5
Met een ontzette blik in haar ogen staarde Jade naar de dichte deur. “Die opa van ons heeft het ook aan zijn nieren,” prevelde ze. “En hij is er slecht aan toe.”
Amber legde haar hand op Jades arm. “Die man is al tweeëntachtig, Jade. Met jou gaat het toch hartstikke goed op dit moment?”
“Ja, dat is wel zo, maar toch… Je weet maar nooit.”
“Als jij je aan je dieet houdt en je neemt voldoende vocht en je pakt op tijdje rust, dan kan je weinig gebeuren. Dat heeft dokter Heiligers bij de vorige controle letterlijk zo gezegd.”
“Ja, maar stel je voor dat…”
Amber pakte Jades hand beet en hield die tegen haar zij. “Als er echt wat misgaat, zusje van me, dan zit er hier binnenin een kerngezonde nier op jou te wachten. Dat weet je best.”
Jade maakte haar hand los, sloeg haar arm om Ambers schouder en drukte haar liefdevol tegen zich aan. “Je bent echt een superzus.”
Amber veegde snel een traantje weg. Jade hoefde niet te zien dat zij ontroerd raakte door die lieve reactie. “Wat, eh…” zei ze schor. “Wat zullen we nou met die opa doen? Wat denk jij?”
Jade zuchtte diep. “Ja, eigenlijk voel ik er geen bal voor. Maar ja… misschien moeten we er dan toch een keertje langsgaan.”
“Anders krijgen we er spijt van, bedoel je dat?”
“Ja, als die man op sterven ligt…”
“Dat heb ik tante Frieda niet horen beweren.”
“Nee, maar zo’n gezicht trok ze wél.” Jade schonk nog een keer koffie in, gaf Amber een mok en leunde achterover. “Ik weet het niet hoor. Ergens denk ik dat ze ons willen oplichten.”
“Ik zie dat gevaar niet zo,” verklaarde Amber. “Hoe stel je je dat dan voor?”
Jade nam een flinke slok koffie. “Weet je, we hebben nog nooit ook maar iets over ze gehoord, ook niet van onze ouders. En dan erven we een leuk bedragje en opeens staat de verloren familie op de stoep. Ik vind dat op zijn minst verdacht.”
“Het kan ook toeval zijn. Dat die opa door het verlies van zijn vrouw ineens aan ons moest denken. Of dat hij opeens flink zieker geworden is? Hij is al oud.”
Op tafel begon Ambers mobiel te rinkelen en Jade sprong op. “Ik pak ‘m wel even. Eens kijken… Oh, hij ligt hier.” Ze drukte geroutineerd op het knopje en hield het toestelletje tegen haar oor.
“Met Jade spreek je.” Ze luisterde ingespannen en zei: “Dag meester Antons. Ja, Amber zit hier bij me. Ik geef haar wel even. Ja, bedankt hoor.”
Al pratend was ze naar Amber gelopen en duwde haar zus de mobiel in haar handen. “Meester Antons voor je,” zei ze tamelijk overbodig.
“Dag meester Antons, met Amber. Wat kan ik voor u doen?”
“Ik heb niet zulk best nieuws voor je, Amber.”
Amber voelde haar hart een tel overslaan. “Is alles goed met Tom?” vroeg ze schor.
“Ja, op zich gaat het prima met hem. Maar, eh…” Meester Antons kuchte. “Ik had je er niets over gezegd om geen valse verwachtingen te wekken, maar ik had eigenlijk gehoopt dat ik hem vandaag uit de cel zou krijgen.”
“En dat is niet gelukt?”
“Nee, helaas. Ze hebben het voorarrest toch weer verlengd. Ondanks mijn protesten.”
“Hè, wat ontzettend rot. Ik verlang zo naar Tom.” Amber slikte moeilijk en ze voelde de tranen achter haar ogen branden.
