1

“Het rijmt op vlo,” zegt mijn zoon.

Hij zit naast zijn zus op de bank. Ze kijken samen naar The voice of Holland. Er zijn nog geen schermutselingen uitgebroken. Dat mag een wonder heten.

“Houd je bek, straks raadt ze het.” Kim geeft Jesper een por in zijn zij.

“Een vogel heeft een bek, je broer een mond,” corrigeer ik automatisch.

“Je raadt het echt nooit,” zegt Jesper vol bravoure. “Het rijmt op vlo, je verjaardagscadeau.” Hij klopt uitnodigend op de lege plek naast hem.

Ik zwicht en sla Happinez dicht.

Jesper glimlacht: “Kopje muntthee, mam?”

Het is zo’n lekker joch. Als ik me eenzaam voel – wat niet vaak gebeurt, maar toch – dan ga ik op Facebook naar zijn pagina. Jesper heeft 604 vrienden, hij is populairder dan zijn zus en ik bij elkaar. Op alle foto’s kijkt hij argeloos blij de wereld in. Hij is zo’n jongen die je meteen wilt knuffelen. Ik ben zijn moeder. Hij is mijn zoon. Amper geboren maakte hij me al dolgelukkig, zoals hij nog vele vrouwen gelukkig zal maken. Vrouwen of mannen, ik moet niets uitsluiten, een mens mag nergens voetstoots van uitgaan.

Kim heeft een half oog op de televisie en een half oog op haar mobiel. De communicatie met haar beste vriendin Mandy wordt nooit langer dan dertig seconden onderbroken.

“Mandy gaat voor Charly Luske stemmen. Ik wil ook stemmen, mam.”

Jesper zet mijn kop thee neer, ploft naast me en schurkt zich tegen me aan. Vijftien is hij, een jaar ouder dan zijn zus. Dat Kim zich zo snel na Jesper aandiende, was niet helemaal de bedoeling. Ik gaf borstvoeding en verkeerde in de veronderstelling dat dit als anticonceptie zou werken; dat had ik ergens op internet gelezen. Het was zo’n pro-borstvoedingssite waarop de ontelbare voordelen ervan puntsgewijs onder elkaar stonden. Je werd met het ene pluspunt na het andere om de oren geslagen, borstvoeding had echt geen enkel minpunt. Je durfde het je kind niet aan te doen, flesvoeding, dat wil zeggen, als je ooit uitgescrold raakte, want die lijst ging eindeloos door. Terwijl ik alle plussen tot me nam, dacht ik ineens aan Paul de Leeuw. Hij heeft twee baby’s geadopteerd en natuurlijk hebben hij noch zijn man borstvoeding kunnen geven. Dus als Paul tijdens het googelen op zoiets stuit, krijg hij meteen een schuldgevoel van jewelste. Zo zielig.

Maarten stond luttele weken na de geboorte van Jesper te trappelen om het weer te doen. Ik had nog wat last van mijn hechtingen en ook psychisch kon ik het niet helemaal aan; de gedachte dat er weer iets in zou moeten nadat er zoiets groots was uitgekomen. Een paar maanden wist ik mijn mans pogingen tot paring af te houden, maar op een gegeven moment begon hij onze kraamverzorgster te citeren.

“Weet je nog wat Lonneke heeft gezegd?” vroeg hij. “Rust, reinheid en regelmaat zijn heel belangrijk, maar vergeet nooit de r van romantiek!”

Vervolgens verraste hij me door een lang weekeinde te boeken in een luxe resort met spa. Ik kolfde me vooraf het schompes en liet Jesper plus ruim twee liter moedermelk achter bij mijn ouders. In die spa legde Maarten me zo in de watten – ik kon alle behandelingen krijgen die ik wilde, hij keek niet naar de prijs – dat ik zwichtte.

Ik zwichtte en raakte zwanger van Kim zonder het te weten. Mijn huisarts liet me een zwangerschapstest doen toen mijn menstruatie maar niet op gang kwam. Die was positief. Hij legde me hoofdschuddend uit dat de eerste eisprong na een bevalling voor de eerste menstruatie komt, dat het niet omgekeerd is. Maarten kreeg die avond te horen dat hij voor de tweede keer vader zou worden. Ik had hem niet gebeld, omdat ik zijn reactie met eigen ogen wilde zien.

