3
“Nog maar twee centimeter, Amber. Dan is er volledige ontsluiting,” zei Hertha van Amerongen en ze draaide zich vrolijk glimlachend half om naar de twee verloskundigen die – met een gezicht op onweer – achter haar stonden. “Willen jullie ook nog even controleren?”
“Nee, dat is niet nodig. Er is alweer lang genoeg in Amber rondgewroet zo,” antwoordde Kim Huiskens op een wrang toontje en ze streek in een automatisch gebaar een kastanjebruine lok achter haar oor.
“Helemaal mee eens,” zei haar roodharige collega Jolien met een zuinig grijnsje.
“Ik vind het lastig, zo op locatie,” bekende Hertha en ze keek er zowaar schuldig bij. “Normaal ben ik een verloskamer gewend. Daar is altijd voldoende licht.”
“Dus had je het beter aan een van ons kunnen overlaten,” zei Kim hatelijk en haar collega begon heftig te knikken.
“Ik ben hier het hoogste opgeleid,” sneerde Hertha. “Dus was het heus mijn taak om Amber als eerste te onderzoeken.”
“Ik wil niet vervelend doen,” antwoordde Kim langzaam, “maar jullie gynaecologen zijn vooral opgeleid voor de probleemgevallen. Een normale zwangere vrouw – zoals Amber hier – krijgen jullie amper te zien.”
Collega Jolien sloeg haar armen strijdlustig over elkaar. “Wij kunnen als het nodig is bij wijze van spreken in het stikkedonker ons werk nog doen.”
“En wij doen de kraamvrouw geen pijn omdat wij het even niet kunnen voelen,” vulde Kim aan.
Hertha van Amerongen trok een wenkbrauw op, maar verder deed ze net of ze het commentaar niet gehoord had. “Als jullie niet meer hoeven te kijken, zal ik de vliezen even strippen, dan komt de bevalling meteen goed op gang,” zei ze gemaakt vrolijk.
“Als je het maar uit je hoofd laat,” reageerde Jolien verontwaardigd. “Dat gestrip is nergens voor nodig, Amber moet even rustig de tijd krijgen om…”
“Wat is dat nou voor onzin?” viel Hertha haar in de rede. “Tijd is geld en bovendien heeft Amber haar baby dan des te sneller in haar armen.”
“Die twee centimeter kan Amber heel goed zelf af. De natuur moet je niet dwingen,” zei Kim en ze kwam kameraadschappelijk naast haar collega staan.
“Dus waag het niet!” vulde Jolien nog even aan.
Hertha van Amerongen keek naar de beide vrouwen en daarna kwam er een hele boze trek op haar gezicht. “Als jullie het dan zo goed weten, zoeken jullie het verder maar mooi samen uit. Ik heb per slot van rekening vrij vandaag.”
Ze knikte nog een keer naar Amber. “Ik laat jou dan verder aan die twee, eh… deskundigen over.” Ze legde extra nadruk op het woord deskundigen en het was maar al te duidelijk dat ze de kreet beunhazen veel beter vond passen. “Heel veel sterkte met de komende bevalling, Amber.”
Amber keek verschrikt naar de wegzeilende Hertha. De gynaecologe gooide de deur van de kleedkamer met een driftig gebaar wagenwijd open, zodat er plotseling een horde opdringerige journalisten over de drempel walste, met een fanatiek filmende cameraman van RTV Utrecht helemaal vooraan.
Wat een geluk dat ze haar kleren alweer in model had gebracht, anders had ze finaal voor gek gelegen door de schuld van die Hertha.
Wat had dat rare mens ineens? Waarom rende ze zo boos weg?
Eerst had ze haar ontzettend veel pijn gedaan met dat rare onderzoek en nu liep ze maar gewoon weg, omdat ze het blijkbaar niet eens was met die twee verloskundigen. Dat was niet alleen ontzettend gemeen, maar ook nog eens ontzettend onprofessioneel!
“Altijd maar meteen op hun tenen getrapt, die gynaecologen,” zei Kim uit de grond van haar hart. Ze spurtte naar de deur en begon die uit alle macht dicht te duwen, maar dat lukte natuurlijk niet best, want tegen een opdringende menigte begin je als vrouw alleen niet veel.
