3
“Nee, echt niet.” Han van Willigem van Kleiloo keek zijn dochter over de rand van zijn bril aan. “Vergeet het maar, Suzanne. Je bent oud genoeg om te werken voor je geld.”
“Ik werkte ook tot iemand het nodig vond me te ontslaan,” antwoordde Suzanne fel. “Weet je nog?”
“Ik ga hierover niet met je in discussie.” Han nam demonstratief een hap van zijn sperziebonen. Suzanne wist dat het geen zin had verder aan te dringen. Boos keek ze de andere kant op, recht in het grinnikende gezicht van haar broertje. Als blikken konden doden, was hij ter plekke ter aarde gestort. “Wat zit je te lachen?” vroeg ze met een gezicht als een onweerswolk.
“Het is toch ook grappig?” Han van Willigem van Kleiloo junior grijnsde breed. “Je moet je kleding betalen van mama’s creditcard en je moet bij papa smeken om meer geld. En dat op je vierentwintigste. Ik vind het hilarisch.”
“Alsof jij zo lekker zelfstandig bent,” antwoordde Suzanne hatelijk. “Je woont nog bij paps en mams en als de koelkast niet voor je gevuld zou worden, zou je omkomen van de honger.”
“Zo kan ie wel weer,” greep Nora in. “Jullie lijken wel vijf. Han, lach je zus niet uit en Suzanne, je weet wat je vader heeft gezegd. Als je geld nodig hebt, ga je maar werken.”
“Een klein beetje gelijk hebben ze toch wel?” vroeg Puck van Straaten een paar uur later, toen Suzanne die zin met een klaaglijk stemmetje nabauwde. Puck en Suzanne waren weliswaar naar dezelfde basisschool gegaan, maar dat betekende niet dat Puck dezelfde, gefortuneerde achtergrond had als haar vriendin. Zeker sinds haar vader tien jaar geleden was overleden, hadden ze het thuis niet breed gehad. Puck werkte al sinds haar vijftiende, terwijl Suzanne pas na de middelbare school, toen ze niet had geweten wat ze eigenlijk wilde, een baantje had genomen. Maar waar Puck een harde werker was, gooide Suzanne er over het algemeen met de pet naar. Voor het geld hoefde ze het tot dan toe nooit te doen en een andere motivatie had ze eigenlijk ook niet.
“Maar wat moet ik dan doen?” Suzanne trok de krant naar zich toe en begon de banenadvertenties te bekijken. Na minder dan een minuut legde ze hem alweer weg. “Er zit niets voor mij tussen. Ze willen natuurlijk allemaal diploma’s zien en die heb ik niet.”
“Dan zul je jezelf extra moeten bewijzen.” Puck pakte de krant weer en begon met een merkstift geschikte advertenties te omcirkelen. “Je hebt toch ervaring bij het bedrijf van je vader? Dat betekent dat je op je cv kan zetten dat je een jaar bij een investeringsbank hebt gewerkt. Let maar eens op wat dat doet voor je kansen op de arbeidsmarkt.”
“Maar dan moet ik zeker weer bij een bank gaan werken?” Suzanne trok een gezicht. “Ik weet niet of dat wel zo goed bij mij past, hoor. Ik zoek eigenlijk meer iets…iets hips, zeg maar. Misschien iets in de mode.”
“Verkoopster?” Puck sloeg de pagina om en keek niet eens op van haar streepwerk.
“Nee, geen verkoopster, idioot. Ontwerper, of gewoon model. Of misschien styliste bij een van de grote modehuizen.” Ze spreidde met een dramatisch gebaar haar armen. “Dior, Prada, Chanel – kies maar uit!”
“Wibra,” vulde Puck haar aan, wat haar op een vernietigende blik van haar vriendin kwam te staan. “Sorry Suus, maar ik denk dat je realistisch moet zijn. Je hebt niet eens ervaring in de modebranche.”
