Proloog

“Mama!” gilde een meisjesstem door de stille nacht. “MAMA!”

Er ging een schok door Amber Wilkens heen en ze was op slag klaarwakker. Dat was Noortje! Die voelde een epileptische aanval aankomen! Ze moest meteen naar haar dochter toe!

In ijltempo sloeg Amber het warme dekbed van zich af, maar snel uit bed springen was er niet meer bij. Ze draaide zich moeizaam op haar linkerzij en terwijl ze haar enorme buik met één hand stevig vasthield, drukte ze zich op haar andere elleboog omhoog.

Er ging een vlijmscherpe steek door haar ribben en zachtjes kreunend schoof ze uit bed tot haar voeten het ijskoude zeil raakten.

“MAMA!”

“Ik kom al, Noortje. Mama komt eraan!” En wat zachter liet ze erop volgen: “Schreeuw nou niet zo. Straks wordt Reinier ook nog wakker.”

Dapper worstelde ze zich uit bed en ging staan. Vrijwel meteen flitste er een heftige kramp door haar buik en Amber kreunde opnieuw. Die oefenweeën werden steeds vervelender. En die dikke buik was ze onderhand ook ontzettend zat! Maar ze moest nog minstens vier weken totdat…

“MAMA!”

“Ja, ja, ik kom al,” prevelde Amber. “Stil nou maar. Je maakt iedereen…”

De kramp werkte zich naar een hoogtepunt. Amber hapte naar adem en zakte terug op de rand van het bed.

“Lukt het meisje?” vroeg een vertrouwde donkere mannenstem achter haar.

“Een oefenwee,” hijgde Amber. “Het trekt alweer weg.”

“MAMA!”

Het bed kraakte en er klonk een schuivend geluid. “Ga maar weer liggen, Amber. Ik ga wel even naar Noortje toe.”

“Nee Tom, dan heb ik toch geen rust. Ik… Het gaat alweer.” Amber hees zich moeizaam overeind, legde haar armen steunend om haar enorme buik en schuifelde zo snel als ze kon naar Noortjes kamer.

Daar knipte ze haastig het licht aan. Heel even stond ze in het felle schijnsel verwoed met haar ogen te knipperen, maar al gauw kreeg ze een duidelijk beeld van de gezellig ingerichte meisjesslaapkamer.

Haar blik schoot paniekerig naar de grond, maar er lag geen stuiptrekkend en naar adem happend Noortje voor het bed, zoals ze had verwacht.

Integendeel.

Noortje zat rechtop in bed en keek haar moeder met een gemaakt lachje aan. “Ik heb dorst,” zei ze.

Amber wist niet wat ze hoorde. “Wát zeg je?”

“Ik heb dorst,” herhaalde Noortje. Het klonk uitdagend.

“Ach, kom nou toch, Noortje! Moet je me daar nou echt voor wakker maken? Ik slaap al zo slecht.”

Noortje knikte. “Ik heb toch zeker dorst.” Ze sloeg haar armen strijdlustig over elkaar. “Papa brengt altijd water als ik hem roep.”

Er ging een golf van ergernis door Amber heen. “Je kunt best zelf even naar de badkamer lopen om water te drinken.”

“Dat mag niet van papa. Anders krijg ik een aanval en dan val ik van de trap.”

Amber greep zich aan de deurpost vast. “Daar hebben we een hekje voor gemaakt, dat weet je best.”

“Dat is voor baby’s,” zei Noortje minachtend. “Ik ben al groot.”

Amber haalde diep adem en wreef zachtjes over haar buik die met de seconde harder begon aan te voelen. “Je bent inderdaad al groot en daarom haal je voortaan zelf maar water.” Amber liet de deurpost los. “Mama gaat weer naar bed en jij haalt het niet in je hoofd om me nog een keer voor dit soort onzin wakker te maken.”

“Jij vindt mij niet meer lief, hè?” vroeg Noortje hatelijk. “Jij vindt het nieuwe baby’tje veel liever dan mij en Reinier.”

“Oh Noortje! Waarom zeg je dat soort rare dingen? Je weet best dat ik heel veel van jullie hou.”

