1
“MAMMAAA!”
Badend in het klamme zweet werkte Amber zich tegen haar vrolijk gebloemde kussen omhoog tot ze uiteindelijk rechtop in het grote tweepersoonsbed zat en daarna wreef ze zachtjes kreunend over haar ogen.
Alweer diezelfde vreselijke nachtmerrie.
Hield het dan nooit op?
Elke nacht werd ze minstens één keer kletsnat wakker en dan had ze weer zo ellendig gedroomd. Waar was dat nou goed voor? Ze had haar rust ontzettend hard nodig!
Maar ja, als net afgestudeerd psychologe wist zij maar al te goed dat dromen zich nergens iets van aantrokken. Die drongen zich aan je op zoals het ze uitkwam. En juist als je in een stressperiode je slaap zo goed kon gebruiken, was je extra gevoelig voor nachtmerries.
Ach, zij kende het patroon immers. Telkens als zij in haar leven door een moeilijke periode ging, kreeg ze enge dromen over haar kinderen.
Ergens heel diep van binnen moest er in haar een enorme angst zitten. Een gruwelijk monster dat haar telkens als ze heel kwetsbaar was met zijn vlijmscherpe klauwen naar de keel vloog om haar kinderen af te pakken.
Ze wilde haar kindertjes niet kwijt! Ze hield zo…
“MAMMAA!”
Hè, droomde ze nog steeds? Of lag Noortje nu echt om haar te roepen?
“MAMMAA!”
Ja, dus.
Amber zuchtte diep. “Ik kom al, Noortje. Mama komt eraan.”
“Laat mij maar, Amber,” zei een bekende mannenstem ergens vanuit het donker. “Ga jij maar weer lekker liggen. Ik kijk wel even wat er nu weer is.”
“Hoeft niet, Tom. Ik moet toch hartstikke nodig. De baby drukt ontzettend op mijn blaas.”
“Dan ga jij nou rustig plassen en kijk ik even bij mevrouwtje ik-schreeuw-mijn-moeder-elke-nacht-het-liefst-minstens-twintig-keer-wakker.”
“Soms heeft ze écht wat,” zei Amber verdedigend.
“Soms ja, daar heb je helemaal gelijk in. Maar meestal is het een hoop lou loene met dat kind. Wat een aanstelster, zeg.”
Al pratend knipte Tom het licht aan en nadat Ambers ogen na het nodige geknipper aan de nieuwe situatie waren gewend, zag ze Tom op de drempel staan.
Ondanks haar vergevorderde zwangerschap ging er een verlangend steekje door Ambers buik. Tom zag er ontzettend goed uit.
Een mooi gespierd bovenlichaam, gebronsd door de zon, een strak boxershort om een paar perfecte billen en een stel benen waar de knapste man ter wereld subiet jaloers op zou worden.
“Noortje heeft het nog steeds moeilijk met de scheiding,” prevelde Amber, maar dat hoorde ze alleen zelf, want Tom was de slaapkamer al uit.
Bibberend wreef Amber opnieuw over haar ogen. Ze had helemaal geen zin om het warme dekbed van zich af te slaan en naar die koude wc te lopen. Ze zat echt te rillen door die zweetaanval.
Maar ja, het alternatief – gewoon in bed plassen – was natuurlijk ook geen optie. Al was het alleen maar omdat ze er daarna toch uit zou moeten om het bed te verschonen.
Hè, wat zat ze weer een onzin bij elkaar te fantaseren? Zo kon het echt wel weer.
“Hup, Amber,” sprak ze zichzelf streng toe. “Eruit met jou.”
Gehoorzaam pakte Amber haar zwangere buik – van bijna negen maanden – stevig beet, hees zich dapper uit bed, schoof haar pantoffels aan haar voeten en stapte dapper naar de wc.
Daar bleek al snel dat ze net zo goed in bed had kunnen blijven, want het gedane plasje was werkelijk de moeite niet waard.
“Louter inbeelding dus,” zuchtte Amber. “Maar ja… gister ging ik niet en toen heb ik het bijna in mijn broek gedaan.”
Dat waren zo de nadelen van hoogzwanger zijn. Je kreeg last van je rug, je wist meestal niet meer hoe je liggen of zitten moest en omdat de baby constant op je blaas drukte, kon je met geen mogelijkheid meer zeggen of je nu wél of niet naar de wc moest.
Echt balen, maar ja… je moest er wat voor over hebben om een kindje te krijgen…
Zuchtend slofte Amber terug naar de slaapkamer, waar Tom alweer lag te slapen. Mannen!
Die hadden het lekker makkelijk. Die waren nooit ongesteld, hadden geen last van pms, ze raakten nooit in verwachting en als hun vrouw krimpend van de pijn aan het bevallen was, namen zij er alvast een biertje op…
Amber glimlachte. Aan de andere kant misten die arme mannen natuurlijk ook een hoop fijne dingen.