“Niemand wordt met ervaring geboren,” zei Suzanne gedecideerd. “Ook Stella McCartney niet. En kijk eens hoever zij het heeft geschopt!” Ze streek liefdevol over het Chloé jurkje dat ze droeg. “En als ik dan eenmaal succes heb, koop ik een heel mooi huis in Zuid. Zo eentje tegen het Vondelpark aan, dat lijkt me wel wat.”
“Eh, ja, over huizen gesproken.” Puck had er duidelijk moeite mee het onderwerp ter sprake te brengen. “Je bent meer dan welkom hier, hoor, maar heb je enig idee hoelang je nog blijft? Gewoon, voor de planning, zeg maar. Niet dat je weg moet ofzo. Maar ik eh…”
“Het is al goed,” glimlachte Suzanne. “Je hebt gelijk, ik moet echt iets voor mezelf zoeken. Zodra ik een baan heb, ben ik vertrokken.”
“Oké.” Puck keek opgelucht. “Kijk eens naar de advertenties die ik heb omcirkeld. Als je hulp nodig hebt met je brief, roep je maar. Nog koffie?”
Suzanne knikte gretig en pakte de krant. Ze keek over het randje toe hoe Puck haar kopje pakte en naar het piepkleine keukentje liep. Even later hoorde ze de Senseo brommen.
De knoop in haar maag werd groter. Lieve Puck, dacht ze, hoeveel zou je nog voor me doen als je wist hoe ik echt in elkaar zit?
Puck kwam de kamer weer in met twee koppen koffie en een pak van Suzannes favoriete bastognekoeken. “En, al wat gevonden?”
“Ehm, ja.” Suzanne keek afwezig naar de krant. “Dit lijkt me wel wat.” Receptioniste, las ze. Ach, waarom ook niet?
Suzanne veegde met de rug van haar hand het zweet van haar voorhoofd. “Nou, verhuizer word ik in elk geval niet.”
“Dan zou je nooit meer naar de sportschool hoeven,” hield Rianne haar voor. Ze legde haar gezwollen voeten op een krukje en wreef met een pijnlijk gezicht over haar buik.
“Oh nee,” zei Suzanne paniekerig, “je gaat toch niet bevallen, hè?”
“Doe niet zo gek,” lachte Rianne luchtig. “Mijn kind oefent gewoon zijn voetbaltechnieken. Luister, kun je dat pak daar ook even verplaatsen? Ik beloof plechtig dat dat het laatste is. Daarna maak ik ijskoude drankjes voor ons allebei.”
Suzanne keek gekweld. Toen Rianne vanochtend had gebeld om te vragen of Suzanne haar misschien even kon helpen, had ze er niet bij gezegd dat ze haar huis opnieuw wilde inrichten.
“Nesteldrang,” verklaarde Rianne grijnzend. Suzanne lachte als een boer met kiespijn, waarna ze het loodzware pakket – dat een nieuwe kast voor de slaapkamer bevatte, hetgeen haar een groot raadsel was, want de huidige kast voldeed nog prima – verschoof naar de slaapkamer. Het in elkaar zetten moest Rob vanavond maar doen, had Rianne besloten.
“Oké, klaar.” Rianne kwam met enige moeite overeind en waggelde naar beneden. Ze haalde een fles cola light uit de koelkast, pakte een citroen en ijsblokjes en nam alles mee naar buiten. “Heb je het Puck al verteld?” vroeg ze, zodra ze was gaan zitten.
Suzanne keek gekweld. “Nee. En ik heb ook nog geen baan gevonden, laat staan een huis. Ik ben een mislukkeling. Een leugenachtige mislukkeling.”
Rianne, die niet gewend was dat Suzanne in dit soort termen over zichzelf sprak, trok haar wenkbrauwen op. “Daar kun je zelf iets aan doen. Wees eerlijk tegen Puck, hoop dat ze je spaart en ga op zoek naar een baan en een huis.”