“Nietes!” Noortje schudde heftig met haar hoofd. “Papa zegt het zelf.”

“Papa kletst uit zijn nek,” bitste Amber fel. “Papa wil graag dat wij ruzie krijgen en dat jullie bij hem komen wonen.”

“Maar dat wil ik ook. Ik wil ook bij papa wonen.” Noortje zette haar handen strijdlustig in haar zij. “En Reinier ook. Papa is veel liever dan jij. En Rosalinde is ook hartstikke aardig.”

Amber kneep haar ogen tot verbaasde spleetjes. Noortje had een laaiende hekel aan de nieuwe wettige echtgenote van haar papa.

Tenminste, dat was tot nu toe altijd het geval geweest.

“Hoe kun je Rosalinde nu opeens aardig vinden?” vroeg Amber en ze hoorde zelf hoe boos haar stem ineens klonk. “Je spuugt altijd in haar koffie en een paar weken geleden heb je nog poep in haar borstel gesmeerd, omdat je haar zo’n verschrikkelijke trut vond.”

En dat was een heel drama geworden, waarbij Vincent zijn dochter uiteindelijk een flink pak rammel had gegeven. Het arme kind had de striemen op haar billen gehad.

“Dat was toen,” zei Noortje stuurs. “Van Rosalinde mag ik lekker wel make-up.”

“Wat? Make-up? Maar Noortje, meisjes van twaalf hebben…”

“Ik ben al bijna dertien!” gilde Noortje onbeheerst. “Ik wil bij papa en Rosalinde wonen! Daar is het fijn!”

Amber wist niet meer wat ze nog moest terugzeggen en wreef vermoeid over haar pijnlijke buik. Die ellendige Vincent! Bleef hij nou bezig om de kinderen tegen haar op te stoken?

Nog voor de scheiding er officieel door was, had haar gemene ex-echtgenoot er alles aan gedaan om haar uit de ouderlijke macht te laten ontzetten. Maar het was hem niet gelukt! Knarsetandend had Vincent moeten aanhoren dat de rechter Noortje en Reinier aan haar toewees.

Amber zuchtte diep. Dat was een nare en heel spannende periode geweest, waar ze nog steeds nachtmerries van had. Als Tom er niet geweest was, had het allemaal nog weleens heel anders af kunnen lopen.

Amber rilde van afschuw. Als Tom haar niet had geholpen, was ze haar kinderen definitief kwijt geweest. Dat was wel zeker.

Maar Vincent was een vreselijke doordrammer en hij was eraan gewend om altijd alles te krijgen wat hij wilde…

Hoewel het al een poosje redelijk rustig bleef aan het front, was ze heel diep in haar hart nog steeds ontzettend bang dat hij het er niet bij zou laten zitten. En ja hoor, net nu zij haar leven weer een beetje in het gareel dacht te krijgen, begon Noortje te puberen.

Natuurlijk was het heel normaal dat een puberdochter zich vooral tegen haar moeder wilde afzetten en haar vader bij wijze van spreken op een glanzend voetstuk plaatste, maar dat kwam nu allemaal wel heel slecht uit. Die ellendige Vincent greep deze nieuwe kans met beide handen aan en hitste Noortje ongegeneerd tegen haar op.

Dus mocht Noortje van haar vader wél naar dubieuze schuurfeesten, terwijl Amber al rillingen kreeg als ze het woord schuurfeest alleen maar hoorde.

En terwijl Noortje van Amber altijd klokslag halmen ‘s avonds thuis moest zijn en liever nog een beetje eerder, vond Vincent het prima als ze pas om twaalf uur aan kwam zetten.

Twaalf uur ‘s nachts voor een meisje van nog geen dertien! Dat was toch onverantwoord!

Natuurlijk moest een moeder haar kinderen niet welbewust ‘klein’ houden en natuurlijk gebruikte ze zelf ook make-up, maar om daar al zo jong mee te beginnen was pure onzin.