“Dat begrijp ik, Amber. Maar je geliefde ex-schoonfamilie kwam met drie getuigen aan die allemaal beweren dat ze met eigen ogen gezien hebben dat Tom de burgemeester in het water duwde, dus ja…”
“Maar hij was bij mij! Hij lag naast me in bed. De hele nacht.”
“Je bent zijn vriendin, Amber. Het is jouw woord tegen dat van maar liefst drie keurige burgers die volgens hun zeggen net van een feestje kwamen. En die meervoudige getuigenverklaring vond de rechter het zwaarste wegen.”
“Maar ze liegen,” zei Amber fel. “Of ze zijn in de war met iemand anders, die op hem lijkt. Of Vincent heeft ze omgekocht, dat heeft hij al eerder gedaan.”
“Ik ben bang dat je helemaal gelijk hebt, Amber. Maar ik kan daar helaas niks tegen doen. Die Beringkliek heeft op dit moment alle troeven in handen. Het is heel vervelend, maar zo staan de zaken ervoor.”
“Mag ik al bij hem op bezoek? Of is dat nog steeds niet toegestaan?”
“Dat ga ik voor je navragen, Amber. Maar verheug je er nog maar niet te veel op, ik heb een donkerbruin vermoeden dat hij nog steeds formeel onder beperkingen is gesteld.”
“Ik breng heus geen vijl mee, dus wat kan het nou voor kwaad als ik even op bezoek ga?”
“Ik kan het niet bewijzen, maar ik vermoed dat de Berinkjes hier ook achter zitten, Amber. Simpelweg om jou en Tom flink dwars te zitten.”
“Die ellendige Vincent,” prevelde Amber vooral tegen zichzelf.
“Helemaal mee eens, Amber. Ik ga in elk geval mijn uiterste best voor jullie doen en ik meld me na het weekend weer. Tot horens.”
Amber drukte zuchtend de verbinding weg en keek Jade verdrietig aan. “Ze hebben het voorarrest verlengd en ik mag niet eens bij hem op bezoek.”
Jade schoof weer naast Amber op de bank. “Wat een ellende, meis. En het wordt nog een tandje erger ook, vrees ik.”
“Wat dan?”
“Ja, daar kwam ik oorspronkelijk voor. Het was me helemaal door mijn hoofd gegaan, omdat die Frieda daar opeens op die stoel zat.”
“Maar wat bedoel je dan?”
“Nou, ik weet niet of je het al hebt gehoord, maar vanmiddag is bekend geworden dat Vincent de nieuwe burgemeester van Soest wordt.”
“Wat zeg je me nou?”
Jade haalde verontschuldigend haar schouders op. “Ja, die ellendige slijmbal heeft het eindelijk voor elkaar. Echt balen.”
“Maar dat duurt toch altijd heel lang voordat er een burgemeester wordt benoemd?”
“Ze waren al vijf maanden met die procedure bezig, Amber. Alleen de oude burgemeester was tegen Vincent vanwege zijn bouwplannen met dat project Jachtlust hierachter.” Jade haalde diep adem. “Maar dat obstakel is nu uit de weg, dus hij wordt volgende week al beëdigd.”
Amber slaakte een diepe zucht. “Denk je… denk je dat ik last van hem ga krijgen?”
“Niet meer dan anders, hoop ik. Een burgemeester moet zich aan de wet houden. Hoewel je met Vincent alles kunt verwachten. Had je al gehoord dat hij weer in het huis aan de Molenstraat is getrokken?”
“Wat? Dat had hij toch te koop staan omdat hij liever in Amersfoort wilde wonen?”
Jade grinnikte. “Zoiets raars heeft Vincent uiteraard nooit gezegd. Soest is natuurlijk zijn favoriete woonplaats. Zijn hele leven al.”
“Ja, ja,” bromde Amber. “Daar zijn we mooi klaar mee.”
“En Vincent gaat dat ellendige plan Jachtlust er binnen de kortste keren doorheen juinen, let op mijn woorden.”