“Die mannelijke artsen zijn helemaal érg,” zei Jolien, terwijl ze ook naar de deur rende om te helpen duwen. “Die kerels hebben allemaal een soort baarmoedernijd omdat ze zelf geen kinderen kunnen krijgen. Die rukken hele vrouwen uit model omdat ze geen zin hebben om de natuur haar gang te laten gaan. Zij moeten de controle hebben.”
“Slagers en viespeuken,” oordeelde Kim fel.
“Helemaal mee eens! Trouwens, heb je ooit al eens een vrouw ontmoet die penisdeskundige wilde worden?”
“Nee, natuurlijk niet. Mannen vinden zichzelf altijd helemaal fantastisch… Maar – excusez le mot – zo geweldig is zo’n slappe piemel nou ook weer niet.”
Voor Jolien commentaar kon geven dook er een slanke gestalte onder de camera’s door, die naar binnen glipte en daarna ook als een gek meehielp om Amber weer aan wat privacy te helpen.
“Jade,” prevelde Amber opgelucht. “Ik dacht al dat je nooit meer terugkwam.” Maar niemand hoorde haar.
De beide verloskundigen waren intussen duidelijk op hun zeepkist beland, want al duwend discussieerden ze gewoon door.
“Mannen weten niks van vrouwenlichamen. Daar moeten ze gewoon afblijven. Bevallen is een vrouwenzaak.”
“Klopt als een bus. Toen de mannen zich een paar eeuwen geleden met de kraamvrouwen begonnen te bemoeien, gingen die ineens achter elkaar aan kraamvrouwenkoorts dood.”
“Omdat die vieze kerels regelrecht uit de snijzalen kwamen waar ze lijken hadden staan ontleden en nog te beroerd waren om hun handen even te wassen.”
“Hè, bah.” Jade griezelde. “Is dat echt zo?”
“Ja, mannelijke gynaecologen deugen voor geen meter,” knikte Jolien op een toon alsof ze die woorden wel duizend keer had gezegd. Wat waarschijnlijk ook zo was. “Vrouwen moeten gewoon weigeren om naar zo’n onsmakelijk vent te gaan.”
“Hoewel die vrouwelijke artsen vaak ook geen succes zijn,” voegde Kim er nog even fijntjes aan toe. “Dat zie je nou weer aan die Hertha.”
Amber voelde hoe de volgende wee haar overspoelde en ze begon heftig te kreunen. Wat stonden die verloskundigen daar nou voor onzin uit te kramen, terwijl zij zo’n pijn had? En Jade deed al net zo hard mee!
“Schiet eens op,” smeekte Amber, maar haar woorden gingen verloren in de ratelende stem van Kim die overduidelijk nog lang niet was uitgepraat over het onderwerp mannelijke artsen.
“Help me dan toch!” riep Amber.
Jade keek verschrikt om, spurtte naar Amber toe en ging op de rand van de stretcher zitten. “Het is allemaal wat rommelig zo,” zei ze verontschuldigend. “Ik weet ook niet wat ik moet doen. Zal ik anders je eigen verloskundige bellen? Hoe heet ze ook alweer?”
Amber schudde haar hoofd en gebaarde in de richting van de verloskundigen. “Kim heeft Viola al gebeld, maar die heeft spreekuur. Waar is…”
“Dus we zitten definitief met dat stel mannenhaters opgezadeld.” Jade schudde haar hoofd. “Zijn we klaar mee.”
Amber vertrok haar mond tot een grimas. “Ik heb zo’n pijn. Waar blijft Tom?”
Jade streelde haar zus even over haar voorhoofd en sprong daarna op. “Komen jullie Amber nou onderhand eens helpen?” brulde ze.
“Ze moet die wee nog maar even weg puffen,” viel Jolien zichzelf losjes in de rede. “Eerst moeten die persmuskieten hier weg.” Ze keek zoekend om zich heen. “Hangt er hier ergens een brandspuit? Misschien kunnen we daar wat mee? Ze zijn niet voor rede vatbaar.”