En die afschuwelijke schuurfeesten… Daar liepen allerlei ongure types rond die er vooral op uit waren om suffe meisjes te versieren. En nou wist ze ook wel dat de jongelui van tegenwoordig veel makkelijker waren als het om vrijen ging en dat je dat als moeder waarschijnlijk toch niet kon tegenhouden, al deed je nog zo je best… maar dat betekende nog niet dat een meisje van bijna dertien daar al aan toe was.

Amber beet op haar lip. Het ontbrak er nog maar aan dat die achterbakse Rosalinde met Noortje naar de dokter zou stappen voor de pil. Daar zag ze haar eigenlijk best voor aan.

Rosalinde interesseerde zich niet voor Noortje. Die was vooral druk met haar eigen pasgeboren baby. Dus moest ze Noortje de komende periode maar extra in de gaten houden en…

“Papa is veel liever dan jij!” herhaalde Noortje en haar hatelijke stem bracht Amber weer naar de werkelijkheid terug.

“Papa wil alleen maar ruzie,” zei Amber zacht.

“Nietes, dat wil jij! Jij hebt papa bedrogen!” Noortje keek haar moeder met fonkelende ogen aan. “Anders had papa nog bij ons gewoond.”

“Maar Noortje! Wat zijn dat nou voor praatjes? Vincent houdt alleen maar van Rosalinde. Niet van mij. Hij heeft nooit van mij gehouden. Ik was…”

Ik was alleen maar zijn nieuwste verovering op het schoolgala.

Het zoveelste kruisje op zijn lijstje van ‘onnozele-domme-trienen-die-ik-mijn-bed-heb-ingekletst’. En tien jaar later is hij alleen maar met mij getrouwd om mij mijn kinderen af te kunnen pakken.

Maar dat kon ze natuurlijk niet hardop tegen haar dochter zeggen.

Er kwam een nieuwe kramp opzetten en Amber wreef met een pijnlijk gezicht over haar buik.

“En jij houdt alleen maar van het nieuwe kindje en niet van ons!” schetterde Noortje boos.

“Hoe kom je daar nou toch bij? Ik hou ontzettend veel van jullie en…” De kramp werd zo heftig dat Amber niet verder kon praten en ze pakte haar buik met twee handen beet.

“Zie je nou wel dat je het nieuwe kindje veel liever vindt!” brulde Noortje. “Je bent haar aan het aaien en ik mag nooit iets.”

Amber had geen energie meer om Noortje terecht te wijzen. “Ik heb pijn in mijn buik,” bitste ze. “We praten hier morgen wel verder over. En nu ga jij direct weer onder de dekens en slapen.”

Maar de tijden dat Noortje gedwee deed wat haar moeder zei, waren voorgoed voorbij. Met een woest gebaar sloeg ze opstandig haar dekbed helemaal van zich af en gleed uit bed. “Ik heb dorst en ik moest van jou zélf water gaan drinken.”

Al mopperend glipte ze langs Amber heen en stampte naar de badkamer. Daar gooide ze de deur met een klap achter zich dicht en schopte daarna met veel lawaai een emmer om.

Amber zakte kreunend langs de deurpost naar de grond. Waarom deed haar buik zo’n vreselijke pijn? Het zou toch niet…

Op de overloop hoorde ze voetstappen en er werd op de badkamerdeur geklopt. “Waar ben jij mee bezig, Noortje? Doe eens wat je moeder zegt. Kom eruit en hup naar bed met jou.”

“Jij hebt niks over mij te zeggen!” gilde Noortje. “Jij bent mijn vader niet. Ik wil bij mijn eigen vader wonen!”

“Als je er niet heel gauw uit komt, maak ik de deur open!” riep Tom terug.

“Ik zit op de wc!” brulde Noortje. “Ik ga tegen papa zeggen dat je binnenkomt als ik op de wc zit! Dan moet je lekker naar de gevangenis. Daar zorgt papa wel voor.”

Amber beet op haar lip en kwam zachtjes kreunend weer overeind.

Noortje werd compleet onhandelbaar. Was dat nou echt normaal voor een puber? Of was er iets anders met haar aan de hand?

