4
“Het was die achterbakse Riek van ‘t Woud,” zei Jade boos. “Dat mens heeft me ongegeneerd staan afluisteren en zich daarna bij dat stuk verdriet van een Stefan Kouwenaar ingeslijmd.”
Het was half vier in de middag en na een hoop tumult waren de twee zussen eindelijk met de baby op weg naar Soest. In de ambulance. Amber lag op de brancard waarvan het hoofdeinde omhoog was geklikt en Jade zat op het stoeltje ernaast. “Het is jouw schuld niet, Jade. Dat mens deugt gewoon niet, ik heb het al eerder met haar aan de stok gehad.”
“Had je dan al eerder bij Weeberg geshowd?” vroeg Jade. “Daar heb ik je toch nooit over gehoord?”
“Nee, het gebeurde een paar maanden geleden bij een show in Woudenberg. Toen vond dat rare paard dat de modellen van Evers niet in de centrale kleedkamer mochten komen. Was alleen voor de Weeberg-dames, beweerde ze. En wij moesten ergens achterafin een stinkend hok dat normaal dienst deed als bezemkast. Je kon je kont er niet keren.”
“En jij pikte dat niet?” knikte Jade begrijpend.
“Klopt, ik heb flink stennis staan maken en toen mochten wij uiteindelijk ook in de grote kleedkamer.”
“En toen was zij natuurlijk kwaad op je.”
“Ze was echt razend. Ze zou het me nog wel een keer betaald zetten, riep ze.”
“Nou, dat was dan bij deze.” Jade zuchtte. “Wat een puinhoop. Dat tv-programma wordt ook nog eens tig keer herhaald. Je staat er gekleurd op.”
Amber keek triest. “Het is mijn eigen schuld dat het zo misliep.”
“Jouw schuld? Hoe kom je daar nou bij? Die vent is een manipulator van het ergste soort, die heeft ervoor doorgeleerd om mensen helemaal op de kast te jagen. Goed voor de kijkcijfers.”
“Maar als psychologe had ik hem toch beter moeten doorzien.”
“Kom nou toch. Je was amper bevallen. Dan zitten de kraamvrouwtranen bij de meeste meiden toch al flink hoog.”
“Ja, maar ik heb vorig jaar de keuzecursus ‘manipulators en hun slachtoffers’ gevolgd. Ik had er omgerekend een negen voor. Ik had die vent gewoon van repliek moeten dienen.”
Jade schudde haar hoofd. “Wat is dat toch met jou, Amber Wilkens, dat jij jezelf altijd overal maar de schuld van geeft? Die vent deugt voor geen millimeter en daar kun jij helemaal niks aan doen.”
“Maar ik had gewoon vanuit mijn eigen kracht…”
“Laat maar, Amber. Ik zou het liefste een klacht tegen die vent indienen, maar ja…”
“Dan maak je het alleen maar erger, zusje. Ik kijk gewoon voorlopig niet naar RTV Utrecht, dan waait het wel over.”
Jade knikte langzaam. “Normaal ben ik niet zo in voor die struisvogelpolitiek van jou, maar in dit geval… Ja, goed plan.” Ze rekte zich uitgebreid uit. “Al heb je best kans dat het filmpje in de komende eeuwen nog op YouTube rondzwerft.”
“Dat zien we dan wel weer,” prevelde Amber.
De ambulance ging nog langzamer rijden en sloeg een hoek om.
Amber keek op haar horloge. “Noortje en Reinier zullen zo wel uit school komen. Wat zullen ze opkijken!”
“Dat denk ik ook. Als het goed is, is zuster Speelman er intussen ook. En de kraamhulp natuurlijk.”
“In de tijd dat zuster Speelman voor tante Wies zorgde, had ik helemaal geen hoge pet van haar op,” bekende Amber. “Maar ze is honderd procent meegevallen.”
Jade knikte. “Best fijn dat we geld geërfd hebben, hè? Anders was zo’n privé-verpleegster niet te betalen geweest.”
“Ja, tante Wies zorgt nog steeds voor ons.” Amber zuchtte diep.
“Wat zou ze trots geweest zijn op haar nieuwe kleinkind.”
“Reken maar van yes.” Jade snufte. “Wil je wel geloven dat ik haar nog steeds heel erg mis?”
Amber voelde de tranen alweer in haar ogen prikken. “Ze is alweer een hele tijd weg, maar ik kan er ook maar niet aan wennen. Als ik ‘s morgens in de winkel met Elsje koffiedrink… Al die keren dat ik daar met tante Wies gezeten heb. Mijn hele leven bijna.”
“Klopt ja, toen pap en mam nog leefden, zaten we er ook al vaak. Ze perste altijd sinaasappels voor ons en ik vond al die kleurige bolletjes wol toen ook al prachtig.”
Amber schoot in de lach. “Weet je nog die keer dat je op die trap geklommen was en die bak viel eraf?”
“Ja, de hele winkel lag vol draden.” Jade was even stil en keek nadenkend voor zich uit. “Wat was ze kwaad!”
