HOOFDSTUK 8

 

 

 

Toen Sara het badhokje uitkwam, stond Carl al gekleed en wel bij de auto op haar te wachten. Ze droeg een witte jurk die haar goed stond nu ze een beetje bruin was geworden. Ze voelde zich echt opgelucht en gelukkig en dat was haar aan te zien. Ergens in haar achterhoofd had ze nog wel gedachten aan een leven vol problemen en zware taken, met Ray en Irma... maar ze besloot in ieder geval van het prettige leven van het ogenblik te genieten voor ze tot de werkelijkheid van de dagelijkse sleur zou moeten terugkeren.

Ze stapten weer in en voor Carl wegreed, keek hij haar even aan. Sara ontspande zich met een voldane zucht. ‘Je spint als een kat,’ zei Carl tegen haar.

Sara keek hem verschrikt aan en toen ze hem antwoordde, klonk haar stem wat scherp. ‘Je noemt me eerst een vogelverschrikker en nu weer een kat. Ik ben benieuwd hoe je me nog meer zult noemen.’ Hij lachte. ‘Wat zou je dan nog meer willen horen?’

Op deze vraag gaf ze liever geen antwoord, dus zei ze:

‘O, ik wilde maar dat ik iets van je begreep!’

Hij keek haar even aan voor hij zijn aandacht weer aan de weg wijdde. Het bleef een ogenblik stil. ‘Misschien zul je me gauw genoeg gaan begrijpen, Sara,’ merkte hij op. ‘Je herinnert je dat ik net zei dat we nu openhartig met elkaar kunnen praten. Dat moeten we eens doen, misschien vanavond na het diner, als moeder zich met een glaasje cognac en een boek terugtrekt.’

Hij knikte. ‘Moeder heeft gelijk. Ze zei al dat we niet zo vormelijk tegen elkaar meer moesten doen.’

‘Dat... dat is nogal moeilijk,’ zei Sara hoofdschuddend. ‘We kunnen toch niet ineens vertrouwelijk gaan worden...?’

‘Maar Sara!’ viel hij haar schertsend in de rede, ‘ik ben helemaal niet van plan vertrouwelijk met je te worden!’

Ze voelde dat ze een kleur kreeg en Carl keek snel opzij. Hij lachte.

‘Grappig is het helemaal niet...’ Ze zweeg omdat ze plotseling besefte dat de hele toestand wel grappig was. ‘Ja, nu ik erover nadenk, kan ik er ook wel om lachen.’

‘Ik ben blij datje dat toegeeft. Je bent tenminste niet koppig, ook al weet je telkens te voorkomen dat je me eens bij mijn voornaam zou noemen.’

Zo makkelijk is dat niet...’

‘Dat is onzin. Ik stop hier gewoon en we rijden niet door, voor je belooft me Carl te noemen...’ Ze geloofde niet dat hij het zou doen, maar hij stopte inderdaad aan de kant van de weg en zette de motor af. ‘Ik wacht...’ zei hij.

‘Is dat dan zo belangrijk?’ vroeg ze, schuchter lachend.

‘Dat is het zeker. Stel nu maar liever geen vragen meer, Sara, ik heb je al gezegd dat we later eens met elkaar moeten praten. Als dat gebeurt, zul je wel merken dat je me helemaal niets meer hoeft te vragen.’

‘Maar Carl, ik...’ Ze zweeg verschrikt. Ze keken elkaar aan en schoten allebei in de lach.

‘Goed, dan kunnen we nu doorrijden,’ zei Carl en hij zette de motor weer aan.

 

Sara was blij dat ze haar zijden avondjapon had meegenomen. De jurk was eerst van Irma geweest en Irma had met een lelijk gezicht gezegd dat hij een klein vermogen had gekost. Ze had de japon nooit gedragen, want bij nader inzien had ze gevonden dat hij haar toch niet goed stond. Sara had de jurk echter prachtig gevonden en ze had hem voor de helft van de prijs van haar zuster kunnen overnemen.