Ze liep langzaam naar de badkamer, waar Tom een beetje besluiteloos voor de deur stond.

“Laat haar maar,” zei Amber. “Wij gaan gewoon weer naar bed. Ze zoekt het maar uit. Ik heb even helemaal geen zin meer in Noortje.”

Met zijn mooie staalgrijze ogen keek Tom haar broedend aan en zijn mond vertrok in een ongedurige beweging. “Dit kunnen we toch niet laten gebeuren? Zo’n kind dat de vloer met ons aandweilt?”

Amber greep opnieuw naar haar buik. “Laat het maar even zitten, Tom. Ik ga de verloskundige bellen. Denk ik. Ik heb barstende buikpijn. Dit is niet normaal zo.”

“Kun je dan niet beter even de tijd tussen die weeën opnemen? Volgens mij…”

Maar Amber luisterde niet naar Tom. Ze strompelde de brede trap af naar de woonkamer, waar ze haar mobieltje op de tafel had laten liggen.

Terwijl ze naar het nummer van de verloskundige scrolde, echoden de bronzen slagen van de grote Friese staartklok door de hal en Amber telde automatisch mee.

Een, twee, drie…

Stilte.

Drie uur.

Midden in de nacht…

Amber aarzelde. Viola van Horsten werd vast niet blij als ze haar nu wakker belde. Ze moest haar mobiel maar gewoon mee naar de slaapkamer nemen en als het echt niet meer ging, kon ze altijd nog bellen.

Halverwege de trap werd Amber overvallen door een nieuwe heftige kramp en ze zakte steunend op een tree. Ze kon haar hoofd nu wel weer in het zand steken, zoals ze haar hele leven al deed, maar dit waren natuurlijk geen oefenweeën meer. Dit was het echte werk. En als ze nu niet als de wiedeweerga de verloskundige belde, moest ze het straks in haar eentje opknappen.

Tenminste, ze had geen idee of Tom erg nuttig zou zijn. Hij was heel lief met haar meegegaan naar zwangerschapsgym, maar het was haar al snel duidelijk geweest, dat dit soort toestanden niet bepaald zijn ding waren. Tijdens de verplichte zuchtrondjes had hij zijn lachen bijna niet kunnen inhouden.

Hè, waar was ze nu weer mee bezig? Dacht ze nou heus dat Tom haar uit zou lachen als ze lag te bevallen? Wat een flauwekul.

Tom was een prima vent die haar zo veel mogelijk steunde.

Terwijl de baby niet eens van hem was, maar van Vincent…

Alleen wilde Vincent dat niet weten. Vincent was er heilig van overtuigd dat zij een minnaar had genomen, omdat hij haar zélf immers al die tijd met Rosalinde bedrogen had. Een echt geval van de bekende waard die zijn gasten niet vertrouwde, omdat hij zelf ook niet deugde.

Amber kreunde. De kramp werd almaar heftiger en opeens voelde ze iets warm tussen haar benen doorsijpelen.

Nee!

Dat was vruchtwater!

Ze moest nu echt meteen de verloskundige bellen.

En Jade. Anders was er niemand om op Noortje en Reinier te letten.

Ze greep kreunend naar haar buik.

“Gaat het, Amber?” vroeg Tom boven haar.

“Nee, eigenlijk niet. Ik denk dat de vliezen zijn gebroken, ik verlies vocht.”

Tom was in twee stappen bij haar. “Ik bel de verloskundige wel.”

Hij pakte het mobieltje van haar af en drukte resoluut op het knopje.

Tom had er geen enkele moeite mee om Viola van Horsten uit haar bed te trommelen. Waarom was zij, Amber, toch altijd zo besluiteloos? Straks kreeg ze door al dat getreuzel haar baby hier op de trap.

Maar dat was nog altijd beter dan in zo’n stom ziekenhuis met al die nare luchtjes van dood en verderf. Het was heerlijk dat ze nu lekker in haar eigen vertrouwde omgeving kon blijven. Met alleen een verloskundige en Tom.