Dat vertrouwde kriebelende gevoel in je buik, de leuke spelletjes die je met die kleine bewegende bobbeltjes onder je vel kon spelen…
En ze verheugde zich nu al op de borstvoeding. Daar haalde een fles het echt niet bij. Dat tere hoofdje tegen je borst, die stralende oogjes die je zo vol vertrouwen aankeken en zo’n lief zoekend mondje dat uiteindelijk je tepel vond. En als de melk dan toeschoot, voelde ze zich zo gelukkig… Zo echt helemaal vrouw…
Best jammer, dat zo’n lief klein baby’tje zo ontzettend snel groot werd. Voor ze het wist, had ze er weer een zeurende puber bij…
Al peinzend kroop Amber weer onder haar dekbed, worstelde zich op haar zij en deed haar ogen dicht.
Maar de slaap wilde niet meer komen.
♦
“Goeiemorgen, Elsje. Je hebt vast wel zin in koffie.”
Het was de volgende morgen en Amber stapte met een vol dienblad de wolwinkel binnen. Ze hield het vrachtje ongeveer ter hoogte van haar hals, want haar armen waren niet lang genoeg om het lager te houden. Of haar buik was te dik, zo kon je het natuurlijk ook bekijken.
Vaste winkelhulp Elsje Hogenbirk draaide zich met een vrolijke glimlach naar Amber om. “Jij kunt gedachten lezen,” zei ze stralend. “Wat ruikt dat lekker. Heerlijk.”
Amber zette het blad op de grote houten toonbank neer, trok een kruk bij en ging zitten.
Elsje schoof op een andere kruk tegenover haar en pakte een chocoladekoekje van het schaaltje. “Wat verwen je me weer,” lachte ze dankbaar.
Amber glimlachte terug.
Elsje was altijd vrolijk. Het maakte niet uit hoe onredelijk de klanten ook tegen haar zeurden, Elsje bleef lachen. Terwijl zij, Amber, in dat soort gevallen altijd moeite had om haar opborrelende wurgneigingen te onderdrukken.
Elsje had haar koekje op en keek met een schuin oog naar het schaaltje.
“Ze zijn allemaal voor jou,” moedigde Amber haar aan.
Elsje pakte snel een tweede koekje en nam genietend een hap. “Ik snap niet dat jij geen chocola lust. Het is het lekkerste wat er is.”
“Smaken verschillen nou eenmaal. En dat is maar goed ook.”
Amber roerde wat peinzend in haar koffie en nam voorzichtig een slok.
Hoe vaak had ze hier niet met tante Wies op een kruk bij de toonbank gezeten? Hier, in deze halfdonkere winkel vol lappen stof en knotjes wol?
Dat was toch meestal best gezellig geweest…
Eigenlijk miste ze tante Wies nog steeds heel erg.
Maar dat gold niet voor het werk in deze wolwinkel, daar verlangde ze totaal niet naar. Het was heerlijk dat Elsje de zaak nu runde.
“Heb je het al gehoord van de burgemeester?” praatte Elsje dwars door haar herinnering heen.
“De burgemeester? Eh… ja, die gaat toch weg? Over twee maanden of zo?”
En haar geliefde ex-echtgenoot Vincent was in de race als zijn opvolger. Na de afwijzingen van zijn sollicitaties in Hilversum, Amersfoort en Spakenburg probeerde hij het nu in Soest.
Had ze daarom die enge dromen? Was ze bang dat het Vincent zou lukken om burgemeester van Soest te worden?
Burgemeesters hadden macht.
Macht genoeg om haar alsnog Noortje en Reinier af te pakken?
En misschien wilde hij de baby dan ook nog…
Ach, kom nou! Ze moest niet altijd zo doordraven.
Een burgemeester hoorde zich aan de wet te houden. En dat gold ook voor Vincent.
Ze beet op haar lip.
Er zaten gaten in de wet, dat wist iedereen. Mazen, zoals de mensen dat zo netjes noemden. En als gerenommeerd advocaat wist Vincent die altijd weer te vinden.
Tom ook trouwens. Tom had ook weinig op met de Nederlandse regelgeving. Op dit moment was hij een keurige en hardwerkende accountmanager bij een ziektekostenverzekering, dat wel.
Maar toen ze Tom leerde kennen, was hij inbreker geweest…
Wat dat betreft, had ze echt een neus voor mannen die in de kantlijn leefden.
“Dus ja…” mompelde Elsje en ze keek Amber wat aarzelend aan. “Ik zit natuurlijk op de eerste rang, het zijn mijn overburen.”
Amber besefte dat ze Elsjes verhaal compleet gemist had. “Je overburen?” vroeg ze wat wazig.
Elsje hield haar hoofd een beetje schuin en er kwam een weifelende blik in haar ogen. Alsof ze zich afvroeg of Amber op dit moment alleen nog maar babyboeken in haar hoofd had in plaats van hersenen. “De huidige burgemeester en zijn vrouw. Daar woon ik immers tegenover,” zei ze uiteindelijk langzaam.