“Vooral op zichzelf, denk ik. Als die bak boven op jou gevallen was…”
“Op mij? Welnee, zo duf was ik niet, hoor. Ik keek heus wel uit. Maar jij kwam er net aanlopen. Dat had heel erg fout kunnen gaan.”
Met een zacht schommelend schokje stopte de ambulance.
“We zijn er al,” zei Jade. “Dan loop ik nog even mee naar binnen en dan moet ik me snel gaan omkleden en naar Schiphol sjezen, want ik vlieg om vijf over negen met de KL 1481 naar Glasgow.”
Ze stopte met praten en sloeg verschrikt haar hand voor haar mond. “Oh shit! Mijn auto staat nog in Amersfoort.”
“Geeft niks, joh. Dan leen je die van mij maar even. Ik heb hem de komende dagen toch niet nodig.”
“Dat is lief aangeboden, maar… Ik ben pas overmorgen terug en als je in Amersfoort langer dan een uur in een parkeergarage staat, moet je onderhand miljonair zijn om dat bedrag nog op te kunnen hoesten.”
Amber schoot in de lach. “Wij mogen dan officieel geen miljonair zijn, omdat de belasting zo gigantisch veel van de erfenis heeft ingepikt, maar verder overleef je die rekening heus wel.”
“Oké, maar ik vind het gewoon zonde van het geld. Pure diefstal is het.”
“Daar heb je wel een punt.” Amber kneep haar lippen op elkaar en ontspande ze weer. “Weet je wat, geef je autosleutels maar, dan vraag ik Elsje wel even of ze hem zo snel mogelijk ophaalt.”
Terwijl Jade haar autosleutels van haar bos klikte, zwaaide de deur van de ambulance open en het vrolijk lachende hoofd van de ziekenbroeder verscheen in beeld. “We zijn er, dames.” Hij stapte de kleine ruimte in en keek Jade aan. “Neemt u de baby mee? Dan brengen wij uw zus naar boven.”
♦
Een week later zat Amber in haar woonkamer op de bank. Lekker met haar voeten op een comfortabel krukje een beetje voor zich uit te mijmeren. Er stond een groot glas versgeperst sinaasappelsap naast haar.
Ze voelde zich lichamelijk weer een heel stuk beter. Weliswaar verloor ze nog steeds behoorlijk wat bloed, maar de borstvoeding lukte boven verwachting en de kleine Michel was kerngezond en prima op gewicht.
Haar gezicht betrok en ze voelde de spanning weer langzaam naar haar schouders trekken. Jammer genoeg had ze daarmee het goede nieuws wel weer gehad. Tom zat nog steeds vast, ondanks de verwoede pogingen van meester Antons om hem vrij te krijgen.
Die Beringkliek heeft alle troeven in handen, Amber. Maar ik doe mijn uiterste best voor Tom.
Daar kwam nog bij dat Noortje dwarser was dan ooit en de ellende was dat Reinier nu ook steeds vaker met zijn zusje mee ging doen. Af en toe leek het wel of ze een wedstrijdje hielden wie het allervervelendst kon doen.
Ze schreeuwden de baby wakker, gooiden hun drankjes om en hadden alle twee de begintune van de real life soap Utrecht in Tranen als ringtone op hun mobiel gezet. Iedere keer als hun mobieltje begon te spelen, begonnen ze overdreven te lachen om Amber weer aan de verschrikkelijke afgang bij Weeberg Mode te herinneren.
Bovendien was het de hele dag papa voor en papa na. En Vincents nieuwe vrouw Rosalinde, waar ze eerst toch zo’n hekel aan hadden gehad, scheen het opeens helemaal te zijn.
Zij, Amber, kon echt geen goed meer bij ze doen. Mama was het boze monster waar de kinderen blijkbaar zo snel mogelijk van verlost wilden worden.
Amber wreef verdrietig over haar ogen. Er was heel veel kans dat de vreselijke nachtmerries die haar al jaren plaagden heel snel werkelijkheid zouden worden. Straks raakte ze haar twee oudste kinderen toch nog kwijt!
Kinderen vanaf twaalf jaar mochten namelijk zelf beslissen bij wie ze wilden wonen. En Vincent dreigde met een rechtszaak om dat even te gaan regelen. Zelf had ze geen idee hoe dat allemaal werkte, maar als advocaat wist Vincent precies hoe hij dat soort dingen moest aanpakken. En nu Tom veilig opgeborgen in de cel zat, durfde hij wel.
Amber beet op haar lip. Ze maakte zich zo ongerust! Jade kon nou wel zeggen dat Noortje en Reinier alleen maar irritant aan het puberen waren en dat het allemaal zo’n vaart niet zou lopen, omdat ze heus ontzettend dol op hun moeder waren, maar zij had er zelf een hard hoofd in. Stel je voor dat ze echt bij Vincent wilden wonen? Dan zou ze haar kinderen alleen nog af en toe een weekendje zien. En reken maar dat de hele familie Bering hun stinkende best ging doen om Noortje en Reinier voorgoed van haar los te weken.