Als ze nog terugdacht aan de geboorte van Noortje en Reinier…

Toen had ze in die verloskamer echt te kijk gelegen voor een halve klas medische studenten die maar ongegeneerd binnen waren komen zetten. En zij had de kracht niet gehad om er wat van te zeggen.

Nee, voor haar geen ziekenhuis meer, maar gewoon lekker thuis zonder al die pottenkijkers.

“Mevrouw Van Horsten?” hoorde ze Tom zeggen. “U spreekt met Tom Enzinga. Ik ben de partner van Amber Wilkens. Amber heeft zware weeën en ze verliest vruchtwater. Ik denk dat het verstandig is… Wat zegt u?” Tom was even stil en luisterde ingespannen.

Amber voelde de kramp wegtrekken en keek naar de adembenemend knappe spetter waar ze nu alweer zo’n vijf maanden haar leven mee deelde. Ze was nog steeds smoorverliefd op hem. Op zijn prachtige afgetrainde lichaam dat er geweldig uitzag in een blauw mouwloos T-shirt met een bijpassende boxershort. En op zijn blonde haren en zijn ruige mannelijke gezicht met de heldere staalgrijze ogen, die nu met een bezorgde blik in de verte staarden.

“Amber mag niet meer lopen? Maar ze zit op de trap… Oké, oké, ik zal ervoor zorgen dat ze op bed komt. En ja, ik denk ook aan dat kraammatras.” Hij hield het toestel een eindje van zijn oor en wilde het net uitzetten, toen hij blijkbaar nog iets hoorde.

“Wat is er met het bed?” vroeg hij. “Of dat op klossen staat? Nee, daar zijn we nog niet aan toegekomen. Bovendien wilde Amber het immers op een baarkruk proberen, dus als u die mee wilt nemen, graag.”

Amber greep naar haar buik. “Als ze nog lang wacht, hoeft het al niet meer,” prevelde ze kreunend.

“Nee, ik krijg dat bed nu echt niet meer op klossen, mevrouw,” zei Tom in de telefoon. “En wilt u nu alstublieft opschieten? Anders is de baby er al.” Hij zette de mobiel resoluut uit, stak hem tussen de band van zijn short en keek naar Amber.

“Het is beter dat je niet te veel meer beweegt. Ze had het over een navelstreng die dan verkeerd kan schieten of zo. Ik til je wel even op.”

“Nee, wacht even. Even deze wee…”

“Mama!” klonk het opeens boven aan de trap. “Mama!”

“Ga naar bed, Noortje!” riep Tom. “De baby komt eraan. Amber moet nu…”

“Mama! Ik voel me raar! Ik wil mama!”

“Ze krijgt een aanval,” kreunde Amber paniekerig. “Ze heeft zich weer veel te druk gemaakt. Straks valt ze nog van de trap.”

Ze haalde diep adem en brulde zo hard als ze kon: “Pak je zakdoek, Noortje! Ga liggen!”

“MAMA! Help!”

Er klonk een doffe klap van een vallend lichaam en daarna werd het angstwekkend stil.

“Oh nee, Noortje toch!” Alber wilde kreunend overeind komen, maar sloeg toen dubbel van de pijn.

“Ik ga wel. Blijf stil zitten, jij.” Tom rende met twee treden tegelijk naar boven.

“Ze moet een zakdoek in haar mond!” brulde Amber. “Anders bijt ze straks haar tong…”

“Is al geregeld,” riep Tom terug. “Maak je maar geen zorgen, ze knapt zo wel op.”

Een verdieping lager klonk er een hoop gestommel en gebonk bij de winkeldeur, die toegang gaf tot de ouderwetse wolwinkel vol klosjes garen, lapjes stof en bolletjes katoen. Die zaak had ze vorig jaar, samen met het woonhuis en een flink bedrag geld op de bank, van haar gestorven pleegmoeder ‘tante Wies’ geërfd.

Tante Wies was helemaal geen familie van hen, maar gewoon een buurvrouw waar Amber en Jade als peutertjes graag gingen spelen. Na de tragische dood van hun ouders wilde geen enkel écht familielid voor de twee kleine weesmeisjes zorgen en toen had tante Wies hen liefdevol in huis genomen.

