HOOFDSTUK 3

 

 

 

Een paar dagen later stond Emma te kijken bij de omheining naar het wild aan de andere kant van de rivier. Het was een heerlijke dag. Het had die nacht geregend en hoewel ze wist dat het weldra weer net zo heet zou worden als altijd, had de omgeving nu een tintelende nieuwe frisheid. Straks zou ze haar camera’s gaan halen en op pad gaan. Maar op dit moment genoot ze van de geluiden achter haar in het kamp, het gezoem van de bijen in de bomen en het eindeloze panorama dat zich voor haar ogen uitstrekte.

‘Deze plek heeft, geloof ik, een sterke aantrekkingskracht op je?’ Ze keek om en zag de glimlachende ogen van Lance.

‘Ik vind het erg mooi.’ Ze lachte terug.

‘Dat is het ook,’ stemde hij met haar in. ‘En vind je het niet leuk dat ik er achter begin te komen wat je lievelingsplekjes zijn? Ik was naar je op zoek.’

‘Oh ja, Lance?’ Na de braai had Lance dienst gehad - op wat hij de meest verschrikkelijke uren noemde - en daardoor had hij niet meer dan een paar woorden met Emma kunnen wisselen in de winkel.

‘Ik ben vrij vandaag,’ zei hij. ‘Eigenlijk had ik wel moeten werken, maar ik ben erin geslaagd om vrij te krijgen. Het is per slot van rekening zondag. Heb je zin om de dag samen met mij door te brengen?’

‘Je hebt dus geen dienst vandaag?’

‘Een van de andere jongens wilde wel ruilen.’

‘Dat was dan een mooi staaltje van overredingskracht,’ zei ze lachend.

‘Overredingskracht die sterk genoeg is om jou ertoe te bewegen je bikini te gaan halen en met me mee te gaan vandaag.’

‘Bikini?’ vroeg ze verrast.

‘Ik had het plan om naar Pretoriuskop te rijden. Er is daar een zwembad. Je hebt toch wel een bikini bij je?’

‘Gelukkig wel, ja.’

‘Pretoriuskop moet je zien. En vandaag is een fantastische dag. Het wordt snikheet - prachtig weer om lekker in het water te duiken. ’

‘Je hebt me overgehaald.’

‘Je bent een prima meid. Wanneer ben je klaar om mee te gaan?’

‘Ik moet nu even terug naar de hut. Dan zie ik je over een kwartier bij je auto.’

‘Duurt het zo lang?’ vroeg hij benauwd. ‘Kun je niet wat eerder komen?’

‘Ik zal het proberen,’ beloofde ze.

Terwijl ze terug liep naar haar hut, vroeg ze zich af waarom hij zo’n haast had. Het was immers nog vroeg en ze hadden de hele dag nog. Bij de hut aangekomen verdween de gedachte aan de haast die ze moest maken, want daar stonden Stewart en Johnny te wachten.

‘Steward! Johnny!’ riep ze blij. ‘Wat fijn om jullie te zien.’

‘We dachten dat we hier maar op je moesten wachten,’ zei Stewart lachend. ‘Het was Johnny’s idee. Hij heeft gekeken of je auto er nog stond en toen dacht hij dat je vroeg of laat wel weer hier naar toe zou komen.’

‘En hier ben ik dan.’

‘En daar ben je dan. Wat zou je er van vinden om vandaag met ons op stap te gaan?’

‘Vandaag?’ Opeens was haar geweldige humeur van die ochtend verdwenen.

‘Het is zondag,’ zei Stewart. ‘Ik ben vrij en Johnny en ik dachten dat we je mee moesten nemen en samen gaan lunchen in Lower Sabie. In de namiddag kunnen we dan langzaam terugrijden.’

‘Ik... ik kan niet,’ stotterde ze.

‘Nee?’ Stewart keek haar verbaasd aan.

‘Waarom niet?’ riep Johnny uit.

‘Ik heb Lance net gesproken en hij heeft me gevraagd of ik vandaag met hem meeging naar Pretoriuskop. Hij vroeg of ik mijn Bikini wilde halen en ..

‘Je kunt niet met Lance meegaan!’ jammerde Johnny.

‘Maar ik heb het hem beloofd.’

Er verschenen sombere rimpeltjes op Johnny’s voorhoofd. ‘Stewart,’ zei hij, ‘toen jij en ik net in de winkel met elkaar aan het praten waren ... en toen je zei dat we aan Emma konden vragen of ze zin had om mee te gaan, zag je Lance toen niet?’

‘Hij kan wel bij ons in de buurt geweest zijn,’ antwoordde Stewart. ‘Hij stond vlak naast ons.’

‘Dat kan wel. Ik weet het niet meer.’

‘Maar ik wel. Hij kon een doos met flessen niet open krijgen en probeerde te luisteren naar wat we zeiden.’

‘Denk je niet dat je je dat alleen maar verbeeldt, Johnny?’

‘Nee, Stewart. Hij probeerde te horen wat we zeiden.’ ‘Misschien heb je gelijk.’ Stewart keek met een onverstoorbaar gezicht naar Emma. ‘Maar dat verandert niets aan de zaak.’

‘Ik heb het beloofd,’ zei ze ongelukkig.

‘Trouwens... Nee Johnny, je hebt ongelijk. Ik weet het zeker.’ ‘Maar hij was er. Hij werkt in de winkel,’ redeneerde Emma. ‘Hij luisterde ons af.’

‘Voorzichtig Johnny,’ waarschuwde Stewart.

‘Ik weet het zeker. Hij stond naast ons om te horen wat we zeiden. ’ ‘Dat geloof ik niet, Johnny,’ zei Emma. ‘Zo is Lance niet. Je vindt hem gewoon niet zo aardig.’