“Ik wilde het eigenlijk precies andersom doen.”
“Dan is ze straks alleen maar bozer.” Rianne schoof een tinkelend glas haar kant op. “Ze zal het gevoel hebben dat je haar hebt gebruikt, wat trouwens ook zo is.”
“Misschien heb je gelijk.” Suzanne nam een grote slok. “Maar het alternatief is om er door Puck uitgezet te worden en bij mijn ouders in te trekken.”
“Als je belooft dat je er drie keer per nacht uit gaat, mag je na de bevalling ook wel hier wonen,” grijnsde Rianne, wetend dat Suzanne nog liever verkleed als antilope tussen de cheeta’s ging slapen. Meteen werd ze echter weer serieus. “Je moet echt eerlijk tegen haar zijn, Suus. Dit kan zo niet langer.”
Als ze erover nadacht, besefte Suzanne toen ze een uurtje later naar huis reed, was Rianne altijd al het geweten van de drie geweest. Puck was het kleine, lieve meisje, Rianne de eerlijke en zij, Suzanne…Nou ja, zij was gewoon zichzelf. Niet altijd even eerlijk, niet altijd even lief, maar ze had ook heus wel haar goede kanten. En ze was van hun drieën het meest modebewust, al klonk dat wat oppervlakkig afgezet tegen eerlijkheid en een lief karakter.
Ze parkeerde de auto voor de deur, stapte uit en liep naar binnen. Op het moment dat ze de sleutel in het slot stak, begon haar mobiele telefoon te rinkelen. “Hé Puckie,” zei ze vrolijker dan ze zich voelde. “Alweer klaar met de kinders?”
“Ja,” klonk het gehaast. “Ik ben even in de stad, Suus, omdat we niet genoeg kleurpotloden meer hadden en ik ze absoluut morgen nodig heb. En wie denk je dat ik tegenkom?”
“Ehm, geen idee.”
“Diederik!” Pucks stem klonk strijdlustig. “Met een of andere vrouw aan zijn arm. Hoe lang zijn jullie nu uit elkaar? Vier dagen? Hij heeft nu alweer een ander!” Haar stem sloeg over van verontwaardiging.
“Hoe durft hij?” riep Suzanne uit, hopend dat ze geloofwaardig overkwam.
“Precies!” Puck had niets door. “Ik wilde er iets van zeggen, maar het was al te laat. Volgens mij ging hij ook harder lopen toen hij mij zag. Logisch, natuurlijk.”
Suzanne slikte moeizaam. “Het is schandalig,” zei ze, al was ze de laatste persoon op aarde die hierover mocht oordelen. Maar als je, zoals Puck, in de veronderstelling verkeerde dat Diederik haar had gedumpt met de mededeling dat hij niet meer verliefd was en weer vrijgezel wilde zijn, kon zijn gedrag inderdaad niet door de beugel.
“Ach lieverd, je bent helemaal van slag,” zei Puck met een stem die overliep van medelijden. “Weet je wat, ik haal even die kleurpotloden en dan kom ik meteen naar huis. Ik hoef niet per se terug naar school. Pak maar lekker wat te drinken. Er staat nog een fles rosé koud. Ik ben er over een kwartiertje.”
“Nee, dat hoeft…” protesteerde Suzanne, maar Puck had al opgehangen. Die rosé zou ze inderdaad nodig hebben.
Op de kop af vijftien minuten later hoorde Suzanne Pucks sleutel in het slot. Ze nam net de laatste slok wijn en stond op om haar glas opnieuw te vullen en ook Puck te voorzien.
“Je moet maar zo denken, het is eigenlijk fijn dat het uit is,” zei Puck bij wijze van begroeting. “Nu zie je ineens hoe hij echt in elkaar steekt.”
“Precies. Eerlijk gezegd ben ik er niet eens echt rouwig om. Ik had al langer mijn twijfels over onze relatie.”