BONK, BONK, BONK!

Amber hapte naar lucht. Daar had je verloskundige Viola van Horsten en er was niemand om haar open te doen. Ze ging wat rechter zitten en vroeg zich af of het veel kwaad zou kunnen als ze nu naar beneden zou strompelen.

In dit huis lag het woongedeelte met de keuken op de eerste verdieping boven de winkel. Terwijl de slaapkamers en de badkamer op de grote zolder waren.

Hè, het had haar nooit uitgemaakt dat ze boven woonde, maar nu was het erg lastig. Hoe kon ze nu aan Viola laten weten dat de sleutel van de achterdeur in de plantenbak tussen de rozen was verstopt?

Tom had haar mobiel meegenomen, dus haar even bellen kon ze ook niet.

Het gebonk werd heftiger.

Hè, wat moest ze nou doen?

De verloskundige had zich duidelijk ontzettend gehaast om hier snel naartoe te komen, dan kon ze het mens toch niet voor de deur laten staan? Ze had haar ontzettend nodig!

BONK, BONK, KNAL!

“Ik doe wel open, mama,” zei opeens een jongensstem boven haar.

“Reinier? Ben je wakker?” vroeg Amber verbaasd. Reinier sliep altijd als een blok, je kon gerust een kanon naast zijn bed afschieten, hij merkte er niks van.

Reinier gaapte hartgrondig. “Tom heeft me wakker gemaakt. Ik moest jou helpen, want Noortje heeft een aanval.”

BONK, BONK, KNAL, BAM!

“Nou, ga maar gauw opendoen dan. De verloskundige wordt nu wel erg ongeduldig.” En dat vond Amber eigenlijk best raar. Het mens hoefde toch niet zo’n herrie te maken?

Reinier glipte langs zijn moeder naar de hal en ze zag zijn blonde kuifje in het trapgat verdwijnen.

BONK, BONK, KNAL, KLAP, RINKEL!

Hoorde ze daar echt glasgerinkel? Dat kon toch niet? Die vrouw sloeg toch geen ruit in om naar binnen te kunnen? Dat was toch ontzettend belachelijk?

Belachelijk?

Nee, dat was het goede woord niet. Het was een grof schandaal en zodra Viola hier was, zou ze haar wel eens even goed vertellen hoe ze over haar…

Oh nee, alweer een wee!

Ambers strijdlustige houding zakte als een bedorven pudding in elkaar. Terwijl ze haar buik met twee armen weer stevig vastpakte, zag ze vanuit haar ooghoeken Reinier met een sneltreinvaart uit het trapgat omhoog komen, bijna alsof iemand hem met een katapult had afgeschoten. Het altijd zo vrolijke jongensgezicht was knalrood en de paniek spatte uit zijn ogen.

“Mama!” gilde hij. “Er is politie! Ze hebben geweren!” Hij spurtte naar Amber toe en ging beschermend voor haar staan.

“Blijf van mijn moeder af!” brulde hij dapper.

Amber wist niet meer hoe ze het had.

Politie?

Waar was Reinier nou weer mee bezig? Had hij te veel rare computerspelletjes gedaan? Of was dit als grapje bedoeld? Een lolletje oké, daar was zij ook altijd wel voor in, maar nu…

BONK, BONK, KNAL, KLAP!

Er dreunden zware voetstappen op de trap, maar op dat moment flitste er onverwacht weer zo’n pijnlijke steek door Ambers buik dat ze daar even totaal geen aandacht meer voor had.

“Au,” kreunde ze hardop. “Reinier, waar is de verloskundige? Ik moet…”

BONK, BONK, KNAL, KLAP!

“Ga weg!” brulde Reinier overstuur. “Mijn mama krijgt een baby!”

Een tel later vloog Reinier ineens omhoog. “Nee! Laat me los!” krijste hij en vervolgens verdween hij luid gillend en met heftig trappelende benen uit Ambers blikveld.

Amber greep duizelig naar haar hoofd en knipperde heftig met haar ogen, maar het nieuwe uitzicht veranderde daar niet van.