Amber kreeg er een schuldgevoel van. Als ze wilde piekeren, kon ze beter boven op de bank gaan liggen. “Ach ja, natuurlijk,” antwoordde ze zo opgewekt mogelijk. “Sorry, dat ik zo slecht luister. Ik heb niet zo best geslapen vannacht.” Ze legde haar hand even verklarend op haar dikke buik. “Ik lig niet echt lekker meer.”
Dat ze ook nog eens voortdurend door de meest akelige nachtmerries werd geplaagd, vertelde ze er maar niet bij.
“Het lijkt me ook een hele vracht.” Elsje knikte begrijpend en ze pakte nog maar een koekje van de schaal.
“Maar, eh…” ging Amber door. “Wat was er nou met de burgemeester?”
“Je wilt het misschien ook helemaal niet horen,” reageerde Elsje.
“Al die narigheid als je zwanger bent, dat is ook niet goed.”
Amber nam een slok van haar koffie. “Ik ben niet van suiker. Ik kan wel ergens tegen.”
“Nou, de burgemeester is, eh… Hij was gisteravond op het feest bij de manege en toen is hij op de terugweg het water in gefietst.”
“Het water in gefietst?” vroeg Amber verbaasd.
Elsje knikte. “Hij was wel vaker heel laat thuis, dus zijn vrouw was gewoon naar bed gegaan, maar vanmorgen was hij er niet en toen zijn ze gaan zoeken. En ja…”
Amber kneep haar ogen tot spleetjes. “Je bedoelt toch niet dat hij…?”
Elsje haalde wat ongelukkig haar schouders op. “Hij is verdronken. In de vijver naast de Koningsweg. Ze weten niet hoe dat nou kan, het is er helemaal niet diep.”
Amber schrok ervan. “Wat afschuwelijk! Zo vlak voor zijn pensioen.”
“Ja…” Elsjes stem was opeens heel schor en ze kuchte heftig voordat ze verder praatte. “Zijn vrouw was vorige week nog in de winkel en ze verheugde zich er heel erg op dat haar man nou eindelijk eens wat meer tijd voor haar zou hebben.”
“Dat is ontzettend triest,” vond Amber. “Die arme vrouw.”
“Bij de manege beweerden ze dat hij geen druppel gedronken had, maar ja… dan fiets je toch niet zomaar een vijver in?”
Amber trok een gezicht. “Misschien vloog er wel een gans voor zijn wielen. Of dat er ineens een kat voor zijn fiets sprong?”
“Ja, het loopt daar wel af, natuurlijk. Als je je stuur omgooit om een beest te ontwijken, rijd je maar zo het water in.” Elsje knikte bedachtzaam. “Maar aan de andere kant kon hij hartstikke goed zwemmen, dus dan verdrink je toch niet in zo’n ondiep plasje?”
“Ze beweren dat hij een hartinfarct had,” zei opeens een schelle vrouwenstem achter hen. Bijna tegelijkertijd begon de winkelbel rinkelen.
Amber en Elsje schrokken ervan en ze draaiden allebei tegelijk hun hoofden om.
Er stond een magere vrouw achter hen. Ze droeg een blauw mantelpakje met een knalrood sjaaltje en op baar hoofd prijkte een al even knalrode hoed waar aan alle kanten lange felblauwe veren uitstaken. Het mismodel zou op Prinsjesdag beslist alle kranten gehaald hebben.
Amber haalde diep adem. Daar had je Ida Piersma, het roddelkanon van Soest. Hoe de vrouw het voor elkaar kreeg, wist niemand, maar als er in Soest ook maar dat gebeurde, wist Ida altijd direct het naadje van de kous te achterhalen. En het gebeurde maar hoogst zelden dat Ida het mis had.
Elsje sprong meteen overeind. “Dag mevrouw Piersma. Sorry hoor, we hebben u helemaal niet binnen horen komen. Waarmee kan ik u helpen?”
Ida Piersma maakte een wegwerpgebaar met haar hand. Die kwam niet voor een klosje garen, maar ze wilde haar verhaal kwijt, dat was wel duidelijk. “Ze beweren dat de burgemeester een hartinfarct had,” herhaalde Ida.
“Dat zou best kunnen.” Elsje knikte. “Dat verklaart wel een hoop.”
“Maar er wordt ook gefluisterd dat hij dronken was en ladderzat het hoogje is afgereden toen er opeens een egel overstak.”
“Oh, dat zou…”
“Maar dat is niet zo,” snerpte Ida Piersma en daarna liet ze haar stem wat dalen. “Hij heeft een klap op zijn achterhoofd gekregen.”
“Wat zegt u nou?” vroegen Amber en Elsje tegelijk.
Mevrouw Piersma knikte heftig en er krulde een op sensatie belust lachje om haar mond. “Hij is vermoord.”
“Vermoord?”
“Klap op zijn hoofd, bewusteloos het water ingeduwd en daar uiteraard verdronken,” verklaarde Ida Piersma voldaan. “En nu volgt locoburgemeester Rob Eldersen hem voorlopig op.”
“Maar waarom zou iemand onze burgemeester nou willen vermoorden?” vroeg Elsje op een weifelende toon.