“Ik ben zwanger.”

“Wablief?”

“Ik ben zwanger. We krijgen een kind.”

“Alweer?” Hij keek zoekend om zich heen, alsof hij verwachtte dat er elk moment iemand tevoorschijn zou springen om hem te wijzen op de verborgen camera.

“Het is geen grap. Ik ben bij de huisarts geweest.”

“Maar we hebben het pas een keer gedaan…”

“Je bent een scherpschutter, Maarten.”

Mijn Bokito begon te grijnzen en trommelde zich nog net niet op zijn borst.

“De spa,” zei hij gelukzalig. “Weet je nog? Jij had die hot stone-massage gehad, toen was je er helemaal klaar voor.”

Ik knikte. De massage had inderdaad iets bij me teweeggebracht. De masseuse kneedde me zo vakkundig en plaatste de warme stenen dermate dicht in de buurt van mijn erogene zones dat ze lustgevoelens bij me opwekte die ik lange tijd niet had ervaren. Na afloop kwam ik enigszins verhit het kamertje uit. Maarten zag zijn kans schoon en troonde me mee naar onze suite. Onderweg stopte hij alleen even bij de receptie om onze pakking van warme chocolademousse af te zeggen. Hij hing het bordje ‘Niet storen’ aan de deur, legde me op bed en knoopte mijn badjas los.

“Die masseuse wist van wanten,” fluisterde ik, nog een tikje verbaasd. “Ik kreeg het er warm van.”

Maarten drukte kusjes op mijn buik. “Ik ga haar straks een fooi brengen,” zei hij gedecideerd. “Een flinke fooi. Zal ik haar dan meteen vragen of ze een keer met ons wil meedoen? Ze had een lekkere kont. Niet zo mooi als die van jou, maar hij kwam in de buurt.”

“Doe normaal,” giechelde ik.

“Doe jij normaal, Yvonne de Graaf, ontspan je. Ik ga je verwennen. Ik ben heter dan al die stenen bij elkaar.”

Acht dagen nadat Jesper het blauwwitte kaarsje van zijn allereerste verjaardagstaart in zijn mond had gestopt – zijn vader blies het vlammetje nog net op tijd uit – werd zijn zusje geboren.

“Mag ik nou voor Charly stemmen, please? Eén keertje maar,” smeekt Kim.

Mijn baby’s zijn allang geen baby’s meer, ze torenen boven me uit. Kim groeide het snelst, ze is 1 meter 74, vijf centimeter langer dan ik en twee centimeter langer dan Jesper. Ze pest haar broer daar altijd mee, scheldt hem uit voor dwerg, waar hij verrassend laconiek op reageert. Hij heeft geduld. Nog een paar jaar, dan zal hij de rest van zijn leven op haar kunnen neerkijken.

“Je weet wat papa heeft gezegd, Kim, er wordt niet gestemd, voor niemand.” Hopelijk klink ik streng genoeg. Jesper laat een veelbetekenend kuchje horen. Licht verontrust kijk ik opzij. Hij betrapte me tien minuten geleden toen ik stiekem een SMS voor Rodney Elzer verstuurde. Deze krullenbol bracht het nummer Mandy zo mooi, dat ik Happinez even vergat. Het leek wel alsof hij mij een privéconcert via de televisie gaf.

“Jij durft,” zei mijn zoon. “Ik zou dat bericht maar snel wissen.”

Sms’en naar 3131 is binnen ons gezin ten strengste verboden. Mijn man Maarten heeft het in de ban gedaan, nadat Kim bij de eerste editie van The voice of Holland elke week haar volledige prepaid tegoed aan Kim de Boer spendeerde, die het uiteindelijk moest afleggen tegen die jongen met de koperen strot en gouden tanden. Door de onophoudelijke stroom SMS-jes waarmee ze haar naamgenoot steunde, had Kim zelden beltegoed, wat ertoe leidde dat ze ons alleen kon bereiken door te bellen en na één keer overgaan meteen op te hangen. Het irriteerde haar vader mateloos.

