch eens zou kopen.
Ze gingen theedrinken op het terras van de club, maar Sara merkte wel dat Bernard nogal gespannen was. Ze vroeg hem of er soms iets was.
‘Ik heb je zuster een keer of wat opgezocht,’ antwoordde hij. ‘Ze is verschrikkelijk ongelukkig!’
‘Ja, dat is begrijpelijk,’ knikte Sara en ze zag dat Bernard even de lippen opeen kneep, wat niets voor hem was omdat hij bijna altijd glimlachte. ‘Het duurt bij haar nogal lang voor ze in haar toestand berust. Toch hoop ik dat ze zal gaan inzien, dat ze met die neerslachtigheid niets opschiet. Ze zou een liefhebberij moeten hebben. Ray stelde al voor dat ze zou gaan schilderen...’
‘Dat heeft hij me verteld! Het enige wat hij daarmee hoopt te bereiken, is dat ze zichzelf bezig kan houden, dan hoeft hij minder tijd aan haar te besteden!’ De stem van Bernard klonk zo heftig dat verschillende mensen aan andere tafeltjes verbaasd opkeken. ‘Neem me niet kwalijk,’ mompelde hij. ‘Ik had me niet zo druk moeten maken.’
Sara keek hem met grote ogen aan en schudde verbijsterd haar hoofd. ‘Het is niet waar,’ fluisterde ze. ‘Dat kan toch niet!’
‘Het is wel waar,’ gaf hij toe. ‘Ik ben verliefd op haar geworden!’
‘Grote goedheid!’ Wat een verwikkelingen! Die arme Bernard toch! Hij was altijd zo opgewekt geweest en had hard gewerkt om het geld voor een eigen boerderij bij elkaar te krijgen. Nu was hij echt wanhopig. Hij was verliefd op de vrouw van een ander... een invalide vrouw, die zelfs onder andere omstandigheden nooit een echte hulp voor hem had kunnen worden.
‘Ik kan het niet aanhoren als ze me vertelt hoe eenzaam ze is, als ze huilt...’
‘Huilt ze dan als jij bij haar bent?’
‘Woensdag lag ze heel zielig te snikken. Jij was al naar huis gegaan omdat je Carl een boodschap van Ray wilde overbrengen.’
‘Ja, dat klopt... en huilde Irma toen?’ Sara keek hem ongelovig aan.
‘Heeft ze haar hart bij jou gelucht?’
‘Van het begin af aan vertelde ze me alles. Ze is dol op die... die man van haar, maar ik kan je wel vertellen, Sara, dat hij niet echt van haar houdt. Stel je toch voor, na zo’n kort huwelijk houdt hij al niet meer van haar en dat alleen, omdat ze invalide is geworden! Als dat mij was overkomen... dan zou ik nog meer dan vroeger van haar hebben gehouden. Ik zou voor haar willen werken om haar alles te geven wat ze nodig had...’
‘Bernard, hou op,’ smeekte Sara, die het niet langer kon verdragen, te worden belast met de problemen van anderen.
Bernard keek haar verschrikt aan.
‘Ik heb het al moeilijk genoeg,’ legde Sara uit. ‘Ik trek het me erg aan dat Irma zo ongelukkig is en er zijn ook nog andere dingen. En nu ben jij ook nog... O, was je toch maar niet verliefd op haar geworden!’ riep ze uit. ‘Nu moet ik daar weer over piekeren en jij krijgt er alleen maar verdriet door.’
‘Over mij hoef je niet te piekeren,’ verzekerde hij haar. ‘Ik ben al gelukkig als ik af en toe bij Irma kan zijn. We zijn echt met elkaar bevriend geraakt en met de jaren zal die vriendschap alleen maar sterker worden...’
‘Maar je zult toch eens moeten trouwen, Bernard?’
Hij schudde beslist het hoofd. ‘Nee, ik trouw niet... tenzij ik met haar kan trouwen!’
Sara schudde het hoofd. Dit moest wel ware liefde zijn. ‘Zou je met haar trouwen... als ze niet was gebonden?’
‘Zonder ook maar een ogenblik te aarzelen,’ antwoordde Bernard overtuigd en Sara zag wel dat hij dat echt meende.
‘Je zei dat je echt bevriend was geraakt met mijn zuster. Ik moet je echter wel waarschuwen, Bernard, dat die vriendschap haar helemaal niet heeft veranderd. Ze is nog steeds erg neerslachtig.’
‘Dat weet ik wel, dat zei ik toch al. Dat komt omdat ze zo veel van Ray houdt. Ze aanbidt hem gewoon maar ze weet dat hij die liefde van haar niet beantwoordt, Sara.’