Waar haalde ze het vandaan? Suzanne schudde haar hoofd. Nog meer leugens.
Puck keek een beetje verbaasd. “Oh. Nou ja, als je het zo bekijkt. Proost, dan maar.” Ze hief haar glas en leek een beetje uit het veld geslagen door Suzannes reactie.
“Ik moet je iets vertellen,” zei Suzanne op dat moment. Ze durfde haar vriendin niet aan te kijken. Puck hield haar hoofd scheef en wachtte af.
“Toen ik zei dat Diederik mij had gedumpt omdat hij niet meer verliefd was, zou het kunnen dat ik niet helemaal de waarheid heb gesproken.” Suzanne plukte aan de steel van haar glas en voelde hoe haar gezicht begon te gloeien. Haar huid prikte. Snel nam ze een flinke slok wijn.
“Wat is er dan wel gebeurd?” vroeg Puck, toen haar vriendin niet verderging.
“Ik heb Diederik bedrogen,” gooide Suzanne er toen in één keer uit. “Met Sjoerd. Ik weet niet wat me bezielde. Ik had me voorgenomen nooit vreemd te gaan, zeker niet na wat Stijn jou heeft aangedaan, maar ik…Het gebeurde gewoon.”
De temperatuur in de kamer leek ineens tien graden gedaald. “Je hebt hem bedrogen,” herhaalde Puck ijzig. “En nota bene met je huisbaas.”
Suzanne knikte. “Ik ben er niet trots op,” zei ze schor. Ze durfde Puck nog altijd niet aan te kijken.
De stilte was ondraaglijk. Suzanne had liever gehad dat Puck haar had uitgescholden, geslagen desnoods. Alles beter dan de zware, verwijtende stilte die verlammend werkte.
Uiteindelijk deed Puck haar mond open. “En dan te bedenken dat ik Diederik nog een leugenachtige klootzak had willen noemen.”
Suzanne kromp een beetje verder ineen. “Je hebt gelijk. Ik heb je hopeloos teleurgesteld, Puck. Ik weet hoeveel pijn Stijn jou heeft gedaan en ik weet ook dat jij, Rianne en ik hebben gezworen dat we nooit, maar dan ook nooit iemand zouden bedriegen, maar ik…Nou ja, ik heb het toch gedaan.”
“Natuurlijk,” antwoordde Puck met trillende stem.
Suzanne keek haar eindelijk aan. Pucks ogen schoten vuur. “Natuurlijk heb jij dat gedaan,” herhaalde ze. “Dat is logisch voor iemand die alleen maar aan zichzelf denkt. Het maakt jou allemaal niet uit, hè? Ach ja, die domme Puck laat zich bedriegen en in een dronken moment van saamhorigheid doe je dan eens een belofte, maar als het eropaan komt, hoef je je daar natuurlijk niet aan te houden. Want jij bent Suzanne van Willigem van Kleiloo en dat geeft jou alle rechten. Nietwaar?”
Suzanne kon zich niet herinneren dat ze Puck ooit zo boos had gezien. Ze beet op haar onderlip om niet te gaan huilen. Dat zou Puck waarschijnlijk alleen nog maar bozer maken.
“En nu is ze dus tot in het diepst van haar ziel gekrenkt?” Nick Verhoeven hield zijn hoofd schuin en tuitte zijn lippen. “Dat gaat wel weer over, Suus. Echt waar.”
“Ik ben bang van niet.” Suzanne staarde mismoedig uit het raam van zijn kleine tweekamerappartement. Met haar blik volgde ze de tram die voorbijreed en de mensen die moesten rennen om op tijd bij de halte te zijn. “Puck is nogal standvastig in die dingen.”