“Geen spuit, maar wel een kraan,” zei Jade. “Wacht maar.” Ze draafde energiek naar de wastafel en ging op onderzoek uit in het kastje eronder. Triomfantelijk kwam ze even later met een emmer tevoorschijn, die ze onder de kraan vulde.
“En nu opgehoepeld allemaal,” riep ze boven het lawaai uit.
Niemand reageerde en Jade stapte kordaat naar voren. “Wegwezen!” brulde ze opnieuw en daarna smeet ze de inhoud van de emmer zonder aarzelen over het ploegje journalisten heen.
Die stapten proestend en scheldend achteruit en de beide verloskundigen knalden de deur razendsnel dicht.
Er daalde een weldadige rust over de kleedkamer neer.
“Hè, hè, wat een gedoe zeg,” bromde Kim. “Dit heb ik nog niet eerder meegemaakt.”
“Ik ook niet en dat maakt ons vak natuurlijk ook zo leuk,” zei Jolien genietend.
Amber kreunde opnieuw.
“Het gaat lekker hoor, meisje. We zullen zo wel even kijken. En maak je geen zorgen, bij ons gaat dat helemaal pijnloos.”
“En zo is dat toevallig ook nog eens een keer,” vulde Kim op een voldaan toontje aan.
♦
“Jade? Jade, waar is Tom?” vroeg Amber. “Wanneer komt Tom nou?”
Jade liep naar haar zusje toe en ging weer op de rand van de stretcher zitten. “Hij, eh…” Ze stopte aarzelend met praten en Amber besefte meteen dat haar zus niet wist wat ze moest zeggen.
Amber voelde hoe haar hart een paar tellen oversloeg en haar mond werd helemaal droog. “Er is toch niks ergs gebeurd? Wat is er met hem? Is hij…”
“Welnee. Rustig nou maar, er is niks bijzonders met hem. Maar, eh… Reken er maar niet op dat hij snel komt. Het is erg druk op de weg.”
“Druk op de weg? Maar Toms kantoor is hier om de hoek. Hij kan het lopen.”
“Hij was per ongeluk naar Soest gereden en er is een opstopping op de Birkstraat,” verklaarde Jade losjes. “En nou kan hij niet meer voor of achteruit. Dus voorlopig komt hij niet.” Terwijl ze het zei, keek ze belangstellend naar de deur en in haar linkerooghoek begon een spiertje te trillen.
“Jade, je oog trilt, dus je zit smoesjes te verkopen. Waarom komt Tom niet?”
Jade haalde haar schouders op. “Dit ga je niet leuk vinden,” prevelde ze langzaam.
Ambers mond werd nog droger en haar hart begon als een razende in haar keel te kloppen. “Wat is er dan? Heeft hij toch een ongeluk gehad? Dat je dat niet durft te zeggen?”
“Nee joh, zo erg is het allemaal niet. Het is Vincent weer. Die heeft Tom laten arresteren.”
“Wat? Vincent heeft Tom laten arresteren?” gilde Amber en daarna greep ze kreunend naar haar buik. “Au! Waarom moet dit toch zo zeer doen?”
“Wees maar blij dat die rare gynaecologe je vliezen niet heeft gestript,” zei Jolien opgewekt. “Dan lag je pas echt te jodelen op die stretcher van je. Ik ga trouwens mijn handen even ontsmetten en dan ga ik nog even controleren hoe ver je bent.”
“Goed plan,” vond Kim. “Die duffe trut van een gynaecologe deed niks dan dom rondwroeten, die wist duidelijk niet wat ze aan het doen was.”
“Misschien loopt ze nog stage, dat ze daarom zo hoog van de toren blies?”
“Alle kans op. Zal ik dan intussen de spullen even klaarleggen? Er moet daar in de hoek een compleet kraampakket staan. Dat beweerde die Evers tenminste.”
Ambers wee trok langzaam weg. “Waarom hebben ze Tom gearresteerd?” vroeg ze dringend. “Zeg het nou gewoon.”
“Hij zit in Baarn,” antwoordde Jade. “Op het bureau.”
“Dat vroeg ik niet. Ik vroeg waarom? Wat heeft hij dan gedaan?”
“Niks,” bromde Jade. “Hij heeft niks gedaan. Volgens hem zelf dan.”