‘Maar ik zal je vertellen...’ Het gezicht van de jongen stond boos en het leek wel alsof hij elk moment in snikken kon uitbarsten.

‘Wat er ook van waar mag zijn,’ zei Stewart rustig, ‘we mogen Emma niet ophouden. Ze gaat uit vandaag en er wacht iemand op haar.’

Emma had er alles voor over gehad om nu te kunnen zeggen. ‘Ik wil niets liever dan met jullie uitgaan vandaag. Ik kan me wel bij Lance verontschuldigen.’ Maar ze wist dat ze het niet kon. Wat Johnny ook van hem gezegd, tegen haar was Lance nooit anders dan lief geweest.

‘Ik kan er nu niets meer aan veranderen,’ begon ze.

‘Natuurlijk niet.’ Stewart moest plotseling glimlachen. ‘Dat is nu eenmaal de prijs die je voor populariteit moet betalen.’

‘Wat vervelend nou.’

‘Helemaal niet. Lance vroeg je het eerst. Je hebt “ja” gezegd en daarom ga je nu met hem mee.’

‘Dat is waar.’ Ze keek hem dankbaar in de ogen en vroeg daarna een beetje verlegen: ‘Misschien kunnen we het verplaatsen naar een andere dag, Stewart?’

‘Dat doen we,’ beloofde hij. ‘Kom, Johnny, laten we eens bedenken wat we samen met de dag kunnen doen.’

Emma dacht er over na terwijl ze haar spulletjes pakte. Het was onzin wat Johnny had gezegd. Lance werkte nu eenmaal in de winkel. Maar ze herinnerde zich dat hij gezegd had dat hij met iemand van dienst geruild had. Was het mogelijk dat hij haar alleen maar had uitgenodigd, omdat hij dat bewuste gesprek opgevangen had.

Ze zag zijn gezicht voor haar ogen - het knappe, lachende gezicht. Oh, het was gewoon onzin. Johnny had zichzelf door de teleurstelling maar wat wijsgemaakt. Stewart had zoiets ook al tegen hem gezegd. Trouwens, Lance had haar toch eerlijk gezegd dat hij met een ander geruild had, hij had er helemaal niet geheimzinnig over gedaan.

Ze moest gewoon bij het besluit blijven dat ze genomen had. Stewart en Lance mochten dan hun redenen hebben om elkaar niet te mogen, daar had zei niets mee te maken. Zij ging gewoon van de dag genieten en daarmee uit.

Terwijl ze naar de auto liep, zag ze dat Lance al stond te wachten.

‘Dat is snel,’ zei hij, en Emma vond even dat het wat al te gemoedelijk klonk. ‘Het wordt een fantastische dag, Emma. Ik voel het.’

‘Dat denk ik ook.’ Ze lachte naar hem en was haar gedachte van daarnet alweer vergeten. ‘Ja, het wordt een ontzettend warme dag. Het zal fijn zijn om in het water te duiken.’

Lance was prettig gezelschap. Stewart kon nog wel eens sarkastisch uit de hoek komen, maar Lance was altijd ontspannen. Hij lachte steeds en leek echt zijn best te doen om haar te vermaken.

Onder het rijden vertelde hij haar anekdotes over de mensen die in het kamp werkten. Soms vond ze de verhalen die hij vertelde bijna een beetje kwaadaardig, maar ze waren erg leuk en hij vertelde ze zó komisch dat het moeilijk was om er niet om te lachen.

Stewart was de enige over wie Lance niets had verteld en daar was Emma blij om.

Toen ze in Pretoriuskop aankwamen, stelde Lance voor om iets verfrissends en kouds te gaan drinken. Het viel Emma op dat dit kamp - het oudste van alle kampen in het wildreservaat - heel anders was dan Skukuza. Nu ze wat meer van het Park gezien had, begon het tot haar door te dringen dat elk kamp zijn geheel eigen sfeer ademde. Er was geen rivier in Pretoriuskop, maar toen ze onder de bomen zaten bij het restaurant, nippend aan hun glazen, vond ze het er wel erg mooi en vredig.

Daarna wandelden ze naar het zwembad en trok Emma haar bikini aan. Toen Lance haar zag, bekeek hij haar met onverhulde bewondering. Emma werd er bijna verlegen van en zei, om wat te zeggen: ‘Ik realiseerde me niet dat ik al zo verbrand was. Ik denk toch dat de arm aan de raamkant tijdens het rijden meer zon krijgt.’

‘Je ziet er schitterend uit. Je zult wel heel wat vriendjes gehad hebben in Engeland, Emma.’

Haar gedachten gingen naar Jimmy, aan wie ze steeds minder moest denken. ‘Een of twee,’ zei ze ten slotte.

‘Je bent erg mooi, Emma.’

‘Dank je,’ zei ze en voelde hoe ze bloosde terwijl hij naar haar keek.

‘Heeft Stewart al tegen je gezegd dat je mooi bent?’

‘Lance!’

‘Heeft hij het gezegd, Emma?’ herhaalde Lance.

‘Nee,’ zei ze rustig, ‘Stewart heeft niet gezegd dat ik mooi ben. Er is trouwens geen enkele reden waarom hij het wel gezegd zou hebben. Laten we het alsjeblieft over iets anders hebben, Lance, het is een prachtige dag en ik wil hem niet verknoeien.’

‘Natuurlijk,’ zei hij en stond meteen daarna op, liep naar de rand van het zwembad en dook in het water.