Ze draaide zich om. Nick hing onderuitgezakt op de bank en speelde met een sigaret. Hij haalde zijn schouders op. “Denk je niet dat het haar probleem is dat ze er niet tegen kan dat jij stiekem een hapje uit de snoeppot van de buurman hebt genomen?”
Ondanks alles moest Suzanne lachen. “Wel een kostbaar hapje. Het heeft me mijn huis, mijn relatie, mijn baan en mijn vriendschap met Puck gekost.”
Nick grinnikte ook en samen kregen ze de slappe lach tot Suzanne kreunend naar haar buik greep. “En het is niet eens grappig,” hikte ze nog na.
Ze werd weer serieus. “Bedankt, Nick.”
Hij haalde zijn schouders op. “Geen probleem. Jullie vrouwen maken problemen van dingen die helemaal niet ingewikkeld hoeven te zijn.” Hij huiverde. “Ik heb één keer een relatie met een vrouw gehad en ben toen zo gillend gek geworden, dat ik sindsdien alleen nog maar op mannen val.”
Suzanne keek hem spottend aan. Ze kende Nick sinds de vierde klas van de middelbare school, maar ze had begrepen dat hij als mannetje van twee al liever met Barbies dan met vrachtwagens speelde. Dat hij überhaupt nog een relatie met een vrouw had gehad, mocht een klein wonder heten.
Hij keek haar onderzoekend aan. “Wat ga je nu doen? Weer bij paps en mams wonen?”
“Alsjeblieft niet.”
“Ik zou een moord doen om in zo’n villa te mogen wonen. Jemig, een zwembad onder het huis en daar zeg jij nee tegen?”
“Als ik daar meer dan twee dagen moet wonen, gebruik ik dat zwembad om mezelf in te verdrinken,” zei Suzanne gekweld. “Ik weet zeker dat mijn moeder het tot haar persoonlijke missie zal maken om mij een baan, een huis en een vriend te bezorgen en eerlijk gezegd doe ik dat liever zelf. Op mijn manier.”
“En die is?”
“Dat weet ik nog niet. Ik heb al vijf sollicitatiebrieven gestuurd, maar nog niet één reactie ontvangen.”
Nick nam een trek van zijn sigaret en keek toe hoe de rook naar het plafond kringelde. “Al een idee hoe je een huis gaat regelen?”
Suzanne schudde mismoedig haar hoofd. “Nee, en die vriend zal er voorlopig ook wel niet komen. Als je het goed beschouwt, ben ik terug bij af.”
“Je mag hier wel komen wonen.” Nick spreidde zijn arm, waarmee hij bijna een lamp van een tafeltje mepte. “Het is niet groot, maar mi casa est su casa.”
Suzanne lachte. “Nee, dank je.” Ze was stapelgek op Nick, maar ze voelde er weinig voor getuige te zijn van zijn nachtelijke escapades met wie hij die avond ook maar had ontmoet. En in een tweekamerappartement kon je weinig voor elkaar verborgen houden.
Ze zocht hoopvol in haar tas toen haar telefoon begon te rinkelen. Misschien was het Puck om te zeggen dat ze haar had vergeven. Teleurgesteld keek ze naar het nummer in het scherm. Ze kende het niet, wat betekende dat Puck in elk geval niet belde.
“Met Suzanne.”
“Goedemiddag, spreek ik met mevrouw Van Willigem van eh…”
“Kleiloo,” vulde ze aan, eraan gewend dat mensen moeite hadden met haar naam. “Dat klopt, ja.”
De vrouw aan de andere kant van de lijn zei dat ze van het bedrijf was dat haar brief ontvangen had waarin gereageerd was op een vacature, en dat ze Suzanne graag voor een sollicitatiegesprek wilde uitnodigen.
“Nou, dat is geweldig.” Suzanne stak haar duim op naar Nick. “Wanneer kan ik komen?”
“Morgen?” stelde de vrouw voor. “Om halfdrie?”
