10

Twee weken en een hele berg vernietigende krantenberichten later kwam Vincent eindelijk de kinderen eens brengen.

Amber zag de zilvergrijze Mercedes naast de stoeprand stoppen en ze spurtte de trap af om Noortje en Reinier te gaan begroeten.

Ze schoot op de kinderen af en omhelsde ze allebei tegelijk. “Wat heerlijk om jullie eindelijk weer te zien. We gaan er een fantastisch weekend van maken.”

“Ja, geniet er nog maar even van,” hoorde ze Vincent hatelijk zeggen. “Dit is namelijk de laatste keer. Het is dat ik geen andere oppas kon krijgen, anders had je ze nu ook al niet meer te zien gekregen.”

Amber liet Noortje en Reinier los, en stapte op Vincent af. “Dit zijn mijn kinderen, Vincent. Ik heb het recht om ze regelmatig te zien. Ik vind het schandalig dat je ze steeds maar bij me weg houdt!”

“Tussen recht hebben en recht krijgen, zit een behoorlijk gat,” grijnsde Vincent vals. “En dat gat wordt elke dag groter. Reken daar maar op.”

“Je bent een ontzettende zak,” zei Amber boos. “Ik begrijp niet wat ik ooit in je gezien heb.”

“Helemaal wederzijds! Hoe durf je de boel zo tegen me op te stoken!”

“Op te stoken?” Amber deed haar mond verder open om Vincent eens goed de waarheid te zeggen, maar ze besefte dat er twee kleine potjes met hele grote oren bij stonden. “Ga maar vast naar boven, jongens. Ik kom er zo aan.”

Noortje en Reinier keken aarzelend van Amber naar Vincent, en terug.

“Naar boven met jullie!” snauwde Vincent. “Doe wat je moeder zegt!”

Op dat commando grepen Noortje en Reinier hun spullen uit de auto en draafden op een holletje de wolwinkel in.

Amber keek ze heel even na. Toen draaide ze zich weer naar Vincent toe en schrok van de haat die in zijn ogen lag. “Ik heb helemaal niemand opgestookt,” verklaarde ze. “Je hebt al die narigheid alleen aan jezelf te danken!”

“Ik laat me niet dwarsbomen!” brulde Vincent en Amber zag zijn gezicht knalrood aanlopen. “Dat plan Jachtlust zal er komen, al is dat het laatste wat ik doe!”

“Je moet niet zo schreeuwen, Vincent. De hele buurt geniet ervan mee.”

“Ik heb schijt aan die buurt!” brulde Vincent onparlementair.

Amber beet op haar lip. “Nou, nou. Let een beetje op je woorden, zeg. Alle kans dat je kinderen je horen.”

Daar had Vincent ook maling aan en hij begon nog harder te brullen. Zijn ogen puilden uit en leken wel vuur te spuwen. Bij zijn slaap zag Amber een ader opzwellen. “Ik maak zelf wel uit wat ik zeg, hypocriete trut die je bent!”

Amber deed een stapje achteruit. Ze wist wel dat Vincent een driftkikker was en ze had wel vaker meegemaakt dat hij heftig door het lint ging. Maar nu zag hij eruit alsof hij elk moment kon ontploffen. Hij was zo ontzettend kwaad!

Ze had weinig zin om klappen te krijgen.

“Jij… Jij…” schreeuwde Vincent.

Amber deed opnieuw een voorzichtig stapje achteruit.

Achter hen ging de deur van de winkel open en Elsje kwam naar buiten. “Amber? Er is telefoon voor je!”

“Daar heb ik je!” bulderde Vincent en hij stormde op Elsje af.

“Jij bent de oorzaak van alles! Met die rare actiegroep van je! Als ik jou toch in mijn vingers krijg!”

Elsje schoot haastig naar binnen en smeet de winkeldeur voor Vincents neus in het slot. Maar Vincent was intussen door het dolle heen en hij gaf een enorme schop tegen de winkeldeur.