“Waarom zeg je dat zo? Geloof je hem niet? Toe nou, Jade. Wat is er aan de hand?”
“Mag ik er even bij, Jade?” vroeg Jolien. “Ik ga Amber nog heel even toucheren.”
“Ik wil eerst weten waarom Tom op het bureau zit,” brulde Amber vertwijfeld. “Wat heeft Vincent tegen hem?”
“Als je dat nou nog niet weet,” antwoordde Jade.
“Jade, doe nou niet zo stom. Ik…” Amber greep alweer naar haar buik. “Au! Ik wil geen weeën meer! Ik wil Tom!”
“Tom is van moord beschuldigd,” flapte Jade er uit.
“Wat!” schrok Amber. “Moord? Op wie dan?”
Jade haalde haar schouders op. “De Soester burgemeester is toch het water ingereden?”
“Wat? Beweren ze dat Tom daar iets mee te maken heeft?”
“Yep, daar gaat het om.”
“Maar dat kan helemaal niet. Hij was de hele nacht bij mij.”
“Dat moeten we dan maar meteen aan meester Antons…” begon Jade. “Verhip, helemaal vergeten.”
“En nu is het wel klaar hier,” zei verloskundige Jolien streng.
“We gaan nu eerst even bevallen.” Ze schoof Jade resoluut opzij.
Jade liet zich als een tam schaapje wegsturen en haalde haar mobiel tevoorschijn.
“Meester Antons?” hoorde Amber haar zeggen. “Met Jade Veenstra. Wat goed dat ik u tref. We hebben weer eens problemen met Vincent Bering en zijn vader.”
Jade was een poosje stil en luisterde aandachtig. “Ja klopt, het gaat om Tom Enzinga. Die is gearresteerd, vanwege… Wat? U wist dat al… De tamtam zegt u? Maar luistert u eens, hij was de hele nacht bij mijn zus… Ja, die kan dat natuurlijk getuigen. Prima, we houden contact.” Jade drukte de verbinding weg. “Meester Antons gaat er gelijk heen. Hij had het nieuws al gehoord.”
“Die ellendige Vincent,” kreunde Amber. “Hij wil Noortje en Reinier van me afpakken. Daarom moet hij Tom kwijt. Omdat Tom mij beschermt.”
“Vincent kan je niks doen,” zei Jade fel. “Ik ben er ook altijd nog.”
“Je hebt volledige ontsluiting,” concludeerde Jolien. “En alles zit zoals het hoort, dus bij de volgende wee kunnen we gaan persen.”
Amber voelde een nieuwe wee aankomen, maar ze had totaal geen zin om te gaan persen. Sterker nog, ze had helemaal nergens meer zin in. “Ik wil niet persen. Ik wil naar huis!”
“Dat gaat nu niet, Amber. De baby komt eraan.”
“Maar ik wil helemaal geen baby. Ik wil slapen! Ik wil naar Tom. Au! Ik wil niet meer!”
“Het hoofdje staat al,” zei Jolien. “Pers maar mee. Kom op, mee persen.”
“Het doet pijn,” gilde Amber. “Ik wil niet!”
“Oké, nu even puffen en dan wachten we heel even op de volgende wee.”
“Au!” brulde Amber.
“Jade, hou jij haar hand even vast, dan heeft ze wat steun.”
Amber voelde hoe Jade haar hand pakte. “Nog even doorzetten, Amber. Je kunt het, je hebt het al vaker gedaan.”
“Au!”
“Daar komt de volgende wee. Nu mee persen. Kom op!”
Er spoelde een nieuwe golf van pijn over Amber heen en het lamlendige gevoel dat ze daarnet nog had gehad, maakte opeens plaats voor een enorme oerkracht. Ze moest persen! Haar kindje moest eruit.
“Goed zo, Amber,” riepen de verloskundigen in koor. “Zo gaat-ie goed. En nu even wachten… En puffen…”
Maar Amber luisterde nergens meer naar en perste alsof haar leven ervan afhing.
“Puffen, Amber. Even wachten!”