Sara had een bad genomen en nu pakte ze de avondjapon uit de kast. Ze had een opgewonden gevoel, alsof er die avond iets belangrijks zou gaan gebeuren. Ze vroeg zich af, waarover Carl dan wel zo openhartig met haar wilde spreken, maar dat zou ze nu gauw genoeg te weten komen.

Ze trok de japon aan en keek in de spiegel. Ze zag dat haar blauwgrijze ogen glansden. De jurk was van roomkleurige zijde gemaakt en het was een heel eenvoudig model dat de volle aandacht op de ranke gestalte van Sara vestigde. De hoog-opstaande boord maakte een bedriegelijk zedige indruk, want de japon was aan de achterkant heel diep uitgesneden en de rok had een split tot aan haar dijbeen.

Sara borstelde het blonde haar, maakte zich bijna onzichtbaar op en was voldaan over haar spiegelbeeld. Ze kreeg een eigenaardig gevoel van verwachting.

Ze voelde zich dan ook erg verlegen toen ze naar beneden ging om met Carl en zijn moeder voor het avondeten iets te drinken. Ze wilde net de hand naar de deurknop uitsteken, toen de deur van de andere kant af werd geopend en ze tegenover de man stond, aan wie ze steeds had moeten denken toen ze zich had verkleed. Ze zag dat hij haar van top tot teen opnam en Sara sloeg verlegen haar lange wimpers neer die verleidelijke schaduwen op haar wangen wierpen. Toen ze weer op durfde kijken, las ze onmiskenbare bewondering in de blik van Carl en ze moest opeens aan vogelverschrikkers en katten denken, zodat ze onwillekeurig glimlachte. Haar verlegenheid verdween op slag, maar ze bloosde wel toen Carl haar vroeg wat er zo vermakelijk was.

‘Ik moest even aan de vogelverschrikker en de kat denken...’

Carl glimlachte ook. ‘Je beseft dus ook dat je in die prachtige japon wel een betere benaming verdient,’ zei hij. ‘Ik sta verbaasd over je. Ik had nooit kunnen denken dat je ook ijdel kon zijn...’

‘O, maar dat ben ik helemaal niet!’

‘Dat ontkennen alle vrouwen,’ zei hij en hij hief de hand op om haar met een gebiedend gebaar het zwijgen op te leggen. ‘Ik zal rekening houden met die ijdelheid en zeggen dat je er charmant uitziet, Sara.’

‘Carl, als je klaar bent met je twijfelachtige komplimentjes, geef Sara dan even de kans om binnen te komen. Ik wil die japon, die blijkbaar zoveel indruk op je maakt, ook wel eens zien,’ riep Mrs. van der Linden vanuit de zitkamer. Carl deed lachend een stap opzij en Sara voelde zich een beetje verlegen toen ze de kamer inging.

‘Maar je ziet er betoverend uit!’

‘Dank u, Mrs. van der Linden...’ Sara ging zitten. ‘Ik moet bekennen dat ik dol ben op deze jurk. Mijn zuster had hem gekocht, maar bij nader inzien wilde ze hem toch niet hebben en toen heb ik hem van haar overgenomen.’

‘Nu, dat was dan een meevaller voor jou, hè?’ vroeg de moeder van Carl glimlachend. Ze had eens peinzend van haar zoon naar Sara gekeken, maar sloeg toen haar oogleden neer, alsof ze de anderen niet wilde tonen wat er nu in haar omging. Carl schonk een glas sherry voor Sara in en gaf het haar. Ze bedankte hem en keek hem na, toen hij het glas van zijn moeder nog eens ging vullen. Hij droeg een witlinnen pak, dat weliswaar simpel maar heel elegant was. Hij zag er indrukwekkend uit en hét was geen wonder, dat zijn moeder trots op hem was.