Maar die was nog van voor de oorlog en had wel ergere dingen meegemaakt.

Opnieuw trapte Vincent in blinde woede tegen het hout. En nog eens. En nog eens…

Amber had geen zin om de rest van de vertoning af te wachten.

Misschien kon ze maar beter de politie bellen voor het helemaal uit de hand zou lopen.

Ze draaide zich om en was al bijna bij het steegje toen ze na een volgende enorme dreun opeens een raar gerochel hoorde. Daarna werd het stil.

Gejaagd keek ze over haar schouder en bleef verschrikt staan.

Vincent zakte als een slordige baal vuilnis tergend langzaam tegen de gevel omlaag. Zijn tong hing half uit zijn mond en er drupte speeksel langs zijn kin. Zijn ogen waren wijd open, maar keken in het niets.

Terwijl Amber haastig naar hem toe liep, ging de winkeldeur weer open en Elsje verscheen op de drempel. “Hij viel ineens om,” verklaarde ze geschrokken. “Zal ik een dokter bellen?”

“Ja, bel Eén-Eén-Twee maar. Ze moeten dringend een ambulance sturen. Of de traumaheli. Dit ziet er helemaal niet goed uit.”

“Hij ademt nog wel,” zei Elsje.

“Bel nou maar gauw!”

Elsje schoot naar binnen en Amber zakte naast Vincent op haar hurken. Zijn linkerwang hing scheef.

Amber haalde diep adem. Had ze niet eens ergens gelezen dat je dit soort verschijnselen vaak bij een beroerte zag? Had Vincent een hersenbloeding gehad?

Dat was best mogelijk. De sufferd had zich zo ontzettend opgewonden. Daar kon geen enkel bloedvat tegen…

Elsje stak haar hoofd weer om de hoek. “Ze komen eraan.”

Amber ging weer staan. “Wie was er eigenlijk voor mij aan de telefoon?”

“Niemand. Dat was een smoesje om je bij Vincent weg te krijgen. Ik kon toch ook niet weten dat hij als een hondsdolle rinoceros op mij af zou schichten?”

Amber voelde zich opeens vreemd rustig. Ze hield niet meer van Vincent, dat wist ze plotseling heel erg zeker. Hij was natuurlijk de vader van alle drie haar kinderen, maar verder interesseerde het haar geen bal dat hij er zo bij lag. “Let jij even op hem?” vroeg ze. “Dan ga ik Rosalinde bellen. Die zit vast op hem te wachten. Ze zouden op citytrip naar New York. Als er wat bijzonders met Vincent is, moet je me gelijk roepen. Ik ben zo terug.”

Amber liep haastig naar het kantoortje achterin de winkel, greep de telefoon en draaide het nummer van het huis aan de Molenstraat.

“Met mevrouw Bering,” hoorde ze in de verte een vage stem zeggen.

Amber aarzelde. Was dat Vincents moeder? Of nam Rosalinde zo de telefoon op? “Dag, met Amber. Ik wil Rosalinde graag even spreken.”

“Daar spreek je mee,” klonk het een stuk duidelijker. “Vincent is al onderweg met de kinderen. Hij kan elk moment bij je zijn.”

Amber kuchte. “Vincent is er al, maar, eh… Hij… We hadden een soort van ruzie en… Hij ging helemaal uit zijn dak.”

“Dat verbaast me niks,” antwoordde Rosalinde luchtig. “Hij krijgt hier ook de ene driftbui na de andere. Het is gewoon niet leuk meer. Heeft hij je geslagen?”

“Nee, hij, eh… Ik… Hij is in elkaar gezakt.”

“In elkaar gezakt?”

“Ja, hij stond als een bezetene tegen de winkeldeur te schoppen en toen viel hij zo om. Het lijkt niet goed. Zijn tong hangt uit zijn mond en… Misschien kun je maar beter even komen.”

“Het is ook altijd wat met die vent,” antwoordde Rosalinde bits.