Maar Amber perste door. Er flitste een snijdende pijn door haar buik en even had ze het gevoel dat ze ergens diep van binnen een schop kreeg. Nog geen tel later glibberde er iets warms tussen haar benen door en ergens ter hoogte van haar knieën begon een baby te huilen. Verwilderd kwam ze overeind op haar elleboog en zag een krijsend kindje tussen haar benen liggen. Het was roze en wit en zat onder het bloed. Zwarte haartjes zaten tegen een puntig hoofdje geplakt en uit het buikje kronkelde een dunne blauw-witte slang.
“Een jongetje, het is een jongetje,” fluisterde ze.
Er kwamen twee witte bloederige handschoenen in beeld die het kindje voorzichtig optilden en op haar buik legden.
“Hier is je zoon, Amber. Gefeliciteerd.” Al pratend drapeerde Jolien zorgzaam een schone katoenen luier over het kindje heen.
Amber sloeg haar armen beschermend om haar huilende baby’tje heen. “Stil maar, lieverdje, mama is er voor je. Mama zal altijd voor je zorgen.”
Ze streelde de zwarte haartjes en liet haar wijsvinger over het tere gezichtje glijden. Het was een onbekend gezichtje, maar tegelijkertijd was het ook heel vertrouwd. Het had Noortjes ogen en het neusje van Reinier.
“Wat een mooi kindje,” hoorde ze Jade zeggen. “Hij lijkt op jou. Weet je… als ik dit zie dan…”
Amber keek op naar haar zus. Jades mond was vreemd vertrokken en in haar ogen glinsterde een traan.
“Ik wil geen kinderen, hoor,” zei Jade op een gemaakt toontje, maar er lag duidelijk een snik in haar stem. “Ik wil echt geen baby. Veel te lastig. Niks voor mij.”
Amber knikte. “Ja, en dit is ook helemaal geen wereld voor nieuwe mensenkinderen. Ik weet best wat je altijd zegt.”
“Hij ruikt zo lekker,” snufte Jade. “Zo, helemaal naar… naar léven.” Ze haalde diep adem. “Wat zeg ik nou weer voor geks?”
“Ik begrijp je wel,” zei Amber. “Zo’n baby’tje, dat is het leven zelf. Alles zit erin.”
Jade tilde de luier een stukje op. “Alles zit eraan. Handjes en vingertjes en teentjes… Het is helemaal compleet.”
Amber zuchtte diep. “Gelukkig maar. Als moeder ben je altijd bang dat er iets mis zal zijn.”
“We gaan het kindje afnavelen, Amber. Heb je al een naam?”
“Michel,” zei Amber. “Zo heette onze pap.”
“Welkom op de wereld, Michel,” zei Jolien. Ze schoof de luier wat omhoog en klikte een gele plastic klem om de navelstreng.
Daarna hield ze een schaartje in de lucht. “Mag je zus de navelstreng doorknippen?”
Amber knikte. “Ja, als ze dat wil.”
“Natuurlijk wil ik dat,” zei Jade. “Dat heb ik bij Noortje en Reinier ook gedaan.” Ze pakte het schaartje van Jolien aan en aarzelde.
“Het is…” Ze slikte heftig. “Het is best wel even emotioneel, hè? Als ik dit doorknip dan… Zolang het nog in je buik zit, is het helemaal van jezelf en nu gaat het de wijde wereld in.”
Er gleden tranen over Jades wangen en haar hand bibberde een beetje toen ze met een resolute beweging de navelstreng doorknipte. “Ik wens je veel geluk en liefde en gezondheid en alle goeds wat je maar bedenken kunt, lieve kleine Michel,” fluisterde ze.
♦
Een half-uurtje later lag Amber frisgewassen met haar kindje in haar armen op de stretcher. Alles was helemaal goed. De kleine Michel was kerngezond, de nageboorte was zonder problemen naar buiten gekomen en Amber was wel erg moe, maar verder voelde ze zich super.
“Zo, helemaal voor elkaar,” zei verloskundige Jolien tevreden.
“We gaan een ambulance voor jullie regelen en dan mogen jullie naar huis.”
Er klonk een korte klop op de deur.
“Ik doe wel even open,” zei Jade. “Het zijn vast die journalisten weer.”
Het waren de journalisten niet, maar de modetyconen Evers en Weeberg die met een brede grijns op hun gezichten en uitgestoken handen op Amber afkwamen stappen.