Een eindje onder haar liepen minstens vijf gewapende mannen in de hal. Ze hadden helmen op hun hoofd, blauwe kleren met kogelvrije vesten aan en ze droegen allemaal een enorm langwerpig zwart schild, waarop in witte letters de kreet ‘POLITIE arrestatieteam’ te lezen was.

De woonkamerdeur stond wagenwijd open en terwijl Amber verbijsterd toekeek, stampten twee agenten met getrokken pistolen achter elkaar aan haar pas gesopte keukentje in, terwijl een collega intussen de wc binnenstormde.

Eén van de kerels had de nog steeds luid gillende Reinier losjes onder zijn arm en zette hem naast de staartklok op de grond, waar zijn collega het arme kind een stel handboeien omdeed, die hij vervolgens aan de trapleuning vastklikte.

Amber knipperde opnieuw met haar ogen. Dit was niet echt.

Er liep heus geen arrestatieteam in haar hal rond. Ze had gewoon hallucinaties van de pijn.

“Waar is Tom Enzinga?” snauwde een stem en iemand porde haar onzacht in haar zij. “Is hij boven?”

Amber schrok zich wezenloos.

Tom?

Ze kwamen voor Tom!

Maar dat kon toch niet? Hij werd toch allang niet meer gezocht?

Ze voelde een nieuwe por in haar zij. “Waar is Enzinga?” herhaalde de stem.

“Ik ken geen Enzinga!” brulde Amber wanhopig. “Ik ben alleen thuis met twee onschuldige kinderen. Laat ons met rust!”

Als Tom haar nou maar hoorde! Dan kon hij misschien nog wegkomen. Hij had het wel eens geoefend. Gewoon het raam uit en dan via de dakgoot naar het huis van de buren.

Oh Tom… wees alsjeblieft voorzichtig!

“Mijn kind is boven!” gilde Amber en ze maakte zich zo breed mogelijk. “Laat mijn dochter met rust!”

Maar de agent schoof haar onzacht opzij en stormde de trap op.

En terwijl Amber dubbel klapte van de pijn, renden drie andere agenten hun collega in een ijltempo achterna.

“Amber Wilkens?” hoorde ze vrijwel meteen daarna een harde stem zeggen. “U staat onder arrest op verdenking van moord.”

“Onder arrest?” kreunde Amber. “Ik wil niet onder arrest. Ik krijg een baby.”

“U wordt verdacht van moord op advocaat Vincent Bering en zijn moeder,” zei de agent.

“Wat… Wat is dat nou voor onzin…” prevelde Amber ontzet.

“U wordt verdacht van moord op advocaat Vincent Bering en zijn moeder,” herhaalde de agent.

“Maar ik heb Vincent niet vermoord! Hij is de vader van mijn kinderen. Ik ga de vader van mijn kinderen toch niet…”

“Meekomen, mevrouw. En ik moet u erop wijzen dat alles wat u zegt tegen u kan worden gebruikt.”

“Nee!” gilde Amber. “Ik krijg een baby.”

Maar de agent deed net of hij Ambers protesten niet hoorde. Hij pakte haar bij haar arm en begon aan baar te trekken. “Verzet is zinloos,” snauwde hij. “Nu meteen meekomen.”

“Maar ik mag niet bewegen, mijn vruchtwater is gebroken.” Amber voelde zich helemaal afschuwelijk. Wat had deze gek met haar intieme zaken te maken? Was er dan niemand die naar haar luisterde?

“Laat me los!” gilde ze.

“Momentje, Van Herwaarden,” zei een andere stem. “Er is hier net een vroedvrouw binnengekomen. De arrestante schijnt weeën te hebben en niet verplaatst te mogen worden.”

Agent Van Herwaarden liet Amber los en liep de trap af.

Daardoor kreeg Amber weer een beter uitzicht op de overloop beneden haar.