“Hij staat constant stijf van de stress en dan schreeuwt hij hier de hele boel bij elkaar.”

“Je zult toch wat moeten regelen. Het is jouw man.”

“Ik zit zonder auto, want… Oh wacht, ik leen de wagen van Jonassen wel even. Geef me vijf minuten.” Voor Amber iets terug kon zeggen, had Rosalinde de verbinding verbroken.

Amber keek wat verbaasd naar de hoorn. Rosalinde had niet bepaald als een liefhebbende echtgenote gereageerd. Alle kans dat Vincent zijn tweede huwelijk ook al flink aan het verprutsen was.

Nou ja, dat was haar zaak niet.

“Is er iets aan de hand?” klonk de stem van zuster Speelman achter Amber. “Ik hoorde zo’n herrie?”

Amber wees naar de winkeldeur. “Mijn ex heeft een beroerte gehad of zoiets. Ik wist niet dat u al terug was van opa.”

Zuster Speelman antwoordde niet, maar draafde op een holletje de winkel uit. Amber legde de hoorn eindelijk op de haak en liep haar langzaam achterna.

Zuster Speelman stond over Vincent gebogen en kwam hoofdschuddend weer overeind. “Een ernstige hersenbloeding, als je het mij vraagt. Ik kan weinig voor hem doen. Is de ambulance onderweg?”

Elsje knikte. “Ja, ik heb ze gebeld. Ze komen eraan.”

“Heb je gezegd dat zijn gezicht scheef hangt?”

Elsje knikte opnieuw. “Ja, ik heb zijn toestand zo goed mogelijk beschreven.”

“Heel goed.” Zuster Speelman keek op haar horloge en schudde haar hoofd. “De aanrijtijd van die ambulances is hier veel te lang.”

Elsje haalde haar schouders op. “Ze hebben het ziekenhuis wegbezuinigd, dan krijg je dat. En wij kunnen er als burgers weinig aan doen dat ze al ons geld dan in een bodemloze Europese put storten.”

Zuster Speelman rechtte haar rug. “Ik ga weer naar boven om de kinderen bezig te houden. Die hoeven hun vader zo niet te zien.”

Een eindje verder kwam een grijze auto de hoek om scheuren en die stopte met piepende remmen achter Vincents Mercedes. Felgroene letters op de zijkant gaven aan dat het hier de bedrijfswagen van de firma Felix en Jonassen betrof.

Er sprong een elegante jonge vrouw uit de auto. Ze droeg hooggehakte bruine laarsjes, een broek in dezelfde kleur en een open beige truitje. Haar blonde haren waren netjes opgestoken.

Toen ze dichterbij kwam, zag Amber dat er onder een dikke laag make-up een blauw oog verborgen ging. Amber kon er niks aan doen. “Ben je van de trap gevallen?” vroeg ze.

Rosalinde glimlachte wrang en het haar blik onderzoekend over Vincent glijden. “De geloof dat ik dit keer officieel tegen een deur ben aangelopen. Ik ga er steeds meer van balen.” Ze keek Amber aan. “Hij heeft me ook nog met een gehandicapt kind opgezadeld.”

“Gehandicapt?”

“Priscilla heeft de ene epileptische aanval na de andere. Ik geloof nooit dat ze nog een normaal leven kan gaan leiden.”

“Tuurlijk wel,” zei Amber troostend. “Ze moeten de medicijnen goed inregelen. Met Noortje gaat het toch ook oké?”

“Ze maken mij niet wijs dat het niet ontzettend schadelijk is voor zo’n kleine baby. Dat ligt daar maar naar adem te happen en ik denk iedere keer dat haar laatste uur geslagen heeft.” Er klonk een snik door in haar stem.

Amber stapte op Rosalinde af en legde haar hand troostend op haar arm. “Ik ben ook iedere keer bang als Noortje een aanval krijgt. Het is een rotgezicht, maar het gebeurt steeds minder en eigenlijk gaat het nu heel goed met haar.”