Ida Piersma liep op de toonbank af, pakte ongegeneerd een chocoladekoekje uit het schaaltje, stak het in zijn geheel in haar mond en begon uitvoerig te kauwen. Tenslotte slikte ze zichtbaar en verklaarde samenzweerderig: “Hij was immers zo tegen het bouwplan in het natuurgebied langs de Jachthuislaan hierachter? Nou, op deze manier zijn ze hem mooi kwijt.”
“Maar heeft dat nou voor zin? Die man zou immers met pensioen gaan.”
“Een waarschuwing voor de tegenstanders van het plan,” verklaarde Ida. “Iedereen die de bouw van het plan Jachtlust probeert tegen te houden, gaat eraan. Let op mijn woorden.”
“Gaat het nou niet een beetje ver om…” begon Amber, maar mevrouw Piersma liet haar niet uitspreken.
“Deze winkel gaat ook tegen de vlakte,” zei ze op een genietend toontje en ze keek Amber scherp aan. “Je tante Wies draait zich al in haar graf om. Haar hele levenswerk gaat naar de filistijnen.”
Er ging een steek van afschuw door Amber heen en ze voelde haar gezicht verstrakken. Tante Wies! Haar lieve tante Wies die zich haar hele leven lang uit de naad had gewerkt om deze winkel vanaf de grond op te bouwen tot een bloeiende zaak. Als tante Wies nog geleefd had, zou ze haar winkel tot het uiterste hebben verdedigd.
Even was het alsof Amber de stem van tante Wies weer kon horen. “Tot mijn laatste snik zal ik mijn winkeltje verdedigen, Amber. Tot mijn laatste snik”
Amber besefte opeens dat Ida Piersma haar genietend stond te observeren en ze snapte maar al te goed waar het mens op uit was. Die wilde de boel hier even lekker opjutten. Waarschijnlijk hoopte ze dat Amber – hoogzwanger als ze immers was – in tranen uit zou barsten, zodat zij voorlopig weer roddelstof genoeg had. Die lol gunde ze mevrouw Piersma niet, dus werd het hoog tijd om een ander onderwerp aan te snijden.
Ze glimlachte wat gemaakt naar Ida Piersma en schoof langzaam van haar kruk. “Kan ik u ergens mee helpen?” vroeg ze zo vrolijk mogelijk. “Een bolletje wol misschien? Of een nieuwe haaknaald?”
Mevrouw Piersma nam niet de moeite om te antwoorden. Ze griste het laatste koekje uit de schaal, draaide zich om en was de winkel al uit voor Amber en Elsje ook maar met hun ogen hadden kunnen knipperen.
“Ik zeg niet gauw wat van een klant,” prevelde Elsje verbijsterd.
“Maar die Ida Piersma is wel een erg raar mens.”
“Ze heeft wel vaak gelijk,” moest Amber toegeven.
“Ach, welnee! Ze roept van alles door elkaar en dan is het goeie verhaal er meestal wel bij. En dan doet ze later net of ze het allemaal wel gezegd had.”
“Zou het?” aarzelde Amber.
“Zeker weten. Dat mens deugt voor geen meter.” Elsje sloeg geschrokken haar hand voor haar mond. “Sorry, zo mag ik niet over een klant praten, maar… wat een onzin om te roepen dat de burgemeester vermoord is.”
“Ja, dat vind ik ook wel een beetje te ver gaan in ons keurige Soest,” knikte Amber. “Maar een hartinfarct is natuurlijk wel een mogelijkheid.”
“Of een overstekende egel,” zei Elsje. “Of een glaasje te veel. Ze heeft het allemaal genoemd.”
Amber keek Elsje peinzend aan. “Nu je het zegt… Ze heeft het over minstens vier verschillende dingen gehad.”
“Nou, meer mogelijkheden zijn er toch niet? Ik kan tenminste niks anders meer verzinnen.”
“De eigenlijk ook niet.”
“Dus, wat is het resultaat?” vroeg Elsje. Ze wachtte niet op Ambers reactie, maar gaf zelf het antwoord al. “Ida Piersma heeft altijd gelijk, maakt niet uit wat er nou precies gebeurd is.”
“Daar zit eigenlijk best wat in,” zei Amber. “Ik vond het een ontzettend rare opmerking van haar dat iedereen die tegen dat plan Jachtlust is, eraan zal gaan.”
“Ik ook,” zei Elsje. “En dat slaat nou ook op mij, weet je dat? Ik ben gisteren bestuurslid geworden van de actiegroep Red de Jachthuislaan.”
“Bestuurslid? Maar de huizen aan de overkant van de straat vallen toch net buiten dat plan?”
Elsje schudde haar hoofd. “Welnee. Op de plek waar ik nou zo heerlijk woon, moet zo’n stinkende parkeergarage komen. Maar ik laat me niet wegjagen door zo’n stelletje geldwolven, dat pik ik echt niet.”
“Ik ook niet,” zei Amber fel. “Ik heb de petitie tegen Jachtlust al getekend. De naam alleen al. Jachtlust… Jachtsadisten komt eerder.”