Meester Antons had al gezegd dat hij haar niet zou kunnen helpen als Noortje en Reinier voor hun vader zouden kiezen. Zo was de wet nou eenmaal.
Maar het waren haar kinderen! Die eerste zwangerschap had haar hele leven overhoop gegooid. Zij had alles in haar eentje moeten opknappen, terwijl Vincent in het verre Nieuw Zeeland de bloemetjes buiten zette. Hij had zelfs geld gestuurd om de abortus te betalen…
Pas na tien jaar was hij opeens komen opdagen om te controleren of hij toevallig de vader van Noortje en Reinier kon zijn. Ze wist nog goed hoe zijn reactie was geweest toen Noortje aan epilepsie bleekte lijden.
“Epilepsie is in de familie Bering een echte familieziekte. Noortje is mijn dochter. Daar is nu geen twijfel meer aan.”
Amber snoof. Ze werd nog kwaad als ze er alleen maar aan dacht.
Vincent had gedaan alsof zij een soort flirtje was en maar met iedereen het bed indook…
Maar zij was juist heel zuinig op zichzelf en op haar lichaam! Ze had na Vincent nooit meer een andere man aangeraakt. Tot ze Tom ontmoette…
Er werd op de deur geklopt en het hoofd van zuster Speelman verscheen om het hoekje. “Mevrouw Wilkens, er is bezoek voor u. Een mevrouw Bergerink.”
Amber keek op. Zuster Speelman gedroeg zich tegenwoordig als een echte schat, maar ze bleef erg formeel. Amber had al tig keer gezegd dat ze liever gewoon Amber genoemd werd, maar daar begon zuster Speelman niet aan.
U bent mijn cliënte, mevrouw Wilkens en ik behandel mijn cliënten met respect.
“Mevrouw Bergerink?” vroeg Amber. “Dat zegt me niks.”
“Ze heeft me verteld dat ze familie van u is,” vulde zuster Speelman aan.
“Familie? We hebben toch haast geen… Wacht eens… Heet die mevrouw misschien Frieda van haar voornaam?”
“Dat zou ik niet weten, mevrouw Wilkens. Zal ik het vragen?”
“Ja, doet u dat maar. Ik heb eigenlijk geen zin in bezoek, maar als ze Frieda heet, wil ik haar wel ontvangen. Anders niet.”
“Ik ga even informeren,” knikte de zuster en ze trok de deur zachtjes achter zich dicht.
Amber hoorde haar de trap aflopen en begon toen zonder het te merken op een losse haarlok te zuigen. Zou dit die geheimzinnige tante Frieda zijn, die ook al bij Jade langs was geweest? Eigenlijk was ze best nieuwsgierig naar die vrouw. Ze liet de haarstreng los en knaagde met haar tanden nadenkend aan een loszittend hoekje van haar nagel.
Er kwamen weer voetstappen de trap op en een paar tellen later werd er op de deur geklopt. Amber besefte opeens dat ze op haar nagels zat te kluiven en legde haar handen snel op haar schoot.
“Binnen!” riep ze en meteen toen de zuster in beeld verscheen, liet ze erop volgen: “En? Is ze het?”
“Ik heb het voor u nagevraagd,” hield zuster Speelman de spanning nog even vast. “En ze zegt dat ze mevrouw Frieda Bergerink-Wilkens heet.”
“Laat haar dan maar boven komen, als u wilt. En kunt u dan ook voor een kopje koffie of thee of zoiets zorgen? Met een koekje erbij?”
“Natuurlijk, dat ga ik voor u regelen.”
“Of is er misschien nog cake?”
“De oude cake is op, maar uw zus heeft intussen alweer een nieuwe gebakken. U moet nog steeds voor twee eten, zei ze tegen me.”
“Wat ontzettend lief van Jade. Dan heb ik ontzettende zin in een plakje cake. En misschien wel twee ook.”
“Komt helemaal voor elkaar.” Zuster Speelman glimlachte. “En dan ga ik nu mevrouw Bergerink-Wilkens even binnenlaten.” Ze trok de deur weer dicht en verdween.
♦
Een paar minuten later stond zuster Speelman alweer op de drempel. “Mevrouw Frieda Bergerink-Wilkens,” kondigde ze aan. Het klonk alsof ze een antieke hofdame was die een onverwachte gast aan Hare Majesteit de koningin voorstelde.
Na die woorden stapte ze gedienstig opzij en maakte plaats voor een perfect geklede vrouw van een jaar of zestig. Ze had sneeuwwit haar en grijze ogen, die Amber een schok van herkenning gaven. Heel even had ze het rare gevoel dat ze in de toekomst keek.
Zo zou zij er over dertig jaar ook uitzien als ze haar haren niet verfde…
De vrouw bleef even afwachtend op de drempel staan, kneep haar ogen tot spleetjes en stapte daarna aarzelend de kamer in.
Amber kwam overeind, liep op haar gast af en stak haar hand naar haar uit. “Dag mevrouw Bergerink, ik ben Amber Wilkens.”
De vrouw gaf haar een stevige hand en keek Amber aan. Er lag een onderzoekende blik in haar grijze ogen. “Dus u bent Amber,” zei ze langzaam. “U lijkt sprekend op uw zus.”