Emma keek hoe hij naar de andere kant zwom. Hij had een gemakkelijke, moeiteloze stijl, mooi om naar te kijken. Hij zwom vier baantjes en stopte toen om te gebaren dat ze ook in het water moest komen. Vervolgens bracht hij zijn handen naar zijn mond en riep: ‘Liever lui dan moe zeker? Kom erin of ik kom je halen.’ Emma was zo blij om te zien dat hij weer in zijn goede humeur was, dat ze naar het rand van het bad liep en heel voorzichtig een teen in het water stak. ‘Niet doen!’ riep ze, toen hij naar haar toe zwom en water naar haar wilde gooien. ‘Houd op!’

‘Kom er dan in.’ Hij bewoog met zijn handen onder water alsof hij haar weer nat wilde spatten.

‘Oh, wat koud,’ riep Emma en hapte naar adem. ‘Ijskoud.’

‘Het is heerlijk. Je moet zwemmen, dan heb je het zo warm.’

Ze zwom twee baantjes. Ze voelde dat Lance naar haar keek en was blij dat ze les had gehad toen ze nog klein was, zodat haar stijl niet al te belabberd was.

‘Je hebt gelijk,’ zei ze, terwijl ze naar hem toe zwom. ‘Het is heerlijk. Ik zou de hele dag wel in het water kunnen blijven.’ Lance keek haar aan terwijl ze naar hem toe zwom. Opeens legde hij zijn handen om haar hoofd. Ze keken elkaar zonder iets te zeggen een ogenblik aan.

‘Je bent echt ontzettend mooi,’ zei hij, terwijl hij zijn natte gezicht naar het hare bewoog en haar een zachte kus op de lippen drukte. Toen liet hij zijn handen weer in het water zakken en zwom weg.

Na een tijdje vond Emma het toch kouder worden en ging weer naar de kant. Met de handdoek wreef ze langs haar rug en schouders en legde hem daarna op het gras om te kunnen zonnebaden. Lance bleef nog iets langer in het water, maar kwam er even later ook uit. Hij droogde zich af, ging naast haar liggen en viel in slaap. Over de kus werd niet gesproken.

Kort na de lunch vertrokken ze weer uit Pretoriuskop. Het was eigenlijk niet eens zo ver van Skukuza, maar omdat ze zo langzaam reden, duurde het lang voordat de afstand overbrugd was.

De zon ging al onder toen ze in Skukuza door de poort reden. ‘Het was een fantastische dag,’ zei Emma en ze genoot er nog van. ‘Echt een fantastische dag.’

‘Ik ben blij dat je ervan genoten hebt.’ De uitdrukking op zijn gezicht was zo raadselachtig, dat ze zich afvroeg waaraan hij dacht. ‘We moeten het vaker doen.’

Ze merkte dat hij aan een stuk door naar een auto op de parkeerplaats keek. Ze zag dat het de kleine rode auto vlakbij was. ‘Ik zei dat Stewarts vriendin op bezoek is,’ zei hij na enige tijd.

‘Stewarts vriendin,’ herhaalde Emma, een beetje van haar stuk gebracht.

‘Ze komt af en toe langs. Ze woont in de stad en komt dan soms voor een paar dagen. Ze is... ze is helemaal gek van Stewart.’

‘Maar...’ Emma voelde hoe haar handen trilden en hoopte dat Lance het niet zou merken. ‘Ik begrijp het niet... Stewart kon niet weten dat ze vandaag kwam.’

‘En waarom kon hij dat niet?’

‘Omdat... omdat hij aan me heeft gevraagd of we samen de dag konden doorbrengen, nadat jij mij gevraagd had ... en als hij geweten had dat zij zou komen zou hij dat vast niet gedaan hebben.’

‘Of misschien juist wel,’ zei Lance en keek haar onderzoekend aan.

‘Ik geloof niet dat hij zoiets zou doen,’ zei Emma langzaam.

‘Nee? Dacht je van niet? Stewart is een vreemde kerel. Denk nog maar eens aan wat ik je al eerder gezegd heb. Ik zou niet willen dat je je hart door hem zou laten breken.’

‘Ik ben niet van plan mijn hart te laten breken, door wie dan ook. Dan heb ik al eens eerder tegen je gezegd. Maar ik begrijp nog steeds niet waarom Stewart me mee uit wilde vragen als hij wist... dat er iemand op bezoek kwam.’

‘Misschien wilde hij haar wel jaloers maken.’ Er klonk iets van verbittering door in de stem van Lance. ‘Miranda is een mooie vrouw. Een ontzettend mooie vrouw.’

‘Oh! ’ Emma voelde zich ineens niet lekker en vroeg zich af hoe ze dit gesprek kon beëindigen.

‘Heb je zin om samen de avondmaaltijd te nuttigen,’ hoorde ze Lance vragen.

‘Nee Lance, dank je. Ik voel me een beetje vermoeid. Al die zon, weet je.. . en het water. Ik denk dat ik meteen naar bed ga.’ Ze glimlachte moeizaam. ‘Nogmaals bedankt voor deze fantastische dag.’

Terwijl ze terug wandelde naar de hut zag ze Stewart... met zijn vriendin.

Miranda was inderdaad een mooie vrouw. Ze was ouder dan Emma, meer van Stewarts leeftijd. Je kon op een afstand al zien dat ze een charmante verschijning was.

Het prachtige ovale gezicht was omgeven door lang, glanzend zwart haar. Ze keek op naar Stewart en hij boog zich een beetje naar haar toe om te horen wat ze zei. Emma kon de uitdrukking op zijn gezicht niet zien, maar wel de stralende glimlach van Miranda. Ze had blijkbaar iets grappigs gezegd, want Stewart moest lachen en nam haar even in zijn armen.