Amber wist even niet welke hand ze het eerste moest vastpakken, maar dat losten de heren werkgevers zelf al elegant op. Weeberg deed een pasje opzij terwijl Evers een grotere stap nam, zodat hij als eerste bij Amber aankwam.
Voor Amber het kon voorkomen, drukte Evers een kleverige zoen op haar wang. “Van harte gefeliciteerd, meisje,” riep de oude bok op een toon alsof hij al jaren tot haar intieme vriendenkring behoorde. “En ik hoop dat je heel snel weer zwanger bent, dan maken we graag opnieuw van je diensten gebruik!” Hij trok er een gezicht bij alsof hij er geen enkel bezwaar tegen had om Amber hoogst persoonlijk weer in zo’n gezegende positie te brengen.
Evers kneep nog even vertrouwelijk in Ambers hand en deed gedienstig een stapje opzij om ruimte te maken voor Jan Weeberg, die het ook erg nodig vond om haar ongegeneerd af te lebberen.
Waarschijnlijk hapte hij daarbij in de kwijl van Evers, want zijn lach werd opeens een stuk minder vrolijk en Amber zag hem wat tersluiks over zijn lippen vegen. “Van harte gefeliciteerd, Amber,” wist hij er toch nog redelijk gemeend uit te brengen. “En welkom in ons Weeberg-team!” Hij haalde een papier uit zijn zak, overhandigde dat aan Amber en hield een pen voor haar neus.
Amber keek Weeberg wat verbaasd aan.
“Dat is je contract voor een baan als model bij onze firma, Amber. Ik laat zo de pers even binnen, dan kunnen we er even een officieel promotiemomentje van maken.”
Amber keek wat scheefjes naar het contract.
Sinds Vincent haar er een paar jaar geleden lelijk had ingeluisd met de huwelijkse voorwaarden die ze destijds in vol vertrouwen ongezien had ondertekend, was Amber wat huiverig geworden voor contracten.
“Zal ik de pers dan maar binnenlaten?” vroeg Weeberg met een brede grijns.
“Ik vind het fantastisch om voor u te komen werken,” antwoordde Amber, “maar ik wil het allemaal eerst liever nog even doorlezen, als u het niet erg vindt.”
Weeberg vond het wél erg en zijn gezicht betrok. “Ik rond mijn zaken maar liever zo snel mogelijk af,” zei hij wat stuurs.
Jade stootte haar aan. “Ik heb het contract daarnet al even uitgebreid doorgelezen. Niks mis mee.” Ze pakte de pen van Weeberg aan en duwde die in Ambers hand. “Ik hou Michel zolang wel even vast.” En zonder op antwoord te wachten, pakte Jade de baby van Amber af.
Tenminste, zo voelde Amber dat. Waarom konden ze haar nou niet gewoon met rust laten? Ze had zich net nog zo gelukkig gevoeld, zo met haar baby’tje knus tegen zich aan. Wat moest ze met al die drukte? Ze was hartstikke moe!
“Lees nou maar even,” drong Jade aan. “Het is een hartstikke goed contract. Een kans uit duizenden.”
“Zo is dat,” verklaarde Weeberg.
Amber raakte er niet van in de stemming om het contract te gaan lezen, maar ja, iedereen keek haar zo vol verwachting aan…
Zuchtend vouwde ze het document open en liet haar ogen over de regels glijden. Het was een contract voor een jaar en mevrouw Amber Wilkens verplichtte zich om in die periode uitsluitend voor Weeberg Mode te showen. Werktijden in overleg.
“Zie je wel dat je je hier geen buil aan kunt vallen?” riep Jade opgewekt. “De firma Weeberg is een betrouwbare zaak.”
Vanuit haar ooghoeken zag Amber hoe het gezicht van Jan Weeberg helemaal begon te stralen.
Nou ja zeg, was die vent even gevoelig voor vleierij… Eigenlijk hield ze daar helemaal niet van, maar ja… Een baan als model bij een zaak als Weeberg Mode was natuurlijk ook het neusje van de zalm. Weeberg Mode was minimaal net zo bekend als de firma Grutters waar ze vroeger met zoveel plezier voor geshowd had.
