Epiloog

“En opa?” vroeg Amber opgewekt. “Bevalt het luie leven een beetje?”

“Ik ben helemaal niet lui,” bromde opa Wilkens verontwaardigd.

“Ik heb mijn hele leven hard gewerkt.” Hij kwam een stukje uit zijn luxe rolstoel omhoog en nam een bibberig slokje van zijn tropische cocktail. Zijn gezicht verzachtte en hij nam snel nog een slok.

Amber keek glimlachend toe. Sinds zuster Speelman opa had wijsgemaakt dat Amber en Jade haar eigen nichtjes waren die niks met de oorlog te maken hadden, konden ze bij opa geen kwaad meer doen. En dat was wel zo gezellig.

Ambers blik dwaalde over de reling heen naar de intens blauwe zee. In de verte waren de contouren van een zonovergoten Caribisch eiland te zien. Goudgele stranden en wuivende palmbomen.

Ze had nooit gedacht dat een cruise zo leuk zou zijn. En het was helemaal super om met de hele familie van haar huwelijksreis te kunnen genieten.

Ze waren na het spetterende bruiloftsfeest met z’n allen in Amsterdam op de gigantische cruiseboot gestapt: opa en tante Frieda, zuster Speelman, zijzelf, Tom en de kinderen.

Alleen Jade had er niks in gezien om van Amsterdam naar Amerika te varen. “Al die dagen alleen maar water is echt niks voor mij. Ik pak gewoon de KL 627 naar Miami en dan ga ik lekker naast Peter op het strand liggen bakken tot jullie langsvaren. Zouden jullie ookmoeten doen trouwens. Al dat gezwets van opa over vliegangst is de grootste flauwekul.”

En dus waren Jade en Peter pas vorige week in Miami aan boord gekomen.

“Volgens mij is va al aan zijn derde glas bezig,” hoorde Amber de stem van tante Frieda achter zich zeggen. “De steward vult het steeds maar bij als het leeg is.”

Amber draaide zich om en keek glimlachend naar Frieda, die een vrolijk gebloemde zomerjurk en bijpassende knalrode stilettohakken droeg. Het was opeens weer aan haar te zien dat ze vroeger ook model geweest was.

“Opa’s cocktail is alcoholvrij, dat heb ik daarstraks tegen de steward gezegd. Dus het kan helemaal geen kwaad.”

“Maar hij wordt er zo overdreven vrolijk van,” bromde Frieda bezorgd. “Ik ken hem gewoon niet terug.”

“Dat komt van de zon,” verklaarde Amber. “We zijn immers allemaal in een opperbest humeur.” Ze wees naar het eilandje in de verte. “Daar komt Aruba aan, kunnen we zo lekker met z’n allen in een hangmat onder een palmboom gaan liggen.”

“Ik kan het niet vaak genoeg zeggen,” zuchtte Frieda tevreden.

“Ik vind het zo fantastisch dat jullie va en mij ook hebben uitgenodigd om mee te gaan op huwelijksreis. Zo’n cruise is altijd al een droom van me geweest.”

“Het is u van harte gegund,” lachte Amber. “Ik vind het supergezellig om weer familie te hebben.”

Tante Frieda wees achter zich naar het zwembad waar Jade en Peter de grootste lol met de kinderen hadden.

“Wat zijn die twee daar leuk met Noortje en Reinier aan het stoeien. En Jade geeft de baby zwemles. Zo schattig.” Ze kuchte kort en fluisterde: “Waarom heeft Jade eigenlijk geen kinderen? Kan ze die niet krijgen?”

“Jawel hoor, er is niks mis met Jade. Behalve haar nieren dan. Ze willen gewoon geen kinderen. Dat is niks voor haar.”

Frieda schudde haar hoofd. “Als ik dat zo bekijk, vindt ze het geweldig leuk.”

“Dat klopt, maar ze wil geen verplichtingen. Met mijn kinderen heeft ze geen lasten, maar alleen de lusten.”

“Lusten,” bromde opa. Hij nam nog een flinke slok uit zijn glas en begon krakerig te zingen. “Ik zou nog wel een borreltje lu…husten.” Snel nam hij een volgende slok. “Holadiejee, holadijoo.”

Frieda keek met samengeknepen ogen wantrouwend naar zijn drankje en stapte op hem af. “Laat mij eens proeven, va?”