Emma bleef er niet langer naar kijken. Ze was blij dat ze haar niet gezien hadden. Ze draaide zich snel om en liep door naar haar hut. Eenmaal daar had ze geen honger meer en maakte een kop koffie. Ze was zo met haar gedachten bezig, dat ze niet gemerkt had dat het buiten al helemaal donker was geworden. Hadden de beide mannen dan ieder hun redenen om haar gezelschap te willen die dag? Johnny’s verhaal kwam er op neer dat Lance haar had uitgenodigd, om Stewart dwars te zitten. En als Lance gelijk had, als Stewart zeker wist dat zijn vriendin kwam, waarom had hij haar dan gevraagd? Wilde hij Miranda jaloers maken?

Opmerkelijk was dat, hoewel het idee dat Lance zo zijn eigen bedoelingen had, haar kwaad maakte, het toch de gedachte was dat Stewart tegen haar gelogen had, die voor haar ondraaglijk was.

Op haar wandeling de volgende dag, kwam ze Stewart en Miranda weer tegen. Het meisje babbelde op een vrolijke toon en toen Emma haar gezicht zag, viel haar opnieuw die stralende glimlach op. Deze keer zag Stewart haar.

‘Emma!’ riep hij. ‘Hallo. Ik wil je voorstellen aan Miranda.’ Hij draaide zich om naar de vrouw naast hem. ‘Miranda, dit is Emma. Ze komt hier een tijdje wonen.’

Emma zag hoe ze waarderend werd opgenomen. ‘Hoor je bij de staf?’

‘Nee. Ik kom hier om foto’s te maken.’

‘Foto’s?’

‘Voor een boek,’ legde Emma uit.

‘Dan blijf je zeker niet zo erg lang?’

‘Ongeveer drie maanden.’

‘Goh, wat leuk!’

‘Lance heeft Emma een beetje wegwijs gemaakt hier,’ zei Stewart tegen Miranda. ‘En ik heb haar ook zo af en toe wat advies gegeven ... en waarschuwingen,’ voegde hij er grinnikend aan toe.

‘Je hebt het wel getroffen met twee van die gidsen.’ Opnieuw glimlachte Miranda, maar nu lag er iets vijandigs in haar lach, iets van - blijf met je handen af van wat van mij is!

‘Goed, hoe dan ook...’ Ze lachte naar hen beiden. ‘Ik ga er nu met de auto op uit. Leuk je ontmoet te hebben, Miranda.’

Dit was dus Stewarts vriendin, dacht ze terwijl ze langzaam wegreed. Van dichtbij was ze zelfs nog mooier dan van een afstand. ‘Ik zie eigenlijk niet in waarom ik daar zo somber van moet worden,’ sprak Emma streng tegen zichzelf, ik had immers besloten dat geen enkele man meer dan een vriend voor me mocht worden. Stewart zou wel honderd vrouwen kunnen krijgen, als hij dat zou willen, arrogant en zeker van zichzelf als hij is. Het kan me niets schelen.’ Maar in haar hart wist ze dat het haar wel iets kon schelen, erg veel zelfs.

Het was dwaas van haar om te denken dat een man als Stewart geen vrouw zou hebben. Was ze maar donker en net zo evenwichtig en charmant als... Miranda.

 

‘Je kunt me vandaag niet weigeren.’ Het was een paar dagen later. Langzaam draaide Emma zich om en zag het gezicht van Stewart. ‘Je wat weigeren,’ vroeg ze en keek weer naar de rivier, ik ga naar Lower Sabie vandaag en ik wil dat je meegaat.’

‘Oh!’

ik weet dat je van dit uitzicht houdt, Emma. Het is de enige plek waarvan ik weet dat ik je er kan vinden. Maar misschien kun je ook even naar mij kijken en antwoord geven?’

‘Wel alle ...’ Ze draaide zich boos naar hem om, maar zweeg toen hij glimlachte. Haar hart begon wild te bonzen.

‘We krijgen toch geen ruzie? Ik maakte alleen maar een grapje.’ ‘Dat weet ik.’

‘En ga je met me mee vandaag?’

Ze wilde wel uitschreeuwen: Natuurlijk ga ik met je mee. Het kan me niets schelen wat Miranda of Lance of wie dan ook ervan denkt. Dat is precies wat ik wil. ‘Ja,’ zei ze glimlachend. ‘Dat lijkt me erg leuk.’

‘Grappig hoe dingen soms goed kunnen aflopen,’ zei hij peinzend. ‘Toen ik je laatst vroeg om met Johnny en mij weg te gaan, wist ik niet dat Miranda zou komen.’

‘Echt niet?’ Ze kon het niet voor zich houden.

‘Nee, natuurlijk niet, dwaze meid,’ zei hij vriendelijk. ‘Dat zou wel heel dwars van me geweest zijn.’

Over Miranda wilde ze eigenlijk niet te lang praten, maar wat hij gezegd had, had haar wel een gevoel van opluchting gegeven. Stewart had haar gevraagd die zondag, omdat hij dat zelf gewild had en niet om een andere reden. Miranda speelde weliswaar een rol in zijn leven, maar dat had niets met haar te maken. Als Stewart haar mee wilde nemen voor een rit, dan ging ze graag met hem mee.

De weg naar Lower Sabie zag er die dag nog mooier uit dan anders. Af en toe stopte Stewart even om dieren, voor Emma aan te wijzen, en toen pas realiseerde ze zich hoe weinig ze ervan wist.