Amber keek Jade wat verbaasd aan. Dat zinnetje had ze al vaker gehoord, maar wie…
De gemeenteraad gaat binnenkort overstag. Let op mijn woorden, mevrouw Wilkens.
“Notaris Anfering,” prevelde Amber vooral tegen zichzelf. “Die zei dat ook.”
“Waar gaat het over?” vroeg Jade.
“Notaris Wilhelmus Anfering is vorige week bij me geweest. Eén of andere dure vastgoedtoestand biedt anderhalf miljoen voor deze bouwval.”
“Bouwval?”
“Ja, dat zei de goede notaris letterlijk zo. En dan krijg ik een miljonairsvilla in dat duffe plan. Tenminste, die mag ik dan kopen.”
“Ik hoorde van ons roddelkanon Ida Piersma dat er op internet een handtekeningenactie tegen het bouwplan is gestart.”
“Dat was toch een paar maanden geleden al? Ik heb destijds al getekend.” Amber zuchtte. “Geloof maar niet dat het wat helpt. Vincent krijgt altijd zijn zin.”
Er klonk een hoop gestommel en gebonk op de trap en even later kwam er keiharde muziek van boven.
“Mama in tranen!” galmde Noortje. “Ze is werkeloos!”
Een tel later vermengde de muziek zich met het hoge gekrijs van een baby.
“Ze zijn weer thuis, mijn pubers. En ik heb alleen nog maar last van ze.” Amber beet op haar lip. “Ik hou hartstikke veel van mijn kinderen, maar de laatste tijd is het geen doen meer.”
Jade glimlachte. “Dat heb je met pubers. Ik ga eens even met Noortje praten, dan kun jij ondertussen Michel voeden. Ik vraag zuster Speelman wel even of ze de lieve kleine schreeuwer bij jou wil inleveren.”
♦
Jade gaf haar zus een bemoedigende knipoog en spurtte naar de gang, waar ze zuster Speelman bijna letterlijk tegen het lijf liep.
“Ik geef de baby een schone luier en daarna breng ik het kind naar zijn moeder,” verklaarde de zuster zonder dat Jade iets had kunnen zeggen.
“Helemaal geweldig, zuster. Ga ik even met die drukteschoppers boven praten.”
“Ze zijn erg vervelend,” bekende de zuster. “Ze leggen de telefoon van de haak, gooien ongegeneerd hele pakken zout in het eten leeg en gisteren vond ik een half vergane muis in mijn bed.”
“Het zijn pubers,” zei Jade vergoelijkend.
Zuster Speelman schudde haar hoofd. “Dit gaat veel verder. Ze zijn hun moeder – en mij – systematisch aan het pesten. Ik denk dat hun vader ze opstookt.”
“Dat zou maar zo kunnen,” knikte Jade.
Zuster Speelman keek donker. “Straks doen ze de baby nog wat aan.”
“Dat zal toch niet?” schrok Jade.
Zuster Speelman stak haar handen in een machteloos gebaar omhoog. “Noortje is ontzettend jaloers op de baby. Gisteren had ze hem op haar arm en ze kreeg zo’n vreemde blik in haar ogen. Alsof ze zich stond af te vragen of ze hem zou laten vallen.”
“Dat lijkt me…” begon Jade.
“En eergisteren zag ik dat ze met een wattenstaafje of iets dergelijks in Michels mondje stond te peuren. Als zo’n baby dat in zijn keeltje krijgt, dan is het niet best.”
Jade keek zuster Speelman verbaasd aan. “Een wattenstaafje? Wat moest ze daar nou mee?”
“Ik weet het niet. Ze is er heel hard mee weggerend toen ik haar betrapte en ik heb het ding verder niet meer gezien.”
Jade haalde diep adem. “Vreemd. Ik snap het eigenlijk niet. Noortje was altijd zo’n zacht en lief meisje. En Reinier deed ook nooit moeilijk.”
“Over het verleden kan ik niet oordelen,” verklaarde zuster Speelman. “Maar ik laat Noortje in elk geval niet meer met de baby alleen.”