Amber haalde lichtjes haar schouders op. “Dat is niet zo vreemd. Jade en ik zijn een tweeling. Eeneiig.”
De vrouw knikte. “Dat heb ik begrepen.”
“Ik zorg even voor koffie,” verklaarde zuster Speelman en ze keek de gast aan. “Of hebt u liever thee of iets fris?”
“Koffie is prima,” zei mevrouw Bergerink. Ze kneep haar ogen alweer tot spleetjes en keek zoekend rond.
Amber wees uitnodigend op een stoel tegenover de bank. “Gaat u maar zitten, hoor.”
“Ja, dank je wel. Ik ben niet zo goed ter been.”
“Wat vervelend voor u,” bromde Amber, want een opmerking die wat origineler overkwam, had ze even niet in voorraad.
Mevrouw Bergerink ging zitten en hing haar schoudertas zorgvuldig over de leuning van de stoel. Daarna keek ze Amber alweer taxerend aan. “Ik weet eigenlijk niet goed hoe ik u moet aanspreken. Ik, eh… Qua bloedband ben ik uw tante.”
“Tante Frieda,” zei Amber langzaam.
“Ja, ik ben een zus van Michel.”
“Michel,” prevelde Amber verschrikt. Ze wist zelf ook wel dat ze haar baby naar haar vader had vernoemd, maar nu ze die naam zo opeens hoorde gebruiken, klonk het erg raar.
Tante Frieda kon natuurlijk geen gedachten lezen. “Je vader heette Michel,” verklaarde ze.
“Dat weet ik wel, maar ik, eh… ik heb net een baby gekregen enne… die heet dus ook Michel.”
“U hebt de baby bewust naar uw vader genoemd?” zei tante Frieda ineens weer heel formeel.
Amber knikte. “Ja, dat klopt. En zegt u maar gewoon Amber, want ja… als u inderdaad mijn tante bent…”
“Dat klinkt alsof je me niet ge…” Tante Frieda maakte haar zin niet af. “Ik heb een legitimatie bij me, als je die wilt zien?”
Amber aarzelde. Als ze op de ogen en het gezicht van de vrouw afging, zat het er dik in dat ze inderdaad haar tante was.
Maar ergens diep in haar hart hoorde ze Tom opeens zeggen: “Je bent veel te naïef, Amber. Mensen zijn niet altijd maar te vertrouwen.’”
“Ja, ik wil uw legitimatie inderdaad graag even zien,” hoorde Amber zichzelf zeggen en eigenlijk had ze meteen al spijt van haar uitspraak. Wat moest die vrouw wel niet van haar denken?
Ze zag er heel onschuldig uit.
Destijds had ze aan Tom diezelfde vraag gesteld.
“Ze denkt dat ze met jou de kachel niet hoeft aan te maken,” echode het toenmalige antwoord van Tom in haar hoofd. “En let op mijn woorden, Amber. Als ze nu kwaad wordt, deugt ze niet.”
Tante Frieda trok haar tas aan het hengsel naar zich toe, knipte hem open en viste er een bekend bordeauxrood boekje uit.
“Blijft u maar zitten, ik pak het wel even aan.”
Amber stond op, liep naar tante Frieda toe en bekeek het paspoort. Het stond op naam van Frieda Hendrina Wilkens, weduwe van Martinus Bergerink, geboren in Vlissingen op 3 september 1957.
1957? Dan was ze nog lang geen zestig.
Vanuit haar ooghoeken loerde ze naar tante Frieda. Tja, zij was ófwel erg slecht in leeftijden schatten óf die vrouw zag er gewoon veel ouder uit dan ze was.
Voor de vorm draaide Amber draaide het identiteitsbewijs een paar keer om en om, en gaf het terug. “Dank u wel. Ik, eh…” Amber ging weer op de bank zitten en keek haar hervonden tante een beetje ongemakkelijk aan.
“Ik vind het alleen maar heel verstandig dat je het even nakijkt, Amber. Er zijn ontzettend veel oplichters in de wereld.” Ze keek Amber wat aarzelend aan. “Ja, ik zeg nu wel Amber tegen u, maar…”
“Dat is goed, hoor. U bent echt mijn tante, dus dan is het een beetje raar om zo formeel te doen. Ook al kennen we elkaar niet.”
Amber hoorde zelf dat er een vage beschuldiging in haar stem lag.
Frieda keek haar even scherp aan. “Zeg maar gewoon je tegen me, hoor. Familie onder elkaar.”
“Oh, oké,” bromde Amber.
Een paar seconden later bleek dat Frieda Ambers vage beschuldiging ook had opgevangen, want ze keek naar de grond en zei langzaam: “Ik was nog geen dertig toen Michel onder de trein reed. Ik was single en ik probeerde destijds in Amerika een carrière als fotomodel op te bouwen.”
“Fotomodel?” vroeg Amber verbaasd. “Wilde u model worden?”
Automatisch was ze toch weer op ‘u’ overgegaan. Dat had ze tegen tante Wies immers ook altijd gezegd.