Er waren zoveel dingen die Stewart zag. Johnny had indruk op haar gemaakt met zijn kennis en ook Lance leek er veel van af te weten, maar als Stewart iets zei, was dat met zoveel meer gezag en kennis en klonk het zoveel overtuigender.

Op een bepaald punt reed hij van de weg af en via een klein paadje tot bijna aan de oever van de rivier. Hij zette de auto stil bij een grote boom, in de schaduw van de laag overhangende takken. Emma draaide haar raam open en ademde de zuivere lucht in.

Rondom hen was alles rustig, vredig en bijzonder mooi. De zon scheen en weerkaatste in het water. In het langzaam aflopende zand langs de rivierkant zagen ze de voetafdrukken en loopsporen van de talloze dieren die hier gekomen waren om te drinken. In het gebladerte boven hen maakte een exotische vogel een krijsend fel geluid. Daarna was het weer stil.

‘Wist je niet dat je je raam niet open mocht doen,’ zei Stewart glimlachend.

‘Maar hier is toch geen enkel gevaar. Oh, dat was ik vergeten.’

Emma moest lachen. ‘Daar zit een leeuw achter dat boompje.’

‘Nee, er zit geen leeuw. Maar je weet nooit wanneer er wel één zit.’

‘Maar jij ziet nu eenmaal alles. Je zou mij toch niets laten overkomen, Stewart?’

‘Nee, Emma, ik zou je nooit iets laten overkomen.’ Hij sprak deze woorden rustig uit alsof het niet veel betekende. Toch begon Emma’s hart sneller te kloppen.

‘Wat is het hier ontzettend mooi.’ zei ze, om van onderwerp te veranderen. ‘Weet je wat ik nu echt leuk zou vinden om te doen?’

‘Vertel het eens.’

‘Daar op die rotsen gaan liggen en heerlijk zonnebaden.’ Toen bij begon te bulderen van het lachen, vroeg ze verongelijkt: ‘Iedereen kan toch zien dat dat geen leeuw is?’

‘Geen leeuw, nee.’ Hij bleef lachen. ‘Maar kijk eens goed, zie je niets?’

Ze kneep haar ogen half dicht en keek speurend langs de rivier, op zoek naar een teken van leven. Ten slotte draaide ze zich naar hem toe en zei: ‘Je plaagt me alleen maar.’

‘Zo, denk je dat?’

‘Goed, misschien zit er wel een muisje ergens, maar die kan ik ook wel in Engeland vinden.’

‘Meen je dat?’ vroeg hij met voorgewende verbazing.

‘En daar komt nog bij dat ik niet bang ben voor muizen,’ ging ze zelfverzekerd verder.

‘Ik ben erg blij dat te horen.’ Hij moest weer lachen en het klonk haar als muziek in de oren.

‘Dus Emma, je zou echt kompleet gelukkig zijn als je een zonnebad kon nemen op één van die leuke rotsjes.’

Er moest iets met die rotsen zijn - hij bleef er maar naar kijken. Aandachtig tuurde Emma naar een van de grote stenen. ‘Zit daar soms een of andere gevaarlijke hagedis?’ vroeg ze ten slotte.

Nu moest hij helemaal schateren. ‘Zoiets ja.’ Hij pakte de verrekijker die achterin de auto lag en gaf hem aan haar. ‘Hier, en kijk nu nog maar eens.’

Ze keek hem wantrouwend aan. Hoewel ze van zijn opgeluchte stemming genoot, wist ze niet zeker wat ze ervan moest denken. ‘Goed,’ zei ze, terwijl ze de kijker naar haar ogen bracht. ‘Laten we eens kijken naar dat verschrikkelijke beest van jou.’

Eerst zag ze alleen wat groen, maar toen ze de plek beter in beeld had ... ‘Stewart,’ riep ze ontsteld uit. ‘Oh, Stewart!’

‘Ik neem aan dat je de gevaarlijke hagedis hebt gezien.’ Hij grinnikte.

‘Oh, Stewart!’ zie ze nog een keer, terwijl ze de verrekijker langzaam neerlegde. Ze keek hem geschrokken aan. ‘Is dat... is dat echt een krokodil?’

‘Zo echt als maar zijn kan,’ antwoordde hij en opeens was hij ernstig.

Ze keek er nog eens naar zonder verrekijker en daarna nog een keer met. ‘Ongelooflijk.’

‘Ja, dat kun je wel zeggen.’

‘En ik maar denken dat het een rotsblok was. Van hier af ziet het er precies zo uit. Ik heb nooit geweten dat krokodillen zo groot konden zijn.’

Ze hield de kijker nog eens voor haar ogen, gebiologeerd door de misleidende aanblik van het prehistorische monster. ‘Hij ligt zo stil, niets beweegt. Hij is toch niet dood?’

‘Oh nee, hij is niet dood.’

‘Maar hij beweegt niet.’

‘Zo kan hij uren achtereen blijven liggen, Emma. En je kunt er ontzettend lang naar blijven kijken, zonder iets te zien veranderen.’ ‘Slaapt hij?’ vroeg ze.

Stewart moest weer lachen. ‘Nee, hij is klaar wakker. Als er iets van zijn gading in de buurt komt, dan slaan de kaken op elkaar en het lekkere hapje is voorgoed verdwenen.’

‘Gebeurt dat vaak?’

‘Jammer genoeg wel. Regelmatig wordt de krokodil voor een steen aangezien.’

‘Hij lijkt er ook echt op, met al die grijze stenen er naast. Ik dacht ook dat het een steen was.’

‘Dat had ik in de gaten.’

‘Hoe is het mogelijk,’ vroeg ze zich hardop af, ‘dat een dier zo totaal in zijn omgeving op kan gaan.’