“En Reinier?”
“Reinier is vooral een meeloper, maar die Noortje deugt echt niet.”
“Mama in tranen, haar lover is dood!” galmde Noortje van boven en een paar tellen volgde er nog een heel ander wijsje:
Tom is een moordenaar,
hij doet ontzettend raar.
Die vent is knettergek,
wie schiet die sukkel lek?
Het was net of ze het gesprek had afgeluisterd en nu even wilde laten merken dat de zuster helemaal gelijk had.
“Nou zeg!” zei Jade verontwaardigd. “De ga er nu meteen heen. Dit soort liedjes kunnen echt niet door de beugel.” Ze stormde met drie treden tegelijk de trap op en klopte hijgend op Noortjes kamerdeur.
Er kwam geen antwoord op haar geklop en daarom stapte Jade uiteindelijk maar gewoon naar binnen.
Noortje stond boven op haar bed overdreven raarte swingen. Met een haarborstel in haar hand die ze als microfoon gebruikte.
“Mama in tranen!” brulde ze keihard.
Jade liep met kordate passen naar de geluidsinstallatie, maar ze zag in de gauwigheid nergens een knop om het apparaat uit te zetten. Daarom trok ze zonder aarzelen de stekker uit het stopcontact en er daalde een heerlijke stilte over de kamer neer, die ongeveer drie seconden duurde.
“Wat krijgen we nou?” brulde Noortje. “Zet onmiddellijk weer aan!”
Jade maakte zich zo lang mogelijk en wees met een gebiedend gebaar naar de stoel bij het raam. “Jij gaat daar zitten en je luistert!”
Noortje keek haar tante even ontzet aan en begon toen keihard te lachen. “Jij hebt niks over mij te zeggen,” bitste ze.
“Dat klopt helemaal,” snibde Jade ijzig. “Maar ik heb wel wat tégen je te zeggen.”
“Hoepel op!” brulde Noortje. Ze bracht haar haarborstel weer in microfoonpositie en haalde diep adem.
Jade besefte dat het volgende lied hooguit een kwestie van seconden was en ze sloeg haar armen strijdlustig over elkaar. “Tegen mij kun je best even normaal doen, Noortje. Ik heb jou nog nooit wat misdaan.”
Noortje keek Jade zwijgend aan en verroerde geen vin.
Jade trok een stoel bij en ging zitten. “Vertel eens, Noortje. Wat is er nou met je aan de hand?”
Noortje haalde opnieuw diep adem. “MAMA IN TRANEN!” galmde ze.
Jade stak demonstratief haar vingers in haar oren. “Ik zou niet met Idols mee gaan doen, nichtje van me. Dat wordt de afgang van de eeuw.”
“Puh,” zei Noortje. “Ik kan best heel mooi zingen.”
“En wie zegt dat?”
“Rosalinde,” antwoordde Noortje uitdagend.
Jade grinnikte. “Die heeft dan vast een gehoorapparaat nodig.”
Noortje sprong van het bed en smeet de haarborstel demonstratief in een hoek. “Je hoeft niet zo raar te doen over Rosalinde.”
“En jij hoeft niet zo raar te doen tegen je moeder. Ga nou even zitten en vertel me wat er is.”
Noortje zakte op de rand van het bed en sloeg haar armen over elkaar. “Er is niks.”
“Tuurlijk is er wat. Normaliter doe je toch nooit zo raar?”
“Ik doe niet raar.”
“Dat moet je jezelf dan maar wijsmaken, Noortje. Maar ik weet wel beter.”
“Mama is stom. Mama houdt alleen maar van het nieuwe broertje.”
“En dat zegt Rosalinde ook?” vroeg Jade.
“Nee, dat zeg ik,” bromde Noortje uitdagend.
“Je weet best dat het onzin is, Noortje. Je moeder houdt ontzettend veel van jullie.”