Sara zei niets. Het was tenminste een geruststellende gedachte dat Irma blijkbaar niet tegen Bernard had gezegd, dat haar zuster van haar man hield.
Maar hield ze eigenlijk wel van Ray...? Ze had Ray nu van een heel andere kant leren kennen en ze moest bekennen, dat die kant bepaald niet zijn beste was. Volgens haar was een huwelijk iets dat tot aan je dood moest duren. Het bracht verplichtingen met zich mee en hoewel zij en Carl het huwelijk met nuchtere afspraken waren begonnen, zou ze toch altijd goed voor Carl zorgen, als dat nodig mocht zijn. Ze was er zeker van dat Carl voor haar hetzelfde zou doen.
Toen Sara thuiskwam, was Carl ook terug. Ze keek hem even aan en had hem het liefst alles verteld, wat er die dag was gebeurd, maar hij scheen in gedachten verdiept te zijn. Ze besloot trouwens dat het maar beter was hem niet te vertellen, dat haar zwager haar zijn liefde had verklaard.
Opeens ergerde ze zich. Carl had ervoor gezorgd dat ze hier een veilige haven had gekregen, maar toch kreeg ze de kans niet om te genieten van de vrede en de rust. In het begin van haar nieuwe leven was ze niet zo gebukt gegaan onder alle problemen, omdat ze zich elke avond had kunnen ontspannen. Ze was dan voldaan omdat ze haar plicht had gedaan en daarom kon ze alle zorgen tot de volgende ochtend vergeten.
‘Is er iets, Sara?’ vroeg Carl toen ze na het avondeten op de veranda koffie dronken. ‘Het is net alsof je over iets piekert.’
‘ Ja, Irma,’ antwoordde Sara en ze was dankbaar dat haar man meteen had gemerkt dat haar iets dwars zat. Ze zuchtte eens en het liefst had ze hem alles willen vertellen, maar ze aarzelde omdat ze het moeilijk vond hem te zeggen wat ze die dag te weten was gekomen. ‘Ik wilde maar dat we iets konden verzinnen om haar dat bed uit te krijgen!’
‘Daar heb ik ook al over gepiekerd,’ knikte hij peinzend. ‘Ik wil wel zo’n rolstoel voor haar kopen, waarover jij het laatst had. Ik heb het gevoel dat ze, als we die stoel eerst kopen en het haar dan pas vertellen, misschien wel proberen wil zich in zo’n stoel voort te bewegen.’ Carl keek zijn vrouw aan en glimlachte even toen hij een dankbare blik van haar kreeg.
‘Carl, wat ben je toch vriendelijk en goed. Wil je echt een rolstoel kopen?’
‘Maar natuurlijk!’
Sara was plotseling opgewonden en kon al haar andere problemen even van zich afzetten. ‘Waar moeten we hem bestellen? Hoe lang zou het duren voor hij wordt afgeleverd?’
‘Ik denk dat ik eerst maar eens met de dokter van Irma ga praten en hem om raad vraag. Laat alles maar aan mij over, Sara. Het zal wel even tijd kosten, dus verwacht nu niet dat Irma met kerstmis al op de boerderij zal rondrijden.’
‘Natuurlijk niet,’ antwoordde Sara. ‘Carl, ik ben je echt dankbaar. Je moet weten, dat ik steeds aan die rolstoel ben blijven denken, maar ik wist niet waar we het geld vandaan zouden moeten halen.’ Ze zei maar niet dat haar eigen spaargeld was verdwenen als sneeuw voor de zon, omdat Ray haar sinds haar komst op Njangola nooit iets had kunnen betalen.
Carl zei dat hij geen woord van dankbaarheid wilde horen. Hij was tenslotte haar man en daarom was het zijn plicht om Sara op alle manieren te helpen. Toen keek hij haar met een eigenaardige blik aan. ‘Weet je zeker dat je niets anders op je hart hebt, Sara?’
Ze aarzelde even en schudde toen het hoofd, maar hij scheen niet voldaan. Hij bleef haar doordringend aankijken, zodat ze haar oogleden wel moest neerslaan. ‘Goed, als je dat dan zeker weet...’ hoorde ze haar man tot haar opluchting zeggen. ‘Zullen we dan maar even de tuin ingaan?’
Ze knikte en volgde hem. Ze liepen de richting van het zwembad uit. Het was een heerlijke avond en Sara keek eens tersluiks naar het gezicht van haar man. Haar man...