‘Camouflage. Is je niet opgevallen dat veel dieren de kleuren hebben van de bomen en het zand? Dat is hun natuurlijke bescherming.’

‘Ik moet nog een hoop leren.’

‘Als je alleen camouflage bedoelt, dat is niet zo moeilijk. Maar de dieren zelf, hun gedrag en hoe ze precies leven - ja, dat is een enorme studie.’

‘Je houdt er echt van, hè?’ vroeg ze impulsief.

‘Het is mijn leven,’ zei hij terwijl hij rustig over de rivier keek.

‘Is er niets anders wat je wilt?’

‘Dat zou ik niet kunnen zeggen.’ Hij draaide zich om en keek haar aan. ‘Ik heb heus nog wel andere idealen, maar mijn leven is hier, tussen de dieren, en ik zou willen dat de andere dingen die ik wil, in dit leven zouden passen.’

Ze keek voor zich uit en wist niet precies wat hij bedoelde.

‘Waarom ben je hier naar toe gekomen?’ vroeg Stewart.

‘Om foto’s te maken, dat weet je. ’

‘Dat is toch niet de enige reden?’

Ze antwoordde niet. ‘Is dat zo duidelijk?’ vroeg ze ten slotte, enigszins in verlegenheid gebracht.

‘Je weet zo weinig van dieren en ook niet zo ontzettend veel van fotografie.’ Zijn stem klonk zo vriendelijk dat ze het moeilijk als een onaardige opmerking kon opvatten. ‘Soms is het goed om erover te praten. Je kunt de dingen op een rijtje zetten, waardoor je ze in een beter perspektief ziet. Als dat met jou het geval is... wil je me er dan iets over vertellen?’

‘Hij heette Jimmy,’ zei ze uiteindelijk en ze sprak langzaam en onzeker. ‘We gingen al een tijd met elkaar om en zouden gaan trouwen. Ik was heel gelukkig.’ Ze was even stil en hij drong er niet op aan dat ze verder zou gaan. ‘Alles was al voorbereid. De trouwjapon was al gemaakt en de bloemen waren besteld. We waren al op zoek geweest naar een flat, maar het was niet gemakkelijk om iets te vinden. We hadden niet zoveel geld. Jimmy... Jimmy was intelligent, hij was ingenieur. Hij verdiende nog niet veel, maar hij had plannen, prachtige plannen ...’

‘En toen?’

‘De man voor wie hij werkte, had een dochter, die erg op Jimmy gesteld was. Hij was zo knap - knap, intelligent en geestig. Hij zou zijn plaats aan de top beslist bereiken. Het zou misschien wel even duren, maar hij zou er komen.’

‘Zag hij soms een snellere manier?’

‘Ik denk niet dat dat in het begin zo was. Hij moest er wel eens om lachen. Om de manier waarop ze op hem wachtte als hij uit kantoor kwam en vroeg of hij meeging om ergens iets te drinken. Maar toen... na een tijdje lachtte hij er niet meer om en als ik er een grapje over maakte, vond hij het niet leuk.’

‘Hij kon toch niet verliefd op haar geworden zijn?’

‘Ik denk dat hij erg op haar gesteld was. Het is zo eenvoudig om iemand aardig te vinden die jou aardig vindt. En dan haar vader... hij beloofde Jimmy zoveel. Jimmy was niet dom en haar vader wilde Jimmy niet kwijtraken. Hij vertelde hem dat hij een compagnon in de zaak kon worden en beloofde hem een mooi huis en . .. en nog meer. ’ ‘Maar als Jimmy zo verstandig was, zou hij dan hoe dan ook niet aan de top komen.’

‘Daar ben ik van overtuigd. Maar zo ging het sneller. Jimmy was erg ambitieus. We kregen steeds vaker ruzie. En uiteindelijk. . . uiteindelijk denk ik dat hij blij was dat het allemaal niet doorging.’ Gingen jullie precies een maand voordat jullie zouden gaan trouwen uiteen?’

‘Ja.’

‘Dat moet verschrikkelijk voor je zijn geweest,’ zei Stewart.

‘Ik heb gehuild,’ bekende ze. ‘Ik wist niet dat ik zo ontzettend kon huilen. Twee dagen aan een stuk door. Ik at niets meer en mijn moeder maakte zich ongerust over mijn gezondheid.’

‘Wat deed Jimmy toen hij het hoorde?’

‘Hij heeft het nooit geweten,’ zei Emma rustig. ‘Ik wilde niet dat hij op de hoogte gesteld werd.’

‘Hij moet een dwaas zijn geweest om jou te laten schieten.’ Weer keek hij haar aan met die blik waar haar hart van oversloeg. ‘Dus daarom ben je hier?’

‘Ik moest weg - weg uit Engeland, weg van al mijn verdriet. Het schip voer uit op de dag dat we zouden gaan trouwen. Een vriend van mijn vader, een erg goede vriend, is een groot liefhebber van dieren en van wild-life. Hij wist wat er aan de hand was. Hij was ook hier geweest en schrijft op het ogenblik een boek over zijn indrukken en ervaringen. Hij stelde me voor om, wanneer ik dat zou willen, foto’s voor zijn boek te maken - fotografie is echt een hobby van me - en hij zou er graag gebruik van maken.’

‘Ik begrijp het...’

‘Het leven gaat door, toch?’ Ze draaide zich om en keek hem aan, hoewel ze wist dat haar ogen nat waren. ‘Soms is het zo moeilijk, dat je nauwelijks meer weet wie je bent’. Maar het leven gaat door.’