“Nietes, dat zegt papa ook.”
“Ik heb je mama beloofd dat ik je dit nooit mocht zeggen,” verklaarde Jade langzaam. “Maar dat ga ik nu toch maar even doen.”
“Wat?” vroeg Noortje stuurs.
“Jij hebt je papa pas leren kennen toen je al tien jaar was,” legde Jade uit. “Toen kwam hij eindelijk eens opdagen.”
Noortje snoof luidruchtig. “Mama heeft hem al die tijd bij ons vandaan gehouden. Mama is een rotmens.”
“Welnee, dat liegt Vincent.”
“Nietes, mijn papa…”
“Laat me uitpraten! Jouw mama werd ontzettend verliefd op Vincent toen ze zeventien was. Zo verliefd dat ze in verwachting raakte.”
“Weet ik allang.”
“Je papa was in Australië, toen je mama dat merkte en ze heeft hem meteen een brief geschreven.” Jade was even stil. “En toen kwam er na een hele lange tijd eindelijk eens een brief terug.”
“Van papa?”
“Ja, van papa. Hij vond…”
Hij vond dat mama jullie maar dood moest maken. Dan was hij er weer af.
Jade beet op haar lip. Amber had gelijk. Dat mocht ze nooit tegen Noortje zeggen. Van zo’n opmerking hield een gevoelig kind, zoals Noortje diep van binnen was, misschien wel een afschuwelijk trauma over.
“Waarom zeg je niks meer?” vroeg Noortje op een achterdochtig toontje. “Wat vond papa dan?”
“Hij vond dat Amber het maar alleen moest uitzoeken,” verklaarde Jade. “Hij had geen zin om voor vader te spelen.”
Noortje keek Jade ontzet aan. “Dat is niet waar. Dat lieg je!” gilde ze overstuur.
Jade schrok van Noortjes heftige reactie. Poeh, daar was ze toch door het oog van de naald gekropen. Gelukkig had ze niet echt gezegd hoe de zaken destijds lagen.
“Je liegt het!” gilde Noortje opnieuw.
Jade schudde haar hoofd. “Ik was erbij toen je moeder die rare brief kreeg. Ze was helemaal in paniek.”
“Nietes,” zei Noortje.
“Welles. Je moet weten dat je mama en ik naar Amerika zouden gaan. Je moeder mocht daar fotomodel worden. Het contract lag al op de kast.”
“En toen…” Noortjes stem was opeens schor.
“Toen heeft je moeder wél voor jullie gekozen. Ze heeft dat contract verscheurd en ze is voor jullie gaan zorgen. Omdat ze zo ontzettend veel van jullie houdt.”
“Maar toen mocht papa niet bij ons komen?”
“Ik zei toch net dat Vincent daar geen zin in had?”
“Maar papa zegt…”
“Papa liegt dat hij barst. Ik heb je moeder genoeg voor hem gewaarschuwd, maar zij moest zo nodig toch nog met hem trouwen. Voor jullie. Om jullie een vader te geven!”
Noortje staarde Jade onzeker aan. “Dat zeg je er nou maar om. Mama heeft je natuurlijk opgestookt. Daarom vind jij mijn papa niet lief.”
Jade haalde diep adem. “Ik heb jouw papa nog nooit lief gevonden, Noortje. Het is mijn type niet.”
“Hij vindt jou een echte bitch,” bromde Noortje.
Jade schoot in de lach. “Hij doet maar. Ik heb van Vincent gelukkig niks nodig.” Ze stond langzaam op en rekte zich overdreven uit. “Ik ga tegen je moeder zeggen dat jullie een poosje bij je vader gaan logeren. Dan heeft zij ook even rust. Ga je koffer maar pakken. Ik breng jullie weg.”
Noortje sloeg opeens haar handen voor haar gezicht en maakte een raar piepgeluid. “Tante Jade, ik…”
En toen gebeurde er eindelijk waar Jade al die tijd op had gehoopt. Noortje barstte in tranen uit.