“Oh, laat me even in mijn agenda kijken.” Ze pakte Nicks telefoonboek en bladerde erin, zodat het geritsel van de pagina’s duidelijk hoorbaar was. “Kan het ook om drie uur?”
“Natuurlijk. Geen probleem. Je mag je melden bij de receptie en naar mij vragen, Carla van Dijk.”
“Oké, ik zal er zijn.” Suzanne hing op en keek Nick triomfantelijk aan. “Ik heb een sollicitatiegesprek.”
“Waarom blader je in vredesnaam door mijn telefoonboek en doe je vervolgens alsof je zo drukbezet bent dat je eigenlijk niet eens tijd hebt?” vroeg hij, haar boodschap volkomen negerend.
“Omdat zij niet het idee moet krijgen dat ik zo beschikbaar ben als wat, natuurlijk.” Suzanne rolde met haar ogen. “Dat begrijp je toch wel? Dan neemt ze me natuurlijk nooit aan. Niemand wil het meisje dat nooit gekozen wordt.”
Nick schudde zijn hoofd. “Het zal wel.” Hij drukte zijn sigaret uit en stak meteen een nieuwe op. Suzanne begon door de kamer te ijsberen. Nu alleen nog een huis.
“Ik vind het hartstikke gezellig als je een nachtje komt slapen.” Rianne klonk niet alsof ze het meende. “Maar ik ben echt een saaie muts, Suus. Ik ga al om halmegen naar bed’. ‘Dat maakt niets uit. Ik ben allang blij met een bed en een dekentje. Je kan me overal neerleggen, ik zal niet klagen.”
“We hebben gewoon een logeerkamer. Ik maak hieruit op dat je Puck hebt verteld hoe het echt is gegaan met Diederik.”
“Ja, dat heb ik gedaan,” zei Suzanne triest. “Ze was inderdaad woedend. En gekwetst.”
“En toen heeft ze je eruit gezet?”
“Nou, niet helemaal. Ze zei dat ze teleurgesteld was en dat ze dacht dat ik wist hoeveel Stijn werkelijk voor haar had betekend. En dat weet ik natuurlijk ook. Ik ben toen maar zelf weggegaan. Ik kon niet langer tegen die teleurgestelde blik.”
Rianne, die niet zo’n flapuit was als Suzanne, dacht even na voor ze zei: “Je mag hier best slapen, hoor, maar ik denk dat je toch beter naar Puck kunt gaan om het goed te maken. Hoe langer je wacht, hoe moeilijker het wordt. Ik weet zeker dat het weer goed komt, maar jij moet wel de eerste stap zetten.”
Suzanne slaakte een zucht. Het laatste waar ze zin in had, waren nog meer verwijten. Sjoerd, Diederik, haar ouders – ze had al heel wat verwijten over zich heen gekregen de laatste tijd.
“Ik begrijp dat je jezelf heel zielig vindt,” verwoordde Rianne haar gedachten feilloos, “maar je zult vroeg of laat toch moeten erkennen dat je fout zit.”
“Oké, oké, ik ga wel naar haar toe,” zei Suzanne met tegenzin. “Maar als ze me verwijten blijft maken, probeer ik het daarna niet meer, oké?”
Rianne beloofde dat Suzanne in dat geval bij haar mocht komen wonen en hing daarna op. Suzanne haalde diep adem. Er zat niets anders op dan naar Puck te gaan. Ze pakte haar spullen, nam met drie luchtzoenen afscheid van Nick en liep naar buiten. Ze haatte het om degene te zijn die met hangende pootjes om vergiffenis kwam vragen, maar in dit geval zat er weinig anders op.
Ze twijfelde toen ze voor de deur van Pucks appartement stond. Ze had nog altijd een sleutel en Puck had haar er niet officieel uit gezet, maar uiteindelijk belde ze toch maar aan. De zoemer klonk en de deur sprong van het slot.
“Wie is daar?” riep Puck van boven.