‘Ja.’ Hij schoof een stukje naar haar toe, sloeg zijn arm om haar schouders en drukte haar tegen zich aan. ‘Het leven gaat door. Het is niet anders.’ En na een ogenblik vervolgde hij: ‘Dat heeft het leven mij ook geleerd.’

Emma keek hem vragend aan. Het gaf haar een vreemd gevoel van troost om zo naast hem te zitten. Het was puur vriendschappelijk zoals hij zijn arm haar heen had geslagen. Het was een warm gebaar, bedoeld om haar te troosten en op te beuren.

‘Wist je,’ zei hij langzaam, ‘dat ik getrouwd ben geweest?’

Ze schudde haar hoofd en voelde iets van teleurstelling en angst in zich opkomen.

‘Ze heette Mary en we woonden in één van de wildparken in het noorden. Niet zo’n kamp als hier, met hutten en andere gemakken voor bezoekers. We hadden een klein huisje, op een enorm stuk land.’

‘Het moet erg eenzaam geweest zijn.’

‘Dat was het niet - toen.’

‘Waar - waar is Mary nu?’ dwong ze zichzelf aan Stewart te vragen.

‘Ze werd gedood.’

‘Oh, Stewart, wat erg.’

‘Het was iets wat nooit had mogen gebeuren,’ zei hij rustig. Zijn arm lag nog steeds om haar schouders, maar ze voelde dat zijn gedachten ergens anders waren, bij Mary, in dat verre wildpark. ‘Ze - ze werd gedood door een leeuw. Het had niet mogen gebeuren maar ze hield zich niet aan een regel - één van de belangrijkste waaraan wij, die in de wildparken leven, ons moeten houden.

Daarna ..Ze dacht dat er iets brak in zijn stem. ‘Daarna, toen het allemaal gebeurd was, heb ik het huis verlaten. Ik kon er niet meer tegen om daar te blijven - alleen. Ik ben hierheen gekomen.’

‘Oh, Stewart! Wat afschuwelijk! Ik weet niet wat ik moet zeggen.’ ‘Ik zal haar nooit vergeten. Ik denk niet dat je ooit iemand kunt vergeten van wie je gehouden hebt. Maar ik heb het verwerkt. Het heeft lang geduurd, maar ik ben er overheen.’

‘En ik dacht dat mij iets ergs was overkomen.’ Ze keek hem aan en moest nu huilen. ‘Ik schaam me zo.’

‘Emma.’ Hij boog zich over haar heen en kuste haar zacht. ‘Alles is betrekkelijk.’

‘Maar toch ‘Je hebt een verschrikkelijke tijd gehad, maar je komt er wel overheen. Je hebt je eerste stap toch al gezet?’

‘Ja, ik ben op de goede weg,’ zei ze en glimlachte naar hem. ‘Goed.’ Hij haalde zijn arm van haar schouders. ‘Houd vol. Om je te helpen, zal ik je nu naar een plek brengen waar de dieren komen om te drinken en waar je uren met je camera kunt zitten en wie weet, maak je wel een paar prachtige foto’s.’

 

Het was inderdaad een prachtige plek, de plaats waar Stewart haar mee naar toe nam. Het was alleen te bereiken via een pad voor de parkopzichters, maar Stewart vertelde dat ze er mocht fotograferen zoveel ze maar wilde.

‘Dank je,’ zei ze terwijl ze zich impulsief naar hem toedraaide. ‘Oh, dank je, Stewart.’

‘Bevalt het je?’ Hij keek naar haar en er lag een uitdrukking op zijn gezicht die ze niet een-twee-drie onder woorden kon brengen. ‘Fantastisch. Het is een stukje paradijs op aarde.’

‘Daar ben ik blij om.’ Hij startte de motor en reed terug naar de weg.

‘Gaan we nu al weg,’ vroeg Emma, een tikkeltje teleurgesteld. ‘Je kunt hier komen zo vaak je wilt, maar ik moet nu naar Lower Sabie. Anders denkt de man die ik er moet spreken dat ik niet kom. Trouwens,’ sprak hij grijnzend, ‘straks zal dat buikje van jou ook wel gaan knorren van de honger.’

Eindelijk waren ze bij Lower Sabie. Stewart zette de wagen even stil voor de poort, vlakbij een watertoren waarop een heleboel kleine aapjes rondklauterden.

‘Wat een leuk gezicht,’ riep Emma lachend uit. ‘De leeuw mag dan wel de koning van de jungle zijn, maar hij is lui en verbergt zich steeds. Deze beestjes maken me echt aan het lachen.’

‘De kinderen vinden het ook fantastisch,’ zei Stewart tegen haar. ‘Wanneer er een aapje een paar kilometer aan de wagen blijft hangen, als ze met hun vader door het park rijden, zijn ze helemaal door het dolle heen.’

Daarna reed Stewart Lower Sabie binnen en nadat hij de auto had geparkeerd, zei hij: ‘Denk je dat je in staat bent om jezelf even te vermaken. Ik ben het eerste half uur wel bezig, denk ik. Laten we afspreken in het restaurant - kijk, dat is daar - om ongeveer één uur.’

Ze vermaakte zich prima in haar eentje. Rustig wandelde ze door het kamp. Het verschilde nogal van Skukuza. Het was veel kleiner en informeler met de bungalows gegroepeerd in halve cirkels.

Ze liep naar de omheining en keek door de bladeren van de bomen naar de rivier. Het was dezelfde rivier die langs Skukuza en de weg naar Lower Sabie stroomde. Hier was hij echter niet zo breed en lag verder van de omheining, maar het was een prachtig gezicht.