“Ik ben zo ontzettend bang,” snikte ze.
Jade zakte meteen naast Noortje op de rand van het bed en sloeg haar armen om het snikkende meisje heen.
“Waar ben je bang voor?”
“Ons kleine zusje is zo ziek. Het gaat misschien wel…”
“Zusje? Bedoel je het baby’tje van Rosalinde?”
Noortje knikte.
“Hoe heet die ook alweer? Iets met Popje of zo?” mompelde Jade vooral tegen zichzelf.
“Priscilla,” fluisterde Noortje.
“Ja, dat is ook zo. Priscilla heet ze. Ik ben zo lekker goed in namen.” Jade trok Noortje nog wat dichter tegen zich aan. “Wat is er met Priscilla?”
“Ze heeft ook epilepsie. Maar heel erg. Ze is in het ziekenhuis. Ik wil niet naar het ziekenhuis.”
“Dat hoeft toch ook helemaal niet? De baby merkt er niks van als ze geen bezoek krijgt.”
Noortje schudde heftig haar hoofd. “Niet op bezoek. Maar om daar ook te liggen.”
“Om daar ook… Maar Noortje, het gaat immers hartstikke goed met je.”
“Nietes,” zei Noortje stuurs. “Ik heb het zelf gehoord. Die epilepsie is een vloek voor alle Beringvrouwen. We gaan er allemaal aan.”
“Dat heb je zeker stiekem afgeluisterd?”
“Ja, maar dat maakt niet uit. Het is ook zo. Reinier heeft geen epilepsie en papa niet en opa ook niet. Maar oma wel, en Priscilla en ik.”
“Je oma heeft medicijnen en jij ook. En met jullie gaat het prima, dus Priscilla knapt ook gewoon weer op. De dokters moeten gewoon even uitzoeken wat zij nodig heeft en dan mag ze weer naar huis.”
“Is dat echt zo, tante Jade?”
Jade was daar diep van binnen helemaal niet zo zeker van, maar ze knikte heftig. “Nou en of.” Daarna stond ze op. “Moet ik je naar papa brengen? Of blijven jullie hier?”
Noortje keek naar de grond. “Ik… Ik blijf liever hier. Want…papa is… Rosalinde is…”
“Ik snap het al.” Jade knikte. “Je papa en Rosalinde zitten steeds in het ziekenhuis bij Priscilla. Die hebben helemaal geen tijd voor jullie, klopt dat?”
Noortje knikte.
“Nou, dan blijven jullie gewoon hier. Maar dat rare gegalm wil ik niet meer horen en je mama ook niet. Dus daar houden jullie maar gewoon mee op. Oké?”
Noortje snufte heftig. “Oké.”
“Prima. Kom je dan zo wat drinken, beneden? Amber vindt het ook gezellig als je er even bij komt zitten.” Zonder op antwoord te wachten, liep Jade de kamer weer uit.
♦
Het was dinsdagochtend en Amber stond tobberig in haar kledingkast te kijken. Wat moest ze in vredesnaam aan voor die sollicitatie bij Psyquin? Een zakelijk mantelpakje of gewoon een nette lange broek met een vrolijk gebloemd hesje?
Normaliter had ze voor een chique broek gekozen, maar ja… Dat durfde ze nu eigenlijk niet aan. De kraamzuivering – zoals dat zo mooi heette – ging niet helemaal volgens het boekje en ze bloedde nog steeds behoorlijk heftig. Gisteren was er opeens een soort klont uitgekomen die uiteraard langs haar maandverbandje was geglibberd en voor een gigantische lekkage in haar eerst zo hagelwitte zomerbroek had gezorgd. En dan had ze nog verschrikkelijk geboft dat de ellende haar in haar eigen keuken was overkomen.
Stel je voor dat ze in de supermarkt had gelopen en daar een bloedbad had veroorzaakt? Dan waren de roddels weer niet te overzien geweest. En er werd al zo vaak over haar gepraat sinds die rampaflevering van Utrecht in Tranen. Bij de herinnering trok er een rode waas van schaamte over haar gezicht en ze beet op haar lip.