Suzanne schraapte haar keel. “Ik ben het.”
Zoals ze verwacht had was Pucks reactie verre van enthousiast. “Oh.” Stilte. “Nou ja, kom maar boven.”
Suzanne liep de trap op. Puck stond op de gang te wachten, haar armen afwerend over elkaar gevouwen. “Wat is er?”
“Ik wil met je praten. Ik begrijp dat je boos bent over wat er is gebeurd, maar ik…”
“Kom maar binnen.” Puck deed een stap opzij om Suzanne erlangs te laten. Een beetje ongemakkelijk ging Suzanne het appartement binnen. Haar oog viel meteen op de lege verpakking BonBonBloc en de doos Kleenex die ernaast stond. Ze draaide zich om naar Puck. “Je hebt toch niet…”
Pucks rode, opgezwollen ogen verrieden haar. “Ik kan er niets aan doen,” snikte ze, “maar ineens komt alles weer boven.”
Suzanne pakte haar vriendin bij de arm, leidde haar naar de bank en dwong haar te gaan zitten. Zelf nam ze tegenover haar plaats en keek haar streng aan. “Wat we nodig hebben is een foto van Stijn,” zei ze zakelijk. Puck knikte in de richting van de prullenmand. “Heb ik al gedaan.”
Het was iets van de middelbare school. Als ze verliefd waren op een jongen die niet op hen was, of als iemand het had gewaagd de verkering uit te maken, verscheurden ze altijd zijn foto tot er niet meer dan wat onherleidbare snippers over waren. Destijds werkte het perfect om in één middag over de jongen in kwestie heen te komen. Maar de truc was uitgewerkt, vreesde Suzanne. Puck had echt van Stijn gehouden.
“Dan zit er niets anders op,” zei Suzanne vastbesloten. “Het is tijd voor een nieuwe man in je leven.”
Puck schudde mistroostig haar hoofd. “Ik ben het verleerd om verliefd te worden,” zei ze. “Ik zie nooit meer mannen die ik echt leuk vind.” En dat was zorgelijk, want Stijn was inmiddels al meer dan een jaar geleden van het toneel verdwenen.
“Dat denk je maar,” zei Suzanne, die altijd moeite had zich voor te stellen dat mensen langer dan een paar maanden om dezelfde man bleven treuren. Er was nog zoveel moois op de wereld! Ze kon niet zeggen dat ze er rouwig om was dat het uit was met Diederik. Voor hem tien anderen.
Maar Puck zat zo niet in elkaar. “Laten we er maar over ophouden,” zei ze, met een blik in haar ogen die zei ‘alsjeblieft, kunnen we hier nog uren over praten?’ “Het komt toch nooit meer goed tussen mij en de mannen. Ik word een oude, verzuurde vrijgezel terwijl jullie allemaal ongelooflijk gelukkig trouwen en enorme gezinnen stichten.”
“Dat is meer Riannes afdeling,” protesteerde Suzanne. “Zoals de zaken er nu voor staan, is zij de enige met een grote kans op een gelukkig gezinsleven. Jij en ik zitten in precies hetzelfde schuitje.”
Puck keek haar spottend aan. “Jij hebt binnen een uur een andere man, als je wilt.”
“Jij binnen een half uur.”
Ze steggelden nog wat verder over de precieze tijdsduur waarbinnen wie welke man zou vinden. Daarna opende Puck een nieuwe doos BonBonBloc, die binnen tien minuten helemaal leeg was. Suzanne leunde achterover en glimlachte. “Ik ben blij dat het weer goed is. Misschien heb ik in een minuut drie nieuwe mannen, het vinden van een nieuwe beste vriendin is heel andere koek.”
“Zo denk ik er ook over.” Puck stak het laatste stuk chocolade in haar mond. “Als ik dan toch een verzuurde vrijster moet worden, dan maar liever met mijn vriendinnen om me heen.”