“Ik kom graag bij u in dienst, meneer Weeberg,” zei ze zo enthousiast mogelijk.
“Zeg maar Jan. Ik roep het perscanaille even binnen. Moment.”
Hij stapte naar de deur en gooide die wagenwijd open. “Dames en heren, ons model Amber is nu volledig beschikbaar voor een korte persconferentie.”
Amber wist niet wat ze hoorde. Een persconferentie? Nee toch?
Ze was net bevallen. Ze wilde naar huis!
Maar het leed was natuurlijk al geschied en in een mum van tijd stond het kleine kamertje vol dringende journalisten met de cameraploeg van RTV Utrecht helemaal vooraan. Een paar tellen later had ze de eerste microfoons al onder haar neus.
“Hoe ging de bevalling, Amber?” vroeg een mannenstem opgewekt. “Nog ingeknipt?”
Amber trok haar wenkbrauwen verschrikt omhoog. Wat een vraag, zeg! Hoe durfde die vent?
Toen ze wat beter keek, herkende ze de reporter ineens. Dat was Stefan Kouwenaar, de mannelijke tegenhanger van het Soester roddelkanon Ida Piersma. Maar deze vent was een beroepsroddelkont en dat maakte hem gevaarlijk. Hij presenteerde dagelijks het bekende reality tv-programma Utrecht in Tranen. Als er maar ergens in de regio iets akeligs gebeurd was, stond Stefan Kouwenaar vooraan om de slachtoffers nog wat dieper in de put te helpen met diepte-interviews in de trant van ‘Je hebt zeker erg veel pijn aan die gebroken heup, alle kans dat het nooit meer goedkomt’ en ‘Mijn zwager is door zo ‘n ongeluk ernstig impotent geraakt, dus hou er maar vast rekening mee dat je nooit meer normaal zult kunnen vrijen.’
Amber wist niet wat ze zeggen moest, want Stefan Kouwenaar kreeg het altijd gedaan om de meest onschuldige opmerking nog helemaal verkeerd uit te leggen. Dus kon ze maar beter haar mond houden, hoewel een dergelijke houding voor een draaiende televisiecamera natuurlijk ook geen succes was.
Maar voor de situatie echt pijnlijk kon worden, hielp verloskundige Jolien haar gelukkig uit de brand. “Het is allemaal prima verlopen,” riep Jolien en ze keek opgewekt de camera in. “Een paar stevige persweeën en hup, daar was de baby al.”
Met die opmerking kon Kouwenaar niet veel, dat was hem aan te zien. Maar daar liet de door de wol geverfde journalist zich natuurlijk niet door uit het veld slaan.
“Wat vind je er nou van dat je alleen moest bevallen, Amber?” vroeg hij met een vals grijnsje.
Amber deinsde verschrikt een stukje achteruit. Ze had het gevoel dat Stefan haar geslagen had. Hoe wist die vent dat nou? Dat ging hem toch niks aan?
“Verdrietig hè, zo zonder de vader van je kind?” ging Stefan pesterig door. “Je mag er gerust even om huilen, hoor.”
Amber slikte heftig een paar kraamvrouwtranen weg. “Ik was niet alleen, mijn zus heeft me bijgestaan. En Kim en Jolien hebben me natuurlijk ook fantastisch gesteund.” Haar stem was akelig schor en ze schraapte zo onopvallend mogelijk haar keel.
“Kim en Jolien zijn de verloskundigen die de bevalling gedaan hebben, dames en heren,” zei Stefan tegen de camera. “Nietsvermoedend zaten ze in de grote zaal van de enerverende show van de firma Weeberg Mode te genieten, toen Ambers weeën opeens begonnen.”
Hij draaide zich weer naar Amber toe en begon met overdreven bewegingen om zich heen te kijken. “En waar blijft de nieuwbakken papa nu? Is hij al onderweg?”
Amber wreef over haar neus. “Ik ga zo naar huis en dan zie ik hem daar.”
“Je gaat zo naar het Huis van Bewaring, bedoel je?” vroeg Kouwenaar met een valse grijns. “Ga je de vader van je kind in de cel opzoeken?”