“Nou, ik geloof er niet meer zo in,” zei Rosalinde cynisch.

Amber haalde diep adem. “Mevrouw Bering heeft haar hele leven al dezelfde klachten en die is er intussen al vijfenzeventig mee geworden. Je zult zien dat het allemaal heel erg mee zal vallen.”

Rosalinde beet op haar lip en keek weer naar Vincent. “Moet je hem daar nou zien liggen.” Ze hurkte bij haar man neer en tikte tegen zijn wang. “Heb je nou je zin? Je kwijlt!”

“Wat is er met Vincent?” vroeg ineens een stem achter Amber.

Amber keek om. “Tom! Wat fijn dat je er bent. Hoe weet je nou dat…”

“Elsje heeft me gebeld dat hij hier de boel in elkaar stond te schoppen,” legde Tom uit. “Ik ben meteen op de fiets gesprongen.”

Rosalinde kwam weer overeind en wees op Vincent. “Zou het ooit nog goed komen met hem?”

“Ik weet het niet. Ze zijn tegenwoordig best knap.”

“Nou, in elk geval moet jij de kinderen verder maar bij je houden, Amber. Ik hoef ze niet meer terug.”

Amber wist niet wat ze hoorde. “Hè? Meen je dat écht?”

“Uit de grond van mijn hart. Ik heb al zo vaak tegen Vincent gezegd dat het mij veel te druk was met een zieke baby en al dat gepuber, maar dat interesseerde meneer geen bal.” Rosalinde veegde over haar neus. “En dan zat ik in mijn eentje met ze opgescheept terwijl hij pret maakte met de zoveelste nieuwe vlam.”

“Heeft hij een ander?” vroeg Amber. “Ik dacht dat jullie…”

“Wanneer heeft Vincent nou geen ander?” Rosalinde perste haar lippen op elkaar. “Ik zal straks die andere achtennegentig meiden ook even inseinen dat hij voorlopig niet voor ze beschikbaar is. Weet je wat, ik zet een advertentie in de Soest Nu.”

Het klonk ontzettend cynisch en Amber had geen flauw idee hoe ze moest reageren. Ze staarde Rosalinde aan en langzaam drong de werkelijkheid tot haar door. Opeens bruiste er een enorm gevoel van geluk in haar omhoog. Ze had haar kinderen terug!

Noortje en Reinier kwamen weer bij haar wonen!

Ze wilde dansen en juichen en zingen en springen en… Maar dat kon ze natuurlijk niet maken. En al helemaal niet midden op de stoep naast de bewusteloze vader van haar kroost.

Gelukkig was er in de verte eindelijk het snerpende geluid van een sirene te horen en even later zeilde een knalgele ambulance de hoek om.

Terwijl de ziekenwagen met gierende banden voor Vincents Mercedes stopte, gingen er overal in de straat deuren open en draafden nieuwsgierige buren op het geluid af.

Uit de ambulance sprongen twee mannen in gele jassen naar buiten. Terwijl de ene in allerijl een brancard tevoorschijn haalde, liep de ander meteen naar Vincent toe en onderzocht hem. “We brengen hem naar het UMCU. Wil er iemand meerijden?”

Rosalinde stapte naar voren. “Ik ben zijn vrouw. Ik ga mee.” Ze draaide haar blik naar Amber. “Felix komt zo die auto wel even halen. En als ik nieuws heb, bel ik je.” Na een korte groet liep ze met de ambulancebroeders mee, wachtte tot de brancard was ingeladen en stapte haastig in.

Met gierende sirenes scheurde de ziekenwagen weg.

Amber voelde opeens Toms armen om zich heen. “Het is niet aardig van me, maar ik zou het liefste een enorme fles champagne opentrekken. Weten de kinderen het al?”

“Ik denk dat zuster Speelman het ze al verteld heeft. Die weet hoe goed ik in die dingen ben. Laten we maar naar boven gaan, dan merken we het vanzelf.”