Zoals gewoonlijk werd het diner een prettige maaltijd, zo heel anders dan de maaltijden op Njangola, dacht Sara nog even. Na de koffie stond Mrs. van der Linden al snel op en wenste Sara en Carl welterusten. Meestal ging ze niet zo vroeg naar haar kamer, maar Sara vond het best dat Mrs. van der Linden zich nu al terugtrok, want ze was bijzonder nieuwsgierig naar hetgeen Carl met haar wilde bespreken. Ze zat op de veranda van de eetkamer en Carl leunde ontspannen achterover terwijl hij peinzend naar Sara keek.

‘Ik zie wel dat ik je geduld sinds vanmiddag erg op de proef heb gesteld,’ merkte hij op. ‘Goed, dan zal ik een eind aan de spanning maken. Ik heb je toch al gewaarschuwd dat er eens openhartig gepraat zou moeten worden? Ik hoop dat je daarop voorbereid bent?’

‘Ja,’ knikte Sara.

‘Uitstekend, dan kan ik maar het beste beginnen met te zeggen, dat ik weet wat jij voor Ray voelt.’ Hij zweeg en even was er niets anders te horen dan het geluid van de krekels in de bomen. Sara keek Carl aan en ze was blij dat hij het openhartige gesprek op deze manier was begonnen, want ze kon hem nu haar kant van het hele verhaal vertellen. Ze zei dat ze wel had gemerkt dat hij haar geheim had ontdekt en vroeg, hoe hij het te weten was gekomen.

Dat had Irma hem verteld, zei hij kortaf. Meer wilde Sara niet eens weten. Ze begreep wel dat Irma tijdens de bezoeken van Carl niet veel moois over Sara had verteld. Dat verklaarde dan tot op zekere hoogte, waarom Carl zo vaak minachtend naar Sara had gekeken. Het verklaarde ook waarom Irma nooit had willen vertellen waarover ze met Carl had gepraat. Ondanks alles wat hij van Irma had gehoord, moest Carl toch echter een ander oordeel over Sara hebben gevormd, want hij had nu zelf toegegeven dat hij een hoge dunk van haar had.

‘In het begin voelde ik wel dat je me om de een of andere reden veroordeelde, Carl,’ zei ze kalm. ‘Ik nam me toen voor, dat als dit onderwerp ooit ter sprake zou komen, je mijn kant van het hele verhaal te horen zou krijgen.’

Zijn gezicht bleef ondoorgrondelijk. Hij knikte. ‘Ik luister,’ zei hij rustig.

Sara begon te vertellen en ze legde uit, wat er precies was gebeurd. Ze bleef naar zijn gezicht kijken dat echter strak als een masker bleef. Toen ze uitgesproken was, fronste hij zijn wenkbrauwen en scheen lang na te denken.

‘Je had gelijk toen je dacht dat ik je minachtte,’ gaf hij na een lange stilte toe. Hij merkte echter op dat hij later zijn mening over haar had herzien, omdat hij, toen hij Sara wat beter had leren kennen, was gaan beseffen dat Irma van geluk mocht spreken, omdat haar zuster haar zo goed verzorgde. ‘Ik geef toe dat ik ook dacht, dat je op de eerste plaats om Ray hierheen was gekomen. Je hebt me nu wel duidelijk gemaakt dat ik me wat dat betreft heb vergist.’ Hij zweeg even en keek haar berouwvol aan. ‘Het spijt me heel erg dat ik je verkeerd heb beoordeeld, Sara. Ik hoop dat je me dat zult kunnen vergeven, want ik moet je iets heel belangrijks zeggen en ik wil dat je goed over alles nadenkt voor je een besluit neemt.’

Ze keek hem verschrikt aan. Ze voelde dat haar zenuwen tot het uiterste waren gespannen. Hij scheen een antwoord van haar te verwachten, maar ze schudde vaag het hoofd.