Frieda knikte. “Ja, dat, eh… Ik begreep dat jij ook, eh… Tenminste… tot een paar dagen geleden was je bij Evers… Ik bedoel…”
Ze stopte met praten en keek Amber wat gegeneerd aan.
Amber schaamde zich opeens rot en de vlammen sloegen haar uit. Zo te horen keek tante Frieda ook wel eens naar de televisie.
Heel Nederland had dat ellendige programma gezien! Ze moest zo snel mogelijk over iets anders gaan praten.
“Het spijt me vreselijk,” zei Frieda intussen schor. “Ik had hier niet over moeten beginnen. Ik dacht er niet bij na.”
Amber haalde lichtjes haar schouders op en glimlachte wat vaag.
“En?” vroeg ze. “Is het u gelukt?”
Frieda was niet meer bij de les. “Wat is me gelukt?”
“Een carrière als fotomodel?”
“Ja, eh… dat is heel goed gegaan. Daarom was er in mijn leven ook geen ruimte om twee kleine meisjes in huis te nemen.” Ze was even stil en keek peinzend voor zich uit. “Dat, eh… Eigenlijk spijt me dat wel.”
“En daar komt u nou voor? Om te zeggen dat het u spijt dat u destijds niet voor ons kon zorgen?”
“Ja… Ja, dat ook.”
“En verder dan?” vroeg Amber.
“Nou, ik wil je graag even vertellen hoe dat destijds gegaan is. Dat je niet denkt dat wij…” Ze keek Amber wat hulpeloos aan en die kreeg opeens het gevoel dat ze weer op een werkcollege bij professor Diepenbrok zat. Zij speelde de begrijpende psychologe en tante Frieda was haar patiënt.
Luisteren, Amber. Luisteren. Dan storten ze hun hele hart bij je uit. Kijk maar hoe die psychotherapeut in Gooische Vrouwen dat aanpakt. Die zegt helemaal niks.
Amber onderdrukte een glimlach. De acteur Derek de Lint had een makkie aan zijn rol als ‘Dr. Rossi’ in Gooische Vrouwen. Hij hoefde alleen maar op het juiste moment het juiste gezicht te trekken en verder hield hij zijn mond stijf dicht.
Frieda kuchte zachtjes en Amber keek haar vol verwachting aan.
Het werkte, want Frieda praatte door: “Je moet weten dat wij net in een ernstige familiecrisis zaten toen je vader en moeder…eh… omkwamen, zal ik maar zeggen.”
“Oh ja?” prevelde Amber aanmoedigend.
“Ja, je moeder lag helemaal niet goed bij mijn ouders. Eh… dat waren natuurlijk ook de ouders van jouw vader.”
“Mijn grootouders?” zei Amber vooral tegen zichzelf. “Leven die dan nog?”
Er klonk een korte klop op de deur en zuster Speelman stapte naar binnen met een enorm dienblad dat ze op de salontafel neerzette. Naast een grote koffiepot en een schaaltje cake stonden er drie koffiemokken en drie gebakschoteltjes op het blad.
Amber keek wat onzeker naar de mokken. Zou zuster Speelman nou denken dat ze er wel even gezellig bij kon komen zitten?
Maar daar had ze weinig zin in. Zuster Speelman was een prima mens, maar haar privéleven hield ze toch liever een beetje voor zichzelf. Voor zover dat natuurlijk lukte. Zuster Speelman was momenteel dag en nacht in huis.
Zuster Speelman schonk koffie in twee van de kopjes en informeerde beleefd of de gast ook suiker en melk bliefde. Terwijl ze de cake uitdeelde, ging Ambers mobieltje af.
Zuster Speelman ging rechtop staan, strekte haar rug en knikte naar Amber. “Die pak ik even voor u.”
Zonder op antwoord te wachten, voegde ze de daad bij het woord, haalde de mobiel van tafel en hield die aan Amber voor.
Amber had weinig zin in telefoon, maar ja… De zuster duwde het ding zo blijmoedig onder haar neus, dat ze het vervelend vond om haar er weer mee weg te sturen. Dus pakte ze het rinkelende toestelletje aan en drukte op het knopje. “Met Amber.”
“Met Carolien Zwanenburg van Psyquin Interactieve Zelfhulp. Spreek ik met mevrouw Wilkens?”
“Ja hoor, ik ben Amber Wilkens. Wat kan ik voor u doen?”
“Wij willen graag een gesprek met u naar aanleiding van uw sollicitatie.”
Amber slikte. “Solli…” begon ze met een stem vol vraagtekens.
De vrouw aan de andere kant van de lijn pikte dat moeiteloos op.
“Ja, u hebt per mail gesolliciteerd naar de functie van psychologe bij onze firma.”
Amber kon zich niet herinneren dat ze een mail naar Psyquin gestuurd had. Sterker nog, ze zat zich heftig af te vragen waar het allemaal over ging.
“U bent toch een universitair geschoolde psychologe of heb ik het verkeerde nummer gedraaid?”