Ze voelde zich plotseling gespannen omdat allerlei gedachten haar verward door het hoofd vlogen. Ze dacht aan Carl en hoe prettig het leven met hem was. Ze dacht aan Ray en aan het ogenblik waarop ze had ingezien dat hij in feite heel anders was dan ze steeds had gedacht. Haar gedachten dwaalden weer naar Carl en de avond waarop hij haar had gekust, naar de vakantie en zijn nuchtere aanzoek. Ze ergerde zich opeens omdat hij alles zo onverschillig had voorgesteld en omdat ze zelfs het recht niet had nu haar hand in de zijne te laten glijden of iets aardigs tegen hem te zeggen...
Wat haalde ze zich nu toch in haar hoofd? Waarom bonsde haar hart plotseling zo? Wat betekende dat onbekende verlangen dat haar onverwacht scheen te overweldigen? Ze had toch precies geweten wat ze met Carl had afgesproken! Tot dan toe was het niet in haar hoofd opgekomen meer van Carl te eisen dan hij haar gaf. Hij voelde nu blijkbaar dat ze naar hem keek en ze wendde snel haar gezicht van hem af. Hij zei echter niets en ze liepen zwijgend door naar het zwembad.
‘Heb je hier al gezwommen?’ vroeg hij haar toen ze aan de rand bleven staan.
‘Nee, ik heb er nog geen tijd voor gehad,’ antwoordde ze.
‘Ik zei toch dat je in het weekend vrij moest zijn, Sara...’
‘Ja, maar Irma vroeg me te komen en...’
‘Dat is best mogelijk, maar hier gebeurt alles zoals ik het heb gezegd. Ik heb de laatste twee weekends gewerkt en ik heb er daarom geen drukte over gemaakt dat je toch naar Njangola ging, maar mijn bedoeling is nooit geweest dat jij en ik zo weinig tijd samen konden doorbrengen.’ Zijn stem klonk opeens bijna gebiedend. ‘Voortaan heb ik liever dat je in de weekends thuis blijft, bij mij.’
‘Bij jou?’ vroeg ze zacht en haar hart begon weer te bonzen. ‘W-wil je dan dat ik bij je ben, Carl?’
Hij glimlachte vaag. ‘Als we ooit kinderen willen krijgen, Sara, zullen we elkaar toch eerst beter moeten leren kennen, niet?’
‘Ik begrijp het.’ Ze kreeg opeens een brok in haar keel en ze slikte eens krampachtig. Ze had een kleur van verlegenheid gekregen, maar ze voelde zich vooral erg teleurgesteld. Ze was zo dwaas geweest te denken dat hij tijdens de weekends echt prijs op haar gezelschap zou stellen, maar dat was blijkbaar niet het geval. Hij dacht nog steeds even koel en nuchter over zijn band met haar. Hij had haar met een bepaald doel voor ogen gekozen en hij zou er wel voor zorgen dat ze zich hield aan de verplichtingen die het huwelijk haar had opgelegd.
Ze bleven nog even zwijgend bij het zwembad staan en toen stelde Carl voor maar weer terug te gaan naar het huis. Toen ze weer bij de veranda waren gekomen, keek Carl met een ondoorgrondelijke blik zijn vrouw aan. Ze hief het hoofd naar hem op en ze voelde dat ze over haar hele lichaam beefde.
‘Je bent erg mooi, Sara, zei hij zacht en zijn blik dwaalde van haar gezicht naar haar hals. Ze zweeg vol verwachting, maar hij keerde zich abrupt van haar af. ‘We moeten naar binnen,’ zei hij. ‘Ik moet morgenochtend weer vroeg op. We zijn nog minstens een week bezig met het kappen van de bomen.’
Vijf minuten later stond Sara in haar kamer voor het raam en staarde naar buiten. Ze piekerde over de ontdekking die ze net had gedaan.
Ze hield van Carl, de man die slechts met haar was getrouwd omdat hij een erfgenaam wilde hebben. Hoe had ze zo dwaas kunnen zijn om verliefd op hem te worden? Nu besefte ze pas dat ze nooit echt van Ray had gehouden. Hij was te oppervlakkig voor haar. Ze had een man met karakter nodig, iemand die zich altijd zou houden aan de belofte van trouw... Goed, die man had ze weliswaar gekregen, maar hij hield niet van haar...
Ze zuchtte eens. Ze had er weer een probleem bijgekregen en deze last was zwaarder dan alle andere!
Sara wendde zich van het raam af. Ze had verdriet, maar toch zag ze wel een sprankje hoop, want als zij en Carl kinderen wilden krijgen, zou hij toch zeker op een gegeven ogenblik wel iets om haar gaan geven?