‘Je hebt me net heel wat uitgelegd,’ ging hij tenslotte door. ‘Het is me nu wel duidelijk, dat je erg ongelukkig bent, niet alleen door je onbeantwoorde liefde, maar ook door de moeilijkheden van Irma en Ray.’ Hij zweeg weer even. Sara knikte om te tonen dat ze het tot dusver helemaal met hem eens was. ‘Eén van je grootste problemen is dat Irma bang is, dat Ray zich weer tot jou zal gaan wenden. Ze weet dat je van haar man houdt. Bovendien maak je je erg ongerust omdat ze steeds dreigt zelfmoord te zullen plegen..

Sara knikte. ‘Ja, ik heb het gevoel dat het mijn schuld zou zijn als ze dat deed. Jij hebt ook al eens iets dergelijks tegen me gezegd, al was het niet met zoveel woorden.’ Ze zweeg omdat die laatste woorden haar onwillekeurig waren ontvallen. ‘Het was mijn bedoeling niet je daar aan te herinneren, Carl,’ zei ze verontschuldigend. Ze wilde niet dat hij nu boos zou worden. Het was zo’n heerlijke avond en alles was even vredig. ‘Dat is allemaal verleden tijd,’ zei ze. ‘Ik ben hier gelukkig en ik zou willen dat alles zo vredig bleef tot ik weer terugga.’

‘Sara...’ Carl zweeg weer en hij zocht blijkbaar naar de juiste woorden. ‘Vertel me eens, zou je blij zijn als er een oplossing uit de bestaande moeilijkheden kon worden gevonden?’

Ze fronste haar wenkbrauwen. ‘Er is geen oplossing,’ antwoordde ze.

‘Er is zelfs een heel praktische oplossing,’ stelde hij kalm vast. ‘Misschien herinner je je nog dat ik net opmerkte dat ik je iets heel belangrijks had te zeggen?’

Ze knikte en ze voelde ineens een bijna ondraaglijke spanning. ‘Ja?’ vroeg ze zacht.

‘Als je zou trouwen, dan zou dat voor jou een stap in de goede richting zijn, dan konden al je moeilijkheden worden opgelost.’ Zijn stem klonk heel kalm en nuchter.

Sara keek hem ongelovig aan. ‘Trouwen?’ herhaalde ze.

‘Ja, Sara, dat zei ik inderdaad. Ik stel voor dat jij en ik met elkaar trouwen...’

‘Wat...!’ Ze schudde verbijsterd het hoofd. Dit kon niet waar zijn. Ze moest het dromen. Carl van der Linden zou met haar willen trouwen? ‘Dat kun je niet menen... je maakt maar een grapje... en ik vind het bepaald geen leuke grap!’

Zijn mondhoeken trilden even alsof hij wilde lachen maar zijn stem klonk ernstig.

‘Ik scherts niet, Sara. Ik meen het ernstig. Ik vind het huwelijk geen kwestie waarover je grapjes maakt, dat kan ik je wel verzekeren. Als we met elkaar trouwen, dan is het wel voorgoed. Dat moet je aanvaarden... en nooit vergeten. Je houdt van Ray en dat aanvaard ik op mijn beurt. Als je met me trouwt, zal dat een geruststelling voor Irma zijn en jij zult je niet meer ongerust hoeven te maken over de mogelijkheid dat ze zelfmoord zou willen plegen. Je zult nog steeds elke dag voor Irma kunnen gaan zorgen, maar aan de andere kant zul je niet meer zo voortdurend gebonden zijn. Je zult een eigen leven krijgen, wat je ook echt nodig hebt. Ray zal de verzorging van zijn vrouw moeten overnemen als jij laat in de middag weggaat. Ik sta erop dat je in het weekend vrij zult zijn, maar verder zal ik me niet bemoeien met alles wat je wilt doen. Je kunt elke ochtend naar Njangola gaan en als je dat wilt, kun je er de hele dag blijven.’