Na de finale van het eerste seizoen van The voice riep Maarten zijn gezin bij elkaar. Kim had rode ogen. Ze had op Skype simultaan zitten snotteren met Mandy, ook een die-hard Kim de Boer-fan.

“Kim, offline. Nu!” beet Maarten haar toe. “We hebben allemaal gezien wat er is gebeurd, dit overkomt ons niet meer. John de Mol verdient genoeg aan dit programma, hij heeft het zelfs aan Amerika verkocht. Die man heeft miljarden en wat doet hij? Hij troggelt zo veel mogelijk van mijn zuurverdiende centen af. Ik hou van Holland is toch ook van hem? Goh, goh, wat houdt meneer van Holland. Zolang Holland hem maar spekt, bedoelt hij. Het maakt niet uit hoe vaak je SMS-t en voor wie. Je hebt het nu zelf ondervonden, Kim, het heeft je al je zakgeld gekost. En waarom? Die brulaap heeft alsnog gewonnen. Bij de televisie is alles nep.”

“Er stond een notaris op de aftiteling,” merkte Jesper dapper op.

“Een nepnotaris,” zei mijn man stellig, “of eentje die is omgekocht. Denk je dat John de Mol iets aan het toeval overlaat? Hij wist allang wie de winnaar was, had hij zelf bepaald. Die man krijgt altijd zijn zin. Hij is mul-ti-miljardair, heeft zeker twee miljard. Weten jullie hoeveel dat is?” Hij wachtte het antwoord niet af. “Tweeduizend miljoen euro. Dat gaat jullie vader nooit van zijn leven verdienen, jongens, hoe hard hij ook werkt.”

De kinderen en ik reageerden niet, we kenden de riedel. We wisten alle drie waarom De Mol hem zo dwarszat, waarom hij het woord multimiljardair uitsprak alsof het naar een vieze vaatdoek smaakte. Maarten de Graaf zou dolgraag multimiljardair willen zijn. Hij zou er eigenhandig zijn arm voor afzagen, net als die man die klem zat in die rots. Hij zou het zonder de rots ook doen, als hij zeker wist dat hij daarna miljardair zou zijn. Mijn man doet niet voor niets al jaren mee aan de Staatsloterij, de Postcode Loterij, de Lotto, de Toto en de BankGiro Loterij. Vaker dan me lief is, vind ik in elkaar gepropte krasloten onder de bestuurdersstoel van onze Kia. Hoeveel zijn milde gokverslaving ons tot nu toe heeft gekost heb ik nooit willen uitrekenen, omdat het me somber zou stemmen. Somber zijn is iets voor mannen, een vrouw hoort dat niet te zijn. Mijn taak binnen ons gezin is de stemming erin houden door op strategische plaatsen geurkaarsen te laten branden, de bank te voorzien van zachte kussentjes, met opgewekte tred door het huis te trippelen en iedereen van gezond doch smakelijk voedsel te voorzien. Ik werk parttime bij de vogelopvang, maar volgens Maarten lever ik daarmee geen wezenlijke bijdrage aan de samenleving en ook niet aan ons huishouden. Hij noemt mijn hulp aan de vogels een hobby, een sociaal gebeuren. Ergens heeft hij wel gelijk. Ik ben niet zo ambitieus, ik hou van gezelligheid.

“Maarten!” roep ik naar boven. “Kim wil voor Charly stemmen. Mag het?” Mijn dochter werpt me een verontwaardigde blik toe.

“Staat genoteerd,” roept Maarten terug. “Dat is toch die man voor wie heel Nederland al stemt? Geen zak- en kleedgeld meer.”

“Het was een grapje, pap!” Kim springt op van de bank, rent naar boven om haar toelagen veilig te stellen en komt even later hijgend terug.

“Pak de koektrommel even,” zeg ik. “Volgens mij hebben we nog lange vingers.”

Ze haalt de trommel uit de keuken en zet hem open voor me neer. Terwijl ik een lange vinger in mijn thee doop, tikt ze iets in op haar smartphone.

“Eén lange vinger is 41 calorieën,” deelt ze even later ongevraagd mee. “Als je er vier eet, wat je zeker gaat doen, moet je ruim een half-uur gras harken om ze te verbranden.”

