2

 

In een goed drama neemt de hoofdfiguur nooit de kortste weg naar de beloning. Ze gaat op pad, stuit op een obstakel, neemt een omweg om het te ontwijken, stuit weer op een obstakel, neemt een langere omweg, nog een obstakel, nog een omweg… Pas wanneer ze genoeg karakter heeft ontwikkeld om de beloning te verdienen, zal ze uiteindelijk in haar opzet slagen.

Mijn verhaal paste nu al in dat beproefde patroon. Toepasselijk, eigenlijk, voor een filmstudent. Voormalig filmstudent, moet ik zeggen. Chloe Saunders, een meisje van vijftien dat ervan droomt de nieuwe Steven Spielberg te worden, ziet haar droom over het schrijven en regisseren van Hollywood-kaskrakers in rook opgaan op de dag dat ze begint te menstrueren, en raakt verzeild in het soort leven waarvan ze zich tot op dat moment niet kon voorstellen dat het zich ook buiten het witte doek kon afspelen.

Op die dag begon ik geesten te zien. Nadat ik op school was doorgedraaid werd ik door mannen met witte jassen afgevoerd naar een opvanghuis voor tieners met psychische problemen. Het probleem was alleen dat ik écht geesten zag. En ik was niet de enige in Lyle House met bovennatuurlijke krachten.

Simon kon toveren. Rae kon mensen met haar blote handen branden. Derek had bovenmenselijke kracht en zintuigen, en zou binnenkort hoogstwaarschijnlijk in een wolf kunnen veranderen. Tori… Tja, wat Tori was wist ik niet; misschien gewoon een gestoord kind dat in Lyle House was opgenomen omdat haar moeder in het bestuur zat.

Simon, Derek, Rae en ik beseften dat het geen toeval kon zijn dat we in hetzelfde opvanghuis zaten, dus liepen we weg. Rae en ik raakten de jongens kwijt, en nadat we naar mijn tante Lauren waren gevlucht - degene die ik het meest vertrouwde van de hele wereld - was ik hier terechtgekomen, in een soort laboratorium dat werd gerund door dezelfde mensen als Lyle House.

En nu verwachtten ze van me dat ik hen zou helpen Simon en Derek te pakken te krijgen?

Hoog tijd om zelf een paar obstakels op te werpen. Dus vertelde ik dokter Davidoff waar hij Simon en Derek kon vinden - geheel in lijn met de conventies van een goed verhaal.

Stap één: beschrijf het doel. ‘Rae en ik moesten ons verstoppen terwijl de jongens achterbleven om jullie met Simons magie af te leiden,’ zei ik. ‘Rae rende alvast vooruit, dus zij heeft het niet gehoord, maar op het laatste moment trok Simon me naar zich toe en zei dat we elkaar op het trefpunt terug zouden zien als we elkaar kwijtraakten.’

Stap twee: introduceer het obstakel. ‘Maar waar dat trefpunt is?
Dat is het probleem. Dat weet ik niet. We hebben het er wel over gehad dat we er een moesten aanwijzen, maar het was die dag een gekkenhuis. We hadden nog maar net afgesproken om weg te lopen, toen Derek besloot dat het diezelfde avond nog moest gebeuren. Ik denk dat de jongens een trefpunt hadden afgesproken, maar er niet bij hebben stilgestaan dat ze mij er nooit over hebben verteld.’

Stap drie: stippel de omweg uit. ‘Maar ik heb wel een paar ideeën, locaties waar we het over hebben gehad. Een ervan moet het trefpunt zijn. Ik kan jullie helpen het te vinden. Ze zijn vast naar mij op zoek, dus waarschijnlijk houden ze zich schuil tot ze me zien.’

In plaats van zelf uit dit gebouw te ontsnappen, zou ik ervoor zorgen dat ze me meenamen om als lokaas te dienen. Ik zou een lijst maken met locaties waarover ik het nooit met Simon of Derek had gehad, zodat ik niet het risico liep dat ze zouden worden gesnapt.
Een briljant plan.

‘Dat zullen we in gedachten houden, Chloe. Maar vertel ons voorlopig maar gewoon om welke locaties het gaat. We hebben zo onze methodes om de jongens te vinden als we er eenmaal zijn.’

Obstakels. Een essentieel onderdeel van een goed verhaal. Maar in het echte leven? Dan heb je er niks aan.

Zodra dokter Davidoff en Tori’s moeder mijn lijst met verzonnen trefpunten hadden, gingen ze weg zonder me er iets voor terug te geven: geen antwoorden, geen aanwijzingen over waarom ik hier was en wat er met me zou gebeuren.

Ik ging in kleermakerszit op mijn bed zitten en staarde naar de ketting in mijn handen, alsof het een kristallen bol was die me alle antwoorden kon geven die ik zocht. Mijn moeder had hem aan me gegeven toen ik als klein meisje ‘boemannen’ zag - geesten, wist ik nu. Ze zei dat de ketting ze zou tegenhouden, en dat was ook zo. Ik was er altijd van uitgegaan dat het iets psychologisch was. Zoals mijn vader zei: ik geloofde erin, dus werkte het. Nu was ik daar niet meer zo zeker van.

Wist mijn moeder toen al dat ik een necromancer was? Dat moest haast wel, als het talent in haar familie voorkwam. Moest de ketting spoken afschrikken? Zo ja, dan was de kracht ervan danig verslapt.
Hij zag er zelfs slap uit; ik zou zweren dat de felrode steen een paarse tint had gekregen. Eén ding kon hij in elk geval niet: mijn vragen beantwoorden. Daar moest ik zelf voor zorgen.

Ik deed de ketting weer om. Wat dokter Davidoff en de anderen ook van me wilden, het kon nooit veel goeds zijn. Je sluit een meisje niet op als je haar wilt helpen.

Hoe dan ook was ik niet van plan hun te vertellen waar ze Simon konden vinden. Als hij insuline nodig had, zorgde Derek er wel voor dat hij die kreeg, al moest hij ervoor inbreken bij een apotheek. 

Ik moest me erop concentreren om te ontsnappen, samen met Rae. Maar dit was iets anders dan Lyle House, waar alleen een alarmsysteem tussen ons en de vrijheid in stond. Deze kamer mocht er dan uitzien alsof hij in een chic hotel thuishoorde - een tweepersoonsbed, vloerbedekking, een leunstoel, een bureau en een eigen badkamer - er waren geen ramen en aan de binnenkant van de deur zat geen klink.

Ik had gehoopt dat Liz me zou helpen ontsnappen. In Lyle House was ze mijn kamergenote geweest, maar ze was er niet levend vandaan gekomen, dus toen ik hier pas was had ik haar geest opgeroepen in de hoop dat ze me zou kunnen helpen een uitweg te vinden.

Het probleem? Liz besefte niet dat ze dood was. Zo voorzichtig als ik maar kon had ik het haar verteld. Ze flipte volkomen, beschuldigde me ervan dat ik loog en verdween.

Misschien had ze inmiddels genoeg tijd gehad om tot bedaren te komen. Ik betwijfelde het, maar ik kon niet langer wachten. Ik moest proberen haar opnieuw op te roepen.