“Onze actiegroep gaat een jurist inhuren. Er zit van alles fout met dat plan. Volgens ons…”
De winkelbel rinkelde en mevrouw Hamer kwam binnenstappen. Ze had een zware boodschappentas in haar hand en Elsje schoot meteen op haar af.
“U komt vast wat ruilen, mevrouw Hamer. Vond uw nichtje die gele wol niet leuk?”
Mevrouw Hamer schudde haar hoofd. “Ze wil liever rood, dus dan wilde ik de bollen inderdaad graag nog even ruilen.”
“Dat kan, mevrouw Hamer. Heeft uw nichtje nog voorkeur voor een bepaalde tint rood?”
Het gezicht van mevrouw Hamer werd één vraagteken.
Elsje keek haar glimlachend aan. “We hebben lichtrood en scharlaken en bordeaux en… Wacht, ik laat u wel even wat tintjes zien.”
♦
Terwijl Elsje energiek op een bruinhouten trapje klom om wat bollen wol uit het bovenste rek te pakken, groette Amber mevrouw Hamer met een vriendelijk handgebaar, pakte het dienblad op en liep er langzaam mee naar boven.
Ze bracht het blad naar de keuken, spoelde de kopjes om en zette die maar meteen in de afwasmachine. Daarna liep ze door naar de kamer en ging daar languit op de bank liggen. Ze was zo ontzettend moe, het kon helemaal geen kwaad als ze even ging rusten.
Maar op haar rug liggen lukte niet meer goed. Ze kreeg vrijwel direct last van kramp in haar kuiten en bovendien knelde de baby blijkbaar de bloedvaten naar haar hoofd af, want ze werd ook nog duizelig.
Zuchtend kwam ze weer omhoog, draaide zich moeizaam op haar zij en stompte wat kussentjes in model om haar zware buik mee te steunen, maar ook dat bood geen soelaas. De bank lag voor geen meter. Dus kon ze maar beter even op bed gaan liggen.
Ze was net weer gewoon gaan zitten en moed aan het verzamelen om van de bank op te staan, toen er op de deur werd geklopt.
Een tel later stak Elsje haar hoofd om de hoek. “Notaris Anfering is er.”
“Die ellendige Anfering? Daar heb ik geen tijd voor. Stuur die sukkel maar gauw weg.”
Elsje keek haar wat aarzelend aan. “Hij heeft een afspraak, zegt hij.”
“Een afspraak?”
“Ja, hij liet me een brief zien, daar stond het in. Anders had ik je nooit gestoord.”
Er klonk gestommel achter Elsje en Amber zag opeens een hand op Elsjes schouder verschijnen, die haar schaamteloos opzij duwde. Een tel later stapte notaris Wilhelmus Anfering met gedecideerde passen over de drempel. Zoals altijd was de man perfect gekleed, dit keer in een stemmig driedelig grijs maatpak met een gifgroene stropdas. Hij droeg een zwart attachékoffertje onder zijn arm.
“Wat moet dat hier in mijn woonkamer?” bitste Amber. “Maak dat u wegkomt!”
“Het spijt me,” prevelde Elsje. “Ik heb de deur heus achter me dicht gedaan. Ik wist niet dat hij zomaar met me mee zou lopen.”
“Ga maar gauw terug naar de winkel, Elsje. Dan bel ik de politie dat we een geval van huisvredebreuk hebben.”
“Rustig maar, mevrouw Wilkens. Ik kom immers met u praten over de aanbieding die u vorige week per post hebt gekregen. Maak me nu niet wijs dat u dat bent vergeten.”
“Vergeten?” snauwde Amber fel. Ze probeerde op te staan, maar dat was nog niet zo makkelijk met die dikke buik.
“Blijft u toch rustig zitten, mevrouw,” zei Anfering op een vaderlijk toontje. “In uw toestand kunt u zich maar beter niet al te druk meer maken.” Al pratend liep de notaris naar de grote leunstoel bij het raam en schoof die – luid piepend en knarsend – in de richting van de bank.
Amber werd woest. Wat dacht die zelfingenomen kerel wel niet?
Dat hij haar in haar eigen huis een beetje de les kon komen lezen?
“Ik heb helemaal geen afspraak met u,” snibde ze. “Zet onmiddellijk mijn stoel terug.”
Notaris Anfering stond Amber even taxerend aan te kijken en daarna koos hij eieren voor zijn geld. “Zoals u wilt, mevrouw,” mompelde hij op een gehoorzaam toontje en terwijl het meubelstuk alweer heftig piepend en knarsend van zijn ongenoegen blijk gaf, schoof de notaris het oude beestje op zijn plek terug.
Daarna draaide hij zich naar Amber om en nu had hij een schuldbewust, bijna deemoedig trekje om zijn mond.
Amber kreeg zin om keihard om een teiltje te gaan roepen. Wat een toneelspeler, die vent. Dacht hij nou heus dat ze daar intrapte?