“Klopt, ik ben inderdaad psychologe, maar…”
“Maar u wordt liever aangesproken als mevrouw Veenstra,” hoorde ze Carolien Zwanenburg in haar oor zeggen.
“Mevrouw Veenstra?” prevelde Amber vaag. En toen viel het kwartje.
Natuurlijk!
Jade weer!
Jade had vast uit haar naam een sollicitatiemail naar Psyquin gestuurd en was vervolgens finaal vergeten om dat even aan Amber door te geven. Typisch iets voor Jade.
Maar het was wel ontzettend lief van haar zus. Haar loopbaan als model kon ze voorlopig wel schudden, dan was het heerlijk om als psychologe aan de slag te gaan. Vooral als ze dat thuis kon doen.
“Mevrouw Veenstra?” riep Carolien Zwanenburg. “Bent u daar nog?”
“Ik heet Wilkens, mevrouw. Jade Veenstra is mijn zus. Die heeft…” Amber aarzelde. Het maakte vast geen goede indruk als ze nu vertelde dat haar zus dat mailtje had gestuurd. “Ik heb haar computer even gebruikt om u te mailen. Die van mij had tijdelijk verbindingsproblemen.” Het leugentje rolde er soepel uit.
“Ah, op die manier,” zei Carolien opgewekt. “In elk geval wil ik graag een afspraak maken. Wanneer schikt het?”
“Ik heb net een baby gekregen,” legde Amber uit. “Dus een beetje buiten de voedingstijden om.”
“Dat schreef u al in de mail,” was Caroliens reactie. “Nog van harte gefeliciteerd.”
“Dank u wel.”
“Ik zit aan dinsdagochtend te denken,” praatte Carolien door.
“Zou half twaalf schikken?”
“Dinsdag, half twaalf? Ja, dat is een prima tijd.”
“Er staat een routebeschrijving op onze website. Ik zie u dinsdag. Tot dan.”
“Eh ja, tot…” begon Amber, maar een luid getoeter in haar oor gaf aan dat Carolien Zwanenburg al had opgehangen.
♦
Amber zat even zwijgend voor zich uit te kijken tot er als uit het niets een hand verscheen die het mobieltje voorzichtig aanpakte.
“En hier is uw koffie,” hoorde ze zuster Speelman boven haar hoofd zeggen.
Haar stem haalde Amber weer naar de werkelijkheid terug. “Wel bedankt, zuster.”
Zuster Speelman wees nog even nadrukkelijk naar het schaaltje met dikke plakken cake en liep de deur weer uit.
Amber dronk met kleine slokjes haar koffie op en draaide haar hoofd daarna naar haar gast die net haar laatste hap cake doorslikte. “Heerlijke cake,” zei Frieda en ze wierp een verlangende blik op het halfvolle schaaltje. “Zelfgebakken?”
“Ja, dat wel, maar alle eer gaat naar Jade.” Amber nam een flinke hap van haar cake. Daarna wees ze op het schaaltje en slikte.
“Neem gerust nog een plak, daar staat het voor.”
“Dat laat ik me geen twee keer zeggen,” antwoordde Frieda en ze dook als een roofvogel op haar prooi. “Het is werkelijk heerlijk. Ik bak zelf wel eens met chocola. Zo’n marmercake, weet je wel?”
“Dat maakt Jade ook wel, maar niet voor mij. Ik ben geen chocofan.”
“Lust je geen chocola?” vroeg Frieda stomverbaasd. “Hoe is het mogelijk? Nou, ik wél, hoor. Het is alleen jammer dat een mens daar zo dik van wordt, van al die heerlijkheden.” En daarna zei ze een tijdje niks meer en genoot volop van haar cake.
Uiteindelijk zette Amber haar lege schoteltje op tafel. “Maar vertel nu eens verder, tante. Leven mijn grootouders nog?”
“Je opa wel. Hij is in de tachtig. Je oma is vorige maand gestorven.”
Er ging een steekje van pijn door Amber heen. Al die jaren had ze niet geweten dat ze grootouders had en nu… “Gecondoleerd,” prevelde ze. “Best jammer dat ik… en Jade natuurlijk… nooit van hun bestaan hebben gehoord. Hoe kan dat eigenlijk? Waarom hebben ze nooit contact gezocht?”
Frieda slaakte een diepe zucht. “Ik zei net al dat je moeder niet goed lag in de familie.”
“En waarom dan niet?”
Voor Frieda antwoord kon geven, ging de kamerdeur met een klap open en Jade kwam binnenstormen. Een ander woord was er niet voor. “Zo daar ben ik al,” riep ze opgewekt. “Hoe gaat het met…” Ze stopte met praten en bleef stokstijf staan. “Verhip, je hebt bezoek.”
“Het is tante Frieda. Die heb je al eens ontmoet. Toch?”
Jades gezicht betrok. “Ja, die is bij mij aan de deur geweest.” Er lag een wantrouwende klank in haar stem.
Tante Frieda keek Jade glimlachend aan. “Je zus heeft mijn paspoort bekeken. Ik ben het echt.”
“Oh, is dat zo?” zei Jade. “Volgens mij bent u dan dertig jaar te laat.”