In het midden van de ruimte stond een kleine, dikke vrouw in een slecht passende gele bloemetjesjurk, met daar overheen een gekreukelde knalroze blazer, die zijn beste tijd wel gehad had. De vrouw had haar vaalgrijze haren duidelijk in de haast opgestoken, want erg netjes zat het kapsel niet. Haar pafferige gezicht was roodaangelopen en ze zag eruit alsof ze midden in een wilde nacht gestoord was. Ze stond met haar handen in haar zij vol vuur tegen de commandant van het arrestatieteam te praten.

Viola van Horsten. Eindelijk!

Naast de verloskundige stond een houten stoel waarvan het grootste deel van de zitting ontbrak.

In een flits kreeg Amber visioenen van zichzelf op die baarstoel.

Helemaal bloot en met haar benen wijd uit elkaar, terwijl er een compleet arrestatieteam – grijnzend en schuine moppen tappend – stond toe te kijken.

Nee, dit was niet echt. Dit kón gewoon niet.

Een ba-wende vwouw iz nie bepvaald vwuchtgewaawuk,” hoorde Amber de verloskundige zeggen. “Wujie home mogge maaw twug alz de kweine dew iz.”

Amber slikte moeilijk. Verstond ze het nou verkeerd of klonk dat mens echt alsof ze een glaasje te veel op had?

“Geen sprake van, mevrouw,” antwoordde de commandant en hij sloeg zijn armen resoluut over elkaar. “Wij verliezen de arrestante geen seconde meer uit het oog.”

Ookbwest,” zei Viola. Ze draaide zich wat wiebelend om en bekeek Amber met een wazige blik. “Ik ga ewen mij hande bassen en wan zuwwen be eenz kijken hoeweel ond… ondswuiting be hewwen.” Zonder op Ambers antwoord te wachten, wankelde ze naar de keuken.

KNAL, BONK…

PANG!

Amber keek verwilderd om zich heen. Was dat een schot?

Dat was toch niet echt een…

PANG!

Op dat moment waggelde Viola van Horsten op Amber af en greep haar voluit tussen haar benen. “Vowedige ondswuiding” constateerde Viola, maar Amber hoorde de brabbelende verloskundige niet. Ze staarde verbijsterd naar de knappe man met de blonde haren die opeens in de hal stond. Hij had aan iedere hand een kind.

“Vincent?” stamelde Amber.

Vincent knikte grijnzend. “Ik kom mijn kinderen halen,” zei hij op een genietend toontje. Hij wees triomfantelijk opzij en Amber zag opeens een man in een smetteloos streepjespak naast Vincent staan.

“Notaris Anfering…” prevelde ze.

“Jawel, mevrouw Wilkens. Wilhelmus Anfering, geheel tot uw dienst.”

PANG!

Boven klonk gejuich. “We hebben ‘m, chef. De schoft is kassiewijle. Komt-ie!”

Er stuiterde een soort voddenbaal rakelings langs Amber heen, die met een doffe dreun op de overloop neerkwakte en daar bewegingloos bleef liggen.

“Tom?” prevelde Amber verbijsterd. “Tom!”

“Ja, dat zie je helemaal goed,” bralde Vincent. “Die mooie minnaar van je is hartstikke dood en nou houdt niemand mij meer tegen.”

Ik zwie hed hoojwje,” bralde Viola van Horsten. “Pez maaw mee!

Opeens voelde Amber de pijn weer en ze begon te persen alsof haar leven ervan afhing. Er gleed iets nats tussen haar benen vandaan. Wit en glibberig…

“We nemen die derde ook maar meteen mee,” zei Wilhelmus Anfering zakelijk. “Dat gaat in één moeite door.” Hij boog zich naar voren, griste de baby uit de bevende handen van de verloskundige en stapte er met een zegevierend lachje vandoor.

“Nee!” gilde Amber. “Mijn baby! Geef mijn kindje terug!”

Ze probeerde op te staan, maar kon zich opeens helemaal niet meer bewegen. Machteloos moest ze toekijken hoe Vincent de heftig tegenstribbelende Noortje en Reinier in een soort houdgreep nam en de kinderen met zich meetrok. Met een triomfantelijke kreet duwde hij ze het trapgat in en spurtte de notaris achterna.

“Mama!” krijste Noortje vanuit de verte. “MAMMAA!”