“Het spijt me, mevrouw Wilkens,” sprak de notaris intussen op een gedragen toontje. “Dit was niet zo’n gelukkige binnenkomer. Maar ik was heus in de veronderstelling dat wij een afspraak hadden en…” Hij haalde met een gespeeld onzeker gebaartje zijn schouders op, knipte zijn tas open en hield Amber een brief voor. “Hier is het betreffende epistel, mevrouw. Wilt u dat alstublieft even doornemen? Ik heb echt een heel aantrekkelijk voorstel voor u.”
Amber keek wat aarzelend naar het perkamentkleurige vel met zo te zien een indrukwekkend briefhoofd.
Wat moest ze nou doen? De notaris met brief en al wegsturen?
Hij zou meteen weggaan, want dat was de rol die hij nu voor zichzelf gekozen had, dat was haar wel duidelijk. Maar dan?
Hij kwam vast weer terug en bovendien…
Amber onderdrukte een zucht. Zij was een vrouw. En net zoals de meeste vrouwen was ze diep in haar hart best een beetje nieuwsgierig. Als ze de notaris nu weg liet gaan, zou ze de rest van de dag over die brief lopen piekeren, dat zat er dik in. Ze stak haar hand uit en pakte het vel papier aan.
“Als u mij toestaat, mevrouw?” vroeg Anfering en hij wees verlangend naar de stoel.
“Ja hoor, neemt u maar even plaats.”
Terwijl de notaris krakend ging zitten en zijn benen hoorbaar over elkaar sloeg, liet Amber haar ogen over het vel glijden.
Het briefhoofd in de linkerbovenhoek loog er inderdaad niet om.
Het was in prachtige, levensechte kleuren gedrukt en stelde een berg voor, die oprees boven een rij van grote gouden letters.
Real Estate Services De Vossenberg b.v.
Op de berghelling waren luxe huizen en flats gebouwd die afstaken tegen een heldere blauwe lucht. Helemaal bovenop prijkte een roodbruine vossenkop, die de lezer vrolijk lachend aankeek.
Het dier had een zilverkleurig brilletje op zijn glanzend zwarte neus.
Geachte mevrouw Wilkens,
Graag willen wij u een buitengewoon aantrekkelijk voorstel doen. Aanstaande woensdag zal onze notaris Wilhelmus Anfering u – zonder uw tegenbericht- om half elf bezoeken om deze zaak persoonlijk met u door te spreken.
Met vriendelijke groet,
Real Estate Services De Vossenberg b.v.
Mr. Ir. Herman de Vossenberg, algemeen directeur
Tja, nou wist ze nog niks, behalve dan dat er haar een buitengewoon aantrekkelijk voorstel zou worden gedaan…
Ja, ja.
Amber keek notaris Anfering een beetje broedend aan. Ze was er bijna zeker van dat deze brief nooit aan haar was opgestuurd, zij zag dit dure kitchpapier vandaag in elk geval voor het eerst. Lekker makkelijk van die firma. Net doen of je een afspraak had en dan gewoon ongevraagd bij de mensen binnenvallen.
Zij wist zelf wel beter, maar notaris Anfering was in Soest een gerespecteerde man en geen enkele weldenkende Soester zou het in zijn hoofd halen om zo’n integere meneer zomaar op de stoep te laten staan. Zeker niet als hij met zo’n brief begon te wapperen. Mensen gingen dan toch denken dat het aan henzelf lag, dat het hun schuld was dat die brief was weggeraakt. Een bekend psychologisch verschijnsel, waar de keurige notaris blijkbaar dankbaar misbruik van maakte.
Er zouden heel wat mensen zijn, die vol schuldgevoelens hun excuses zouden aanbieden voor de ongelukkige ontvangst. En in zo’n gemoedstoestand waren ze dan veel gevoeliger voor de voorstellen van de notaris. Ze hadden die man immers al flink teleurgesteld, dan viel er dus heel wat ‘goed te maken’.
Zo werkten de louche verkopers bij de ‘gratis’ busreisjes, de lingerieparty’s en de andere verkoopfeestjes ook altijd. Die brachten de mensen eerst in de juiste ja-stemming met gratis kopjes koffie, plakjes cake en kleine cadeautjes, zodat niemand meer nee durfde te zeggen tegen de prijzige donzen dekbedden en de veel te dure handige keukenhulpjes. En mocht er iemand op het schandalige idee komen om zo’n veel te duur product toch te weigeren, dan werd zo’n oproerkraaier zonder pardon de bus uitgezet.
Daar stond laatst nog een heel artikel over in de krant van een journalist die undercover was meegegaan met zo’n reisje. Het gezelschap werd naar een verkoopdemonstratie gereden in plaats van naar de beloofde orchideeëntuin. Wie niks kocht, kreeg geen eten en mocht – na een vreselijke donderpreek – naar huis lopen…
Amber trok een gezicht. Zij hoefde gelukkig niet bang te zijn dat ze haar eigen woonkamer uitgestuurd zou worden, dus kon ze die irritante notaris rustig zeggen hoe ze over hem dacht.