Sara luisterde ongelovig en bijna verbijsterd naar hem. Ze bedacht telkens weer dat dit onmogelijk waar kon zijn. Het kostte haar moeite zich te realiseren dat dit echt gebeurde. Carl keek haar ontspannen en kalm aan, terwijl hij blijkbaar een antwoord van haar verwachtte. Natuurlijk moest ze wel de vraag stellen die het eerst bij haar was opgekomen.

‘Waarom wil je met me trouwen, Carl?’

‘Daar heb ik twee belangrijke redenen voor: de eerste is de begrijpelijke wens om een erfgenaam te krijgen en daarom ben ik de laatste tijd ernstig aan een mogelijkheid van een huwelijk gaan denken. Omdat ik liefde nu eenmaal onbelangrijk vind, alleen al om het feit dat liefde nooit lang duurt, heb ik daar met mijn plannen dan ook geen rekening mee gehouden. Ik vind het daarom dan ook niet erg datje niet van me kunt houden. Om eerlijk te zijn, het zou niet bij me opkomen om te trouwen met een vrouw die van me hield, want haar eisen zouden me alleen maar ergeren.’

Wat dacht hij koud en nuchter over de liefde! Sara dacht aan Ray en haar hart kromp ineen. Aan de andere kant... als ze de droom van een huwelijk met Ray toch wel kon vergeten, waarom zou ze op haar beurt dan niet nuchter nadenken over de kans die Carl haar nu als de oplossing van al haar problemen wilde geven?

Carl had even gezwegen maar nu sprak hij weer en Sara hief het hoofd weer op om beheerst te kunnen luisteren. ‘Mijn tweede reden is, dat een van mijn zusters, Antoinette...’ Hij keek haar vragend aan. ‘Moeder zal je wel iets over haar hebben verteld?’ Sara knikte zwijgend. ‘Goed, Antoinette heeft huwelijksproblemen en ze heeft besloten haar man te verlaten. Ze liet me weten dat ze van plan was bij mij in te trekken en de huishouding van Ravenspark te gaan verzorgen. Ik heb haar natuurlijk gezegd dat ze naar de maan kon lopen en dat ik geen andere huishoudster nodig had, maar Antoinette is nu eenmaal een koppige vrouw en uit haar brieven kon ik wel opmaken dat ze vastbesloten is zich op Ravenspark te vestigen, maar...’

‘Jij bent anders helemaal geen man die zich door iemand laat dwingen om iets te doen wat je niet wilt!’ viel Sara hem in de rede.

‘Dat is waar,’ gaf hij met een glimlach toe, alsof hij het op prijs stelde dat Sara hem op dat punt tenminste goed kende. ‘Maar als ze eenmaal op Ravenspark is, kan ik haar moeilijk het huis uitzetten, omdat ze in dat geval naar moeder zou gaan, die op haar leeftijd liever niet meer lastig gevallen wil worden met de problemen van anderen.’ Carl schudde beslist zijn hoofd. ‘Alles wordt veel eenvoudiger als ik Antoinette kan schrijven dat ik trouwplannen heb. Dan zal ze voorzichtiger worden met haar voornemen om haar man te verlaten, die trouwens een fijne kerel is... veel te goed voor haar.’

Sara antwoordde niet. Ze begon langzamerhand weer een beetje tot zichzelf te komen, zodat ze kon nadenken over het voorstel van Carl. Al zijn argumenten waren nuchter en logisch en volgens hem hoefde er geen liefde aan te pas te komen. Aan de andere kant wilde hij echter wel een erfgenaam. Zelf was hij bereid haar veel te geven, maar natuurlijk zou hij dan eisen dat zij zich ook aan de afspraak zou houden. Ze voelde opeens dat het zweet op haar voorhoofd parelde. Ze hield van Ray, maar met Carl zou ze... Sara schudde opeens heftig het hoofd.