Het was bijna lunchtijd en de mensen kwamen terug van hun ochtendrit. Sommige zaten voor hun bungalow, ze rustten uit of waren wat aan het praten. Anderen waren bezig om het middagmaal te bereiden. En zoals altijd stonden er mensen met verrekijkers over de omheining te turen. Ze liep er op af en zag dat ze naar een olifant keken. Hij was zo ver weg dat Emma snel weer doorliep en genoot van de atmosfeer in het kleine, gezellige kamp.

De tijd ging snel voorbij en voor ze het wist, was het tijd om Stewart op te zoeken in het restaurant. ‘Hallo.’ Hij zag haar aankomen en zwaaide naar haar. ‘Het was toch niet al te vervelend, hoop ik.’

‘Oh nee, ik heb genoten. Het is zo verschillend van Skukuza, vind je ook niet?’

‘Ja, elk kamp heeft z’n eigen atmosfeer. Lower Sabie vind ik één van de prettigste kampen, vooral omdat het zo klein is. En nu,’ zei hij terwijl hij haar het menu gaf, ‘wat zullen we bestellen?’

Het was leuk om onder de bomen te eten met al die blauwe vogeltjes die om de tafel heen wipten, steeds erop uit om snel iets van de tafel te pikken, wanneer je niet goed oplette.

‘Ze zijn leuk,’ zei Emma lachend. ‘En ik vind het ook enig om naar andere mensen te kijken.’

‘Vind je die ook leuk?’

‘Je plaagt me weer. Ze zijn allemaal zo interessant, Stewart. Wist je dat toen ik aan het wandelen was, ik zoveel verschillende talen heb gehoord en...’

‘En zoveel camera’s met statief heb gezien.’

‘Ja.’ Ze moest lachen. ‘Ik ben zeker niet de enige fotograaf hier. Hoewel...’ zei ze daarna, terwijl ze met een warme glimlach naar hem opkeek. ‘Ik zeker weet dat ik de enige ben die zo’n mooi plaatsje heeft om foto’s te maken.’

‘Ja, de mensen vinden het geweldig om hier te komen,’ zei Stewart. ‘Weet je eigenlijk hoe het Kruger National Park met al zijn kampen ontstaan is.’

‘Nee, eigenlijk niet.’

‘Het hele land was vroeger een soort groot wildpark. Duizenden en nog eens duizenden hectaren bos en jungle met dieren. Alle grote steden - Johannesburg en Kaapstad - waren vroeger niets dan oerwoud.’

‘Wat is er met de dieren gebeurd?’ vroeg ze.

‘Toen de steden gebouwd werden en het land beschaafd werd, is het wild gedood of verjaagd. Weldra was er weinig land meer over met wilde dieren.’ Hij dacht even na. ‘Ik denk dat het zo met elke beschaving is gegaan. Als de mens komt, moeten de dieren plaats maken. Maar er was een president, Paul Kruger, één van de eerste presidenten van Transvaal, die zag wat er gebeurde. Hij wist dat als er niets gedaan werd, dit land binnen de kortste keren geen wild meer zou hebben en daarom besloot hij een gebied af te bakenen waar de dieren vrij konden leven en niet gedood zouden worden door jagers. Dit veilige toevluchtsoord is naar hem genoemd - het Kruger National Park.’

‘Wat geweldig,’ zei Emma. ‘Er is zoveel interessants wat ik niet weet.’

‘Zeker. Als je tijd hebt, moet je eens iets lezen over het park in zijn beginstadium.’

‘Je denkt er eigenlijk nooit over na,’ zei Emma, ‘hoeveel mensen zich soms voor iets inzetten. Ik bedoel om zo’n toevluchtsoord voor dieren tot stand te brengen, zoals hier...’ Ze hield even stil. ‘Maar het is dan ook wel de moeite waard. Ik kan begrijpen waarom je hier zoveel van houdt.’

‘Kun je dat, Emma?’

‘Ja,’ zei ze langzaam. ‘Ik begin te begrijpen waarom dit jouw leven is. Het is een leven waarvan je vindt dat het waardevol is. Heb ik gelijk?’

‘Inderdaad. Zou jij hetzelfde voor het park kunnen voelen, Emma?’

‘Ik ... ik weet het niet. Daarvoor ben ik hier nog niet lang genoeg. Maar misschien wel. Dit leven, het idee om jezelf in te zetten voor het leven der dieren, voor het behoud van het wild-life - ik denk dat zoiets steeds meer voor je gaat betekenen. Ja ... ja, ik geloof dat ik hetzelfde zou voelen.’ Ze keek op en zag hoe zijn ogen op haar gericht waren. Opnieuw zag ze de blik die ze zo moeilijk kon peilen.

Ze moesten terug naar Skukuza. Eenmaal terug in het kamp vond Emma dat de dag niet mooier had kunnen zijn dan hij geweest was.

Stewart vroeg aan haar: ‘Heb je al wat foto’s ontwikkeld?’

‘Nee, daar heb ik nog geen tijd voor gehad.’

‘Ik ga een paar dagen naar Pretoria - voor besprekingen met mensen van het parkbestuur. Heb je zin om met me mee te gaan?’

‘Met je mee te gaan?’ Ze keek hem verbaasd aan.

‘Ik zal je echt niet opeten, als je daar soms bang voor bent. Hij keek haar ondeugend glimlachend aan. ‘Ik dacht dat je een kleine verandering misschien wel leuk zou vinden. Je kunt dan meteen wat boodschappen doen. En ’s avonds zouden we samen uit kunnen gaan.’

‘Oh, Stewart!’ zei ze opgewonden, terwijl ze zich afvroeg of de blik in haar ogen haar geluk niet verried. ‘Ik denk dat ik dat erg leuk zal vinden.’