“U hoeft mij niks wijs te maken, meneer Anfering,” zei ze op een resolute toon. “Deze brief is nooit verstuurd. En ik ben echt niet van plan om in uw verkooppraatjes te trappen. Ik ben afgestudeerd psychologe, weet u nog wel?”
De notaris keek oprecht geschokt. “Dat weet ik, mevrouw Wilkens. Ik weet dat u onlangs bent afgestudeerd als psychologe. Mag ik u hiervoor mijn welgemeende felicitaties doen toekomen?” Hij slikte wat moeizaam en Amber zag zijn adamsappel bewegen.
Amber had geen zin om wat terug te zeggen. Ze sloeg haar armen over elkaar en keek de notaris afwachtend aan. Diep in haar binnenste baalde ze van zichzelf. Waarom stuurde ze die opgeblazen pauw niet gewoon haar huis uit, met buitengewoon aantrekkelijk voorstel en al?
Tja, daar lag nog even het tere punt. Ze was intussen stiknieuwsgierig!
Maar daar mocht de notaris niks van merken…
Ach wat, het simpele feit dat ze hem nou zo zat aan te kijken zei hem toch genoeg?
“Amber Wilkens,” zei een waarschuwend stemmetje in haar hoofd. “Trap nou niet in de praatjes van die kerel. Je weet best dat deze vent voor geen meter deugt!”
“Nou, komt er nog wat van?” vroeg Amber uiteindelijk en ze probeerde zo verveeld mogelijk te klinken. “Ik heb nog meer te doen vandaag.”
“Dan kom ik graag ter zake, mevrouw Wilkens.” De notaris schoof wat ongemakkelijk heen en weer in zijn stoel.
“U mag gerust ergens anders gaan zitten, hoor,” zei Amber op een gespeeld hartelijk toontje. “Dat is de oude stoel van tante Wies en daar steken intussen minimaal drie veren uit de zitting omhoog.”
“Ik merk het,” antwoordde de notaris wat benauwd. Hij ging staan en koos voor een andere, veel nieuwere stoel recht tegenover Amber. Toen stak hij opnieuw van wal: “Het is als volgt, mevrouw Wilkens. De projectontwikkelaar Real Estate Services De Vossenberg b.v. heeft mij – als gerenommeerd notaris – opdracht gegeven om…” Hij zweeg en keek verstoord naar Ambers mobiel die een eindje verder op de eettafel steeds harder een vrolijk liedje speelde.
Na een paar vergeefse pogingen lukte het Amber om overeind te komen. Ze liep haastig naar de tafel en nam op.
“Ben jij dat Amber?” brulde de stem van haar tweelingzus Jade in haar oor. Op de achtergrond waren motorgeluiden te horen en een neuzelende mannenstem herhaalde om de paar seconden het zinnetje: Goedemorgen. Welkom aan boord.
Het kon niet missen. Jade belde vanuit een vliegtuig waarvan de passagiers aan het instappen waren. Dan moest er wel iets dringends aan de hand zijn, want als ze aan het werk was, belde Jade maar hoogst zelden.
Goedemorgen, mevrouw. Welkom aan boord.
“Yep, met mij,” zei Amber. “Is er iets?”
“Ik vlieg zo naar Charles de Gaulle met de KL 2007, maar ik was tante Frieda helemaal vergeten en daar moet jij toch even van weten, want volgens mij zit ze achter ons geld aan.”
“Tante Frieda?” vroeg Amber verbaasd.
Goedemorgen, meneer. Welkom aan boord.
“Tante Frieda, ja. Dat schijnt een zus te zijn van onze pa. Ik heb ook nog nooit van haar gehoord. Ze beweert dat ze een nakomertje was, dus veel jonger dan pa, maar ik heb nog geen gelegenheid gehad om dat na te trekken.”
“Oké, en wat is er met die tante Frieda?”
“Die is gisteravond laat bij mij langs geweest en vandaag of morgen staat ze ongetwijfeld ook bij jou voor de deur.”
Cabin crew, arm slide bars…
Er klonk een hoop gekraak aan de andere kant van de lijn.
“Maar waarom denk je dat die tante…” vroeg Amber, maar Jade liet haar niet uitspreken.
“Sorry Amber, andere keer verder. We gaan weg… Ja, ja, ik ben er alweer.”
Cabin crew, check slides armed and cross check…
“Maar Jade, wat moet ik nu met die infor…” begon Amber tegen beter weten in, maar het enige wat ze in de volgende minuten nog hoorde, was een hoop motorgebrul en een blikkerige stem die ergens in de verte de werking van het zuurstofmasker begon uit te leggen. Wat later klonk er een droge klik en de verbinding werd verbroken.
Amber drukte op het display om het gesprek definitief te beëindigen en legde haar mobiel nadenkend terug op tafel.
Jade was een schat, maar erg vermoeiend. Ze werkte al jaren als stewardess bij de KLM en bij haar collega’s was ze intussen vooral onder de bijnaam Stormvogel bekend. En helemaal terecht, want wie met Jade in contact kwam, vergat dat meestal niet snel. Ze was ongedurig en kon maar moeilijk stilzitten. Dat was in haar werk natuurlijk ook een voordeel, want niemand ging er zo vol tegenaan als Jade.