Opa greep zijn glas nog steviger beet en drukte het tegen zijn borst. “Niks ervan. Dit is van mij.”

“Oh oké,” zei Frieda luchtig. “Dan zet ik het weer op het tafeltje. Kom maar.” Met een geroutineerde beweging pakte ze het glas af en rook eraan. “Was dat die steward met die blonde krullen, die jij in je beste Engels verteld hebt dat va geen alcohol meer mocht?”

Amber knikte. “Ja, hoezo?”

“Maar die vent spreekt immers alleen maar Spaans.”

“Oeps,” schrok Amber. “Even vergeten. U bedoelt toch niet dat opa…”

“Rum,” knikte Frieda en nipte aan het glas. “En niet zo’n klein beetje ook.”

“Ik wil mijn bowwel twug,” klaagde opa. “Het smaakt me goed.”

“Ja, dat wil ik wel geloven,” lachte Frieda. “Maar we gaan maar weer even op de limonade over, va. Dit is niet goed voor de nieren.”

“Ik hou niet van limonade,” pruttelde opa. “En met mijn niewen is niks mis. Die doen het al tweeëntachtig jaaw heel ewwug goed.”

Op dat moment kwam zuster Speelman aangestapt. Ook zij droeg een luchtige zomerjurk en ze keek stralend om zich heen.

“Wat is het hier toch prachtig. Vindt u ook niet, meneer Wilkens?”

Maar opa Wilkens zei niks terug. Die was door alle rum opeens in slaap gesukkeld.

“Ik breng de oude baas wel even naar zijn bed,” zei zuster Speelman opgewekt. Ze haalde de rolstoel van de rem en liep zachtjes neuriënd met hem weg.

“Ik vind het zo lief van je dat zuster Speelman nou steeds voor vader zorgt,” zei Frieda dankbaar.

“Ze mag hem graag,” antwoordde Amber. “En we delen haar gewoon. Ze zorgt voor Michel en ze zorgt voor opa.”

“Ja, maar jij betaalt haar. En eerlijk gezegd voel ik me af en toe best schuldig. Je bent zo lief voor ons en wij… wij hebben jullie destijds erg laten zitten.”

“Dat is nou eenmaal zo gelopen,” zei Amber luchtig. “Zit daar maar niet verder over in. Wij hebben een geweldige jeugd gehad bij tante Wies.”

“Ik vind het toch ongelofelijk lief van je.”

Frieda draaide haar blik naar de zee en een tijdje stonden ze zwijgend naast elkaar van het adembenemende uitzicht te genieten.

“Heb je al iets van de rechtbank gehoord?” verbrak Frieda uiteindelijk de stilte.

Amber knikte en haar ogen lichtten blij op. “Ja, er was vanmorgen eindelijk een mail van meester Antons. De kinderen komen weer definitief bij mij. Vincents vader heeft het geregeld, op voorwaarde dat zij als grootouders de kinderen mogen blijven zien.”

“Wat vind ik dat fijn voor je,” antwoordde Frieda en ze pakte Ambers hand.

“Vincent zit voorlopig kwijlend in een rolstoel, dus die kan toch niet meer voor ze zorgen.” Amber zuchtte. “En Rosalinde heeft een scheiding aangevraagd, dus ja… Maar ik vind het wel ontzettend zielig voor hem. Zoiets gun je niemand.”

“En je bent alweer vergeten wat hij jou allemaal heeft aangedaan.” Frieda schudde glimlachend haar hoofd. “Je bent een schat, Amber.”

“Helemaal met je eens, Frieda,” hoorde Amber opeens Tom achter zich zeggen. “Voor mij is Amber de liefste vrouw van de hele wereld.”

Hij knipoogde naar Frieda, die de hint meteen begreep. “Ik ga eens even een paar andere schoenen aantrekken. Hier kan ik straks aan de wal niet op lopen.” Ze stak vrolijk haar hand op en wandelde weg.

Tom kwam naast Amber bij de reling staan en sloeg zijn arm om haar heen. “Ik heb ontzettend zin in je,” fluisterde hij in haar oor.

Ze keek naar hem op en zag de liefde in zijn ogen.

“Jade let op de kinderen,” praatte Tom door. “Dus volgens mij mist niemand ons als we nog even naar onze hut gaan.”

“Lijkt me een heel goed plan,” lachte Amber.

En hand in hand liepen ze samen weg.

Een stralende toekomst tegemoet.

EOF