Hand in hand liepen ze de winkel in, waar Elsje wat verloren achter de toonbank stond. “Wat een toestand,” prevelde Elsje kleintjes. “En dat komt allemaal door mij. Ik voel me zo ontzettend schuldig.”

“Welnee, dit had niks met jou te maken. Jij hebt toch geen getuigen omgekocht of mensen bedreigd?”

“Nee, dat is wel zo, maar…”

“Je hebt dat blauwe oog van Rosalinde toch ook wel gezien? Hij sloeg haar. En mij destijds ook. Het is gewoon een zak.”

“Helemaal mee eens,” mengde Tom zich in het gesprek. “Ik vind het zielig voor Noortje en Reinier, maar hij heeft zijn trekken eindelijk thuis.”

De winkelbel ging en er kwam een hele horde nieuwsgierige vrouwen naar binnen drommen. “Elsje! We zagen de ambulance rijden. Wat was er aan de hand? Iets met Noortje?”

“Gaan jullie maar gauw naar boven,” zei Elsje. “Ik red het hier wel. En neem gelijk de post even mee, Amber. Het is voor jou. Van Grutters.”

Amber pakte de brief aan en keek verbaasd naar het kleurige logo van Modehuis Grutters. Die hadden haar vorig jaar als mannequin ontslagen en alle financiën waren al afgewikkeld. Wat konden ze haar nu nog te schrijven hebben?

Terwijl ze achter Tom aan de trap op liep, scheurde ze de envelop open, trok het dunne velletje papier tevoorschijn en bleef staan om de brief te lezen.

Geachte mevrouw Wilkens, beste Amber,

Zoals u weet, werkt Modehuis Grutters er hard aan om haar toonaangevende positie in de top van de landelijke modemarkt te behouden en daarbij hechten wij veel waarde aan de mening van onze klanten.

De laatste maanden neemt met name de vraag naar nieuwe producten in onze Thirties Collection sterk toe.

Door uw zwangerschap konden wij het afgelopen jaar helaas geen gebruik maken van uw door ons zeer gewaardeerde diensten als freelance-mannequin. Nu de baby geboren is, willen wij u graag weer in ons team opnemen.

Zoals gebruikelijk was, worden uw werktijden in overleg vastgesteld.

Hopend op een positieve en spoedige reactie, met vriendelijke groet, Simon Grutters jr.

Hè? Wilde Grutters haar terug? Maar…

Amber las de brief wel drie keer over, maar de informatie bleef natuurlijk steeds hetzelfde en eindelijk besefte Amber dat ze het niet verkeerd begrepen had.

Grutters wilde haar terug!

Ze had weer een baan als mannequin!

Ze kreeg opeens haast en rende naar de woonkamer, waar vier hoofden zich stomverbaasd naar haar omdraaiden toen ze zo stormachtig kwam binnenstuiven.

“Ik heb mijn baan terug!” gilde ze. “Ik mag weer bij Grutters showen!” Ze stormde op Tom af en viel hem half huilend in de armen. “Ik vond het zo erg dat ze me ontslagen hadden,” snikte ze.

“Ik wil zo graag model zijn!”

Tom aaide haar rustig over haar hoofd. “Dan hoef je toch niet te huilen? Het is je weer gelukt!”

Amber ging rechtop zitten en snoot haar neus in het zakdoekje dat Tom aangaf. “Ze beweren in deze brief dat ik daar niet meer kon werken vanwege mijn zwangerschap, maar toen ik ontslag kreeg, wisten ze niet eens dat ik in verwachting was. Ik snap eigenlijk niet waarom ze nu ineens…”

“Ik wél,” zei Tom langzaam. “Ik begrijp het wel.”

“Maar hoe…”

“Dat ontslag had je uitsluitend aan Vincent te danken. Ik heb van Jade gehoord dat je collega’s je ontzettend misten. En Simon Grutters miste je ook. Je was een van zijn meest populaire mannequins.”

“Maar dat heeft Jade nooit tegen mij gezegd.”