Maar het grote nadeel van Jade was, dat ze meestal haar eigen gedachten volgde en daar was voor buitenstaanders vaak geen touw aan vast te knopen.
“Tante Frieda,” mompelde Amber tegen zichzelf. “Nooit van…”
Er klonk een beschaafd kuchje achter haar. Amber schrok ervan.
De notaris! Ze was die hele vent glad vergeten.
Langzaam draaide Amber zich om, liep terug naar haar plekje op de bank en pakte de brief op. “Nou, vertelt u eens. Hoe zit dat nou met dat buitengewoon aantrekkelijke aanbod van…” Ze stopte met praten en keek met samengeknepen ogen naar het briefhoofd. “…Van Real Estate Services De Vossenberg b.v. Of hoe ze dan ook mogen heten.”
De notaris knikte. “Real Estate Services De Vossenberg b.v., dat is helemaal juist.”
“Komt u dan onderhand eens ter zake, ik heb meer te doen vandaag.”
“Dat zei u al eerder, mevrouw. En mag ik u erop wijzen dat u zojuist zelfde boel ophield met dat telefoo…” Hij realiseerde zich blijkbaar nog op tijd dat hij Amber beter niet tegen zich in het harnas kon jagen en begon soepel aan een nieuwe zin. “Real Estate Services De Vossenberg b.v. heeft mij opdracht gegeven om u een bod te doen op dit huis.”
“Wat?”
“Real Estate Services De Vossenberg b.v. heeft mij opdracht gegeven om u een bod te doen op dit huis,” herhaalde de notaris op een vlak toontje.
“Hoe komt u er nou bij dat ik dit huis zou willen verkopen? Ik heb het hier prima naar mijn zin en de kinderen ook.” Dat Tom hier ook graag kwam, noemde ze maar niet, want dat ging de notaris niets aan.
“Dit huis gaat sowieso verdwijnen, zodra het plan Jachtlust hierachter van start gaat.” Notaris Anfering keek haar taxerend aan.
“U hebt van plan Jachtlust gehoord, neem ik aan?”
“Ja hoor, en ik weet ook dat het voorstel nog absoluut niet door de gemeenteraad is aangenomen. Heel Soest heeft die petitie al getekend en ik ga me binnenkort ook opgeven als lid van de actiegroep Red de Jachthuislaan.”
De notaris deed net of hij Amber niet hoorde. “Plan Jachtlust is een revolutionair bouwproject,” neuzelde hij. “Een luxe ressort om de bezoekers van het nabijgelegen Paleis Soestdijk een passend onderkomen te geven, met daarnaast een winkelcentrum met onderkelderde parkeergarage om u tegen te zeggen. En dan heb ik het nog niet eens over de riante miljonairsvilla’s gehad, die uiteraard met tennisbaan én zwembad worden opgeleverd.”
“Ik vind het een belachelijk plan,” zei Amber fel. “Wie wil er nou een gigantisch winkelcentrum in zo’n mooi stukje natuur?”
“Natuur?” De notaris trok een gezicht alsof hij net een golf smerig zeewater in zijn mond had gekregen. “U noemt zo’n verwaarloosd stuk kaal weiland toch geen natuur?”
“Er lopen paarden. Er zitten padden en kikkers…” Amber wilde nog vertellen dat ze vanaf haar balkon ook vaak een ree had gezien, maar daar kwam ze niet meer aan toe, want Anfering begon smakelijk te lachen.
“Kikkers,” hinnikte hij. “We gaan de economische groei van ons mooie Soest toch niet ondergeschikt maken aan een stel vieze kikkers? Mevrouwtje, mevrouwtje, dat gelooft u toch niet echt?”
“De burgemeester is faliekant tegen,” snauwde Amber.
“De burgemeester is hartstikke dood, mevrouw. En zijn opvolger juicht het plan van harte toe, dat wil ik u in vertrouwen alvast wel meedelen. De gemeenteraad gaat binnenkort overstag. Let op mijn woorden.”
“Ik heb nu wel genoeg tijd aan u verspild,” zei Amber boos. “U kunt weer gaan.”
“Maar niet voordat ik u het buitengewoon interessante voorstel van Real Estate Services De Vossenberg b.v. heb overhandigd,” sprak de notaris resoluut. “Zij bieden u anderhalf miljoen voor deze bouwval met de aanpalende grond en uiteraard is er dan met een aantrekkelijke korting – een nieuwe woning voor u beschikbaar in het plan Jachtlust. Een riant huis met klésse, dat u zeker zult kunnen waarderen, na een sober leven in deze tochtige toestand.” De notaris rommelde in zijn aktetas en haalde een stapeltje paperassen tevoorschijn, dat hij Amber toestak. “Een brochure en het officiële aanbod. U hoort nog verder van mij. Goedemorgen.”
Na die woorden zeilde notaris Wilhelmus Anfering de woonkamer uit en de deur viel met een discreet klikje achter hem dicht.