“Zo veel gras hebben we niet,” werp ik tegen.

“Een kwartier beachvolleybal kan ook.”

“Beachvolleybal? Het is december.”

“Dan moet je tien minuten bergbeklimmen óf ruim een half-uur huishoudelijk werk doen.”

Ik pak nog een koekje. Ze heeft gelijk. Als er een vinger over de dam is, volgen er meer. Ach, wat maakt het uit. Ik ben al aan de man en 69 kilo is een mooi gewicht. Zolang ik onder de zeventig blijf, vind ik het best. Maarten klaagt nooit over mijn rondingen, integendeel. Als hij klaagt, is het omdat hij vaker wil dan ik, precies zoals het hoort in een gezond huwelijk.

“Vogelkooien schoonmaken, hoeveel calorieën kost dat?” vraag ik.

“Staat er niet,” zegt Kim.

The voice is afgelopen. Ik heb de tv uitgezet. Als ik dat niet zou doen, zou hij altijd aanstaan.

“Je verjaardagscadeau rijmt op vlo.” Jesper is terug bij zijn favoriete onderwerp. “Wat zou het zijn: klein en fijn? Of rood en groot?”

“Eerder roze,” grinnikt Kim.

“Roze?” Nu word ik nieuwsgierig. “Dat is jouw lievelingskleur, niet de mijne. Ik mag toch hopen dat het cadeau alleen voor mij is bedoeld.”

Sinds Kim dezelfde schoenmaat heeft als ik, is mijn kast haar walhalla. Ze leent pumps waar ik al decennia zuinig op ben, gaat ermee de hort op en brengt ze zwaar gehavend terug, alsof ze een halve marathon heeft gekluund over schots en scheef gelegde kinderkopjes. Ze belooft plechtig ze te zullen laten repareren, wat ze nooit doet.

“Wat je krijgt, is helemaal alleen voor jou,” stelt ze me gerust. “Jij wordt veertig, ik niet. Nog lang niet.”

Broer en zus kijken me grijnzend aan.

“Wrijf het er maar in,” zeg ik met een zucht. Veertig.

Veertig met de v van verschrikkelijk, vergrijzing, verlies van veerkracht. De v van vroeger had ik nog geen rimpels, vervlogen tijden, voorgoed voorbij, vanaf nu bergafwaarts, vaarwel jeugd, vergane glorie, vergeet het verder maar. En de v van vlo.

Met dolfijnen zwemmen rijmt in de verste verte niet op vlo, terwijl ik daar stiekem op hoop. Ik heb al een paar subtiele hints gegeven. Pas nog, we zaten met zijn vieren in de auto op weg naar opa en oma, verzuchtte ik: “Mona heeft in Mexico met dolfijnen gezwommen. Ik had haar gister aan de telefoon, ze is net terug. Het was heel bijzonder. Ze moest verschrikkelijk huilen, zei ze. Alles kwam eruit. Het schijnt dat zo’n dolfijn je stemming haarfijn aanvoelt, dat hij je troost…”

“Moest Mona worden getroost?” vroeg Kim, die maar half luisterde. “Waarom? Op Facebook leek het of ze de vakantie van haar leven had. Hoeveel foto’s kan een mens uploaden? Ik werd gestoord van al die strandfeestjes en zonsondergangen.”

Tussen Jesper en Kim ontspon zich een discussie over de pagina van mijn beste vriendin. Ze had een nieuwe profielfoto ingesteld. Het was een zelfportret met sombrero dat ze in Mexico met houtskool had getekend.

“Suf,” oordeelde Jesper.

“In elk geval een verbetering ten opzichte van de vorige,” vond Kim.