Frieda kneep haar lippen op elkaar. “Ik probeer Amber net uit te leggen hoe dat allemaal in zijn werk is gegaan.”
Amber knikte en wees naar het schone derde mokje op het dienblad. “Pak een kop koffie en kom erbij zitten. Tante Frieda vertelde net dat we een opa hebben.”
“Toe maar,” zei Jade. “Een tante én een opa. Het kan niet op.” Ze keek Frieda met fonkelende ogen aan. “Of zitten er nog meer verrassingen in het familievat?”
“Het is va en ik. En dan is er nog Anton. Maar die woont in Australië.”
“Anton?” vroegen Jade en Amber tegelijk.
“Mijn oudste broer. Hij is getrouwd met Janna en heeft twee kinderen.”
“Toe maar,” zei Jade opnieuw. “Onze geliefde familie wordt met de minuut groter.”
Amber voelde hoe ze kleurde. Waarom deed Jade nou zo bot?
Een beetje vriendelijker kon toch ook wel? “Jade, misschien kan het wat minder?” fluisterde ze.
Maar Jade was nooit zo discreet. “Waarom zou het minder moeten?” antwoordde ze keihard. “Onze familie heeft ons toch glashard laten barsten toen het erop aankwam? Wat moeten we dan verder nog met die lui?”
“Tante Frieda wilde net gaan uitleggen hoe dat allemaal zo gelopen is.”
Jade plofte naast Amber op de bank, pakte een plak cake van het schaaltje en nam een flinke hap, waarbij de kruimels in het rond vlogen. “Hoe vind je hem?” vroeg ze met volle mond. “Is hij niet wat aan de droge kant?”
“Hij is precies goed.”
“Heel erg lekker,” vulde tante Frieda aan. “Dat zei ik net nog tegen Amber.”
Jade trok haar wenkbrauwen op en wierp tante Frieda een veelzeggende blik toe. Wat kom je hier doen, slijmjurk? stond in haar ogen te lezen.
Amber keek haar zus wat besluiteloos aan. De stemming werd er door Jades houding niet beter op. Maar als ze er nu weer een opmerking over maakte, ging Jade vast nog heftiger in de aanval.
“Eh…” zei Amber aarzelend. “Ik weet eigenlijk niet wat… Ik…”
Maar Jade begreep precies wat haar zus bedoelde. “Oké, jij je zin. Laten we onze nieuwe tante dan maar even aanhoren.” Ze porde Amber vriendschappelijk in haar zij en richtte haar blik op Frieda. “Nou, zegt u het maar. Waarom hebben jullie ons allemaal laten barsten?”
Tante Frieda zat duidelijk niet meer prettig en schoof nerveus over haar stoel heen en weer. “Ik, eh… Ik…”
Dat vond Amber toch zielig worden en ze kwam Frieda te hulp.
“Nog een kopje koffie, tante?”
Daar had Frieda wel trek in en een extra plakje cake ging ook grif naar binnen.
Intussen praatte Amber haar zus even bij. “Tante Frieda vertelde me dat ze destijds zelf in de Verenigde Staten woonde enne… het schijnt dat de familie onze mam maar niks vond.”
“Oh, is dat zo?” vroeg Jade op een agressief toontje. “En wat mankeerde er aan onze moeder?”
Frieda werd knalrood en verslikte zich lelijk in haar koffie. “Wat mij betreft niks. Dat wil ik toch wel even benadrukken. Het was va… Va, die wilde niks met jullie moeder te maken hebben.”
“En waarom dan niet?”
Frieda kuchte heftig. “Ja, daarvoor moeten we een aantal jaren in de geschiedenis terug. Va zat in de oorlog in het verzet.”
“De oorlog?”
“Ja, de tijd van de Duitse bezetting van 1940 tot 1945.”
“Oké. En wat heeft dat ermee te maken?”
“Tja… Va’s beste vriend was van Joodse afkomst en die zat ondergedoken. Tot hij verraden werd door iemand van de NSB.”
Jade knikte langzaam. “Dat hebben we op school bij geschiedenis gehad. Hoe dat in die tijd allemaal toeging. Maar wat heeft…”
Tante Frieda liet Jade niet uitspreken. “Die vriend van va is door de Duitsers doodgemarteld, samen met de mensen die hem onderdak hadden geboden.”
Jade snoof. “Dat klinkt niet erg gezellig, maar ik snap nog steeds niet…”
“Jullie moeder was de dochter van die NSB’er die de boel verraden heeft.”
“Wat?” zei Jade verschrikt.
“Jullie moeder was de dochter van die bewuste NSB’er,” herhaalde Frieda. “En daarom heeft va tot het allerlaatste moment geprobeerd om het huwelijk tussen jullie ouders te voorkomen.”
Jade snoof alweer. “Maar dat is hem dus duidelijk niet gelukt.”
“Nee, dat klopt. Sindsdien wilden ze geen contact meer met hun zoon en het is nooit meer goed gekomen. Ze zijn ook niet op de begrafenis van je ouders geweest.”