‘Nee, ik kan niet met je trouwen,’ zei ze on het scheelde niet veel of ze kreeg tranen in haar ogen. ‘Het zou niet goed zijn...’ Ze zweeg omdat ze een verwijtende blik van Carl opving ‘Ik kan het niet doen!’ riep ze uit. ‘Ik weet wel dat jij nu denkt dat ik eerst goed over alles zou moeten nadenken, maar dat is niet eens nodig en het is niet juist om alleen maar uit verstandelijke overwegingen te trouwen.’

Carl kneep zijn ogen halfdicht. ‘Je denkt aan Ray,’ zei hij beschuldigend. ‘Je houdt van hem en je kunt je niet voorstellen dat je je door een andere man zou laten aanraken. Maar, Sara, je krijgt Ray nooit want hij is met je zuster getrouwd. Hij houdt van haar en zij van hem. Je bent wijs genoeg om te beseffen dat je hem maar beter zo gauw mogelijk kan vergeten.’

Sara boog het hoofd. ‘Ik weet wel dat je gelijk hebt, Carl,’ gaf ze toe. ‘Ik veronderstel dat ik hem in dat opzicht moet vergeten, maar toch zal ik niet met een ander kunnen trouwen.’

‘Ik geloof dat je eens toch met een ander trouwt,’ zei hij. ‘Je bent erg knap, ook al beweer je altijd dat Irma veel mooier is dan jij. Ik geef toe dat ze een van de mooiste vrouwen is die ik ooit heb gezien, maar jij bent op een heel andere manier mooi.’ Hij zweeg en hij zag dat ze bij die vleiende woorden bloosde. Hij legde opeens zijn sterke bruine hand op de hare. ‘Denk er liever nog eens over,’ drong hij aan. ‘Je moet je afvragen of die hopeloze liefde wel de moeite waard is om een leven lang eenzaam te blijven. Als je met mij trouwt, krijg je de vredige rust waar je altijd naar schijnt te verlangen. Je krijgt een eigen thuis en eens zul je een trotse moeder worden.’

Sara luisterde naar hem en moest denken aan Carl zoals ze hem eerst had gekend, de gereserveerde man die haar onverschillig en minachtend had behandeld, omdat hij veronderstelde dat ze op de eerste plaats naar Afrika was gekomen om weer bij Ray te kunnen zijn. Nu wist hij dat ze heel wat had moeten opgeven om hierheen te komen en dat ze haar besluit vooral uit liefde voor haar zuster had genomen.

Hij stond op en trok Sara zacht uit haar stoel. ‘Kom, laten we even de tuin ingaan en ons gesprek laten rusten.’ Sara stond vlakbij hem en dacht aan die andere avond toen hij haar tegen zich aan had gedrukt. Ze herinnerde zich zijn kus en zijn armen om zich heen. Ze had zich niet verzet omdat ze toen teveel had gedronken... maar was het wel alleen door de drank gekomen?

‘We gaan deze kant uit.’ Carl pakte haar bij de elleboog en ze liepen de tuin in die sprookjesachtig mooi en vredig was. De lucht stond vol sterren, de bloemen geurden en er was niets anders te horen dan het geluid van de krekels.

‘Wat is alles mooi,’ fluisterde ze en ze genoot van de zachte bries over haar hoofd. Ze voelde dat Carl naar haar keek en dat hij geen aandacht voor zijn omgeving scheen te hebben. ‘Kijk toch eens, Carl...’ Sara wees naar de vijver, waarin een paar wolken te zien waren. Het was erg mooi, maar ze dacht dat Carl de schoonheid ervan misschien niet zou zien.

Hij bleef toch staan en keek. ‘De wolken lijken wel zilver. Dat zal wel door het maanlicht komen.’