Ook Maarten haakte op het onderwerp in, maar niet zoals ik had gehoopt: “Dus Mona is helemaal naar Mexico gevlogen om uit te huilen bij een dolfijn? Dat moet toch goedkoper kunnen…”

Later die week stuitte ik in de supermarkt op een vrouwentijdschrift dat een speciale winteraanbieding had voor een bezoek aan het dolfinarium, inclusief een interactie met dolfijnen. Ik kocht het blad en liet het strategisch opengeslagen op de eettafel liggen. Het bleef onaangeroerd. Om het een betere kans te geven, legde ik het in het tijdschriftenmandje naast de wc. Ook daar lag het stilletjes en eenzaam te verstoffen. Ik besloot het minder subtiel aan te pakken en legde het blad op het bureau van Maarten, dwars over zijn toetsenbord, met voor de zekerheid een knalgele Post-it bij de tekst ‘Winteraanbieding: dichter bij dolfijnen met 25 procent korting’. Na twee dagen trof ik het tijdschrift met Post-it en al aan tussen de oude kranten. Ik wist niet wat ik ervan moest denken.

“Is mijn cadeau eetbaar?” vraag ik.

Jesper doet alsof hij diep nadenkt.

“Eetbaar is een ruim begrip,” zegt hij tenslotte. “In principe zou je het kunnen opeten, maar ik raad het je af.”

Kim pakt de laatste lange vinger uit de koektrommel. “Je hebt er zeven op, dat is 287 calorieën. Van onze verrassing zul je langer genieten. En je komt er niet van aan.” Ze steekt het koekje in haar mond. Ze kan het lijden.

“Kun je ophouden over die calorieën, alsjeblieft? Ik weet het nu wel. En ik waarschuw jullie vast: als ik wéér een abonnement op de sportschool krijg, zal ik wéér niet gaan.”

Jesper en Kim werpen elkaar een veelzeggende blik toe. Is het een gelukkig-dat-we-dat-niet-hebben-gedaan-blik of een ze-zal-het-er-maar-mee-moeten-doen-blik? Ik twijfel.

“Nog niets gekregen en nu al ontevreden,” concludeert Jesper. “Hopelijk begrijp je inmiddels hoe lastig het is om voor jou iets te vinden. Wat geef je iemand die alles al heeft?”

“Hoezo heb ik alles?” sputter ik tegen.

Hij haalt zijn schouders op. “Wees eerlijk. Je hebt je natje en je droogje, je hoeft er niet voor te werken, zoals papa. Zolang je netjes getrouwd blijft, ben je de rest van je leven onder de pannen. Geen zorgen, geen stress.”

Waar komt dit ineens vandaan? Jesper, mijn apengatje, opent de aanval op mijn bestaan, vlak voor mijn veertigste verjaardag, uitgerekend nu ik kwetsbaarder ben dan ooit. “Geen zorgen? Ik zorg overal voor, jongeman. Voor een goede sfeer, voor harmonie, voor het huishouden, dankzij mij kan iedereen zich volledig ontplooien, besef je dat wel?”

“Hij plaagt je maar,” zegt Kim vergoelijkend. “Je moet niet zo happen. Je bent de beste moeder van de wereld en je krijgt het leukste cadeau dat je ooit hebt gehad.”

Ik frons. Het zou op zwemmen met dolfijnen kunnen slaan, het is mogelijk, ik sluit het niet helemaal uit.

“Wanneer mag ik het openmaken, ‘s ochtends meteen bij mijn ontbijt op bed?”

Maarten komt de kamer binnen. “Zit je moeder weer naar haar cadeau te vissen?” vraagt hij. “Verwacht van mij niet te veel, Yvon, het is crisis. Het groeit me niet op mijn rug.”

De v van verwacht niet teveel, dat is Maarten ten voeten uit. Hij plant een zoen op mijn haar.

“Nog even geduld. Over zeven nachtjes ben je aan de beurt.”

“Je leven zal nooit meer hetzelfde zijn.” Kim klinkt onbedoeld onheilspellend.

Veertig. Nooit meer ergens in de dertig. Twintig is een ver verleden. Ik heb een man, een zoon, een dochter, een beste vriendin en soms red ik een vogel. Om precies te zijn: ik verzorg vogels die door anderen zijn gered. De ene keer is het een meeuw met een gebroken vleugel, de andere keer een eend met een vishaak in zijn snavel en laatst heb ik drie uit het nest gevallen mussen grootgebracht. De woorden van Jesper dreunen na in mijn hoofd. Wat geef je iemand die alles al heeft? Als ik alles heb, waarom voel ik me dan zo verpletterend leeg?