“Maar wat kon onze moeder daar nou aan doen? Als een vader een misdaad pleegt… daar heeft zijn dochter dan toch geen schuld aan?” vroeg Jade.
Amber knikte heftig. “Dat vind ik ook. Neem nou onze prinses Maxima. Die heeft ook een vader die blijkbaar niet deugt. Maar er is niemand die dat haar verwijt.”
Frieda haalde wat onwennig haar schouders op. “Mij hoeven jullie niet te overtuigen. Ik ben het helemaal met jullie eens. Maar ja… Leg dat va maar eens uit. Dat zit allemaal heel diep bij hem.”
“Mooie boel,” bromde Jade. “Wij hebben dus nooit familie gehad door die stomme oorlog.”
Frieda knikte. “Bij veel mensen zit die oorlog nog heel erg hoog. Er blijven er wel steeds minder over die het allemaal zelf hebben meegemaakt, maar toch… Familieleden van voormalige NSB’ ers schijnen het ook tegenwoordig nog steeds niet makkelijk te hebben.”
“Wat de grootste onzin is!” zei Jade fel. “Ik begrijp eigenlijk niet waarom jullie als brave hondjes achter je vader aanliepen. Een beetje eigen initiatief hoort bij volwassen worden.”
“Dan ken je mijn vader nog niet, Jade.”
“Nou, maakt u zich niet ongerust, tante. Ik heb geen enkele behoefte om die kortzichtige ouwe knar ooit te leren kennen. We doen het al dertig jaar zonder die man, dus dat houden we de volgende dertig jaar ook wel uit.”
Frieda’s gezicht betrok. “Dat zou heel jammer zijn. Va is intussen wat milder geworden.”
“Milder?”
“Ja, weet je… Zoals ik al zei, zijn vrouw is vorige maand gestorven en nu vroeg hij zich opeens af hoe het met jullie zou gaan.”
“Dat is vlot,” bromde Jade cynisch. “Dat zo’n man al na een jaar of dertig ineens…”
“Het is een oude man, hij heeft niet veel familie meer over, behalve mij en Anton. En die zit in Australië en komt maar eens in de vijf of zes jaar een keer over.”
“Nou, dan boekt u toch een ticket voor de oude baas? Dat lijkt me een leuke verrassing voor hem.”
Frieda schudde haar hoofd. “Dat denk ik niet. Hij is al tweeëntachtig en heeft ook nog eens erge vliegangst.”
“Vliegangst?” bromde Jade minachtend. “Wat een ontzettende onzin, zeg. Vliegangst. Echt belachelijk!”
“Er zijn veel mensen die daar last van hebben, hoor.”
“Ik weet er alles van, tante. Ik maak het dagelijks mee. Maar ik snap niet dat al die angsthazen wel vrolijk in een auto stappen. Dat is pas écht gevaarlijk.” Jade keek nadenkend voor zich uit.
“Hoe komt uw vader aan die fobie? Een nare vlucht gehad of zo?”
“Va heeft nog nooit gevlogen, dus…”
“Dan is die opa van ons dus nog kortzichtiger dan ik dacht,” viel Jade uit. “Hoe kun je nou vliegangst hebben als je nog nooit gevlogen hebt?”
“Hij is echt de enige niet. Ik vind het zelf ook eng.” Ze keek Jade uitdagend aan. “En ik ben al twee keer naar Australië gereisd.”
Terwijl Jade haar wenkbrauwen minachtend optrok, zette tante Frieda haar mok met een klap op het dienblad. Ze greep haar tas en viste daar twee visitekaartjes uit, die ze naast elkaar op de salontafel legde. “Ik moet weer eens gaan. Ik zal tegen va zeggen dat, eh…” Ze keek vragend naar Amber. “Dat jullie geen interesse hebben?”
“Daar wil ik nog even over nadenken,” reageerde Amber. “Dit komt allemaal wel erg plotseling. Ik weet het nog even niet.”
“Ik geloof er niks van dat onze opa ons zo graag wil zien,” verklaarde Jade op een cynisch toontje. “Wij zijn immers de kleindochters van die NSB’er.”
“Maar tegelijkertijd zijn jullie ook de kleindochters van een verzetsheld,” verklaarde Frieda.
Dat vond Jade blijkbaar erg grappig, want ze begon smakelijk te lachen. “Ja, dat heft mekaar leuk op,” proestte ze.
Tante Frieda stak in een hulpeloos gebaar haar handen omhoog.
“Ik heb toch niet voor niks al die moeite gedaan om jullie te vinden? Hij wil jullie écht graag een keertje ontmoeten.” Ze stond op, greep haar tas en liep met onzekere passen naar de deur. “Hij heeft het heel erg aan zijn nieren en…”
Van Jades vrolijke houding was op slag weinig over. “Aan zijn nieren?” prevelde ze verschrikt.
Tante Frieda knikte. “Ja, hij is er slecht aan toe en hij wil het met jullie nog graag goedmaken voor hij dat niet meer kan. Ik wens jullie nog een fijne middag samen.” Ze wachtte niet meer op antwoord en stapte de kamer uit.
Zachtjes viel de deur achter haar dicht.