Ze liepen door en Sara bedacht hoe heerlijk deze tijd hier toch was geweest. Ze had met de moeder van Carl zo goed kunnen opschieten alsof ze elkaar al jaren hadden gekend. Ze stelde zich de elegante vrouw even als haar aanstaande schoonmoeder voor en dat gaf haar een gevoel van opwinding. Ze zou zich geen betere schoonmoeder kunnen wensen, wist ze en ze bedacht dat de toekomst er rooskleurig had kunnen uitzien als ze maar van Carl had kunnen houden. Ze hield echter van een ander en Carl was ook al niet verliefd op haar, dus aan een huwelijk viel niet te denken. Het had geen kans van slagen als het alleen maar was gebaseerd op nuchtere afspraken. Nee, zijn voorstel was eigenlijk maar in één opzicht aantrekkelijk en dat was dat Ravenspark haar thuis zou worden.

Sara dacht weer over alles na en probeerde nog meer voordelen van het voorstel te bedenken. Goed, het was vooral belangrijk dat Irma gerustgesteld zou worden. Ray zou vaker bij zijn vrouw moeten zijn, zoals Carl had uitgelegd en misschien zouden ze daardoor weer nader tot elkaar komen, zoals het geval was geweest voor Sara op de farm was gekomen. Het was vanzelfsprekend geweest dat zij de huishouding was gaan leiden, omdat Irma nergens meer belangstelling voor had getoond. Als Sara echter niet meer op Njangola was, zou Irma de leiding weer zelf op zich moeten nemen. Ze kon in ieder geval boodschappenlijsten maken, de maaltijden bespreken, Sadie en Makau aanwijzingen voor hun werk geven! Dat zou een deel van haar tijd in beslag nemen en Irma zou minder gelegenheid krijgen om te piekeren.

Tja, er waren inderdaad verschillende goede kanten aan het voorstel... Maar mocht Sara dan niet aan zichzelf denken? Hoe zou het zijn om te trouwen met een man die zo ongevoelig was als Carl? Zeker, ze verlangde geen liefde van hem, alleen al niet omdat ze die liefde niet kon beantwoorden, maar ze kon toch niet verder leven zonder dat ze een beetje genegenheid kreeg? Hoewel, ze zou kinderen krijgen... Ze zuchtte even en Carl keek haar aan.

‘Waarom die zucht?’ vroeg hij.

‘Ik dacht na...’ mompelde ze.

‘Je weegt de voordelen tegen de nadelen af,’ stelde hij vast. ‘Zijn er veel nadelen?’

‘De voordelen zijn groter,’ gaf ze toe.

‘Ik mag geen invloed op je uitoefenen, Sara. Je moet je besluit zelf nemen. Wat mij betreft... voor mijn doel zou ik ook een ander kunnen zoeken.’

Sara keek naar hem op en herinnerde zich opeens hoe ze zich door haar gevoelens had laten meeslepen toen hij haar had gekust. Iemand anders...? Ze fronste haar wenkbrauwen en in haar gedachten zag ze hem opeens met een knappe vrouw en twee of drie kinderen. Ze had eens gedacht dat hij een ongevoelige vader zou worden, maar ze wist nu dat ze zich had vergist. Hij zou een uitstekende vader zijn, streng misschien, maar goed en vriendelijk. Iemand anders...? Waarom kon ze dat niet vergeten. Carl leidde haar weer langzaam in de richting van het huis. ‘Ik heb een besluit genomen, Carl,’ zei ze opeens. ‘Ik wil wel met je trouwen en... ik dank je voor je aanzoek.’

‘Ik dank jou voor je besluit,’ antwoordde hij kalm. ‘Ik geloof dat we nooit spijt van onze overeenkomst zullen krijgen.’ Hij zweeg even. ‘Ik verwacht niet dat je meteen mijn vrouw wordt. Je bent het toch met me eens dat we elkaar eerst wat beter moeten leren kennen?’

Ze keek hem dankbaar aan omdat ze nu al wat angstig aan haar huwelijksnacht dacht. ‘Dat ben ik met je eens,’ fluisterde ze verlegen. ‘Dank je wel voor je begrip, Carl...’