Straks stond er nog zo’n klont op springen. Ze moest er niet aan denken dat ze bij Psyquin op een dure witte bank zou zitten en…
Er klonk een korte klop op de slaapkamerdeur en zuster Speelman stapte binnen. “Ik heb net die broek uit de wasmachine gehaald en ik moet eerlijk bekennen dat – zoals u al zei – de meeste bloedvlekken er op negentig graden inderdaad uit zijn gegaan, maar ik vrees dat u hem nooit meer zult passen. Hij is een beetje gekrompen.”
Als bewijs hield ze een pas gecentrifugeerd mini-broekje omhoog. “Het was uw eigen beslissing om zo’n heet programma te doen.”
Amber zuchtte diep. Wat ontzettend jammer van haar dure designerbroek. Het was er nog eentje uit de collectie van Grutters.
Dit tere weefsel uitsluitend voorzichtig op de hand wassen…
Ja, ja. Dan had ze die vlekken er toch nooit uitgekregen?
“Gooi maar gewoon weg, zuster. Daar krijgen we de pop van Noortje niet eens meer in.”
“Als u zo heftig blijft bloeden, moet u even langs de dokter gaan. Er kan nog een stukje placenta zijn achtergebleven en met een curettage is het euvel dan zo verholpen.”
Amber had totaal geen zin in een curettage. Daar moest ze voor naar het ziekenhuis. Van de gedachte alleen al kreeg ze het Spaans benauwd. “Die klont is er nu toch uit?”
“Er kan nog meer zitten,” verklaarde zuster Speelman op een belerend toontje.
“Nee,” zei Amber fel. “Er zit absoluut niets meer. Ik ga echt niet naar een hospitaal.”
Zuster Speelman trok een wenkbrauw op. “Het is uw eigen beslissing, maar ik wil u wel waarschuwen dat u de meest vreselijke infecties kunt krijgen en…”
Amber schoot rechtop. “Ik moet zo weg, dus daar praten we een andere keer nog wel over.”
Ooit…
Bijvoorbeeld op het moment dat de magnolia’s op de Noordpool in bloei stonden of wanneer de eerste mensen in riante villa’s op de maan gingen wonen.
“U moet het zelf weten, mevrouw Wilkens. Het is uw eigen lichaam.” Zuster Speelman hing het gekrompen broekje met een melodramatisch gebaar over haar arm en zeilde met beledigde passen de slaapkamer uit.
Amber wreef vermoeid over haar ogen. De zuster had natuurlijk helemaal gelijk. Als het niet snel beter werd, moest ze toch langs een dokter. Ze kon moeilijk de rest van haar leven met een incontinentie…
Hé, dat was een briljant idee. Tante Wies had op het eind van haar leven geregeld zo’n Tena Lady-geval gebruikt en met een beetje mazzel…
Amber liep naar de oude slaapkamer van tante Wies, die er nog steeds bijlag alsof Wies alleen maar even een blokje om was. Ze trok de kast open en graaide achter de lakens, want tante Wies had zelfs aan zichzelf niet willen toegeven dat ze af en toe ongewild wat urine verloor. En ja hoor, al snel raakten haar vingers een stapel incontinentiebroekjes.
Mooi zo.
Ze haastte zich met haar buit terug naar de slaapkamer en hees zich in het luierbroekje. Het zat uiteraard voor geen meter maar als ze er nog een maandverbandje inlegde, hoefde ze tenminste niet bang te zijn voor gênante lekkages. En daar ging het immers om.
Ze pakte een chic zakelijk mantelpakje uit de kast, zocht er een bijpassend bloesje en een paar torenhoge hakschoenen bij en kleedde zich haastig aan.
Na een korte blik op haar horloge werkte ze in ijltempo haar make-up en lipstick nog even bij en spurtte met de luide kreet “Dag zuster Speelman, tot straks!” de deur uit.