Tom haalde zijn schouders op. “Ze voelde zich ontzettend schuldig. Ze heeft ook nog steeds het idee dat die scheiding haar schuld was.”

“Ach welnee, het ging gewoon niet meer tussen Vincent en mij. We leefden gigantisch langs elkaar heen. En hij sloeg me.”

“Ik ga maar eens een kop thee zetten,” zei zuster Speelman. “Lopen jullie even met mij mee om te helpen, jongens? Er is vast ook wel ergens een lekker koekje te vinden.” Ze liep de kamer uit, en Noortje en Reinier gingen gehoorzaam achter haar aan.

Tom wachtte tot de deur achter hen was dichtgevallen en zei:

“Vincent zat achter dat ontslag bij Grutters. En nu hij zo in opspraak is geraakt, zal de goede verstandhouding tussen hem en de modefirma wel bekoeld zijn.” Hij gaf Amber een kusje op haar wang. “En? Neem je het aanbod aan?”

Amber knikte. “Ja, natuurlijk. Ik ga Simon zo gelijk bellen. Mijn droom komt voor de tweede keer uit.”

“En hoe zit het met Psyquin? Neem je daar dan ontslag?”

“Nee, joh. Ik vind die psychologische dingen veel te leuk. Dat wil ik ook blijven doen. De modeshows zijn hooguit een paar keer per maand, dus dat gaat prima samen.”

“En heb je verder ook al een keus gemaakt?”

Ze keek hem verbaasd aan. “Een keus gemaakt?”

“Ja, ik vond vorige week toevallig een blocnotevelletje. Met twee namen erop.”

Amber werd opeens knalrood. Had ze dat briefje laten rondslingeren? Wat een blunder!

“Je vindt die Floris erg leuk, hè? Ik snap het wel als je voor hem zou kiezen. Een keurige psycholoog… geen strafblad…”

Amber kreeg eindelijk haar stem terug. “Ik hou van jou, Tom. Als je mij tenminste nog wilt hebben.”

Tom schrok. “Als ik je… Dat klinkt alsof je met hem naar bed bent geweest.”

“Nee, natuurlijk niet. Dat zou ik toch nooit doen. Niet achter jouw rug om.”

“Onder mijn neus wel?”

“Nee, natuurlijk niet. Echt niet!”

“Er zijn er anders genoeg die daar geen moeite mee hebben.”

“Je weet best dat zoiets mijn stijl niet is.” Ze pakte zijn hand. “Ik hou van je, Tom. Jij helpt me tenminste als er wat is.”

Hij glimlachte. “Je moest wel in je eentje bevallen omdat ik…”

“Dat was de schuld van Vincent. Daar kon jij niks aan doen.”

Tom knikte langzaam. “Dus je kiest voor mij, Amber?”

“Ja, ik kies voor jou, Tom.”

Tom wurmde zich uit haar omhelzing los en stond op.

Amber keek hem verschrikt aan. “Waarom ga je weg? Je gaat toch niet weg? Ik heb echt niks met Flo…”

Hij schudde lachend zijn hoofd en zakte op één knie voor haar neer. “Nee, ik ga nooit meer weg. En dat mag de hele wereld weten.” Hij haalde diep adem en pakte haar hand. “Wil je met me trouwen, Amber?”

Amber voelde zich opeens ontzettend raar.

Vincent…

Vincent had haar ook ten huwelijk gevraagd, hier in dezelfde kamer, op precies dezelfde bank. Heel even was het alsof ze Vincents stem weer hoorde: “Ik wil het goed maken. Mijn fout van tien jaar geleden herstellen. Ik… Ik had toen met je moeten trouwen. Wil je met me trouwen, Amber?

Toen had ze absoluut niet geweten wat ze tegen Vincent moest zeggen, maar nu wel.

Ze hield van Tom. En hij hield van haar. Met hem zou ze eindelijk echt gelukkig worden.

“Ja Tom,” zei ze zacht. “Ik wil heel graag met je trouwen.”