Ambers keel kneep helemaal dicht. “In de… de…” stotterde ze verbijsterd. Hoe wist die vent nou van Tom? Wie had hem dat verteld? “Jade?” fluisterde ze en ze keek hulpzoekend naar haar zus. Maar Jade haalde met een onschuldig lachje lichtjes haar schouders op en maakte daarna een opvallend knikje in de richting van de overkant van het zaaltje.
Amber volgde haar blik. Bij het raam stond een zwaar opgemaakte, geblondeerde, oudere dame met een paardengezicht duidelijk geweldig van de situatie te genieten.
Riek van ‘t Woud? Bedoelde Jade dat die rare secretaresse de pers over Tom had verteld? Maar hoe kon dat mens nou weten dat Tom vast zat?
Intussen praatte Stefan Kouwenaar opgewekt verder. “Zo’n gevangenis is toch niks voor zo’n lief baby’tje, Amber? Dat kun je zo’n kindje toch niet aandoen?”
“Gevangenis?” prevelde Amber. Tot haar ontzetting voelde ze een traan in haar ogen branden en die veegde ze haastig weg.
Ze zag de camera op Michel inzoemen en Stefan zei op een gedragen toontje: “Ja, dames en heren. Terwijl dit lieve baby’tje geboren werd, zat zijn vader in de cel.” Stefan duwde de microfoon weer onder Ambers neus en tegelijkertijd werd het akelig stil in het kleine zaaltje. “Wat vind je er nou van dat de vader van je kind een moordenaar is, Amber?”
De woorden gonsden door de kleine ruimte en iedereen hoorde modetycoon Jan Weeberg naar adem snakken. “Wét? Wat zegt die vent. Een moordenaar?”
“Dat is helemaal niet waar!” riep Amber boos.
Kouwenaar lachte hatelijk. “Wil je nou echt beweren dat Tom Enzinga niet in de cel zit? Excusez le mot, maar je liegt dat je barst, Amber Wilkens. De vader van dit lieve onschuldige wezentje heeft de burgemeester van Soest vermoord.”
Amber werd ontzettend kwaad en verloor alle voorzichtigheid uit het oog. “Dat is een valse beschuldiging!” snauwde ze. “Mijn ex probeert hem erin te luizen.”
“Je ex, Amber? Dat is toch de beroemde strafpleiter Vincent Bering?”
Amber knikte.
“Een fantastische advocaat met een hele betrouwbare reputatie?”
Amber snoof.
“En Tom Enzinga is een inbreker met een gevangenisverleden?”
“Tom was de hele nacht bij mij,” zei Amber fel. “En bovendien is hij…”
Voor ze haar zin af kon maken, stapte Jan Weeberg tussen de camera en de stretcher waar Amber op lag. Met een kordate beweging rukte hij het nog niet getekende contract en de peperdure designpen uit Ambers handen.
“De firma Weeberg Mode wil met moordenaars niks te maken hebben,” snauwde hij. “Je kunt het verder wel vergeten.” Hij draaide zich naar de camera om en terwijl hij het contract in kleine snippertjes scheurde, herhaalde hij zijn boodschap nog even recht in de camera. Daarna worstelde hij zich door de haag van verslaggevers heen en bonkte de kleedkamer uit, op de voet gevolgd door een al even ontzette Evers die ook niet wist hoe snel hij weg moest wezen.
“En nu is Amber ook nog ontslagen!” riep Stefan Kouwenaar dramatisch. “Bij twee werkgevers tegelijk!” En met een kort gebaar liet hij de cameraman weer inzoemen op de kleine Michel.
“Arm, arm kindje… Je vader zit in de cel en je moeder wordt een nutteloze uitkeringstrekker waar de samenleving ook niks aan heeft. Wat moet er van jou worden?”
Amber kon er niet meer tegen en barstte in huilen uit.
De camera draaide direct naar haar toe en haar verwrongen natte gezicht verscheen frontaal in beeld.
“Dit was Stefan Kouwenaar voor Utrecht in Tranen. Aangrijpend regionaal drama rechtstreeks in uw huiskamer. Bedankt voor het kijken en ik zie u graag morgen weer op dezelfde tijd. Goedemiddag!”