♦
Vanaf de Koninginnelaan was het maar een klein stukje rijden naar het mooie kantoorpand van Psyquin op de Wieksloterweg.
In normale gevallen had Amber natuurlijk de fiets genomen, maar fietszadels zijn niet bepaald gemaakt voor ultra strakke rokjes en iedereen die wel eens met een dik maandverband in haar slipje op de fiets is gestapt, weet dat je dan je lol helemaal op kunt.
Het zwarte gietijzeren hek stond open en Amber reed langzaam de oprit van kleine kleurige tegeltjes op tot ze bij een rijtje parkeerplaatsen kwam, waar ze haar wagentje naast een dure blauwe Peugeot neerzette.
Ze wurmde zich uit de auto en bleef even staan om haar wild kloppende hart weer tot bedaren te brengen. Het sloeg nergens op, maar ze was hartstikke nerveus.
Waarom eigenlijk? Zo belangrijk was deze sollicitatie nou ook weer niet. Toch?
Om het geld hoefde ze immers niet te werken. Tante Wies had haar genoeg nagelaten om de rest van haar leven rustig aan te kunnen doen.
Langzaam liet Amber haar ogen over het statige landhuis glijden.
De hoge rechte muren waren opgebouwd uit lichtrode steentjes en het hoge puntdak was bedekt met grijze leisteen. Een gloednieuw modern huis in de stijl van een eeuwenoud Loirekasteeltje.
Amber haalde diep adem en liep langzaam naar het speelse bordes dat in het midden van de voorgevel was gebouwd. Toen ze dichterbij kwam, zag ze dat je er twee kanten uitkon.
Er waren zes treden naar boven om bij de grote voordeur te komen, maar daarnaast wees er – boven een bordje met Psyquin Interactieve Zelfhulp – ook een kleurige pijl naar beneden.
Amber bleef staan. Wat hadden ze dit mooie gebouw praktisch ingedeeld! Het gezin woonde boven en in het souterrain was het bedrijf gevestigd.
Dit wilde zij ook! Een droom van een mini-kasteeltje met een prachtig aangelegde tuin en genoeg ruimte voor een eigen psychologische praktijk aan huis. En natuurlijk moest er ook een tennisbaan zijn voor de kinderen en een met rode rozen overwoekerd prieeltje om op mooie dagen rustig een boekte kunnen lezen. En een schommelbankje om samen met Tom een wijntje te drinken…
De gedachte aan Tom bracht Amber met een schok weer in de rauwe werkelijkheid terug. Tom zat voorlopig in het huis van bewaring in Almere. En of ze ooit samen weer een gelukkig leven zouden hebben, was nog maar de vraag.
Als het aan Vincent lag, bleef Tom daar eeuwig zitten. Het leek wel of Vincent de rechter aan een touwtje had. Meester Antons kon roepen wat hij wilde, de rechter bleef Oost-Indisch doof en deed alles wat Vincent vroeg.
Amber voelde haar hart alweer naar de hoogste versnelling schieten. Straks bedacht Vincent nog meer gemene dingen om Tom dwars te zitten. Ze had vannacht gedroomd dat de ellendeling in de gevangenis een boef ging inhuren om Tom te vermoorden…
Natuurlijk was dit een droom, maar Toms broer Rutger was destijds ook vermoord in de gevangenis. En ze had wel vaker gelezen dat veroordeelden door andere gevangenen in elkaar werden getimmerd of misbruikt. Bewakers zagen ook niet altijd alles en vooral in de douches scheen het levensgevaarlijk te zijn.
“Oh Tom!” prevelde ze in zichzelf. “Ik hou zoveel van je. Hoe moet dit ooit nog goedkomen?”
“Amber?” zei opeens een donkere mannenstem ergens ter hoogte van haar voeten. “Amber, wat sta je daar te mompelen? Gaat het goed met je?”